Ik wil me beter voelen

Is dat niet wat we willen, ons simpelweg wat beter voelen? Dekt dit niet de lading van veel van onze wensen? We willen bijvoorbeeld af van de pijn in ons lichaam, van onze bezorgdheid en angst, van de problemen met dierbaren, van de financiële problemen en ga zo maar door. En is dit niet dikwijls de reden dat we met de Cursus bezig zijn? Deze stelt ons mooie zaken in het vooruitzicht zoals geluk, liefde, vrede en verbondenheid. Dat lijkt ons heerlijk en daar gaan we voor.

En dit is totaal oké en vermoedelijk de reden waarom de meesten van ons begonnen zijn met deze leerweg. In het Nieuwe Testament lezen we dat de mensen om twee redenen naar Jezus toe kwamen: om te luisteren naar zijn wijze woorden en om zich te laten genezen van hun lichamelijke kwalen. Jezus predikte dat het Koninkrijk der hemelen reeds was gekomen en onder hen was en tevens genas hij melaatsen, blinden, doven en kreupelen.

Wij geloven in de echtheid van alle ellende die ons lijkt te overkomen. We identificeren ons nog grotendeels met ons lichaam en daaronder versta ik dan niet alleen ons fysieke lichaam maar ook ons gevoels- en emotionele lichaam. Anders gezegd: we voelen ons een afgescheiden entiteit die lijdt aan de ellende van de wereld. Dit geloof, deze aanname dat er grenzen bestaan tussen mijn zelf en de wereld, wordt in de Bijbel omschreven als “leven vanuit het vlees”. Ik meen dat het apostel Paulus was die sprak over leven uit het vlees of leven vanuit de geest.

In ons verlangen naar lichamelijke genezing, in de meest ruime zin van het woord, blijven we uitgaan van de echtheid van ons beperkte en afgescheiden lichamelijke bestaan. We menen dat we een ziek of anderszins verstoord lichaam zijn en we willen graag een gezond en pijnloos lichaam worden. Daartoe pakken we de Cursus en daartoe willen we genezing. En nu wordt het heel subtiel en gaat het ego zich stevig roeren omdat het terecht nattigheid voelt. Het reageert nu namelijk direct met de volgende tegenvraag:

“Aha, moeten we dan onze ellende maar dragen en niet langer streven naar lichamelijke genezing?

Het is belangrijk om te zien dat dit geen vraag is maar een herhaling van ons geloof in onze lichamelijke identiteit. Het is een stelling en geen vraag. De stelling is namelijk: “Ik lijd echt en mag niet zeuren”. Maar zo is het niet. Het is allemaal een kwestie van focus. Bij geloof in onze afgescheidenheid focussen we op ons lichaam en willen dat dit verandert van ziek naar gezond. Maar dit is niet wat Jezus ons kwam vertellen, noch in de Bijbel noch in de Cursus. Zo geeft Jezus ons in de werkboekles van vandaag (97) deze drie woorden: “Ik ben geest”. Dit is wat anders dan: “Ik ben geen ziek lichaam maar een gezond lichaam”. Met die hele gezond-lichaam versus ziek-lichaam discussie blijf je ronddolen in de dualiteit, in het vlees, het zijn twee kanten van dezelfde droommedaille. Maar deze hele vleselijke en vreselijke droomwereld is slechts het onbelangrijke effect van een echt belangrijke oorzaak: een ongenezen denkgeest.

Je bent geest, altijd al geweest en zo zal je eeuwig zijn. Er is helemaal geen tijd in de hemel. Je bent heel, vrede, onbegrensd, liefdevol geluk. Je verkoos echter om je afgescheiden te voelen en dat deed je door de fabel van een ziek lichaam versus een gezond lichaam te bedenken. Er is dus een reden waarom we willen geloven in deze duale ellende; we willen ons afgescheiden voelen en dat lukt het beste door te geloven in conflicten, ziekte, pijn en dood. Maar hoe kunnen we hiervan ontwaken?

Weer even het ego aan het woord. Dat stelt dat we onze pijn dan maar moeten ontkennen en de wereld vlotjes moeten afdoen als een illusie. Dit kan echter nog steeds voortkomen uit geloof in dezelfde illusie; we ontkennen de pijn om van de pijn af te komen. Maar in de meest verbeten ontkenning schuilt de grootste erkenning van de zogenaamde echtheid van de ellende.
Wees daarom liever geduldig en liefdevol jegens jezelf en jegens anderen die geloven in de echtheid van lichamelijk lijden. “Belijd je zonden”, zo heet het in de Bijbel. Dit wil niets anders zeggen dan “geef toe dat je gelooft in de echtheid van de afscheiding, in de echtheid van je lichamelijkheid, in de echtheid van de pijn”. Vecht hier niet tegen, schaam je er niet voor, voel je niet stom en schuldig. Dat is namelijk voedsel voor het ego. Ontken de pijn en je geloof niet maar parkeer het voorlopig liefdevol in een hoekje. Besef dat echte genezing nodig is in de denkgeest die is gaan geloven in lichamelijkheid. Zie de pijn en ellende als afgoden die je gek genoeg aanbidt met als doel om je afgescheiden te blijven voelen. Weet je waar deze afgoden echt van balen? Als je hen glimlachend voorbij loopt op weg naar het licht je wendt tot de ene echte God, onze liefdevolle Vader. Je geloof in de kracht van liefde zal je echt genezen. Vrees niet wat er op lichamelijk droomniveau kan gebeuren als je je zieke denkgeest laat genezen door de liefde. Als de oorzaak (geloof in lichamelijke afscheiding) geneest kan het zo maar gebeuren dat je geen behoefte meer voelt om het tegendeel te geloven. De wonderen zijn ook de droomwereld nog niet uit maar zijn een eventueel gevolg en geen doel op zich. Luister aandachtig en dankbaar naar de volgende woorden uit WB 97:

Geest ben ik, een heilige Zoon van God, vrij van alle beperking, veilig, genezen en heel, vrij te vergeven, en vrij de wereld te verlossen.

De volromige Cursus

romige kaas

In de Cursus corrigeert Jezus het duale Godsbeeld: er is geen God los van jou en er zijn geen anderen los van jou. God, jij en anderen zijn als eenheid met elkaar verbonden. Vanuit ons gezichtspunt, dus vanuit geloof in afscheiding, kunnen we dit niet begrijpen. Er is in ons verstandelijke, kleine denken vrijwel geen ruimte voor een mysterie. Na het lezen van de Cursus concluderen we met dit kleine verstand eerst terecht dat alles één is maar we kunnen niet begrijpen dat er in eenheid toch ruimte is voor differentiatie en onderscheid die ons verstand te boven gaan. Wij associëren immers deze begrippen met grenzen en we weten dat in eenheid geen sprake kan zijn van grenzen. Zaak gesloten.

Dus gaan we verder en we menen nu dat dat die eenheid betekent dat God en anderen slechts denkbeelden zijn in onze denkgeest. Ze worden teruggebracht tot projecties. Vervolgens menen we dat het wonder bestaat uit het doorzien van deze projecties. Het wonder wordt, langs deze lijnen gedacht, uitsluitend een correctie van onze perceptie. Stiekem hebben we onszelf uitgeroepen tot het centrum van het universum alles wat om ons heen lijkt te gebeuren bestempelen we hierbij als een illusie die gecorrigeerd moet worden zodat we lekker vredig op de bank om ons heen kunnen kijken naar de film in onze denkgeest.

