Heilige sleutel

image

Wat een les is dit! Hier wordt ons een heilige sleutel aangeboden. De wijsheid en waarheid van de Cursus wordt vertaald naar een praktische handreiking. De waarheid zelf heeft geen handreiking of methode nodig, maar wij wel zolang we geloven dat we als afgescheiden wezentjes bestaan, los van God.

In onze verwardheid menen we dat we ons los gedacht hebben van de liefde. De eenheid was te eng. We hebben trucs bedacht om ons voor de gek te houden. Deze trucs worden projecties genoemd. Zo projecteren we onszelf een lichaam dat waarnemingen en gevoelens heeft en hersenen om mee te denken. Ik hier, de rest daar. We duwen onszelf nog dieper de illusie in door anderen te zien die we kunnen beschuldigen. Het begon al met het zien van God buiten ons. We geloven dat Hij ons onze afscheidingsbeweging kwalijk neemt, vrezen Hem hiervoor, zouden Hem het liefst doden (zie kruisigingsverhaal in de Bijbel) of we gaan ons best doen zodat Hij onze haat niet ziet en ons lief zal vinden. Binnen de geprojecteerde wereld doen we exact hetzelfde met zogenaamde andere mensen. We moeten ze wel zien als anders en buiten ons om ons eigen ik-gevoel overeind te houden. Hoe kunnen we deze illusie beter bestendigen dan door hen te veroordelen voor wat ze ons zogenaamd aandoen?

Geloof dit niet klakkeloos maar probeer te voelen hoe het werkt. Voel heel precies wat er in je illusoire lichaam gebeurt als je een ander veroordeelt voor wat hij jou zogenaamd aandoet. Kun je iets van die versterking van dat ik-gevoel merken? Weet dan dat je deze truc uithaalt om jezelf lekker ‘ik’ te kunnen voelen. Zie het gewoon en voel je niet schuldig, juist omdat de truc niet écht is. Er is niks gebeurd.

De Cursus reikt vergeving aan als Goddelijke oefening. Alles binnen onze illusie schreeuwt ons toe, op ons eigen verzoek, dat ons écht iets wordt aangedaan. Ik voel het toch! Nu keren we het om. Doordat we de pijn van het denkbeeldige conflict met die ander voelen wéten we dat we oordeel projecteren. We beseffen dat we hiermee ons ik-gevoel levend willen houden uit angst voor de liefde. En met dít oordeel van ons, met déze kramp die we nu ervaren stappen we naar de Heilige Geest. Hier zijn we. Schuldeloos maar lijdend aan een gevoel van diepe eenzaamheid. Heer, laat me zien dat U liefde bent en dat ik niks te vrezen heb. Laat me zien dat er geen ander is, maar dat we één zijn als Heilige Zoon van God. Heer leer me Uw Liefde kennen.

WB 134: Laat me vergeving zien zoals ze is.

Beren op de weg

image

Ik hecht waarde aan het oordeel van mijn baas over mij, aan het ontlopen van files als ik vandaag heen en weer naar Amersfoort ga, aan het op tijd thuis zijn om eten te maken voor mijn dochter aan enz enz. Allemaal zaken die mijn ikje tot een goed eind moet brengen vandaag. Zaken die in meer of mindere mate op me drukken, die me bezig houden, waar ik me verantwoordelijk voor voel en waarvan de uitkomst lijkt te bepalen of ik gelukkig zal zijn aan het eind van deze dag.

Van een iets hoger standpunt zie ik dat mijn gedachten hierover en mijn zorgen allemaal de illusie versterken dat dit ikje bestaat en een hoofdrol speelt. Datzelfde ikje kan met zijn verstand besluiten dat hij zich niet zo druk moet maken maar dat helpt niet echt. Kennelijk zie ik nogal snel beren op de weg. Zonder hulp blijf ik in dit kringetje van zorgen maken ronddraaien. Maar er is Hulp.

