Vlucht voor liefde

imageZojuist las ik de werkboekles voor vandaag: ‘De waarheid zal alle misvattingen in mijn denkgeest corrigeren (107)’. Mooie les, dacht ik, en vervolgens dwaalden m’n gedachten af en wilde ik overgaan tot de orde van de dag. We worden gevraagd om elk uur vijf minuten door te brengen waarbij we ons toewijden aan deze werkboekles. Hier hoeven we niet krampachtig mee om te gaan en het is zeker niet de bedoeling dat we ons schuldig voelen als dit ‘ons niet lukt’. Integendeel; een milde en vergevingsgezinde houding hierin jegens ons zelf is juist belangrijk.

Maar dan blijk ik in dit laatste weer wat door te schieten. De werkboekles komt een paar keer per dag in m’n gedachten, zeker niet elk uur, en dan sta ik er een seconde of 20 bij stil. Dit is geen zonde maar toch doe ik mezelf hiermee tekort. Het is in mijn ogen nuttig om eens goed te kijken wat nu maakt dat ik genoegen neem met zo’n vluchtige beoefening van de les. Dat wordt duidelijk voelbaar als ik eens écht die vijf minuten aan de les wil toewijden. Er verschijnt een wat arrogante gedachte, zoiets als ‘ja, ja; prachtig, maar dit weet ik nu ondertussen al dus nu kan ik wel wat anders gaan doen’. Ik herken deze weerstand weer als een verdediging van het ego tegen de liefde. Een weerstand tegen ‘het rusten in Hem die mijn Zelf is’. Waar komt die weerstand vandaan?

Het antwoord is steeds hetzelfde. Er bestaat een angst voor de liefde die ik ben. Ik vlucht liever weg in de projecties van een lichaam in een wereld dan dat ik me in Zijn armen te rusten leg. Wat blijft dit toch bizar. Want als ik eens wél minimaal vijf minuten mediteer op de les dan is daar de vrede en de rust waarvan ik weet dat het mijn oorsprong is. Dit is de liefde die ik echt Wil, anders dan de strijd en drukte die ik lijkt te willen.

De werkboeklessen zijn een training. In de fysieke illusoire wereld neem ik training serieuzer dan in de werkelijke wereld. Ik snap donders goed dat ik geen marathon zal kunnen lopen als mijn training zich beperkt tot een dagelijkse wandeling van de bank naar de koelkast. Evenmin is de training van de denkgeest niet optimaal als ik me tevreden stel met een paar vluchtige herinneringen op een dag. Nogmaals; geen reden tot ego-bevestigende zelfkritiek maar wel een uitnodiging om de weerstand te onderzoeken en te vergeven. Ik doe mezelf gewoon tekort als ik maar blijf vluchten voor die Liefde.

imageDe werkboekles van vandaag (101) lijkt een open deur. Natuurlijk willen we gelukkig zijn en het is plezierig als God ook het beste voor ons in petto heeft. Vooral de tweede alinea zou ons aan het denken moeten zetten. De Cursus lijkt zich ook hier te bedienen van cliché’s als ze stelt dat we niet hoeven vast te houden aan pijn omdat deze ons niets te bieden heeft.

Pas als we het omkeren wordt het duidelijk hoe radicaal de boodschap toch is: als we menen dat we slachtoffer zijn en op één of andere manier lijden dan hebben we een keuze gemaakt. Onze ellende wordt op deze manier een signaal dat we onbewust ons geloof hechten aan het bestaan van een buitenwereld die ervoor zorgt dat een afgescheiden ikje kan lijden. Het ego heeft de neiging om bovenop zo’n uitspraak te springen met ‘eigen schuld, dikke bult’. Een handige verdraaiing van de werkelijkheid. We zouden deze volks(on)wijsheid moeten herformuleren als ‘geloof in eigen schuld geeft een denkbeeldige bult’.

