Gebeurt er al wat?

 

imageIk heb de neiging om Jezus pas uit te nodigen in mijn leven als het me tegenzit. Bijvoorbeeld als ik ’s nachts wakker word en zo onrustig ben dat het me niet lukt om verder te slapen. Ik wil dan zo snel mogelijk af van dat vervelende gespannen gevoel en van al die malende gedachten. Hoe kom ik zo snel mogelijk weer in slaap? Ik besluit om er maar eens een Cursus-tekst tegen aan te gooien. Met m’n hoofd begrijp ik ondertussen wel dat ik dit gevecht zelf in stand houd. Ik kies voor een worstelpartij om me slachtoffer te voelen en hiermee mijn afgescheiden ik-gevoel te bevestigen. Best gek, vind ik, dat ik wel begrijp waar ik mee bezig ben maar dat dit begrip geen einde maakt aan de strijd. Ik herhaal de Cursus-tekst nog maar eens. Meestal is dit de Werkboekles van de voorgaande dag. Met een schuin oog kijk ik naar het innerlijke gevecht. Gebeurt er al iets? Werkt het al?

Dan daagt het langzaam dat er in mijn strijd iets essentieels mist. Ik besef dat IK de Cursus gebruik om iets wat me niet bevalt te fiksen. Hierbij heb ik zelf alvast bepaald wat Jezus voor me moet doen; mijn spanning weghalen en me een verkwikkende slaap aanbieden. Ik heb een invuloefening voor Hem gemaakt. Ik ben zodoende een sta-in-de-weg geworden voor Liefde. Hiermee ben ik niet schuldig, maar ik vergis me wel.

Ik kies opnieuw. Jezus, zie mijn worsteling met mezelf. Ik weet niet beter. Ik weet helemaal niet wat goed voor me is en ik merk dat ik U niet vertrouw. Dank dat U met mij hierom wilt glimlachen. Dank voor Uw liefdevolle blik op mijn gespartel. Dank voor het vertrouwen dat nu omhoog komt in mijn hart. Wat er ook gebeurt, het is oké omdat U naast me staat en Uw arm om me heen slaat. Dank dat de uitkomst vaststaat, wat er ook binnen de illusie lijkt te gebeuren.

WB131: Niemand kan falen die tot de waarheid tracht te komen.

Sweet dreams

imageZiezo. Lekker in het zonnetje in de achtertuin.Rustig dromen in mijn eigen kleine hofje van Getsemane. Ik denk aan werkboekles 128: deze wereld bevat niets wat ik verlang. Klopt, al met al ben ik zo wel redelijk tevreden. Goede gezondheid, lieve vrouw en kinderen en een leuke baan. Vervolgens de werkboekles van vandaag (129): voorbij deze wereld is een wereld die ik verlang. Ach ja, het kan altijd fijner en nog wat comfortabeler. En zo gaan deze lessen het ene oor in en het andere oor weer uit. Morgen weer een dag en dan zien we wel weer verder.

Totdat. Totdat ik bijvoorbeeld een akelige kiespijn krijg. Of totdat er iets met m’n dierbaren gebeurt of ik m’n baan kwijt raak. Bevat de wereld dan nog steeds ‘niets wat ik verlang’? Vergezocht? Knijp je neus maar eens een minuut dicht. Is er nu nog steeds niet wat je verlangt?
Als er niets was wat ik verlangde dan had ik dit universum niet geprojecteerd. Dan was de eenheid nooit (ogenschijnlijk) verbroken. Omdat ik niet tevreden was met de wereld voorbij deze wereld, meen ik hier in mijn achtertuin te zitten.

Op dit moment heeft het ego gewacht. ‘Schijn-heilige!’, roept het ego luid. ‘Je moet je schamen met je gemakkelijke geneuzel, je wil de liefde dus helemaal niet!’ Het beeld van mijn naamgenoot uit de Bijbel schiet me te binnen. Simon Petrus. Ook hij was er zeker van een trouwe leerling te zijn. Hij zou Jezus wel eens volgen, desnoods tot in de dood. Je kent het verhaal. Toen de haan kraaide had Petrus zijn liefdevolle Heiland drie maal verloochend. Ook Petrus koos gewoon voor zijn eigen hachje.

