Bestaat deze wereld nu wel of niet?

En God zag dat het goed was

Over deze vraag zijn pittige discussies mogelijk waar zelfs ervaren Cursus-studenten zich in kunnen laten vangen. De Cursus geeft toch duidelijk antwoord op deze kwestie? De wereld die we zien is een illusie en dus niet waar. God zou geen weet hebben van deze wereld dus het antwoord van de Cursus is toch ondubbelzinnig en onweerlegbaar “nee”?

Dan heb je de aanhangers van non-dualisme in de zuiverste vorm. Zij stellen terecht dat het toch wel erg vreemd is om binnen de eenheid onderscheid te gaan maken tussen onecht en echt. Dat suggereert dat er twee werkelijkheden zijn; een echte en een onechte. “Zijn” is toch één? Bewustzijn is toch slechts het spel van dat ene Zijn dat zich lijkt te splitsen in subject (dat waarneemt) en object (het waargenomene)? Het niet zo snel afserveren van de wereld die we zien komt ook beter overeen met ons gevoel. Het voelt toch allemaal super echt hier? En dat idee van een God die nergens van af zou weten voelt ook ergens wezensvreemd. Wat is nu het antwoord?

Ik hoop dat de aanvliegroute voor dit soort vragen je bekend begint te worden. Het is handig om niet direct te gaan zoeken naar een antwoord maar om eerst de vraagsteller onder de loep te nemen. Wie stelt deze vraag? Deze vraag wordt gesteld door “mij” en dit ikje, dit zelf,  is een Zoon van God die gelooft in de echtheid van afscheiding. Om dit geloof zo echt mogelijk te laten voelen heb ik als Zoon van God deze wereld gemaakt (geprojecteerd). Natuurlijk voelt deze dus super echt voor mij; dat was precies mijn bedoeling. En nu komt een belangrijk Cursus-inzicht. Het is niet handig om dit maaksel overhaast af te willen doen als onecht omdat we hiermee de macht van de Zoon om “te maken” (zelfs al is het iets onzinnigs wat hij gemaakt denkt te hebben) ontkennen. Het ontkennen van de macht van de Zoon van God voelt dan ook niet goed. Gevangen in de illusie van afscheiding voelt onze droom helemaal echt, dat hoeft niet ontkend te worden.

Want zolang we geloven in de droom (in de echtheid van ons maaksels) komt het ontkennen van deze droom voort uit angst. We nemen wat we zien serieus, het bevalt ons allerminst (dat was immers ons verborgen doel toen we de projectie maakten) en met de Cursus in onze hand verklaren we het nu vroegtijdig als onzinnig. Dus het nemen van een voorschot op echt inzicht om zelfgemaakte angst te overwinning is een ontkenning van je eigen macht als Zoon van God. Dat is niet behulpzaam.

Als Zoon van God zijn we één met onze Vader. Ook bij het stellen van die vraag “Weet God van deze wereld?” doen we precies hetzelfde. Eerst geloven we in een God die los van ons zou bestaan en dan vragen we ons af of hij weet heeft van de door ons gemaakte onzin (de droom, onze projecties). Deze vraag verwart iemand die gelooft in afscheiding slechts verder. Want als we, wederom met de Cursus in ons hand, ontkennend antwoorden dan maken we de denkbeeldige splitsing tussen God en zijn Zoon echt. Het is handiger om te stellen dat wij als Zonen van God nog altijd één zijn met Hem en dat vanuit die onsplitsbare eenheid geloof wordt gehecht aan een maf en onecht idee van afsplitsing waaronder dus geloof in de droomwereld. Het uitroepen van “God weet niks van deze wereld” is de manier waarop Jezus in de Cursus ons wijst op de onzinnigheid van onze droom. Het betekent dat vanuit een diep besef van eenheid kan worden gezien dat de wereld niet bestaat. Maar onze nepmacht om te dromen hoeft niet te worden ontkend. Zo’n ontkenning kan dus verworden tot een uiting van een niet totaal ingedaalde mooie wijsheid door iemand die vanuit geloof in de echtheid van afscheiding meent dat deze discussie hout snijdt en anderen van zijn of haar gelijk probeert te overtuigen.

Wat dan? Terug naar dat mysterie waar ons verstand helemaal geen trek in heeft. Wat we zien hangt af van ons perspectief. Wij hebben als Zoon van God de macht om een onzinnig perspectief te kiezen en een afgescheiden wereld te zien die niet bestaat. Hoewel deze wereld niet bestaat hoeven we deze niet te ontkennen want daarmee ontkennen we onze eigen macht om illusies te maken. In werkelijkheid kunnen we ons niet afscheiden van onze Bron en is er geen duale werkelijkheid (een ikje in de wereld) door ons te fabriceren. Laten we tot slot dit eens doornemen aan de hand van herhalingsles 53 die ik iets anders verwoord:

“Ik heb de macht als Zoon van God om betekenisloze gedachten te projecteren opdat ik een betekenisloze nepwereld zie (11). Ik heb deze beelden dus zelf gemaakt (15). Gek genoeg doe ik dit om angst en onvrede te willen ervaren om zo een geloof in afscheiding te koesteren (12, 13). Maar natuurlijk heeft God deze droom niet echt geschapen (14)”.

En wil je alvast gigantisch feest vieren na deze uiteenzetting over onze naargeestige droomwereld? Lees dan ademloos komende dagen de vervolglessen. Daarin wordt uiteengezet dat wij een raar spelletje spelen waarmee we ook kunnen stoppen. (tm les 58). Vervolgens barst het feest van de werkelijkheid in volle hemelse heftigheid los (vanaf les 59). De ene na de andere zegenende vreugdekreet wordt ons aangeboden door Jezus.

  • God vergezelt me, waar ik ook ga
  • God is mijn kracht. Visie is Zijn geschenk
  • God is mijn Bron. Los van Hem kan ik niet zien
  • God is het licht waarin ik zie
  • God is de Denkgeest waarmee ik denk
  • God is de Liefde waarin ik vergeef
  • God is de kracht waarop ik vertrouw
  • Er valt niets te verzen
  • Gods Stem spreekt tot mij, heel de dag
  • Ik word gedragen door de Liefde van God

HALLELUJA!