Ik zit met gesloten ogen en laat alle beelden maar gewoon opkomen. Ze brengen gevoelens met zich mee. Zorgelijke gevoelens waarin wat angst doorklinkt. Deze keer probeer ik niks te fiksen maar zeg ik tegen mijn Heilige Broer die naast me staat: ‘zie je dat, ik maak me druk. Ik denk dat er echt van alles kan gebeuren, dat er van alles mis kan gaan. Wil je een arm om me heen slaan en laten zien hoe Jij dit ziet?’. En dan vertrouw ik Hem. Ik wil het aan Hem overlaten, Hij mag Zijn waarde toekennen aan alles. Hoe het nu ook voelt, Zijn uitkomst staat vast want deze is er al. Deze uitkomst is vrede, ook al zie ik dat misschien nog niet.

Wab 133: Ik zal geen waarde geven aan wat geen enkele waarde heeft

Geen optreden vandaag

image
Performer on stage in theater

Kijk eens van een afstandje naar de dag zoals je je die voorstelt. Merk op dat je onbewust ervan uitgaat dat er een ikje zal zijn dat van alles gaat meemaken op het podium van de wereld. Het ikje moet een voorstelling geven en hoopt dat het publiek hiervoor haar goedkeuring zal uitspreken. Het vreest de afkeuring van hetzelfde publiek. Dit publiek bestaat uit onze speciale relaties. Onze partner, kinderen, onze baas, collega’s en iedereen die we tegen het lijf lopen.

Dit voelt zo gewoon, zo vanzelfsprekend. Maar we hebben het bedacht, hoe echt het ook voelt. We projecteren ons eigen lichamelijke ikje op een denkbeeldig podium en met een evenzo denkbeeldig publiek. De belangrijke vraag is weer eens: ‘waartoe projecteren we deze dualistische denkwereld?’ Het antwoord gaat terug op onze zogenaamde oerzonde. We menen ons los gedacht te hebben van de eenheid, van God. Direct denken we dat Hij nu los staat van ons en ons publiek is geworden. Onze onbewuste schuld over deze daad van afscheiding maakt dat we het publiek menen te moeten pleasen. We vrezen de afkeur van God en streven naar Zijn goedkeuring. Zo binnen, zo ‘buiten’. Onze speciale relaties zijn de projecties van deze onzinnige gedachten die we over ons Publiek met een hoofdletter P, namelijk God, hebben.

Maar er is niks gebeurd. We hebben ons nooit los kunnen denken van God, Hij is niet boos, we hoeven niet een denkbeeldige wereld te projecteren met evenzo denkbeeldige speciale relaties waarin we ons moeten uitsloven om goedkeuring te krijgen uit angst voor hun afkeuring. We zijn onschuldig en vrij!

WB 132: Ik bevrijd de wereld van al wat ik haar heb toegedacht

Gebeurt er al wat?

 

imageIk heb de neiging om Jezus pas uit te nodigen in mijn leven als het me tegenzit. Bijvoorbeeld als ik ’s nachts wakker word en zo onrustig ben dat het me niet lukt om verder te slapen. Ik wil dan zo snel mogelijk af van dat vervelende gespannen gevoel en van al die malende gedachten. Hoe kom ik zo snel mogelijk weer in slaap? Ik besluit om er maar eens een Cursus-tekst tegen aan te gooien. Met m’n hoofd begrijp ik ondertussen wel dat ik dit gevecht zelf in stand houd. Ik kies voor een worstelpartij om me slachtoffer te voelen en hiermee mijn afgescheiden ik-gevoel te bevestigen. Best gek, vind ik, dat ik wel begrijp waar ik mee bezig ben maar dat dit begrip geen einde maakt aan de strijd. Ik herhaal de Cursus-tekst nog maar eens. Meestal is dit de Werkboekles van de voorgaande dag. Met een schuin oog kijk ik naar het innerlijke gevecht. Gebeurt er al iets? Werkt het al?

Dan daagt het langzaam dat er in mijn strijd iets essentieels mist. Ik besef dat IK de Cursus gebruik om iets wat me niet bevalt te fiksen. Hierbij heb ik zelf alvast bepaald wat Jezus voor me moet doen; mijn spanning weghalen en me een verkwikkende slaap aanbieden. Ik heb een invuloefening voor Hem gemaakt. Ik ben zodoende een sta-in-de-weg geworden voor Liefde. Hiermee ben ik niet schuldig, maar ik vergis me wel.