Als we ons schuldig voelen voor onze denkbeeldige afscheiding van de Liefde dan vluchten we weg in projecties van ons lichaam, de wereld en pijn. We hoeven ons hierover niet schuldig te voelen. Een ‘oeps, I did it again’ (Britney Spears) volstaat, gevolgd door opnieuw kijken onder leiding van de Heilige Geest. We zien dan dat merkwaardige fenomeen dat we alles en iedereen de schuld willen geven en de oorzaak weigeren te zoeken bij onze projecties. Dit laat zien hoe bang we zijn om ons over te geven aan de Liefde die onze ware aard is. Dit vraagt niet om (zelf)oordeel maar om compassie.

‘Heer, ik denk dat ik lijd en dat me van alles wordt aangedaan. Ik zie dat ik dit geloof niet van me af kan zetten. Ik geef het over aan U en dank U dat U één en al Liefde bent en dat Uw Wil puur geluk betekent. Ik wil mijn kleine wil aanbieden aan U en Uw Liefde door me heen laten stromen in heerlijke overgave aan U. Dank U voor Uw genade en trouw’

Ik deel Gods Wil dat ik gelukkig ben.

Een rol spelen?

imageWat een mooie werkboekles lezen we vandaag (100) en hoe gretig is ons ego om er een eigen draai aan te geven. ‘Mijn rol is essentieel in Gods verlossingsplan‘. Het ego veert op: ‘ik wist het wel, God heeft me nodig om zijn boodschap te verkondigen. Ik heb een speciale roeping om andere mensen de weg te wijzen’. Gek genoeg klopt dit ten diepste wel maar ieder van ons moet zelf onderzoeken of er (verborgen) gevoelens van trots en speciaalheid zijn die ons ego doen opzwellen. We moeten helemáál oppassen als we ons best gaan doen om spiritueel over te komen na het lezen van ‘ we zullen onszelf vandaag niet toestaan bedroefd te zijn‘ en een plastic glimlach tevoorschijn toveren terwijl we van binnen huilen.

De werkboekles zet ons gelukkig op het goede spoor. Als we tóch droefheid ervaren mogen we dat eerlijk erkennen en gebruiken als een ingang. De droefheid laat ons zien dat we juist wél een rol spelen en dat God iets veel mooiers voor ons in petto heeft. De droefheid laat ons zien dat we geloven dat we afgescheiden en eenzaam zijn. Afgescheiden van God en afgescheiden van de mensen om ons heen. We hoeven deze droefheid niet weg te lachen maar mogen deze juist naar God brengen in vol en onwankelbaar vertrouwen dat Hij er zal zijn en dat wij Hem nu kunnen bereiken. Het is Zijn Goddelijke Wil van Liefde, ons Zelf, die ons roep met een onweerstaanbare kracht. Waar willen we naar kijken? Naar ons kleine verlangen om vast te houden aan droefheid óf naar de belofte van God dat zijn kracht voor ons klaar staat. Het is Zijn onweerstaanbare kracht en Wil dat hij Zichzelf kan zijn dwars door ons nietige en denkbeeldige ego heen. De titel van de werkboekles ‘Mijn rol is essentieel voor Gods verlossingsplan‘ is geen zware opgave maar een machtige belofte en getuigenis van Zijn kracht. God is met ons, God is in ons; niets kan ons belemmeren om Zijn Goddelijke kracht door ons heen te laten stromen en zo onze rol te vervullen.

Zo gebeurt Zijn verlossing door ons heen, voor onszelf en voor ieder die we ontmoeten omdat wij allen één zijn. Slechts dat kleine beetje bereidwilligheid wordt van ons gevraagd om ons vertrouwen om Hem te richten en gelukkig te zijn. We hoeven niks te doen of op te houden; Hijzelf zal ons dragen en door ons heen stralen. Halleluja, wat een genade.

Ik wil dit niet!

imageZo’n kleine zinnetje. Je moet voor de grap eens opletten hoe vaak dit op de achtergrond door je hoofd speelt. Bijvoorbeeld als iemand iets doet of zegt wat je niet bevalt of als je je om een andere reden niet voelt zoals je zou willen. Dit wil ik niet. Je kunt dit zinnetje gebruiken als een indicator dat je aan het oordelen bent. ‘Dit wil ik wél’ is ook zo’n indicator maar deze triggert ons zelden om een vergevingsles te doen.

