Er is niks gebeurd

De reikwijdte van de titel van deze werkboekles is enorm: ‘Mijn zondeloosheid beschermt me tegen alle kwaad.’ Je kunt het in eerste instantie met behulp van het verstand wat ontrafelen; daar gaan we dan. Ik denk dat me van alles kan overkomen. Met ‘kwaad’ denk ik dan aan ziektes, ruzies, geweld en alles waar ik van weg zou willen vluchten. Als ik dit zo ervaar dan laat het zien dat ik geloof dat ik een afgescheiden ikje in een lichaam ben. Waarom ben ik dat gaan geloven? Het was een vlucht in projecties omdat het idee dat ik me ‘los gedacht’ heb uit de eenheid te overweldigend is. Want onbewust denk ik dat die eenheid (God, liefde) het mij kwalijk neemt dat ik me zo vrij gedacht heb. Dus ik denk dat ik iets fout heb gedaan en schuldig ben. Ik denk dat ik een oerzonde bedreven heb; ik heb God iets aangedaan.

Nu de weg terug. Ik heb God niks aangedaan en heb me nooit echt los kunnen denken. Dit is een illusie. Er is dus geen noodzaak om te vluchten en een onecht lichaam en onechte wereld te projecteren. Die bestaan niet echt buiten me, het zijn ideeën in de denkgeest die te serieus genomen werden. Er is dus geen ik en een buitenwereld en dus ten diepste geen ‘me’ die enig kwaad kan overkomen omdat er geen afgescheiden ‘ik’ maar alleen zondeloosheid is.

Pff, wat een verhaal. Wat een denkwerk meen ik te moeten verrichten en ik weet niet of ik er echt feeling mee heb. Maar dan het goede nieuws. ‘Wat moet ik doen om te weten dat dit alles mijn deel is? Ik moet de Verzoening voor mezelf aanvaarden, en meer niet. God heeft alles al gedaan wat gedaan moest worden.’ Wat een opluchting. We kunnen kijken naar de hele mikmak, glimlachen en het roer overgeven aan Hem. Er is niks gebeurd, het is al volbracht want er viel nooit wat te volbrengen. Er is geen ‘ik’, geen verleden, geen toekomst, alleen maar NU, Liefde.

WB337: U, die mij in zondeloosheid geschapen hebt, vergist Zich niet omtrent wat ik ben. Ik vergiste me toen ik dacht dat ik zondigde, maar ik aanvaard de Verzoening voor mezelf. Vader, mijn droom is nu ten einde. Amen.

Mijn God..

Wat een mysterieuze en mooie les. De openingszin is duizelingwekkend: ‘Vergeving is het aangewezen middel om waarneming te beëindigen.’ Hier lopen we tegen de grenzen van ons denken aan. Het is niet zo moeilijk om te schermen met het begrip ‘non-dualiteit’ maar ons voorstellingsvermogen gaat nu toch echt tekort schieten. Want binnen de illusie is er altijd sprake van ‘ik’ die iets meemaakt. In onze ogen is gewoon waarnemen zonder oordeel zo’n beetje het hoogst haalbare. En dat is het in feite ook want pas dan krijgt Liefde de ruimte die zo natuurlijk is.

Maar dan die laatste stap die geen ‘ik’ meer kan zetten maar die God laat gebeuren. Het einde van waarneming. Geen ‘ik’ meer die iets waarneemt maar pure kennis en liefde. De grenzeloosheid die we in eenheid zijn. Ik weet niet hoe het jullie vergaat maar hier valt het denken even stil bij het binnen laten komen van deze werkboekles. Mijn hart jubelt mee: ‘ Want hier, en hier alleen, wordt innerlijke vrede hervonden, want dit is de woonplaats van God Zelf.’ Mijn God..

WB336:Moge vergeving in stilte mijn dromen van afscheiding en zonde wegwissen. Vader, laat me dan naar binnen kijken en ontdekken dat U Uw belofte omtrent mijn zondeloosheid gehouden hebt; dat Uw Woord onveranderd blijft in mijn denkgeest, en Uw Liefde nog altijd woont in mijn hart.

