Verlangen naar slachtofferschap?

refuse-to-be-a-victim

“Slachtoffer” is in ons dagelijks taalgebruik een groot woord. In eerste instantie denken we dan aan slachtoffers van oorlogen, vliegrampen, aanslagen en zo. Als we met de Cursus aan de slag gaan, krijgt de term een steeds bredere en algemenere betekenis. We gaan leren dat we ons slachtoffer voelen binnen veel relaties en idem bij ziektes. Maar het gaat nog veel verder. Als je oog krijgt voor dit slachtoffergevoel dan kun je leren hoe ongelofelijk vaak het aanwezig is in je denkgeest. Een paar voorbeelden ter illustratie:

• “Ik voel me wat onbestemd en negatief”; dit lijkt me zomaar te overkomen, ergo: slachtofferschap.
• “bij het updaten van Windows 10 liep mijn computer gisteren vast”; ik ervaarde dit als iets vervelends wat me ongevraagd overkwam: slachtoffer
• “Iemand laat me niet uitpraten”, wederom, ik ben hier het ‘slachtoffer’ van, meen ik
• “Ik moet straks naar het werk”, het gaat niet om deze constatering als “feit” maar om de subtiele gelatenheid die ik hierin ervaar; slachtofferschap

Het is niet de bedoeling om de kleinzerige piepdoos uit te hangen en om dit jullie ook aan te praten. Ik begin daarentegen enigszins te zien dat ik ervoor kies om te geloven in deze ontelbare kleine vormen van slachtofferschap om de illusie van afgescheidenheid in stand te houden. In The Way of Mastery (nauw verwant aan ECIW) wordt juist dit subtiele gevoel van slachtofferschap centraal gesteld en als ingang gekozen voor, in mijn optiek, krachtige oefeningen.

In ECIW wordt erop gewezen dat al die zogenaamde grote en kleine bedreigingen die ons slachtoffer lijken te maken voortkomen uit projectie. Dus uit onze eigen denkgeeest. Dat is het rare; we kiezen er voor om dit te projecteren zodat we ons slachtoffer kunnen voelen om ons gevoel van afgescheidenheid te bevestigen. In The Way of Mastery wordt dit, in mijn ogen, nog wat verder benadrukt door aan te geven dat we elk gevoel, elke situatie, elke waarneming zelf uitnodigen. We nodigen alles wat we meemaken uit, uit verlangen. De ego interpretatie gaf ik zojuist al; we zien elke ervaring die ons lijkt te overkomen als bewijs voor ons slachtofferschap en daarmee afscheiding. Maar tegelijkertijd is daar de interpretatie van de Heilige Geest; elke uitgenodigde ervaring (alles wat ons overkomt) hebben we als het ware gevraagd om te kunnen vergeven en zodoende te ontwaken.

Vanwaar deze uitweiding? Het gaat me niet om een nieuw theorietje. Maar als je rustig gaat zitten op een stoel en je kunt alles wat je lijkt te overkomen eens zien als het gevolg van je eigen verlangen dan verandert er op den duur iets essentieels. Zo woon ik vlak bij Schiphol en ik hoor dus wat vliegtuiglawaai. Probeer nu eens het subtiele verschil te voelen tussen:

1. Ik ben niet het slachtoffer van dit lawaai
2. Ik heb dit lawaai zelf verlangd als gelegenheid om het naar de liefde te kunnen brengen, te vergeven en te ontwaken als Christus

Ervaar maar eens de weerstand als je tegen jezelf zegt dat je een nare toestand “zelf verlangd” hebt. Alles in je schreeuwt nu NEE. Tussen de eerste- en tweede omschrijving zit geen absoluut verschil maar de nuance zit, voor mij althans, in het feit dat ik bij de tweede formulering een nog krachtiger tegengeluid ervaar tegen mijn ingebeelde slachtofferschap. Anders gezegd; door te erkennen dat ik het geluid zelf verlangd heb om te kunnen ontwaken wordt elke neiging tot slachtofferschap bij de wortels afgesnoeid.

Zoals gewoonlijk even de waarschuwing om geen geloof te hechten aan het ego-commentaar wat snel naar boven komt: “Oh, het is dus je eigen schuld!”. Het is zo subtiel. Nee, het heeft niet met schuld te maken maar wel met keuze. Zelfs schuldgevoel is een geloof in slachtofferschap, ook dit lijkt je te overkomen. Ook hiervoor geldt dat je een twinkeling in de ogen krijgt als je de scheppende macht terugpakt: “ik heb zelf dit schuldgevoel uitgenodigd om het te ervaren, te vergeven en los te laten en te ontwaken”. Voelen jullie de nuance en de pure vreugde die opborrelt als je het kleinste voorval dat je lijkt te overkomen herinterpreteert als iets dat je zelf hebt uitgenodigd om te kunnen vergeven en ontwaken? Je pakt als het ware de scheppende “macht” terug, je stelt je in de kracht van de Heilige Geest.

