Geniet van vergeven!

Best raar. Wij denken dat we erg ons best moeten doen en stevig moeten oefenen om ‘dichter bij God of Liefde’ te komen. We hebben niet in de gaten dat we al lang de Zoon van God en dus ook Liefde zijn en onszelf tegenhouden om dit te ervaren omdat we bang zijn overweldigd te worden door deze Liefde. We hoeven dus niets anders te leren dan oog te krijgen voor deze nog onbewuste angst. Hoe? Door ons niet langer te laten foppen door onze projecties van ons lichaam, de wereld en vooral van andere mensen. Ons oordeel hierover is een truc om ons in de dualistische droom gevangen te houden. Doorzien dat we dit doen uit angst en vervolgens deze angst overgeven aan Liefde is ‘the way out of this dream’. Vergeving.

Goed opletten. Zodra je jezelf ietsje pietsie meer of minder voelt dan een ander dan kun je voelen hoe dit je illusie van afgescheidenheid versterkt. Dus zodra je jezelf 0,01% beter of slechter of anders voelt: direct vergeven. Geloof het niet en ontsnap uit de droom. Voel hoe dan direct de Liefde en vrede merkbaar worden. Geniet van vergeven!

Overspannen

Zoveel werk. Zoveel te doen. Het bevindt zich om je heen als een hoge muur. Je bevindt je op een binnenplaats in een gevangenis. Stenen muren aan alle kanten. Bijna geen daglicht. Je kijkt naar een plas water op de betonnen vloer en ziet je eigen gespannen gezicht. Je zucht. Je hart bonst in je verkrampte borst. Het voelt zo zwaar, zo uitzichtloos.

Straks is er een werkbespreking met de baas. Je hebt lang niet zoveel gedaan als je had willen doen. Hoe zal hij reageren? Zal hij zijn boze teleurstelling voor zich kunnen houden? Of zal hij afkeurend op je neerzien? Hij heeft het zwaard van het oordeel in zijn hand. Geen waardering maar afkeuring. Misschien wel ontslag. Je bent bang voor hem en bang voor de gevolgen van zijn vernietigend oordeel. Ontslag misschien. Je bent te oud, afgeschreven. Geen inkomsten meer, en dan?

Je voelt je slachtoffer van deze rot situatie. Machteloos. Er rijst een beeld op van je baas. Je ziet de spanning en boosheid in zijn gezicht. Hij heeft een zwaard in zijn hand en een stopwatch. Jouw maandsalaris ligt voor hem op tafel. Zou hij dit ooit nog aan je geven? Je bent zo moe, zo bang.

Plotseling zie je dat je van hem deze afgod hebt gemaakt. Je ziet het beeld van zijn boze gelaat, het zwaard, de stopwatch en het geld. Er valt wat licht op de binnenplaats. Het wordt weerspiegeld in de donkere plas water op de grond. Je gezicht licht op wanneer je beseft dat JIJ het bent die besluit te knielen voor deze afgod. JIJ kunt kiezen om je baas niet langer als beul maar als verlosser te zien.

Je merkt weerstand op om niet langer te knielen voor deze afgod. Je denkt dat je hem nodig hebt; zijn goedkeuring, zijn instemming en zijn liefde in de vorm van salaris. JIJ kiest ervoor om deze afgod te aanbidden. Om zijn slachtoffer te zijn. JIJ denkt dat je leven afhangt van wat hij in zijn handen houdt.

Je besluit anders te kijken. Je kijkt naar je baas, naar je afgod en zegt: ‘ik zie en vertrouw de liefde in jou’. Je kijkt voorbij het afschrikwekkende beeld naar een lichtgevend hart achter hem. Je negeert zijn schreeuwen en kijkt naar dat hart. Je kijkt langs de afgod en ziet achter hem dit lichtgevend hart groter worden. I trust the love in you. Je houdt je blik gericht op de liefde. Je merkt op dat de baas niet boos is maar bang. Hij is zo bang dat het werk niet afkomt en wat er dan allemaal fout zal gaan. En je herkent zijn angst. Het is jouw angst. De baas is zo bang en je raakt bewogen bij het zien van zijn angst, jouw angst. Je kijkt vanuit liefde. Er is geen haat. Je wilt hem laten weten dat het oké is. Dat hij niet bang hoeft te zijn, net zo min als jij.