Maar dan. Was Jezus bij zijn wederkomst zwaar teleurgesteld en kwaad op Petrus? Dus niet. De liefde veroordeelt ons niet voor wat nooit echt gebeurd is. We denken dat alles koek en ei is en pas als we dreigen kopje onder te gaan in de woelige baren van onze schijnwereld zijn we bereid om de altijd uitgestoken hand van Jezus te pakken. En dan mogen we zien dat we hier nooit kunnen verdrinken. Wat is onze Heiland toch geduldig en trouw.

In Gods handen

imageAfgelopen dagen heb ik mezelf ondergedompeld in de Hemelvaart workshop in Denekamp. Fijne en inspirerende leraar is die Koos Janson toch. Ook fijn om zoveel medestudenten te ontmoeten. We hebben het over tijd en over het nu. Het ‘nu’ als beste benadering van de eeuwigheid. Hier valt veel over na te denken maar dat gepieker is gewoonlijk niet zo vruchtbaar. Gelukkig bieden onze ervaringen ons ingangen genoeg. We dragen tijdens de workshop veel voorbeelden aan uit onze dagelijkse levens. Een patroon is duidelijk zichtbaar. Alle gevoelens van spijt, schaamte en schuld gaan terug op het dode verleden. Al het gepieker over wat er kan gebeuren en hoe het verder zal gaan, alle zorgen en angsten gaan terug op een verbeelde toekomst. Verleden en toekomst, beide zijn bedoeld om onze illusie van een afgescheiden ikje in de tijd te versterken. Beide zijn onwaar. Maar hoe doorzie je dit? Denkwerk helpt ons niet veel verder. Maar dan zo’n werkboekles als 194:

Ik leg de toekomst in Gods Handen.

Als je dit eens echt meent en met gevoel bidt. Kijk eens wat er gebeurt. Verleden en toekomst smelten weg als ijsblokjes in de zon. Er ontstaat ruimte in je hoofd. Opluchting. De horizontale tijd, van illusoir verleden naar evenzo illusoire toekomst, verdwijnt en er ontstaat een opening naar de hemel. De zon breekt door het wolkendek van schuld en angst heen en er is Liefde. Wat een zegen.

Hulp

imageVergevingsoefeningen staan centraal binnen de Cursus. Mijn ikje is hier maar wat blij mee. Eindelijk iets wat ik kan doen. Werk aan de winkel en de handen even flink uit de mouwen steken. Snel op zoek naar vervelende mensen die ik vervolgens mijn vergeving kan aanbieden. Het voelt niet echt comfortabel om eens eerlijk te kijken naar mijn motieven hierbij. Diep weggestopt in mijn denkgeest bestaat het verlangen om zelf beter te worden van mijn vergevingsoefeningen. Er sluimert een gevoel van speciaalheid en superioriteit. Mild glimlachend knik ik vriendelijk naar personen die me irriteren. Ik mag vooral niet toegeven aan die irritatie en moet voorkomen dat ik van mijn heilige voetstuk val als ik een keer niet zo liefdevol reageer.

Als ik op deze manier mijn vergevingsoefeningen denk te moeten doen dan voelt het onvrij en gespannen. Ik probeer iets op te houden om zodoende iets te bereiken. Ik bedoel het zo goed maar het werkt niet. Mijn zwoegende pogingen om liefdevoller te doen dan ik me voel resulteren in kramp en frustratie als het in mijn ogen niet lukt en trots als ik meen dat ik het goed gedaan heb.

Wat dan? We kunnen oog krijgen voor het opzwellen van ons ego als we zelf druk bezig zijn met vergeven. We hoeven dit niet als waarheid aan te nemen maar kunnen het ervaren door heel goed op te letten. Door stil te zijn. En als je dit dan ziet springt gewoonlijk het ego er boven op. ‘Arrogante sukkel, dit wordt dus nooit iets met jou!’. Dit zou inderdaad kloppen, ware het niet…. Ware het niet dat we het vergeven juist niet vanuit ons kleine ikje hoeven te doen! Prijs de Heer, prijs de Liefde; er is hulp die mijn ikje overstijgt. Luister en verheug je in werkboekles 126:

‘Al wat ik geef is aan mijzelf gegeven. De Hulp die ik nodig heb om te leren dat dit waar is vergezelt mij nu. En in Hem zal ik mijn vertrouwen stellen’

Hulp met een hoofdletter H. Prijs de Heer dat we mogen zien hoe ons ego opzwelt bij onze eigen dappere pogingen zodat we het roer uit handen mogen geven. ‘Heer, ik merk dat ik me alleen maar meer afgescheiden voel als ik anderen, die ik minder dan mezelf acht, probeer te vergeven. Leer me zien wat dit oordeel met me doet zodat ik mijn handen ervan aftrek zoals ik automatisch doe in deze wereld als ik ze ergens aan dreig te branden. Heer dank voor Uw liefde die altijd ons te Hulp schiet. Ik geef me over aan U Heer, dank U wel!’