Vind je dit nu nog verwarrend? Laat het dan lekker rusten. Maar ik hoop iets van het gevoel van vreugde en kracht overgebracht te hebben. We zijn niet het slachtoffer van de wereld die we zien. We zijn degenen die ervoor kiezen te projecteren, uit verlangen omdat we zo kunnen kiezen om te leren. Om Zijn scheppende liefde door ons heen te laten stromen, te ervaren en zodoende te realiseren dat we één zijn.

(PS: wellicht dat sommigen van jullie hierin iets van de boodschap van Diederik Wolsak herkennen: Zijn God, de Heilige Geest en het ego eigenlijk een en dezelfde?)

Gerechtigheid?

imageDe MH17 is neergeschoten. Gezinnen worden wreed uiteengescheurd. Knuffelbeestjes liggen op de verschroeide aarde. We leven mee. We stellen ons voor dat een dierbare van ons zou zijn omgekomen. Een vader, een moeder, broer, zus of, ongeveer het ergste wat we ons kunnen voorstellen, ons kind. De daders moeten gevonden worden en daarna worden berecht.

Zo denken we. Dit herkennen we en hiervan vinden we dat het goed is. Dit is ook de basis van het klassieke godsbeeld. Uiteindelijk is er een supermacht die we God noemen. Hij weet precies hoe het zit. Hij weet precies wie de daders zijn en zij zullen hun straf niet ontlopen. De hel zal hun deel zijn en de onschuldigen wacht de hemel.

Nou ja, onschuldig. Ergens snappen we wel dat we zelf ook niet helemaal vrijuit gaan. Wellicht hebben we niet in een oorlogssituatie in verwarde toestand op een knop gedrukt waardoor medemensen stierven maar helemaal kosher zijn we ook weer niet. Hoe goed we ook onze best doen. Daarom heeft God zijn wraak laten neerkomen op een plaatsvervanger voor ons. In het Oude Testament een bokje, in het Nieuwe Testament op zijn eigen zoon. Iemand moet boeten, iemand moet berecht worden, iemand moet lijden en sterven om zijn- en onze honger naar gerechtigheid te bevredigen.

Het zit zo diep. Als ik mezelf voorstel dat iemand mijn kinderen iets zou aandoen dan kan ik makkelijk contact maken met dit wraakgevoel. Is dit dan fout? Moet een dader gewoon glimlachend als vrij persoon verder kunnen lopen? Daar heb ik geen simpel antwoord op. Daar gaat het ook niet ten diepste om. Wellicht is het beter op gedragsniveau om de maatschappij te beschermen tegen geweldenaars door hen even achter de tralies te zetten. Waar het wel om gaat is om die schreeuw om ‘gerechtigheid’ in mij.

Ik kan die zogenaamd gerechtvaardigde boosheid voelen. Ik kan die focus op de schuld in een ander zien en de daaropvolgende aanvalsgedachte. Ik kan voelen dat het ‘lekker’ is om te beschuldigen en om te straffen. Dit is de drijvende kracht achter IS, dit is de drijvende kracht van ego. Hier is de denkbeeldige afscheiding, de angst, de verdediging en de aanval zichtbaar en voelbaar. In al zijn rauwheid. Gewoon hier, heel dicht bij huis.

Ik merk weerzin om hier naar te kijken. Ik wil projecteren, protesteren en gillen dat wraak normaal is. Maar ik weet dat luisteren naar dit gegil leidt tot een volgend conflict. Een conflict tussen mij en jou, tussen het ene land en het andere. Dit gegil is oorlogstaal, ego-taal.

En ach lieve broeders en zusters. Dan is daar onze werkboekles.WB 275: Gods helende Stem beschermt alles vandaag. Een andere stem. Hij is alleen maar liefde, in Hem is in totaal geen duisternis. Ik breng mijn aanvalsgedachten naar deze stille Stem. Hier ben ik heer, met mijn aanvalsgedachten. Heer zie hoe bang ik ben om ze los te laten. U staat niet klaar om te straffen maar om ons toe te fluisteren dat U liefde bent, dat wij liefde zijn en dat die zogenaamde anderen ook liefde zijn. U en wij zijn er niet om iemand voor ons aan het kruis te nagelen maar om vanaf het kruis vanuit onze pijn naar hen te kijken en te fluisteren ‘ik vergeef jullie, jullie weten niet wat je doen’. Lieve Vader, dank voor deze grenzeloze, alles omsluitende liefde. Oneindige genade.

Geen quick fix

image

We hebben de neiging om wat actiever met de Cursus aan de gang te gaan als we te maken krijgen met vervelende zaken. Stress, angsten, lastpakken, ziektes en ga zo maar door. Er gebeurt iets naars en we willen hiervan af. Misschien vorm jij als lezer de uitzondering en moet ik alleen voor mezelf praten maar ik durf hierin toch wel wat te generaliseren. Het is ook helemaal niet erg als iets ‘groots’ de trigger vormt om weer eens even een spiritueel tandje bij te schakelen.

