Het is me duidelijk dat woorden tekortschieten om uit te leggen hoe de werkelijkheid in mijn beleving in elkaar zit. Toch zijn juist over dit onderwerp talloze boeken geschreven en ik zal daar met deze blog nog wat woorden aan toevoegen. Ik vind het namelijk een leuke uitdaging om de kern van de boeken en bronnen die ik ken toch stamelend te duiden aan de hand van symbolen die dikwijls meer zeggen dan woorden. Ik focus me daarbij op drie deelaspecten:
- Onze relatie met God (ofwel met de Bron)
- Onze relatie met elkaar
- Onze eigen identiteit
1: Onze relatie met God
Afbeelding A symboliseert de absolute eenheid van de schepping. Sommigen stellen dat zij zelf eigenlijk niet bestaan omdat binnen absolute eenheid geen onderscheid kan bestaan; dus ook niet tussen God en de mens. In feite stellen aanhangers van A dat ze zelf niet bestaan en hun streven is erop gericht om “op te lossen in de oceaan”. Anders geformuleerd stellen ze dat ze één zijn met God.
Afbeelding B symboliseert een klassiek beeld van de schepping waarbij God ons, de kleine ovaaltjes, heeft gemaakt en er vervolgens los van staat. Dit is een duale visie op de schepping. Dit symbool stemt overeen met hoe wij God kunnen ervaren, als een entiteit los van ons die een plan met ons heeft en een mening heeft over ons gedrag.
Afbeelding C symboliseert de uitleg die Jezus ons geeft in ECIW en ECvL. God, de binnenste cirkel, is onze bron en wij zijn Zijn Gedachten (Zonen, Kinderen) die niet samenvallen met Hem maar wel onlosmakelijk met Hem zijn verbonden.

2: Onze relatie met elkaar
Bij afbeelding A is er ten diepste geen “elkaar”. Aanhangers van deze visie kunnen niet anders dan concluderen dat zij zelf God zijn en dat zogenaamde anderen als beeld verschijnen in hun Goddelijk bewustzijn. Ze stellen dan ook: “er zijn geen anderen”. Dit wereldbeeld staat bekend als solipsisme.
Bij afbeelding B menen de mensen los van elkaar te bestaan. Ze kunnen besluiten elkaar vriendelijk te behandelen, bijvoorbeeld als ze menen dat God dit van ze vraagt en hen daarvoor zal belonen. Maar ze kunnen ook vechten met elkaar waarbij ze menen dat het aanvallen en doden van een ander geen enkel effect op henzelf zal hebben. Dit is het meest gangbare wereldbeeld in onze tijd.
Bij afbeelding C is er niet alleen een besef van de innige relatie die we hebben met God maar weten we ons ook innig verbonden met onze medemens. We beseffen dat differentiatie en individuatie mogelijk zijn met behoud van eenheid en verbondenheid.
3: Onze eigen identiteit
Aanhangers van A stellen dat er geen sprake kan zijn van een eigen identiteit omdat er in absolute eenheid niet zoiets kan bestaan.
Aanhangers van visie B hechten, bewust of onbewust, geloof aan afgescheidenheid. Men meent op eigen benen te staan en als het ware een tamelijk afgerond geheel te vormen met eigen lichamelijke sensaties, gevoelens en gedachten. Dit wil niet zeggen dat men meent beperkt te zijn tot het lichamelijke aspect van een mens, want er kan ook ruimte zijn voor het hebben van een ziel en een geest. Over het hebben van een eigen wil bestaat niet echt consensus.
Bij visie C is sprake van een groeiend besef van eenheid en verbondenheid van de eigen identiteit met die van God (de Bron) en met die van de Schepping en de andere Kinderen van God. Men weet dat de zogenaamde eigen identiteit zijn eigenheid slechts krijgt in relatie met God en de Ander. Er is sprake van individuatie met behoud van eenheid. In ECIW spreekt Jezus van de Heilige Relatie en in ECvL zegt hij zelfs: je bent relatie.
Hoe weet je nu of het A, B of C is?
Dit alles kan overkomen als louter theorie die je al dan niet kunt aannemen. Maar deze opvatting is in feite typerend voor aanhangers van visie B die gewend zijn aan denken in concepten en deze al dan niet geloven. Ik durf te stellen dat zogenaamde aanhangers van A in feite ook tot categorie B behoren omdat hun eenheidsfilosofie conceptueel van aard is en ook berust op geloof. In absolute eenheid kan geen sprake zijn van iemand die iets ervaart en er bestaat dus per definitie geen vertegenwoordiger die echt thuishoort in groep A en dit uit ervaring kan onderschrijven.
