Zo’n kleine zinnetje. Je moet voor de grap eens opletten hoe vaak dit op de achtergrond door je hoofd speelt. Bijvoorbeeld als iemand iets doet of zegt wat je niet bevalt of als je je om een andere reden niet voelt zoals je zou willen. Dit wil ik niet. Je kunt dit zinnetje gebruiken als een indicator dat je aan het oordelen bent. ‘Dit wil ik wél’ is ook zo’n indicator maar deze triggert ons zelden om een vergevingsles te doen.
Mogen we dan niks willen? Kijk aan, het ego gaat in de verdediging. Natuurlijk mogen we binnen de illusie wel iets willen. Als het regent en je wilt droog blijven dan pak je een paraplu. Iets willen is in onze droom praktisch en op zich neutraal. Maar wij gebruiken het om te oordelen en onze denkbeeldige identiteit stevig neer te zetten. Hier kun je steeds meer gevoel voor krijgen. Let bij een conflict met iemand anders maar eens goed op wat het met je gevoel van ik-zijn doet als je ‘dit niet wilt’. Idem als je je fysiek niet lekker voelt. Dit wil ik niet.
We projecteren ons lichaam in de grote, boze buitenwereld juist om situaties te creëren die we niet willen om ons eens even stevig ‘ik’ te kunnen voelen. Wég van de eenheid, wég van de Liefde. Veel te eng.
En als we voor dit hele proces oog krijgen dan willen we dít weer niet. Dan ontstaat een spirituele worsteling die net zo ego-bevestigend is. Elke poging om iets te fiksen wat ons niet bevalt maakt het alleen maar erger. Het bevestigt slechts ons geloof dat er een ik is die iets niet wil en daar iets aan kan doen. Wat kan ik dan doen?
Verlossing is mijn enige functie hier (WB 99). Maar wat houdt dit dan in? Binnen de droom kunnen we maar één ding doen en dat is ons koppie omdraaien maar Hem die Liefde is. Dit is het enige ‘doen’ dat de boel niet erger maakt en verlossing kan bieden. Deze maken we niet zelf met een kleine z maar het komt vanuit ons Zelf met een grote Z. Dit Zelf, deze Liefde is nooit weggeweest. We hebben onszelf er slechts uit weg geprojecteerd met ons oordelen en ons willen. We hebben onze eigen wil gevolgd met een kleine w.
Goed is immerLiefde, en dit is niet Zijn Wil.
Twee daagjes vrij. Samen met m’n vrouw in een hotelletje in de bossen bij Wolfheze. In het prille ochtendgloren zingen de vogeltjes en .. klinkt het gestamp en lawaai van de machine waarmee werklieden de tegels van het nieuwe terras aanstampen. Waarom nu, waarom ik? ‘Ik moet me hier vooral niet druk over maken’ schiet door me heen. ‘Dat maakt het alleen maar erger en het heeft toch geen zin’. Dit lijken wijze gedachten maar ze zijn reeds doorspekt met geloof in de illusie. Waar ga ik namelijk direct van uit?
In den beginne keerde ik me af van mijn bron. Ik wenste niet langer naar het Goddelijke licht te kijken, naar de liefde die ik ben. Deze liefde heeft mij niet het paradijs uitgezet. Nee, ik heb haar de rug toegekeerd en ben zelf de hemel uitgelopen. Mijn keus voor afscheiding, mijn keus voor de hel.
Woensdag, saaie woensdag. Soms heb ik dat. Ik word wakker en meen al helemaal te weten hoe de dag er verder uit zal zien. Er moeten gewoon allerlei dingen gebeuren vandaag. Opstaan, douchen, ontbijten, werken, boodschappen doen, koken etcetera. De dag werpt een schaduw vooruit. Ik voel me niet echt somber maar gewoon wat vlak. Voor vandaag zie ik niet echt grote problemen. Het zal gewoon een beetje saai worden, denk ik. Dus aan de herhalingsles van vandaag meen ik ook weinig te hebben: Laat me zien wat het probleem is, zodat het kan worden opgelost’. Tja, welk probleem?
Het lijkt soms onbegonnen werk om elke situatie die we in ons denkbeeldige leven tegenkomen te analyseren in het licht van de Cursus. En dat is het ook. Analyse veronderstelt een logische samenhang, een vorm van waarheid, die juist vreemd is aan onze projecties. Ons ego smult van vragen over zijn functioneren. Een klassieker in Cursus-kringen is bijvoorbeeld de vraag: ‘hoe is het ego ontstaan?’ Hierin zit namelijk een geniepige en onjuiste aanname, namelijk dát het ego ontstaan is. Als je hier onbewust van uitgaat kun je eindeloos door kletsen over dit ego met al z’n zogenaamde kenmerken en streken.
We hebben de wereld bedacht om ellende te ervaren, ons af te laten leiden en blijvend geluk te zoeken waar het niet te vinden is.
Als we denken aan ‘oordelen’ dan denken we hierbij gewoonlijk aan het veroordelen van andere mensen hoewel ‘oordelen’ veel verder gaat en ons leven doordrenkt. Niettemin vormt een negatief oordeel over een medemens een prima startpunt om een beetje feeling te krijgen hoe wijd verbreid onze neiging tot oordelen is en hoe we hiermee onze vrede de nek omdraaien.
Snel nadat ik wakker word komen er wat zorgelijke gedachten naar boven die ik direct uiterst serieus neem. De inhoud hiervan doet er nu niet zoveel toe, maar het voelt direct zwaar en vervelend. De periode van ontkenning en vechten duurt steeds korter, Goddank. Langzaam maar zeker leer ik dat het beter is om direct te erkennen wat je denkt en wat je ervaart. ‘Oké dan, ik denk nu aan .. en voel me … en ik wil dit niet. Ik vecht hiertegen en wil er vanaf komen’. Ik stel me voor dat er van die kettingen met daaraan zware metalen ballen om mijn nek hangen die ik los wil rukken.
Ik wil van alles en nog wat. ‘Ik wil dat er licht is’, stelt de werkboekles van vandaag. Sure, ik wil me lekker licht voelen. Dit is althans de interpretatie van het ego. Een verkoudheid dient zich aan. Vervelend. Ik wil dat ik hier geen last van heb. En mijn lijst met wensen is lang, heel lang. Sommige dingen wil ik graag en andere juist niet.