Back to the light

imageDe werkboekles van vandaag (125) vraagt ons om vandaag drie maal tien minuten stil te zijn. Makkie toch? Ik heb de neiging even de ogen te sluiten, te genieten van de mooie werkboektekst en na 1 of 2 minuten over te gaan tot de ‘orde van de dag’. Lekker om even stil te zijn maar er is genoeg te doen dus hopla, uit de startblokken. Ik onderken deze neiging en besluit om toch maar eens even bij de stilte te blijven. Vervolgens loop ik tegen een kracht aan die anders wil. Er klinkt een stemmetje in mijn hoofd dat beweert dat ik makkelijk de tien minuten zou kunnen volmaken als ik dit zou willen maar nu even niet. En nu wordt het opletten geblazen. Er zijn twee uitersten:

1: De weerstand tegen stilte niet serieus nemen en snel wegvluchten naar de zogenaamd veilige drukte van de dag
2: Enorm gaan vechten om te laten zien dat IK het wel degelijk kan!

Ons ego vindt beide opties prima. Maar er is ook een andere weg. Ik onderken dat ik weg wil van de stilte met als doel de Stem der Liefde niet te horen. Waarom niet? Omdat in deze onbegrensde stilte de muren van mijn gedachten-bunker een beetje afbrokkelen. Door de nu ontstane kieren komt het licht naar binnen. Als een vampier vlucht ik hiervan weg. Ik blijf hier even bij. Zonder negatief en streng te oordelen over dit arme bange wezentje. Ik zie zijn nodeloze angst voor de liefde en dwing hem nergens toe maar glimlach liefdevol naar hem. Vrees niet jochie, niks aan de hand, kijk maar even rustig! Geen dwang, geen oordeel maar het liefdevol zien van de angst en van de neiging om te vluchten naar een duisternis en naar een drukte waar geen echte rust en veiligheid bestaat. Even durf ik mijn gezicht op te heffen naar dit Licht. Stilte… Liefde…

In stilte ontvang ik vandaag Gods Woord.

Praten over bewustzijn en zo..

vriendelijk

Voordat ik met de Cursus in aanraking kwam las ik veel boeken over ‘Bewustzijn’ en bezocht ik Satsangs waar van gedachten gewisseld werd over dit onderwerp dat eigenlijk geen onderwerp is. Binnen de illusie hebben we allemaal te maken met een karakterstructuur. Het droomfiguurtje Simon heeft de neiging flink te piekeren en na te denken over alles.  Is dit dan fout? Nee, dat niet, maar de vraag is wel wat nadenken over bewustzijn en verlichting kan opleveren. Wanneer weet ik genoeg? Kennelijk meen ik dat ik een soort ultieme conclusie kan trekken waarmee alles op zijn plaats valt. Wat zegt de Cursus hierover?

De leerstof die de Cursus aanbiedt is zorgvuldig samengesteld en wordt stap voor stap uitgelegd, zowel op theoretisch als op praktisch niveau. Hij legt de nadruk op toepassing in plaats van theorie en op ervaring in plaats van theologie. Hij stelt uitdrukkelijk: ʹEen universele theologie is onmogelijk, maar een universele ervaring is niet alleen mogelijk, maar zelfs noodzakelijk (VvT. In.2:5)

 Het lijkt tegenstrijdig dat deze tekst staat in een boek van 1300 bladzijden maar toch is dat niet zo. Een bevriend Advaita-leraar vertelde me dat hij vindt dat “de Cursus je erg naar het hoofd trekt”. Dat mag aanvankelijk zo lijken maar de vele pagina’s zijn juist een enorm geduldige en liefdevolle poging om ons te laten zien waarom we zelf aan zoveel concepten en theorietjes vasthouden. Als wij wat sneller van begrip zouden zijn en minder bang voor onze ware aard, onbegrensde liefde, dan zouden we aan het volgende genoeg hebben:

Waar de Cursus over gaat

Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.
Hierin ligt de vrede van God.

