ECIW-fabeltjes deel I

Robert Perry van The Circle of Atonement heeft een reader geschreven waarin hij uitlegt dat er allerlei opvattingen de ECIW-community zijn binnengeslopen die niet inherent zijn aan ECIW zelf. Ik heb hier gedeelten uit vertaald

De misvattingen:

Er is niet één juiste interpretatie van de Cursus. Alle interpretaties moeten worden erkend. Het zoeken naar de “juiste” gaat alleen maar over ego’s die proberen gelijk te krijgen.

Hoewel we allemaal feilbare interpretatoren zijn en het dus altijd een werk in uitvoering is om de juiste interpretatie te krijgen, is er Jezus zeker veel aan gelegen dat wij de Cursus interpreteren zoals hij het bedoeld heeft. Hij beschouwde de Cursus duidelijk als “niet voor meer dan één uitleg vatbaar” (commentaar aan Helen). Door de Cursus heen geeft hij aan dat het ego altijd probeert te verdraaien wat hij ons zegt. Hij spoort ons aan deze neiging tegen te gaan door de Cursus niet “overhaast of verkeerd” te lezen (M-29.7:3), en door te leren “deze dwaze toepassingen [de verdraaiingen door het ego van Cursuspassages] te zien, en de betekenis die ze lijken te hebben te verwerpen” (W-pI.196.2:4).

Telkens wanneer we beginnen te praten over verschillen en meningsverschillen, zijn we in ego. Een juiste ego-loze reactie op verschillen in interpretatie is het “uitscheuren van de bladzijde waar strijd over bestaat”.

Jezus zelf sprak echter ook over verschillen tussen zijn leringen en de leringen van Freud, Edgar Cayce, en het Nieuwe Testament. Hij deed dit echter altijd op een respectvolle manier, waarbij hij zorgvuldig was en ook punten van overeenstemming bevestigde. Waarom zouden we, in plaats van de bladzijde uit te scheuren, niet samen op zoek gaan naar wat de Cursus werkelijk zegt? ” Maar wanneer er twee of meer zich verbinden in hun zoektocht naar de waarheid, kan het ego zijn gebrek aan inhoud niet langer verdedigen” (T-14.X.9:6).

De Cursus is niet bedoeld om bestudeerd te worden, alleen om ervaren te worden. Bestudering ervan maakt er alleen maar een intellectuele oefening van.

Jezus vertelde Helen en Bill dat hun studie van de Cursus van cruciaal belang was, en paste wat hij zei toe op alle studenten: “Bill heeft heel intelligent voorgesteld dat jullie je beiden ten doel moeten stellen om werkelijk voor deze cursus te studeren. Er kan geen twijfel bestaan over de wijsheid van deze beslissing, voor iedere student die wil slagen.” Studie is niet in strijd met ervaring. Integendeel, studie is de poort naar ervaring en, op de juiste manier gedaan, is zelf ervaringsgericht.

Is Een Cursus in Wonderen een non-duale visie?

Bron: https://www.quora.com/Is-a-course-in-miracles-non-dualistic

Auteur: Don Giacobbe (Vertaald met DeepL door Simon)

Het korte antwoord is dat “Een Cursus in Wonderen” geen totaal nondualisme is. Het is echter ook geen totaal dualisme. In tegenstelling tot elke andere filosofie is de Cursus een unieke combinatie van enkele aspecten van non-dualisme en enkele aspecten van dualisme. De Cursus kan met recht “gekwalificeerd nondualisme” worden genoemd, wat als volgt nader wordt toegelicht;

De “Christus,” het “Zelf,” en het “Zoonschap” zijn drie termen die hetzelfde betekenen. Ze beschrijven elk de ene Zoon van God in Zijn Heelheid. Elke term beschrijft jou zoals je werkelijk bent, nu en voor altijd. Jouw Identiteit is in de Heelheid van de Vader en de Zoon, aangezien geen van beide afzonderlijk of volledig is zonder de ander. Als je alleen deze goddelijke Eenheid zou zijn, zou je geen goddelijke individualiteit hebben. Dit gebrek aan individualiteit is typisch het volledige “non-dualisme” van de Oosterse filosofie. De Cursus biedt “gekwalificeerd nondualisme” dat het nondualistische idee van volledige versmelting met God omvat, maar de kwalificatie is dat je individualiteit niet verloren gaat in deze volledige versmelting met God. Integendeel, in je vereniging met God wordt je op het ego gebaseerde individualiteit ongedaan gemaakt en vervangen door je ware individualiteit in God. Je Vader heeft je echter geschapen met een tweeledige natuur van zowel je individualiteit als je heelheid als deel van God Zelf.

Eén deel van je tweeledige natuur is dat je een individueel deel bent van de ene Christus. Het andere deel van je tweeledige natuur is dat je de hele Christus bent. Je tweeledige natuur lijkt een paradox te zijn vanuit jouw perceptie. Vanuit jouw beperkte perceptie geldt dat je niet tegelijkertijd een uniek deel van de Christus en de hele Christus kunt zijn. Maar perceptie in deze wereld brengt het gewaarzijn van afzonderlijke delen die kunnen samengaan om heelheid te maken in hun combinatie. Maar het totale bewustzijn van kennis in de Hemel weet dit:

” Hoewel ieder aspect het geheel is, kun je dit niet weten voordat jij ziet dat ieder aspect hetzelfde is, waargenomen in hetzelfde licht en daarom één.”
(T-13.VIII.5.:3)

Kennis in de Hemel aanvaardt volledig de heelheid in elk deel van de ene Christus, maar perceptie in deze wereld ziet elk deel als slechts een klein deel van een groter geheel.

Het geheel definieert wel het deel, maar het deel definieert niet het geheel. Toch is ten dele kennen volledig kennen vanwege het fundamentele verschil tussen kennis en waarneming. In waarneming is het geheel opgebouwd uit delen die zich kunnen scheiden en zich in verschillende constellaties opnieuw kunnen samenvoegen. Kennis verandert echter nooit, zodat haar constellatie permanent is. Het idee van deel-geheel-relaties heeft alleen op het niveau van de waarneming, waar verandering mogelijk is, enige betekenis. Voor het overige is er geen verschil tussen het deel en het geheel.” (T-8.VIII.1:10-15)

Ik schreef bovenstaand antwoord in 2017, maar nu in 2019 schrijf ik dit commentaar om relevante ondersteunende citaten toe te voegen om een dieper begrip te geven van waarom de Cursus het totale nondualisme niet ondersteunt, zoals dat wordt bepleit in het oosterse geloof in het volledige Advaita nondualisme. De inleiding tot de Cursus bevat deze uitspraak: “Niets werkelijks kan bedreigd worden. Niets onwerkelijks bestaat.” (T-in.2:2-3) Dit betekent dat alleen God en Zijn werkelijkheid werkelijk is, en dat niets buiten God bestaat, omdat het niet werkelijk is en geen deel uitmaakt van God. De Cursus stelt dat de wereld onwerkelijk is en uiteindelijk zullen we ontdekken dat de afscheiding nooit heeft plaatsgevonden. Op het eerste gezicht lijkt dit alles totaal nondualisme te zijn. De Cursus beweert echter dat er twee dingen zijn die werkelijk zijn binnen de verder illusoire wereld van tijd en ruimte.

Iedere liefdevolle gedachte die de Zoon van God ooit heeft gehad is eeuwig. De liefdevolle gedachten die zijn denkgeest in deze wereld waarneemt, vormen de enige werkelijkheid van de wereld. Het zijn nog steeds waarnemingen, omdat hij nog steeds gelooft dat hij afgescheiden is. Toch zijn ze eeuwig, omdat ze liefdevol zijn. En doordat ze liefdevol zijn, zijn ze als de Vader, en kunnen daarom niet sterven.” (T-11.VII.2:1-5)

Naast het feit dat de inhoud (niet de vorm) van elke liefdevolle gedachte echt en eeuwig is ben jij, samen met alle andere geestelijke wezens die door God zijn geschapen, het andere dat wel echt is in de wereld van de dromen. Je dromen van wereldse ruimte en tijd zijn niet echt en bestaan niet, maar jij als de dromer van de droom bent net zo echt als je Vader. Wanneer je ontwaakt in de Hemel zullen je dromen ongedaan gemaakt worden en je ego zal ongedaan gemaakt worden, maar je individuele Identiteit als een schepping van God zal vreugdevol gevierd worden omdat je je weer volledig bewust zult worden van je ware natuur binnen de werkelijkheid van God.