Mogen we dan niks willen? Kijk aan, het ego gaat in de verdediging. Natuurlijk mogen we binnen de illusie wel iets willen. Als het regent en je wilt droog blijven dan pak je een paraplu. Iets willen is in onze droom praktisch en op zich neutraal. Maar wij gebruiken het om te oordelen en onze denkbeeldige identiteit stevig neer te zetten. Hier kun je steeds meer gevoel voor krijgen. Let bij een conflict met iemand anders maar eens goed op wat het met je gevoel van ik-zijn doet als je ‘dit niet wilt’. Idem als je je fysiek niet lekker voelt. Dit wil ik niet.
We projecteren ons lichaam in de grote, boze buitenwereld juist om situaties te creëren die we niet willen om ons eens even stevig ‘ik’ te kunnen voelen. Wég van de eenheid, wég van de Liefde. Veel te eng.

En als we voor dit hele proces oog krijgen dan willen we dít weer niet. Dan ontstaat een spirituele worsteling die net zo ego-bevestigend is. Elke poging om iets te fiksen wat ons niet bevalt maakt het alleen maar erger. Het bevestigt slechts ons geloof dat er een ik is die iets niet wil en daar iets aan kan doen. Wat kan ik dan doen?

Verlossing is mijn enige functie hier (WB 99). Maar wat houdt dit dan in? Binnen de droom kunnen we maar één ding doen en dat is ons koppie omdraaien maar Hem die Liefde is. Dit is het enige ‘doen’ dat de boel niet erger maakt en verlossing kan bieden. Deze maken we niet zelf met een kleine z maar het komt vanuit ons Zelf met een grote Z. Dit Zelf, deze Liefde is nooit weggeweest. We hebben onszelf er slechts uit weg geprojecteerd met ons oordelen en ons willen. We hebben onze eigen wil gevolgd met een kleine w.

Goed is immerLiefde, en dit is niet Zijn Wil.

Je druk maken

imageTwee daagjes vrij. Samen met m’n vrouw in een hotelletje in de bossen bij Wolfheze. In het prille ochtendgloren zingen de vogeltjes en .. klinkt het gestamp en lawaai van de machine waarmee werklieden de tegels van het nieuwe terras aanstampen. Waarom nu, waarom ik? ‘Ik moet me hier vooral niet druk over maken’ schiet door me heen. ‘Dat maakt het alleen maar erger en het heeft toch geen zin’. Dit lijken wijze gedachten maar ze zijn reeds doorspekt met geloof in de illusie. Waar ga ik namelijk direct van uit?

A. Er zijn echte, storende geluiden
B. Er is een ‘ikje’ dat hier last van heeft en besluit dat dit geen zin heeft

Zo is het niet. Het ego viert feest. Er is een zogenaamde buitenwereld geprojecteerd (lawaaiige werkzaamheden) die het geloof versterken dat er een ikje bestaat dat hierdoor ernstig lijdt. Het hele tafereeltje ‘een ikje dat last heeft van lawaai’ wordt serieus genomen door een Zoon van God die vergeet te lachen. Het maakt hierbij niet uit of het ikje besluit om te vechten, negeren of te accepteren zolang het geloof in het ikje maar overeind blijft.

En dan de werkboekles (96) van vandaag:

Het feit dat waarheid en illusie niet verenigd kunnen worden, wat je ook probeert, welke middelen je ook aanwendt en waar je het probleem ook ziet, moet worden aanvaard, wil je worden verlost.

En ook:

Problemen die geen betekenis hebben, kunnen niet worden opgelost binnen het kader waarin ze zijn gesteld.

De oplossing van mijn zogenaamde probleem bestaat niet uit blijmoedige acceptatie of doffe berusting. Binnen de illusie kom ik niet verder omdat vanuit dit perspectief nooit begrepen kan worden dat er geen ‘ik’ is die ‘verder’ kan komen. Dit denkbeeldige ikje kan binnen de droom maar één ding doen: zich omkeren en naar het licht kijken. In een vertrouwen dat het licht waar is, wat er ook in de droom lijkt te gebeuren. Niet gericht op oplossen van problemen die ik hier meen te zien maar in liefde voor de Liefde.