‘Wat moet ik doen om weer vrede te ervaren?’ is een vraag die ik mezelf dan ook stel. Dit is een goede vraag. Ik ben geen snelle leerling en begin er maar beetje bij beetje achter te komen dat er geen snelle oplossing is. Voor mij niet althans. Ik lees wel eens over broeders en zusters bij wie het kwartje in één keer valt waarna kennelijk de illusie doorzien wordt. Lijkt me heerlijk. Zelf merk ik soms wel meen te snappen hoe het allemaal zit maar dat ik als het puntje bij het paaltje komt toch in een maalstroom van gevoelens ten onder ga. Omgekeerd geldt dan ook dat het een illusie is als ik denk dat een ander er echt mee geholpen is ik voor hem of haar de situatie meta-fysisch probeer te duiden en daarna aangeef dat ze het moeten vergeven, naar de liefde brengen of suggesties met vergelijkbare strekking.

Het valt te vergelijken met ons leven binnen de illusie. Ik kan een boek lezen over de optimale training om een hardloper te worden maar als ik niet uit m’n stoel kom dan is aan het einde van het boek m’n conditie nog net zo slecht als daarvoor. Als ik dan plotseling in een situatie kom waarin ik een paar kilometer moet rennen dan lukt me dat niet. Ook al weet ik alles over de optimale adem- en looptechniek. Zo ook met spirituele groei.

Ik weet ook wel dat zuivere non-dualisten kunnen gruwen van zoiets als spirituele training. Er is geen ik dat iets bereiken kan, geen doel en inspanning zou alleen maar de illusie van een ik bevestigen. In Cursus kringen wordt dit bevestigd maar tegelijkertijd ook gezien als niveau I waarheid. Er zijn natuurlijk helemaal geen niveau’s maar, dat gezegd hebbende, zullen we op niveau II moeten oefenen. Dit blijkt natuurlijk ook uit de opbouw van de Cursus. Het tweede deel heet niet voor niets WERK-boek en het bevat 365 lessen. Dit zijn niet zozeer lessen zoals we ze kennen van een LOI-cursus. Net zoals we bij looptraining echt aan de slag moeten, geldt dit ook voor de Cursus.

Kort gezegd; een enkele uitzondering daargelaten, mogen we niet verwachten dat een beetje lezen en cognitief studeren en begrijpen ons echt verder zal helpen als we een keer binnen onze droomwereld in de problemen komen. We zijn simpelweg niet getraind. Ik wil niet moraliseren of beschuldigen en terwijl ik dit schrijf reken ik mezelf ook tot de lezers. We zullen dus gewoon de werkboeklessen moeten proberen te doen. Gewoon dagelijks stille tijd nemen. Liefdevol en zonder dwang maar wel met een passie voor ontwaken. Oefenen betekent ook dat je dan merkt hoe weinig zin je hier soms in hebt. Die weerstand is een prachtige gelegenheid om te zien hoe verslaafd je bent aan afleiding, aan de droomwereld. Je komt erachter dat je neigt te kiezen voor van alles en nog wat maar niet voor de stilte, voor vrede.

Maar geleidelijk merk je na kortere of langere tijd dat er iets is veranderd. Door al dat oefenen en steeds weer je eigen onwil vergeven blijkt dat je niet meer zo erg kopje onder gaat als het een keer niet zo lekker loopt in de droom. Ongemerkt is je spirituele conditie beter geworden. Niet dat je nu een cognitief trucje hebt geleerd. Niet dat je intellectuele begrip je nu redt. Nee, er is een andere houding gegroeid. Iets van kalmte, iets onverstoorbaars. Niet spectaculair, niet absoluut maar geleidelijk en eerst een klein beetje. En zo beklimmen we de ladder waarvan wordt gezegd dat uiteindelijk zal blijken dat deze niet bestaat. Dat is nog eens een open eind..

Tegenzin

image

Soms denk ik vooruit aan de komende dagen of week en dan merk ik dat ik er niet echt veel zin in heb. Ondertussen weet ik natuurlijk wel, welke ingrediënten hiervoor bij mij verantwoordelijk zijn; veel drukke zakelijke afspraken waarvoor ik me verantwoordelijk voel. Voeg daar nog de factoren ‘reizen’ en ‘vroeg opstaan’ aan toe en mijn berg om tegenop te zien is compleet. Bléh, geen zin. Jullie herkennen mogelijk het gevoel wel hoewel waarschijnlijk jullie denkbeeldige obstakels zullen verschillen van de mijne. Dit wat half-gare negatieve gevoel is niet noodzakelijk heel sterk. Het kan zo’n beetje halfbewust op de achtergrond aanwezig zijn.

Het duurde even voordat ik het leerde te zien als vorm van slachtofferschap. Ik zou hierbij het slachtoffer zijn van nare omstandigheden die ik niet onder controle heb. De vervelende gebeurtenissen komen onafwendbaar dichterbij en ik zal er doorheen moeten, me er zo goed mogelijk doorheen moeten slaan. ‘Let’s get it over with’, zeggen de Engelsen zo kernachtig.