Ik kies opnieuw. Jezus, zie mijn worsteling met mezelf. Ik weet niet beter. Ik weet helemaal niet wat goed voor me is en ik merk dat ik U niet vertrouw. Dank dat U met mij hierom wilt glimlachen. Dank voor Uw liefdevolle blik op mijn gespartel. Dank voor het vertrouwen dat nu omhoog komt in mijn hart. Wat er ook gebeurt, het is oké omdat U naast me staat en Uw arm om me heen slaat. Dank dat de uitkomst vaststaat, wat er ook binnen de illusie lijkt te gebeuren.

WB131: Niemand kan falen die tot de waarheid tracht te komen.

Sweet dreams

imageZiezo. Lekker in het zonnetje in de achtertuin.Rustig dromen in mijn eigen kleine hofje van Getsemane. Ik denk aan werkboekles 128: deze wereld bevat niets wat ik verlang. Klopt, al met al ben ik zo wel redelijk tevreden. Goede gezondheid, lieve vrouw en kinderen en een leuke baan. Vervolgens de werkboekles van vandaag (129): voorbij deze wereld is een wereld die ik verlang. Ach ja, het kan altijd fijner en nog wat comfortabeler. En zo gaan deze lessen het ene oor in en het andere oor weer uit. Morgen weer een dag en dan zien we wel weer verder.

Totdat. Totdat ik bijvoorbeeld een akelige kiespijn krijg. Of totdat er iets met m’n dierbaren gebeurt of ik m’n baan kwijt raak. Bevat de wereld dan nog steeds ‘niets wat ik verlang’? Vergezocht? Knijp je neus maar eens een minuut dicht. Is er nu nog steeds niet wat je verlangt?
Als er niets was wat ik verlangde dan had ik dit universum niet geprojecteerd. Dan was de eenheid nooit (ogenschijnlijk) verbroken. Omdat ik niet tevreden was met de wereld voorbij deze wereld, meen ik hier in mijn achtertuin te zitten.

Op dit moment heeft het ego gewacht. ‘Schijn-heilige!’, roept het ego luid. ‘Je moet je schamen met je gemakkelijke geneuzel, je wil de liefde dus helemaal niet!’ Het beeld van mijn naamgenoot uit de Bijbel schiet me te binnen. Simon Petrus. Ook hij was er zeker van een trouwe leerling te zijn. Hij zou Jezus wel eens volgen, desnoods tot in de dood. Je kent het verhaal. Toen de haan kraaide had Petrus zijn liefdevolle Heiland drie maal verloochend. Ook Petrus koos gewoon voor zijn eigen hachje.

Maar dan. Was Jezus bij zijn wederkomst zwaar teleurgesteld en kwaad op Petrus? Dus niet. De liefde veroordeelt ons niet voor wat nooit echt gebeurd is. We denken dat alles koek en ei is en pas als we dreigen kopje onder te gaan in de woelige baren van onze schijnwereld zijn we bereid om de altijd uitgestoken hand van Jezus te pakken. En dan mogen we zien dat we hier nooit kunnen verdrinken. Wat is onze Heiland toch geduldig en trouw.

In Gods handen

imageAfgelopen dagen heb ik mezelf ondergedompeld in de Hemelvaart workshop in Denekamp. Fijne en inspirerende leraar is die Koos Janson toch. Ook fijn om zoveel medestudenten te ontmoeten. We hebben het over tijd en over het nu. Het ‘nu’ als beste benadering van de eeuwigheid. Hier valt veel over na te denken maar dat gepieker is gewoonlijk niet zo vruchtbaar. Gelukkig bieden onze ervaringen ons ingangen genoeg. We dragen tijdens de workshop veel voorbeelden aan uit onze dagelijkse levens. Een patroon is duidelijk zichtbaar. Alle gevoelens van spijt, schaamte en schuld gaan terug op het dode verleden. Al het gepieker over wat er kan gebeuren en hoe het verder zal gaan, alle zorgen en angsten gaan terug op een verbeelde toekomst. Verleden en toekomst, beide zijn bedoeld om onze illusie van een afgescheiden ikje in de tijd te versterken. Beide zijn onwaar. Maar hoe doorzie je dit? Denkwerk helpt ons niet veel verder. Maar dan zo’n werkboekles als 194:

Ik leg de toekomst in Gods Handen.