Ontwaken met verstandelijke handicap?

kindje met down

We worstelen wat af met de Cursus. Deze is niet bepaald geschreven in Jip en Janneke taal en vooral het tekstboek kan onze hersenen flink doen kraken. En als wij als redelijk intelligente mensen er al zo’n moeite mee hebben, zijn dan minder slimme mensen of verstandelijk gehandicapten niet totaal kansloos?

Dit lijkt een valide vraag maar is, als zo vaak, een verkapte stelling. Het is een uiting van ons eigen geloof in afscheiding en een voortborduren op een aanname die van aanvang af al niet deugt. Het helpt mij om bij het stellen van zo’n vraag (kunnen verstandelijk gehandicapten ontwaken?) niet direct over te gaan tot het “beantwoorden” ervan maar om eerst de blik naar binnen te slaan en te kijken waar ik zonder bij na te denken vanuit ga. Dat is nogal wat:

  1. Er zijn slimme en minder slimme mensen op aarde
  2. Ik ga er vanuit dat “denken” en “begrijpen” belangrijke instrumenten zijn om te kunnen ontwaken.
  3. Ik heb als redelijk slim mens dus wat meer kans om te ontwaken dan minder bedeelden

Dit zijn er al voldoende om, als ik ze zo voor me zie, eens een wenkbrauw op te tillen. We zijn nog maar bij werkboekles 50 en ik lijk alle vorige werkboeklessen al weer vergeten, ondanks mijn hoge IQ. Ik pak er willekeurig een paar uit. “Ik heb die persoon alle betekenis gegeven die hij voor mij heeft (les2)”, Ik begrijp niets van wat ik bij hem zie (les 3). Mijn gedachten over hem betekenen niets (les 4), Ik zie hem niet zoals hij nu is (les 9) en ik stop maar als uitsmijter bij les 10: “Mijn gedachten betekenen niets”.

Hatsikidé, lekker dan. Daar ga ik dan met mijn slimme gedachten die niets betekenen en mijn vooroordeel over mijn broeder van wie ik werkelijk niets begrijp. Ai, ai; ik ben ervan uit gegaan dat de afscheiding écht heeft plaatsgevonden en heeft geresulteerd in gefortuneerde slimmeriken met kans op ontwaken en wat eenvoudigere mensen die kansloos zijn. Over geloof in speciaalheid gesproken. We zijn oprecht bezorgd over het lot van onze broeders maar wat zijn we ongemerkt arrogant door te geloven in de afscheiding en de waarde van ons oordeel over denkbeeldige anderen.

Gelukkig hoef ik me niet te schamen en op die manier mijn zelfbeschuldiging te koesteren. Ook dat is slechts een instrument dat we gebruiken om de afscheiding echt te laten lijken. Maar we worden wel opgeroepen om even pas op de plaats te maken, telkens wanneer we met ons analytische en drukke denken naar een logisch klinkend antwoord zoeken. Ons ego-denken en ego-oordelen is niet behulpzaam om echt te zien (visie) en kennis te ervaren.

Die visie en kennis is echter van moment op moment gewoon beschikbaar. Denk aan les 49 van gisteren: “Gods Stem spreekt tot mij, heel de dag”. Kijk eens naar je drukke gedachten en lees dan de vierde paragraaf van deze werkboekles:

Luister in diepe stilte. Wees heel stil en stel je denkgeest open. Ga aan alle schrille kreten en ziekelijke fantasieën voorbij die jouw werkelijke gedachten verhullen en je eeuwige verbinding met God versluieren. Verzink diep in de vrede die jou voorbij de uitzinnige, rumoerige gedachten, taferelen en geluiden van deze waanzinnige wereld wacht. Hier woon jij niet. We proberen jouw werkelijke thuis te bereiken. We proberen de plek te bereiken waar jij werkelijk welkom bent. We proberen God te bereiken.

Wat een goed advies: “Wees heel stil en stel je denkgeest open”. En dan volgt vandaag les 50 en mogen we stil, dankbaar en ontroerd lezen dat:

“Ik word gedragen door de Liefde van God”.

En die Liefde draagt iedereen, ongeacht de door ons opgepakte etiketjes van ziekte en beperking. Deze Liefde draagt de hele schepping. Mogen we zo onze denkgeest laten genezen als we kijken naar onze broeders. Laten we niet kijken naar lichamen (hersenen en IQ). Laten we kijken met een geheelde denkgeest en ieder herkennen als onze broeder. We zijn zo ongelooflijk, mysterieus en liefdevol met elkaar verbonden in Christus. Broeder en zuster in Christus, ik houd van je met de liefde van onze Vader.

Telkens nieuwe problemen?

bij de pakken neerzitten

Er komt maar geen eind aan de ellende en aan mijn geworstel. Natuurlijk probeer ik mijn vergevingslessen te doen en roep ik de hulp van de Heilige Geest in als ik problemen ervaar. Misschien heb ik het wel wat zwaarder dan andere studenten. Zou mijn ego wat taaier zijn? Of heeft het te maken met mijn verleden? Ik kon het vroeger thuis nooit goed doen en volgens mij hadden mijn broer en zus het heel wat gemakkelijker. Natuurlijk moet ik ook nog vechten tegen de collectieve projectie van de samenleving. Ik ervaar zoveel weerstand om me heen en mensen lijken helemaal niet ontvankelijk voor zoiets als de Cursus. Het voelt zo hopeloos en ik vrees dat ik er nooit zal komen. Ik raak hierdoor knap gefrustreerd.

Herkenbaar? Voel je je een eeuwige student die een soort eindeloze hordeloop aan het doen is? Vermoedelijk ken je het antwoord wel: je dient te leren vertrouwen op je echte Zelf, op de liefde, je moet leren accepteren, alles zien als bewustzijn of hoe je het ook maar wilt beschrijven.

