Hoe ingewikkeld is ontwaken eigenlijk?

Dit weekend is er een internationale Zoom-meeting: Many Paths, One Self. Het is fijn om enkele praatjes hiervan te beluisteren. Sommige sprekers vertellen iets over hun spirituele zoektocht. Ik herken veel van de strubbelingen en worstelingen die ze hierbij meemaakten. Gelukkig herken ik ook het ontwaken waarover ze praten en wat ze proberen te delen. Twee vragen kwamen bij me naar boven.

  1. Hoe ingewikkeld is dat ontwaken nu eigenlijk?
  2. Hoe weet je dat er sprake is van ontwaken?

Voor wat betreft dat eerste punt, de moeilijkheidsfactor, geldt dat het vooral moeilijk voor ons is zolang we ploeteren vanuit een geloof in de afgescheidenheid van ons zelf. Zolang dit het geval is menen we dat ontwaken op een of andere manier te maken heeft met prestatie, met het bereiken of verkrijgen van iets. Ons doel is om hierbij te veranderen van een ongelukkig zelf naar een gelukkig zelf. We stellen ons voor dat ontwaken ons een toestand van continue innerlijke vrede zal opleveren, zonder angst en zonder boosheid. We zullen, zo geloven we, herkenbaar zijn aan onze vriendelijke glimlach en aan de serene blik in onze ogen. We kunnen menen dat dit ontwaken plotseling, op één moment, zal plaatsvinden. In één keer zou het kwartje moeten vallen en zouden we de transformatie van onverlicht naar verlicht moeten meemaken. In één keer zouden we het licht moeten zien. Een enkele keer schijnt het inderdaad zo te gebeuren. Soms zelfs bij mensen die zichzelf helemaal niet zagen als zoekers. Deze spectaculaire verlichtingsverhalen trekken de aandacht maar vormen niet de norm. Typerend vond ik de manier waarop Helen Hamilton vandaag sprak over haar ontwaken. Ze werd er zich pas van bewust toen iemand haar erop wees. Er was iets veranderd in haar manier van kijken, haar perspectief, maar dit was er als het ware langzaam ingeslopen.

Deze perspectiefverandering is op zichzelf totaal niet ingewikkeld maar heel gewoon, ontspannen en plezierig. Het is echter wel lastig om het uit te leggen of te delen met iemand die geen idee heeft waar je het over hebt. Het is nog moeilijker om uit te leggen hoe je zelf tot de shift in perceptie bent gekomen en hoe je gesprekspartner het begin van zo’n shift zou kunnen ervaren. Zolang iemand geen benul heeft waar je het over hebt, wordt elke hint die je geeft aangegrepen door het kleine zelf van de ander om er eens stevig mee aan de slag te gaan. Zo wordt de perceptie-shift dan weer opgevat als een leer- of oefenproces dat nodig is om een bepaalde staat van zijn te bereiken. Maar ontwaken gaat niet over zelfontwikkeling maar over het doorzien van de relativiteit hiervan.

Dan punt twee. Ik ben lange tijd terughoudend geweest om te spreken over ‘mijn ontwaken’. De voornaamste reden hiervoor is dat ik helaas maar al te goed weet wat deze woorden doen met zoekers die nog niet de eerste glimpen van dit ontwaken beleefd hebben. Juist omdat ontwaken als een (leer-)prestatie wordt gezien zullen zij mensen die er gewag van maken óf op een voetstuk plaatsen of zien als opscheppers. Zo heb ik zelf ook lange tijd gekeken naar broeders en zusters die claimden ontwaakt te zijn. De grote, paradoxale grap is juist dat het ontwakingsproces begint op het moment dat het besef indaalt dat het niet ‘mijn’ verdienste is. Bij ‘mijn ontwaken’ is sprake van een groeiend besef van het feit dat het zelf, dat geassocieerd wordt met dat woordje ‘mijn’, juist niet de hoofdrol speelt.

Het is daarom ook zo herkenbaar dat ontwaken juist niet of nauwelijks direct wordt opgemerkt door dit zelf en al helemaal niet als een soort extatisch moment. Pas achteraf, terugkijkend of als iemand het tegen je zegt merk je dat dit zelf een minder prominente rol is gaan spelen. Niet gepland of geforceerd maar spontaan en meestal geleidelijk.

Ik meen dat het belangrijk is om niet te streven naar spektakel en vuurwerk en dit totaal niet te verwachten. Het is dan mogelijk om veel rustiger en meer ontspannen boeken te lezen of naar leraren te luisteren en iets van dat andere perspectief te ervaren.  Als de mind niet langer grabbelt en probeert iets te forceren kun je iets gaan opmerken dat ergens diep van binnen bij je resoneert. Het is als een klein zaadje dat even trilt en voorzichtig kan ontspruiten. In Een Cursus van Liefde wordt dit proces zo liefdevol beschreven. Je hoeft je tuintje alleen maar geduldig, aandachtig en liefdevol te verzorgen. Je kunt niet gaan trekken aan dat stekkie. Je herkent het ontwakingsproces aan de ontspannenheid waarmee je nu je spirituele boeken lees en luistert naar al die leraren. Je merkt dat je minder gaat grabbelen en dat de glimlach van herkenning steeds meer doorbreekt. Je herkent hun worsteling om de ervaring die je zelf meemaakt onder woorden te brengen.

In mijn beleving vormt Een Cursus van Liefde een wonderlijke spiegel waarin we kunnen onderzoeken wat er bij ons van binnen gebeurt en hoe we dit enigszins, stamelend kunnen duiden. Jezus legt uit hoe oude patronen nog zorgen voor echo’s in ons bewustzijn. Hij legt uit hoe er in eerste instantie nog sprake lijkt te zijn van zoiets als ‘een punt van toegang’ om als het ware dat verruimde perspectief binnen te kunnen treden. Hij legt uit dat het eerst wat kunstmatig kan voelen als we nog in een soort stadium van ‘onderhouden’ zijn, op weg naar het stadium van bestendiging. Je krijgt compassie voor de beperkte mate waarin het ontwakingsproces nog maar heeft plaatsgevonden bij jezelf. Dit leidt niet tot ongeduld maar tot vertrouwen. Je voelt als het ware hoe je kleine zelf openbloeit voor het grote Zelf. Hoe de perspectiefwisseling zich voltrekt. Onze bereidheid, ons verlangen om ons open te stellen is genoeg. Ik ben dankbaar voor deze genade, voor dit wonder.

Jezus’ liefdes-troef

Als je ziet hoe dik Bijbel, ECIW, ECVL en andere gechannelde Jezus-boeken zijn, kun je de indruk krijgen dat verlossing kennelijk knap ingewikkeld is en veel studie vergt. Zou verlossing dan alleen voorbehouden zijn aan slimme mensen die na veel studie en met veel moeite kunnen ontdekken hoe de vork in de steel zit? Zijn de cursus in wonderen en de cursus van liefde voorbehouden aan een wat elitaire happy few?

Ik meen van niet. Misschien is het wel eerder omgekeerd: mensen die zichzelf slim vinden hebben dikke boeken nodig om te ontdekken dat eigenwijsheid hen in de weg zit. De non-duale boodschap is letterlijk erg eenvoudig: je denkt dat je een afgescheiden mensje bent dat gedoemd is te sterven, maar dit is niet waar. Punt. Zo simpel. De hamvraag is hoe we ons dit weer kunnen gaan herinneren. Hier zijn ondertussen talloze boeken over geschreven waarvan onze Jezus-collectie een klein onderdeel vormt. Ik vind het prettig om voor mezelf wat grote lijnen te trekken waar het gaat over die hoe-vraag. Hier volgen ze, misschien heb je er ook iets aan. Even als disclaimer: ik verbeeld me niet dat ik hiermee volledig ben hoor, verre van dat. Ik probeer slechts een beetje behulpzaam te zijn.