Vanuit deze eenzijdige blik op de Cursus, alles is één en als dit niet zo lijkt is correctie van perceptie nodig, kunnen we wat verstoord raken als medestudenten nog praten over wonderen die ze via de Heilige Geest of via anderen mochten ontvangen. Dit riekt immers naar geloof in dualiteit en daar moeten we toch afstand van nemen. Vanuit deze visie bemoeit God zich niet met de wereld, is de Heilige Geest een tijdelijk symbool in onze denkgeest en zijn anderen slechts figuranten in onze droom. De Cursus wordt samengeperst tot theorie waarbij wij een soort zwart gat zijn waarin alle vreugdevolle uitingen dienen te verdwijnen. Vanuit deze theorie klinkt dan “de wereld bestaat niet” en “als we handelend optreden in de wereld dan nemen we de illusie serieus”. Helaas is deze zienswijze versterkt door de manier waarop de grote leraar en geliefde broeder Ken Wapnick zaken geformuleerd heeft, wellicht bedoeld ter correctie van een te duale zienswijze.

En ja; heel vaak ziet Ken het haarscherp hoe we weer gefopt worden door ons ego als we God, Heilige Geest en anderen als afgescheiden van onszelf zien en van hen gunsten verwachten om onze ego-behoeften te bevredigen. Maar nee, het ontbreken van grenzen wil niet zeggen dat de schepping een platgeslagen pannenkoek is. Vanuit de logica van ons beperkte verstand hebben we de creativiteit van de schepping uit het oog verloren. Deze creativiteit is terug te brengen tot het genoemde, wonderlijke mysterie:

God kan een oneindig rijke veelheid scheppen die tóch één is.

Onze eenzijdige focus op het corrigeren van onze perceptie dient correctie of, milder gezegd, aanvulling. Het is belangrijk dat we geen grenzen zien maar het is onnodig en een verarming om daarmee de wonderlijke verscheidenheid te ontkennen. Dus:

  • God is niet buiten ons, wij zijn één met God, maar God is niet hetzelfde als wij
  • De Heilige Geest, als schepping van God, staat niet los van God en los van ons maar is geen projectie van ons of een soort symbool.
  • Andere Zonen van God staan niet los van ons, we zijn innig en in eenheid met elkaar verbonden, en zijn geen fantasieën van onze denkgeest.

Dus, mysterieus genoeg:

Ja; we zijn, net als de Heilige Geest en onze broeders, scheppingen van God; innig en onbegrensd verbonden met Hem, met de Heilige Geest en met onze broeders.
Nee; God, Heilige Geest en anderen zijn geen projecties van ons (tenzij we begrenzingen projecteren).

Nu pas kan er sprake zijn van het wonder in de volledige betekenis van het woord. Daarbij is zowel sprake van correctie van onze projectie (opheffen van geloof in afgescheidenheid) als van het aanbieden van wonderen. Hierbij stroomt liefde door ons een, zelfs in de vormen van de wereld, ten behoeve van broeders en zusters om hun onze innige verbondenheid te laten zien. Hierbij kunnen door de Heilige Geest wonderlijke dingen gebeuren die ons en anderen de liefde demonstreren die we zijn. Liefde kan nu scheppend en creatief uitstromen en genezing brengen aan alle verwarde denkgeesten. We worden niet opgeroepen om vanaf onze onderrug 24/7 uitsluitend onze verkeerde percepties te corrigeren maar om op te staan en de liefde scheppend te laten stromen door heel de wereld. Dit is de betekenis van geven en ontvangen zijn in waarheid één.

We kunnen verbaasd zijn dat wonderen niet alleen optreden als onze perceptie gecorrigeerd wordt maar tevens dat wonderen als het ware “aan ons gedaan” kunnen worden als uiting van- en oproep tot liefde. Lees de biografie van Helen Schucman en lees welke betekenis Jezus aan het wonder geeft. Deze betekenis is veel ruimer dan de soms wat ik-gerichte correctie van perceptie. In de werking van de Heilige Geest en in het aanbieden van wonderen herkennen we gemakkelijk de Jezus uit het Nieuwe Testament die mensen uitlegde dat ze niet zondig waren en de kracht van de genezen denkgeest demonstreerde door deze zichtbaar te maken in veranderingen in (droom-)lichamen.

Voor mij voelt de eenzijdige focus op correctie van perceptie als magere kaas; ik proef wel een beetje kaas maar echt lekker vind ik het niet. Zodra er ruimte komt voor het wonder van het mysterie (“onderscheiden” scheppingen die toch grenzeloos één zijn) dan proef ik de volromige 50+ kaas en komt er weer sjeu in de Cursus. We zijn geen corrigerende leraren maar creatieve feestgangers.

 

Krachtig licht in de denkgeest

En er was lichtHoeveel moet je nog lezen, studeren en filmpjes bekijken voordat je vrij bent? Hoe lang gaat dit nog duren? Vraag je je dit wel eens af? Het antwoord zal je mogelijk verrassen. Het duurt nog zolang je denkt dat er een probleem waartegen je moet vechten dus zolang je meent dat er een afgescheiden “jij” is die van alles overkomt. Je vliegt elk schijnbaar probleem aan vanuit dit geloof in afscheiding. “Ik moet hier iets aan doen”. Dit is echter geen echte uitgangssituatie maar een statement. Je verklaart hiermee namelijk:

“Als gelukkig, liefdevolle en almachtige Zoon van God die met alles en iedereen op mysterieuze in eenheid verbonden is besluit ik nu te geloven dat ik dit niet langer ben naar dat ik afgescheiden ben van alles en iedereen. Dit werkt het beste als ik vergeet wie ik echt ben en blindelings geloof dat de wereld en jij van mij gescheiden zijn en mij kunnen aanvallen of juist kunnen pleasen. Wat ook helpt om de illusie in leven te houden is dat ik iets moet doen om weer gelukkig te worden. Eigenlijk ben ik nu al geluk maar om de schijn op te houden dat ik afgescheiden ben, bedenk ik ook het fenomeen “tijd”: ik ben nu zogenaamd niet geluk(kig) en moet iets doen om het in de toekomst te bereiken. Oh yes, ik voel hoe dit de illusie van afgescheidenheid verder versterkt!”

Maar dan Jezus in de Cursus. Hij vraagt aan ons of we dit spelletje al zat zijn. Zo ja, dan mogen we het wonder van de herinnering meemaken. In feite is dit alleen wonderlijk gezien vanuit geloof in afgescheidenheid. Wat is er wonderlijk aan het ervaren wie je altijd al geweest bent? Maar waarom lijkt het dan zo lastig voor ons? Omdat we gekozen hebben voor vergeetachtigheid juist met als reden om ons eens lekker afgescheiden in ruimte en tijd te voelen. Is dit slecht of verkeerd? Nee! Zelfs het maken van fysieke vormpjes in ruimte en tijd (bijvoorbeeld zo’n lollig heelal) is onderdeel van het spel en uiting van onze creatieve kracht als Zoon van God.

Maar geloven dat afscheiding hierdoor écht is geworden is onnodig tenzij we het spel van aanval, angst, slachtofferschap, verdedigen, schuld en dood willen spelen. Niemand die het ons verbiedt en kennelijk vonden we het als Zoon van God even grappig om even niet meer te lachen. We zitten nu echter zo fanatiek te spelen dat onze oudere broer ons  komt halen om hiermee te stoppen en om ons te herinneren dat we slapen en angstig om ons heen aan het slaan zijn omdat we een nachtmerrie ervaren. Hoe doet Jezus dat? Hoe helpt hij ons om onze fanatieke blik op het spel van zonde (=geloof in afscheiding) af te wenden, om ons te helpen ons te herinneren dat we een nachtmerrie geloven die niet echt is?