Kijken door Zijn ogen

Gisteren zag ik een deel van de schitterend gefilmde EO serie: Hunt. Het gaat over de jagers in het dierenrijk. Het is één groot gevecht tussen de levensvormen. Daarnaast zien we de beelden van oorlog en geweld op het journaal. Dit vinden we gruwelijk terwijl het óók gezien kan worden als een strijd tussen levensvormen. Dat deze vormen nu toevallig mensen zijn doet aan het onderliggende fenomeen weinig af. Het is ‘kill or be killed; ik of jij’.

Voilà de projectie van onze denkgeest aan ons getoond op televisie. De hamvraag is of we dit als onze werkelijkheid willen zien. Het is niet iets buiten ons, niet een wereld waarin we menen te leven. Het is slechts het beeld van onze eigen denkwereld. Bizar eigenlijk. Ik wil opnieuw kiezen. Iets anders zien. Maar mijn kleine wil is onderdeel van die geprojecteerde vecht-wereld. Dus heb ik hulp nodig van de Liefde die onze Bron is. Ik wil kijken door Zijn ogen.

WB335: Wat anders zou de herinnering van U bij mij kunnen terugbrengen dan het zien van mijn broeders zondeloosheid? Zijn heiligheid herinnert mij eraan dat hij als één met mij en zoals ik geschapen werd. In hem vind ik mijn Zelf, en in Uw Zoon vind ik ook de herinnering van U.

Keuze

Het klinkt best wel gemakkelijk: ‘Gods Stem biedt de vrede van God aan allen die luisteren en ervoor kiezen Hem te volgen. ‘ dus wat zeuren we eigenlijk dat de Cursus moeilijk is en dat we er veel tijd voor nodig hebben? M’n ouders zeiden het vroeger al: ‘wie niet luisteren wil die moet maar voelen’. Daar zit onverwachts een waarheid in die we kunnen gebruiken. De sleutel zit in het woordje ‘wil’. Want daar houden we onszelf met onze Cursus-studie snel zonder het echt door te hebben voor de gek. Wie wil er vrede ervaren? We steken nu allemaal de vingers in de lucht. Wie ervaart altijd vrede? Nu gaan er slechts enkele vingertjes omhoog en over een uurtje gaan ze weer naar beneden.

We kunnen ervan uitgaan dat God geen verstoppertje speelt en zich altijd 100% aan ons wil geven. Dus kennelijk fluctueert die wil van ons nogal. Soms willen we graag, soms een beetje en soms niet. Wat is dat toch met die wil? De Cursus biedt ons een blik op ons onderbewuste. Ze vertelt ons dat angst ons tegenhoudt ook al zien we dat zelf niet. Want 100% kiezen voor God, voor Liefde is 0% kiezen voor ego, voor ons ik-gevoel. En wat blijft er dan nog over van die wilskrachtige keuzemaker die zo graag vrede wil? Uiteindelijk niks en dat vinden we eng. Is het dan zo eng? Nee, want dan ontstaat er pas zicht op wie we zelf zijn; 100% liefde. De ‘plek’ waar geen geloof in afgescheidenheid kan bestaan en waar angst dus onmogelijk is. Gelukkig hoeven we niet in één keer het ogenschijnlijke diepe in te springen en mogen we rustig wennen middels ons vergevingsoefeningen. Als we hiermee slecht voor éven weigeren te geloven in de grote boze buitenwereld dan ervaren we kort een voorbode van die vrede. Beetje spannend maar zo mooi..

WB334: Ik zoek alleen het eeuwige. Want Uw Zoon kan met niets minder dan dat tevreden zijn. Wat anders kan daarom zijn vertroosting zijn dan datgene wat U zijn verbijsterde denkgeest en angstig hart aanbiedt, om hem zekerheid te geven en vrede te brengen? Vandaag wil ik mijn broeder zonder zonde zien. Dit is Uw Wil voor mij, want zo zal ik mijn eigen zondeloosheid zien.

Het oplossen van een conflict

Vanmorgen tijdens m’n stille tijd mediteerde ik op de titel van de werkboekles van vandaag. Kennelijk droomde ik even weg en toen ik weer keek zag ik de volgende gedachte voorbijkomen: VERDEDIGING beëindigt hier de droom van conflict. Een Freudiaanse vergissing. Maar helaas tekenend voor hoe ik er toch nog zo vaak naar kijk.