Jezus zou me een App kunnen sturen met de strekking: “Hi Simon, luister goed. Je denkt dat je een afgescheiden ventje bent dat kan denken en voelen maar je vergist je. Je bent onbegrensd bewustzijn. Duidelijk?”

Met mijn verstand wil ik dit nog wel aannemen maar dat is wat anders dan een “universele ervaring”. Hoewel dit geen oproep is om niet meer na te denken en te praten over bewustzijn of over de teksten uit de Cursus begin ik steeds meer te beseffen dat ware Liefde van een andere dimensie is. Ik begin een heel klein beetje te beseffen dat haarscherpe analyses aardig zijn zolang ze er maar toe leiden dat ik me meer aan Hem overgeef. We kunnen blijven hangen in de tekst van honderden boeken en in ideeën over eenheid. Dit kan de vorm krijgen van een vasthouden aan verstandelijke concepten om het ik-gevoel (de “ik” die het zo goed weet) fier overeind te houden. Nogmaals, niet iets om ons schuldig over te voelen maar wel handig om te ontdekken waar we mee bezig zijn en het dan over te geven aan Hem zodat het vergeven kan worden.

Ik merk dat ik geraakt wordt door eenvoudige liefdevolle mensen die goed zijn voor hun naasten. Al mijn boekenwijsheid verbleekt in de warme gloed van hun mens-zijn. Gewone vriendelijkheid. Welgemeend. Zachtaardig. Een aardige dominee vertelde me eens dat discussies over het geloof nogal eens ontaarden in “verhitte hoofden en koude harten”.  In het verlengde van deze uitspraak en tot slot hierbij een van de mooiste teksten over liefde die ik ken, uit onze vertrouwde Bijbel:

1 Korintiërs 13:1-13

Uitnemendheid der liefde

Al ware het, dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en de liefde niet had, zo ware ik een klinkend metaal, of luidende schel geworden.En al ware het dat ik de gave der profetie had, en wist al de verborgenheden en al de wetenschap; en al ware het, dat ik al het geloof had, zodat ik bergen verzette, en de liefde niet had, zo ware ik niets.En al ware het, dat ik al mijn goederen tot onderhoud der armen uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam overgaf, opdat ik verbrand zou worden, en had de liefde niet, zo zou het mij geen nuttigheid geven.De liefde is lankmoedig, zij is goedertieren; de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet lichtvaardiglijk, zij is niet opgeblazen;Zij handelt niet ongeschiktelijk, zij zoekt zichzelve niet, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad;Zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid;Zij bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen.De liefde vergaat nimmermeer; maar hetzij profetieën, zij zullen te niet gedaan worden; hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan worden.Want wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele;Doch wanneer het volmaakte zal gekomen zijn, dan zal hetgeen ten dele is, te niet gedaan worden.Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, was ik gezind als een kind, overlegde ik als een kind; maar wanneer ik een man geworden ben, zo heb ik te niet gedaan hetgeen eens kinds was.Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht; nu ken ik ten dele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook ik gekend ben. En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; doch de meeste van deze is de liefde.

Storm in m’n hoofd

imageHet kan zo druk zijn in m’n hoofd. Gek genoeg valt er er niet eens een echt duidelijke aanleiding aan te wijzen. Het lijkt wel of het onstuimige lenteweer zich vertaalt naar tumult in m’n schedelpan. Probleempjes die geen naam mogen hebben buitelen over elkaar en roepen om aandacht. Het is een grote brei en het levert een ondefinieerbaar gevoel van onbehagen op. Een innerlijke drukte en druk.

De neiging ontstaat om met dit vage spook van onrust in gevecht te gaan. Ik wil dit ondefinieerbare en vervelende gevoel niet, maar het blijkt lastig vechten tegen zoveel vaagheid. Waar moet ik beginnen en wat moet ik doen om me anders te voelen?

Ik lees de herhalingsles van vandaag. ‘Gods vreugde en vrede behoren me toe’. Dat lijkt nu echter ver weg en niet aan de orde. Toch begint het een beetje te dagen. Ik ben gepreoccupeerd door m’n vage gedachten en gevoelens. Ik kan ze niet echt vatten, laat staan effectief bestrijden, maar ik ben er van overtuigd dat ze écht zijn en vervelend. Dat ik ervan af moet komen. Ik denk dat ik moet vechten voor vrede.