Hij verschijnt in onze droom en vertelt ons dat we geen slachtoffer kunnen zijn van wat dan ook omdat we alle denkbare ellende en problemen (inclusief de dood) aan het fantaseren zijn. Hij wijst ons erop dat we geloof hechten aan slachtofferschap omdat dit lijkt te bevestigen dat we een afgescheiden droomfiguurtje zijn dat iets kan overkomen. In de droom zegt Jezus tegen ons: “Nou, let op: ik laat me nu beschuldigen en kruisigen door een boze mensenmassa. Nee broer, je hoeft niet te huilen want ik had toch gezegd dat het niet echt is maar slechts een projectie van je denkgeest? Ach, je gelooft me niet. Nou kijk eens, ik droom de opstanding en daarbij dus even een nieuw lichaam zodat je ziet dat lichaam en dood niks meer zijn dan gedachtes die we kunnen denken en geloven. Grappig he? We geven alles slechts de betekenis die het voor ons heeft. Noem je dit water? Hopla; ik denk dat het nu wijn is. Zie je het? Jochie toch; denk je dat je ziek en melaats bent: hatsikidee, nu ben je beter. Je gebruikte de ziekte slechts om je geloof in afgescheidenheid overeind te houden”. Ik kijk in verwondering op naar m’n broer en vraag: “wat moet ik dan doen?”.

Sssst Simon, wees maar stil. Er is nooit iets gebeurd dus jij als droomfiguur hoeft niks te doen. Het is volbracht en nooit anders geweest dan dat. Aan Liefde is gegeven alle kracht in de hemel en op de droomaarde. Ssst Simon, wees maar stil. Liefde is kracht en dat ben jij. Vertrouw op deze kracht wat je ook droomt. Vertrouw, geef me je hand en voel hoe de kracht van liefde de nachtmerrie doet verdwijnen. De donkere wolken in je denkgeest lossen op en kijk, je bent de warmte, licht en liefde. Geniet van de vrede en het geluk. Welkom thuis.

De narigheid “kleeft” aan mij

ellende

Met regelmaat voel ik me niet zoals ik zou willen. Het ongewenste gevoel kan talloze vormen aannemen en gekoppeld lijken aan evenzovele verschillende situaties. Even een paar voorbeeldjes om het wat meer herkenbaar te maken:

  • Ik voel me midden in de nacht moe en slaperig en kan toch de slaap niet vatten.

  • Ik ben bezorgd over de drukte rondom de komende verhuizing; er moet zo veel geregeld worden..
  • Of, een voorbeeld van een lieve medestudent van ECIW: ik vind geen geluk meer in de zaken die vroeger mijn bruisende leven vulden en het lijkt wel of ik kansen mis met m’n leventje dat gevuld is met van die alledaagse kleine zaken. Ik voel me wat mat en inspiratieloos.
  • Een andere medestudent vertrouwde me toe: als kind ben ik door m’n ouders verwaarloosd en de gevolgen hiervan sleep ik steeds met me mee.

Als ik in dergelijke kwesties een stapje terug doe dan zie ik dat we ons gevangen voelen en onvrij. We worden in beslag genomen door bepaalde vervelende kwesties. Soms zijn de kwesties wat minder “bepaald” en is het gewoon een negatieve stemming die als een stuk kauwgum onder onze schoen kleeft. Het achtervolgt ons tegen onze zin in. Is dit herkenbaar voor je? Heb je zo je eigen kwesties en stemmingen die je achtervolgen? Duurt het je te lang voordat je de beloofde vrede van de Cursus ervaart en ben je wat jaloers op die blij lachende serene leraren die voorbij trekken op Facebook en in YouTube filmpjes? Hoe kom je toch af van deze ellende?

De Cursus komt met een visie die hard kan aankomen en die ons ego doet steigeren. Ze stelt dat we niet het slachtoffer zijn van de narigheid die ons lijkt te overkomen. De uitnodiging is om af te dalen in je negatieve gevoel en daarbij op te merken hoezeer je gelooft dat dit je overkomt, dat je dit niet wilt en er al helemaal niet om gevraagd heb. Als iemand je vertelt dat je geen slachtoffer bent dan is er voor het ego maar één alternatief: dan ben je de dader. Dan ben jij schuldig aan de narigheid die je overkomt, dan heb je er om gevraagd en ben je stom dat je dat nog niet inziet. Zegt de Cursus niet dat je het zelf allemaal projecteert? Nou dan; als ik de ellende zelf projecteer dan ben ik dus schuldig. Dat kan vreemde vormen aannemen bij ernstige lichamelijke ziektes die we menen te zien: “wat gek, die Cursus-leraar heeft kanker, goh, dan had hij het toch niet helemaal door want anders zou hij dit niet geprojecteerd hebben”.

Klinkt dit liefdevol? Niet echt. Tegenwoordig klinkt er in Cursus-kringen een alternatief wat mooi aansluit bij onze Nederlandse neiging tot “polderen” maar toch slechts voor meer verwarring zorgt. Er zou dan geen sprake zijn van individuele projectie maar van een collectieve projectie. Dus die kanker is niet de schuld van Pietje maar van ons collectieve geloof in dualiteit. Maar kijk eens goed. Pietje wordt opnieuw een willoos slachtoffer en deze keer van de collectieve projectie. Pietje wil het zelf niet maar zwicht voor de machtige overmacht van deze gezamenlijke projectie. Daar kan je in je eentje echt niet tegenop, toch?

Wat een niveauverwarring. Deze gaat terug tot ons onvermogen om vanuit ons geloof in afscheiding dat wonderlijke mysterie te doorgronden: we zijn als Zonen van God nog steeds 100% met elkaar verbonden en één. Als wij aan “zonen” denken die één zijn dan denken we aan een soort democratisch collectief van individuen. De meerderheid stemt voor kanker of andere narigheid en nu ben jij hier de dupe en het slachtoffer van. Stop met piekeren en met de vraag wie de dader is van de ellende. Kijk naar het effect van de narigheid die aan je lijkt te kleven want dan wordt duidelijk wat de intentie van je is; of je je nu slachtoffer of dader voelt. De uitkomst in Cursus termen luidt altijd: je kiest er momenteel voor om in zonde (afscheiding) geloven. Linksom of rechtsom, slachtoffer of dader: je voelt je afgescheiden en dat is je geheime doel en agenda. Het maakt niet uit waar de schuld ligt: bij de wereld, de collectieve projectie of bij mezelf; als er maar schuld is. Als we maar grieven kunnen blijven koesteren. Wat hebben geloof in een rot situatie, in een nare collectieve projectie of in je eigen stomheid om te projecteren overeen? Er is geloof in een afgescheiden zelf dat fier overeind blijft in al zijn ellende!

Er is genezing nodig door de waarheid binnen te laten. En die waarheid is liefde. Liefde is je openstellen voor verbinding. Zie hoe lastig je het vindt om zelf te stoppen met het vechten tegen de shit. Er is echter geen narigheid die jou overkomt maar een verslaving aan vechten (aanvallen) met als verborgen doel om je afgescheiden (slachtoffer) te kunnen blijven voelen. Voel maar gewoon hoe je verkrampt in je gevecht. Stop met vechten, in je verdedigingsloosheid ligt je vrede. Je vecht tegen spoken die niet echt zijn omdat juist dit onzinnige gevecht je de illusie geeft dat jij echt bent. Dit hoeft niet zo te zijn. Laat je genezen lieve broeder en zuster door de liefde die je bent. Jij hebt als Zoon van God alle macht om hetzij het pijnlijke spel van vechten te spelen waardoor je je afgescheiden voelt of om hiermee te stoppen door de kleine bereidwilligheid te hebben om je te laten genezen door de liefde die je bent. Geloof niet langer in de illusie die je meent te zien. Is die bereidwilligheid dan niet erg moeilijk op te brengen? Welnee. Houd het simpel: als je het echt zat bent dan ga je naar Jezus (de Vader, God, HG, liefde). In de Bijbel zei hij: “je zonden zijn je vergeven, sta op en wandel”. In de Cursus klinkt het nog helderder: stop met het overeind houden van een lijdend zelfbeeld door grieven te koesteren en laat het licht binnen om je te genezen opdat je ontdekt wat je bent: Zoon van God, één en al vrede en liefde.

