Mysterieuze kracht “edfeil” ontdekt!

Er is een nieuwe kracht ontdekt in het heelal die vernoemd is naar de Duitse geleerde doctor Edfeil. De kracht zelf is net zomin waarneembaar als de ons reeds bekende krachten zoals de zwaartekracht, magnetische kracht en elektrostatische kracht. De effecten van edfeil op materie zijn echter wel duidelijk waar te nemen en te bestuderen. In een interview met Dr Edfeil probeert deze de wetenschappelijke data verzamelt in de deeltjesversneller in CERN samen te vatten voor de verzamelde lekenpers:

“Ik zie edfeil eerder als energie dan als kracht vanwege een unieke eigenschap van het fenomeen. Krachten vinden plaats tussen twee of meerdere fysieke objecten terwijl edfeil gezien kan worden als een uitbreidende kracht of energie. Wat wij in CERN hebben waargenomen kan niet verklaard worden middels de ons bekende kwantumfysica en lijkt van een totaal andere orde. Tot onze verbazing constateerden wij dat bij uitbreiding de hoeveelheid edfeil-energie niet minder wordt maar juist vermeerdert. Dit spot met al de aan ons bekende natuurkundige wetten en natuurlijk vooral met de basis van onze wetenschap: de wet van behoud van energie. Deze wet stelt dat je energie wel kunt verdelen maar niet kunt vermeerderen. Edfeil trekt zich niets aan van deze wet”

Vanwege deze controversiële eigenschappen is er onrust ontstaan binnen de wetenschappelijke wereld. Voor het eerst is er sprake van een fenomeen waarvan gesteld kan worden dat het “scheppende” eigenschappen heeft. Het is in staat zich uit te breiden en in de activiteit van de uitbreiding zichzelf te vermeerderen. De edfeil energie geeft zichzelf als het ware weg maar ontvang tegelijkertijd zichzelf terug. Terug naar Dr Edfeil:

“Het edfeil fenomeen correspondeert met niets in de ons bekende waarneembare wereld. Er lijkt eerder sprake van een subjectief fenomeen dat de wet van oorzaak en gevolg, de causaliteitswet, overstijgt. Er gebeurde iets merkwaardigs met de leden van het onderzoeksteam. Toen de unieke eigenschappen van edfeil steeds duidelijker in beeld kwamen, ervoeren mijn collega’s een soort fysieke warmte ter hoogte van hun hartstreek. Deze warmte ging gepaard met een gevoel van verbondenheid die niet beperkt bleef tot de onderzoekers die nauw betrokken waren bij de data-analyse maar zich uitbreidde tot iedereen met wie zij in contact kwamen; huisgenoten, familieleden en bekenden. Het enige wat hiervoor “nodig” was, was de bereidheid om de warmte door te geven aan mensen die op hun pad kwamen. Daarbij verbaasde iedereen zich over die merkwaardige kwaliteit van edfeil; het “doorgeven” ervan leidt niet tot vermindering maar tot vermeerdering.”

Dr Edfeil sluit het interview lachend af:

“Het lijkt haast een gezonde vorm van egoïsme: je krijgt meer door simpelweg meer te geven”.

Een Cursus van Liefde:

12.1 Het woord liefde is deel van je probleem met deze Cursus. Wanneer ik het woord liefde zou nemen en het zou vervangen door de een of andere ingewikkelde technische term, en je dan zou vertellen dat dit het materiaal is dat de wereld tot eenheid smeedt, dan zou dit voor jou veel gemakkelijker te aanvaarden zijn. En als ik je vervolgens zou zeggen dat je deze gesofisticeerde term niet kent en dat je daarom meer gelooft in je afscheiding van alles dan in je eenheid met alles, dan zou je er veel eerder toe geneigd zijn instemmend te knikken. Dan zou je zeggen: “Net als ieder ander, was ik hier niet van op de hoogte.” Stel dat een wetenschapper je zou vertellen dat er een goedaardige energie is ontdekt die bewijst dat je met alles en met iedereen in het universum bent verbonden en als deze energie een of andere extravagante naam zou hebben dan zou je zeggen: “Er is een nieuwe wetenschappelijke ontdekking gedaan en ik ben geneigd te geloven dat ze kan kloppen, vooral als anderen er ook in gaan geloven.”

Leed Jezus pijn?

Leed Jezus pijn toen hij gegeseld en gekruisigd werd? Als ik deze vraag eerlijk beantwoord dan moet ik toegeven dat ik dit niet weet. Natuurlijk heb ik wel gedachten over deze vraag gebaseerd op de cursus. Op basis hiervan zou ik zeggen dat Jezus door en door besefte dat hij niet samenviel met zijn lichaam. Hij zou de pijn dus niet ervaren als een aanval op zijn diepste wezen. Anders gezegd, mogelijk ervoer Jezus wel pijn maar leed hij niet. Hierbij wordt lijden dus gezien als het geloof in lichamelijke kwetsbaarheid en daarmee als geloof In de echtheid van de dood. Sommige studenten gaan nog een stapje verder en menen dat Jezus ook geen pijn ervoer. Ik waag dit te betwijfelen. In het nieuwe testament wordt beschreven dat Jezus honger, dorst en vermoeidheid kon ervaren. Het gaat mij dus een stap te ver om te veronderstellen dat Jezus geen pijn zou ervaren. Hier valt nog wel wat meer over te zeggen.

Er zijn schrijvers geweest die beweerden dat Jezus als het ware van een afstandje toe keek op de kruisiging. Hij zou er zelfs om gelachen hebben. Hij zou toch immers hebben geweten dat hij een puur geestelijk wezen is? Zijn lichaam zou toch geen enkele betekenis hebben? In feite is dit een vorm van absoluut filosofisch idealisme. Zo ontkende Berkeley het bestaan van de materiële wereld. Alles is bewustzijn. Dit correspondeert met de uitspraak in de cursus dat alleen de denkgeest echt is. Dus zowel de materiële wereld als ons fysieke lichaam zijn hierbij niet meer dan onze eigen interpretaties. En hoe zou Jezus nu van streek kunnen raken door een foute interpretatie? Hij zou zich toch zeker niet hierdoor laten foppen? Dit zou zijn lacherige houding in sommige mythen verklaren.

Waarom zou deze vraag voor ons überhaupt belangrijk zijn? Is dit niet slechts metafysisch geneuzel? Ik denk het niet. Geloof In het eventuele lijden van Jezus bepaalt hoe wij aankijken tegen ons eigen fysieke lijden en tegen het lijden van onze medemensen. Als wij zelf pijn lijden concluderen we dat we de cursus nog niet helemaal doorleefd hebben. Dezelfde conclusie trekken wij voor anderen als we hen zien lijden. Het lijkt ons niet verstandig om dit lijden serieus te nemen. We kunnen besluiten om zowel ons eigen lijden als dat van onze medemensen te negeren. We willen, anders gezegd, de nachtmerrie niet echt maken.