Als je dit eens echt meent en met gevoel bidt. Kijk eens wat er gebeurt. Verleden en toekomst smelten weg als ijsblokjes in de zon. Er ontstaat ruimte in je hoofd. Opluchting. De horizontale tijd, van illusoir verleden naar evenzo illusoire toekomst, verdwijnt en er ontstaat een opening naar de hemel. De zon breekt door het wolkendek van schuld en angst heen en er is Liefde. Wat een zegen.

Hulp

imageVergevingsoefeningen staan centraal binnen de Cursus. Mijn ikje is hier maar wat blij mee. Eindelijk iets wat ik kan doen. Werk aan de winkel en de handen even flink uit de mouwen steken. Snel op zoek naar vervelende mensen die ik vervolgens mijn vergeving kan aanbieden. Het voelt niet echt comfortabel om eens eerlijk te kijken naar mijn motieven hierbij. Diep weggestopt in mijn denkgeest bestaat het verlangen om zelf beter te worden van mijn vergevingsoefeningen. Er sluimert een gevoel van speciaalheid en superioriteit. Mild glimlachend knik ik vriendelijk naar personen die me irriteren. Ik mag vooral niet toegeven aan die irritatie en moet voorkomen dat ik van mijn heilige voetstuk val als ik een keer niet zo liefdevol reageer.

Als ik op deze manier mijn vergevingsoefeningen denk te moeten doen dan voelt het onvrij en gespannen. Ik probeer iets op te houden om zodoende iets te bereiken. Ik bedoel het zo goed maar het werkt niet. Mijn zwoegende pogingen om liefdevoller te doen dan ik me voel resulteren in kramp en frustratie als het in mijn ogen niet lukt en trots als ik meen dat ik het goed gedaan heb.

Wat dan? We kunnen oog krijgen voor het opzwellen van ons ego als we zelf druk bezig zijn met vergeven. We hoeven dit niet als waarheid aan te nemen maar kunnen het ervaren door heel goed op te letten. Door stil te zijn. En als je dit dan ziet springt gewoonlijk het ego er boven op. ‘Arrogante sukkel, dit wordt dus nooit iets met jou!’. Dit zou inderdaad kloppen, ware het niet…. Ware het niet dat we het vergeven juist niet vanuit ons kleine ikje hoeven te doen! Prijs de Heer, prijs de Liefde; er is hulp die mijn ikje overstijgt. Luister en verheug je in werkboekles 126:

‘Al wat ik geef is aan mijzelf gegeven. De Hulp die ik nodig heb om te leren dat dit waar is vergezelt mij nu. En in Hem zal ik mijn vertrouwen stellen’

Hulp met een hoofdletter H. Prijs de Heer dat we mogen zien hoe ons ego opzwelt bij onze eigen dappere pogingen zodat we het roer uit handen mogen geven. ‘Heer, ik merk dat ik me alleen maar meer afgescheiden voel als ik anderen, die ik minder dan mezelf acht, probeer te vergeven. Leer me zien wat dit oordeel met me doet zodat ik mijn handen ervan aftrek zoals ik automatisch doe in deze wereld als ik ze ergens aan dreig te branden. Heer dank voor Uw liefde die altijd ons te Hulp schiet. Ik geef me over aan U Heer, dank U wel!’

Back to the light

imageDe werkboekles van vandaag (125) vraagt ons om vandaag drie maal tien minuten stil te zijn. Makkie toch? Ik heb de neiging even de ogen te sluiten, te genieten van de mooie werkboektekst en na 1 of 2 minuten over te gaan tot de ‘orde van de dag’. Lekker om even stil te zijn maar er is genoeg te doen dus hopla, uit de startblokken. Ik onderken deze neiging en besluit om toch maar eens even bij de stilte te blijven. Vervolgens loop ik tegen een kracht aan die anders wil. Er klinkt een stemmetje in mijn hoofd dat beweert dat ik makkelijk de tien minuten zou kunnen volmaken als ik dit zou willen maar nu even niet. En nu wordt het opletten geblazen. Er zijn twee uitersten:

1: De weerstand tegen stilte niet serieus nemen en snel wegvluchten naar de zogenaamd veilige drukte van de dag
2: Enorm gaan vechten om te laten zien dat IK het wel degelijk kan!