Verlossing komt vanuit mijn ene Zelf.

Gekust door het licht

imageIn den beginne keerde ik me af van mijn bron. Ik wenste niet langer naar het Goddelijke licht te kijken, naar de liefde die ik ben. Deze liefde heeft mij niet het paradijs uitgezet. Nee, ik heb haar de rug toegekeerd en ben zelf de hemel uitgelopen. Mijn keus voor afscheiding, mijn keus voor de hel.

Als de liefde weer eens gloort dan bedek ik mijn ogen en mijn gezicht. Want ik geloof dat ik zal sterven als ik naar haar kijk. En dat is ook zo, mijn eindigheid zal verdwijnen dus klamp ik me vast aan de nachtmerrie die deze wereld is. Hier hoop ik de eeuwigheid te vinden die ik zelf ben maar ontken. Bang.

Genageld aan het kruis van mijn bijgeloof zie ik hoe de wolken opzij schuiven en ik voel hoe een lichtstraal mijn gezicht kust. In uw handen beveel ik mijn geest.

Wonderen worden gezien in het licht (WB91)

Een gewone dag?

imageWoensdag, saaie woensdag. Soms heb ik dat. Ik word wakker en meen al helemaal te weten hoe de dag er verder uit zal zien. Er moeten gewoon allerlei dingen gebeuren vandaag. Opstaan, douchen, ontbijten, werken, boodschappen doen, koken etcetera. De dag werpt een schaduw vooruit. Ik voel me niet echt somber maar gewoon wat vlak. Voor vandaag zie ik niet echt grote problemen. Het zal gewoon een beetje saai worden, denk ik. Dus aan de herhalingsles van vandaag meen ik ook weinig te hebben: Laat me zien wat het probleem is, zodat het kan worden opgelost’. Tja, welk probleem?

Een tijdje sta ik stil bij hoe ik me voel. Een beetje mat, weinig geïnspireerd. Vervolgens zie ik het zware wolkendek van gedachten die als een aaneengesloten geheel het bewustzijn domineren. Langzaam groeit het besef dat ik geloof dat dit allemaal waar is: ‘ik ben dit lichaam dat ik hier voel zitten met dit wat duffe gevoel en deze stroom van gedachten’. Het is allemaal zo gewoontjes dat ik niet merk dat ik gekozen heb. Gekozen dat dit allemaal waar is. Deze keuze is het geloof hechten aan deze gewone grieven, dát is mijn probleem. Het geloof dat dit mijn leven en mijn identiteit is.

Ik sta een tijdje stil bij dit geloof in mijn zogenaamde werkelijkheid. Er komt een opening waarin ruimte is voor een andere blik. ‘Heer, wat is mijn werkelijke identiteit, ik weet het niet. Wilt U het me laten zien?’. Er komt wat ruimte in het wolkendek waardoor ik wat stukjes blauwe lucht kan zien. Hij laat me zien dat mijn grauwe wolkendek niet echt is. Ik kies ervoor om in sleur te geloven omdat het een denkbeeldige identiteit bevestigt en beschermt. Het lijkt lekker veilig om te geloven in een poppetje met een voorspelbaar, uitgestippeld leven. Wie ben ik zónder geloof in dit lichaam en z’n voorgeprogrammeerde dag?
De wolken blijken geen substantie te hebben, geen macht anders dan ik eraan toe ken. Zijn oplossing, de liefde is er gewoon. Maar dit ‘gewoon’ is zo bijzonder.

Een straaltje zon

imageHet lijkt soms onbegonnen werk om elke situatie die we in ons denkbeeldige leven tegenkomen te analyseren in het licht van de Cursus. En dat is het ook. Analyse veronderstelt een logische samenhang, een vorm van waarheid, die juist vreemd is aan onze projecties. Ons ego smult van vragen over zijn functioneren. Een klassieker in Cursus-kringen is bijvoorbeeld de vraag: ‘hoe is het ego ontstaan?’ Hierin zit namelijk een geniepige en onjuiste aanname, namelijk dát het ego ontstaan is. Als je hier onbewust van uitgaat kun je eindeloos door kletsen over dit ego met al z’n zogenaamde kenmerken en streken.