Tijdens het lezen van boeken uit verschillende spirituele stromingen en in gesprekken met een aantal spirituele leraren viel me op dat de meesten, gelukkig niet allemaal, ons uitsluitend proberen te leren wat we kunnen doen als de narigheid weer eens toeslaat. Misschien is het niet echt iets “doen” en is het meer dat ze ons adviseren om te accepteren, om de openheid van bewustzijn of zelfliefde te betrachten. En dit keer op keer op keer. Is dit dan niet goed? Dat wil ik niet beweren maar er ontbreekt “iets” en dat “iets” is een blinde vlek die maakt dat er geen einde lijkt te komen aan onze studie. De Cursus is een leerweg die een duidelijke verklaring geeft over de oorzaak van het maar voortduren van de moeilijkheden, maar zelfs ervaren Cursus-studenten, waaronder ikzelf, blijken ware experts in het niet totaal binnen laten komen van de woorden van Jezus hierover.

Zijn antwoord? Omdat wij hardnekkig van moment op moment blijven kiezen voor afscheiding en ons daar niet bewust van zijn. We leven helemaal niet in een rottige wereld waar we veel te leren hebben. Wij, als Zoon van God, hebben deze wereld gemaakt met een heel groot hoofddoel: narigheid ervaren en onszelf zodoende overtuigen van het “feit” dat we een afgescheiden slachtoffer zijn van iets wat groter is dan wijzelf. En vervolgens projecteren we onze eigen nepstrijd: tegen God, tegen onze ouders, onze opvoeding, onze medestudenten, die andere politieke partij, die domme mensen die niet aan het klimaat denken, de vleeseters en ons favoriete doelwit: ons zelf. Overal hebben we wat op aan te merken en niets voldoet aan onze wensen. Ik voel me nu niet goed en als ik eerst maar dit of dat bereik dan zal het beter gaan. Maar weet je hoe je je nu voelt en in welke situatie je je nu bevindt? In exact de gemoedstoestand en situatie die jij als waarheid wilt ervaren. En wat roepen we dan gewoonlijk? “Oh, wat stom, het is mijn eigen schuld. Wat is dat ego toch hardnekkig!”. Niks ego. Geen nieuwe duistere kracht bedenken waartegen jij nu weer eindeloos te strijden zou hebben. Jij, als Zoon van God, speelt het spel van afscheiding door materiaal te projecteren wat je kunt veroordelen. Je wilt vechten om het gevoel van een strijder te ervaren. Het maakt niet uit welk type strijder je wilt zijn. De dappere strijder die vooruitgang boekt, de rustige strijder die elke dag een paar klappen uitdeelt, de gefrustreerde strijder die jarenlang gestreden heeft, de verslagen strijder of zelfs de overwinnaar die anderen tips gaat geven hoe ze het beste kunnen vechten. Het is veel van hetzelfde. Er is geen strijd anders dan de strijd in je eigen denkgeest die je verkiest te geloven.

Het helpt om de antenne voor slachtofferschap gevoeliger te laten worden en het slachtoffergevoel snel te zien en te doorvoelen als manier die jij als Zoon van God kiest om het spel van afgescheidenheid te spelen. Natuurlijk kan het helpen om, zoals bijvoorbeeld Diederick Wolsak adviseert, terug te gaan naar een vroege herinnering. Echter niet om een oorzaak of schuldige te vinden maar om zo helder mogelijk jouw favoriete slachtoffer-projectie duidelijk te krijgen om hier met het licht van liefde naar te kijken. Voor jou was jouw opvoeding de ideale manier om oude programmeringen die je koesterde te activeren en op te laten lossen in liefde. Weiger 100% om ergens schuld of oorzaak te zien en geef jezelf 100% macht als Zoon van God om het spel van afscheiding gekozen te hebben en te kiezen. Alleen dan, bij het opgeven van elk spoortje slachtofferschap, kan het patroon uitdoven en het einde van de zogenaamde reis zichtbaar worden. Elk gevoel van hopeloosheid is een indicator dat jij, als Zoon van God, nog meer wenst te spelen. Je wilt nog wat langer de gefrustreerde strijder zijn. Maar je vecht tegen schimmen en frustreert jezelf om zo een ikje overeind te kunnen houden dat denkbeeldige tijd nodig zou hebben om een overwinnaar-ikje te worden. Vanuit ons kleine denken snappen we het niet maar het kan helpen om bij het doorgaan van de zogenaamde strijd een klein zaadje te planten. Een kleine bereidheid om de volgende gedachte te laten groeien: “Hé, kennelijk wil ik als Zoon van God nog wat meer afgescheidenheid ervaren. Ik ben hierdoor niet schuldig. Maar als ik er echt genoeg van heb dan hef ik het geloof in mijn strijd op. Ik ben al liefde en ik kan me richten op een echte kracht die de wolken van de illusie uit mijn denkgeest zal blazen. Een kracht die ik reeds ben“

WB 47: God is de kracht waarop ik vertrouw.

Wonderlijker dan je denkt

ik snap het niet

Zonder dat we het beseffen vervormen we alle boodschappen die de Cursus ons geeft door deze vanuit geloof in afgescheidenheid te bezien en overdenken. Ik noem dit graag onze blinde vlek. Het is de grondovertuiging dat we een ongelukkig afgescheiden zelf zijn dat middels de Cursus gelukkiger kan worden. De Cursus probeert dit te voorkomen door verschillende woorden te gebruiken voor ego-begrippen en voor de Cursus-boodschap. Of ze legt uitvoerig uit op welke nieuwe manier wij een woord dienen te bezien. Neem als voorbeeld de term “vergeven”. Als we vanuit geloof in afscheiding denken aan vergeven, dan is er iemand fout geweest en er is iemand die besluit om deze fout door de vingers te zien. Jezus legt uit dat er nooit een schuldig afgescheiden persoon heeft bestaan en dat vergeven neerkomt op het niet aanrekenen van ongerechtigheid die niet gebeurd is. In feite vergeven we altijd ons eigen onzinnige oordeel waarmee we een vijandige wereld willen projecteren zodat we onszelf lekker afgescheiden kunnen wanen.