WB 85: Mijn grieven verbergen het licht van de wereld in mij
Mijn verlossing komt van mij

Ontzag voor de goeroe?

mooji

In het eerste MIC Magazine van dit jaar stond een leuk stukje waarin een broeder beschreef welk effect het verkeren in de aanwezigheid van een goeroe op hem heeft. Hij beschrijft zijn grote dankbaarheid en schrijft bijvoorbeeld: “Ik kniel met tranen van dankbaarheid voor de heiligen, de ontwaakten. Zij geven zoveel aan zovelen”. Toen ik dit las herkende ik dit enthousiasme en het effect wat zelfs het kijken van een YouTube filmpje van een toespraak van een, in mijn ogen, verlichte goeroe om me kan hebben. Er resoneert dan iets in mij en met de schrijver van dit stukje zeg ik ook “Zij herinneren mij aan ons Thuis”.

Ik ervoer het een beetje als een koude douche dat, tamelijk ongebruikelijk, het stukje in MIC Magazine voorzien was van een naschrift door Koos Janson. Deze stelt: “Het is alsof je zegt: ga eens wat vaker naar een gevorderde leraar, een ontwaakte, verlichte! Maar dat is helemaal geen advies in de lijn van de Cursus zelf, tenzij je daarbij denkt aan de Heilige Geest of Jezus”. Toen ik dit las dacht ik: “Kom, kom Koos; niet zo rationeel en afstandelijk. Hier spreekt gewoon een enthousiaste en blije broeder die met blijheid reageert op de uitstraling van het Goddelijke door een leraar. Dat kan toch niet verkeerd zijn?”

Het zal echter geen toeval zijn dat ik gisteren een link naar een webpagina doorgestuurd kreeg van een lieve zuster waarop misstanden onthuld werden die zouden bestaan binnen de “sekte van Mooji” (op gurumag.com). Ik zal jullie details besparen maar denk aan misbruik van vrouwen door hem, financiële wantoestanden, dwang, opsluiting, uitschelden, hersenspoeling, narcisme etc. Nu is Mooji ook zo’n leraar die ik een prachtige uitstraling vind hebben op de filmpjes die ik van hem zie. Een mooie rustige diepe stem, zijn serene uitstraling en ook de inhoud van wat hij zegt; ik vind het prachtig. Dus ook ik, net als degene die me het stukje stuurde, reageerde met een mix van ongeloof, verbazing, ontkenning, afkeer en verontwaardiging. Hoe kan dat nou? Is zelfs Mooji een oplichter die uit is op seksueel genot, macht en zelfverrijking?

In eerste instantie riep ik mezelf tot de orde op, laat ik het even omschrijven als, niveau-II: iemand is onschuldig tot zijn schuld bewezen is. Zijn de berichten niet gekleurd door een negatieve bril van de verslaggever? Getuigt het stukje niet slechts van een benepen blik op zaken als seksualiteit, geld en een onorthodoxe aanpak? Valt het Mooji te verwijten dat twee bezoekers zelfmoord hebben gepleegd; is dat niet inherent aan de psychische gesteldheid van de duizenden zoekers die bij hem komen? Is hersenspoeling niet gewoon een negatieve aanduiding voor “trainen van de denkgeest”?

De werkelijke kwestie bevindt zich echter op een ander niveau (I): waartoe meen ik Mooji te moeten “verdedigen” of schuld in hem te constateren? Over de gebeurtenissen in de droom kunnen we eindeloos kletsen en discussiëren maar het is behulpzamer om de denkgeest te bezien en te kijken waar genezing nodig is. Wat is er gaande als ik een goeroe op een voetstuk plaats en hem begin te adoreren? Waarom reis ik af naar Portugal als ik naar Mooji ga en wat verwacht ik van hem? Nu blijkt dat ik van hem een symbool maak van de liefde in mijzelf. Ik veronderstel dat hij de spreekbuis is van de Heilige Geest die mij exact laat blijken hoe ook ik diezelfde vrede kan ervaren die hij uitstraalt. Er is ontzag binnengeslopen in mijn houding jegens hem. Al in het Tekstboek Hoofdstuk 1 (paragraaf 2) leert Jezus ons over ontzag:

“3Jij bent een volmaakte schepping, en hoort alleen ontzag te voelen in Tegenwoordigheid van de Schepper van volmaaktheid. 4Het wonder is dan ook een teken van liefde tussen gelijken. 5Gelijken behoren geen ontzag voor elkaar te koesteren, daar ontzag ongelijkheid veronderstelt. 6Daarom is het een misplaatste reactie tegenover mij. 7Een oudere broer verdient respect vanwege zijn grotere ervaring, en gehoorzaamheid vanwege zijn grotere wijsheid. 8Hem komt ook liefde toe omdat hij een broer is, en toewijding als hij is toegewijd. 9Slechts op grond van mijn toewijding heb ik recht op de jouwe”

Het koesteren van ontzag is het spiegelbeeld van het koesteren van grieven, het zijn de twee kanten van dezelfde medaille. Bij het koesteren van grieven zie ik mezelf als beter of hoger dan degene die ik beschuldig. Bij dweperig ontzag zie ik iemand als verheven boven mij. Ik ben nog niet goed genoeg maar die ander wel en zo wil ik ook worden.

De Cursus stelt:

“Ontzag is alleen op zijn plaats bij openbaring, want hierop is het volmaakt en met recht toepasbaar. 2Bij wonderen is het misplaatst, omdat een toestand van ontzag aanbidding in zich draagt en ervan uitgaat dat iemand van lagere orde voor zijn Schepper staat.”

Zelfs Jezus vraagt van ons geen aanbidding en ontzag en het is dus ook niet handig om vol ontzag een goeroe te benaderen. De Cursus spreekt over toewijding aan- en liefde voor een oudere broer zoals Jezus. Hij kan ons laten delen in zijn wijsheid omdat hij is toegewijd aan de liefde en aan ons.

Vanuit ons geloof in afgescheidenheid, vanuit ons ego, willen we oordelen tussen goed en kwaad. Eerst vellen we over Mooji het oordeel “totaal verlicht en goed”, dan horen we opvallende berichten en dan slaat ons ontzag om in boosheid en is hij “slecht en een oplichter”. Deze neiging tot oordelen mogen we in de denkgeest openstellen voor genezing door de liefde die we zijn. Het past ons niet onze broeder te adoreren noch om hem te veroordelen.