  • Je hebt talloze boeken die proberen uit te leggen hoe de werkelijkheid in elkaar steekt. Omdat het hier handelt over zaken die onze bekende fysieke wereld overstijgen, spreekt men over “metafysica”. Jezus spreekt hierover, filosofen denken erover na en pas kreeg ik een boekje in handen genaamd “Kybalian” waar de hele boel kernachtig wordt samengevat. Ik ben van nature een beetje een studiebol en haal mijn hart op aan dit soort boeken. De vraag is echter of dit per se nodig is om verlossing te gaan ervaren. Ik denk het niet. Je kan er zelfs in verloren raken of een soort discussiekampioen worden die iedereen met non-duale waarheden om de oren slaat. Kennis van metafysica kan behulpzaam zijn om je te wijzen op de verbondenheid van alles en iedereen en om je erop te wijzen dat je denkvermogen overduidelijk begrensd is. Over thema’s als tijdloosheid en oneindigheid kunnen we ons niks voorstellen.
  • Gelukkig zijn er ook zat boeken die in eenvoudige taal spreken over non-dualisme. Als je kijkt op de website van Samsara-boeken dan zie je hiervan veel voorbeelden waaronder mijn boekje “Een Christen op Satsang”. In dit soort boekjes tref je een soort metafysica in engere zin aan, een soort non-dualiteit in eenvoudige taal. Hier volgen een paar kreten die je wel bekend voorkomen: “De vrije wil bestaat niet”, “Alles verschijnt in bewustzijn”, “Er is geen doener”, “Juist door te zoeken naar verlichting houd je de onrust in stand” et cetera. Je kunt redelijk verslaafd raken aan dit soort boekjes en dat is ook niet zo gek. Als je erin leest dan gaat er iets vanbinnen resoneren. Je voelt als het ware dat het klopt, er is iets van herkenning en je wordt er blij van. Toch kun je er ook moedeloos van worden en je gaan voelen als een hondje dat zijn eigen staart achterna rent. Je raakt gevangen in paradoxen zoals : “hoe doe je dat, stoppen met iets proberen te doen en te bereiken?”. Theoretisch klopt het allemaal prachtig, deze weg van niet-doen. Waar veel volgelingen van deze weg zich wellicht niet zo van bewust zijn, is dat ze toch volop dingen doen en proberen. Al was het maar het jaar in jaar uit lezen van deze boeken en bijwonen van bijeenkomsten om de fel begeerde innerlijke rust te vinden.
  • Als laatste de Jezus-boeken. Hierin zie je alle ingrediënten terugkomen die ik hierboven beschreef. Zo is het Tekstboek van ECIW één bonk grandioze metafysica. En wat dacht je van: je bent al de perfecte Zoon maar je droomt slechts een droom van ellende. Je hoeft dus niks te bereiken, je bent al de voltooide. Toch meen ik dat Jezus ons een sleutel geeft waar we dikwijls over praten maar die we misschien toch niet zo vaak gebruiken. Hoe zit dit volgens mij?

De crux van de metafysica is dat we geen kleine afgescheiden 3D-wezentjes zijn met een eigen wil. De ellende is dat we helaas vanuit onze eigen kleine (vermeende) kracht niet dat hogere standpunt, dat bredere perspectief, kunnen bereiken waarmee we deze waarheid kunnen herkennen. Door ons in te spannen bevestigen we juist ons geloof in eigen kleine kracht. We kunnen die ogenschijnlijke machteloze wilskracht van ons maar op één manier effectief inzetten. Dit is een manier waar we als drukke egootjes helemaal niet van houden. Ik noemde al het probleem van “niet-doen”. Aan de hand van de gebruikelijke non-duale boekjes kunnen we hier een beetje mee oefenen. Denk aan metaforen als die van de toeschouwer in de bioscoop waarin je probeert alleen maar te kijken naar wat er in je leven gebeurt, zonder ingrijpen en met zoveel mogelijk acceptatie als je maar kunt opbrengen. Hier is niks mis mee, ik doe het zelf ook en het geeft wat ruimte.

Jezus geeft ons echter een paar unieke tips op weg naar dat wat hogere perspectief. Een erg praktische tip is die van vergeving á la ECIW. Dit is een soort weigering om te geloven in afscheiding en om te oordelen. Maar hier blijft het niet bij. Jezus weet dat wij dit niet op eigen kracht kunnen en dat we eindeloos kunnen blijven lezen in bioscoop-metafoor-boekjes. Wat zie je zelden terug in deze boekjes en wat is het hoofdthema van de Jezus-boeken? Liefde! Liefde is de Goddelijke troef. Liefde is onze redding. Van ons wordt slechts een kleine bereidwilligheid gevraagd om de zachte stem van liefde, de stem van de Heilige Geest, ons te laten leiden in ons contact met anderen en in alle situaties. Hierbij is overgave een sleutelwoord. Overgave aan liefde, God, Heilige Geest, Jezus, je Zelf of hoe je het maar wilt noemen. En daar baalt ons ego zo gigantisch van.

Ik spreek liever van verlossing dan van verlichting. Ik weet dat dit slechts mijn interpretatie is, maar bij verlichting denk ik aan een slim persoon die het door heeft. Bij verlossing daarentegen denk ik aan iemand die op zijn knieën is gegaan en zich heeft opengesteld voor de genezende kracht van liefde. Bij verlossing “beleid je jouw zonde”, hetgeen volgens de visie van ECIW betekent dat je erkent dat je gelooft in afscheiding. Vervolgens aanvaard je de blijde boodschap van Jezus dat je nog steeds het geliefde kind van de vader bent, en dat dit ook geldt voor iedereen die je tegenkomt. Je gaat ervaren dat de liefde in je binnenste gaat stromen als je anderen niet langer veroordeelt maar liefhebt gelijk jezelf. Het is een heerlijke waarheid dat geven en ontvangen één zijn. Je kunt zo lang je wilt ik-gericht streven naar eigen verlichting en dit maakt je niet een slecht mens. Maar pas wanneer je ontdekt dat liefde zowel doel als middel is, dan pas zie je dat je de hemel niet kunt betreden zonder je broeders en zusters. Je moet ze zien als jezelf om te ontdekken dat je zelf schuldeloos bent en een geliefd kind van je Vader.

Bij mij begint dit steeds dieper binnen te komen. Op deze weg van liefde kom ik mezelf flink tegen. Steeds meer zie ik dat elke nare ego-eigenschap die ik in anderen veroordeel ook in mij zit. Steeds meer ervaar ik dat het zwaard van oordeel twee kanten heeft: zoals ik een ander veroordeel zo veroordeel ik mezelf. Soms is het schrikken. Oei, wat valt er nog een duisternis te verdrijven. Maar er is ook sprake van onverwoestbare hoop. Als je eenmaal merkt hoe je, dikwijls onbewust, geholpen wordt door de kracht van liefde dan kun je eindelijk ontspannen en glimlachen omdat je weet dat het goed komt. Ooit werd ik als volwassene gedoopt en werd me de vraag gesteld of ik Jezus Christus had leren kennen als mijn persoonlijke verlosser en heer. Ik antwoordde met slechts één woordje: “ja”. Nu kan ik daar dankbaar aan toevoegen: “Ja, Goddank, steeds meer”. Ik herinner me dat de dominee in zijn preek zei dat God afmaakt wat Zijn hand begint. Hier mogen we allemaal op vertrouwen. Amen.

Over vakantie en thuiskomen.