Vandaag gaat les 45 over “denken”. Vanuit ons geloof in afscheiding snappen we wel dat we de boel niet helemaal goed begrijpen en dat er iets van correctie nodig is. Hetzelfde geldt voor onze manier van zien. Die zou ook niet helemaal kloppen en wat bijstelling behoeven. Maar ons zien is niet een wat beperkte visie. Ons denken heeft niets te maken met de werkelijke gedachten van God. Ons waarnemen is geen Zien. Ons weten is geen Kennis. Ons zelf is geen Zelf. Ga zo maar door. We praten niet over kwantitatieve verschillen, zo van: als we er een beetje aan schaven dan zitten we aardig op de goede weg. Dat schaven vinden we heerlijk om te doen. We voelen ons bijvoorbeeld een ongelukkig en afgescheiden zelf en willen positievere ervaringen. Zodra we ons wat gelukkiger voelen menen we dat we er zijn en als we niet oppassen geven we voordat we het doorhebben workshops om anderen te leren “hoe ze gelukkiger kunnen worden en hun diepste wensen uit kunnen laten komen”, met de Cursus in ons hand.

En jawel; we mogen gelukkige studenten zijn en blijdschap ervaren. En nee, een overhaast menen dat “jij” er nu bent en “anderen” wel eens zal uitleggen hoe ze ook zo happy kunnen worden is niet fout noch zondig. Maar zowel een zelfje dat zich somber voelt als een zelfje dat dol is op zichzelf kunnen zelfjes blijven die menen dat ze er nog niet- of juist wél zijn maar allebei nog totaal gevangen zijn in de illusie van afscheiding. Binnen de droom is het heerlijk om te kiezen voor een fijne droom boven een nachtmerrie maar met ontwaken heeft het niets van doen.

De Cursus gaat niet over het oppoetsen van de oude ego-werkelijkheid. Wij willen een sprookje dat eindigt met “en hij of zij leefde nog lang en gelukkig”. De Cursus komt met een ander verhaal. Ze leert ons dat wat wij “leven” noemen neerkomt op het geloven in de werkelijkheid van een afgescheiden lichaam dat een tijdje rondwandelt in een illusoire wereld. Totaal schuldeloos, wat we ook verkiezen te dromen, maar nog steeds “dromen”. Ons “kijken” gaat uit van de echtheid van wat we menen te zien. Visie gaat over het doorzien van de illusie van een ikje dat kijkt. Ons weten en begrijpen gaat over het op een rijtje proberen te krijgen van concrete concepten. Kennis gaat over het doorzien van de waarde(loosheid) van ons kleine denken, het vergeven ervan en de ervaring van vrede en eenheid. Als we menen dat we er wel zo’n beetje zijn kunnen we zelfgenoegzaam worden. Hoe anders is de houding die de Cursus ons in alinea 8 van de werkboekles van vandaag aanreikt:

  1. Op deze Grondslag nu zijn de oefeningen voor vandaag gericht. 2Hier is jouw denkgeest verenigd met de Denkgeest van God. 3Hier zijn jouw gedachten een met de Zijne. 4Voor dit soort oefening is maar één ding nodig: benader het zoals je een altaar benaderen zou dat in de Hemel aan God de Vader en God de Zoon is gewijd. 5Want zodanig is de plaats die jij probeert te bereiken. 6Je zult waarschijnlijk nog niet in staat zijn te beseffen hoe hoog jij tracht te reiken. 7Maar zelfs met het kleine beetje inzicht dat je al verworven hebt, zou je in staat moeten zijn jezelf voor te houden dat dit geen loos spel is, maar een oefening in heiligheid en een poging het Koninkrijk der Hemelen te bereiken.

 Voel je de tederheid van deze oproep? Jezus, onze broeder met wie we één zijn in Christus, zegt heel zacht: “lief kind, denk niet dat je het allemaal wel weet. Je hebt misschien een glimpje opgevangen en daar mag je blij mee zijn. Maar blijf je openen in diepe verwondering. Open je voor de onschuld en vrede die alle verstand te boven gaat. Je bent me zo dierbaar.

Ik maak me druk over..

boze voetbalsupporter

Gisteren keek ik naar de samenvattingen van de voetbalwedstrijden uit de eredivisie. De camera zoomde in op een supporter die met boze grimas en gebalde vuist zijn ongenoegen ergens over kenbaar maakte. Op zijn schoot zat een schattig roodharig ventje van een jaar of acht die net als, naar ik vermoed, zijn vader zijn vuistje balde en boos joelde. Ik dacht na over de belangen in het voetbal. Het is op professioneel niveau allang niet meer een spelletje waar 2×11 mannen plezier aan beleven. Het gaat om winnen, prestige en uiteindelijk om grote financiële belangen. Het is wat goedkoop om badinerend over voetbal te praten en de fans uit te lachen die zich boos maken als het een mannetje niet luk een bal in een netje te schoppen. Het klopt; zij nemen het spel te serieus en vergeten om te lachen. Maar dit klinkt akelig bekend.

Ik ging bij mezelf eens na wat ik momenteel serieus neem. Eerst komen dan zogenaamd grote kwesties in beeld zoals onzekerheid over financiële kwesties. Maar vanmorgen probeerde ik mijn tegoedbon (2,50 euro) die ik gekregen heb Bol.com te incasseren door een e-boekje te kopen. Dit lukte niet, ik bespaar u de details. Gelukkig kan je 24/7 terecht bij de chat-helpdesk en zo lag ik vanuit mijn bed m’n uiterste best te doen om het probleem te fiksen. Ik merk dat ik dan wat dwangmatig word: het moet opgelost worden en wel nu. Achteraf voelt het of je ongemerkt een fuik in zwemt waarbij het bewustzijn zich vernauwt tot die ene kwestie die vervolgens een overdreven groot belang krijgt.