Toch bedient de Cursus zich van veel woorden om juist dít te beschrijven: het ego bestaat niet. In Advaita kringen hanteert men wel de analogie van de splinter. Je hebt een splinter (duale woorden) nodig om een andere splinter (de illusie van het ego) te verwijderen. In dezelfde kringen volgt dan de vraag wie die ‘je’ is die een splinter denkt te kunnen verwijderen. Dat kan behulpzaam zijn om het ego-denksysteem dol te laten draaien zodat kortsluiting ontstaat en iets van het licht gezien kan worden.

In de Cursus wordt vergeving ‘gebruikt’. Op zich ook een duale activiteit (er lijkt immers een iemand te zijn die iets vergeeft) maar eentje zonder vervelende bijwerkingen. Dit vergeven kan een wat analytisch karakter krijgen. Die neiging bespeur ik bij mezelf; de hele zaak eens lekker metafysisch proberen te ontrafelen. Niet fout en soms verhelderend maar niet meer dan een opstapje naar een levende ervaring van vergeving. De neiging om te blijven hangen in verklaren en begrijpen komt voort uit angst om iets van eenheid daadwerkelijk te ervaren. Toch is dit ervaren de enige weg uit het doolhof van het denken. Je kunt praten over afscheiding maar je kunt directer voelen wat je geloof in ‘ik versus de ander’ met je doet. Je kunt de verharding voelen en besluiten dat je dit niet meer wilt. Die verharding wordt in werkboekles 85 aangeduid met het woord ‘grieven’. Je voelt je verslaving aan het vasthouden aan je speciaalheid, aan je ik. Maar je kunt er, God zij dank, gevoel voor krijgen wat er gebeurt als je deze kramp naar de liefde brengt. Het wonder van vergeving.

Het leven wordt dan ook eenvoudiger. Je gaat meer voelend door het leven en de analyse schuift wat naar de achtergrond. Het is nog steeds een nuttige ‘splinter’ om een juiste gerichtheid te krijgen maar daarna mag je het stokje overdragen aan de Heilige Geest. Is het dan allemaal appeltje-eitje? Misschien voor sommigen, maar ik ben een trage dus kennelijk angstige leerling. Gelukkig is de Heilige Geest liefdevol en geduldig en blij met ieder (denkbeeldig) mini-stapje dat ik zet. Vervolgens mogen we genieten van ieder straaltje zon.

Het Licht der wereld

imageWe hebben de wereld bedacht om ellende te ervaren, ons af te laten leiden en blijvend geluk te zoeken waar het niet te vinden is.

Goedemorgen, overigens.

Waarom zijn we dan verbaasd, verdrietig en gefrustreerd wanneer we horen van oorlogen, aanslagen, het overlijden van beroemdheden en het weerbericht voor de komende dagen? Dit is precies wat ons ego wil zien om vervolgens te proberen er het beste van te maken. We steken onze kop in het zand en proberen er maar een gezellig Pasen van te maken. We menen dat de ellende écht is en dat vrede op aarde écht mogelijk is. In Cursus-terminologie; we koesteren onze grieven, we aanbidden de afgoden van de wereld met als doel ons ik-gevoel, ons zelfbeeld te verheffen.

Is het dan alleen maar droefenis en ellende? God zij dank niet. Direct met het (denkbeeldige) ontstaan van de illusie en ons geloof hierin werd de roep van de Heilige Geest hoorbaar. We zijn niet als wezen achter gelaten in onze droomwereld. De herinnering aan de Liefde die onze oorsprong is is in onze denkgeest geplaatst. We leggen alleen een sluier van vergetelheid over deze Liefde door geloof te hechten aan wat onze ogen zien en onze hersenen denken. Deze organen werden echter ook bedacht om de zogenaamde echtheid van onze sluier, ons lichaam en de wereld die we menen te zien, te bevestigen. Het zijn valse getuigen.