Mijn stelling is dat wij allemaal vanuit positie B leven en ervaringen kunnen krijgen die ons bekend maken met visie C. Visie C gaat namelijk gepaard met de ervaring van verbondenheid, jezelf herkennen in anderen, jezelf gedragen weten door God en Liefde en het steeds sterker wordende besef dat je vanuit een stille tijdloosheid de ervaringen van tijd, ruimte, oorzaak en gevolg ervaart die zo typisch zijn voor visie B. Deze ervaring van toenemende heelheid (ofwel heiligheid) kan ervoor zorgen dat je vermoedt uiteindelijk op te zullen gaan lossen in eenheid (visie A), maar dat is, zogezegd, een aanname, een geloof.
Een sleutelcitaat bij de hoe-vraag uit ECIW luidt als volgt (uit de Inleiding bij de Verklaring van Termen):
“Een universele theologie is onmogelijk, maar een universele ervaring is niet alleen mogelijk, maar noodzakelijk.”
In deze inleiding legt de Cursus uit dat theologische overwegingen altijd aanleiding geven tot discussie en verdeeldheid, omdat ze gebaseerd zijn op overtuigingen en concepten die men kan aanvaarden of verwerpen. Het doel van ECIW is dan ook niet het bouwen van een nieuw dogmatisch of theologisch systeem, maar het gidsen van de student naar een directe, universele innerlijke ervaring van vrede en eenheid. Pas op dat ervaringsniveau verdwijnt alle onzekerheid.
Ter afsluiting van deze lange blog zal ik kort en in algemene termen proberen te duiden hoe men tot (een benadering van) deze universele ervaring kan komen of, iets minder ambitieus gesteld, wat in mijn beleving behulpzaam is en wat niet.
Wegwijzers naar de Universele Ervaring
1. De Innerlijke Houding: Openheid en Ont-leren
- Geen dogma’s nodig: Je hoeft niets op gezag aan te nemen of als een nieuw theologisch stelsel te geloven.
- Houd een ‘open mind’: Stellig geloven dat de ervaring van vereniging (Visie C) onmogelijk is, werpt vanzelf een blokkade op.
- Onderzoek je overtuigingen: Durf je eigen aannames en oordelen ter discussie te stellen. Dit is precies de training die plaatsvindt wanneer je de Werkboeklessen van ECIW volgt.
2. De Paradox van Overgave en Leiding
- Neem ontslag als je eigen leraar: De neiging van het ego om alles “op eigen beentjes” of in je eentje te willen oplossen, vloeit rechtstreeks voort uit wat ECIW het autoriteitsprobleem noemt (de illusie dat we onze eigen auteur zijn).
- Sta open voor duale leiding: In het begin is het enorm behulpzaam om leiding te vragen aan Iets of Iemand ‘buiten’ je kleine zelf, zoals Jezus of de Heilige Geest.
- De ego-valkuil vermijden: Te vroeg beweren dat je puur vanuit je “Zelf” handelt terwijl je onbewust nog gedreven wordt door ego-belangen, houdt je gevangen in de illusie van afscheiding (Visie B).
- De grote paradox: Pas wanneer we de eigenwijsheid van het kleine zelf opgeven (“het sterven van het ego”), ontdekken we dat we dragen worden door Liefde. Door onze eigen wil “op te offeren”, blijkt onze werkelijke Wil naadloos samen te vallen met de Wil van God.
3. De Dagelijkse Praktijk in het Hart
- Spoor oordeel op bij jezelf: Let op wat het veroordelen van anderen van binnen met je doet; je kunt de verkramping en verharding letterlijk voelen.
- Ervaar het bevrijdende effect van vergeving: Merk op hoe vergeving je hart direct opent en je gevoel van verbondenheid met anderen, God en de schepping herstelt.
- Beoefen toegewijde waarneming: Een Cursus van Liefde noemt dit het liefdevol waarnemen vanuit het hart (heelheid-van-hart), waarin hoofd en hart verenigd zijn.
4. De Uitbreiding van Liefde
- De Zon met Stralen: Zoals in afbeelding C te zien is, breidt Liefde zich van nature uit als een Zon met haar Stralen. God draagt ons, en door Zijn Liefde te beantwoorden en door te geven, worden we deelgenoot van de universele ervaring zelf Liefde te zijn.
- De Wet van de Schepping: Beide cursussen vatten deze bevrijdende ervaring samen in die ene fundamentele wet: Geven en ontvangen zijn in waarheid één.
Lieve lezers,
Hopelijk kunnen jullie voorbij de woorden kijken en er niet door in verwarring gebracht worden. Dit schrijfsel is verre van volledig en kan niet meer zijn dan een vingerwijzing. De symbolen A, B en C zijn voor mij fijne wegwijzers, niet meer en niet minder. Misschien heb je er wat aan.
Hartegroet,
Simon Schoonderwoerd