Op een vroegere werkplek waren twee collega’s die leken te leven voor vakanties. Vlak nadat ze terug waren van hun wintersport, zaten ze alweer met hun neus in reisgidsen om de volgende vakantie te plannen. Voor hen waren de periodes tussen vakanties slechts een noodzakelijk kwaad om geld te verdienen voor de volgende trip. Ik begrijp hun enthousiasme voor het plezier dat nieuwe indrukken, spannende activiteiten of de heerlijke sensatie van de warme zuidelijke zon op je huid met zich meebrengen.

Onlangs had ik bezoek van mensen die ware vakantie-experts zijn. In de winter gaan ze voor maanden naar warmere oorden en in de zomer maken ze lange en avontuurlijke tochten in hun camper door Zweden. Het was heerlijk om te zien hoe ze van het leven genieten. Toch merkte ik bij hen iets van dezelfde dwangmatigheid als bij mijn ex-collega’s. Zo geloven ze dat thuisblijven in de wintermaanden onherroepelijk zou leiden tot een winterdepressie en bepaalt het weerbericht gewoonlijk hun stemming.

In eerste instantie keek ik wat meewarig naar deze vakantieverslaving. Het leek op vluchtgedrag gebaseerd op angst. Zoeken naar dit kleine geluk zal immers niet de innerlijke vrede opleveren die men eigenlijk zoekt. Maar ik realiseerde me niet dat mijn ego niet bepaald op vakantie was en mij een prettig superieur gevoel aanbood. Ik kan nog steeds genieten van vakanties, maar mijn geluk hangt niet meer af van locatie en weerbericht. Los van de vraag of dit nu echt helemaal zo is, valt er vooral vergevingswerk te doen op het gebied van dat superioriteitsgevoel. Door vakantieverslaafden te veroordelen, laat mijn ego me geloven dat ik lekker kan zonnebaden in de zonnige zelftevredenheid van mijn eigen geest.

Maar wie ben ik om te bepalen welke levenslessen anderen nodig hebben om hun ware bestemming te bereiken? Om erachter te komen dat het naar je hand zetten van uiterlijke omstandigheden nooit duurzame vrede en geluk zal opleveren? En bovendien, de lessen die voor jou klaarliggen, zal je nooit kunnen ontlopen. Als je de lessen moet leren van acceptatie en de beperkte reikwijdte van maakbaarheid, tref je misschien wel een vakantieplek aan waar net met veel herrie wordt verbouwd, waar het zwembad te koud is, waar je door de autoverhuurder wordt opgelicht en waar je een onvindbare mug hebt in je luxe appartement.

Mijn oordeel over mensen die verslaafd zijn aan vakanties is subjectief en ik merk dat het resulteert in een verharding van mijn innerlijk, zonder dat er liefde en begrip stroomt. Dus voor mij even geen vakantie maar werk aan de winkel. Het is niet aan mij om anderen van hun vakantieverslaving af te helpen, maar om mijn eigen neiging tot oordelen aan te pakken. Ondertussen plant mijn ego een nieuwe vakantie naar Shame-Island, inclusief een bezoek aan Guilt-mountain. Hoe kon ik toch weer in deze valkuil van (zelf-) veroordeling trappen? Het lijkt nooit op te houden. Maar ik wil niet doorgaan op deze negatieve weg. Het is genoeg. Ik hoef niet vast te houden aan schuldgevoelens. Ik hoef anderen niet te beschuldigen, noch mezelf. Dit is niet de weg die ik wil volgen.

Ik adem diep in en laat het even rustig worden. Ik heb behoefte aan stilte. Pas nu, nu mijn ego even zwijgt, kan er ruimte ontstaan voor een zachtere stem. Het zwaard van oordeel heeft twee kanten. Als ik het gebruik om anderen te veroordelen, veroordeel ik ook mezelf. Maar gelukkig werkt liefde ook twee kanten op. Geven en ontvangen zijn één. Als ik me laat leiden door liefde, dan zie ik dezelfde patronen in anderen als in mezelf en kan ik om beiden glimlachen. Nu realiseer ik me dat we allemaal op zoek zijn naar dezelfde Zon. Of we nu vakantiegangers of thuisblijvers zijn, we zijn allemaal op zoek naar dezelfde bron. Ik wens iedereen een veilige reis en bovenal een warme thuiskomst.

Open AI en de cursus: waar gaat het nu echt om?

Laatste tijd zit ik wat te spelen met open AI. Ik sla stijl achterover van de antwoorden die ik krijg op vragen over ECIW en ECVL. Dikwijls zijn ze erg to the point en slechts soms merk je dat ze er net een beetje naast zitten. Toch erg knap. Vanmiddag vroeg ik AI om eens een blog te schrijven over een fictieve situatie (ik gaf ingrediënten van een burenruzie) waarbij de hoofdpersoon een oplossing vond vanuit de visie van ECIW. Het resultaat was redelijk indrukwekkend. Dit zette me aan het denken. Wat voor nut heeft het nog als ik blogs schrijf over de toepassing van de cursus op actuele voorvallen als AI dit ook zo snel en moeiteloos kan? Hetzelfde geldt overigens voor de meer metafysische blogs. AI schudt ze zo uit z’n processor. Natuurlijk beleef ik zelf plezier aan het schrijfproces. Het helpt me om mijn gedachten en gevoelens te ordenen en ik vind het helemaal leuk als anderen op grond hiervan ook wat delen uit hun leven. Maar toch.

Aan de ene kant is er een gevoel van ontnuchtering. Maar aan de andere kant vraag ik me ook af of deze nieuwe ontwikkeling niet precies op een goed moment komt. Hij laat namelijk zien dat het creatief husselen van inzichten en informatie ook door computers gedaan kan worden. Maar wat kan een computer niet? Hier dacht ik een tijdje over na.

Als ik met een broeder of zuster samen ben en we onze ervaringen en inzichten delen dan is er sprake van een ontmoeting. De schijnbare afstand tussen ons kan daarbij steeds kleiner worden en als we de heilige relatie benaderen dan doen woorden er niet meer zo toe. Het gevoel van liefde en verbondenheid laat zich achteraf weliswaar beschrijven maar ook deze beschrijving staat niet in verhouding tot de ervaring van echt samen zijn. In al mijn chatsessies met AI heb ik, natuurlijk, niets van die verbinding ervaren. Verwondering ja, relatie nee.

Ik ben benieuwd wat er nu gaat gebeuren. Steeds meer studenten van ECIW en vooral ook van ECVL dalen af van hoofd naar hart. Het lijkt wel of we nu heerlijk die hoofd-kwesties, die conceptuele vragen, kunnen delegeren aan AI. Wij hebben wel wat belangrijkers te doen. Hoewel, “doen”? Het voelt als het begin van “iets nieuws”, maar wat dit is kan ik niet voorspellen. Dingen lijken op hun plek te vallen, maar welke dingen? Zaken komen in een stroomversnelling, maar welke zaken? Vragen waarop gelukkig niet simpelweg een antwoord te geven is, zelfs niet door AI, maar waarvan ik zomaar vermoed dat jij als lezer kunt aanvoelen wat ik bedoel. En juist in dat aanvoelen verschillen wij totaal van AI. Goddank.

De levensvonk; snijpunt van tijd en eeuwigheid.

Gisteravond bezocht ik een lezing over gnosis. De spreker sprak onder andere over de goddelijke vonk in ons innerlijk. Na de lezing kon het publiek vragen stellen en een kritisch kijkende man merkte op dat hij de beeldspraak van die vonk waardeloos vond. Zijn argumentatie klonk logisch: zo’n vonkje is geen lang leven beschoren en is zo weer verdwenen. Deze reactie zette me aan het denken over het gebruik van deze metafoor en of een andere metafoor misschien beter zou zijn. Bijvoorbeeld de metafoor waarin wordt gezegd dat wij stralen van de zon zijn. Maar ja, de zon heeft ook niet het eeuwige leven en zal over weet ik hoeveel jaar ook ophouden te bestaan.