Kun je nu zien hoe belangrijk deze kwestie is voor je houding in het dagelijks leven? Als je de fysieke wereld ontkent dan neem je je eigen lijden en dat van anderen niet serieus. Je neemt Alleen de geestelijke wereld, de denkgeest, serieus en je wilt als het ware wegvluchten naar dit heerlijke pijnvrije domein. Weg van de nare droom, snel naar die heerlijke “echte” wereld. Voor wat betreft je medemensen geldt dat het doorzien van de droom ook voor hen het hoogst haalbare is. Jouw hulp gaat dan niet verder dan erop te wijzen dat degene die lijdt zich vergist.

Momenteel verdiep ik me In de filosofie van Emmanuel Levinas. Dit is een Frans Joodse filosoof uit de vorige eeuw. Iemand die de Holocaust overleefd heeft. Hij komt tot fascinerende inzichten. Hij stelt dat je eigen kwetsbaarheid een voorwaarde is voor oprechte ethiek en compassie. Je herkent op basis van je eigen kwetsbaarheid het appél dat de andere op jouw doet voor hulp. Dit plaatst mij in een spagaat. Ik merk dat ik aangetrokken word tot het eerdergenoemde absolute idealisme waarbij de fysieke wereld soms ontkend wordt. Ergens zou ik best wel willen lijken op de lacherige Jezus en het feestje van onkwetsbaarheid samen met hem vieren. Toch brengt deze visie mij in problemen. Hij biedt mij Jezus als afstandelijke filosoof maar niet als mijn betrokken broer zoals ik hem heb leren kennen in het nieuwe testament. Jezus nam zijn zieke en hongerige tijdgenoten volledig serieus en bood hen praktische hulp. Deze hulp beperkte zich niet tot een lacherig advies om hun ellende niet serieus te nemen.

Dit brengt mij terug bij het begin van deze blog. Ervoer Jezus pijn toen hij gegeseld en gekruisigd werd? Ik zie nu de consequenties van mijn geloof in een ontkennend antwoord op deze vraag. Ik zie dat bij een ontkennend antwoord ik zelfgericht dreig te worden, slechts gericht op een pijnvrij leven voor mijzelf en lege filosofische theorietjes voor mijn broeders en zusters. Hoe anders klinken de woorden van Levinas. Ze doen mij de blik richten op mijn naasten. In hun leed en wanhoop herken ik die van mijzelf. Er is geen ruimte voor superieure onraakbaarheid maar wel voor liefde die uitreikt naar mijn broeder. Mogelijk twijfelt mijn verstand over deze vragen maar mijn hart aarzelt geen moment. Het omarmt mijn broeder net zoals de bijbelse Jezus deed.

Ons verstand wil het hierbij niet Laten zitten. Hoe zit het nu? Spreekt deze blog de cursus niet tegen? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is wat mijn geloof in het beeld van een lacherige Jezus met mij doet. Voor de duidelijkheid: ik meen dat dit beeld niet inherent is aan de cursus, en zeker niet aan de bijbel. Maar voor dit betoog is dit nu niet van belang. Mijn vraag aan de lezer is slechts: wat geloof jij? En hieraan vastgekoppeld de vraag: zie je wat dit geloof met je doet en is dat wat je wilt? Ik wil deze blog eindigen met de volgende vraag: wat geloof je en wat weet je zeker in het diepst van je wezen? Ik wens je veel wijsheid maar vooral liefde.

Alles is één!

Vanuit deze uitroep kan het twee kanten opgaan. Ik kan niet in iemands binnenste kijken maar durf toch te beweren dat degene die de uitroep slaakt dikwijls nog niet verlicht is. Dat wil in dit verband zeggen dat hij verstandelijk instemt met de uitroep maar dit nog niet daadwerkelijk zo ervaart. In feite gelooft deze student nog ten diepste in afscheiding: ik hier en god/de wereld/anderen daar. Deze nog niet verlichte student leeft nog in en vanuit eigen lichaam en denken. Vanuit dat afgescheiden punt denkt en kijkt hij vervolgens naar god/de wereld/anderen en concludeert dat deze “niet echt” zijn. Vervolgens zegt de student dan ook:

  • God bestaat niet
  • De wereld bestaat niet
  • De ander bestaat niet

Want, zo redeneert hij, alleen mijn eigen ikje, mijn zelf bestaat. Op zich zou dit allemaal wel grappig zijn, ware het niet dat de nog niet verlichte student besluit op basis van zijn geloof te gaan handelen. Een extreem voorbeeld zal dit verduidelijken. Als de student ziet hoe een kind te water raakt en om hulp roept dan kan hij besluiten dat het slechts zijn eigen projectie betreft. Het is slechts zijn eigen droom en waarom zou hij zijn best doen een droomfiguur te redden? Dezelfde student zal ’s avonds naar de tv kijken en hartelijk lachen om de oorlogen, crises en catastrofes die getoond worden op het journaal. Niets hiervan is waar, zo gelooft de student.

De oppervlakkigheid van dit geloof wordt gewoonlijk wel duidelijk als de gelovige zelf in het water valt of slachtoffer wordt van andersoortige narigheid. Hij is dan toch wel erg blij als één van zijn droomfiguren hem de helpende hand reikt.

Hoe anders is de weg die Jezus voorstelt in Bijbel, ECIW, ECVL en andere door hem geïnspireerde boeken. Jezus legt uit dat het klopt dat onze zintuigen en ons verstand ons voor de gek houden als ze ons wijs maken dat wij gescheiden zijn van een god/wereld/anderen buiten ons. De uitroep “Alles is één” blijft recht overeind staan. Maar Jezus weet ook dat wij het mysterie van de Schepping niet met ons verstand en vanuit ons geloof in afgescheidenheid kunnen bevatten. Want in de Schepping is er iets aan de hand wat niet “logisch” is. En nu schieten woorden per definitie tekort. Want niets blijkt alles te kunnen zijn wanneer God, Zoon en Schepping daar zijn. In die eenheid blijkt sprake te kunnen zijn van een ongelofelijke diversiteit en individuatie zonder dat daarbij sprake is van afgescheidenheid. Wij zijn de kinderen van God die in eenheid met elkaar (en met God en de wereld) verbonden zijn. ECIW heeft er zelfs een speciale term voor: De Heilige Relatie. Als ik mijn broeder ontmoet dan lijk ik de ander te zien maar zie ik in feite mijzelf. In de ander zie ik telkens, zoals in de Bijbel staat, het gelaat van Christus; mijn eigen gelaat.

En dit ondoorgrondelijke mysterie maakt alle verschil van de wereld. Want alles wat ik buiten me meen te zien is op wonderlijke wijze met mij verbonden in de armen van liefde. Ik ben dat kind in het water dat dreigt te verdrinken, zijn angst is mijn angst. Ik ben de vluchteling, de dakloze, het slachtoffer, degene die schreeuwt om hulp. En zolang de hele wereld nog niet verlost is zijn wij met elkaar, áán elkaar gegeven om elkaar in deze liefde te omarmen opdat iets van de hemel op aarde mag worden gebracht. Dát is de weg van Jezus. Geen ontkenning van de ander vanuit een metafysisch zogenaamd kloppend theorietje maar de omarming van die ander vanuit herkenning en vanuit liefde. En vanuit die omarming klinkt de melodie van liefde en eenheid in ons hart en pas dan weten we écht dat we onbegrensd verbonden zijn met alles en iedereen.