Moeten we het dan allemaal goed vinden en ongerijmdheden door de vingers zien? Ook nu is het ego aan het woord. Het is niet aan mij om als een soort rechter op afstand vanaf mijn bank een oordeel te vellen over Mooji. Ik mag mijn neiging tot veroordelen laten genezen door liefde. Maar het is een misverstand om aan te nemen dat er vanuit liefde geen actie kan plaatsvinden als dit nodig is. Als ik op straat zie dat een jonge vrouw wordt lastig gevallen door een man is het mogelijk dat ik vanuit liefde handel. Hoe dat gedrag er dan uit zal zien is niet te voorspellen maar ook zonder schuldvraag en aanvalsgedachten is het mogelijk dat vanuit liefde er iets dient te gebeuren in de wereld, ook al spreken we van een droomwereld. Liefde breidt zich uit en wonderen mogen ontvangen en aangeboden worden. Liefde is niet onverschillig en kijkt niet de andere kant op. Jezus prijst in het Nieuwe Testament de Samaritaan die vanuit bewogenheid gewoon praktische zorg biedt aan een gewonde medereiziger. Lees met me mee in de werkboekles (82) van vandaag:

“Mijn vergeving is het middel waardoor het licht van de wereld uitdrukking vindt via mij”

Het genezen van onze boosheid

hitler utrechtAfgelopen weken zag ik twee documentaires over het leven van Hitler en las ik het uitstekende boek “Kanttekeningen bij Hitler”(Sebastian Haffner). Het interesseert me wat het nu precies was waardoor Hitler gedreven werd. Je kan deze motieven proberen te voorzien van een etiket en dan komen tot omschrijvingen als “De overwinning van het Duitse volk over andere volken” of “Haat tegen Joden”. Ik merk dat ik zoek naar één of andere reden, hoe absurd deze ook mag zijn. Hetzelfde merkte ik op bij de aanslag gisteren in Utrecht en die van een paar dagen geleden in Christchurch. Wat drijft deze mensen? Geloofsmotieven? Eerwraak?

De verpakking doet er echter niet toe. In feite kijken we bij deze gebeurtenissen de rauwe haat recht in de ogen. Wat iemand zogenaamd motiveert is een kulverhaaltje en als we dit laten voor wat het is zien we naakte agressie en de neiging tot aanvallen, verscheuren, moorden om een gevoel van triomf over te houden. “Ik verscheur jou en blijf over als triomfator”. We vinden deze directe blik op het ego walgelijk en ervaren boosheid, woede en verontwaardiging jegens hen in onze denkgeest. Dit zijn echter dezelfde gevoelens en aanvalsneigingen die we bij hen zo verfoeien. Ook wij willen nu straffen en zinnen op wraak om de zogenaamde honger naar onze versie van rechtvaardigheid te stillen.

De Cursus spreekt van het koesteren van grieven. In de denkgeest van moordenaars en in die van ons wordt, zolang we wensen te geloven in afgescheidenheid, een kiem van oordelen en aanvallen gekoesterd. De uitnodiging is om dit niet een beetje verstandelijk te overdenken maar om, bijvoorbeeld via werkboekles 78 van vandaag, iemand in gedachten te nemen waarvan je denkt dat deze je irriteert. Dit kan een kennis zijn of een familielid maar evenzogoed een politicus waar je het niet mee eens bent. Onderzoek vervolgens heel nauwkeurig waar het hebben van een andere mening overgaat in het afkeuren en veroordelen van die ander als persoon. Wees heel stil en zie hoe daarbij het zaadje van haat uitgroeit tot boosheid, verontwaardiging , de neiging fel te debatteren en de neiging iemand te veroordelen en belachelijk te maken. Let op wat een raar gevoel van macht je dit lijkt te geven. Het voelt stiekem een beetje “lekker” om je af te zetten tegen een ander, bij voorkeur samen met gelijkgestemden. Het aanvallen en liefst overwinnen van die ander doet ons ego zwellen en we zwelgen hierin. Dit is het koesteren van grieven, deze neiging die we allemaal hebben, zien we uitvergroot op tv en precies hier, in onze denkgeest, moeten we genezing vragen.

Deze genezing beperkt zich niet tot oppervlakkige pogingen om het gedrag van moordenaars door de vingers te zien of te rechtvaardigen. Nee, we moeten haarfijn leren aanvoelen wat veroordelen en aanvallen ons lijkt op te leveren (gevoelens van macht, genoegdoening en triomf) en dit doorzien als een leugen die we aanhangen om de ervaring van liefde, vrede en verbondenheid te blokkeren.

En dát, liefde en verbondenheid, is onze echte vaak onbewuste wil die we vreemd genoeg delen met onze broeders die we uitvergroot op tv zien in Berlijn, Christchurch, Utrecht en politiek Den Haag. En nee, deze vergelijking is niet vergezocht en ongepast en het rijtje loopt van hier uit dus direct door tot in onze denkgeest. De liefde is niet alleen ons echte doel maar ook het enige middel voor onze genezing. Ik, als afgescheiden zelf, zoek stiekem naar triomf en macht en kan niet anders doen dan de bereidheid op te brengen om hiermee te stoppen en liefde haar genezende werk te laten doen. In het wonder van de vergeving van mijn denkgeest breidt deze liefde zich uit naar anderen, naar Utrecht, Den Haag, Berlijn de wereld.

Zo mogen we in onbegrijpelijke verbondenheid met elkaar onze nachtmerrie genezen en deze zien veranderen in een gelukkige droom waarvan uit ontwaken mogelijk is. We mogen een oceaan van liefde vormen waarin af en toe een hard stuk ijs van haat lijkt te vallen. De oceaan neemt het ijsblokje moeiteloos op en het veld van liefde sluit zich erom heen. Zo mogen we anderen uitnodigen om met ons te gaan ervaren dat ze zachte warmen golven zijn en dat dit veel fijner is dan te leven in een droom van koude afscheiding. Laten we ontdooien en een oceaan van liefde vormen. Laat de aarde op deze positieve manier opwarmen en een planeet worden waar de liefde regeert. Vanuit liefde, door ons hart uitstromend naar buiten. In liefde, door liefde met elkaar verbonden.

WB78: Laat wonderen alle grieven vervangen

Leven naar Zijn Wil

jesaja over liefdeMag je seks hebben voor het huwelijk? Geloof je in de hemel en de hel? Zijn homoseksualiteit en masturbatie tegen de wil van God? Dit zijn enkele van de vragen die gesteld werden aan Christenen in het tv-programma “Mag ik je wat vragen” dat ik gisteravond bekeek. Ik werd geraakt door de openheid en eerlijkheid van de geïnterviewden. Hier zaten jonge en oudere mensen die net als wij zoeken naar een juiste levenshouding en beseffen dat de ik-gerichtheid die we normaal vinden niet het geluk biedt dat we zoeken. Deze mensen zoeken in de Bijbel naar antwoorden op levensvragen zoals wij dat doen in de Cursus. We zoeken naar houvast. Geconfronteerd met onze dagelijkse problemen willen we simpelweg weten wat we moeten doen en we hebben sterk de indruk dat Bijbel of Cursus ons hierin kunnen helpen. En dat voelen we goed aan. Beide boeken wijzen ons op een Bron van wijsheid en liefde waar we uit kunnen putten en die ons kan leiden op Zijn weg.

Bij de zoektocht maken we, als we niet opletten, telkens weer dezelfde vergissing. We gaan op zoek naar Zijn wil met een verkeerd instrument namelijk met ons beperkte verstand. Met ons denkvermogen gaan we de voor ons belangrijke boeken bestuderen en op zoek naar gedragsregels. Ten diepste zijn we op zoek naar liefde en helaas is ons verstand niet zo’n handig instrument om liefde te ontdekken. Vergelijk het met een situatie waarbij je op een marktplein gaat staan met om je nek een bord met daarop de tekst “wie geeft me een liefdevolle hug?” terwijl je in beide handen scalpels vasthoudt om degene die zijn liefde wil tonen te ontleden op zoek naar zijn of haar liefde. De mes van ons verstand is niet het instrument om liefde uit te nodigen en Zijn wil te vinden. Ik besef dat ik het wat overdreven “scherp” stel, maar zo is het wel.