Maar ze zijn niet écht en slechts bedoeld om de illusie van afgescheidenheid te bevestigen. Ik tegen de rest, ik tegen mijn gevoelens en gedachtes. ‘Toe maar, vecht maar en verover die vrede waar je recht op hebt!’ Maar zo is het niet. God zij dank voor het tweede deel van de les van vandaag:

‘ Laat ik stil zijn en naar de waarheid luisteren’

Ik besef dat ik gebiologeerd ben geraakt door de schijntafereeltjes in mijn hoofd. Gepreoccupeerd door de illusie van afgescheidenheid. De werkboekles vraagt me om dit even niet zo serieus te nemen en om stil te zijn in plaats van te vechten. Ik zucht eens diep, zwijg, ontspan en richt mijn blik naar Hem. Heer hier ben ik, een druk vechtersbaasje. Heer ik houd van U en ben dankbaar dat U Liefde bent. En, heerlijke werkelijkheid; Hij is altijd daar met uitgestrekte armen en een milde glimlach. Kom maar, rust maar uit jongen, het is goed zo. Dank.

Vlucht voor liefde

imageZojuist las ik de werkboekles voor vandaag: ‘De waarheid zal alle misvattingen in mijn denkgeest corrigeren (107)’. Mooie les, dacht ik, en vervolgens dwaalden m’n gedachten af en wilde ik overgaan tot de orde van de dag. We worden gevraagd om elk uur vijf minuten door te brengen waarbij we ons toewijden aan deze werkboekles. Hier hoeven we niet krampachtig mee om te gaan en het is zeker niet de bedoeling dat we ons schuldig voelen als dit ‘ons niet lukt’. Integendeel; een milde en vergevingsgezinde houding hierin jegens ons zelf is juist belangrijk.

Maar dan blijk ik in dit laatste weer wat door te schieten. De werkboekles komt een paar keer per dag in m’n gedachten, zeker niet elk uur, en dan sta ik er een seconde of 20 bij stil. Dit is geen zonde maar toch doe ik mezelf hiermee tekort. Het is in mijn ogen nuttig om eens goed te kijken wat nu maakt dat ik genoegen neem met zo’n vluchtige beoefening van de les. Dat wordt duidelijk voelbaar als ik eens écht die vijf minuten aan de les wil toewijden. Er verschijnt een wat arrogante gedachte, zoiets als ‘ja, ja; prachtig, maar dit weet ik nu ondertussen al dus nu kan ik wel wat anders gaan doen’. Ik herken deze weerstand weer als een verdediging van het ego tegen de liefde. Een weerstand tegen ‘het rusten in Hem die mijn Zelf is’. Waar komt die weerstand vandaan?

Het antwoord is steeds hetzelfde. Er bestaat een angst voor de liefde die ik ben. Ik vlucht liever weg in de projecties van een lichaam in een wereld dan dat ik me in Zijn armen te rusten leg. Wat blijft dit toch bizar. Want als ik eens wél minimaal vijf minuten mediteer op de les dan is daar de vrede en de rust waarvan ik weet dat het mijn oorsprong is. Dit is de liefde die ik echt Wil, anders dan de strijd en drukte die ik lijkt te willen.

De werkboeklessen zijn een training. In de fysieke illusoire wereld neem ik training serieuzer dan in de werkelijke wereld. Ik snap donders goed dat ik geen marathon zal kunnen lopen als mijn training zich beperkt tot een dagelijkse wandeling van de bank naar de koelkast. Evenmin is de training van de denkgeest niet optimaal als ik me tevreden stel met een paar vluchtige herinneringen op een dag. Nogmaals; geen reden tot ego-bevestigende zelfkritiek maar wel een uitnodiging om de weerstand te onderzoeken en te vergeven. Ik doe mezelf gewoon tekort als ik maar blijf vluchten voor die Liefde.

imageDe werkboekles van vandaag (101) lijkt een open deur. Natuurlijk willen we gelukkig zijn en het is plezierig als God ook het beste voor ons in petto heeft. Vooral de tweede alinea zou ons aan het denken moeten zetten. De Cursus lijkt zich ook hier te bedienen van cliché’s als ze stelt dat we niet hoeven vast te houden aan pijn omdat deze ons niets te bieden heeft.

