Jezus, de herinnering aan wie wij zijn.

De manier waarop wij over Jezus denken en over de manier waarop hij ons kan helpen is erg beperkt. Dit komt omdat wij, zonder dat we hiervan doordrongen zijn, over hem nadenken vanuit ons gebruikelijke, duale perspectief. Dat houdt in dat we snel denken aan een historische persoon die lang geleden in Israël rondliep en wijze lessen verkondigde. Daar is niks mis mee, maar het is slechts één aspect van zijn bestaan. Het andere uiterste bestaat eruit dat we het menszijn van Jezus ontkennen en hem uitsluitend als symbool zien. Zijn bestaan heeft, zoals we straks zullen zien, grote symbolische betekenis, maar we doen hem tekort als we hem tot dit abstracte aspect beperken.

In Het Handboek voor Leraren van ECIW, en specifiek in de Verklaring van Termen Hfst 5, staat dat ons Helpers gegeven zijn en dat Jezus één van hen is. Er staat:

“achter elk van hen staat een Gedachte van God”,

en dit is belangrijk omdat we hiermee direct aanlopen tegen de mystieke kern van de cursus. Deze luidt dat wij, alle mensen, Gedachten van God zijn. We zijn één Zoonschap dat toch bestaat uit vele Zonen, waarvan Jezus er dus één is, hoewel het etiket “Jezus” te klein is om Zijn Gedachte te dekken. Datzelfde geldt voor, bijvoorbeeld, het etiket “Simon”.

De Gedachte “Jezus” is dus echt, bestaand en op mysterieuze wijze zowel hetzelfde als verschillend van de Gedachte “Simon”. Daarom is het niet juist om het bestaan van de Gedachte “Jezus” tot symbool te willen reduceren. Jezus was, zo stelt ECIW, iemand die mens was, maar in alle broeders het gelaat van Christus zag. Dat wil zeggen dat hij voorbij de illusie kon kijken en dat hij voorbij het lichaam en etiket van, bijvoorbeeld, Simon, de Gedachte “Simon” kon zien; de echte Schepping en Zoon van God.

Dit schrijf ik in de verleden tijd, maar dat is onjuist. De Gedachte “Jezus” ziet nu dat hijzelf geen afgescheiden wezen is, maar dat hij op genoemde mysterieuze wijze één is met ons allen. Dat maakt hem een Verlosser, omdat hij voorbij de illusie van afgescheidenheid, de eenheid van hemzelf, met God en met ons ziet. Anders gezegd identificeert hij zichzelf niet met zijn lichaam, ziet hij zichzelf niet als afgescheiden, maar weet hij dat hij één is met de Christus (het Zoonschap).

Wij blijven sterk op tijdgebonden manier nadenken over Jezus; maar ECIW corrigeert dit als er staat: “Jezus werd wat jullie allen zijn”. En zelfs dat woord “werd” staat hier alleen om ons behulpzaam te zijn. Er is in werkelijkheid nooit iets gebeurd en de tijd is onderdeel van de illusie. Dat is nog zo’n raadsel waar ons denken op stukloopt.

Vooral bij het lezen van het boek “Een Cursus van Liefde” valt de vermeende grens tussen mij (ons) en Jezus weg. Dat wil niet zeggen dat we één ongedifferentieerde eenheid worden, maar dat we (meervoud!) beseffen dat we één zijn. En dit is fantastisch nieuws. Want hiermee mogen we ervan uitgaan dat de Verlossing die Jezus heeft gedemonstreerd, de onze mag zijn en reeds is. Geniet even met me mee:

5. Hij bood je een ultieme demonstratie dat het onmogelijk is Gods Zoon te doden, en dat zijn leven evenmin op enige manier door zonde en kwaad, kwaadwilligheid, angst of dood kan worden veranderd.

4. En daarom zijn al jouw zonden je vergeven, omdat ze in het geheel geen gevolgen hadden. En dus waren het slechts dromen. Sta op met hem die jou dit liet zien, want dat ben je verschuldigd aan hem die jouw dromen met je deelde, zodat ze verjaagd konden worden. En die ze nog steeds met jou deelt, om één met jou te zijn.

Lees die laatste zin nog eens door en zie wat een sleutel deze je biedt:

“En die ze (je dromen) nog steeds met jou deelt, om één met jou te zijn”.

De Gedachte “Jezus” is de ultieme wonderdoener door wiens blik wij genezen omdat hij ons herkent als Zijn Broeder. Hij demonstreert hiermee waartoe hij ons middels de cursus oproept: de ander te herkennen als onszelf en daarmee alles en iedereen te verlossen.

Lees verder en verheug je:

4. Hij zal bij je blijven om jou uit de hel die jij gemaakt hebt te leiden naar God. En wanneer je jouw wil met die van hem verenigt, zal zijn visie jouw zicht zijn, want de ogen van Christus worden gedeeld. Aan zijn zijde gaan is even natuurlijk als aan de zijde van een broer gaan die jij vanaf je geboorte kent, want dat is hij voorwaar. Wrange idolen zijn er gemaakt van hem die slechts een broeder voor de wereld wilde zijn. Vergeef hem jouw illusies en zie welk een dierbare broeder hij voor jou wil zijn. Want hij zal je denkgeest tenslotte tot rust brengen en die samen met jou naar jouw God toe dragen.

En met die oproep en uitnodiging wil ik eindigen: “verenig je wil met die van hem”. Hij heeft het voor ons, en in onze gemeenschappelijke mind, reeds volbracht. In zijn overgave aan de Vader (niet mijn wil maar Uw wil geschiede; in Uw armen beveel ik mijn geest; het is volbracht”), is onze overgave en verlossing besloten.

Nu mag je hem van mijn part als symbool zien, maar dan als symbool van werkelijke wijsheid, kracht en liefde. Zo werkelijk als een broer van ons die ons onvoorwaardelijk zal helpen omdat hij innig in mysterieuze eenheid met ons verbonden is. Halleluja!

Geef een reactie