Het accepteren van verlossing voor jezelf, ware verzoening, is van een geheel andere orde dan de ultieme afscheiding die ons ego propagandeert waarbij alleen ons kleine zelfje zou bestaan en de rest van de schepping ontkend wordt. Ware verzoening gaat over het zoeken naar verbinding en het vergeven van god/wereld/ anderen in de omarming van liefde. De gouden regel is springlevend: behandel en zie anderen zoals je zelf behandeld en gezien wilt worden. Dat is de weg van Jezus, een weg van liefde.

En Jezus zeide tot hem: Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven (Matt 22:37-39).

Eerlijk over genezing

Als we het hebben over ziekte dan denken we toch in eerste instantie aan kwalen die ons lichaam en onze psyche betreffen. Voorbeelden zijn eigenlijk overbodig maar ik noem er toch enkele om de gedachten te bepalen: hoofd- en rugpijn, Corona, depressiviteit, angst, dementie en kanker. Zo, de nare toon is hiermee in elk geval gezet. In het verlengde hiervan denken we bij genezing aan het verdwijnen van deze klachten. Logisch toch?

In Een Cursus in Wonderen wordt anders over ziekte gesproken. Ik ga ervan uit dat je bekend bent met dit boek en ga dus even heel strak door de bocht. Ziekte betreft de denkgeest waarbij we zijn gaan geloven in onze afgescheidenheid. Om dit geloof te bevestigen proberen wij als Zoon van God onze kwetsbaarheid aan te tonen en projecteren we ziekte en dood en in feite het hele fysieke universum. Bij genezing wordt dan ook binnen de Cursus primair gedacht aan de correctie van onze vergissing, het opheffen van het geloof in afgescheidenheid. Genezing vindt dus primair plaats in de denkgeest.

Dat klinkt als een fraai en kloppend metafysisch verhaal en ik merk dat ik er blij van word als ik er over lees. Ondertussen gaat de aardse ellende gewoon verder, inclusief mijn pijntjes en klachten. Ik ben niet de enige met deze bevinding en hoor dit natuurlijk terug van talloze medestudenten. We snappen de metafysica van ons lijden, maar wat nu? Ik denk dat we hier onverbiddelijk eerlijk moeten zijn over onze hoop, verwachting en teleurstelling. Anders houden we onszelf slechts voor de gek met een mooi verhaal, een kloppende theorie en hoogstens de klassiek christelijke hoop dat het na onze dood, vroeger zouden we spreken over ‘de hemel’, hopelijk ophoudt met de lichamelijke en geestelijke pijn. Is dit het perspectief van de Cursus, van Jezus?

Deze vraag is vervelend en confronterend en ik merk dat ik de neiging krijg te gaan marchanderen met de Cursus. Want door de Cursus ben ik wat minder angstig geworden en dat kan ik toch zeker zien als een vorm van genezing? Ook lijk ik voor wat betreft chronische pijnklachten een soort gelatenheid te ontwikkelen waarbij ik krachtig probeer om het statement van het lichaam (“jij bent een kwetsbaar lichaam Simon!”) niet te geloven of zelfs te beantwoorden met die klassieke Cursus-tekst: “Ik ben niet dit lichaam”. Ondertussen hoop ik stiekem dat de pijn verdwijnt en ben ik teleurgesteld als dit niet gebeurt en ik toch weer naar pijnstillers grijp. Vervolgens voel ik me daar dan weer schuldig over ondanks het feit dat ik weet dat Jezus in de Cursus mild is wanneer wij toch weer terugvallen op ‘magische middelen’.

Als ik andere broeders en zusters hoor spreken over hun genezing dan betreft het vrijwel altijd een verandering van de houding die ze aannemen ten opzichte van de ziekte in hun lichaam of psyche. En hier moet ik voorzichtigheid betrachten want ik kan niet weten hoe zij hun ziekte ‘van binnen’ beleven. Door een veranderende houding kan het lijden opgeheven worden terwijl pijn en ziekte doorgaan. Hierover straks meer. De Bijbelse Jezus handelt geheel in overeenstemming met zijn woorden in onze Cursus. Hij gelooft niet in een rangorde in wonderen en dus ook niet in een rangorde van ellende. De genezingen die beschreven worden in het Nieuwe Testament zijn spectaculair en betreffen geest én lichaam. Jezus laat geen spoor achter van melaatsen, blinden en kreupelen die nog steeds onder de zweren zitten, niks zien en op de grond liggen maar die daar nu toch iets beter psychisch mee om weten te gaan. Nee, zweren verdwijnen waar je bij staat, blinden kunnen fysiek weer zien en de lamme staat op en wandelt. Bam, zo radicaal is de visie van Jezus in de Bijbel en in de Cursus, toen en nu.

Deze compromisloze radicaalheid bereikt een hoogtepunt in de opwekking van doden. De omstanders waarschuwen Jezus dat er rondom Lazarus al een lijkengeur hangt; morsdood dus. Maar Jezus gelooft niet in de lichamelijke dood en maakt Lazarus ‘wakker’. Wow. Later staat Jezus zelf ook op uit de dood maar mogelijk is de betekenis hiervan nog verstrekkender dan de opwekking van dode tijdsgenoten. Ik wil niet beweren dat het Jezus’ doel is om lichamelijke ziektes te genezen. Zijn ultieme doel was en is om de macht van de denkgeest te demonstreren, de macht van de Zoon van God. Merk op dat ook de genezingen in de Bijbel gebeuren in een bepaalde context. Jezus vraagt geloof van de zieke. Dit geloof van de zieke in Jezus als symbool van de liefdeskracht is de bereidwilligheid die nodig is om de kracht van liefde te mobiliseren. Als Jezus de zondaar vergeeft dan verklaart hij dat er geen sprake is van afscheiding van de zieke van de liefdevolle Vader. Vervolgens is lichamelijke genezing niet zozeer het einddoel maar gevolg en het glorierijke bewijs van de macht van liefde waarbij zelfs onze harde natuurwetten (van oorzaak en gevolg, van ziekte en dood) in duigen vallen.

De genezingen en opwekkingen die Jezus verrichtten waren vooral, oneerbiedig gezegd, demonstraties van de kracht van de genezen denkgeest en geen doel op zich. Als ik eerlijk ben moet ik bekennen dat ik veel waarde hecht aan een comfortabel en pijnvrij leven. Als mijn klachten op wonderlijke wijze zouden verdwijnen zou ik even verwonderd en dankbaar zijn en me vervolgens weer identificeren met de droom van dit aardse bestaan. Mogelijk gingen ook de genezen tijdsgenoten van Jezus na enkele blije dagen weer over tot de orde van de dag. Maar dit is niet ons doel. Ons doel ligt juist in het doorzien van het illusoire karakter van ons lichamelijke bestaan en niet in een klachtenvrij en comfortabel leven van een jaartje of negentig.