Het woord “non-duaal” betekent “niet-twee”. Totaal non-dualisme betekent dat er geen individualiteit is omdat God de ongedifferentieerde Grond van Zijn is. Totaal non-dualisme is vergelijkbaar met een regendruppel die in de oceaan valt en oplost en al zijn individualiteit verliest. Zeker, God is eenheid, maar Zijn eenheid omvat ook Zijn geschapen wezens die deel zijn van Zijn werkelijkheid en Zijn eenheid. Het enige onderscheid tussen God en Zijn geschapen wezens is dat Hij de Eerste Oorzaak is en dat Zijn Zoon Zijn Gevolg is.

” Hij is de eerste in die zin dat Hij de Eerste is in de Heilige Drie-eenheid Zelf. Hij is de Oerschepper, omdat Hij Zijn medescheppers schiep.” (T-7.I.7:5-6).

De Vader en de Zoon zijn verenigd in de werkelijkheid van Gods eenheid. Maar de Cursus beweert ook dat er vele Zonen zijn die de delen zijn van het hele Zoonschap dat de Christus is. Hoe is het mogelijk dat God één Zoon heeft en toch ook vele Zonen heeft die de delen zijn van de ene Zoon, de ene Christus?

Totale non-dualiteit beweert dat er één werkelijkheid is die binnen haar eenheid geen enkel verschil toestaat. Ik beweer dat de Cursus een gekwalificeerd nondualisme is waarin er harmonieuze verschillen zijn binnen de eenheid. Er is dus geen totaal verlies van individualiteit in de versmelting met de eenheid van God. In tegenstelling tot de regendruppel die terugkeert naar de oceaan en al zijn individualiteit verliest, ben jij als een regendruppel die terugkeert naar de oceaan en paradoxaal genoeg een regendruppel blijft. Je verliest je ego in de Hemel, maar je herwint het bewustzijn van je individualiteit als een van Gods geschapen wezens. Je bent een individueel deel van de ene Christus, en je bent tegelijkertijd de hele Christus.

“Het inzicht van het deel als geheel, en van het geheel in ieder deel is volmaakt natuurlijk, want dat is de manier waarop God denkt, en wat natuurlijk is voor Hem is natuurlijk voor jou.”
(T-16.II.3:3).

Toen je in de Hemel in slaap viel en een niet-bestaande wereld van afscheiding droomde, overdreef en vervormde je je deel-zijn (je goddelijke individualiteit) door je te identificeren met een ego en een lichaam. Ook vergat je volledig je heelheid in Christus. Het ego, als de overdrijving en vervorming van je deel-zijn, zal ongedaan worden gemaakt wanneer je ontwaakt. In je ontwaken zul je niet oplossen in de ongedifferentieerde Grond van Zijn van je Vader. Integendeel, je zult het bewustzijn van je onveranderlijke goddelijke individualiteit herstellen, dat in de Cursus vele malen op deze manier wordt uitgedrukt: “Ik ben zoals God mij geschapen heeft.” God schiep jou met individualiteit en met heelheid. Daarom moet je voor altijd je individualiteit en heelheid behouden binnen de werkelijkheid van Zijn eenheid. Let in het volgende citaat op de uitspraak dat toen God jou schiep, Hij je “alles als individu” gaf:

God, die alle zijn omvat, heeft wezens geschapen die elk voor zich alles hebben, maar die dat willen delen om hun vreugde te vergroten. Niets werkelijks kan vergroot worden, behalve door het te delen. Dat is de reden dat God jou geschapen heeft. De Goddelijke Abstractie schept vreugde in het delen. Dat is wat schepping betekent.” (T-4.VII.5:1-5).

In de Hemel zou er geen delen in de schepping zijn als er geen afzonderlijke delen van God waren om het delen met Hem te doen. Als de Cursus totaal nondualisme zou onderwijzen, zou er geen Zoon van God zijn en zeker geen delen die het Zoonschap vormen.

“Er moet vooral worden opgemerkt dat God slechts één Zoon heeft. Als al Zijn scheppingen Zijn Zonen zijn, moet elk een integraal deel van het gehele Zoonschap uitmaken. Het Zoonschap in zijn Eenheid overstijgt de som van zijn delen.” (T-2.VII.6:1-3).

Jezus is een van de delen van het Zoonschap, die zichzelf uw “oudere broer” noemt. Jullie lijken in alle opzichten op Jezus, behalve dat hij ontwaakt is tot zijn ware natuur en jullie niet. Daarom zegt Jezus:

Er is niets aan mij wat jij niet kunt bereiken.” (T-1.II.3:10).

Volgens het totale non-dualisme zou de ontwaakte Jezus volledig met God moeten zijn samengesmolten en zijn gehele individualiteit hebben verloren. Er zou dus geen individu zijn om Jezus te noemen omdat hij volledig met God zou zijn versmolten en God zou zijn geworden. Maar als die volledige non-dualistische versmelting had plaatsgevonden, zou er geen individu zijn dat “Jezus” wordt genoemd om Helen Schucman de Cursus te dicteren. De aanwezigheid van de Cursus zelf, gedicteerd door Jezus, is het bewijs dat Jezus zijn individualiteit heeft behouden als het ontwaakte deel van de ene Christus en als de hele Christus.

Als de Cursus volledig nondualisme zou onderwijzen, zou er ook geen goddelijk individueel deel van God zijn dat de “Heilige Geest” wordt genoemd, van wie de Cursus zegt dat hij “de Stem van God” is en die door God geschapen is. De Heilige Geest is het deel van de Heilige Drie-eenheid dat het gedeeltelijke bewustzijn van perceptie en het totale bewustzijn van kennis bezit. Het doel van de Heilige Geest is de slapende Zoon van God te helpen ontwaken uit zijn dromen van afscheiding en zijn ware goddelijke individualiteit te aanvaarden als deel van Christus en als de gehele Christus. Het volgende citaat zegt dat bij het ontwaken in de Hemel, het “gevoel van afgescheidenheid verdwijnt.”


Niets kan zegevieren over een Zoon van God die zijn geest in de Handen van zijn Vader beveelt. Door dit te doen ontwaakt de denkgeest uit zijn slaap en herinnert zich zijn Schepper. Alle gevoel van afgescheidenheid verdwijnt. De Zoon van God is een deel van de Heilige Drie-eenheid, maar de Drie-eenheid Zelf is één. Er is geen verwarring binnen de Niveaus hiervan, omdat Zij één van Denkgeest en Wil zijn.” (T-3.II.5:1-5).

Hoewel er geen gevoel van afscheiding is in de Hemel, lost de Heilige Drie-eenheid niet op in het ongedifferentieerde Wezen van God. In de eenheid van de Hemel blijven de delen van de Heilige Drie-eenheid duidelijk uniek, terwijl zij tegelijkertijd volledig verenigd zijn in één Geest en één Wil. Er zijn verschillende filosofieën van totaal non-dualisme, maar geen van hen spreekt over de versie van de Cursus van de Drie-eenheid van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, die een volledig harmonieuze verscheidenheid toestaat binnen de context van de eenheid van de Hemel.

Een op ego gebaseerde individualiteit gebaseerd op afscheiding is duidelijk zinloos. Maar het volledige verlies van alle individualiteit in het totale non-dualisme zou betekenen dat de wezens die God geschapen heeft geen inherente individuele betekenis in zichzelf zouden hebben als delen van God. Is God als een kind dat in de oceaan speelt terwijl hij toekijkt hoe zijn zandkastelen worden opgelost door de opkomende vloed van de oceaan? God heeft geen betekenisloze schepsels geschapen die weer oplossen in Zijn ongedifferentieerde Wezen. Hij schiep geen unieke schepsels die door hem individueel geliefd werden en toch verdwijnen zonder een spoor achter te laten. Wat God geschapen heeft blijft voor altijd onveranderlijk, net zoals Hij voor altijd onveranderlijk is. Het is Gods Wil dat je voor altijd bij Hem bent als een van Zijn geschapen wezens.

Maar Hij <De Heilige Geest> kan zich God niet voorstellen zonder jou, omdat het niet Gods Wil is zonder jou te zijn. Wanneer jij geleerd hebt dat jouw wil die van God is, kun jij evenmin willen dat je zonder Hem bent als Hij kan willen zonder jou te zijn. Dat is vrijheid en dat is vreugde. Ontzeg jezelf dit, en je ontzegt God Zijn Koninkrijk, want hiervoor heeft Hij jou geschapen.” (T-8.II.6:3-6).

God, inclusief Zijn schepping, neemt voortdurend toe omdat Hij nooit oplost wat Hij schept. Verandert God dan omdat Hij Zijn schepping vermeerdert? Nee, Hij verandert niet. Het is een deel van Gods onveranderlijkheid dat Hij onveranderlijk vermeerdert.

Wat tijdloos is bestaat altijd, omdat het wezen ervan eeuwig onveranderlijk is. Het verandert niet door te vermeerderen, omdat het voor eeuwig geschapen werd om te vermeerderen.” (T-7.I.7:9-10).