Toen ik nog werkte verbaasde ik me soms over mijn gepensioneerde vader die zich druk kon maken over, in mijn ogen, niks. Bijvoorbeeld de buren die iets onbenulligs hadden gedaan waar hij zich aan ergerde. Hij had helemaal geen hekel aan de buren en was de eerste die klaar stond om te helpen toen de buurman ziek was. Maar toch, die gekke neiging van ons om ons druk te maken. Wij maken hierbij onderscheid tussen grote en kleine dingen. We lachen om mensen die zich druk maken over een voetbalwedstrijd, het incasseren van een tegoedbonnetje of de plek waar de buurman zijn vuilnisbak zet. We hebben begrip voor mensen die maar blijven malen over een echtscheiding, dreigend ontslag of over ziekte van zichzelf of een dierbare.

In alle gevallen is er sprake van angst en boosheid omdat iets niet loopt op de manier die wij willen. We voelen ons dan slachtoffer van een situatie waar we, volgens ons, niet om gevraagd hebben. De Cursus maakt geen onderscheid tussen kleine en grote kwesties. Jezus wijst ons erop dat het serieus nemen van de illusie is waarvoor wij willen kiezen. We hebben er namelijk een doel mee. We willen ons bang en boos lmaken opdat we ons afgescheiden kunnen voelen en op die manier de illusie van afgescheidenheid overeind kunnen houden. Hoe raar is dat? Je hoeft dit niet te geloven want je kunt het eenvoudig checken door te voelen wat het met je doet als je een situatie niet accepteert zoals deze is en fanatiek een betere situatie najaagt. Je voelt dan de kramp en afscheiding plaatsvinden en je meent op grond hiervan dat je inderdaad een ikje bent dat in narigheid verkeert.

Dan is er telkens weer die keuze. Blijf je hangen in je obsessie en koester je je angst en boosheid of ben je bereid de liefde uit te nodigen en de zachtheid te ervaren. Of, zoals de Cursus het zegt, wil je gelijk hebben of vrede ervaren? Het ego protesteert: ”ja maar, ja maar”. Moet ik dan alles maar goed vinden? Wordt het leven dan niet één vlakke bedoening? Maar zo is het niet. De kwestie is niet dat je niet handelend op zou mogen te treden in de droomwereld. De vraag is wat je bron is en daarmee wat je doel is. Is je bron je ego en je doel om jezelf afgescheiden te wanen? Oordeel dan gerust verder en je zal oogsten wat je zaait. Is je bron de Liefde (Vader, Jezus, Heilige Geest, Zelf)? Dan is je middel vergeving en het laten stromen van liefde en het doel is vrede en eenheid ervaren. Dat kan eng en haast ongepast voelen maar als je ervan geproefd hebt krijg je de smaak te pakken en wordt dit de kant die je op wilt. Terug naar huis, de herinnering, naar de vrede, naar de liefde.

Die keuze heb je altijd, bij elke kwestie die als leermoment op je pad komt. De bron van liefde is altijd beschikbaar om uit te drinken. Je hoeft er maar om te vragen en bereid te zijn je te laten corrigeren in je vergissing. Je hebt alles wat je ziet de betekenis gegeven die het voor je heeft om het spel van afscheiding te spelen. Nu kun je je oordeel overgeven en Zijn betekenis laten schrijven op de wereld. Je zult versteld staan.

WB 42: God is mijn kracht. Visie is Zijn geschenk.

Over Nederlandse klimaatdoelen, schuld en verantwoordelijkheid.

pieter geenen milieu

In een groepsgesprek met ECIW-studenten sprak een lieve zuster haar verbazing uit over de complexiteit en enormiteit van de problemen die ons in de wereld lijken te omringen. “Ik kan me nauwelijks voorstellen dat ik zoiets ingewikkelds zelf gemaakt (geprojecteerd) heb”, zei ze verwonderd. Een andere deelnemer antwoordde met wijze woorden die echter makkelijk foutief begrepen kunnen worden. Ze zei: “dat is ook niet jouw projectie maar een collectieve projectie die je ziet”. De vraagsteller leek opgelucht.

Dit brengt me op twee klassieke valkuilen waar we in kunnen trappen:

  1. Als alle ellende mijn eigen projectie betreft dan ben ik hier dus zelf schuldig aan.
  2. Als ik last heb van een collectieve projectie dan kan ik daar zelf niks aan doen.

Het lastige bij dit soort leuke gesprekken is dat we direct gaan denken om een oplossing te vinden die logisch klinkt. Maar de “we” die uit de startblokken schiet is reeds onderdeel van de illusie en gebruikt een instrument (denken) dat bedoeld is om de illusie te versterken door de ondeelbare werkelijkheid te zien als de optelsom van ontelbare fragmenten. Anders gezegd: ons denken is gebaseerd op de dualiteit. Terug naar de valkuilen. Bij de eerste valkuil (ik heb alle ellende zelf gemaakt en ben schuldig) menen we dat wij als afgescheiden ikje de macht zouden hebben een complexe wereld te maken. Terecht sprak de vraagsteller hier haar twijfel over uit. Ik, in mijn identificatie als Simon, zou lijden aan grootheidswaanzin als ik zou denken dat ik het universum in mijn hand zou hebben. Dan gaat ons denken puzzelen. Als we nu eens de projecties van 7 miljard mensjes (fragmenten) bij elkaar optellen. Hebben we dan een verklaring voor alles wat we om ons heen menen te zien? Het verdunt wel heerlijk onze schuld: er zijn nu 7 miljard minus 1 andere daders en in feite ben ik dus helemaal het slachtoffer van projecties van al die oenen bij elkaar. Gelukkig, nu hoef ik me niet langer schuldig te voelen. De overmacht aan negatieve projecties is simpelweg te groot en overweldigend.