Vervolgens kwam bij mij de gedachte op dat ik wel heel makkelijk meeging in het perspectief van de kritische vraagsteller, die uitging van de vanzelfsprekendheid van onze wereld van tijd en ruimte. Dit was zijn ‘logische’ uitgangspunt. Ons denken kan bijna niet anders dan in termen van oorzaak en gevolg, tijd en ruimte denken. Eerst is er geen vonkje, dan is er een fractie van een seconde wel een vonkje en vervolgens is het weer weg. Niks tegen in te brengen; toch?

Toch wijzen cursussen als ECIW en Een Cursus van Liefde erop dat onze ware identiteit niet samenvalt met het mensje dat we nu menen te zijn. Jezus vertelt ons dat we als denkgeest deel uitmaken van de eeuwige Denkgeest van God. Wij zijn de Zonen van de Vader en geen sterfelijke wezens in een 3D-werkelijkheid. ECIW, ECVL en andere boeken die ‘gechanneld’ zijn, zijn niet de enige bronnen die ons dit voorhouden. Ook binnen de filosofie komen slimme mensen tot soortgelijke conclusies. Filosofen wijzen ons op de mind-blowing aard van ons wezen, dat zich buiten de ons bekende 3D-werkelijkheid bevindt. Alsof we vanuit oneindigheid via een piepklein gaatje toeschouwer zijn van een droom waarin ruimte en tijd echt lijken. Het snijpunt van ons lijntje met God, onze Bron, en de denkbeeldige tijdslijn is het wonderbaarlijke punt van waaruit wij gewaar zijn. Dit punt correspondeert met onze tijdloze kern, onze ware Identiteit.

Bij mij komt het beeld van een kruis naar boven. De verticale lijn is ons lijntje met God, onze Bron, en de horizontale lijn is de denkbeeldige tijdslijn. Het snijpunt van beide lijnen, het wonderbaarlijke punt van waaruit wij gewaar zijn, correspondeert dan met dat levensvonkje in ons, de tijdloze kern van ons bestaan, ons ware Zelf, onze ware Identiteit.

Ik moet nu glimlachen. De kritiek van de vraagsteller gaat eigenlijk niet eens ver genoeg. De metafoor van het vonkje is niet verkeerd omdat het vonkje te kort zou duren, maar omdat het vonkje nog steeds een tijdsduur heeft, al is het maar een miniseconde. Immers, zelfs een miniseconde heeft nog steeds een tijdsduur en onze ware identiteit, onze levensvonk, is tijdloos. Ons verstand kan niets met woorden als tijdloosheid. Wanneer we praten over ‘oneindigheid’, menen we ten onrechte dat we iets zinnigs zeggen. Wat wij dan bedoelen, is een heel, heel lange tijd. Maar wat is tijd zonder begin en einde? Het is verfrissend om ons denken daar eens op stuk te laten lopen. Wat is het verschil tussen 0 seconden en oneindig veel jaren? Merk je hoe ons denken als het ware vastkleeft aan het blijven denken in termen van tijd?

We roepen ook nogal makkelijk dat wij terug willen naar onze ware identiteit als Zoon van God. Als we eerlijk zijn moet ons de overeenkomst opvallen met het beeld van de hemel zoals we dit kennen vanuit de Christelijke traditie. De hemel is daarbij een fijne ‘plek’ waar ‘wij’ behoorlijk lang prettig ‘vertoeven’. ECIW en ECVL proberen ons vlak voor de hemelpoort af te leveren in een nieuwe wereld. In de beeldspraak van het kruis brengen de cursussen ons bij het snijpunt van de verticale en horizontale lijn. En dan? Dan is de laatste stap aan God. Is dit wellicht de Bijbelse hemelvaart? We kunnen er alleen maar verwonderd naar raden. Toch is dit vonkje onze hoop, ons lijntje met de Vader, de ster in het oosten die ons doet verlangen naar en handelen vanuit liefde. Graag ga ik met jou blij en verwonderd op weg naar die hemelpoort. Daar zien we dan verder. Verder? 😉

Het hart volgen: de sleutel bij het toepassen van de metafysica

Na jarenlang bloggen heb ik gevoel ontwikkeld voor hoeveel lezers een bepaalde blog zal aantrekken. Blogs over concrete, actuele, of alledaagse onderwerpen doen het erg goed, terwijl blogs over meer abstracte, metafysische onderwerpen minder publiek trekken. Vroeger volgde ik workshops van Koos Janson. Wat ik zo waardevol aan hem vond, was dat hij begon met een stukje metafysica en deze vervolgens op knappe wijze toepaste en tot leven bracht aan de hand van praktische vragen uit het publiek. De kunst voor bezoekers van zijn workshops was om de abstracte metafysica uiteindelijk in de dagelijkse praktijk toe te passen. Dit vereist eerst stapsgewijze ontrafeling van de praktische kwestie, gevolgd door inzicht en mogelijk vergeving. Hopelijk internaliseren de bezoekers de waarheid van ECIW zodanig dat ze direct de kern van de kwestie kunnen aanvoelen en vergeving net zo natuurlijk wordt als ademhalen.

Als ik spreek over de abstractheid van de metafysica, kan het klinken alsof ik het heb over een soort nieuw geloof, een beschrijving van hoe de werkelijkheid in elkaar zit. Echter, met metafysica bedoel ik geen letterlijke beschrijving die we slechts met ons verstand hoeven te begrijpen. Verstandelijk begrip is prima en behulpzaam, zolang we het maar niet als ons uiteindelijke doel zien. Jezus stelt dat woorden slechts symbolen van symbolen zijn, en daarmee waarschuwt hij ons tegen onze neiging om van metafysica een nieuw geloof te willen maken. Woorden zijn wegwijzers, maar geen doel op zich.

Ik heb eerder geschreven over het schijnbare verschil tussen de visies van Ken Wapnick en Robert Perry. Je zou kunnen zeggen dat Ken Wapnick zich vooral richt op de radicale abstractheid van ECIW en erop hamert om woorden niet letterlijk te nemen. Robert Perry neigt naar de concretere kant van de cursus. In zijn complete editie van ECIW staan dan ook de wat concretere aanwijzingen van Jezus richting Helen Schucman. We moeten niet in de valkuil trappen te denken dat we moeten kiezen tussen de visie van Ken of die van Robert. In plaats daarvan is er maar één vraag echt belangrijk: welke visie is behulpzaam? Aanvankelijk lijkt het alsof ik hiermee het probleem slechts verplaats, want wat is behulpzaam? Ook dat kunnen we niet in algemene zin beantwoorden, maar wel in specifieke zin: welke visie, welke symboliek, is er nu voor mij behulpzaam?

We kunnen dit onderzoeken door af te dalen van het hoofd naar het hart en ons gevoel te volgen. De hele leer van Jezus draait om liefde. Het lastige van spreken over “waarheid”, zoals de waarheid van een visie, is dat discussies hierover vaak leiden tot verhitte hoofden en koude harten. Maar over liefde hoeft niet gesproken of gediscussieerd te worden. Je kunt voelen of liefde meer of minder stroomt naar jezelf, je broeders en zusters en naar de wereld. ECIW zegt dat we op weg zijn naar een universele ervaring en voor mij is de ervaring van liefde, mildheid en vrede een goede graadmeter om te bepalen of ik op het goede spoor zit.

Laat ik dit iets minder abstract maken met een praktisch voorbeeld. Soms lijkt het alsof de ultieme, abstracte boodschap van ECIW stelt dat slechts eenheid bestaat. Dit is de eenheid waarover Ken Wapnick zegt dat er geen “anderen” zijn. Robert Perry daarentegen wijst op de schepping van echte broeders en zusters die wij waarnemen als “anderen”. Ons verstand grijpt deze woorden aan als een havik die zijn prooi grijpt. Wat is nu de waarheid? Bestaan er wel of geen anderen? Is alles één of niet?