Natuurlijk zal Gods Wil de hele wereld van tijd en ruimte ongedaan maken, maar de God van Liefde zou niet overwegen ook maar één van Zijn geschapen wezens in de Hemel ongedaan te maken. Dus jouw individualiteit in Hem kan nooit ongedaan worden gemaakt. Jij bent een individuele Gedachte in de Denkgeest van God, en je zult dat voor altijd blijven, net zoals Jezus en elk ander deel van het Zoonschap een unieke Gedachte is in de Denkgeest van God.

In de volmaakte zekerheid van haar onveranderlijkheid en van haar rust in haar eeuwige thuis, heeft de Gedachte die God van jou bewaart nooit de Denkgeest verlaten van haar Schepper die zij kent, zoals haar Schepper weet van haar bestaan.” (T-30.III.10:5).

Je bent een Gedachte van God die wacht op jouw keuze om je ware aard terug te vinden.

De Gedachten van God zijn ver boven iedere verandering verheven, en ze stralen voor eeuwig. Ze wachten niet op geboorte. Ze wachten op een welkom en op herinnering. De Gedachte die God van jou bewaart is als een ster, onveranderlijk aan een eeuwig firmament” (T-30.III.8:1-4).

Wanneer je ontwaakt, zul je jezelf niet herinneren zoals de Gedachte die God over Jezus heeft, toen hij geschapen werd. In plaats daarvan zul je je de Gedachte herinneren die God over jou heeft toen Hij jou schiep als een individueel en eeuwig deel van Zichzelf. God heeft jou individueel lief en Hij zal Zijn individuele liefde voor jou niet in Hem laten oplossen en geen spoor achterlaten van jou als een unieke Gedachte in Zijn Denkgeest. De Gedachten van God veranderen nooit en zijn voor eeuwig geliefd, ondanks tijdelijke dromen van afscheiding.

De Gedachte die God van jou bewaart, blijft volmaakt onaangetast door jouw vergeten.

Ze zal altijd precies zo zijn als ze was vóór de tijd toen jij haar vergat, en zal precies dezelfde zijn wanneer jij je haar herinnert. En ze blijft dezelfde in het tijdsinterval waarin jij haar vergat.” (T-30.III.7:6-8).

Alle Gedachten van God zijn van gelijke waarde.

Er is geen rangorde naar moeilijkheid bij wonderen, omdat al Gods Zonen gelijkwaardig zijn, en hun gelijkheid is hun eenheid. De hele macht van God bevindt zich in ieder deel van Hem, en niets dat tegenstrijdig is aan Zijn Wil is groot of klein.” (T-11.VI .10:5-6).

Jij bent een Zoon van God die gelijk is aan alle andere Zonen van God, maar je behoudt toch je goddelijke individualiteit binnen de context van eenheid. Als een Gedachte van God ben je niet bijzonder op grond van het ego-idee van afgescheidenheid dat een illusie is. Als een individuele Gedachte die God van jou heeft, heb je een goddelijke speciaalheid die gebaseerd is op het feit dat God jou individueel liefheeft. Merk op dat Jezus in het volgende citaat zegt dat al zijn broeders individueel speciaal zijn in hun opname in de eenheid. Jezus verwijst echter niet naar speciaalheid gebaseerd op het ego-idee van afscheiding en uitsluiting.

” God bevoorrecht niet. Al Zijn kinderen hebben Zijn totale liefde en al Zijn gaven worden vrijelijk en gelijkelijk aan allen geschonken. ’Als gij niet wordt als kleine kinderen’ betekent: als je niet ten volle inziet dat je volkomen afhankelijk bent van God, kun je niet de werkelijke macht van de Zoon in zijn ware relatie tot de Vader kennen. De speciaalheid van Gods Zonen berust niet op uitsluiting maar op insluiting. Al mijn broeders zijn speciaal.” (T-1.V.3:2-6).

Als de Hemel volledig nondualistisch was, zou je zo volledig met God samensmelten dat je niet in staat zou zijn om te scheppen zoals God. Bovendien zou je niet in staat zijn je eigen creaties te hebben, zoals de Cursus beweert dat je in de Hemel bezit als een uitdrukking van Gods Liefde die zich door jou uitstrekt om te scheppen zoals Hij. Jezus zegt:

De hele macht van Gods Zoon ligt in ons allen, maar niet in een van ons alleen. God wil niet dat wij alleen zijn, omdat Hij niet alleen wil zijn. ”Daarom heeft Hij Zijn Zoon geschapen en hem de macht gegeven om met Hem te scheppen. Onze scheppingen zijn even heilig als wijzelf en wij, als de Zonen van God Zelf, zijn even heilig als Hij. Door middel van onze scheppingen breiden wij onze liefde uit, en vermeerderen zo de vreugde van de Heilige Drie-eenheid. Jij begrijpt dit niet, want jij die Gods eigen schat bent, beschouwt jezelf niet als waardevol. Uitgaande van die overtuiging kun jij helemaal niets begrijpen.” (T-8.VI.8:5-11).

In het vorige citaat zegt Jezus dat je “jezelf niet als waardevol beschouwt”. Realiseer je je hoe waardevol je individueel bent? Je bent niet waardevol om welke ego-gebaseerde wereldse reden dan ook. Toch heb je oneindige waarde omdat je een individueel deel van God bent en omdat God je individueel liefheeft met al Zijn Liefde. Hij schiep jou door jou al Zijn Liefde te geven. Gods liefde voor jou zou betekenisloos voor je zijn als er absoluut geen individuele jij was om bemind te worden, zoals zou gebeuren met volledig non-dualisme. Zeker, het zou egoïsme zijn om te geloven dat God meer van jou houdt dan van de andere delen van het Zoonschap. God houdt niet van het ego dat slechts een illusie van jou is. God houdt echter wel van je zoals Hij je geschapen heeft en zoals je voor altijd in de Hemel zult blijven.

Het inzicht dat God jou individueel liefheeft, is uiterst nuttig als motivatie voor geestelijke groei naar het ontwaken tot je ware natuur. Dit begrip zal leiden tot de directe ervaring van God die jou individueel liefheeft. Het zal je helpen om te ontwaken tot je ware goddelijke individualiteit als je elke dag een stille tijd hebt om Zijn Liefde te verwelkomen en te ervaren. Deze stille tijd kan gebruikt worden om jezelf eraan te herinneren dat God je nu liefheeft als een van Zijn goddelijke en individuele Zonen, net zoals Hij je liefgehad heeft sinds je individuele schepping en net zoals Hij je voor altijd zal blijven liefhebben.

Vader, ik werd geschapen in Uw Denkgeest, een heilige Gedachte die zijn thuis nooit verlaten heeft. Ik ben voor eeuwig Uw Gevolg en U bent voor eeuwig en altijd mijn Oorzaak.” (W-326.1:1-2).

Ben je bereid te aanvaarden dat jij en elke broeder die je ontmoet, de individuele geliefde Zoon van je Vader is? Het lijkt passend te besluiten met de versie van de Cursus van het verhaal van de verloren zoon, dat jouw verhaal is van jouw terugkeer naar het bewustzijn van je individuele spirituele identiteit:

Luister naar het verhaal van de verloren zoon en verneem wat Gods schat is en die van jou: deze zoon van een liefdevolle vader verliet zijn thuis en meende dat hij alles had verbrast aan niets van enige waarde, hoewel hij toentertijd de waardeloosheid ervan niet inzag. Hij schaamde zich ervoor naar zijn vader terug te keren, omdat hij dacht dat hij hem had gekwetst. Maar toen hij thuiskwam verwelkomde de vader hem vol vreugde, omdat de zoon zelf zijn vaders schat was. Hij wilde niets anders. God wil alleen Zijn Zoon omdat Zijn Zoon Zijn enige schat is.” (T-8. VI. 4:1-4, 5:1).

Van Schriftgeleerde naar mysticus

Wij houden van een helder en doortimmerd betoog waarin de spreker zichzelf niet tegenspreekt. Dit verlangen wij ook van Een Cursus in Wonderen (ECIW). Hoe zit het nu precies met God, de Heilige Geest, de Zoon en met de Schepping? Kan iemand ons dat nu eens een keer heel rustig en stap voor stap uitleggen want zoals het in de Cursus wordt geformuleerd begrijpen we het niet goed. Op zoek naar houvast wenden we ons tot ervaren leraren en schrijvers. We vinden het fijn als deze broeders en zusters bereid zijn om, liefst aan de hand van duidelijke schema’s, ons uit te legen hoe het nu zit met die non-dualiteit van ECIW. En gelukkig zijn er veel mooie en behulpzame boeken verschenen. Dus wat is nu mijn kwestie?