Dit gesprekje kwam in mijn gedachten toen ik vanmorgen in de Trouw stukjes las over de klimaat discussie (Zie afbeelding door Pieter Geenen, Trouw 6 feb 2019). Moeten we als Nederlanders ons wel aangesproken voelen als het de verontreiniging van onze planeet betreft? Ons bijdrage is maar 0,0003% of zo dus zijn we 99,9997% onschuldig. Moeten wij ons dan aangesproken voelen voor de ellende die China, Amerika, Rusland, India en andere viezeriken veroorzaken? Moeten wij dan als braafste jongetje van de klas pijnlijden (gestraft worden, economische offers brengen) voor wat die anderen gedaan hebben? Dan zijn we slachtoffer van de wereld die we zien. Wij willen de straf hiervoor niet dragen!

Uit deze discussie kom je niet via ons gebruikelijke ego-manier van denken die uitgaat van afgescheidenheid. Het helpt ook niet om met de Cursus in ons had te zoeken naar pasklare gedragsregels. Merk dat je misschien nu verwacht of hoopt te horen dat we als Nederland het voortouw moeten nemen en onze verantwoordelijkheid moeten pakken zelfs als het ons pijn doet. Dan moeten we maar de milieumartelaar van de wereld worden.

Dat is echter niet de kwestie. Afgescheiden Simon is niet degene die het universum heeft gemaakt en afgescheiden Nederland is niet het land dat de wereld tot een afvalberg dreigt te maken. Hetzelfde geldt voor alle bewoners en alle landen op de wereld. Het probleem betreft de ziekte in die ene denkgeest. Daar is het malle idee van afscheiding ontstaan. Wij zijn als Zoon van God oneindig machtig en oneindig veel intelligenter dan de som van alle mensjes die geloven in afscheiding. Als Zoon van God delen we de scheppingskracht van onze Vader en kan er zelfs in de materie een universum geprojecteerd worden dat de oneindige intelligentie weerspiegelt. Dit staat in geen verhouding tot wat wij als afgescheiden mensje kunnen bedenken en maken. Deze intelligentie, die we bijvoorbeeld in de natuur weerspiegeld zien, toont iets van de grootsheid van de schepping.

In deze denkgeest wordt het idee van afscheiding gekoesterd en wordt het ieder voor zich tussen de denkbeeldige fragmenten (mensen en landen). Nu vliegen de beschuldigingen over en weer; niet ik heb het gedaan maar jij! Maar dan het wonder van echte verantwoordelijkheid nemen. Er is maar één plek waar genezing van de denkgeest kan plaatsvinden: hier, bij mij, bij jou. Hier mag de vergissing van afscheiding naar het licht gebracht worden, Hier mag genezing van de denkgeest plaatsvinden. Van Simons denkgeestje? Zie de valkuil van het willen opknippen van de eenheid tot machteloze denkbeeldige fragmentjes. Nee, hier mag de illusie doorzien worden van de zogenaamde echtheid, macht en schuld van een afgescheiden zelf. Hier mag genezing door liefde plaatsvinden zodat deze liefde de bron mag worden en onze neutrale lichamen niet misbruikt worden voor graaien, aanvallen en beschuldigen maar voor het zichtbaar maken van de liefde die ons draagt.

Dus laten we blij zijn met iedere uiting van verbondenheid. Laten we blij zijn met het groeiend besef in Nederland en in de wereld van onze gemeenschappelijke bron in de droom: een gezonde aarde. Laat dit een begin zijn van het besef van verbondenheid in de denkgeest. Laten we elkaar niet de maat nemen maar de economische argumenten herkennen als angst en daar dus liefdevol en niet laatdunkend op reageren. Laten we blij zijn met het ontluikend eenheidsbesef van onze jeugd zelfs als hun argumenten ook wat gekleurd zijn door een lekker dagje vrij van school.

Laten we niet het milieu proberen te redden door elkaar de tent uit te vechten maar laten we ontdekken dat een groeiend besef van verbondenheid en liefde voor elkaar als vrucht een beter milieu en een gelukkigere droom met zich mee zal brengen. Genezing vindt plaats in die ene denkgeest. Graag nodig ik je uit om hoofdstuk 12 uit het Handboek voor leraren te lezen. Hier alvast de eerste alinea:

  1. HOE VEEL LERAREN VAN GOD ZIJN ER NODIG OM DE WERELD TE REDDEN?

 Het antwoord op deze vraag is: één. 2Eén geheel volmaakte leraar, wiens leerproces voltooid is, volstaat. 3Deze ene, geheiligd en verlost, wordt het Zelf dat Gods Zoon is. 4Hij die altijd al totaal geest was, ziet zichzelf nu niet langer als een lichaam of zelfs maar als in een lichaam. 5Daardoor is hij onbegrensd. 6En omdat hij onbegrensd is, zijn zijn gedachten voor eeuwig en altijd verenigd met die van God. 7Zijn waarneming van zichzelf is op Gods Oordeel gebaseerd, niet op dat van hemzelf. 8Zo deelt hij de Wil van God, en brengt hij Diens Gedachten naar denkgeesten die nog steeds in waan verkeren. 9Hij is voor eeuwig één, want hij is zoals God hem schiep. 10Hij heeft  Christus aanvaard, en hij is verlost.

Als er maar niks met m’n kind gebeurt!

vaderendochterMet de Cursus in ons hand leren we stapje voor stapje dat ons zelf niet bedreigd kan worden. Dit is al een hele klus. We moeten leren dat anderen ons niet aan kunnen vallen. Hetzelfde geldt voor financiële problemen, ziekte en uiteindelijk zelfs de dood. Het kan lijken dat we hier flinke stappen in zetten en dat geloof blijft vooral fier overeind als er niet zoveel aan de hand is. Met mooi weer, in goede gezondheid en met een beetje geld op de bank kunnen we alle bedreigingen af doen als illusoir. Het wordt lastiger als de problemen ons boven het hoofd lijken te groeien en als we ervaren dat we de situatie echt niet meer kunnen controleren. Acht jaar geleden kreeg ik grote epileptische aanvallen en bleek er een tumor in m’n hersenen te zitten. Het “ik ben niet dit lichaam” klinkt dan fantastisch maar op zo’n moment staat Hein met de zeis glimlachend naar je theorietje te kijken en ervaar je doodsangst. Gelukkig was het gezwel goedaardig en dan zeggen we dat het goed is afgelopen; ofwel m’n lichaam kon nog wat jaartjes mee.