Het heeft nauwelijks zin om hier een abstracte, haast filosofische discussie over te voeren. Een handigere manier om met deze woorden, deze symbolen, om te gaan, is door te onderzoeken wat er in je hart gebeurt in concrete situaties van alledag. Bijvoorbeeld wanneer je geconfronteerd wordt met een dierbare in nood. Hoe werkt het symbool van eenheid hierbij voor jou? Als je dit symbool alleen verstandelijk benadert, dan kun je concluderen dat er in eenheid nooit echt iets kan gebeuren. Dus als je vervolgens een broeder of zuster ontmoet die jouw hulp nodig heeft, dan kun je op basis van jouw conclusie je schouders ophalen en besluiten dat jij je niet laat foppen. Maar probeer dit eens goed te voelen. Brengt deze houding jou een gevoel van onaantastbaarheid en van een soort ultieme afgescheidenheid van de “droomwereld”? Voel je liefde stromen? Ik betwijfel het. Hetzelfde symbool van “eenheid” kan echter ook een compleet ander effect hebben. Nu herken je vanuit een besef van verbondenheid de pijn en angst van de ander. Je weet hoe je zelf aan het leren bent om het geloof in ellende en afscheiding te laten genezen door liefde en je bent dankbaar dat jij nu de bron van liefde mag vertegenwoordigen naar je broeder of zuster. Vanuit het besef van eenheid omarm je die ander terwijl je zegt: “Ach lieve broeder, ik herken jouw pijn en strijd zo goed. Weet dat we samen zijn en je bent niet alleen.” Voel je het verschil? ECIW roept ons niet op om vroegtijdig weg te drijven op een wolk van abstracte onverschilligheid. De metafysica is bedoeld als behulpzaam symbool. Door ons te richten op iets als het symbool van “eenheid”, hoopt Jezus dat we gaan beseffen dat we niet gescheiden zijn van onze Vader en onze broeders en zusters. In de Bijbel, ECIW, Een Cursus van Liefde (ECVL) en alle boeken van Jezus komt steeds dat ene, alles overkoepelende symboolwoord naar boven: LIEFDE. In ECVL biedt Jezus ons het symbool van “heelheid van hoofd en hart”. Het gaat om verstand en gevoel, abstracte metafysica en praktische toepassing, het wonder accepteren voor jezelf en aanbieden aan anderen, woorden en daden, waarheid en liefde.

Voor gek verklaard

Vermoedelijk heb je als enthousiaste ECIW-student ook wel de ervaring dat mensen je wat vreemd aankijken als je heel voorzichtig iets probeert te vertellen over de Cursus. Je merkt dat ze je “wereldvreemd” vinden, misschien wel een fantast, ze halen de schouders op en gaan verder met hun normale “echte” leven. Je kunt achterblijven en wat aan jezelf gaan twijfelen. Ben ik nou gek? Zit ik misschien in een rare sekte met exotische denkbeelden? Soms is het dan wel eens fijn om te weten dat er hele slimme niet-cursus-studenten zijn die door nauwkeurige observatie en goed nadenken uitkomen op, jawel, een metafysica die (heel) sterk lijkt op die van ECIW. Als steuntje in je rug hierbij een kort stukje met argumenten van de beroemde filosoof Arthur Schopenhauer en een hedendaagse genius genaamd Bernardo Kastrup. Enjoy! 😃

Een cursus in wonderen (ACIM) is een spirituele leerweg die zich richt op het transformeren van de manier waarop we de wereld waarnemen en ervaren. Deze cursus gaat ervan uit dat onze waarneming van de werkelijkheid wordt bepaald door onze eigen denkgeest en dat we door onze denkgeest te trainen een ander, meer liefdevol perspectief kunnen ontwikkelen. Deze metafysische visie komt op veel punten overeen met de filosofie van Schopenhauer en Bernardo Kastrup.

Een van de belangrijkste overeenkomsten tussen ACIM en Schopenhauer is hun visie op de aard van de werkelijkheid. Schopenhauer betoogt dat de werkelijkheid wordt gedomineerd door een enkele wil die de basis vormt voor alles wat we ervaren. Deze wil is niet alleen aanwezig in de natuurlijke wereld, maar ook in ons eigen innerlijk. Dit komt overeen met de visie van ACIM dat de werkelijkheid wordt gecreëerd door onze eigen denkgeest en dat we de kracht hebben om onze ervaring van de werkelijkheid te veranderen door onze denkgeest te trainen.

Een ander belangrijk aspect van de metafysica van ACIM is de visie op het zelf. ACIM stelt dat het zelf niet onze fysieke identiteit is, maar onze ware identiteit ligt in onze verbinding met de Bron, die wordt aangeduid als God. Schopenhauer ziet het individuele zelf ook als een illusie die ons gevangen houdt in de werkelijkheid. Hij betoogt dat de enige manier om te ontsnappen aan deze illusie is door ons te richten op de wil als de oorsprong van de werkelijkheid en ons te verbinden met het transcendente. Dit komt overeen met de visie van ACIM dat we ons moeten richten op onze verbinding met God om ons ware zelf te ontdekken.

Een overeenkomst tussen ACIM en Kastrup is hun visie op de aard van bewustzijn. Kastrup stelt dat bewustzijn de basis is van alle werkelijkheid en dat alle objecten en gebeurtenissen in de wereld slechts verschijnselen zijn die voortkomen uit dit bewustzijn. ACIM betoogt ook dat onze ervaring van de werkelijkheid wordt bepaald door onze eigen denkgeest en dat onze waarneming van de werkelijkheid kan worden veranderd door ons bewustzijn te trainen.

Ten slotte delen ACIM en Kastrup een visie op de aard van tijd en ruimte. Kastrup betoogt dat tijd en ruimte slechts concepten zijn die we gebruiken om onze ervaring van de werkelijkheid te begrijpen, maar dat ze geen inherente realiteit hebben. ACIM stelt ook dat tijd en ruimte illusoir zijn en dat onze ervaring van de werkelijkheid wordt bepaald door onze eigen denkgeest en niet door externe realiteit.

Kortom, hoewel ACIM, Schopenhauer en Kastrup op verschillende manieren zijn geformuleerd, delen ze allemaal een metafysische visie op de aard van de werkelijkheid, het zelf,

(Gemaakt met behulp van Chat GPT)

ECIW-kieswijzer

Aanstaande woensdag mogen we weer stemmen. Ik neem mijn stemrecht redelijk serieus en doe mijn best om me zo goed mogelijk te informeren over de standpunten van alle partijen. Dat valt nog niet eens mee. Direct maar even een beladen voorbeeld: het hele stikstof gebeuren. Ik woon aan een weiland en geniet van het oer-Hollands tafereel van die koeien in de groene wei. Puur natuur, dacht ik decennialang. Maar nee dus. Mijn zwart-witte achterbuurvrouwen blijken stikstof-uitstoters te zijn die indirect hele natuurgebieden verwoesten. Moeten we niet een beetje minderen met die bio-industrie? Moet Nederland wel voor de hele wereld produceren? Ik vermoed dat het wel wat minder kan en het lijkt me een goed plan de grootste uitstoters zo liefdevol en gul mogelijk te helpen om een milieuvriendelijkere manier te vinden om hun brood te verdienen. Vervolgens leer ik hoe de boerenbroeders jarenlang te maken hebben gehad met een overheidsbeleid waar ze begrijpelijkerwijs gestoord van zijn geraakt. En waar en hoe gaat de productie plaatsvinden als de Nederlandse boeren er deels mee stoppen? Zijn zij niet het slachtoffer van een draaikontenbeleid? Vervolgens hoor ik hoe er een miljarden industrie achter de boeren verscholen gaat die met slimme marketingcampagnes het Nederlandse volk manipuleert om te geloven dat het met die verslechtering van de natuur niet zo’n vaart loopt, ik zie een nieuwe partij met halve waarheden en onwaarheden veel stemmen trekken en weet het gewoonweg niet meer.