Ik wil wijzen op een valkuil. De valkuil is dat wij kunnen menen dat het begrijpen van ECIW erg belangrijk is. Zodra we dit vinden doen we echter, zonder dat we het in de gaten hebben, een geloofsuitspraak. Onbewust geloven we namelijk dat wij met ons verstand kunnen bepalen of iets klopt. Dat “bepalen of iets klopt” is echter een vorm van oordelen. We hechten dus onbewust doorslaggevende waarde aan het oordelend vermogen van ons vertrouwde instrument, ons verstand. Wat we niet beseffen is dat ons verstand een uitstekend instrument is binnen de wereld van tijd en ruimte maar ´geen verstand heeft van´ het mysterie dat de schepping nu eenmaal is. Ons verstand is onderdeel van de droom, van de illusie. Binnen deze droom plaatsen wij het op de troon en geven het alle macht. Dit instrument, ons verstand, is echter niet in staat om verlossing te realiseren. Ons verstand kan slechts één ding heel goed: verhaaltjes maken binnen de droom.

De droomleraar, en hieronder beschouw ik ook mezelf, kan niet anders doen dat dat: nieuwe verhaaltjes maken en hopen dat die verhaaltjes ons helpen om de beperktheid van ons alledaagse denken te doorzien opdat we ons mogen openen voor het mysterie van liefde. Maar helaas. Verhaaltjes gaan een eigen leven leiden en dat is niet zo gek als we beseffen dat wij, verstandelijke wezentjes, verslaafd zijn aan kloppende verhaaltjes. Als we niet oppassen worden we nieuwe Schriftgeleerden die zogenaamd precies kunnen uitleggen hoe ‘alles’ in elkaar steekt. Wij kunnen dan bijvoorbeeld menen dat de volgende woorden heel wijs zijn en de waarheid omschrijven:

“De waarheid is non-duaal en daarom is onderscheid in Gods schepping onmogelijk. Dat is toch logisch? Dat betekent dat er geen onderscheid tussen God, Heilige Geest en de Zoon kan bestaan. Hetzelfde geldt voor meervoudsvormen als “Zonen” en “Kinderen”. In eenheid bestaat geen meervoud. Schepping is goed beschouwd ook niet mogelijk in eenheid en schepping van een universum dus al helemaal niet. Het ultieme doel is dat dit universum verdwijnt en dat we doorzien dat zaken als de drie-eenheid en meervoudsvormen allemaal symbooltaal is die we zo snel mogelijk dienen te overstijgen. We moeten dus terug naar de eenheid”.

Logisch toch? Hier is toch geen speld tussen te krijgen? Klopt, ons verstand vindt dit heel logisch en knikt instemmend. Nu begrijpen we eindelijk die metafysica van de Cursus en kunnen we ook kritisch kijken naar duale uitingen door andere leraren en in andere boeken en dan roepen dat het niet klopt.

Maar helaas. Iets kan volgens de criteria van ons verstand helemaal kloppen en toch niet behulpzaam zijn. Dit wordt door sommige leraren vergeten en deze blijven maar kritiek leveren op zogenaamde non-duale dwalingen. Ze gaan zelfs zo ver dat ze menen uit te kunnen leggen wat Jezus in ECIW nu precies bedoelt. “Jezus spreekt wel van Zonen maar hij bedoelt natuurlijk die ene Zoon”. Jezus zou in ECIW zich tijdelijk verlagen tot een duaal niveau opdat wij hem zouden kunnen begrijpen. En dat is nu in mijn beleving een cruciale inschattingsfout die we maken…

Ja, Jezus gebruikt duale taal in ECIW om ons te kunnen bereiken. Maar nee, Jezus gebruikt geen duale taal opdat wij hem zouden begrijpen. Hij gebruikt duale taal om ons de hand te reiken. Om ons op weg te helpen om te beseffen dat er geen weg nodig is. Om ons te helpen beseffen dat we Kinderen van God zijn. Het is niet zijn doel om ons te helpen verstandelijke betwetertjes te worden. Hij daagt ons denken uit en stoot het van zijn troon. Dat doet hij in het Tekstboek door precies die woorden te kiezen die voor ons behulpzaam zijn. En dat doet hij ook in het Werkboek, van Les naar Les.

Lieve broeders en zusters. Lees gerust de “uitleg” van belangrijke leraren. Uitleg van de metafysica en van de werkboeklessen. Maar word geen nieuwe Schriftgeleerde. Woorden schieten tekort maar ik denk dat het beter is om, oog in ook met het mysterie van de schepping, eerst maar eens een verwonderde, dankbare mysticus te worden. Totdat ook dat etiketje wegwaait in de frisse wind van liefde.

The Great Reset

Ik kreeg een video onder ogen die momenteel veel gedeeld wordt op social media. Hierin spreekt dominee Visser over de Great Reset en hij linkt dit fenomeen aan teksten die hij vindt in Openbaringen. Het ‘gehoornde beest’ uit dit Bijbelboek begint volgens Visser steeds meer aan de macht te komen. Visser spreekt langzaam en gedragen en het zo opgebouwde charisma spreekt mensen aan. Het videootje wordt dan ook veel bekeken en gedeeld.

Zou het zo kunnen zijn dat hij gelijk heeft? Dat er een duivel is die via ‘de elite’ absolute macht probeert te krijgen en ons, onschuldige mensjes, probeert te binden en te overheersen? Ik probeer open te staan voor wat Visser zegt en onbevooroordeeld naar zijn woorden te luisteren. Hetzelfde probeer ik te doen als ik mensen, waaronder politici, hoor spreken over deze Great Reset en over de snode plannen van de elite. “Wat vind ik hier nu eigenlijk van?”, vraag ik mezelf af. Een discussie hierover ontaardt al snel in een bombardement van argumenten. Bevat Openbaringen dan niet treffende uitspraken over wat er nu aan de hand lijkt te zijn? Ja, ik onderken dat sommige teksten de huidige situatie redelijk goed beschrijven. Maar ik weet ook dat afgelopen tweeduizend jaar er heel wat mensen leefden die met Openbaringen in hun hand ook meenden dat de apocalyptische eindtijd was aangebroken. Of geloof ik dan niet dat er multinationals zijn, de elite, die uit zijn op macht en geld? Tja. Een bewust geplande globale samenzwering lijkt me persoonlijk niet zo waarschijnlijk maar dat we waakzaam moeten zijn en onze vrijheid en privacy moeten beschermen is zeker een actueel thema. Dat de macht en sleutelpositie van genoemde multinationals kritisch bekeken en gereguleerd moet worden lijkt me ook een duidelijke zaak.

Wat me echter vooral opvalt is de naar buiten gerichte blik gecombineerd met heel veel angst bij de discussie van deze kwesties. We smachten onbewust naar een scheiding tussen goed en kwaad. Hoe we de goede- en kwade macht aanduiden kan verschillen. Ds. Visser denkt in Bijbelse termen. Op zich is het wel weer grappig dat duizenden mensen die niks op hebben met het Christelijk geloof zich toch geraakt voelen door zijn orthodoxe godsbeeld. Zelf zou ik graag is met hem praten over zijn duale Godsbeeld waarbij er een God zou zijn die alle ellende toelaat om daarna die mensen te redden die geloven in het plaatsvervangend lijden van Jezus. Ik vrees dat veel van zijn huidige fans niet aan dit geloofscriterium voldoen en volgens de nare leer van Visser dus verdoemd zijn tot de hel. Maar ik dwaal af. In plaats van de duivel spreken de meeste boze landgenoten zoals gezegd liever over “de elite”. Die heeft het gedaan en wil ons erin luizen.

En, nogmaals, ook ik zie dat er machtsbeluste “entiteiten” zijn en het maakt me niet zoveel uit of we die willen duiden als duivel, elite, Facebook, big farma, Shell of whatever. Maar zien we niet dat het hele aardse toneel een weerspiegeling is van de krachten die zich binnen onszelf bevinden? Hebben we oog voor onze eigen haat-gebaseerde angstprojecties? Kunnen we onze eigen afscheidingsgerichte ego-krachten herkennen in de machtsdragers en politici die we op de buis zien? Zolang we met rode hoofden, briesend naar “de vijand” blijven wijzen bevestigen en bestendigen we ons eigen duale geloof waarbij we ons het slachtoffer wanen van de wereld die we zien.