Het wonder voltrekt zich zacht en mild. Je keert je om en ziet dat de poort van de binnenplaats wijd opstaat. Je richt je op en ademt de zuivere lucht in terwijl je wandelt naar de groene weide buiten de poort. De zon breekt door. Je keert je om en strekt je hand uit naar je baas. ‘Kijk maar. Je hoeft niet bang te zijn. Je bent liefde. Er valt niets te vrezen. Kom met mij mee’. Je baas twijfelt. Hij ziet de glimlach op jouw gelaat en begrijpt het niet. Wat gebeurt hier? Hij wil nog niet met je mee naar de zonovergoten weide maar diep in hem resoneert er een herinnering. Een herinnering aan wie hij is.

Liefde.

Dat geloof je maar

Je hebt niks fout gedaan
En ook niks goed
Er is geen verleden
En je hebt nergens schuld aan
Dat geloof je maar

Je hoeft niet bang te zijn
Er gaat je niks overkomen
Niks leuks en niks vervelends
Er is geen toekomst
Dat geloof je maar

Er is geen boze buitenwereld
En ook geen leuke
Er zijn geen nare mensen
En ook geen aardige
Dat geloof je maar

Er zit geen lichaam om jou heen
Het kan dus ook niet lijden of genieten
En zelfs niet sterven
Dat geloof je maar

We zijn één en dezelfde denkgeest
En dromen slechts slechts de nachtmerrie van ik versus de rest
Kijk nu stil naar binnen zonder oordeel
Je hoeft niks te doen dan vertrouwen op de Liefde die je bent
Geloof dat maar.

Liefde

Liefde
Eenheid
Als lucht, overal.
Er is een inademing in een denkbeeldig lichaam.
Ik denk geboren te zijn en houd de adem in.
Ik neem mijn denkbeeldig bestaan heel serieus.
Denkbeeldige afscheiding; zonde.
Ik voel mijn gezwollen borstkas en de spanning en verwar dit gevoel met liefde.
Ik denk lucht gestolen te hebben van liefde en voel me schuldig.
De liefde, lucht en eenheid die overal is merkt hier echter niets van.
Maar ik kijk bang om me heen vanuit mijn denkbeeldige burcht.
Ik meen een vijand te zien aan de andere kant van de muur.
Ik fantaseer: de liefde wil de lucht uit mijn longen terug en dat wordt mijn dood!
Ik moet die liefde die buiten de poort op me loert doden en schiet mijn pijlen af.
Maar er valt niks te raken.
De liefde is niet te kruisigen.
Maar ik ben zo bang dat ik door zuurstof tekort meen andere lichamen te zien
Ook zij willen de lucht uit mijn longen hebben.
Ik smeek de liefde buiten de poort en in de denkbeeldige anderen om me te sparen.
Wees lief voor me; dood me niet.
Maar ik vertrouw ze niet en blijf op ze schieten.
Ik schreeuw naar de liefde buiten de poort: spaar me, neem de liefde terug uit andere lichamen maar niet uit het mijne!
Ik weet dat ik niet oneindig lang mijn adem kan inhouden.
Ik meen dat mijn lichaam zal sterven maar zie dat juist als bewijs dat het echt is.
Ik houd van de denkbeeldige dood.
Er klinkt een Stem, woorden uit een blauw boek.
Ontspan Simon, vecht niet.
Er is niemand om tegen te vechten, niet buiten de poort en niet naast je op de barricaden.
Vertrouw en vergeef de denkbeeldige andere strijders.
Vertrouw Mij.
Ontspan en wordt één met Mij.
Want je bént onbegrensd.
Liefde.

Drempelvrees

 

Als we aan alle lezers van dit forum zouden vragen wie in het schitterende licht van de waarheid alle illusies zouden willen vergeten, dan zouden we naar ik aanneem allemaal staan te popelen. Natuurlijk willen we dat; we doen deze Cursus JUIST omdat we meer vrede willen ervaren en omdat we gelukkiger willen zijn dan nu. Maar ja, het valt allemaal niet mee en het lijkt ons een hele toer om zo ver te komen. En wat zegt deze werkboekles ons dan? ‘De sleutel ligt in mijn hand, en ik heb de deur bereikt waarachter het eind van dromen ligt. Ik sta voor de Hemelpoort, en vraag me af of ik naar binnen zal gaan om thuis te zijn’. Wat een vraag; natuurlijk willen we thuis zijn, toch? Wat houdt ons tegen, omdraaien die sleutel en het feest kan beginnen!