Ons verlangen naar een pijnvrij en comfortabel leven is begrijpelijk maar we worden geroepen tot meer dan dat. Vanuit mijn beperkte perspectief kan ik in het geheel niet beoordelen wat behulpzaam is om mijn bereidheid voor volledige verzoening te accepteren. En ik zeg het niet graag, maar ik ben toch bang dat een spectaculaire genezing van een kwaal me even dankbaar zou maken, vervolgens mogelijk zelfs trots en arrogant. Zo van ‘kijk mij eens genezen zijn!’ Wellicht is een veranderde houding tegenover ziekte en lijden wel de meest gezonde optie voor mij om hoogmoed te voorkomen.

Het perspectief van Jezus in de Cursus is zoveel ruimer dan ik me kan voorstellen. Jezus’ opstandingslichaam komt in mijn beleving overeen met het verheven Zelf van vorm uit een Cursus van Liefde. Liefde die zich manifesteert tot in het fysieke domein om hier tot liefdevolle expressie te komen. De Liefde die ons draagt wil ons verlossen en niet in slaap houden in een comfortabel fysiek lichaam. Vanuit mijn kleine zelfje wil ik een pijnvrij en gezond lichaam maar dit is zeer waarschijnlijk niet de beste uitgangspositie voor mij om te ontwaken. Dit gezichtspunt veroorzaakt niet zozeer gelatenheid maar bescheidenheid, verwachting, mildheid, vertrouwen en hoop. Als lichamelijke genezing behulpzaam is voor mij of anderen dan zal dit geschieden als we hiertoe bereid zijn. Niet om een klein verlangen te bevredigen maar om de glorie van liefde te tonen. En zo is het goed.

Het grotere plaatje

Ik houd ervan om te denken in grote lijnen. Dit zou ik ook minder positief kunnen formuleren door te stellen dat ik iets zelden echt grondig aanpak. Als ik een kamer opruim dan blijft er altijd wel ergens nog wat rotzooi slingeren. Ik stop belangrijke papieren weliswaar in ordners maar ben dan te lui om achter het tabblad de brieven te ordenen op datum.

Ook in mijn belangstelling voor godsdienst, levensbeschouwing, filosofie, natuurwetenschap en psychologie richt ik me op die grote lijn. Het leuke hiervan is dat je grote en soms duizelingwekkende verbanden ziet. Het lastige is dat ik per deelgebied nooit een uitmuntende specialist word. Dat laat ik graag aan anderen over. Die luiheid om me echt te verdiepen in de details heeft vermoedelijk ook te maken met mijn slechte geheugen voor namen. Dat is vooral lastig als ik een blog schrijf met daarin denkbeelden van filosofen of andere levensbeschouwelijke leraren. De kern van hun visie heb ik in me opgenomen maar wie was het ook alweer die hierover schreef? Ik weet het niet meer en heb er geen zin in om het na te slaan.

Een uitzondering hierop vormen een aantal boeken waarop ik telkens weer terugval en die me intrigeren. Dat zijn de Bijbel, Een Cursus in Wonderen (ECIW), Een Cursus van Liefde (ECVL) en andere boeken die tot ons gekomen zijn vanuit het Christus-bewustzijn. Filosofen zullen moeite hebben met die laatste toevoeging: “tot ons gekomen vanuit het Christus-bewustzijn”. Deze uitspraak klinkt als een uiting van een gelovige. Toch durf ik te kiezen voor deze beladen woorden. Laatste jaren lees ik graag in boeken die een overzicht geven van een paar duizend jaar westerse filosofie. Ik zie dan hoe de inzichten van deze filosofen langzaam toekruipen naar de visie van mijn geliefde Jezus-boeken, naar de metafysica uit bijvoorbeeld ECIW en ECVL. Dit werd al opgemerkt door Ken Wapnick die in het gedachtengoed van Schopenhauer een voorloper zag van deze metafysica. Wat zou het gaaf zijn als de Jezus-boeken bestudeerd zouden worden in universiteiten door gekwalificeerde top-filosofen! Ik ervaar een soort ongeduld als ik zie hoe de “compartimenten” filosofie en Jezus-boeken nu naast elkaar bestaan. In de ECIW-gemeenschap zitten talloze lieve broeders en zusters maar kennelijk weinig filosofen. En onder de filosofen zitten kennelijk weinig ECIW/ECVL-studenten.

Hetzelfde geldt voor het gebied van de psychologie. Een relatief nieuwe tak in de psychotherapie is ACT, Acceptance and Commitment Therapy. Ik zie daarin linea recta de metafysica van ECIW/ECVL bijvoorbeeld als je kijkt naar de aandacht voor het Zelf als context en naar onze innerlijke verhouding tot onze gedachten (zie het begrip defusie). Ook ACT en de Jezus-boeken zouden elkaar onderling enorm kunnen verrijken. Ik mis de expertise en de wil om dit uit te werken en ervaar ook hier datzelfde ongeduld waarin ik hoop dat iemand anders dit oppakt en diepgaand toelicht en verdiept. Iets daarvan heeft Paul Smit onlangs gedaan in zijn boek “Van vermijding naar bevrijding”. Hij brengt de non-duale visie in verband met ACT, mindfulness en heartfulness. Ik ben hier blij mee en waardeer het boek maar, met alle respect voor Paul, de non-duale visie is in mijn beleving slechts een deelaspect van de veel rijkere metafysica van de Jezus-boeken.

Langzaam maar zeker zie je inzichten uit veel deelgebieden samenkomen. Er is vrij veel te doen rondom de boeken en visie van Dr Joe Dispenza die vanuit een medisch-wetenschappelijke achtergrond de fysiologie van ons lichaam in verband brengt met bewustzijnsontwikkeling. Dan heb je nog Michael Brown die in “Het Presence Proces” haast een soort ECVL-light versie heeft gepubliceerd (bij navraag bleek dat hij nog nooit van ECVL gehoord had!). Ik kan lang doorgaan maar noem als laatste het boekje Intieme Vreemden, het essay van de Maand van de Filosofie 2022 door Paul Verhaeghe. Hij schrijft over die rare tegenstelling tussen de wens van de mens om zich te verbinden met anderen aan de ene kant en de wens zelfstandig te zijn aan de andere kant. Tja; ECIW-studenten die het boekje “Je weerstand tegen liefde loslaten” van Ken Wapnick kennen zullen er weinig nieuws in lezen.

Het is niet mijn bedoeling om reclame te maken voor de Jezus-boeken. Ik snap dat het Christelijke taalgebruik van deze boeken het bereiken van een echt groot publiek in de weg zal staan. Maar ik hoop dat mensen met meer geduld, doorzettingsvermogen en oog voor detail de rijkdom van de Jezus-boeken zullen ontdekken en gebruiken om filosofie, psychologie/-therapie, kwantumfysica etc een boost te geven. ECVL gaat over deze mogelijke “explosies van kennis” in de ons bekende domeinen. En dan het opvallende. Uiteindelijk gaat het hier niet om. De Jezus boeken reiken verder dan het verbeteren van de bestaande wereld. Ze gaan over het creëren van een nieuwe wereld. En dan gaat het over een andere dimensie van zijn en wordt het pas echt wonderlijk en wonder-rijk..