De Cursus leert me dat ik NIET het slachtoffer ben van de wereld die ik zie. Ik heb zelf betekenis gegeven aan alle dingen die ik zie. Een drukke werkweek met reizen en verantwoordelijkheden geven niet vanzelf dat half-gare gevoel van tegenzin bij mij. Sterker nog, ik heb wél een keuze hoe ik hiernaar wens te kijken. Vervolgens is het interessant om te kijken wat deze waarheid bij me doet. Er ontstaat ontkenning en weerstand. ‘Nee hoor, het overkomt me gewoon, het ís ook niet leuk en ik kan er niks aan doen dat ik er tegenop zie’. Kennen jullie die gedachten en dat gevoel?

Vervolgens weet ik wat me te doen staat. Het is heel subtiel. Want ik ga NIET naar God met het gebed om me een leukere baan te geven. Ik ga zelfs niet naar Hem met de vraag om me te steunen in de komende drukke week of met de vraag ok me een meer ontspannen gevoel te geven. Nee, ik ga naar hem toe en vertel met enige tegenzin dat ik er gek genoeg voor lijk te kiezen om ergens zo tegenop te zien. Ik vertel Hem dat ik er gek genoeg voor kies om me slachtoffer te voelen. Ik belijd als het ware dat ik er voor kies om me rot te voelen en dat ik dit stiekem lekker vind. Dan open ik me en bied Hem deze weerstand aan. Ik kies er voor om er samen met Hem in stilte naar te kijken en het los te laten. Vergeving. Ik zie een frisse openheid verschijnen die ik gek genoeg vreesde. Maar ik zie ook de aantrekkelijkheid van deze niet-ingevulde ruimte. De liefde, de vrede.

WB 270: Vandaag zal ik niet de ogen van het lichaam gebruiken.

ECIW-coach Facebook groep

stay-connected-to-gods-love

Wie is een “ECIW-coach”? Iedereen die onvoorwaardelijke liefde betoont aan een medestudent met bewoordingen uit ECIW.
Wie is een “ECIW-student”? Wij allemaal.

 

Deze Facebook-pagina is bedoeld voor iedereen die zijn of haar eigen ervaringen met ECIW wil delen. Op deze pagina kan ook iedereen een vraag voorleggen aan alle medestudenten.

Waar is deze pagina niet voor bedoeld? Ik wil iedereen vragen om deze groep niet te gebruiken om te zenden. Daarmee bedoel ik het delen van ECIW-teksten en mooie afbeeldingen, hoe inspirerend deze ook zijn. Dit gebeurt al genoeg in andere ECIW-FB-groepen. Prachtig en inspirerend, maar ik wil de ECIW-coach groep graag reserveren voor onze authentieke ervaringen met de Cursus.

Ik zal niet-persoonlijke posts in liefde verwijderen zodat de wel-persoonlijke berichten niet ondersneeuwen.

Moge Zijn Liefde door ons stromen naar elkaar.

Wat wil ik nou?

Woman thinking blackboard concept. Pensive girl looking at thought bubble on chalkboard / blackboard texture background. Mixed race Asian Chinese / Caucasian student.

Goede vraag. Ik wil van alles. Maar dat is zo veel dat het me eigenlijk ook weer niet veel zegt. Het doet er ook niet zo veel toe. De omgekeerde vraag zegt me soms wat meer. Wat wil ik niet? Zolang dat wat ik mijn leventje noemt een beetje doorhobbelt, komt ook deze vraag niet echt in mijn bewustzijn. De sleur van het dagelijks leven kan ervoor zorgen dat de minuten, uren, dagen en weken als zand door mijn vingers glippen. Voor je het weet ben je 55 jaar oud. En zo zal het ook wel verder hobbelen, vermoed ik.

Als ik verrek van de pijn of een conflict heb met iemand weet ik iets beter wat ik nu eigenlijk wil. Ik wil van de pijn af en ik wil dat die ander dat doet waarvan ik vind dat ie dat zou moeten doen. Soms lukt dat en dan kan ik weer verder met de sleur. Soms lukt het niet en dan heb ik hier zoveel last van dat mijn interesse in de Cursus in Wonderen weer wat toeneemt. De Cursus als pijnstiller of tranquilizer. Ach, waarom ook niet.

Ooit las ik ergens de zin “niets meer te wensen en toch niet gelukkig”. Misschien is het de titel van een boek. Binnen de illusie hebben sommigen van ons het “geluk” om dit mee te maken. Genoeg geld om te doen wat je wilt, vrijheid en lieve mensen om je heen. Je wint de loterij of je bedenkt een leuk liedje en je wordt een beroemde popster. Daar zit je dan in je riante villa. Vakantie hier, vakantie daar. En je ontevredenheid reist gezellig met je mee.

In deze dimensie is vrede niet te vinden. Althans, niet voor mij. We kunnen ons een tijdje vermaken maar that’s it. Je kunt dit zwartgallige betoog met je verstand begrijpen, maar zelfs dat helpt je niet verder. Er mist een dimensie. Een dimensie die niets met onze wereld van ruimte, tijd en waarneembare objecten te maken heeft. Een dimensie die je niet kunt vinden omdat deze al overal is. Een dimensie die pas zichtbaar wordt als je geen genoegen meer neemt met spiegeltjes en kraaltjes. Begrijp me goed; er is niks mis met een dikke bankrekening, een mooi huis, een tropisch eiland en een schat van een partner. Enjoy. En als je verder niks wilt; ook goed. Gewoon oud worden, toch ziek worden en doodgaan. Nieuwe ronde, nieuwe kansen.