Rondom dit hele gebeuren zie ik ook heel veel boosheid en verdeeldheid. Vandaag trekken zowel boeren als milieuactivisten naar Den Haag. Ze zijn het slechts over één ding eens en dat is dat de eigenlijke schuldige de overheid zou zijn. Maar dat is ook zo makkelijk gezegd. Die overheid is door ons gekozen, dat zijn wij feitelijk zelf, en net zomin als ik het overzicht noch de wijsheid heb zo geldt dat ook voor onze volksvertegenwoordigers. Ook zij kunnen niet beter doen dan zo goed mogelijk aanrommelen, of ze nu Mark, Caroline of Sigrid heten. Zelfs aan de kunst van het polderen blijkt nu een grens te zitten. Wat er ook besloten zal worden, er zullen mensen boos en teleurgesteld raken en menen dat ze het recht hebben om met geweld hun zin te krijgen. Hoe moet ik me nu verhouden tot deze grote kwesties? Wie heeft er nu gelijk? Hoe zit het nu precies? Wie biedt mij het ultieme overzicht?

Pfoeiiii; even ontspannen. Ik neem weliswaar mijn stemrecht serieus, maar neem ik mijzelf nu niet al te serieus? Zal dat ene stemmetje van mij nu echt het verschil maken? Zou ik niet net zo goed thuis kunnen blijven en mezelf boven al dit tumult plaatsen? Gewoon lachen om al deze poespas die tenslotte alleen maar plaatsvindt binnen de illusie, binnen een wereld die in ECIW wordt omschreven als een droomwereld? Even een stapje achteruitzetten kan natuurlijk geen kwaad. Toch wil ik je uitnodigen tot een gedachtenexperiment, een vergevingsoefening met behulp van woorden uit het “Handboek voor hoger bewustzijn (Ken Keyes)” die, in mijn beleving, geheel in lijn zijn met ECIW.

“Breid je liefde, je bewustzijn en je liefdevol medeleven uit door alles te ervaren wat iedereen doet of zegt, alsof jij het gedaan of gezegd had”.

En nu richten we ons op ons ego. Ik som hieronder een aantal standpunten op met de uitnodiging ze te adopteren. Lees ze door en pak de opvatting waar je het meest aan blijft haken. Bijvoorbeeld een standpunt dat je schandalig vindt, verwerpelijk en, volgens jouw ego, liefdeloos en onvergefelijk. Speel er gerust een beetje mee en maak de oefening op maat voor jezelf door een standpunt te kiezen dat zo radicaal mogelijk afwijkt van jouw idealen.

  • Als je voor de boeren bent en tegen Sigrid: In de stem van Sigrid hoor ik mijn stem. Plotseling praat ik wat geaffecteerd, maar dit is mijn manier van praten. Haar overtuiging om radicaal te vergroenen is mijn overtuiging. Ik meen nu oprecht (of niet) hiermee Nederland en de planeet te redden. Ik spreek, denk en handel door haar. Sigrid en ik zijn in wezen één.
  • Als je voor de natuur bent en tegen Caroline: In de stem van Caroline hoor ik mijn stem. Mijn toon is wat volkser dan gewoonlijk, maar dit is zoals ik mij uitdruk door haar heen. Haar opvatting dat het wel meevalt met de schade aan de natuur is mijn opvatting. Het is ook mijn wens om in elke tv-show op te treden. Ik meen oprecht (of niet) dat het allemaal niet zo’n vaart loopt met die stikstofproblemen. Ik spreek, denk en handel door haar. Caroline en ik zijn in wezen één.
  • Als je tegen al die multinationals bent die alleen maar uit zijn op winst: Ook ik wil wat mij het beste uitkomt. Ik denk net als zij dat geld belangrijk is en dat het mij gelukkig kan maken. Ook ik wil pakken wat ik pakken kan. Ook ik denk vooral aan mij zelf en hoogstens een beetje aan het welzijn van anderen. Ik ben gulzig, gierig en geld-gericht. Dat schijnheilige gezicht op de tv is mijn gezicht.

Het zal je nu duidelijk zijn wat mijn uitnodiging inhoudt. Voel je weerstand ertegen. Hoor het luide “Ja, maar!” naar boven komen. Voel je weerstand om van je tegenspeler te houden, om je liefde naar haar of hem te laten uitstromen. Zie je verslaving aan oordelen, veroordelen, strijden, overmeesteren, winnen en vechten. Zie de menselijke voorkeur voor oorlog in jezelf.

En vergeef jezelf en de ander. Krijg gevoel voor de eenheid in Christus-bewustzijn. Jij en ik zijn broeders. Verwarde broeders, wellicht, maar toch: broeders. Als ik jou veroordeel en aanval dan vergroot ik het gevoel van afgescheidenheid in mijzelf. Ik verrek het om dat nog langer te doen. Ik stem wat mij goed dunkt, jij volgt jouw overtuiging. Ik kan het niet met je eens zijn maar weiger jou te haten. Ik stem met mijn hart. Ik stem voor Liefde.

Kopje onder in ellende

Ongemerkt vormen we ons een beeld van hoe een cursus-leraar of een gevorderde student omgaat met ellende. Hij (of zij) laat zich er niet door van de wijs brengen, vergeeft het en staat er boven. Hij bewaart het overzicht, glimlacht en blijft altijd ontspannen. Ik merkte een paar jaar geleden dat ik daarom wat teleurgesteld was toen Jeff Foster wanhopige blogs schreef toen hij werd getroffen door een ernstige ziekte. Was dit de schrijver van “Onvoorwaardelijke acceptatie”? De man die ik onbewust was gaan zien als goeroe, leraar, iemand die het licht heeft gezien? Waarom kan hij dan niet rustig blijven en bijvoorbeeld beschrijven hoe hij vanuit dat rustige, stille punt, vanuit dat oog van de orkaan kan toekijken op de heftige verschijnselen in zijn lichaam en denkgeest?

Voor mijzelf ben ik, natuurlijk, net zo streng. Na een hersenoperatie heb ik nu NAH (Niet Aangeboren Hersenletsel) en één van de verschijnselen hiervan is dat ik bij cognitieve inspanning snel moe word. Mijn helderheid verdwijnt, m’n hoofd voelt wattig en wordt rood en ik ga, gek genoeg, meer praten. Blogs als deze moet ik vaak in etappes schrijven omdat na één pagina typen de fouten erin beginnen te sluipen en het overzicht verloren gaat. Op sociaal gebied kan ik in rustig gezelschap en op een goede dag 2 á 3 uur meedoen en dan is de batterij leeg. Mijn partner merkt dit beter op dan ikzelf en is dan zo vriendelijk om me een seintje te geven dat ik mezelf in acht moet nemen. Soms ben ik dan al zo ver heen dat ik reageer als iemand die na te veel biertjes uitroept: “niks aan de hand, ik ben niet dronken en kan nog prima rijden!”. Als fan van de cursus maak ik het mezelf vervolgens dubbel moeilijk. Ik verwijt mezelf dat ik niet de rustige, serene toeschouwer kan blijven en, jawel, ik meen ook nog eens dat het allemaal mijn eigen schuld is. Leert de cursus immers niet dat ik niet het slachtoffer ben van de wereld die ik zie? Dat ik mezelf kruisig? Dat er geen sprake is van een lichamelijke ziekte die mij zomaar overkomt maar dat de oorzaak zich in mijn denkgeest bevindt?