Een andere angst, die vermoedelijk elke ouder herkent, betreft de gezondheid en het welbevinden van je kinderen. Natuurlijk leef je ook mee met je partner, als je die hebt. Vanmorgen moest m’n vrouw bijvoorbeeld op pad met een buitenlandse collega in haar auto door de sneeuw. Dat vindt ze spannend, weet ik, en ik lig me plaatsvervangend zorgen te maken, kijk op sneeuwradar en geef haar goedbedoeld maar waarschijnlijk overbodig advies. Maar dan je kinderen. Vorig jaar moest mijn oudste dochter een grote operatie ondergaan. Je houd je flink maar als je je kind in zo’n ziekenhuisbed ziet liggen moet je stevig slikken. Of m’n middelste dochter die als student naar Cambodja gaat en dan opgewekt vertelt hoe ze met een vriendin en twee aardige mannen op brommertjes een tocht door de bergen heeft gemaakt. Wie zijn die gozers? Wat had er wel niet kunnen gebeuren en hoe kan ik als er iets gebeurt haar nog helpen zo ver van hier? Maar ook zogenaamd kleine zaken. Vannacht zag ik om één uur nog het licht branden op de kamer van m’n jongste. Een paar uurtjes slaap. Dat vermoeide koppie vanmorgen, de opdracht voor Nederlands is nog niet af en dan zie ik haar op haar fietsje vertrekken om 7km naar school te gaan glibberen door de sneeuw. Vorig jaar was ze hard gevallen.

Het sleutelwoord voor het ego in al m’n voorbeelden is “machteloosheid”. Zolang het allemaal nog redelijk goed gaat of als we menen tenminste nog enige controle te hebben gaat het nog. Maar bij vermeende totale machteloosheid worden we getroffen door ons eigen geloof in slachtofferschap. We voelen ons slachtoffer van omstandigheden waar we niet om gevraagd hebben (zie les 31 van gisteren). Met angstige ogen zie ik drie kwetsbare dochters die gevaar lopen en waar ik niks voor kan doen. Mijn geloof in afscheiding viert hoogtij. Dít is waar het ego me precies wil hebben; Simon voelt zich een machteloos slachtoffer van de wereld die hij meent te zien.

Vandaag les 32: Ik heb de wereld die ik zie bedacht. Even voelt het ego nattigheid maar het is zo slim. Het beweert nu dat ik dezelfde truc moet uithalen die enigszins werkt als ik naar ellende op het journaal kijk. Het adviseert me om zo hard mogelijk te roepen dat alles een droom is, dat er geen anderen bestaan. En m’n eigen dochters? Nu geen onderscheid maken, roept het ego wreed, die bestaan ook niet! Het gaat om jouw perceptie Simon, jouw innerlijke vrede! Zweef maar lekker weg van het slagveld. Maar wat gebeurt er volgens deze ego 2.0 aanpak? Het probeert me te verleiden tot een versie van ego-onkwetsbaarheid en geloof in een geïsoleerd zelf dat niet bedreigd kan worden. Het toppunt van dualiteit, arrogantie en miskennen van onze ware identiteit als liefde. Dus NEE!!!! Niet mezelf willen afschermen van angst en pijn en me terugtrekken in een bunker hoog op de berg. Opnieuw kijken, met Zijn blik.

Weer kijk ik naar mijn dochters en naar hun vermeende kwetsbaarheid. Ik wend me niet af van mijn angst maar ga er naar toe tot ik de pijn in mijn hart voel. Laat die rauwheid er maar zijn en ik merk dat ik hierin mijn eigen kwetsbaarheid en machteloosheid ervaar. Maar dan neem ik geen afstand maar nodig ik de Heilige Geest uit of vraag ik Jezus om zijn arm om me heen te slaan en samen met mij te kijken. Dan kom ik steeds dichter bij en vindt er verbinding plaats vanuit mijn hart met hun hart. Ik voel liefde stromen en er is een zo teder contact waarin ik hun hand pak en lach door mijn tranen heen. Geen afstand maar een onverbrekelijke band, een heilig ogenblik. Met deze blik wil ik kijken, niet alleen naar mijn partner, dochter en dierbaren maar naar alles en iedereen. En zo neem ik een voorschot op de lessen van morgen en overmorgen.

Er is een andere manier om naar de wereld te kijken (33) en ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien (34). We worden gedragen door de liefde van God. Dankbaar.

 

Zo’n stom tafeltje

download

Werkboeklessen moet je gewoon doen zodat je ze kunt ervaren. Dat is het belangrijkst. We mogen onszelf de ervaring gunnen wat er gebeurt als we tegen onszelf rustig herhalen: “ik wil niets liever dan deze tafel anders zien”. Het is een voorrecht om de lessen voor de eerste keer vanuit grote onbevangenheid te ondergaan en de eerste ervaringen te hebben van de aanvang van de deprogrammering van de onjuiste programmering van de denkgeest. Vooral voor wie al langer bezig is met de Cursus kan het echter ook fijn zijn om de klik te ervaren tussen de werkboekoefeningen en de metafysica van de Cursus. Dit kan een verdere verdieping geven en de mogelijkheid tot generaliseren. Dit woord heeft in ons dagelijks taalgebruik een wat negatieve klank gekregen maar is in het licht van de Cursus goud waard.

Neem het zien van zo’n stom tafeltje. Ergens lezen we in de Cursus dat we er uiteindelijk een soort lichtrandje omheen kunnen gaan leren zien en vanuit onze programmering vatten we dat heel letterlijk op en willen we wat special halo-effecten ontwaren. Een lichtgevend tafeltje, waarom ook niet. Maar Jezus’ oefening leidt uiteindelijk tot veel grotere effecten dan een lullig lichtflitsje in oververmoeide ogen. Hij is bezig om ons iets te leren over wat wij “kijken” (of waarnemen in het algemeen) noemen.