Maar als je het zat wordt, echt zat wordt, dan kun je ook doen wat in de Bijbel staat. Zoek eerst het Koninkrijk der Hemelen. Hoe dan? Dat Koninkrijk is een symbool voor de Liefde en hiervan leert de Cursus ons dat we die niet direct kunnen zoeken. Onze werkboeklessen zijn erop gericht dat we leren “vergeven”. Over dit vergeven denken we snel tamelijk platvloers. Iemand doet iets vervelends en ik zeg: “laat ik maar de wijste zijn, zand erover”. Maar vergeven is veel mystieker. Het is een voorbij kijken aan dat wat we menen waar te nemen, dat wat ons lijkt te overkomen. Alles, echt alles, wat we opmerken kan vergeven worden. Daaronder vallen inderdaad zogenaamde irritante medemensen en lichamelijke pijn. Maar het gaat verder. Het bruine blaadje dat ik net van de boom zag dwarrelen en met een klein tikje landde op de tegel. Ik zie het, ik hoor het. Nee, zo is het niet. In het zien en in het horen ontstaat het beeld van een “ik” die er zich buiten lijkt te bevinden. En nu stil. Nu de bijna eerbiedige erkenning dat ik helemaal niks weet. Totale en grenzeloze verbazing over wat zich ontvouwt. Nu. En nu. Toestaan, overgeven, loslaten. Liefde, ruimte. Alles en niks.

Ongemerkt arrogant

cope-with-arrogant-people-step-18Als ik met meer orthodoxe christenen over hun geloof praat stoort het me soms dat ze zo stellig kunnen overkomen. Vanuit de Bijbel menen ze te weten wat God wil en wat ongelovigen zal overkomen als deze zich niet zullen bekeren. Zo’n storing is altijd een mooi begin voor zelfonderzoek. Zonder direct helemaal te begrijpen wat er aan de hand is kun je er als Cursus student in ieder geval van uitgaan dat er iets bij je zelf opgelost en vergeven mag worden als je je stoort aan een ander. In dit voorbeeld geldt dat ik me slechts kan irriteren aan de stelligheid van een broeder of zuster als ik zelf ook een stelling heb ingenomen. Ook ik meen te weten dat God namelijk niet is zoals zij zeggen maar dat betekent dat ik dus ook nog steeds een heel duidelijk beeld van Hem heb.

We zijn allebei bezig om een beeld van God te scheppen. Ik heb nu de neiging om me hiertegen te verdedigen door te stellen dat God grenzeloze liefde is waar je je geen beeld van kunt vormen. Voilà, ook weer een alleraardigst beeld. Ik gedraag me hiermee weer ongemerkt arrogant. Ik ben als het ware God aan het scheppen in mijn gedachten. Dit is niet alleen een gedachtenspelletje. Als ik niet door heb wat ik aan het doen ben dan werkt dat ook door in de manier waarop ik denk mijn vergevingsoefeningen te moeten doen. In het Oude Testament meende men de genade van God te kunnen verdienen door goede werken te doen. Denk maar eens aan de Tien Geboden. Als Cursus studenten leren we al snel dat het niet gaat om uiterlijk gedrag. Toch kan er een fanatisme binnensluipen in het bestuderen van de Cursus, het doen van de werkboeklessen en het volgen van Cursus bijeenkomsten. Ook als we in onze zogenaamde binnenwereld aanlopen tegen een ongewenst emotie vragen we ons af wat we moeten DOEN om hier zo snel mogelijk vanaf te komen.

Gelukkig zet in het Nieuwe Testament Jezus onze kerkelijke broeders en onszelf weer op het goede spoor met de twee grote “geboden”:

En Jezus antwoordde hem: Het eerste van al de geboden is: Hoor, Israël! de Heere, onze God, is een enig Heere. En gij zult den Heere, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw verstand, en uit geheel uw kracht. Dit is het eerste gebod.  En het tweede aan dit gelijk, is dit: Gij zult uw naaste liefhebben als u- zelven. Er is geen ander gebod, groter dan deze. 

We worden op het spoor van de liefde gezet. Ook hierbij geldt dat we ons best kunnen gaan doen om lief te hebben. Hoewel goed bedoeld, werkt dit toch niet. Als ons ego bovenstaand citaat leest zal het concluderen dat God een narrig en jaloers wezen is. Angst sluipt binnen. Angst dat Zijn toorn ons zal treffen. Deze angst drijft ons tot de ogenschijnlijk lieve daad van evangelisatie. We menen de ongelovigen te moeten overtuigen om te geloven in onze “lieve” vader omdat hij anders boos wordt.