Het vervelende van het leslokaal van ons leven is dat niet-geleerde lessen telkens situaties blijven opleveren die ons dwingen opnieuw te kijken naar de kwestie. Zo werd ik onlangs geïnterviewd over ECIW en ECVL. Beetje spannend, maar toch ook leuk, ik had er zin in. Waar ik geen rekening mee had gehouden is dat mijn mentale batterij veel sneller leegloopt bij snelle aandachtwisselingen. En, helaas, bij een interview volgt de ene vraag direct na de andere en dit resulteert in kortsluiting in de accu. Deze keer was mijn lieve partner er niet om mij een schop onder tafel te geven. Na afloop voelde ik me dan ook moe en uitgewrongen. Wat had ik eigenlijk allemaal gezegd? Was ik niet te veel gaan ratelen? Ik voelde me schuldig en schaamde me omdat ik vreesde dat ik ECIW en ECVL mogelijk niet zo goed had gepresenteerd als ik wilde.

Misschien beleef jij iets soortgelijks als je angstig, boos, verdrietig of gedeprimeerd bent. Op zo’n moment ga je kopje onder in de situatie. Het kan een kort moment betreffen waarna je “weer bij zinnen” komt en je afvraagt hoe dit nu weer kon gebeuren. Maar het kan ook een donkere wolk zijn die niet zo snel voorbijtrekt. Waarom lukt het toch niet om er als het ware boven te kunnen staan? Om het van een afstandje te beschouwen waardoor je de ruimte ervaart waarin liefde en vergeving kunnen binnenstromen? Het is opvallend dat de frustratie om onszelf niet aan de haren uit het moeras te kunnen trekken vooral speelt bij zogenaamde psychische kwesties. Bij vervelende somatische aandoeningen als chronische pijn, infecties en kanker lijkt het soms makkelijker om de situatie althans enigszins te kunnen accepteren omdat we de indruk hebben dat we hier zelf niet zoveel aan kunnen doen. Maar waar het gevoelens betreft waar we niet direct een fysieke oorzaak voor kunnen aanwijzen vinden we dat we deze toch met een soort mentale cursus-wilskracht onder controle zouden moeten kunnen krijgen.  Voor de echte cursus-die-hards bestaat dit onderscheid natuurlijk niet. Er is immers in feite geen fysieke wereld die losstaat van de denkgeest dus alle zogenaamde ziektes, psychisch en somatisch, zijn vormen van op schuld gebaseerde aanvalsgedachten in de denkgeest en dat is de plek waar vergeving nodig is.

Maar dan toch. We horen van grote cursus-leraren die sterven aan kanker. Hoe kan dat dan? Zijn ze dan nog niet klaar met hun vergevingswerk? Dat valt ons dan toch een beetje van hen tegen. Dit doet me denken aan de omstanders die getuige waren van de kruisiging van Jezus. Weet je wat ze riepen (Matt 27:39-44)?

De mensen die voorbijkwamen, lachten jezus uit. Ze schudden spottend hun hoofd en riepen: “Daar hangt de mens die de tempel wilde afbreken. En die binnen drie dagen een nieuwe wilde bouwen. Red jezelf! Als je de Zoon van God bent, kom dan van dat kruis af!”
De priesters, de wetsleraren en de leiders van het volk bespotten jezus op dezelfde manier. Ze zeiden: “Andere mensen heeft hij gered. Maar zichzelf redden, dat kan hij niet. Hij is toch de koning van Israël? Dan moet hij maar eens van dat kruis afkomen! Dan zullen we in hem geloven. Hij vertrouwde toch op God? Hij zei zelfs dat hij Gods Zoon was! Als God echt van hem houdt, moet hij hem maar redden!”.

Terug naar Jeff Foster. Ik zag onlangs een kort YouTube filmpje van hem waarin hij beschreef hoe hij zich schuldig voelde over een klein foutje dat hij gemaakt had bij het invullen van een of ander formulier. Dat gevoel van schaamte bleef aan hem kleven als een stuk kauwgom onder een schoenzool. Zo eerlijk beschreven en zo enorm herkenbaar. Het duurde een tijdje voordat Jeff in zijn binnenste een klein beschaamd jongetje ontdekte. Dat jochie verdiende geen straf of berisping maar snakte naar een liefdevolle omarming. Pas toen Jeff dat kleine jongetje welkom heette en toestond om zolang hij wilde bij hem te blijven was daar die diepe vrede.

Ik moest denken aan Jezus uit de Bijbel. Hij zocht naar kracht in de hof van Gethsemane, hij hoopte dat de discipelen met- en voor hem wilden bidden maar helaas, ze vielen in slaap. Liefst wilde hij dat de gifbeker van de kruisiging aan hem voorbij zou gaan. Toen hij aan het kruis hing verduisterde de hemel en riep Jezus: “Mijn God, mijn God; waarom hebt Gij mij verlaten?”. Ik heb vaker gedacht en geschreven over het lijden van Jezus (zie blog:https://eciwcoach.com/2018/01/11/leed-jezus/ en https://eciwcoach.com/2022/11/07/leed-jezus-pijn/). Sommige ECIW-studenten zien Jezus het liefst als een toneelspeler die net doet alsof hij pijn heeft maar ondertussen gedissocieerd en op een afstandje onbewogen staat te lachen om de zogenaamde ellende. Hoe zou Jezus, de man die de illusie zo totaal doorziet, immers kunnen lijden? Er is toch geen lichaam, geen ziekte, geen pijn en geen dood?

Het voelt voor mij aanmatigend om hierover te gaan zitten filosoferen. Haast goedkoop. Ik zie nu dat ik niet verschil van de spotters bij het kruis als ik roep dat cursus-leraren (en ikzelf) onszelf maar eens moeten bevrijden van het kruis van ziekte, verwarring en pijn. “Jullie (ik) weten het toch allemaal zo goed? Nou dan; bevrijd en genees jezelf dan maar eens!’. Wat is dat beschuldigende en oordelende ego toch een kwelgeest. Het ziet slechts zonde, schuld en straf en daarmee beschuldigt het de Zoon van God. Het is listigheid ten top. DE boodschap van Jezus is dat we de schuldeloze Zoon van God zijn, wat we ook menen mee te maken. Deze boodschap is een “en-toch-boodschap”. De cursus-leraar krijgt kanker, ik ben verward, Jeff Foster schaamt zich, Jezus voert een verschrikkelijke strijd aan het kruis. EN TOCH!!!

Soms lukt het ons niet om ons de “en-toch” te herinneren. Het is te donker om ons heen. Wat is het dan belangrijk dat we aan elkaar gegeven zijn. Laten we de verwarde, zieke broeder of zuster omarmen, steunen en omringen met liefde. Als hij of zij het wonder even niet kan aanvaarden voor zichzelf dan mogen wij dat wonder aanbieden. Lees maar eens een aantal wonderprincipes uit het begin van ECIW in “De betekenis van wonderen”.

8. Wonderen genezen doordat ze een gemis aanvullen; ze worden door hen die tijdelijk meer hebben, verricht voor hen die tijdelijk minder hebben.

11. Gebed is het medium van wonderen. Het is een middel tot communicatie van het geschapene met de Schepper. Door gebed wordt liefde ontvangen, en door wonderen wordt liefde geuit.

18. Een wonder is een dienst. Het is de maximale dienst die jij een ander kunt bewijzen. Het is een manier om je naaste lief te hebben als jezelf. Je herkent op hetzelfde moment je eigen waarde en die van je naaste.

40. Het wonder erkent iedereen als jouw broeder en de mijne. Het is een manier om het universele merkteken van God waar te nemen.

