In spirituele kringen klinkt soms een scherp verwijt vanuit de hoek van Een Cursus in Wonderen richting Een Cursus van Liefde. Sommige leraren en studenten beweren dat Een Cursus van Liefde het ego via een achterdeurtje weer binnenloost onder de vlag van ‘het verheven Zelf van vorm’. Zij zien in de nadruk op lichamelijkheid, relatie en het bewoonbaar maken van de wereld een dualistische knieval, een terugval in de droom van vorm en afgescheidenheid. Maar wie deze veronderstelde kloof dieper onderzoekt, ontdekt dat hier sprake is van een tragisch misverstand tussen twee Cursussen die elkaar in werkelijkheid volkomen ontmoeten en verrijken.
Wanneer we Een Cursus in Wonderen aandachtig bestuderen, zien we dat het ontwaken uit de ego-illusie niet betekent dat de fysieke verschijning abrupt vervliegt in een zielloos vacuüm. In Les 75 van het Werkboek jubelt de tekst over het doorbreken van het Licht: “Het licht is gekomen. Je bent genezen en je kunt genezen”. ECIW beschrijft hier het gelukkige einde van de langgerekte droom van rampspoed en verkondigt dat er een nieuwe wereld is geboren. In deze vergeven droom is het lichaam niet langer een verschrikkelijk instrument van aanval, zonde en schuld, maar wordt het een volstrekt neutraal, vredig communicatiemiddel van liefde. Hier, op het snijvlak van de werkelijk vergeven wereld van ECIW, ontmoet het onderwijs naadloos het ‘verheven Zelf van vorm’ zoals dat in ECvL wordt uitgewerkt.
Een Cursus van Liefde pakt de draad op exact het punt op waar de ego-ontmanteling van ECIW de deur wijd heeft opengezet. ECIW heeft de denkgeest voorbereid door het ego te ontkrachten en de wonder-bereidheid te wekken. ECvL nodigt ons vervolgens uit om niet aarzelend bij de drempel te blijven staan uit angst om opnieuw te dromen, maar volmondig in de nieuwe wereld te gaan wonen. Jezus spreekt in ECvL over het verzoenen van hoofd en hart tot heelheid-van-hart, waarin het verstandelijke studeren verstilt en de taal van het Ene Hart gaat spreken. Het ‘verheven Zelf van vorm’ is geen poging om het ego te redden, maar de levende manifestatie van wat er gebeurt wanneer de Geest niet langer ontvlucht wordt, maar vrijelijk mag doorstromen in relatie en vorm.
Wie meent dat ECvL streeft naar een fysieke verering van de vorm, ziet bovendien de diepste metafysische grondlaag van het boek over het hoofd. ECvL stelt immers expliciet dat “geen enkele vorm liefde kan omvatten, want liefde omvat alle vormen” en noemt liefde “het licht waarin vorm verdwijnt en alles dat is gezien wordt zoals het is”. Net zoals ECIW leert dat niets werkelijks bedreigd kan worden en niets onwerkelijks bestaat, verkondigt ECvL dat “niets wat onwerkelijk is, bestaat” en dat Liefde in haar diepste essentie volstrekt eigenschaploos en vormloos is. ECvL herinnert ons er uitdrukkelijk aan dat het verheven Zelf van vorm nooit alles zal zijn wat we zijn, omdat ons wezen onveranderlijk verankerd blijft in het alomvattende, vormloze Al van Alles.
Hoewel ik aarzel om uitgebreid uit ECvL te citeren omdat ik meen dat dit boek slechts als één geheel gelezen en doorvoeld kan worden, geef ik hier toch een uitgebreid citaat dat hopelijk blij herkend wordt door ECvL-lezers en een uitnodiging vormt voor ECIW-studenten om zichzelf de pracht van ECvL te gunnen (Dialogen Hfst 6):
6.25 Het lichaam was in de tijd van leren, representatief voor een lerend wezen. Het ego vernauwde echter je ideeën over wat het lichaam hier te leren had tot ideeën van overleving. Je leerde zo te overleven in plaats van te leven. Je verlengde de levensduur van de mens, maar je vergrootte zijn vermogen tot echt leven of echt leren niet. En met de verlengde levensduur kwamen meer redenen tot angst en een fysieke vorm waarvan je begon te geloven dat deze steeds meer middelen nodig had om hem in leven te houden.
6.26 Het lichaam is nu de belichaming van het ware Zelf, de belichaming van liefde, de belichaming van goddelijkheid. Het bestaan ervan is gegeven zoals het altijd was gegeven. Maar nu is de diepste aard van het bestaan ervan veranderd. Ik zeg hier veranderd omdat jij je misschien herinnert dat verandering in de tijd plaatsvindt. Buiten tijd en vorm heeft jouw Zelf altijd bestaan in de perfecte harmonie waarin het werd geschapen. Nu jouw Zelf zich heeft verbonden met het verheven Zelf van vorm, bestaan jullie samen, zowel in de tijd als buiten de tijd. Bedenk dat het Verheven Zelf van vorm nooit alles zal zijn wat je bent. Dit betekent echter niet dat er delen van jouw Zelf ontbreken in deze nieuwe ervaring in vorm die je nu binnengaat, maar dat het Verheven Zelf van vorm nu in staat is om zich bij het Zelf aan te sluiten in de eenheid van gedeeld bewustzijn. Je bent weer heel en je vorm zal slechts één aspect van je heelheid in de dimensie van de tijd representeren.
6.27 Het zelf van vorm kon, als vorm, nooit het Al van Alles, wat de natuurlijke staat van het vormloze is, echt ervaren. Maar het ware Zelf kan niet ophouden zijn natuurlijke staat te ervaren, de staat van het Christus-bewustzijn, in eenheid het Al van Alles delend. Dus deze twee toestanden, de staat van de vorm en de staat van eenheid, bestaan beide nu op dit moment. In de staat van eenheid is jouw ware Zelf zich volledig bewust van het verheven Zelf van vorm en neemt volledig deel aan zijn ervaringen en gevoelens. Het verheven Zelf van vorm, een vorm die nog steeds in de tijd bestaat, moet echter het bewustzijn van het ware Zelf in de tijd realiseren. Dit betekent dat het verheven Zelf van vorm nog steeds ‘tijd’ nodig kan hebben om de veranderingen die alleen in de ‘tijd’ plaatsvinden, te ervaren, hoewel ze in eenheid al voltooid zijn. Daarom hebben we over wonderen gesproken en het ineenstorten van tijd dat het wonder kan bieden. We hebben het wonder geherdefinieerd als de kunst van denken, of de voortdurende daad van gebed die de eenheid van het Christus-bewustzijn in stand houdt.
Zo worden de schijnbare tegenstellingen ontbonden in een prachtig, heilig verbond. ECIW geneest de Oorzaak in de denkgeest en brengt ons bij de poort van de vergeven droom. ECvL leert ons vervolgens hoe we als ontwaakte mensheid in de wereld van het gevolg kunnen leven, liefhebben en scheppen vanuit het Ene Hart. Er is geen strijd tussen de twee, maar een vloeiende beweging van vergeving naar belichaming, van het opheffen van de illusie naar het stralend vieren van de Waarheid.