Onze gebruikelijke opvatting is dat er ellende op ons af komt vanuit de buitenwereld. Die bestaat niet alleen uit vervelende andere personen maar zelfs uit ons eigen lichaam met z’n nare kwaaltjes en ziekten. Vervolgens gaan we het conflict proberen te beëindigen door iets te fixen aan het probleem buiten ons. Verdediging en z’n broertje ‘aanval’ spelen hierin de hoofdrol. Het ego roept nu direct: ‘maar moet ik dan alles maar laten zoals het is?’ Nee hoor, sleutel maar aan het probleem binnen de illusie wat je wilt, maar de uitnodiging is om oog te krijgen voor de wortel van het conflict. Dit is de manier waarop er iets kan gebeuren bij de kern ervan; in de denkgeest. Het is het bekende verhaal dat voorbij was vóór het begon.

‘Hé, ik besta los van God!’ Zonde, en dit idee werd serieus genomen. ‘Oei, fout bezig’. Schuld. ‘God zal me terugpakken!’. Angst. ‘Wegwezen hier!’ Projectie van lichaam en wereld en anderen. ‘Ai, deze projecties zullen me te grazen nemen’. Bevestiging van de illusie dat ik besta en dus kan sterven. Anders gezegd: je bevestigt de illusie dat je als ikje bestaat door te geloven dat de denkbeeldige jij met je denkbeeldige lichaam aangevallen kan worden door de denkbeeldige wereld. Het willen veranderen van die wereld door verdediging en aanval laat slechts zien dat je het nog steeds serieus neemt. Niet fout maar het schiet niet op. De oplossing? Kijk goed waar je mee bezig bent. ‘Heer ik denk dat ik besta, dat er een conflict is. Ik neem alles bloedserieus en wil aan de slag. Ik kan het bijna niet geloven dat het allemaal projecties zijn. Dan overgave. ‘Laat U het me maar zien. Ik vertrouw op U, op Liefde en geef het in Uw handen’. Het wonder van vergeving kan nu plaatsvinden. Verwondering, dankbaarheid.

WB333: Een conflict moet worden opgelost. Je kunt het niet vermijden, opzij schuiven, ontkennen, vermommen, elders zien, anders noemen of door enige vorm van misleiding verbergen, als je eraan ontsnappen wilt. Het moet precies gezien worden zoals het is, daar waar je denkt dat het is, in de werkelijkheid die eraan gegeven is en met het doel dat de denkgeest eraan heeft toegekend. Want alleen dan worden zijn verdedigingen opgeheven en kan de waarheid haar licht erover laten schijnen terwijl het verdwijnt.

Kleine en grote angsten?

De Cursus hanteert een tamelijk dramatische terminologie. Zonde, schuld, angst, aanval, slachtoffer, haatrelatie enzovoort. Het voordeel van deze aanpak is dat onze interesse gewekt wordt omdat we deze zaken als heftig en belangrijk zien. Als ik een boek zou schrijven over ‘balen van muggen’ dan zou dit hoogstens interessant gevonden worden door een zeer beperkt publiek. Misschien een lollig verjaardagscadeautje, meer niet. Het is een mooi begin als je aandacht voor de Cursus vooral naar voren komt tijdens zaken die we als heftig ervaren: echtscheiding, geweld, ernstige ziekte en ga maar door. Maar de uitnodiging ligt er om te ontdekken hoe die grote thema’s ALLE aspecten van ons leven door en door bepalen, tot de kleinste onbenulligheden aan toe.

Vandaag dus angst. In het ‘groot’ is natuurlijk de angst voor de dood van het fysieke lichaam het belangrijkste thema voor ons. Hoe verhoudt dit zich tot de irritatie over een zoemende mug in de nacht? Zijn we bang dat we dood gaan van zo’n prikje? Nee, dat niet. Maar we geloven dat we een lichaam zijn dat aangevallen (groot woord!) kan worden door iets buiten ons. We geloven dat we kwetsbaar zijn. Dit kan alleen als we geloven dat we afgescheiden zijn van het geheel, van Liefde, van God. We geloven dat de projecties van ons lichaam en van een aanvaller buiten ons wáár zijn. Het mugje is de ‘kleine’ projectie die terugvoert op ons beeld van een straffende God buiten ons die ons wil aanvallen. De veiligheid die we in ons denkbeeldige lichaam probeerden te zoeken wordt ogenschijnlijk bedreigd.