Als Cursus student kan ik deze splinter opmerken in het oog van mijn kerkelijke broeder maar als ik denk dat hij of zij het dus allemaal fout doet dan zie ik de balk in mijn eigen oog over het hoofd. Kennelijk is de opdracht om lief te hebben nog niet ondubbelzinnig genoeg voor ons allemaal. En in dat woord zit ook de sleutel: dubbelzinnig. Zolang we uit blijven gaan van een dualistisch wereldbeeld blijft het “ik en God” en “ik en mijn medemens”. Wat we dan ook “doen”; er blijft altijd ruis op de lijn.

En hier komt werkboekles 260 goed van pas:

Laat ik me herinneren dat God mij geschapen heeft.

En dat “herinneren” moeten we niet als cognitief spelletje opvatten. Het is een oproep om weer naar binnen te keren. Om stil te worden. Zolang we blijven babbelen, plannen maken, discussiëren en dingen doen, bevestigen we voor ons zelf de illusie van afgescheidenheid. Stil worden en naar binnen keren. (WB260:2): “Nu herinneren we onze Bron en daarin vinden we eindelijk onze ware Identiteit. Wij zijn waarlijk heilig, want onze Bron kan van geen zonde weten. En wij die Zijn Zonen zijn, zijn elkaars evenbeeld en de gelijkenis van Hem”.

En in dit stille woordeloze gebed ontmoeten wij al onze broeders in Zijn Liefde en genade, in de Liefde die we allemaal zijn. Hier is geen ruimte meer voor arrogantie. Godzijdank.

Wat overkomt me nu weer?

image

Doe eens een stapje terug en kijk eens naar je leven in de droom die we onze wereld noemen. Zet aangeleerde Cursus-wijsheden even opzij en wees eerlijk. Kijk eens wat je allemaal overkomen is, nog steeds overkomt en waarmee je zogenaamd opgezadeld bent. Kijk zo naar je lichaam met eigenschappen die je niet zo fijn vindt. Kijk naar je verleden, je opvoeding, je ouders. Naar je werksituatie en naar je partner. Als ik zelf zo kijk dan meen ik een soort combi te zien van zaken die me overkomen zijn, die me nog steeds overkomen en andere zaken die ik een beetje naar mijn hand heb kunnen zetten. En lees dan werkboekles 253. Op verschillende manieren zegt de les: ‘Wat gebeurt, is wat ik verlang’. En leg deze uitspraak dan naast de toestanden waar je naar jouw mening absoluut niet op zat of zit te wachten.

En, jawel, daar is ie weer. Onze goede vriend, het ego: ‘eigen schuld, dikke bult’. En in plaats van ons te verbinden met broeders die, op welke manier dan ook, ziek zijn, sabelen we ze neer met deze ‘wijsheid’. Idem dito met ons zelf. Zelfverwijt en schaamte zijn het gevolg. En het rare is, zelfs daar vragen we dus om.

Waarom zouden we willen geloven dat narigheid ons ongevraagd overkomt? Omdat we slachtoffer willen zijn. Ik vraag je niet om dit met je verstand aan te nemen. Neem gewoon iets in je gedachten waarvan je denkt dat het je overkomt. Hierbij een voorbeeldje van mij. Een paar dagen terug zat er een briefje achter de voorruit van mijn auto. ‘Hartelijk dank dat u uw auto zo asociaal hebt neergezet’, stond erop. Ik begreep het niet. Ik parkeer altijd keurig met gepaste afstand tot reeds geparkeerde auto’s, zelfs als dat niet helemaal klopt met de vaag aangegeven parkeervakken. Boos verfrommel ik het papiertje en rijd naar mijn werk. Ik ben wat later dan gewoonlijk, iets na negenen, en de receptioniste begroet me met ‘ook goedemiddag’. Ik merk dat ik me aangevallen en gecorrigeerd voel. Twee ogenschijnlijk willekeurige gebeurtenissen die me overkomen. Toch?

Deze gebeurtenissen zullen me zogenaamd blijven overkomen zolang er een diep schuldgevoel in mijn denkgeest verborgen blijft. Dat schuldgevoel gaat helemaal terug op de denkbeeldige afscheiding van de liefde, van God. Onbewust denk ik dat ik schuldig ben en dat Hij boos is. Te pijnlijk voor m’n zogenaamde binnenwereld dus projecteer ik er lustig op los. Een boze buurman en een boze receptioniste. Mijn neiging is om te verdedigen en vervolgens de tegenaanval te openen. Een sneer terug geven, of zo.

Ik kijk nog eens naar deze mogelijke reactie maar heb eindelijk enigszins geleerd om de verantwoordelijkheid niet direct bij die ander te leggen. Het overkomt me niet. Ik ben geen slachtoffer van de wereld die ik zie. Ik hoef me ook niet schuldig te voelen over mijn neiging. En dan komt het. Ik overweeg om toe te geven dat het bij mij ligt. Dat slechts mijn allergie voor vermeende schuld wordt getriggerd. Durf ik deze gevoelens over te geven? Hoe voelt het om die anderen én mezelf ‘off the hook’ te halen? Om te weigeren om het spel ‘zwarte-pieten-met-schuld’ te spelen? Dat voelt raar, haast ongepast. Toch rust ik in die ruimte, die openheid. Ik merk de weerstand op om het beschuldigen van anderen en van mezelf los te laten. Als ik die weerstand toch overgeef, loslaat, dan stroomt er iets teders door mijn hart. Hier ligt de sleutel. Dit is genade.