Van rookalarm naar Nieuwe Wereld

Vannacht om 4.00h ging het rookalarm af met een oorverdovend lawaai. Vals alarm, gelukkig. Maar het ding wist van geen ophouden en dat was minder fijn. Bij zo’n rookmelder van de bouwmarkt kun je de batterij er simpel uithalen maar in ons nieuwbouwhuis zit de melder gewoon aangesloten op het lichtnet. Ik had ooit ergens gelezen dat vals alarm veroorzaakt kan worden door een stofje of insectje voor de sensor. Inderdaad lukte het me om met een stofzuiger geduwd tegen de sensor de sirene tot zwijgen te brengen. Maar voor hoe lang?

Dat bedacht ik toen ik om 4.20h weer in bed lag. En die gedachte liet me niet direct los. Ik bedacht alvast een actieplan. Trapje uit de schuur halen, proberen een knopje te vinden of om het ding open te schroeven. Of zou het helpen om in de stoppenkast een groep uit te schakelen? Maar op welke groep zit ie en ik moet niet daarmee de wekkerradio uitschakelen. Zou zo’n melder trouwens een kleine back-up accu hebben? Zucht..

Ik bedacht dat de poes, Mies, die in de woonkamer slaapt ook wel geschrokken zou zijn. Met één oog kijk ik op de wekker. Het is 5.00h. Zou Mies nog wakker zijn? Vast niet. Zij wordt niet gekweld door een overactief brein dat anticipeert op allerlei vermeende rampspoed. Gewoon even schrikken, jezelf omkeren en doorslapen. Waarom lukt mij dat eigenlijk niet? Juist vanwege dat overactieve brein. Dit zal in de evolutie ongetwijfeld een belangrijke rol hebben gespeeld. Het anticiperen op gevaar kan in een gevaarlijke omgeving je overlevingskansen vergroten.

M’n gedachten kalmeren wat. Ik besef dat dit oude, evolutionair bepaalde patroon om me zorgen te maken over vermeend gevaar niet totaal zinloos is maar dat er nu geen sprake is van levensgevaar. Mijn reactie toont me dat die neiging tot lijfsbehoud diep in mij verankerd is. Het illustreert een diep geloof in kwetsbaarheid en sterfelijkheid. Als ik daar even bij stilsta komt er een cursus-tekst naar boven. “Ik kan in plaats hiervan vrede ervaren”. Weer even stilte en contact maken met dat ‘gevoel’ een kwetsbaar, afgescheiden wezen te zijn. De focus verschuift. Ik probeer niet langer krampachtig de slaap te vatten. Dat is tenslotte ook maar een geloof, dat er met te weinig slaap echt iets ernstigs aan de hand zou zijn. Nu komt het geloof in slachtofferschap naar boven. Het is fijn om enkele standaardteksten van ECIW paraat te hebben en er echt iets mee te kunnen. “Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie”, zeg ik nu tegen mijzelf.

Nu het niet langer een doel is dat wordt nagestreefd, komen de ontspanning en de vrede vanzelf. Ik moet stilletjes wat om mezelf lachen. Er verschijnen een soort intuïtieve inzichten. Vanuit het Christus-bewustzijn wat ik ten diepste ben, wordt een spel van kwetsbaarheid gespeeld. Ik voel me zelfs verbonden met de dieren in de natuur. Wat heftig. Bewustzijn speelt met zichzelf het recht van de sterkste. Het houdt niet op. Er verschijnen lijdende mensen in beeld. In hun leed zie ik mijn ‘leed’ en mijn geloof in kwetsbaarheid en sterfelijkheid.

Er treden snelle perspectiefwisselingen op. Vanuit mijn persoonlijke perspectief, gebaseerd op geloof in afscheiding en sterfelijkheid, buitelen zelfbeschuldiging en verwarring over elkaar heen. Het “jij doet het jezelf aan” of, haast nog schokkender, “anderen doen het zichzelf aan” klinkt verwijtend in mijn hoofd. Het voelt ongepast en oneerbiedig om dit af te doen als een ‘spel’ van bewustzijn. Maar dat andere perspectief heeft een zachte en kalmerende aard. Het is een ontluikend besef, een weten van die diepe waarheid, een gevoel van één-zijn. Vanuit dat gevoel mag ik mijn toevlucht nemen tot magische middelen als ik dat ‘spel’ wil spelen. Een pilletje tegen de pijn of een stofzuiger tegen een schreeuwend alarm. Maar er klinkt ook een zachte maar besliste aanmaning om te stoppen met dit ‘spel’. “Dit hoeft niet zo te zijn”, hoor ik. Het vervult me met blijheid en hoop.

En dan het belangrijkste. Die uitnodiging geldt voor iedereen. Dat kan ook niet anders omdat er helemaal geen afgescheiden Simontje is. Ik voel een haast kosmisch, borrelend en vreugdevol ongeduld. Het is het doorbreken van de dageraad. Vanuit het Christus-bewustzijn, dat we allemaal zijn, mag de vereniging zich uitbreiden en ons thuisbrengen. Het is zo heerlijk om vanuit Christus-bewustzijn te beseffen en te zien dat niemand hiervan uitgesloten kan zijn. Niemand! We zijn allemaal aan elkaar gegeven om hand in hand het licht tegemoet te gaan. Vanuit mijn afgescheiden denken ploppen de vragen op: hoe dan, en al die zieken dan, en al die kinderen en oorlogsslachtoffers? Ik kan hier geen zinnig antwoord op geven maar weet dat de beweging in volle gang is, ook al lijkt dat er absoluut niet op als ik kijk naar het nieuws. De Nieuwe Wereld komt er, is er al.

Een heerlijke, wonderlijke, non-duale omarming!

Als we de Cursus bestuderen dan proberen we deze te begrijpen. Logisch toch? We menen vrij snel door te krijgen dat ECIW een heuse non-duale visie vertegenwoordigt, en dat klopt. Toch springt ons denken iets te slordig en gemakkelijk met deze conclusie om. Ons verstand houdt namelijk erg van duidelijkheid en van kort door de bocht gaan. Het zegt dan zoiets als: “Aha, alles is één”. Eindelijk heeft het door hoe het zit en acht het zichzelf in staat om andersdenkenden te corrigeren. De verkregen helderheid voelt heel prettig: “Als alles één is dan zijn God en ik aan elkaar gelijk en jij en ik ook”. Het kan toch niet anders in eenheid? Ik ben God en ik ben jij! We roepen dan zoiets als “er zijn geen anderen”.