Wat we hier hebben is dus toch een afspiegeling van de doodsangst gebaseerd op de oerillusie van zonde, afscheiding van God. Ook hier ligt de uitnodiging een vergevingsles te leren. Heer, ik ben er kennelijk van overtuigd dat ik een lichaam ben dat bedreigd kan worden. Ik ben mijn identiteit als Zoon van God vergeten. Ik zie mijn angst en mijn projecties. Ik zie dat ik me slachtoffer wil voelen omdat ik uiteindelijk bang ben door U gepakt en gedood te kunnen worden. Heer laat me zien Wie U bent, dat U Liefde bent, dat ik Liefde ben en niet een lichaam.

WB332:Wij willen de wereld vandaag niet opnieuw binden. Angst houdt haar gevangen. Maar Uw Liefde heeft ons het middel gegeven om haar vrij te maken. Vader, we willen haar nu bevrijden. Want wanneer we vrijheid aanbieden, wordt ze ons gegeven. En we willen geen gevangenen blijven terwijl U ons vrijheid aanreikt.

Zo dichtbij

 

Als ik de blik naar binnen sla dan zie ik daar een denkbeeldig persoon druk aan het babbelen. Een wirwar van gedachten over van alles en nog wat passeert de revue. Die babbelaar, laten we hem maar even B noemen, vindt van alles en wil sommige dingen wel en andere weer niet. Dat maakt hem soms tevreden en soms weer ontevreden, afhankelijk van de omstandigheden. Hij ‘denkt’ aan het verleden en maakt plannen voor de toekomst. B doet ook als trouwe student van de Cursus zijn best om liefde te ervaren.

Tijdens de stille tijd kwebbelt B nog even door. Maar dan gebeurt er iets raars. Hij wordt zich op een of andere manier bewust van zichzelf. Het babbelen wordt waargenomen, maar door wie of door wat? Zodra de B hiermee aan de slag wil raakt dit besef weer op de achtergrond. Maar moeiteloos verschijnt het weer als hij wat rustiger wordt. Wat dan ervaren wordt is onbekend en tegelijk toch zo vertrouwd. Zo dichtbij dat het niet meer gezien kan worden terwijl er toch een weten is dát het er is. Dat Bewustzijn wordt in de Cursus God of Liefde genoemd. Het is er altijd, zo intiem en zo dichtbij. Als we B geloven met zijn verhalen over het lichaam, de wereld, jij en ik, gisteren, morgen, goed en fout dan raken we ‘de ervaring’ van die Liefde kwijt.

De Cursus reikt ons vergeving aan. Vergeving leert ons dat B uit z’n nek kletst met al zijn verhalen over de buitenwereld met daders en slachtoffers. Het leert ons dat B geen echte wil noch macht heeft. Hij doet zo druk omdat het druk doen de illusie van zijn bestaan bevestigt. Maar B blijkt een nep figuur. Er is maar één echte macht, er bestaat maar één echte Wil. De Wil die we gewoonlijk buiten ons zien als God. Maar er is geen God buiten ons. Die woordeloze oergrond van Liefde, dat stille Bewustzijn is Hét. Zo dichtbij dat het woord ‘dichtbij’ niet meer klopt; het implodeert. Die Liefde dat ben ik, dat ben jij.

WB331: Hoe zou ik kunnen denken dat Liefde Zichzelf verlaten heeft? Er is geen andere wil dan de Wil van de Liefde.

Slachtoffers?

Er overkomt ons van alles, zowel leuke als minder leuke dingen. Zo lijkt het althans. We voelen ons dikwijls slachtoffer van de situatie. Iemand vertrouwde me toe dat zij zich zelden ‘slachtoffer’ voelt maar dit hangt nogal af van wat we ons hierbij voorstellen. In ons dagelijks leven is ‘slachtoffer’ een woord dat we reserveren voor ‘grote’ gebeurtenissen. Verkrachting, geweld, oorlogen, natuurrampen en ga zo maar even door. De Cursus trekt het veel breder en brengt het helemaal terug tot de oer-vergissing.