Denken over Zijn Wil is denken over liefde en dit kan lieden van verwarring tot verwarring. Ik moet het nog preciezer uitdrukken. Ons verstand, de messen in onze handen, zijn in feite neutraal en ongevaarlijk maar vanuit ons geloof in afscheiding gebruiken wij ze op een wijze die dat zelfde geloof slechts steviger in het zadel helpt. Om ons bijgeloof van afscheiding te verstevigen hebben we de eenheid in stukjes gesneden en God en de ander buiten ons geplaatst. Zoeken naar Zijn Wil wordt hiermee het zoeken naar een wil die we niet meer herkennen als de onze. We hebben onszelf losgesneden van de liefde die we zijn en gaan met ons verstand gezaghebbende boeken uitpluizen op zoek naar de weg die een God buiten ons voor ons in gedachten zou hebben. We verheffen gedragsregels en gedragingen die we in de Bijbel tegenkomen tot voorbeelden die zouden moeten tonen wat een liefdevol leven inhoudt.

Laat ik zo’n beladen onderwerp als “seks” maar eens als voorbeeld gebruiken. Het lijkt ingewikkeld maar dat valt misschien wel mee. Net als alles in onze wereld geven we seks de betekenis die het voor ons heeft. Gezien vanuit het perspectief van liefde kan seks de lichamelijke uitdrukking van deze liefde zijn. Gezien vanuit het perspectief van tekort komen, geloof in afscheiding, kan het de vergissing zijn dat seksueel samenzijn op zichzelf of seksueel genot een oplossing zouden vormen voor de armoede die we ervaren als we onze ware identiteit (liefde) vergeten zijn. Dit is weliswaar een vergissing maar hiermee geen zonde. We kunnen ons niet losmaken van de liefde die we zijn door onze vergissingen. De grootste vergissing is om de vergissing zelf als zonde te zien en te geloven dat deze ons blijvend kan scheiden van onze identiteit. In Christelijke terminologie: op genot gerichte seks is mogelijk niet behulpzaam om de Wil van God te ontdekken maar, en nu komt het, er is geen entiteit buiten jou die nu boos wordt en je de toegang tot de hemel (de ervaring van Zijn liefde) zal ontzeggen.

Seks staat natuurlijk niet op zich als het gaat om zoeken naar magische oplossingen waarvan we denken dat ze ons gelukkig zullen maken. We kunnen menen dat lekker eten en drinken ons gelukkig zal maken en ons ongeremd volproppen en vol laten lopen. Dit is niet zondig, maar ook niet behulpzaam. Of we denken dat een stapel geld ons zal helpen. Maar ook voor geld geldt dat we het kunnen gebruiken vanuit de vergissing van geloof in nepzekerheid of kopen van nepgenot of dat we het in het verlengde van liefde laten uitgaan naar daar waar het als symbool van de liefde gezien mag worden.

We mogen leren kijken vanuit liefde naar alles in onze droom en van Hem houden met geheel ons verstand maar vooral ook met heel ons hart. De Heilige Geest smeedt onze messen om tot ploegen om het land te bewerken zodat het vrucht kan dragen. We kunnen niet met ons verstand de liefde vinden in de Bijbel of in de Cursus. We kunnen wél zwijgen en de liefde die nog altijd in ons hart leeft de ruimte geven zodat deze ons verstand in juiste banen leidt en we Zijn liefde mogen tonen aan al onze broeders en zusters. Deze liefde is zijn “Wet” en het is een feest van liefde om te ontdekken dat zijn Wil in werkelijk de onze is.

WB76: Ik sta onder geen andere wetten dan die van God

 

Nepwereld?

nepwereld

Vanuit ons geloof in afgescheidenheid kunnen we overijverig worden in een poging onderscheid te maken tussen waarheid en illusie. Leren we niet in de Cursus dat alleen eenheid echt is? Betekent dit niet automatisch dat de wereld die we zien onecht is? Een droom? Omdat we ons niet willen laten foppen door dromen en illusies schieten we in de ontkenning. We voelen ons hierin gesteund door de Cursus met als stevige steunpilaar de uitspraak “ik ben niet dit lichaam”, die we dikwijls kunnen terugvinden. We menen dat het tijd is voor de grote lenteschoonmaak waarbij alle illusies overboord gegooid dienen te worden. Weg met geloof in een wereld, weg met geloof in een lichaam, weg met geloof in alles wat met die droom, die wij de fysieke werkelijkheid noemen, te maken heeft. Op naar die heerlijke eenheid waar geen sprake kan zijn van enige grens of onderscheid.

We kunnen hierin zelfs zover gaan dat de grote schoonmaak niet beperkt blijft tot de wereld die we met onze fysieke ogen menen te zien. Zelfs de Drie-eenheid kan ons een doorn in het oog worden. Een Heilige Geest als Hulp die ons de weg kan wijzen in een fysieke wereld die niet bestaat? Mag niet, kan niet, weg ermee. En dat akelige meervoud in Zonen van God? Mag niet, kan niet; weg ermee. Er is één Zoon en eigenlijk zelfs dat niet want er is alleen eenheid. Wereld, ons lichaam, Heilige Geest, Zonen van God: alles moet in de hoge druk pan en samengedrukt worden tot één indifferente massa genaamd: eenheid.

Het lastige is dat deze redeneringen zo dicht langs de echte boodschap van de Cursus scheert maar deze toch mist. De bijwerkingen van het geloof in die ongedifferentieerde eenheid laten zich ervaren. We voelen ons dom dat we er nog intrappen en streven een soort ultieme onverschilligheid na waarin niks ons meer kan raken. De neiging om iets te doen aan de ellende die we menen te zien zou ook fout zijn dus trekken we onszelf terug van de wereld en ervaren eenzaamheid, futloosheid, inspiratieloosheid. Is dit wat Jezus ons voorleefde in de Bijbel? Vroeg hij de Samaritaan om het leed van de gewonde medereiziger te doorzien als een illusie en aan deze man voorbij te lopen? NEE!! Hij roept op om liefde te laten stromen vanuit onszelf naar de fysieke wereld. We mogen, nee MOETEN, deze liefde laten stromen om te leren dat we liefde zijn.

Onze ego-interpretatie van de Cursus met een eenzijdige focus op eenheid is niet wat Jezus ons wil leren, in weerwil van de interpretatie van sommige beroemde Cursus-leraren. Die mysterieuze eenheid is geen stilstaande plas met stinkend water maar een levende Bron. Het is het levende water uit de Bijbel. In die eenheid is een wonderlijke en Goddelijke Kracht genaamd Liefde. Die Liefde is een scheppende kracht die alles in Zijn hand houdt en met alles in eenheid verbonden blijft. Onbegrijpelijk voor ons oordelende en kiezende ego, maar toch waar.

Liefde schept in eenheid; iets wat we niet kunnen begrijpen met ons verstand. Liefde schept echt Zonen van God en deze scheppen de echte wereld waarin afgescheidenheid niet bestaat. Waarom zijn we zo bang voor fysieke vormen? Leert de Cursus ons niet dat lichamen neutraal zijn en dat wij ze de betekenis hebben gegeven die ze voor ons hebben? Wij willen ze als écht afgescheiden en fout bestempelen en gelukkig is er een echte Heilige Geest, één met de Vader, die ons hierin kan corrigeren.