We zouden bij beter lezen van de Cursus niet zo hard van stapel lopen. Lees bijvoorbeeld maar eens Hoofdstuk 1: II:

  1. Ontzag is alleen op zijn plaats bij openbaring, want hierop is het volmaakt en met recht toepasbaar. Bij wonderen is het misplaatst, omdat een toestand van ontzag aanbidding in zich draagt en ervan uitgaat dat iemand van lagere orde voor zijn Schepper staat. Jij bent een volmaakte schepping, en hoort alleen ontzag te voelen in Tegenwoordigheid van de Schepper van volmaaktheid. Het wonder is dan ook een teken van liefde tussen gelijken. 5Gelijken behoren geen ontzag voor elkaar te koesteren, daar ontzag ongelijkheid veronderstelt.

We worden met beide benen op de grond gezet en mogen als schepsel ontzag voelen in tegenwoordigheid van onze Schepper. Dit zou een gepast moment zijn voor ons verstand om te zwijgen en ruimte te maken voor een “gevoel”, een gevoel van ontzag en verwondering. Nu wordt ons hart aangesproken en ons verstand overstegen. Want ja, wij zijn “goddelijk”(Engels: God-alike) maar wij zijn niet “God”. Hetzelfde geldt voor onze verhouding tot onze broeders, onze gelijken. Gelijken! Zie je het? Wij vallen dus niet samen met onze broeders maar we zijn broeder-alike, jij-alike.

Dit hoeft ons natuurlijk helemaal niet te verbazen want het is precies de reden dat binnen Advaita het liefst gesproken wordt over non-duaal: niet-twee. Ons verstand geeft het liefst een klap op zo’n begrip en gaat dan onbewust ervan uit dat non-duaal en één hetzelfde zijn. Ook hier moet echter ons gevoel, ons hart, te hulp schieten. Want nee, God en zijn scheppingen, zijn niet van elkaar gescheiden, ze zijn niet twee. Hetzelfde geldt voor jij en de ander; jullie zijn niet van elkaar gescheiden, jullie zijn niet twee. Maar jullie zijn ook niet hetzelfde in de zin dat jullie 100% samenvallen.

Daarom wordt in ECIW zowel gesproken van het Zoonschap en van de Zoon, enkelvoud, als van Zonen (meervoud). Die spanning is voor velen haast ondraaglijk en men eist dan duidelijkheid. Bij dat streven naar duidelijkheid sneuvelt het mysterie van de schepping en van de non-dualiteit. Alles wat riekt naar meervoudigheid (Vader, Zoon, Heilige Geest) en Zonen van God, wordt gezien als een voorlopige uitspraak van Jezus, als een metafoor omdat we nog niet ver genoeg zijn om te zien dat alles één is. In mijn beleving slaat men hierbij door van Schepping naar niets en van non-dualiteit naar radicale eenheid. Het mysterie van de Schepping, de wonderlijke non-dualiteit, wordt als een kind met het badwater weggespoeld.

Zo’n blog als deze trekt vaak weinig lezers. Wat heeft zo’n abstract metafysisch verhaal nu voor nut? Als regel volgen er wat lieve antwoorden met sterretjes en hartjes met een sussende liever-broeder-toon. Ik waardeer de lieve intentie van deze berichten en kan me voorstellen dat voor broeders en zusters die de verzoening werkelijk aanvaard hebben, deze kwestie niet meer speelt. Ik juich sowieso elk bericht toe dat het belang van liefde benadrukt omdat juist deze liefde overboord gaat in radicale, absolute eenheid. Want ook liefde draagt het mysterie in zich omdat ze tweeheid suggereert terwijl degene die liefheeft juist beseft dat er geen grenzen bestaan. Hetzelfde mysterie klinkt door in het begrip “Heilige Relatie”: heilig suggereert eenheid en relatie tweeheid.

Ik hoop met dit schrijven een ultieme ego-truc onder de aandacht te brengen. Degene die zich God waant en die meent dat zijn broeders, Jezus en de Heilige Geest niet meer zijn dan zijn eigen projecties, die is in een gemene val van zijn ego getrapt waarbij niet de ultieme verbinding gevonden is maar waarbij een ultieme vorm van afscheiding aanbeden wordt. Aan de vruchten herkent men dan dikwijls de boom. Zo’n wrange vrucht is bijvoorbeeld het lachend kijken naar broeders en zusters die roepen om liefde, een eenzijdige focus op eigen innerlijke vrede, een veroordeling van het fysieke domein en ga, helaas, zo maar even door. Zo’n ontsporing is niet slecht of zondig maar ook zeker niet behulpzaam en helaas een dwaalleer die wijdverbreid is geraakt binnen de ECIW-community.

Dit is een oproep tot aanvaarding van de omarming door de Vader en een oproep om elkaar te omarmen. Een liefdevolle omarming die zowel middel als doel is en die het fundament vormt van de Schepping.

Wat heerlijk dat we bestaan!

Er zijn ECIW-leraren die stellen dat ECIW een zuiver non-duale visie is. Als je zelf leest in de Cursus dan zou je dat niet direct zeggen. Je leest over een schepping, over kinderen van God, over de Vader, de Zoon en de Heilige Geest en ga zo maar door. Genoemde leraren hebben daar een verklaring voor en leggen uit dat deze woorden slechts metaforen zijn die Jezus gebruikt om ons tegemoet te komen op het niveau waarop wij ons bevinden. Wij geloven nog in de dualiteit dus gebruikt Jezus voorlopig nog duale taal, zeggen ze. Nu we het toch over Jezus hebben moeten we de lijn van denken doortrekken en stellen dat Jezus ook niet meer dan een tijdelijke metafoor moet zijn.

Het is leuk om eens in deze lijn verder te mijmeren. Stel dat we steeds meer oog krijgen voor de waarheid van de non-duale visie. Waar leidt dit dan toe? Mogelijk hebben we dan door dat de wereld een illusie is, dat Vader, Jezus en Heilige Geest slechts metaforen waren en niet echt en dat er natuurlijk geen sprake kan zijn van “anderen”. En daar sta je dan beste lezer, met lege handen en starend in een droomwereld. Doorvoel dit maar eens. Alles, alles wat je meent te zien, denken, voelen of anderszins te ervaren is niet echt en alleen maar bedoeld om je de illusie te geven dat je een zelf bent dat iets kan ervaren. En daarvan kan eigenlijk helemaal geen sprake zijn in echte non-dualiteit. Hoe kan er zowel een “zelf” zijn en iets om te ervaren? Klinkt dat niet weer duaal? Is dat dan niet slechts een volgende illusie die doorzien moet worden?

Wat zou er overblijven als dat ervarende zelf als het ware zou imploderen? Als ieder zweempje van onderscheid zou verdwijnen? Ons verstand kan hier wel antwoord op geven en zegt: “eenheid”. Maar wat is het verschil tussen absolute eenheid en niets? Toch is er één ding wat we zeker weten: er is iets. Als we nog iets beter kijken kunnen we het anders formuleren: er is bewustzijn en bewustzijn kan alleen bestaan bij de gratie van “iets”.