Pas als we het omkeren wordt het duidelijk hoe radicaal de boodschap toch is: als we menen dat we slachtoffer zijn en op één of andere manier lijden dan hebben we een keuze gemaakt. Onze ellende wordt op deze manier een signaal dat we onbewust ons geloof hechten aan het bestaan van een buitenwereld die ervoor zorgt dat een afgescheiden ikje kan lijden. Het ego heeft de neiging om bovenop zo’n uitspraak te springen met ‘eigen schuld, dikke bult’. Een handige verdraaiing van de werkelijkheid. We zouden deze volks(on)wijsheid moeten herformuleren als ‘geloof in eigen schuld geeft een denkbeeldige bult’.

Als we ons schuldig voelen voor onze denkbeeldige afscheiding van de Liefde dan vluchten we weg in projecties van ons lichaam, de wereld en pijn. We hoeven ons hierover niet schuldig te voelen. Een ‘oeps, I did it again’ (Britney Spears) volstaat, gevolgd door opnieuw kijken onder leiding van de Heilige Geest. We zien dan dat merkwaardige fenomeen dat we alles en iedereen de schuld willen geven en de oorzaak weigeren te zoeken bij onze projecties. Dit laat zien hoe bang we zijn om ons over te geven aan de Liefde die onze ware aard is. Dit vraagt niet om (zelf)oordeel maar om compassie.

‘Heer, ik denk dat ik lijd en dat me van alles wordt aangedaan. Ik zie dat ik dit geloof niet van me af kan zetten. Ik geef het over aan U en dank U dat U één en al Liefde bent en dat Uw Wil puur geluk betekent. Ik wil mijn kleine wil aanbieden aan U en Uw Liefde door me heen laten stromen in heerlijke overgave aan U. Dank U voor Uw genade en trouw’

Ik deel Gods Wil dat ik gelukkig ben.

Een rol spelen?

imageWat een mooie werkboekles lezen we vandaag (100) en hoe gretig is ons ego om er een eigen draai aan te geven. ‘Mijn rol is essentieel in Gods verlossingsplan‘. Het ego veert op: ‘ik wist het wel, God heeft me nodig om zijn boodschap te verkondigen. Ik heb een speciale roeping om andere mensen de weg te wijzen’. Gek genoeg klopt dit ten diepste wel maar ieder van ons moet zelf onderzoeken of er (verborgen) gevoelens van trots en speciaalheid zijn die ons ego doen opzwellen. We moeten helemáál oppassen als we ons best gaan doen om spiritueel over te komen na het lezen van ‘ we zullen onszelf vandaag niet toestaan bedroefd te zijn‘ en een plastic glimlach tevoorschijn toveren terwijl we van binnen huilen.

De werkboekles zet ons gelukkig op het goede spoor. Als we tóch droefheid ervaren mogen we dat eerlijk erkennen en gebruiken als een ingang. De droefheid laat ons zien dat we juist wél een rol spelen en dat God iets veel mooiers voor ons in petto heeft. De droefheid laat ons zien dat we geloven dat we afgescheiden en eenzaam zijn. Afgescheiden van God en afgescheiden van de mensen om ons heen. We hoeven deze droefheid niet weg te lachen maar mogen deze juist naar God brengen in vol en onwankelbaar vertrouwen dat Hij er zal zijn en dat wij Hem nu kunnen bereiken. Het is Zijn Goddelijke Wil van Liefde, ons Zelf, die ons roep met een onweerstaanbare kracht. Waar willen we naar kijken? Naar ons kleine verlangen om vast te houden aan droefheid óf naar de belofte van God dat zijn kracht voor ons klaar staat. Het is Zijn onweerstaanbare kracht en Wil dat hij Zichzelf kan zijn dwars door ons nietige en denkbeeldige ego heen. De titel van de werkboekles ‘Mijn rol is essentieel voor Gods verlossingsplan‘ is geen zware opgave maar een machtige belofte en getuigenis van Zijn kracht. God is met ons, God is in ons; niets kan ons belemmeren om Zijn Goddelijke kracht door ons heen te laten stromen en zo onze rol te vervullen.

Zo gebeurt Zijn verlossing door ons heen, voor onszelf en voor ieder die we ontmoeten omdat wij allen één zijn. Slechts dat kleine beetje bereidwilligheid wordt van ons gevraagd om ons vertrouwen om Hem te richten en gelukkig te zijn. We hoeven niks te doen of op te houden; Hijzelf zal ons dragen en door ons heen stralen. Halleluja, wat een genade.