Altijd volgt nu de vraag of we alles dan maar moeten laten gebeuren. Lezers die mijn blogs vaker lezen weten dat ik juist niet oproep om alles weg te lachen met als doel om af te komen van onze angst en terecht te komen in een ik-gerichte bliss-toestand. Maar er is meer dan de keuze tussen briesende boosheid óf lacherige, passieve dissociatie. Het is aan ons om oog te krijgen voor het krachtenspel dat zich in onze denkgeest bevindt. Aan de ene kant de afscheidings-neiging, de ego-kracht die als wrange vruchten angst en haat voortbrengt. Aan de andere kant de Stem van de Heilige Geest, van ons Zelf, van het gedeelde Christus-bewustzijn. De Stem die roept om ware vergeving, ware innerlijke vrede. Onze eerste opdracht is om angst en boosheid naar de Liefde te brengen en de verzoening te aanvaarden voor onszelf. Dat is waar. Maar dat houdt ook in dat we onze haatprojecties op duivel en elite dienen te vergeven. Innerlijke vrede is niet mogelijk als we angst voor de duivel of haat richting de elite koesteren. Zo simpel is het. Maar dat neemt niet weg dat liefde meer is dan privé geluk ofwel een opgepot gevoel van innerlijke vrede. Het is de natuur van liefde om uit te reiken, om te stromen. Sterker nog, je herkent slechts je eigen identiteit als kind van liefde wanneer je stopt met haten en de liefde uitbreidt naar al je naasten. Naar AL je naasten. En dan zal er ook actie plaats kunnen vinden. En die actie kan betekenen dat er grenzen gesteld dienen te worden. Het beteugelen van een machtsbeluste “entiteit” kan heel liefdevol zijn, zowel voor haar als voor ons ons. Er zijn dan ook geen voorschriften te geven voor hoe we vanuit liefde dienen te handelen. Het is aan ons om te onderzoeken wat de bron is van onze respons: reageren we vanuit   angst en haat of vanuit liefde?

Advaita versus ECIW

Iemand stelde me de volgende vraag waar ik graag op reageer:

“Wat is voor jou het verschil, of welke zijn de verschilpunten, tussen Advaita en ECIW ? Of om de vraag anders te stellen: wat heeft jou nu exact bewogen om Advaita dan misschien niet volledig los te laten, maar dan toch resoluut te kiezen voor ECIW?”

Steeds meer besef ik dat alle spirituele zoekers, en ik dus ook, hun eigen, unieke weg gaan. Ons verstand stelt daarbij de vraag: “Wat is de beste weg?”. In mijn ervaring leidt de vraag wat de beste spirituele weg is tot een zinloze discussie. Dat maakt verder niet uit, maar het schiet ook niet op. Een veel betere vraag is, dunkt me: “Wat is de beste weg voor mij”.  Echte Advaita-adepten veren nu al overeind en zullen me wijzen op de impliciete aannames die er al in deze vraag verscholen zitten:

  • Er zou een ik zijn
  • Die een doel zou kunnen bereiken
  • Door iets te doen

Maar wees eens eerlijk.  Onderzoek waarom je deze uitspraken gelooft. Is het niet omdat je toch ook ten diepste gelooft dat jij (!) daarmee de felbegeerde ego-loze toestand van verlichting kan bereiken? Zo wordt het eindeloos bijwonen van Advaita-meetings een komisch paradoxaal pad, waarbij vrijwel alle zoekers klaarblijkelijk toch tijd nodig hebben om ooit het moment te bereiken waarop het kwartje valt en duidelijk wordt dat er geen zoektijd nodig is. Maar terug naar de vraag waarbij ik dus niet schroom om aan te geven wat mij aanspreekt omdat ik weet dat zoekers niet anders kunnen doen dan dat.

Ik merkte dat (voor mij) het klassiek Christelijk geloof goed voelde, maar niet klopte. Het zit vol tegenstrijdigheden zoals het concept van een God die liefde is maar toch zonde ziet in ons en ons daarom wil straffen. Ik merkte vervolgens dat (voor mij) Advaita wel helemaal klopt, maar niet goed voelt. Dat “niet goed voelen” bestaat (voor mij) uit een bovenmatige focus op eigen innerlijk geluk, een ik-gericht navelstaren om de felbegeerde ego-loze toestand te bereiken. Het Christelijk geloof kan dus ontsporen tot een verlangen zelf gelukkig te worden door vreemde dogma’s te geloven of door je best te doen om liefdevol gedrag te vertonen. En Advaita kan ontsporen door zo je best te doen om ego-loos te worden dat je terecht komt in een uitzichtloze kramptoestand. Reminder: deze uitspraken zeggen dus niet zozeer iets over Christelijk geloof en Advaita an sich, maar over het effect dat ze op mij hadden. Want zowel binnen de klassiek Christelijke kerk als in Advaita-kringen heb ik broeders en zuster ontmoet die, in mijn beleving, prachtig, milde, wijze en liefdevolle mensen zijn.

ECIW kwam als een heerlijke verrassing. De mij vertrouwde Bijbelteksten vielen op hun plaats en wonnen aan glans door het Tekstboek. Eindelijk een Christelijke visie die klopte! En ECIW is, ondanks de 365 werkboeklessen, wel degelijk een non-duale visie. Ten diepste heeft het doen van de werkboeklessen hetzelfde paradoxale effect als het jarenlang bijwonen van Satsangs: met moeite leer je uiteindelijk dat je niks hoeft te doen, dat er geen doener is en dat jij jezelf mag ontslaan als eigen leraar. Ik merkte ook een fijne kruisbestuiving: door het doen van de Cursus kwamen de boeken en video’s van Satsang-leraren veel dieper en directer naar binnen.

Toch begon er iets te wringen na enkele jaren met ECIW bezig te zijn geweest. Het duurde even voor ik er de vinger op kon leggen en ik wil er hier niet te veel over uitweiden. Samengevat en erg vrij gesteld komt het erop neer dat dat ik de mooie 50%-50% liefde balans voor jezelf en anderen van de oorspronkelijke tekst van de complete editie van ECIW, te weinig terugzag in boeken óver ECIW en in hoe er in (sommige) Nederlandse groepen over de Cursus werd gesproken. Op basis van een (te) verstandelijke interpretatie van de metafysica was de focus verschoven naar eigen “innerlijke vrede”. De wereld was een droom die je maar het best kon negeren en als je broeders of zusters in nood zag was er iets mis met jouw perceptie. Het wonder van ECIW werd gereduceerd tot correctie van deze eigen perceptie. Tenenkrommend dieptepunt vormde voor mij onlangs het bericht dat in een Nederlandse ECIW-groep verkondigd was dat het prima was om een drenkeling te laten te verdrinken omdat je met een reddingspoging “de illusie echt zou maken”. Ik kan me levendig voorstellen dat Christenen op basis van dit soort berichten hun vrees uitspreken dat ECIW uit de koker van satan komt. Het ego zit op de troon, wenst ultieme innerlijke vrede voor zichzelf en ontkent het bestaan van anderen.

Ik herkende hierin noch de boodschap van Jezus uit de Bijbel, noch de boodschap van Jezus uit ECIW. Het zal niet toevallig zijn geweest dat ik in aanraking kwam met een meer getrouwe visie op ECIW; die van The Circle of Atonement. Later kwamen daar ook nog de boeken A Course of Love en The Way of Mastery bij. Ik zie een gouden lijn lopen van Bijbel naar ECIW naar ACOL naar WOM (waarmee ik andere geïnspireerde boeken niet wil uitsluiten).

De laatste jaren besteed ik vooral tijd aan deze boeken maar kan ik ook nog erg genieten van lezingen en boeken van Advaita-leraren. Het gaat over hetzelfde. Voor mij is Jezus als leraar (in deze fase) het meest geschikt, juist omdat hij me laat zien dat ik niet alleen op eigen verstand-kracht kan groeien in liefde. Jezus steekt zijn liefdevolle hand naar mij uit en ik weet, voel en ervaar in mijn hele wezen dat deze liefde alles is. Ze is middel en doel. En daarmee weet ik dat er een diepe transformatie plaatsvindt als ik bereid ben als doorgeefluik voor deze liefde te fungeren naar mijn broeders en zuster, ook in de wereld. Het is zo mysterieus gaaf. Ik merk dat Liefde niet een sleets woord is maar een levende, transformerende kracht vormt. Zowel in Advaita als in de verstandelijke versie van ECIW wordt er ook wel gesproken over liefde. Die zou als een soort restproduct optreden als we de klus met- en aan onszelf geklaard hebben. Het is de “niet-dit-niet-dat” route. Voor mij werkt deze weg niet of hoogstens tergend traag. In het openen van mijn hart voor de Vader en voor mijn broeders en zusters voel ik de kracht van liefde gaan werken. Het is een mysterie dat me vervult met grote dankbaarheid.

Van kloppende theorie naar doorleefde waarheid

Van kloppende theorie naar doorleefde waarheid

Als ik blogs plaats waarin ik oproep om niet negatief te staan ten opzichte van lichaam, wereld en universum, dan krijg ik steevast de vriendelijke doch besliste reactie die erop neer komt dat men bang is dat ik de illusie toch weer echt dreig te maken. Er bestaat kennelijk de vrees dat ik water bij de wijn wil doen en de radicale boodschap van ECIW wil afzwakken. Dezelfde waarschuwing klinkt over Een Cursus van Liefde. Hoofdthema hierin is hoe we vanuit ons Christus-bewustzijn kunnen leven in de wereld van vorm, tijd en ruimte. Dit wordt soms gezien als knieval voor een duale afzwakking van de waarheid. Mogelijk ben ik dan niet duidelijk genoeg geweest. Dus voor de duidelijkheid: zowel ECIW als ECvL noemen de wereld van vorm, tijd en ruimte illusoir en daar wil ik niks aan af doen.