Daarmee komen we bij het mysterie van de schepping. Vanuit eenheid (God?) moest ogenschijnlijk iets (anders) gevormd worden om van bewust te zijn. Zelfs God moest Vader worden om bewust te worden. De Vader heeft net zo goed de Zoon nodig om bewust te zijn als wij gewaarwordingen van “iets” nodig hebben om te weten dat we bestaan. Dat is de grote grap van de schepping: er dient sprake te zijn van schijnbare dualiteit om boven de nietsheid uit te stijgen.

Ik ervaar dit als een hele opluchting en voor mij relativeert het de drang om al te fanatiek op jacht te gaan naar zogenaamd duale concepten in ECIW. Een besef van eenheid is niet hetzelfde als het diskwalificeren van alles waar we over kunnen denken, van de wereld die we zien en van onze ervaringen. Het gaat er niet om al deze ‘dingen’ an sich te ontkennen. Ware ontkenning gaat over het ontkennen van de echtheid van de grenzen die we menen te zien, over de ontkenning van de afscheiding.

Ons hoofd begrijpt niet hoe er ogenschijnlijke differentiatie (bijvoorbeeld Vader-Zoon-HG) kan zijn zonder geloof in grenzen. Het begrijpt niet dat er schijnbare individuatie kan zijn (ik en de ander, zonen van God) zonder werkelijke grenzen. De neiging van ons verstand is om de boel kloppend te willen maken en te roepen dat er alleen absolute eenheid kan bestaan. We zullen ons moeten wenden naar ons hart om gevoel te krijgen voor het wonder van schepping. In eenheid is zelfs geen ruimte voor liefde want ook liefde suggereert dualiteit: de minnaar en de beminde. Maar de schepping juicht van liefde, is liefde. De zogenaamde metafoor “Vader” is een sentimenteel concept in absoluut non-dualisme maar hetzelfde woord komt ongelooflijk dicht bij de liefde die de kern vormt van ECIW, dezelfde liefde waar Jezus van getuigt in Bijbel, ECIW en in Een Cursus van Liefde.

Het zal niet toevallig zijn dat in dit laatste boek, Een Cursus van Liefde, Jezus zoveel woorden wijdt aan schepping, relatie, vereniging, omarming enzovoorts. Dit boek spreekt direct tot je hart en plaatst je midden in het mysterie van de Heilige Relatie. De relatie die tweeheid lijkt te suggereren maar die handelt over onze onlosmakelijke verbondenheid met de Vader en met elkaar. Amen.

Wil je gelijk hebben of het mysterie ervaren?

Momenteel lees ik het boek “De boodschap van ECIW” door Kenneth Wapnick. Ik heb aardig wat boeken en toelichtingen van hem gelezen en ook nu ben ik weer onder de indruk van de helderheid van zijn verstand en zijn manier van redeneren. In “De boodschap van ECIW” hamert Ken telkens op het non-duale karakter van ECIW. Hij beschouwt veel teksten uit ECIW als metafoor en als symbolisch. Hierin gaat hij veel verder dan die andere grote leraar, Robert Perry. Zonder de verschillen in beide visies uitgebreid op te rakelen kan ik hier volstaan met het voorbeeld van hun zienswijze op de Heilige Geest. In mijn eigen woorden samengevat zegt Robert dat de HG een eeuwige schepping is van God die ons kan leiden in deze wereld. Ken hamert op het symbolisch karakter van de HG en doet er alles aan om aan te tonen dat de HG vooral niet beschouwd mag worden als een onderscheiden aspect van de Drie-eenheid die kan ingrijpen in de wereld (zie uitgebreid artikel: https://eciwcoach.com/handelt-de-heilige-geest-echt-in-de-wereld)

Ons ego smult van geschillen en wil meediscussiëren om te bepalen wie er gelijk heeft. Enkele jaren geleden heb ik Robert gemaild en vroeg ik of het zo kon zijn dat Ken als het ware meer voor gevorderde studenten schrijft en daarom kiest voor een hoger abstractieniveau. Maar Robert was stellig; hij vond dat Ken zich op bepaalde punten simpelweg vergiste.

In mijn beleving is de juiste vraag niet wie er gelijk heeft en wie niet, maar de vraag of een bepaalde visie al dan niet behulpzaam is. Hiermee komt dan direct de ontvanger in beeld, de lezer van de toelichtingen van Ken en Robert. Ik zie bij mezelf en anderen dat de uitleg van Ken snel een eigen leven gaat leiden bij studenten die erg vanuit hun hoofd bezig zijn met ECIW. De focus op het non-duale karakter van ECIW leidt dan tot een anti-duale houding en deze is dan paradoxaal genoeg weer uiterst duaal. Een voorbeeld om het minder abstract te maken. Als je heel erg hamert op het verschil tussen werkelijkheid (de eenheid van God) en onwerkelijkheid (alles wat maar riekt naar differentiatie zoals de Heilige Geest, Jezus, of andere Zonen van God) dan zorgt dat in een nog niet genezen denkgeest voor spanning. Het verstand maakt daarbij overuren om alles wat riekt naar iets buiten zichzelf te ontkennen en er als het ware afstand van te nemen. Dit ontkennen van “de onwerkelijkheid” wordt dan de voornaamste missie met als verwachting dat middels de ultieme ontkenning de liefde gevonden wordt.

Maar voor de meesten van ons geldt dat een intellectuele en ontkennende houding, waarbij alles en iedereen in de fysieke wereld moet worden ontkend en afgedaan als illusoir, slechts leidt tot een soort terugtrekken in een ivoren toren, tot een ultieme zegetocht van de afscheiding van het slimme zelf. Deze weg van ontkenning voelt in mijn beleving niet zo liefdevol. Het hoofd raakt oververhit maar dit is niet de liefdevolle warmte van het hart. In het genoemde boek van Ken is iets van frustratie en zelfs enige verbetenheid voelbaar over die verkeerde duale manier waarop studenten ofwel hun ego’s er toch telkens weer instinken.

Ik waardeer het oprechte verlangen van Ken om ons te behoeden voor een terugval naar het klassieke duale Godsbeeld maar in mijn beleving is benadrukken van transformatie beter geschikt voor de meeste studenten dan de weg van ontkenning. De weg van transformatie loopt via de “duale” hulp van Jezus en de HG en via de “duale” omarming van onze naasten naar een diep besef van verbondenheid. Naarmate we dan vorderen op het pad van aanvaarding en vergeving, dus als we “gevorderde” studenten worden, beginnen de woorden van Ken op hun juiste plaats te vallen. Maar het diepe besef van de eenheid van de schepping komt dan naar boven vanuit het zoeken naar liefdevolle verbinding, eerder dan uit intellectuele afwijzing.