Mijn Zelf is heer en meester van het universum.

Twee jongens en een kat

two-boys-with-their-cat

Gisteren gaven we een feestje. Gelukkig was het redelijk weer en konden de deuren naar de tuin open. De meegekomen kinderen vermaakten zich in het dichtbij gelegen speeltuintje. Een jongetje van een jaar of negen blijft echter achter in de tuin en vanuit m’n ooghoek zie ik hoe hij pogingen doet om onze lieve poes Mies op haar staart te stampen. Mies vliegt in paniek door de tuin waarop het ventje de achtervolging inzet. De ouders staan op dit moment natuurlijk net binnen en ik spreek het kereltje ‘vriendelijk’ aan op zijn gedrag en leg uit dat dit niet leuk is en dat het pijn doet als je bij Mies op haar staart gaat staan. ‘Ik vind het leuk’, is het antwoord. ‘Het is niet leuk, en je moet het niet meer doen’, zeg ik met ingehouden woede en ik kijk hem strak aan. Kennelijk ziet hij dat het menens is en hij staakt de achtervolging.

’s Nachts komen dit soort voorvallen weer bij me naar boven als ik even wakker word. Ik heb de les niet geleerd. Pas nu herken ik mijn eigen aanvalsgedachten op het kind. M’n boosheid en verontwaardiging. Op zijn aanval heb ik met een tegenaanval gereageerd. M’n ego schraapt de keel en legt uit dat dit helemaal gerechtvaardigd was en dat het goed is dat ik hem op zijn gedrag aansprak, ook in het belang van de poes. Maar het gaat niet om het aanspreken maar om mijn intentie. En daar zal ik geen doekjes om winden; ik was boos en verontwaardigd. Ik herkende de aanval van het jongetje niet als een vraag om liefde en reageerde misschien ogenschijnlijk niet al te boos maar ik voelde bepaald geen liefde stromen.

Als ik er even rustig naar kijk begin ik de vette projectie te herkennen. Ik meen dat ik buiten me zie dat een dader een aanval uitvoert op een onschuldige en dat deze dader zich schuldig moet voelen. Ik besef dat ik mijn vermeende schuld op hem heb geprojecteerd. Ik meen dat ik een onschuldige heb aangevallen en dat ik schuldig ben en straf verdien. Die onschuldige is God, de liefde. Mijn aanval bestaat uit mijn vermeende couppoging waarbij ik zelfstandigheid en speciaalheid heb opgeëist. Ik meen dat ik Jezus gekruisigd heb en dat ik schuldig ben. Dit schuldgevoel is te overweldigend en projecteer ik met veel energie op die aanval van het jongetje op een onschuldige ‘buiten mij’.

Deze redenering kan vergezocht lijken maar het is geen redenering. Als ik echt stil word kan ik afdalen naar het schuldgevoel dat ik probeer te projecteren. En dit voelt zeer ongemakkelijk en pijnlijk. Ik kan zien hoe het bijna niet lukt om dit schuldgevoel onder ogen te komen. Hier bestaat grote onwil tegen. Ik wil weg, bij dit gevoel vandaan maar besluit de situatie buiten me niet meer als uitvlucht te gebruiken. Mijn ego gooit het als vanouds op een andere boeg en beweert nu dat het toch wel erg stom is dat ik ‘als gevorderde student’ zo liefdeloos gereageerd heb en pas na zoveel uren erachter ben gekomen dat ik fout zat. Het ego gooit de tijd in de strijd om mijn schuld onomkeerbaar te maken. ‘Nu ben je te laat, gemiste kans, je hebt het ventje echt iets aangedaan, je bent dus toch fout, zondig, schuldig!’

Nu is het genoeg. ‘Nee’, zeg ik. ‘Nee!’ Ik ben liefde. Het jongetje is liefde. De liefde van God stroomt nu door ons heen. Ik kijk naar Hem, naar de waarheid. Ik kies Hem, niet het ego. Ik kies vergeving en houd mijn ogen op Hem gericht, in vertrouwen. Er is niets gebeurd, er is geen schuld. Weer zie ik het ventje voor me met zijn brilletje. Ik zie de aandacht die vooral uitging naar zijn schattige zusje. Ik zie iets van eenzaamheid, van behoefte aan warmte. Liefde stroomt van Jezus naar ons beiden. Twee jongetjes die denken eenzaam te zijn. Twee jongetjes die denken dat ze zich sterker zullen voelen als ze aanvallen. Twee jongetjes die zo erg op elkaar lijken en allebei zo geliefd zijn.

WB 247: zonder vergeving blijf ik blind

Ben jij ook zo bang?