Waar ik me wel “druk” over maak is hoe wij reageren op de mededeling dat de wereld illusoir is. Mijn zorg hierbij is dat zo’n uitspraak bij velen van ons binnenkomt in ons verstand, in ons hoofd. Dat gaat vanzelf, vanuit ons kleine zelf, en onbewust. Dit kleine zelf is niet anders gewend dan ergens de waarde van te willen bepalen. Als het oordeel positief uitpakt, dan durft het zelf dichterbij te komen, te omarmen, te aanvaarden enzovoorts. Als het oordeel negatief uitpakt dan wil het zelf afstand nemen, verwerpen, dissociëren enzovoorts. Mijn “zorg” betreft deze automatische en onbewuste reactie van dit kleine zelf op de uitspraak “de wereld is een illusie”. Want zoals gezegd kan het kleine zelfje dan besluiten om er afstand van te willen nemen. Lees dit goed: “afstand nemen”. Waar doet je dit aan denken? Juist; aan de afscheiding, het ultieme afstand nemen door een denkbeeldig zelfje van de mysterieuze eenheid.

De valkuil van geloof in de onechtheid en verwerpelijkheid van de wereld is dus de kans dat je onbewust als klein zelfje verder verhardt in plaats van verzacht en verbindt. De uitnodiging is om heel goed bij jezelf te onderzoeken wat uitspraken als “de wereld is een illusie” of “er zijn geen anderen” met je doen. Dit zelfonderzoek vergt grote zorgvuldigheid. Je dient er gevoel voor te krijgen of je meer schijnvrede ervaart door een soort ultieme dissociatie of echte vrede door ultieme verbondenheid. Bij ultieme dissociatie, dus steeds meer afstand nemen van anderen en van de wereld, kun je een schijnvrede ervaren waarbij jij je als (onbewust) klein zelfje onkwetsbaar waant. Kenmerk is een uiterst geringe betrokkenheid op je medemens. Houd deze houding eens naast het beeld van Jezus dat oprijst uit de Bijbel. Is hij de koele, afstandelijke kikker die zich niet laat foppen door de schijnwereld?

Dus inderdaad; de stoffelijke wereld heeft geen eeuwigheidswaarde. En ja; we mogen dat rustig “illusoir” noemen. Maar het herstel van ons diepe besef van eenheid en mysterieuze verbondenheid vindt niet plaats door een oordeel vanuit ons kleine zelf over deze wereld. De weg die Jezus ons toont in al de door hem geïnspireerde boeken is de weg van liefde. Ook hier loert een nieuwe valkuil dat we “de weg van liefde” ook oppakken vanuit ons kleine zelf en dan “lief gaan doen”! Het is balanceren tussen afwijzen en doodknuffelen. Hoe dan?

Op de “hoe-vraag” rust in non-duale kringen een taboe. Dat is begrijpelijk, omdat het vooral ons kleine zelf, het doenertje, is dat houdt van een duidelijke aanpak. Wellicht dat we die “eigen inspanning” wat kunnen voorkomen door slechts een paar bescheiden tips te geven waarbij ik mezelf toesta vaag taalgebruik te hanteren.

  • Voel wat een uitspraak als “de wereld is een illusie” met je doet. Wellicht voel je opluchting. Prima. Maar pas op wanneer je merkt dat onverschilligheid, vervreemding en een gevoel van zinloosheid binnensluipen. Dat zijn tekenen dat je geloof in afscheiding eerder toe- dan afneemt.
  • Besef dat jij niets hoeft te doen. De liefde is een kracht die altijd bereid is door jou heen te werken. Daarvoor hoef je alleen maar jouw bereidheid te tonen door (de wereld / anderen) niet te veroordelen en af te wijzen.
  • Herinner je dat Jezus ons de weg van liefde aanraadt en dat sleutelwoorden hierbij zijn: omarmen, compassie, relatie, verbinding, stromende liefde.
  • Uitspraken als “er zijn geen anderen” kunnen averechts werken als je ze, onbewust vanuit je kleine zelf, als slogans gaat hanteren. Het “er zijn geen anderen” is een diep en vreugdevol inzicht dat kan opborrelen in jouw diepste wezen als je de liefde door je heen hebt laten stromen, precies waar jij je op dit moment op deze plaats denkt te bevinden.
  • Verlossing is geen ultieme conclusie, geen logisch en theologisch bouwwerk, maar het gevolg van de bereidheid om je door liefde te laten omarmen en deze te delen.

Hartegroet,

Simon

Mijn Zelf is heer en meester van het universum (WB253)

Dit is de radicale kernboodschap van ECIW. De Zoon van God projecteert het ons bekende universum van vorm, tijd en ruimte. Op zich zou dit geen probleem hoeven te zijn. De Zoon kan in de denkgeest allerlei gedachten denken en een “materiële gedachte” in de vorm van een universum behoort gewoon tot de mogelijkheden. Dit universum, inclusief ons eigen lichaam, is en blijft echter ten diepste niet meer dan dat: een materieel gedachte-experiment van de Zoon van God. Lichamelijkheid is niet per se een negatief fenomeen. Lees bijvoorbeeld maar eens (T2:IV: 3,8-13):

“Het lichaam maakt eenvoudig deel uit van jouw ervaring in de fysieke wereld. Zijn vermogens kunnen worden overschat en dat gebeurt ook vaak. Toch is het haast onmogelijk zijn bestaan in deze wereld te ontkennen. Wie dit doet, begaat een bijzonder onwaardige vorm van ontkenning. De term ‘onwaardig’ betekent hier alleen dat de denkgeest niet hoeft te worden beschermd door de ontkenning van wat onnadenkend is. Als iemand dit ongelukkige aspect van de macht van de denkgeest ontkent, ontkent hij ook die macht zelf.”


Hierin kun je zien dat het scheppen van een universum en een lichaam niet meer en niet minder is dan een aspect van de macht van de denkgeest van de Zoon van God. ECIW is niet uniek in de uitspraak dat het universum slechts een soort materiële gedachte is. In Advaita-kringen zou men zoiets zeggen als: “bewustzijn kijkt daarbij naar zichzelf”.

Het materiële gedachte-experiment verandert pas in een nachtmerrie als we het universum en ons lichaam gaan misbruiken om te gaan geloven in dualiteit. We kiezen er dan voor om te geloven dat wij een lichaam zijn en dat we ons bevinden in een universum waar we toevallig in terecht zijn gekomen. Vanaf het moment dat we deze vergissing begaan zijn de rapen gaar en wanen we ons in een nachtmerrie. We zijn dan onze ware identiteit vergeten (ECIW spreekt van een versluiering van de waarheid), beseffen niet dat wij de schepper zijn van de wereld die we nu buiten onszelf menen te zien. We voelen ons nu slachtoffer van de wereld die we zien.

In ECIW-kringen worden soms de intentie om ons afgescheiden te willen wanen en het verschijnen van het universum over één en dezelfde negatieve kam geschoren. Het klopt ook dat de wereld zoals wij die percipiëren symbool staat voor onze rare wens om ons afgescheiden te willen voelen. Het universum is echter een neutrale speelplaats voor de Zoon van God zolang deze Zijn ware identiteit niet uit het oog verliest. In ECIW staat dan ook dat we te maken krijgen met een heel andere wereld als we onze neiging tot afscheiding laten genezen. Vergeven is niet meer dan het laten varen van ons geloof in afgescheidenheid, het geloof een zielig zelfje te zijn in een grote boze wereld. De ‘werkwijze’ hiertoe is verbluffend simpel: stop met veroordelen en begin met het laten stromen van liefde door jouw handen naar jezelf en naar je broeders en zusters. We zijn liefde maar kunnen ons dit slechts herinneren als we deze liefde laten stromen.

Het lastige voor ons met de werkboekles van vandaag is dat we deze ontvangen terwijl we ons nog midden in de identificatie bevinden met ons kleine zelf. Dan komt namelijk de volgende tekst op een vervelende manier binnen:

Het is onmogelijk dat iets, wat ook, tot mij zou kunnen komen waar ik niet zelf om heb gevraagd. Zelfs in deze wereld ben ik het die mijn lot beheerst. Wat gebeurt, is wat ik verlang. Wat niet plaatsvindt, is wat ik niet wil dat gebeurt. Dit moet ik aanvaarden.