Ons ego vindt beide opties prima. Maar er is ook een andere weg. Ik onderken dat ik weg wil van de stilte met als doel de Stem der Liefde niet te horen. Waarom niet? Omdat in deze onbegrensde stilte de muren van mijn gedachten-bunker een beetje afbrokkelen. Door de nu ontstane kieren komt het licht naar binnen. Als een vampier vlucht ik hiervan weg. Ik blijf hier even bij. Zonder negatief en streng te oordelen over dit arme bange wezentje. Ik zie zijn nodeloze angst voor de liefde en dwing hem nergens toe maar glimlach liefdevol naar hem. Vrees niet jochie, niks aan de hand, kijk maar even rustig! Geen dwang, geen oordeel maar het liefdevol zien van de angst en van de neiging om te vluchten naar een duisternis en naar een drukte waar geen echte rust en veiligheid bestaat. Even durf ik mijn gezicht op te heffen naar dit Licht. Stilte… Liefde…

In stilte ontvang ik vandaag Gods Woord.

Praten over bewustzijn en zo..

vriendelijk

Voordat ik met de Cursus in aanraking kwam las ik veel boeken over ‘Bewustzijn’ en bezocht ik Satsangs waar van gedachten gewisseld werd over dit onderwerp dat eigenlijk geen onderwerp is. Binnen de illusie hebben we allemaal te maken met een karakterstructuur. Het droomfiguurtje Simon heeft de neiging flink te piekeren en na te denken over alles.  Is dit dan fout? Nee, dat niet, maar de vraag is wel wat nadenken over bewustzijn en verlichting kan opleveren. Wanneer weet ik genoeg? Kennelijk meen ik dat ik een soort ultieme conclusie kan trekken waarmee alles op zijn plaats valt. Wat zegt de Cursus hierover?

De leerstof die de Cursus aanbiedt is zorgvuldig samengesteld en wordt stap voor stap uitgelegd, zowel op theoretisch als op praktisch niveau. Hij legt de nadruk op toepassing in plaats van theorie en op ervaring in plaats van theologie. Hij stelt uitdrukkelijk: ʹEen universele theologie is onmogelijk, maar een universele ervaring is niet alleen mogelijk, maar zelfs noodzakelijk (VvT. In.2:5)

 Het lijkt tegenstrijdig dat deze tekst staat in een boek van 1300 bladzijden maar toch is dat niet zo. Een bevriend Advaita-leraar vertelde me dat hij vindt dat “de Cursus je erg naar het hoofd trekt”. Dat mag aanvankelijk zo lijken maar de vele pagina’s zijn juist een enorm geduldige en liefdevolle poging om ons te laten zien waarom we zelf aan zoveel concepten en theorietjes vasthouden. Als wij wat sneller van begrip zouden zijn en minder bang voor onze ware aard, onbegrensde liefde, dan zouden we aan het volgende genoeg hebben:

Waar de Cursus over gaat

Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.
Hierin ligt de vrede van God.

Jezus zou me een App kunnen sturen met de strekking: “Hi Simon, luister goed. Je denkt dat je een afgescheiden ventje bent dat kan denken en voelen maar je vergist je. Je bent onbegrensd bewustzijn. Duidelijk?”

Met mijn verstand wil ik dit nog wel aannemen maar dat is wat anders dan een “universele ervaring”. Hoewel dit geen oproep is om niet meer na te denken en te praten over bewustzijn of over de teksten uit de Cursus begin ik steeds meer te beseffen dat ware Liefde van een andere dimensie is. Ik begin een heel klein beetje te beseffen dat haarscherpe analyses aardig zijn zolang ze er maar toe leiden dat ik me meer aan Hem overgeef. We kunnen blijven hangen in de tekst van honderden boeken en in ideeën over eenheid. Dit kan de vorm krijgen van een vasthouden aan verstandelijke concepten om het ik-gevoel (de “ik” die het zo goed weet) fier overeind te houden. Nogmaals, niet iets om ons schuldig over te voelen maar wel handig om te ontdekken waar we mee bezig zijn en het dan over te geven aan Hem zodat het vergeven kan worden.