We menen dat we ons los gedacht hebben van God (zonde) en daarmee schuldig zijn. We denken dat we Hem iets hebben aangedaan (dus dader zijn) en dat Hij ons slachtoffer is. We vermoeden dat Hij ons wel terug zal willen pakken (dan wordt Hij weer dader) en dan zijn wij zelf het haasje (slachtoffer). Dit wordt ons te spannend dus vluchten we ‘naar buiten’ en projecteren we dit hele circus in een door ons bedachte wereld. Omdat we denken dat we afgescheiden zijn doordat we ons een lichaam bedacht hebben, kan er in onze ogen van alles met dit lichaam gebeuren. Een jeukende muggenbult, slecht vakantieweer, boze blik van onze partner, rumoerige buren etcetera. En ‘it takes two to tango’, dus er is ook altijd een schuldige in het spel. Die rot mug, de elementen, de partner, de buren etcetera. Het omgekeerde gebeurt natuurlijk ook, dat wij menen anderen van alles aan te kunnen doen. In de illusie klopt dit natuurlijk ook. Maar deze illusie hebben we dus zelf bedacht om het spel van dualisme te kunnen spelen.

We kunnen ook kiezen om dit niet te doen. We nemen de projecties terug en laten Zijn stille Liefde hierop schijnen. Vergeving dus. Nu even het ego in de gaten houden. Die kan namelijk een gevoel van schuld aanbieden omdat we ‘zo stom waren’ om van alles te projecteren. Maar er is niks gebeurd in werkelijkheid en dus zeker niks stoms. Maar nog waarschijnlijker is dat het ego moord en brand schreeuwt dat er wel dégelijk slechteriken zijn die ons van alles aandoen en dat we daar toch echt niet om gevraagd hebben. Binnen de illusie wel maar in werkelijkheid dus niet. Gelukkig kan ik hier zeggen: don’t shoot the messenger. Lees maar mee:

WB330:
Vader, Uw Zoon kan niet worden gekwetst. En als we denken dat we lijden, verzuimen we slechts onze ene Identiteit te kennen, die we delen met U. We willen daar vandaag naar terugkeren om voorgoed van al onze vergissingen te worden bevrijd, en te worden verlost van wat we dachten dat we waren.

Jouw echte Wil

We proberen door de Cursus toe te passen iets te bereiken. We willen minder lijden, ons liefdevoller voelen of verlichting bereiken. Vul je eigen wensen hier maar in. Niet iets om ons schuldig over te voelen en we hebben er in ieder geval lucht van gekregen dat er meer is dan onze beslommeringen in de wereld. We hebben een vermoeden gekregen dat wat we zien en meemaken beperkt is. Er moet toch meer zijn?

Binnen de illusie die we menen gemaakt te hebben weten we wat we moeten doen als we iets moeilijks willen bereiken. Voor een goede baan moeten we hard studeren en werken. Voor grote sportprestaties moeten we keihard trainen. Het kost bloed, zweet en tranen en we hebben respect voor mensen die het via deze weg ver schoppen. Deze aanpak zit zo diep in ons verankerd dat we hem ook hanteren om van de Cursus een succes te maken. We zien het als een pittig proces waarin we nog veel te leren hebben.

En dan zegt deze les (329): ‘ik heb al gekozen wat U wilt’. Dit lijkt een beetje uit het niets te komen. In eerste instantie herkennen we dit niet echt want we hebben er nog weinig gevoel bij. Maar de les biedt ons een heerlijke zegen door, zoals zo vaak in de Cursus, alles op z’n kop te zetten. Wij denken dat we veel te doen hebben maar het is al volbracht. We hoeven liefde niet te bereiken omdat we liefde zijn. We zijn nooit vertrokken uit onze veilige woning. We dromen een nare droom waarin we van alles meemaken en druk aan het zwoegen zijn en er zit een lieve Vader naast ons bed die zegt ‘word maar wakker, je bent in je veilige huis, het was maar een nare droom’.