In mijn beleving kiest Jezus er niet voor niets voor om duaal taalgebruik te hanteren in ECIW. Het is goed voor ons om ons te laten leiden door de HG en om de uitgestoken hand van Jezus aan te pakken. Dat is in mijn optiek voor velen behulpzamer dan een verhandeling over het symbolisch karakter van de HG en van Jezus, hoe juist zo’n non-duale visie metafysisch gezien ook moge zijn. Ons denken is er namelijk een meester in om te zeggen hoe de schepping niet in elkaar steekt maar slaat daarna makkelijk door in het formuleren van een wat kille, weinig inspirerende en abstracte non-duale visie op “eenheid”.  Ik vermoed dat Jezus ons daarom Een Cursus van Liefde (ECVL) heeft gegeven, zo’n dertig jaar na ECIW. In ECVL geeft hij aan dat ECIW behulpzaam is om de muren van het ego te slechten maar dat de uitnodiging is om nu verder te gaan vanuit de liefde van ons hart. Het is, voor mij althans, heerlijk om het hoofd af te laten koelen en onder curatele te stellen van dit hart. Ik sluit daarom graag af met het volgende citaat uit ECVL:

“Deze Cursus is geschreven voor het denken, maar alleen om het denken ertoe te bewegen een beroep op het hart te doen. Om het ertoe te bewegen te luisteren. Het ertoe te bewegen verwarring te accepteren. Het ertoe te bewegen zijn weerstand tegen mysterie op te geven, zijn zoektocht naar antwoorden te staken en zijn focus te richten op de waarheid, weg van wat alleen door het denken kan worden geleerd.” (I.1) 

Warm, genezend en liefdevol

Zojuist bekeek ik een zonnebloem waar het zonlicht op viel. Wat een prachtige kleuren en structuren! Ik moest denken aan de wijze waarop ECIW spreekt over de wereld. Dat is, op z’n zachtst gezegd, niet altijd even positief. De wereld is een illusie die door de Zoon wordt geprojecteerd om zijn dwaze droom van afscheiding te dromen. De wereld is onze onwerkelijke nachtmerrie. Natuurlijk weet ik dat de natuur wreed kan zijn. Het is eten of gegeten worden en de dood regeert. Toch valt er ook zoveel moois te zien. Hoe kan dat toch?

Robert Perry heeft in de complete uitgave van ECIW een bijlage geschreven met als titel: “Schiep God ruimte en tijd?”, dus impliciet: schiep God deze wereld? Wij zijn zo gewend geraakt aan alle negatieve teksten uit het blauwe boek over onze wereld dat we menen zeker te weten dat het antwoord op deze vraag een volmondig “nee!” is. Toch blijkt dat de oorspronkelijke tekst van ECIW een genuanceerder antwoord biedt. Kort samengevat komt het erop neer dat God direct een antwoord gaf op onze dwaze wens door voor ons de wereld te scheppen als gelegenheid om verzoening te leren. Ongeveer in dezelfde lijn waarin wordt gesteld dat God ons in de Heilige Geest een antwoord bood toen wij besloten de droom van afscheiding te dromen. Dus een mooie Stem als antwoord op het gekrijs van het ego dat door ons was bedacht. (Ik heb de bijlage van Robert vertaald voor wie het wil nalezen: https://eciwcoach.com/schiep-god-ruimte-en-tijd ).

Het hoeft ons niet te verbazen dat de wereld niet per se als negatief hoeft te worden gezien. Zo weten we dat ons lichaam, als onderdeel van onze wereld, een neutraal communicatiemiddel is. We kunnen het in dienst stellen van ons ego of van de Heilige Geest. ECIW geeft aan hoe wij gaan stralen als wij de verzoening voor onszelf aanvaarden en in de wereld gaan leven onder leiding van de HG. We maken de liefde letterlijk zichtbaar voor onze broeders en zusters.

Een Cursus van Liefde vertelt veel meer over het gaan leven vanuit Christus bewustzijn. Als wij de liefde zichtbaar maken in vorm dan spreekt ECVL over “het verheven Zelf van vorm”. Verrassend genoeg spreekt ECVL (20 jaar doorgegeven aan Mari Perron) op een wijze over het oorspronkelijk Goddelijk ontwerp van de wereld die heel sterk overeenkomt met de wijze waarop Robert Perry over de wereld spreekt naar aanleiding van zijn nauwgezette studie van de complete uitgave van ECIW, nog niet zo lang geleden. Hier een stukje uit ECVL over Goddelijke patronen in de schepping (D: 4.12)

“Goddelijke patronen zijn de patronen die zowel je leven in vorm mogelijk hebben gemaakt als de patronen die het je mogelijk hebben gemaakt om terug te keren naar je ware identiteit. Deze patronen zijn zowel extern als intern. Externe goddelijke patronen omvatten de observeerbare vormen die je wereld vormen, alles van de planeet waarop je leeft tot de sterren aan de hemel, van het lichaam dat je lijkt te bewonen tot het dierlijke- en plantaardige leven dat rondom je bestaat. Van de meest verfijnde en complex uitgekristalliseerde structuur van de sneeuwvlok tot de stengel van een plant en de werking van het menselijke brein is een goddelijk patroon overduidelijk en zou niet ongeloofwaardig moeten zijn. Ondanks de verschillen in wat je ziet, denkt en voelt, is er maar één extern goddelijk patroon dat de waarneembare wereld schiep en maar één intern goddelijk patroon dat de interne wereld schiep. Het interne goddelijke patroon was dat van leren. “

Sommige ECIW-studenten zijn nogal negatief over de visie van Robert Perry of van ECVL over een wereld en lichaam die geïnspireerd zouden kunnen worden door Goddelijke liefde. Zij menen dat hiermee een poging wordt gedaan om de illusie echt te maken. Maar zowel Robert als ECVL zijn volkomen ondubbelzinnig over het karakter van de wereld: deze heeft geen eeuwigheidswaarde en is dus illusoir. Toch meen ik dat onze route naar verzoening bestaat uit het uiten van de liefde van God via ons lichaam in de wereld. Dat hierdoor onze nachtmerrie een meer paradijselijke droom gaat worden wil geenszins zeggen dat er gestreefd wordt naar eeuwigdurend leven in een 3D-lichaam/wereld.

In mijn beleving roepen zowel ECIW als ECVL ons op om, nadat we de verzoening voor onszelf aanvaard hebben, deze te uiten in onze relaties met onze broeders en zusters en in onze relatie met de wereld. Als we onze nare ego-projecties van de wereld afhalen, komt er ruimte voor een genezen lichaam en een genezen wereld. ECVL zou dit het oorspronkelijk ontwerp van God noemen. ECIW zegt dat we van hieruit ons lichaam met een glimlach kunnen afleggen als het goed geweest is.  

Het is goed om constant te herinneren dat wij niet bestaan in een echte wereld maar dat de wereld geprojecteerd wordt vanuit de denkgeest. Ze is geen oorzaak maar gevolg. Deze herinnering moet echter niet doorslaan in een negatieve houding en afwijzing van de wereld en van ons lichaam. Voel maar eens wat zo’n negatieve houding met je doet ‘vanbinnen’. Met genezen innerlijke ogen zien we niet langer grenzen tussen onszelf en anderen of tussen ons en de wereld. We ontwikkelen de visie waarin we de verbondenheid met alles en iedereen ervaren. We herkennen de uitingen van liefde in de schepping en waar we een roep om liefde zien kunnen we een liefdevolle respons geven. Warm, genezend en liefdevol.