Ik merk dat ik geraakt wordt door eenvoudige liefdevolle mensen die goed zijn voor hun naasten. Al mijn boekenwijsheid verbleekt in de warme gloed van hun mens-zijn. Gewone vriendelijkheid. Welgemeend. Zachtaardig. Een aardige dominee vertelde me eens dat discussies over het geloof nogal eens ontaarden in “verhitte hoofden en koude harten”.  In het verlengde van deze uitspraak en tot slot hierbij een van de mooiste teksten over liefde die ik ken, uit onze vertrouwde Bijbel:

1 Korintiërs 13:1-13

Uitnemendheid der liefde

Al ware het, dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en de liefde niet had, zo ware ik een klinkend metaal, of luidende schel geworden.En al ware het dat ik de gave der profetie had, en wist al de verborgenheden en al de wetenschap; en al ware het, dat ik al het geloof had, zodat ik bergen verzette, en de liefde niet had, zo ware ik niets.En al ware het, dat ik al mijn goederen tot onderhoud der armen uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam overgaf, opdat ik verbrand zou worden, en had de liefde niet, zo zou het mij geen nuttigheid geven.De liefde is lankmoedig, zij is goedertieren; de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet lichtvaardiglijk, zij is niet opgeblazen;Zij handelt niet ongeschiktelijk, zij zoekt zichzelve niet, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad;Zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid;Zij bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen.De liefde vergaat nimmermeer; maar hetzij profetieën, zij zullen te niet gedaan worden; hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan worden.Want wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele;Doch wanneer het volmaakte zal gekomen zijn, dan zal hetgeen ten dele is, te niet gedaan worden.Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, was ik gezind als een kind, overlegde ik als een kind; maar wanneer ik een man geworden ben, zo heb ik te niet gedaan hetgeen eens kinds was.Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht; nu ken ik ten dele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook ik gekend ben. En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; doch de meeste van deze is de liefde.

Storm in m’n hoofd

imageHet kan zo druk zijn in m’n hoofd. Gek genoeg valt er er niet eens een echt duidelijke aanleiding aan te wijzen. Het lijkt wel of het onstuimige lenteweer zich vertaalt naar tumult in m’n schedelpan. Probleempjes die geen naam mogen hebben buitelen over elkaar en roepen om aandacht. Het is een grote brei en het levert een ondefinieerbaar gevoel van onbehagen op. Een innerlijke drukte en druk.

De neiging ontstaat om met dit vage spook van onrust in gevecht te gaan. Ik wil dit ondefinieerbare en vervelende gevoel niet, maar het blijkt lastig vechten tegen zoveel vaagheid. Waar moet ik beginnen en wat moet ik doen om me anders te voelen?

Ik lees de herhalingsles van vandaag. ‘Gods vreugde en vrede behoren me toe’. Dat lijkt nu echter ver weg en niet aan de orde. Toch begint het een beetje te dagen. Ik ben gepreoccupeerd door m’n vage gedachten en gevoelens. Ik kan ze niet echt vatten, laat staan effectief bestrijden, maar ik ben er van overtuigd dat ze écht zijn en vervelend. Dat ik ervan af moet komen. Ik denk dat ik moet vechten voor vrede.

Maar ze zijn niet écht en slechts bedoeld om de illusie van afgescheidenheid te bevestigen. Ik tegen de rest, ik tegen mijn gevoelens en gedachtes. ‘Toe maar, vecht maar en verover die vrede waar je recht op hebt!’ Maar zo is het niet. God zij dank voor het tweede deel van de les van vandaag:

‘ Laat ik stil zijn en naar de waarheid luisteren’

Ik besef dat ik gebiologeerd ben geraakt door de schijntafereeltjes in mijn hoofd. Gepreoccupeerd door de illusie van afgescheidenheid. De werkboekles vraagt me om dit even niet zo serieus te nemen en om stil te zijn in plaats van te vechten. Ik zucht eens diep, zwijg, ontspan en richt mijn blik naar Hem. Heer hier ben ik, een druk vechtersbaasje. Heer ik houd van U en ben dankbaar dat U Liefde bent. En, heerlijke werkelijkheid; Hij is altijd daar met uitgestrekte armen en een milde glimlach. Kom maar, rust maar uit jongen, het is goed zo. Dank.