Kennelijk is dit te simpel gedacht. Wij interpreteren het omdraaien van de sleutel op het niveau van de illusie. Wij willen sleutelen aan nare omstandigheden en nare gevoelens om er vanaf te komen en te vervangen door hun positieve tegenhangers. We willen niet alleen de sleutel maar ook de touwtjes in handen houden. Het klopt dat we een feestje willen, maar dan wel het feest dat WIJ voor ogen hebben. En daar missen we de boot want zo werkt het niet. We staan te ongeduldig te trappelen met die sleutel om iets te vinden wat aan onze verwachtingen voldoet.

Het sleutelwoord in deze les is ‘vergeving’. We hoeven ons niet schuldig te voelen als onze motivatie ontstaat uit onvrede met onze huidige situatie. Maar de Heilige Geest vraagt ons om te komen met lege handen en niet met een verlanglijstje. Heer, ik zie de ellende die ik projecteer en serieus neem en ik weet: ‘zo is het niet’. Dus hier ben ik, met lege handen, stil en in vertrouwen op U. En wat blijkt? Dit kleine beetje bereidheid ís de sleutel. In die openheid is daar een stille Kracht die de sleutel voor je omdraait. En schitterend licht straalt ons tegemoet. Het is ons dikwijls nog te vreemd en te overweldigend, we hebben drempelvrees. Dan mogen we de deur weer een beetje dicht doen. Volgende keer kijken we wel weer verder en doen we de deur pas iets later dicht. Hij wacht op ons.

WB342: ..terwijl de herinnering van U tot mij terugkeert.

Deze dag?

Moet je eens tellen hoe vaak ‘vandaag’ of ‘deze dag’ wordt gezegd in deze werkboekles en hoeveel blijdschap erin verpakt is. De neiging bestaat om de les in te voegen in ons gewone denken. Ik merkte daarbij een aantal gevoelens op. Er was sprake van hoop, verwachting, ongeduld en ook wel frustratie en angst. Ik had eerst het gevoel dat ik bezig was met een lange aanloop van 339 lessen en dat het vandaag, zondag 6 december, allemaal tot een hoogtepunt moest leiden, tot een soort climax.

Tijdens de stille tijd dwarrelt dit stof wat naar beneden en verschijnen de woorden ‘NU’, en overgave aan Gods trouw. NU kan ik vrij van lijden zijn. De onrust en het idee om van alles te moeten doen om iets in de loop van de dag te bereiken worden zichtbaar. De keuze wordt weer helder. Vertrouw ik op mijn eigen kracht en slimme inzichten zodat er iets moois kan gebeuren? Of vertrouw ik er op dat de Liefde er NU al is en dat ik maar hoef te ontspannen en te luisteren naar die zachte Stem? Ik merk de neiging op om voor het eerste te kiezen. Ontspannen en vertrouwen lijken onmogelijk. Maar dan die heerlijke sleutel die de Cursus aanreikt: vergeving. Dus breng ik mijn verwachtingen, onrust, frustratie en doe-neiging naar Hem en meer niet. Gewoon zitten in Zijn vrede. En dan blijkt het zo waar en zo mooi:

WB340: Onze Vader heeft deze dag Zijn Zoon verlost.

De juiste vraag

Ik zal ontvangen wat ik maar vraag. Erg toepasselijke les op pakjesavond; ik zal hem maar niet laten lezen aan m’n jongste dochter 😉. Maar zonder dollen. De les stelt dat we onbewust vragen om pijn. Dat herkennen we niet zo gemakkelijk. We hebben de neiging om dit te ontkennen en te zeggen dat we juist om liefde vragen. Dat doen we ook ten diepste maar we zoeken het in een richting die juist pijn oplevert. Deze richting noemt de Cursus de ‘speciale liefdesrelatie’. Die speciale andere persoon, dat perfecte en gezonde lichaam, de zonnige vakantie en het lang verwachte pensioen: allemaal voorbeelden van die speciale liefdesrelatie. Daar verwachten we geluk van. De ogenschijnlijke tegenhanger, de speciale haatrelatie, proberen we juist te ontlopen. Voorbeelden kun je zelf wel bedenken.

Is dit zo erg, moeten we ons hier schuldig over voelen? Natuurlijk niet, dat zou het ego wel willen. Het vormt prachtig lesmateriaal. In speciale liefdesrelaties en -haatrelaties zoeken en vinden we bewijzen van ons geloof in afgescheidenheid want situaties in de denkbeeldige buitenwereld lijken ons pijn te kunnen doen of juist een kick te kunnen geven. Zo bezien krijgen we wat we vragen maar niet waar we ten diepste naar terug verlangen; onvoorwaardelijke liefde en eenheid.