Ons kleine zelf vat dit kernachtig samen: “Eigen schuld, dikke bult”. Het gevolg hiervan kan bestaan uit venijnige zelfbeschuldiging en een harteloze houding naar de andere sukkels die worstelen met tegenslagen in de wereld. Vervolgens willen we ons niet laten foppen door wat we zien en kunnen we ervoor kiezen ons te dissociëren van ons pijnlijke lichaam en van worstelende broeders en zusters.

“Want zo word ik voorbij deze wereld geleid naar mijn scheppingen, kinderen van mijn wil, in de Hemel waar mijn heilige Zelf vertoeft met hen en Hem die mij geschapen heeft.”

Dat denken we althans.

We vergeten dat dissociatie nu typisch de wens en de taal is van het afgescheiden zelf, van het ego, dat dolblij is met deze verharding van zijn denkbeeldige grenzen. De werkboekles eindigt met dit gebed:

“U bent het Zelf dat U als Zoon geschapen hebt, die schept zoals U, Één met U. Mijn Zelf, dat het universum regeert, is slechts Uw Wil in volmaakte eenheid met de mijne, die niets dan blije instemming kan bieden aan de Uwe, opdat het tot Zichzelf mag worden uitgebreid.”

Hierin staat de werkelijke sleutel die een einde kan maken aan ons geheugenverlies: “onze kleine wil dient in te stemmen aan de Wil van God”, en deze Goddelijke Wil is onze eigenlijke Wil. En we weten wat God Wil en wat wij dus zouden moeten willen: liefde uitbreiden naar alles wat we zien, zelfs naar ons eigen maaksel, het universum. Ontkenning, verwerping, afscheiding, oordeel en dissociatie werken averechts als we hiermee vanuit ons kleine zelf aan de slag gaan. Kernwoorden voor onze genezing zijn overgave, omarming, compassie, vriendelijkheid en liefde.  ECIW geeft ons ten diepste een hartelijke boodschap. Goddank.

Mijn enige weg is die samen met jou

Toen ik een jaar of 16 was raakte ik al besmet door het verlichtings-virus. Hoe heerlijk zou het zijn om met een vredige, kalme geest door de hectiek van deze wereld te wandelen? Helaas ontdekte ik vrij snel dat die felbegeerde verlichting niet zo makkelijk te bereiken was als een goed cijfer voor een tentamen. Het tegenovergestelde bleek eerder waar: hoe harder ik probeerde verlicht te raken hoe meer spanning ik ervoer. De theorie hierachter was niet erg ingewikkeld. Door hard te proberen maakte ik de illusie van een afgescheiden doenertje alleen maar hardnekkiger. Vervolgens ging ik mijn best doen om niet langer mijn best te doen maar dat is, nogal logisch, al helemaal tot mislukken gedoemd. Ik voelde me als een hond die zijn eigen staart achterna zat.

Ergens begreep ik wel dat die zelfgerichtheid niet echt behulpzaam was en wendde ik me tot het Christelijke geloof.  Het voordeel van je aansluiten bij een Christelijke gemeente is dat, als je het treft, je te maken krijgt met broeders en zusters die tenminste proberen om aardig en lief tegen je te doen. Dat klinkt negatiever dan ik het bedoel, want ik heb ook door en door lieve broeders en zusters ontmoet. Maar toch kan het leven van een Christen blijven hangen op het nadoen van Jezus. De voorganger spoorde ons aan om na te denken over de afkorting “WWJD”, what would Jesus do? Toch weer die focus op “doen”. Het “doel” van het geloof was misschien niet zo gericht op de korte termijn als in mijn verlichtingsperiode, maar ik hoopte toch wel op verhoorde gebeden en op een mooi plekje in de hemel aan het einde van mijn aardse rit.

Een aantal jaren werd ik heen en weer geslingerd tussen het non-duale verlichtingsdenken (Advaita, Satsangs enz) en het duale verlossingsdenken (Baptisten gemeente). Totdat plotseling het kwartje viel en ik zag dat “xxx-denken” me nooit zou bieden wat ik zocht. De relativiteit en de beperkte houdbaarheid van verstandelijke concepten werd in zeer korte tijd heel helder. In feite was dit de verlichting die ik had gezocht en het resulteerde in mijn boekje “Een Christen op Satsang” dat ik in enkele weken schreef. Dit was het dan, meende ik. Het einde van de zoektocht. Het is een inzicht dat ik herken als anderen erover schrijven en ik deel hun blijdschap en opluchting.

Maar toch. Toch merkte ik dat de zoektocht weliswaar ten einde was gekomen, maar dat ‘de vrede die alle verstand te boven gaat’ op zich liet wachten. Ik ervoer het inzicht toch vooral als verstandelijk. Ook in contact met andere mentaal-verlichten merkte ik dat ze het allemaal, net als ik, heel goed konden uitleggen en dat ze niet meer hun heil zochten in allerlei vormen van geloof maar dat ook hun levens niet echt getransformeerd leken. Het Bijbelse: ‘aan de vruchten herkent men de boom’, was van toepassing. De wortel van de ego-boom zat nog diep in de grond en de vruchten van deze boom zijn niet zoet; noch voor de verlichte persoon zelf, noch voor zijn of haar naasten.

De laatste jaren krijg ik dankzij Een Cursus van Liefde(ECvL)  een beter besef wat er aan de hand is. In dit boek wordt veel aandacht besteed aan de noodzaak voor een balans tussen ‘mind and heart’. De gezonde balans wordt aangeduid als ‘wholeheartedness’, heelheid-van-hart. De visies van Bijbel, ECIW en ECvL komen bij elkaar. Ik zie hoe Jezus in de Bijbel de liefde letterlijk handen en voeten geeft. Ik zie dat we de neiging hebben om ECIW te mentaal en zelfgericht te gebruiken. Zo is er vooral aandacht voor eigen innerlijke vrede en te weinig voor het aspect van een wonderbereidheid die is gericht op onze broeders en zusters. En verlossing blijkt toch wat anders dan verlichting. Die mentale verlichting kan vrij plotseling optreden. Maar verlossing is een fenomeen dat ons samen betreft, waarin de (heilige)relatie centraal staat.

We lopen eerder warm voor onze eigen innerlijke vrede dan voor gerichtheid op relatie, verbinding, en vereniging. Tijdens het lezen van genoemde boeken wordt het mij duidelijk hoe zelfgericht ik ben en hoe er slechts langzaam iets van mildheid groeit in mijn hart. Ook in ECIW staat ergens dat het uitzicht op ons ego niet bepaald fraai is. Toch groeit ook, wederom langzaam, de zekerheid dat het deze simpele vriendelijkheid is, deze gerichtheid op mijn broeders en zusters, waar het ten diepste om draait. In ECvL zegt Jezus het zo treffend. Wij zijn lichtelijk teleurgesteld als we erachter komen dat het toch echt neerkomt op liefde. Het woord ‘liefde’ is helaas sleets geworden en absoluut niet mindblowing of sexy. Ik heb geduld te leren. Het geduld om oude karakterpatronen te laten genezen door deze liefde. Totdat ik ten diepste zal beseffen: mijn enige weg is die samen met jou.

Stromende liefde

De weg van Jezus is een weg van Liefde. In ECIW staat dat Liefde niet onderwezen kan worden maar dat we wel aan de slag kunnen om de barrières die ons zicht op Liefde blokkeren op te ruimen. Helaas leidt dit bij sommige studenten vooral tot een boel geploeter en gezwoeg om de metafysica van de Cursus te kunnen doorgronden. Men denkt dan dat een juist begrip hiervan de felbegeerde verlichting zal opleveren. Dat het kwartje dan plotseling zal vallen. Zo wordt de Cursus een nogal verstandelijk pad, waarbij de student zo hard mogelijk studeert om het “diploma” van verlossing te behalen.

Ik ben zelf jarenlang lid geweest van een Baptisten-gemeente en ben ook wel naar diensten geweest van evangelische gemeenten. De “lesstof” die hier wordt onderwezen (de theologie of christologie) rammelt volgens mij aan alle kanten. De kern hiervan is namelijk dat wij zondig zijn, gestraft zouden moeten worden door God, maar dat Jezus deze straf voor ons gedragen heeft. Zelfs in die periode vond ik dat weliswaar heel lief van Jezus, maar niet zo vriendelijk van God. Deze leer van plaatsvervangend lijden was een belangrijke reden voor mij om uit te wijken naar ECIW. De metafysica van ECIW klopt gewoonweg veel beter.

Maar hoe zit het met de weg van de klassiek gelovige christen? Veel christelijke broeders en zusters zijn helemaal niet zo bezig met die nare, dogmatische christologie. Men is veel meer gericht op overgave aan de Heilige Geest, gerichtheid op de naaste, loven en danken, en het geven van handen en voeten aan liefde. De ECIW-student vindt dit al snel onzinnig. Deze klassiek christelijke weg past namelijk niet goed in de non-duale visie van de Cursus. De ECIW-student probeert juist de onjuiste perceptie te corrigeren. Die onjuiste perceptie bestaat uit het idee dat er een God los van je bestaat die geëerd of bedankt moet worden en, volgens sommigen, ook uit het idee dat er anderen bestaan die hulp nodig zouden hebben in deze “illusoire droomwereld”.