Vergelijk het eens met het volgende. Stel je voor dat vanuit “zijn”, vanuit de eenheid, eerst waterdamp ontstaat, dan water en dan ijs. Zelfs het ijs bestaat uit louter “zijn”. IJs is niet fout of zondig maar geloof in ijs als onafhankelijk van water, waterdamp en Zijn is onwaar. IJs lijkt apart te staan maar dat is niet zo. Onze lichamen lijken los te staan voor ons oordelende ego, maar dat is niet zo. Wij lijken los te staan van anderen, maar dat is niet zo. Wij lijken los te staan van de wereld, maar zijn mysterieus verbonden. Wij lijken Zonen, maar zijn de Zoon. De Heilige Geest lijkt apart maar is één met de Vader.

Maar het ego is dol op het omkeren van de werkelijkheid. Zijn zaken één?,  dan bestaan ze niet en dienen ontkend te worden. NEE! Alles is één en bestaat in die eenheid op unieke niet afgescheiden noch begrensde wijze. Onbegrijpelijk voor ons knippende verstand maar, halleluja, onderdeel van een schepping gemaakt uit liefde.

Dus zie geen onderscheid tussen jezelf en anderen, maar zie anderen wel en heb ze lief. Liefde giet zich uit in ons en door ons in de wereld. Liefde wil betekenis geven aan de neutrale lichamen en wereld en wil genezen. Het wonder mag ervaren worden door het aan te bieden aan onze broeders in de wereld: ons licht mag stralen; halleluja!

Ik ben het licht van de wereld (WB61)

Wie anders is het licht van de wereld dan Gods Zoon? 2Dit is dan ook niets anders dan een uitdrukking van de waarheid over jezelf. 3Het is het tegendeel van een uitdrukking van trots, hoogmoed of zelfbedrog. 4Het beschrijft niet het beeld dat jij van jezelf hebt gevormd. 5Het verwijst naar geen enkel kenmerk waarmee jij je afgoden hebt toegerust. 6Het verwijst naar jou zoals jij door God werd geschapen. 7Het drukt eenvoudig de waarheid uit.  Voor het ego is het idee van vandaag het toppunt van zelfverheerlijking. 2Maar het ego begrijpt niet wat nederigheid is en verwart dit met zelfvernedering. 3Nederigheid houdt in dat je jouw rol in de verlossing aanvaardt en geen andere op je neemt. 4Het is geen nederigheid vol te houden dat jij niet het licht van de wereld kunt zijn als dat de functie is die God jou heeft toegewezen. 5Alleen arrogantie kan beweren dat deze functie niet voor jou bestemd kan zijn, en arrogantie komt altijd van het ego.

Over God en overspel

second loveIk las op internet een stukje over overspel geschreven door een lieve broeder, nu voorganger in een eigen kleine Christelijke gemeente, die ik nog ken vanuit de tijd dat ik kerkbezoeker was. Ik zie hem als een oprecht en gedreven mens die uit alle kracht probeert de wil van God te vinden in de Bijbel en te leven volgens zijn wil. Bijbelstudie vormt hierin het uitgangspunt en hij gebruikt Spreuken 5 om ons te waarschuwen voor de gevolgen van overspel. Het eerste wat opvalt is dat Spreuken 5 zich vrijwel geheel richt op mannen. Vrouwen zijn een bron van verleiding: “Want de lippen van een vreemde vrouw druipen van honingzeem, haar gehemelte is gladder dan olie”. Maar oké, laat ik me als man niet verschuilen achter “ja maar, zij doet het ook!” Misschien was het een paar duizend jaar in Israël ook wel zo dat de heilige geschriften vooral gericht waren op mannen; ik weet het niet. Vervolgens bedacht ik dat de vermeende schrijver van Spreuken, Salomo, zelf vele honderden vrouwen had. Tja, dat plaatst zo’n waarschuwing ook weer in een ander licht. Het wordt nu vergelijkbaar met een miljonair die tegen een ploeterende kostwinnaar zegt dat deze niet zo gericht moet zijn op geld.

Hoe dan ook, wat is mijn punt? De kwestie van overspel verdient zeker onze aandacht. Maar wat gebeurt er als we dit gaan onderzoeken met een verstandelijke tunnelvisie gericht op het letterlijk interpreteren van Bijbelteksten? De schrijver van het stukje op internet wijst vooral op het ontwrichtend gevolg van overspel op relaties. Vervolgens volgt er een terloops dreigement:

“Wat Salomo hier schrijft kan verschillende dingen betekenen. Eén is dat iemand die betrapt wordt op overspel voorgeleid wordt aan een soort rechterstoel waardoor hij/zij een straf opgelegd krijgt. Trouwens, volgens de Wet van Mozes moet een overspelige gedood worden door stenigen”

Als uitsmijter eindigt hij met het dreigement dat al de hele tijd tussen de regels doorklinkt:

“Hebreeën 13:4 – Houd in alle omstandigheden het huwelijk in ere en bewaar de huwelijkstrouw ongeschonden. Wie in ontucht leven en wie overspel plegen, zullen door God veroordeeld worden.”

Zo’n twaalf jaar nadat ik de gestopt ben met kerkbezoek kan ik nu mijn gekromde tenen iets sneller ontspannen. De schrijver meent oprecht dat een liefdevolle God ons zal veroordelen en straffen en in feite zouden we de dood door steniging verdienen. God zij dank voor de correctie die we van Jezus mogen ontvangen via de Cursus.

Want wat leren we uit de Cursus? Jezus wijst ons er op dat het zoeken van liefde en geluk via speciale liefdesrelaties ons niet gelukkig zal maken. We kunnen menen dat geld, macht, de ideale partner of seks ons het ultieme geluk zullen bieden en dat vervolgens najagen. Dat najagen kan ontwrichtend werken binnen de droom, dat is zeker, en het zal ons uiteindelijk ook niet helpen werkelijk geluk en diepe vrede te ervaren. Het zoeken naar geluk en seksueel genot bij (nieuwe) partners is de zoveelste poging van iemand die zich afgescheiden voelt om gelukkig te worden. Het kan binnen de droom vervelende gevolgen hebben maar het is niet zondig, het maakt niemand schuldig en er is al helemaal geen liefdevolle Vader die voorstander zou zijn van een strenge straf.

Maar wij doen onszelf ernstig tekort door te verwachten dat een (extra) relatie ons gelukkig zal maken. Als wij een relatie mogen hebben en daarin ongeluk ervaren dan is dit een oproep om verder te kijken. Zijn wij boos op onze partner omdat hij of zij ons niet genoeg geeft wat we nodig denken te hebben? Wellicht krijgen we niet genoeg aandacht, gedraagt de partner zich niet naar onze wens of bevalt ons seksleven ons niet. Dan mogen we ons allereerst afvragen wat we nodig denken te hebben. We mogen ons afvragen hoe we een relatie zien. Is het voor ons een balans waarin we iets geven met vooral het doel om evenveel of meer te ontvangen? Kijken we met een blik van “what’s in it for me?” naar die ander? Koesteren we irritatie of boosheid jegens onze partner en zien we deze als schuldige en onszelf als slachtoffer? Of hebben we eerder de neiging tot zelfverwijt? Is één van beiden de dader en de ander het slachtoffer?