Deep fear of businessman

Wat een uitspraak in WB240; angst is niet gerechtvaardigd, in geen enkele vorm. Vooral ook die toevoeging, ‘in geen enkele vorm’. Ogenschijnlijk grote angsten herkennen we redelijk gemakkelijk. We zijn bang voor oorlog en geweld, voor ziekte, voor afwijzing en voor de dood. We gaan met deze angsten om door ze wat af te zwakken (ach, het zal niet zo’n vaart lopen), te vertrouwen op magische oplossingen (een alarmsysteem op je huis, vertrouwen in de medische wetenschap) en vooral ook door ontkenning. We zien de ellende op het journaal, zuchten eens diep en zappen door naar een leuke serie.

Dan zijn er nog die talloze ‘kleinere’ angsten.

‘Hé, wat zullen ze nu van me denken?’
‘Als ik maar niet te laat kom’
‘Straks valt de BBQ in het water’
‘Wat blijft er over van m’n pensioen?’
‘Als er maar niks gebeurt met mijn kinderen’
‘Verdorie, is m’n tv nu al kapot’
‘Als ik maar niet in de file kom’
Etc etc

Ik kan best wel eens jaloers zijn op mensen die, ogenschijnlijk in elk geval, lekker zorgeloos door het leven gaan. Mensen die zich in een avontuurlijke vakantie storten in een afgelegen land, die zich zonder veel nadenken committeren aan een hoge hypotheek, die zich pas zorgen lijken te maken over de dood als deze erg dichtbij komt. Heerlijk lijkt me dat, zo’n opgeruimd gemoed. Maar helaas, in mijn leven binnen de illusie speelt angst een grote rol. Mogelijk is het een ‘bijwerking’ van de Cursus dat ik het spook sneller herken. M’n eerste reactie is die van zelfverwijt en schaamte. De veroordelende stem van mijn vader, de marineman, weergalmt uit het verleden. ‘Kom op, niet zo schijterig, wees een vent!’ Nu pas zie ik ook zijn angst die hij zo krampachtig overdekte met het tegendeel; flink en stoer doen. En wat zijn zelfverwijt en schaamte anders dan ook weer vormen van angst? Ik ben bang het niet goed te doen en ik ben bang wat andere daar van vinden. Weer bang, bang, bang.

Toch is er iets aan het veranderen. Het helpt enorm om angst te leren zien als leermogelijkheid. Om dus niet die eerste impuls te volgen om maar flink te zijn of om de angst te ontkennen. Ik leer steeds beter om mijn zorgelijke aard te zien als een zegen. Want m’n gevoeligheid biedt me veel mogelijkheden per dag. Mogelijkheden om opnieuw te kiezen en een wonder te ervaren. Ik stel me nu niet meer de vraag ‘hoe kom ik hier zo snel mogelijk vanaf?’ maar de vraag ‘waartoe hecht ik geloof aan deze angst?’ Ik maak mezelf minder wijs dat ik slachtoffer ben van een nare, toekomstige, situatie maar dat ik kennelijk geloof dat die angst me iets oplevert.

Wat gebeurt er als je de angst onder ogen ziet en niet direct je neiging volgt deze te willen fiksen? Kijk er naar en durf de angst voelen. Zonder schaamte en zonder schuldgevoel. Laat de angst naakt voor je staan en zeg: ‘zo, daar ben je weer. Wat wil je nu dat ik van je aanneem, waarvan wil je me overtuigen?’. Als je dan goed luistert dan merk je dat de angst je zegt dat je een lichaam bent, kwetsbaar en sterfelijk. En als je dan heel stil bent en heel eerlijk durft en leert te kijken dan zie je dat het helemaal terug gaat naar de overtuiging dat je afgescheiden bent van God, van de liefde, zondig en schuldig. Maar zelfs als je dat laatste nog niet ziet kan het heel behulpzaam zijn om die kleine switch te maken van jezelf slachtoffer voelen van omstandigheden buiten je naar de mogelijkheid om te kiezen.

‘Ik denk dat ik automatisch bang en bezorgd word maar de Cursus leert dat ik er diep van binnen voor kies om de angst serieus te nemen. Hoe zou het zijn als ik deze angst-signalen wel zou waarnemen maar ze niet langer zo serieus zou nemen? Als ik niet zou vechten, maar ze rustig zou accepteren en ze op een dienblaadje zou presenteren aan de Heilige Geest? Kijk Heer, ik geloof dat ik een kwetsbaar wezentje ben, overgeleverd aan omstandigheden buiten mezelf. Kennelijk denk ik dat dit me iets oplevert, dat ik me zo, gek genoeg, een echt stevig ikje kan voelen dat echt bedreigd kan worden. Heer, U leert me dat dit niet nodig is. U leert me dat ik zondeloos, veilig en zonder grenzen bent. Kennelijk vind ik dit nog spannend om te geloven maar ik wil het een kans geven. Ik wil ervaren dat Uw liefde altijd in me stroomt. Ik wil niet luisteren naar valse getuigen die zogenaamd buiten mij zijn maar die ik zelf projecteer, de buitenwereld en andere mensen. Nee, ik wil luisteren naar de enige ware Getuige. Hier ben ik met mijn angsten en zorgen. Ik kies voor U, voor liefde. Dank u dat U de Waarheid bent. Dank’

Les 240: Angst is niet gerechtvaardigd, in geen enkele vorm.