Natuurlijk is iedere ECIW-student weer anders, maar toch zie ik te vaak gebeuren dat men op basis van de metafysica wel heel erg naar binnen keert en gefocust raakt op eigen innerlijke vrede. Liefde wordt dan synoniem aan “jezelf lekker vreedzaam en ontspannen voelen”. Er kan daarbij een uiterst duale vervreemding optreden tussen een onbewogen zelfje en de nare buitenwereld. Of zelfs tussen een onbewogen zelfje en een ziek en pijnlijk lichaam. Ik heb meegemaakt dat een ECIW-“leraar” uitlegde dat er geen God, HG of Jezus is om je tot te wenden en dat er ook geen wereld, anderen of lichaam bestaat om voor te zorgen.

Als ik probeer de leer en de weg van Jezus samen te vatten in mijn eigen woorden dan kom ik tot het volgende. Onze Vader is Liefde. Liefde kent Zichzelf door uit te breiden en te geven. Geven en ontvangen zijn in waarheid één, dus in het laten stromen van liefde kent de Liefde Zichzelf. Jezus’ weg is de weg van stromende liefde. Als we menen dat we het bestaan, en dus ook het leed, van anderen moeten ontkennen, dan vergissen we ons en kan de liefde niet stromen. Ook als we denken dat we het allemaal zelf moeten doen, stellen we ons niet open en kan de liefde niet stromen. Pas als we ons in de armen van de liefde storten en roepen “Liefde; vul me, gebruik me, stroom door mij heen, hier ben ik!” vinden we onze ware bestemming en raken we vervuld van echte vrede en dankbaarheid.

Ik meen dat het ons als ECIW-studenten goed zou doen als we ons, desnoods met duale denkbeelden, in de armen van de Vader, Heilige Geest of Jezus zouden werpen en ons beschikbaar zouden stellen als instrumenten van  Liefde. Daarbij mogen we al die metafysisch juiste denkbeeldjes gewoon even parkeren, zodat deze niet juist de blokkades worden die het stromen van liefde verhinderen. De mysterieuze eenheid van de schepping is niet hetzelfde als een kloppende metafysica, maar een “ervaring” die we deelachtig worden als de liefde die we zijn werkelijk mag gaan stromen. Het is lastig om liefde te laten stromen als je geblokkeerd wordt door het denkbeeld dat wereld, anderen en lichaam nep zijn. Overgave aan Liefde is lastig als je denkt dat God samenvalt met je zelf. Het gaat niet om een kloppende eenheidstheorie, maar om de universele ervaring van ultieme en mysterieuze verbondenheid met alles en iedereen die optreedt als we bereidwillig ons oordeel laten vallen zodat de liefde kan stromen.

Gebed om dienstbaarheid

God, maak mij tot een werktuig van Uw vrede.
Leer mij omwille van uw vrede,
om te geloven in uw liefde voor mij.
Help mij om uw liefde te ontvangen
Opdat ik vanuit dankbaarheid kan delen,
in daden van dienstbaarheid
aan wat ik heb mogen ontvangen

ECIW als geloof?

Als jonge spirituele zoeker sprak ik met een lieve Christelijke voorganger van een evangelische gemeente. Hij vertelde me vol vuur dat Jezus gestorven was voor mijn zonden en dat ik het eeuwige leven zou krijgen als ik Jezus aan zou nemen als verlosser. Ik herinner me nog mijn antwoord: “Dat wil ik wel heel graag, maar hoe kan ik nu weten of het wáár is?” “Het is waar, vriend” antwoordde de man. Jaren later heb ik me aangesloten bij een Baptisten-gemeente maar die vraag bleef altijd op de achtergrond aanwezig: hoe kan ik nu weten of het echt waar is?

Samen met de meeste ECIW-studenten beschouw ik mezelf als niet-dogmatisch, juist omdat ik de klassieke dogma’s van een wraaklustige God niet aanvaard. Het omgekeerde geldt natuurlijk ook: ik kan niet met zekerheid stellen dat er geen mensachtige God boos op me is vanwege mijn moreel zondige levenswandel noch dat deze entiteit inderdaad bloed zou willen zien. Ik kan alleen zeggen dat het me zeer onwaarschijnlijk lijkt.

De metafysica van ECIW klinkt me veel waarschijnlijker in de oren. Toch meen ik dat we er als ECIW studenten goed aan doen om twee zaken te beseffen als we met de Cursus bezig zijn.

  1. De geloofwaardigheid van Helen Schucman: Zij geeft aan dat het Jezus is die de hele Cursus aan haar heeft doorgegeven. Dat wil ik wel graag van haar aannemen, maar ook hier geldt dat ik niet zeker kan weten of dit echt waar is. Misschien merk je als je dit leest nu enige wrevel bij jezelf. Wellicht zit je er niet op te wachten dat iemand de bron van ECIW in twijfel trekt. Bedenk dan dat deze wrevel niet verschilt van die van strenggelovige Moslim als wij onze twijfel uitspreken over Mohammed of over de Koran. Tornen aan iemands geloof is voor die persoon niet plezierig en hetzelfde kan voor ons gelden als iemand twijfelt aan- of negatieve dingen zegt over Helen Schucman of over ECIW.
  2. De uniekheid van ECIW-zelf: Bij het lezen van ECIW kreeg en krijg ik heel sterk het gevoel van “ja, zo zit het; het klopt gewoon”. Ik vond en vind ECIW enorm uniek en dat versterkte me in het idee dat de bron wel van buitenaardse afkomst moest zijn waarbij Jezus de meest waarschijnlijke kandidaat is. Pas de laatste maanden, nu ik me meer aan het verdiepen ben in filosofie, merk ik dat de metafysica die gepresenteerd wordt in ECIW weliswaar uniek is qua vorm maar niet qua inhoud. Al millennia wordt er gefilosofeerd over de relatie geest-materie. Zo zit Plato wat meer aan de kant van de ideeënwereld en Aristoteles aan de kant van de materiële wereld. Ook de ECIW-visie van de werkelijke denkgeest en de illusoire fysieke wereld is allesbehalve uniek voor ECIW. In de 18e en 19e eeuw hebben filosofen als Kant, Fichte, Schelling, Hegel, Berkeley en anderen daar hele diepe uitspraken over gedaan. Google maar eens op “idealisme”. Vergeet even de betekenis die we nu aan het woord geven en je zult ontdekken dat er al lang voor ECIW gesproken werd over de hypothese dat er geen materiële objecten ontstaan, slechts de waarneming ervan in de geest. Voorbeeld: Subjectief idealisme‘ staat vooral voor opvattingen die inhouden dat ideeën in de geest, met name de menselijke geest, de enige werkelijkheid vormen.

Waarom deze kritische opmerkingen? Omdat we de neiging hebben om de visie die we lezen in ECIW als een soort nieuwe religie simpelweg te geloven en dus voor waar aan te nemen. Ik meen dat het goed is om te beseffen dat je, net als iedere andere gelovige, ervoor kiest om te geloven in de waarheid van een Boek (ECIW) waarin een medium (“profeet”) beweert een boodschap van een opperwezen (Jezus) te horen. Vervolgens kun je denken dat deze boodschap uniek en waar is, grotendeels op basis van de autoriteit die je er zelf aan verleend hebt. Het is dan goed te beseffen dat de boodschap weliswaar qua vorm maar zeker niet qua inhoud uniek is.

Laat ik afsluiten met een voorbeeld, om het praktisch te maken. Je kunt door ECIW gaan geloven dat je huidige leven niet meer is dan een nare droom in een illusoire wereld. Je kunt geloven dat je alle aandacht dus moet richten op het corrigeren van je percepties. Dit kan resulteren in een nogal naar binnen gekeerd leven met een letterlijke en figuurlijke afkeer van de buitenwereld. Dit geloof kan dus zeer bepalend zijn voor hoe jij je dagen hier op aarde slijt en welke hoop en verwachtingen je koestert waarbij je meent de unieke aanwijzingen van Jezus te volgen.

Het is niet mijn doel om hier een waardeoordeel over te geven. Ik wil je er echter van bewust maken dat je met je geloof in ECIW een keuze hebt gemaakt om te geloven dat één van de vele (discutabele) eeuwenoude levensbeschouwelijke visies en te geloven dat deze afkomstig is van Jezus. Check het eens bij jezelf. Wat geloof ik, wat ervaar ik, wat weet ik nu eigenlijk wel en niet zeker?