Maar wat als we dit nog niet helemaal, of misschien zelfs helemaal niet, ervaren? Dan zijn er vergevingsoefeningen om ‘klein’ te beginnen. Wat mij bijvoorbeeld helpt is om me niet af te zetten tegen een stomme uitspraak of vervelend gedrag van een ander maar om me er eens mee te verbinden en dan te vergeven. Dus in plaats van ‘ik veroordeel die arrogante houding van jou’ contact te maken met ‘ik vergeef deze arrogante houding in MIJZELF’. Je kunt dan opmerken dat er direct protest komt waarbij je deze nare eigenschappen buiten je wilt houden. Dit illustreert je geloof in verschillen in binnen en buiten, ik en de ander en je geloof in de echtheid van nare eigenschappen. Blijf hier bij en kijk nog eens op een liefdevolle en vergevende manier. Dat kleine rare, lichte gevoel van vergeving dat nu schuchter om de hoek komt kijken dat mag je vertrouwen. Daar gaat het om. Het zal zeker groeien als je je hieraan telkens weer overgeeft want het is jouw natuurlijke Wil om gelukkig en vredevol te zijn. Jouw echte Wil is altijd deze Liefde geweest en een andere wil is er niet.

WB329: Vandaag zullen we onze eenheid met elkaar en onze Bron aanvaarden. We hebben geen wil los van die van Hem, en we zijn allen één omdat Zijn Wil door ons allen wordt gedeeld. Door deze beseffen we dat we één zijn. Door deze vinden we eindelijk onze weg naar God.

Autonomie

Wat een mooi thema. Lees eerst eens even mee in WB328 als je wilt: ‘Het lijkt alsof we alleen autonomie kunnen verwerven door ons streven afgescheiden te zijn, en dat onze onafhankelijkheid van de rest van Gods schepping de manier is waarop verlossing wordt bereikt’. Dit is dus de ego-versie van het streven naar onafhankelijkheid. We trekken ons terug in de denkbeeldige bunker van een “ik-gevoel” waar we hopen onkwetsbaarheid te vinden. Het ontgaat ons dat deze neiging slechts een denkbeeldig ik creëert en daarmee juist een gevoel van kwetsbaarheid.

Dan horen we van de Cursus. We leren dat de gevaren die we buiten ons menen te zien slechts door ons geprojecteerd zijn. We projecteren een lichaam, andere mensen en de buitenwereld zodat we onszelf opgesloten kunnen blijven voelen in die veilige bunker. Dit is een mooi en bruikbaar inzicht. Als we dit echt voor 100% zouden zien en werkelijk aanvaarden dan zou dit het einde van de bunker betekenen en daarmee direct het einde van ons ‘veilige’ ego. Die stap voelt te groot. We willen ons niet overgeven maar ergens de touwtjes nog in handen houden. Een gebruikelijke aanpak is om Cursus-teksten te gebruiken als een soort tranquillizers tegen nare gevoelens. We menen dat we overmeesterd worden door gevoelens van pijn, angst, boosheid en verdriet en proberen vooral deze nare gevoelens kwijt te raken met behulp van de Cursus. Is dit dan fout? Nee! Het kan juist liefdevol zijn om zo de angst stapsgewijs af te bouwen en de Cursus vraagt ons ook niet om (voor ons gevoel) in één keer in de afgrond van Liefde te duiken. Maar de uitnodiging is om uiteindelijk te zien wie we hierbij nog even op de eerste plaats blijven zetten; ons denkbeeldige ik dat zich nu iets prettiger voelt. Het is een opmaat om uiteindelijk het roer helemaal uit handen te geven aan Hem. En dan zullen we zien dat er helemaal niemand is en ook geen roer om uit handen te geven: ‘ er is naast Zijn Wil geen tweede’. Mediteer hier eens op: Er is naast Zijn Wil geen tweede.. Wow!

WB328:
Er is geen andere wil dan die van U. En ik ben blij dat niets wat ik me voorstel, in tegenspraak is met wat U wilt dat ik ben. Het is Uw Wil dat ik volkomen veilig ben, en eeuwig in vrede. En met vreugde deel ik die Wil die U, mijn Vader, mij als deel van mij gegeven hebt.