Onbewust en onschuldig arrogant

Jezus onderwijst ons in ECIW over onze identiteit. Bij het lezen van ECIW is het altijd behulpzaam om goed in de gaten te houden vanuit welke houding je de boodschap ontvangt. Om, anders gezegd, je bewust te zijn van wat je over jezelf gelooft. Onze gewoonlijk onbewuste aanname is namelijk dat we zelfstandige, denkende, welwillende en onderzoekende wezens zijn. Bij het lezen van deze blog kun je aandachtig zijn, proberen de tekst te overdenken en te begrijpen en zo een beetje wijzer te worden. In algemene termen werkt het vanbinnen bij ons als volgt: “Als ik goed mijn best doe en het een beetje snap, kan ik weer een stapje verder komen.” Zo werkt het immers ook met alles wat we willen bereiken in ons dagelijks leven. We willen oprecht ons best doen om te verbeteren.

Als je vertrouwd bent of raakt met de boodschap van ECIW, dan kom je echter teksten tegen als: “Neem ontslag als je eigen leraar” en de werkboekles: “Ik doe een stap terug en laat Hem de weg wijzen.” We lezen over hulp vragen aan Jezus of aan de Heilige Geest en over de Wil van God. Jezus spreekt over ons autoriteitsprobleem, waarbij wij onszelf het centrum van het universum wanen. Het kleine zonnestraaltje meent dat het de zon is, de minuscule rimpeling van het wateroppervlak meent dat ze de oceaan is.

Als we dit zo lezen, kunnen we doorslaan naar het andere uiterste en ons een kleine, onwaardige minkukel vinden die misschien zelfs straf verdient vanwege deze verschrikkelijke hoogmoed. We zouden dan gerebelleerd hebben tegen God en Hem boos hebben gemaakt. Maar zelfs hierin klinkt de onbewuste arrogantie door. De zon en de oceaan raken heus niet van streek door een ondeugend zonnestraaltje en een waterrimpeling. Wij streven naar zelfverbetering, het liefst op eigen kracht. Maar Jezus vergelijkt onze vermeende kracht met de kleine vleugeltjes van een musje en nodigt ons uit om ons te laten dragen door de krachtige vleugels van een adelaar, van de Geest.

Het vergt nuance om het beeld helder te krijgen. Want ja, we overschatten de waarde van onze inspanningen om tot een beter begrip te komen en om een nobeler mens te worden. En nee, dit is geen arrogantie waar we ons schuldig over moeten voelen en waarvoor we straf verdienen die ons opgelegd zou worden door onze vertoornde Vader. Maar let op: we “straffen”, of beter gezegd “benadelen”, onszelf met ons dappere maar zinloze gezwoeg. Er wordt ons namelijk een krachtige Hand gereikt die we slechts hoeven aan te nemen.

Reeds in het begin van het werkboek probeert Jezus ons te wijzen op de beperkingen van onze uitgangssituatie, waarbij we menen te begrijpen wat we zien en hoe de wereld in elkaar steekt: niets wat ik zie betekent iets, ik heb zelf alles de betekenis gegeven die het voor mij heeft, mijn gedachten betekenen niets.

Hij doet dat niet om ons te kleineren of om ons schuldig te laten voelen. Hij doet dit om ons ware vergeving te leren. Hij nodigt ons uit om opzij te stappen en Hem de weg te laten wijzen. Om stil te worden. Niet omdat we minkukels zijn, maar om ruimte te bieden aan de herinnering dat we Zijn Kinderen zijn. Dat we gedragen worden door Zijn Liefde, de Liefde die onze ware Identiteit vormt. We vragen inderdaad niet te veel, maar veel te weinig. En deze boodschap klinkt door de hele cursus, ook in de werkboekles van vandaag:

Les 297

Vergeving is het enige geschenk dat ik geef.

Vergeving is het enige geschenk dat ik geef, want het is het enige geschenk dat ik verlang. En al wat ik geef, geef ik aan mijzelf. Dit is de eenvoudige formule voor verlossing. En ik, die verlost wil worden, wil me die eigen maken, zodat dit de manier wordt waarop ik in een wereld leef die verlossing nodig heeft en die verlost zal worden wanneer ik de Verzoening voor mezelf aanvaard.

Vader, hoe zeker zijn Uw wegen, hoe onbetwistbaar hun eindresultaat en hoe nauwgezet is iedere stap in mijn verlossing reeds vastgelegd en door Uw genade volbracht. Dank aan U voor Uw eeuwige gaven, en dank aan U voor mijn Identiteit.

Geef een reactie