Hier is liefde nodig en vergeving. Een overhaaste vlucht “naar voren” naar iemand die wel onze zogenaamde behoeftes zal vervullen gaat niet werken. Maar dat gezegd hebbende hoeven we ook niet naar de stem van het ego te luisteren die zegt dat we desnoods maar kosten wat het kost als martelaar verder moeten en dat we door moeten gaan tot de dood ons scheidt. De vraag is niet wat we in de Bijbel (of Cursus) lezen over wat we zouden behoren te “doen” maar wat er uit ware vergeving en vanuit liefde mag gebeuren binnen ons leven met die ander. De liefde van de Heilige Geest zal ons leiden op een wijze die liefdevol is voor alle betrokkenen, inclusief onszelf. Hoe dat uitpakt weten we niet. Het kan zijn dat je liefdevol bij de ander blijft maar het kan ook zo zijn dat je liefdevol besluit te scheiden. Dat “scheiden” gebeurt altijd in de vorm; in de ene denkgeest is scheiden de bron van alle verwarring en ten diepste onmogelijk. Je blijft in liefde altijd verbonden met je partner, zelfs als hij of zij verkiest te geloven in afscheiding, dader- of slachtofferschap.

Liefde oordeelt en stenigt niet maar vergeeft en verbindt in de denkgeest. Laten we geen starre gedragsregels uit de Bijbel proberen te vissen want dat is in feite “zien naar het vleesch” en niet leven uit de geest van liefde. Maar laten we (laat ik) ook oppassen voor gevoelens van spirituele superioriteit ten aanzien van mensen die nog wel zoeken naar gedragsregels. Ook dit is niet fout, schuldig of zondig maar een uiting van de zoektocht naar de liefde die we zijn.

Met zachte ogen

ogen jezus

We vinden het zo normaal. Omdat we ons op één of andere manier niet goed voelen gaan we aan de slag met zoiets als bewustzijnsontwikkeling. Diep in ons bestaat een herinnering dat de manier waarop we het leven ervaren beperkt is en dat we ons daardoor niet gelukkig voelen. Maar wat er vervolgens gebeurt gaat zo snel dat we direct bij de eerste stap op ons spirituele pad in een valkuil trappen. We nemen namelijk zonder dat we het in de gaten hebben onze uitgangspositie van afgescheidenheid serieus. Direct hierop stapelen we onhandige actie op onhandige actie. Onze acties om iets als verlichting te ervaren zijn namelijk gebaseerd op de onbewuste aanname dat er iets ontbreekt aan ons huidige afgescheiden staat. We willen deze aanvullen met externe zaken die we nodig denken te hebben en die ons fijne sensaties zullen geven en een gevoel van controle en macht. Deze macht denken we nodig te hebben om de ingebeelde kwetsbaarheid van ons geluk te beschermen tegen bedreigingen van buitenaf. We bekijken de zogenaamde buitenwereld met de blik van een zakenman: “what’s in it for me?”.

Door ECIW leren we geleidelijk dat er geen ikje in een boze buitenwereld is. Langzaam groeit de bereidheid om onze perceptie te laten corrigeren door samen met de Heilige Geest te kijken. Dit is waarlijk een mooie ontwikkeling. We strekken ons uit naar het wonder van vergeving. Zo zien wij het wonder dan ook primair: een correctie van onze manier van kijken die ons vrede zal opleveren. Ook dit is onschuldig, nodig en helemaal oké. Het is echter goed om na enige tijd, misschien wel pas na enige jaren, op te merken hoe egocentrisch we nog steeds blijven met onze jacht op een gelukkiger leven voor onszelf. We gebruiken de liefde, de blik van de Heilige Geest, als spirituele EHBO-kit die we tevoorschijn trekken als we ons niet lekker voelen. Ook wij zouden massaal naar Jezus de wonderdoener rennen als we hoorden dat dat hij alle psychische en fysieke kwalen door handoplegging zou genezen. We willen primair genezen worden van ons ongemak met behoud van de illusie van onszelf. Wellicht generaliseer ik nu iets om m’n punt te maken maar laten we onszelf onderzoeken naar onze diepste motieven.

In A Course of Love (ACIL) spreekt Jezus over het leren onder leiding van de Heilige Geest in ECIW. Zo zou je het wonder van de veranderende perceptie mooi kunnen omschrijven. In ECIW-kringen is het vooral de Circle of Atonement-groep die wijst op het aspect van wonderen dat wat onder gesneeuwd dreigt te raken in ons streven naar een fijner leven voor ons kleine zelf. Mannen als Robert Perry wijzen op het aanbieden van wonderen en hij illustreert dit keer op keer aan de hand van voorbeelden uit het leven van Helen Schucman in haar relatie met Jezus. Het vergt eerlijkheid jegens onszelf om te erkennen dat we dit niet zo interessant vinden. Ongemerkt zijn we zo enorm zelf-gericht dat we alleen geïnteresseerd zijn in het opgeven van aanvalsgedachten als we ons zelf hierdoor fijner gaan voelen. Dit hoeft geen schuld of schaamte op te roepen maar het mag ons wel motiveren om niet te blijven hangen in zelf-liefde met een kleine z en deze te verwarren met Zelf-liefde.

Zoals gezegd passen we aanvankelijk de Cursus vooral toe om een gelukkigere droom te ervaren: van een ongelukkig afgescheiden zelf naar een zelf waar we blij mee zijn. Ongemerkt blijven we oordelend kijken of we het nog naar onze zin hebben. In ACIL (3rd treatise Hfst 8.2 en 8.3) noemt Jezus onze diepe weerstand om ons over te geven aan de liefde die we ten diepste zijn. Zoals hij in ECIW grote woorden als “aanvallen” gebruikt voor zelfs de kleinste irritatie zo gebruikt hij het woord “bitterness (bitterheid)” voor onze onbewuste strijd tegen leven vanuit onze ware identiteit.

“As I have said, bitterness is to your heart what the ego has been to your mind. Thus bitterness has to do with your feelings more so than your thoughts”.

(Mijn lekenvertaling: Zoals ik heb gezegd is bitterheid voor je hart net zoals je ego voor je denkgeest. Dus bitterheid heeft meer met je hart te maken dan je gedachten)

We worden opgeroepen om uiteindelijk verder te gaan dan het accepteren van wonderen als lapmiddel voor onszelf. We mogen afdalen in de wijsheid dat geven en ontvangen dusdanig één zijn dat we ons steeds meer en meer beschikbaar mogen stellen als kanaal voor de liefde die we zijn. Het ontwaken blijkt van een ongekende intimiteit. We mogen onze zelf-gerichte blik laten genezen en met oneindig zachte ogen gaan kijken naar alles en iedereen. Het is lastig voor mij om de juiste woorden te vinden maar onze standaard zelf-gerichte blik voelt als een fileren van wat we zien: dit vind ik goed en dit niet. Zelfs gebruik van woorden en onze poging om verstandelijk te “begrijpen” zijn onderdeel van dit geweld. We zijn zogenaamd zo slim, intellectueel en in staat alles te beoordelen. Niet dus. In onze denkgeest mag een baby geboren worden, een kindje dat heel anders kijkt. We mogen leren met zachtheid en tederheid te kijken en alles wat we meemaken te vertrouwen en te omarmen. Het is van zo’n andere orde dan beperkte zelf-gerichtheid en telkens bepalen of we ons lekkerder voelen.

Deze blik is als de lente, als de prilheid van de knoppen die aan de bomen verschijnen. Het is een stilheid, een tederheid die geraakt is door ontroering. Het is een “kom maar, ik houd van je, je bent oké en mag er zijn” wat wij uitspreken tegen allen. Zo mogen we wonderwerkers zijn zoals Jezus ons voorleeft in de Bijbel. Het staat zo mooi in de laatste regel van Herhalingsles 56 (5(30)5:

“En ik, die daartoe behoor, ben één daarmee en één met Hem”.