En dan die werkboekles van vandaag (84). Spirituele vitaminen:

Laat ik me mijn Schepper herinneren als ik hiernaar kijk.
Mijn Schepper heeft dit niet geschapen zoals ik het zie.
Laat ik dit niet gebruiken als een aanval op liefde.

Kijk gewoon naar wat je meent te zien, te ervaren en naar wat je denkt, voelt en gelooft. Zo is het niet. Liefde koestert geen grieven, houdt de wereld niet voor waar. Liefde schiep mij als zichzelf. De Heer werd nooit gekruisigd, Hij leeft. Goddank.

Gezegend Pasen allemaal.

Oordeel is angst

imageAls we denken aan ‘oordelen’ dan denken we hierbij gewoonlijk aan het veroordelen van andere mensen hoewel ‘oordelen’ veel verder gaat en ons leven doordrenkt. Niettemin vormt een negatief oordeel over een medemens een prima startpunt om een beetje feeling te krijgen hoe wijd verbreid onze neiging tot oordelen is en hoe we hiermee onze vrede de nek omdraaien.

Ogenschijnlijk kunnen we anderen óf onszelf (ver)oordelen. Ik merk dat ik mensen die kritisch zijn op zichzelf wat sympathieker vind dan mensen die snel met hun oordeel over anderen klaar staan. Dit is echter een knap staaltje van zelfbedrog. In beide gevallen hebben we iets in het vizier (onszelf of een ander) waarvan we zeggen: dit is niet oké! We menen een lichaam te zien, van onszelf of anderen, dat zich niet gedraagt naar onze zin. Vervolgens maken we ons hier boos of angstig over.

Neem maar eens iemand of jezelf in gedachten voor wat betreft een eigenschap waar je van baalt. Je dikke buik, je pukkeltjes, je onzekerheid, zijn grote mond, haar asociale gedrag of zijn eeuwig pessimisme. Onderzoek maar eens hoe serieus je dit neemt. Je denkt dat het 100% waar is. Zo ben ik of zo is die ander! En ik ben niet de enige die er zo over denkt, anderen zijn het met me eens! Dit is geloof. Je gelooft dat een projectie werkelijkheid is.
Het is echter mogelijk iets anders te geloven. Namelijk dat jezelf of dat die ander liefde is, een onbegrensde, onbenoembare Zoon van God zonder waarneembare eigenschappen. En nu iets belangrijks, als je tenminste nog niet afgehaakt bent: merk je weerstand op tegen het loslaten van je negatieve oordeel. Je kiest ervoor om een negatief (zelf)oordeel te koesteren en bent niet of nauwelijks bereid dit los te laten.

Het vergt eerlijkheid om te zien hoe je geniet van het vasthouden aan die negatieve beelden. Merkt dat de uitnodiging om ze los te laten angst veroorzaakt. Bizar. Het is eng om door de ogen van liefde naar jezelf of anderen te kijken en ieder etiket dat in gedachten komt niet op te plakken. Als je een (zelf)oordeel naar boven ziet komen kun je kiezen dit niet serieus te nemen en te vragen om een andere blik hoezeer je deze mogelijkheid ook betwijfelt. Merk op wat dit met je doet. Al lukt het maar een beetje. Ervaar die vreemde openheid. Dit is vergeving.

Als je ziet hoe je aan ‘grote negatieve’ oordelen vastklampt uit angst om liefde te ervaren dan kan dit besef generaliseren. Je begint dan te zien dat de kleinste irritatie jegens jezelf of anderen niets anders is dan het vastklampen aan een (negatieve) vorm met als doel om je gevoel van afgescheidenheid te bevestigen. Telkens zie je de vanzelfsprekendheid waarmee je vindt dat je toch echt gelijk hebt. En steeds kun je de weerstand ontdekken, letterlijk, tegen het loslaten van het negatieve beeld door overgave aan liefde. Het voelt als verlies van identiteit, en dat is het ook. Maar je ontdekt slechts onze ware Identiteit. Onbegrensde Kinderen van God, van onnoembare Liefde.