In de Verklaring van termen (II:6: 14) wordt het wel heel bondig samengevat:

Waar de kruisiging was, staat nu Gods Zoon.

Ik wil deze blog afsluiten met respectievelijk de werkboekles die ik vandaag las (109) en met de uitroep van Jezus vanaf het kruis (Luc 23: 46). Dit mogen we zeggen met onze broeder hoe diep we ook in de put zitten en hoe verward we ook zijn waarbij we vertrouwen op dat “en-toch”.

Ik rust in God.

Vader, in uw handen beveel ik mijn geest.

Toenadering tussen verschillende ECIW-stromingen

.

Als we het in Nederland over ECIW hebben dan denkt 95% van de studenten direct aan dat mooie blauwe boek, de versie die is uitgegeven door The Foundation of Inner Peace (FIP). Dat is niet zo gek omdat, voor zover ik weet, dit de enige versie is die vertaald is in het Nederlands. Ik ga hier niet de hele ontstaansgeschiedenis van de Cursus weergeven maar volsta door op te merken dat op basis van de aantekeningen van Helen Schucman verschillende versies zijn ontstaan. Samen met Bill werkte ze haar aantekeningen uit in de “Urtext”, hiervan maakte Helen zelf een tweede editie (niet uitgegeven) en van deze versie maakte ze samen met Bill de “Hugh Lynn Cayce”-versie waarin veel is herschreven en weggelaten. Hierna kwam de ons bekende Ken Wapnick in beeld en hij was betrokken bij verder editing en de productie van twee FIP-versies, de basis voor ons blauwe boek. Uiteindelijk besloot de groep van Robert Perry (Circle of Atonement: CoA) een versie te maken gebaseerd op de oorspronkelijke aantekeningen van Helen: The Complete and Annotated editie. Helaas zijn er zelfs rechtszaken geweest tussen FIP en CoA in verband met copyrights.

Gisteren zag ik een opname van een video-meeting met als deelnemers “fans” van een bepaalde editie van ECIW. Er was, tot mijn grote genoegen, zelfs een vertegenwoordiger van A Course of Love (Een Cursus van Liefde; ECVL) aanwezig, een boek dat velen zien als een opvolging van ECIW. Ik genoot van deze meeting omdat het sleutelwoord “vergeving” bleek. Er was sprake van een open houding en de bereidheid om rustig te luisteren naar elkaars mening. De nadruk lag op de liefde, het centrale thema in al deze boeken. Eind goed al goed, zou je misschien zeggen. Maar dat is toch iets te kort door de bocht.

Want men droeg natuurlijk toch argumenten aan om bijvoorbeeld de verschillende editing-rondes te rechtvaardigen. Eén deelnemer zei dat Helen bij het skippen en editen van haar oorspronkelijke notities geleid werd door Jezus en dit pleit voor de blauwe versie. Maar hier was niet iedereen van overtuigd. Helen (en de andere editors) zijn mensen als jij en ik die bepalen wat ze belangrijk vinden, waar ze liever niet over spreken en met de neiging tot “stileren”. Nederlandse lezers van enkel het blauwe boek weten niet wat er allemaal is weggelaten en verplaatst vergeleken met de oorspronkelijke aantekeningen onder het motto: “Jezus vond het goed” of “dit was slechts voor Helen en Bill bedoeld”. Zo is het woord “ziel” weggewerkt uit de blauwe versie. Idem voor stukken tekst over seksualiteit. Verder missen we ook de heel directe instructies van Jezus aan Helen voor wat betreft de dingen die ze moest doen, de mensen die ze diende te benaderen enzovoort. Een deelnemer van de video-meeting vatte het bondig samen door te zeggen dat het blauwe boek wel een erg abstracte versie is geworden van de oorspronkelijke boodschap. Hij illustreerde dit door te wijzen op het weglaten van een van de eerste opmerkingen van Jezus aan Helen: “You will see miracles through your hands through me”. De oorspronkelijke woorden van Jezus bevatten inderdaad veel woorden van praktische aard, gericht op ons aardse leven met een duidelijke “doe-opdracht”. We mogen onder leiding van Jezus de handen uit de mouwen steken.

De deelnemer aan de meeting die dit naar voren bracht had een uitstekende tip om te voorkomen dat we ongemerkt gaan geloven dat we de visie van ECIW helemaal menen te begrijpen op basis van de enige ons bekende versie: lees alle versies! Theoretisch is dit voor Engelstaligen nog op te brengen maar wat moet je doen als het Engels lastig voor je leest of als je, heel begrijpelijk, weinig behoefte hebt aan de aanschaf en het doorspitten van al die versies? En is dit nu allemaal wel nodig, voegt het wat toe? Dat kan ik niet voor je bepalen maar ik kan wel mijn eigen ervaring met je delen.

Ik was bekend met de Bijbel toen ECIW op mijn pad kwam in de vorm van het blauwe boek. De metafysica en de non-duale visie ervoer ik eerst als een verademing en later als een verrijking ten opzichte van de Bijbelse visie. Het viel me echter op dat de aandacht van leraren en studenten die zich baseerden op deze versie wel erg op het bereiken van eigen innerlijke vrede was gericht, in overeenstemming met de naam van de Foundation for Inner Peace, de groep van Ken Wapnick die de blauwe versie van ECIW had gemaakt. Het wonder uit ECIW leek helemaal samen te vallen met het corrigeren van de eigen perceptie. De ander, God, de Heilige Geest en Jezus werden teruggebracht tot tijdelijke projecties van onszelf op weg naar een 100% abstracte, radicale eenheid. Als door een wonder, hoe toepasselijk, kwam ik in aanraking met de visie van de Circle of Atonement van Robert Perry. Een cirkel omsluit mijn broeders en zusters en het voelde beter en verfrissend voor mij om ECIW-uitleg te lezen waarin ik weer mijn broeder Jezus uit de Bijbel kon herkennen: vanuit liefde gericht op zijn naasten. Mijn geluk kon niet op toen ik in aanraking kwam met Een Cursus van Liefde, de opvolger van ECIW, genoteerd door Mari Perron. Hierin wordt een heerlijke balans gevonden tussen de wijsheid van het hoofd en de liefde van het hart. Het valt mij, samen met anderen die zowel ECIW als ECVL hebben gelezen, op dat ECIW nu nog meer gaat leven, nog dieper binnenkomt.

Deze wonderlijke ervaring stemt overeen met de toon van de video-meeting. Ook ik ging door fasen waarbij ik me tijdelijk afzette tegen een visie of een versie wanneer ik een uitgebreidere of nieuwere visie ontdekte. Van Bijbel naar blauw boek naar paars boek naar Cursus van Liefde. Maar dit oordeel diende naar de liefde gebracht te worden waarna ik kon genieten van elke visie en versie. Kennelijk had ik tijdens bepaalde fasen van mijn leven een bepaald accent, een bepaalde visie nodig. Dit gezegd hebbende past mij terughoudendheid in het aanraden van een bepaald boek of van een bepaalde versie. Ik durf het met een knipoog toch te doen maar leg mijn tip vrolijk naast je neer als deze je (nu) niet past.

Ben je in de war doordat je graag de Bijbelteksten letterlijk wil nemen? Kun je weinig met een oordelende God, hel en veroordeling? Lees dan ECIW. Ben je ECIW-student en hoor je vanuit je omgeving het verwijt dat je wel erg met jezelf bezig bent? Of ben je verdrietig omdat je verteld wordt dat God de Vader, Jezus en de Heilige Geest jouw eigen projecties zijn? Wordt het je wat al te abstract? Verdiep je dan in de uitleg van Robert Perry en/of (als je het Engels niet goed machtig bent) lees Een Cursus van Liefde.

In liefde met je verbonden, Simon