Waarom zijn we dan zo druk met deze speciale relaties? Omdat we even ‘vergeten’ zijn waar we die echte onvoorwaardelijke Liefde kunnen vinden. Deze liefde betreft geen uitwisseling van knuffels en cadeautjes tussen twee denkbeeldig afgescheiden personen of wezens waaronder Sinterklaas of de klassieke God uit de Bijbel. Deze Liefde hoeft niet gekregen te worden maar kan wel ervaren worden omdat je deze allang bent. Deze Liefde lijkt ons echter zo overweldigend omdat denkbeeldige grenzen hier vervagen. Daarom hebben we er armzalige projecties voor in de plaats bedacht, als uitvlucht. Als we ons openstellen voor deze liefde, door te vergeven, dan ontvangen we deze zo zeker als God. We moeten alleen de juiste vraag stellen: Lieve Heer, mijn Heilige oorsprong, wilt u me laten zien dat ik liefde ben?

WB339: Vader, dit is Uw dag. Het is een dag waarop ik niets op mezelf wil doen, maar Uw Stem wil horen bij al wat ik doe; en waarop ik alleen vraag om wat U me biedt, en alleen de Gedachten accepteer die U met mij deelt.

Zelf bedacht

De boodschap van vandaag staat haaks op onze stevig ingebakken overtuiging dat we een soort poppetje zijn in ons eigen hoofd dat naar buiten kijkt door onze ogen en daar een buitenwereld ziet. De Cursus vertelt dat alles wat we zien zich slechts in de denkgeest bevindt. Dus niet alleen onze gedachten maar ook je eigen lichaam, de tafel en die stoel. Alles.

De Cursus stelt dat de informatiestroom omgekeerd is van wat wij gewoonlijk denken. Er is geen buitenwereld die we waarnemen en waarover we wat mijmeren maar er zijn projecties in de denkgeest waarvan wij geloven dat ze echt zijn. Ons lichaam is zo’n projectie en die zogenaamde buitenwereld ook. Voel eens met ogen dicht aan een tafel of zo. Je eerste indruk? Geen twijfel mogelijk, ik voel die tafel buiten me. Maar kijk eens heel precies. Wat weet je nu echt? Je zogenaamde waarneming van ‘iets buiten je’ is niets meer dan een zintuigelijke indruk ‘binnen je’ waar je een verhaal omheen verzonnen hebt. Misschien zeg je nu:’ja wacht even; als ik m’n ogen open doe dat zie ik de tafel toch?’ Maar hiervoor geldt hetzelfde. Het zijn nu niet de tactiele- maar de optische indrukken waar je een verhaal omheen babbelt.

Die zintuigelijke indrukken (waarnemingen) worden vrolijk geprojecteerd en wij zijn gek genoeg om er een verhaal omheen te bouwen. Waarom? Omdat die zintuiglijke projecties onze illusie versterken dat we een ‘ikje’ zijn die dit alles ervaart. Met deze zintuiglijke indrukken als bouwstenen en de hersenen als metselaar maken we een ongelooflijk ingewikkelde wereld met natuur, mensen, sterren en ga maar door. Zijn die daar dan niet echt? Nee, ideeën verlaten de denkgeest niet. Er is niets buiten je en dat biedt je de machtige sleutel van deze les: ‘Ik ondervind uitsluitend de gevolgen van mijn gedachten.’ Alles wat je meent te zien en mee te maken is grappenmakerij van de denkgeest die je serieus bent gaan nemen. Sta nu eens even stil bij een zogenaamd ‘groot’ idee: ik ben een lichaam en ik kan sterven. Waar of niet waar? Niet waar, want zelf bedacht. En nu leen ik even wat woorden van Byron Katie: wie zou je zijn zonder (geloof in) dat idee?

WB338: Nu heeft hij begrepen dat niemand hem bang maakt en niets hem in gevaar kan brengen. Hij heeft geen vijanden en hij is veilig voor alle uiterlijke dingen. Zijn gedachten
kunnen hem bang maken, maar aangezien deze gedachten alleen hem toebehoren, heeft hij het vermogen ze te veranderen en elke angstgedachte voor een vreugdevolle gedachte van liefde in te ruilen.