Het lijkt zo simpel: ik ben hier en zie daar een tafel. Stilzwijgend neem ik aan dat de tafel écht is en dat de info hierover terecht komt in een echt oog en dat een ikje, dat ook echt is, daardoor die tafel kan zien. Zo geldt dit voor alles wat we zogenaamd waarnemen buiten onszelf (NB: voor waar nemen). We zijn geprogrammeerd om ervan uit te gaan dat er een ikje leeft in een buitenwereld dat deze kan waarnemen. En dan verschijnt meester Jezus en begint het grote corrigeren. De tafel betekent niets (1), ik geef er zelf alle betekenis aan die hij voor me heeft (2), ik begrijp niets van die tafel (3), ik zie die tafel niet zoals hij nu is (9), die tafel is gewoon een beeld dat ik heb gemaakt (15), ik heb daar een verborgen bedoeling mee (16,17), zoals ik die tafel zie is het een vorm van wraak die voortkomt uit aanvalsgedachten (22, 23), ik weet niet waartoe die tafel dient (25); om maar eens een paar willekeurige lessen te herhalen.

Nu, voor de studenten die de Cursus al een tijdje doen, de metafysica. In de oneindige denkgeest, die liefde is en zich verbonden weet met het Geheel (met Vader en Broeders), ontstaat een experimentje om te willen ervaren hoe het zou zijn om afgescheiden te zijn. Dit is natuurlijk onmogelijk. Als Kind van God zijn we Zijn schepping en worden we voor eeuwig bewaard in Hem. Maar we zijn net Kinderen; we willen ons losmaken en ons een eenzaam ikje voelen. Eerst maar eens de Vader op afstand proberen te plaatsen want die echte eenheid met Hem helpt niet om ons afgescheiden te voelen. En, hopla, alle duale Godsdiensten zijn geboren. We beelden ons in dat onze truc gelukt is en dat we echt van huis zijn weggelopen. Nou, dan zal papa wel boos zijn. Hopla; het beeld van een wraaklustige God is geboren en daarmee de angst voor de herinnering van de eenheid (angst voor “de dood”).

En dan een briljante ingeving van het nog eeuwig en veilig verbonden Kind: ik bedenk een droomwereld zodat ik de illusie versterk dat ik als ikje ergens naar zit te loeren! Briljant! Want als ik bijvoorbeeld een tafel projecteer binnen mijn eeuwige denkgeest, dan lukt het me ook om me voor te stellen dat die er niet alleen een tafeltje op het filmdoek verschijnt, maar dat er tegelijkertijd een schijngevoel ontstaat dat er vanuit een ikje naar dat tafeltje wordt gekeken. Laat ik het maar een paar keer herhalen om me extra ik te voelen. Door de projectie van die lamp te maken geloof ik dat er een ikje bestaat dat er naar kijk. Wow, het werkt. Nog eens wat proberen: door een projectie te maken van een eng beest wat me aanvalt lukt het me om de rol te spelen van angstig en vluchtend ikje. Hé zeg; dat met aanvallen werkt extra goed. Ik projecteer nu eens een ander mens die mij beledigt en zegt dat ik er geen bal van snap. Yes, dit werkt goed; door die boosheid te koesteren heb ik me nog nooit zo’n afgescheiden “ik” gevoeld als nu.

Maar nu terug. Genoeg gespeeld. Ik heb geen ander materiaal voor handen voor m’n flauwekul- projecties dan mijn eigen denkgeest. Vanuit mijn denkgeest heb ik als het ware het beeld van een stoel, lamp, roofdier, vervelende broeder laten “stollen” zodat ik me afgescheiden kan voelen. Maar ik kijk dus slechts naar zelfgemaakte beelden. Naar gestold bewustzijn. Alles is slechts gestold bewustzijn: deze kleerhanger, dit tijdschrift, deze vinger, dat lichaam. Alles.

WB29: God is in alles wat ik zie

Jezus broeder, wat een keuze!

onkwetsbaar

Het is mogelijk besef te krijgen van je onkwetsbaarheid als Zoon van God. Wat komt er bij je op als je dit leest? Kan het zo zijn dat er weliswaar iets van hoop opgloeit maar dat dit direct gekoppeld is aan de gedachte “maar dat is voor mij nog wel een eindje weg hoor?”. Lees dan verder, misschien is het veel dichter bij dan je denkt.

De meeste van ons zijn vertrouwd met de Cursus-uitspraak: “Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie (WB31)”. De reikwijdte hiervan kan zich eindeloos verdiepen en is de bron van onze hoop. In eerste instantie spelen we een beetje verstandelijk met de uitspraak dat we geen slachtoffer zijn van omstandigheden en dan worden we direct geconfronteerd met een standaard truc van onze duale manier van kijken (ons ego) die ons dan natuurlijk wijsmaakt dat wanneer we geen slachtoffer zijn automatisch dus dader zijn. Wat hebben slachtoffer en dader met elkaar gemeen? Ze zijn allebei onlosmakelijk verbonden met het duale gedachtengoed waar we zo graag mee spelen. Ga maar na: zowel als slachtoffer maar ook als dader voel je afgescheiden van het grote geheel. Mogelijk zet je het duale slachtoffergevoel overboord maar vervang je het direct door het duale dader-gevoel: wat ben ik stom (schuldig) dat ik alles mezelf aandoe. Dit kan weer naadloos overgaan in een slachtoffer-gevoel: maar ik weet toch echt niet hoe ik hiermee moet stoppen..

Wat te doen? Laat ik het illustreren met een voorbeeldje. Ik heb te leren omgaan met NAH, niet aangeboren hersenletsel. Eén van de gevolgen ervan is dat ik me ongeveer één uur kan concentreren op ingewikkelde informatie. Binnenkort moet m’n jongste dochter haar natuurkunde (PWS-) werkstuk op de middelbare school presenteren en de ouders mogen als publiek aanwezig zijn. Ik vind dit super leuk maar het programma duurt 2 uur; er zijn natuurlijk verschillende presentaties. Voor mij is dit teveel dus, afhankelijk van de indeling van de sprekers, moet ik eerder weg of later komen. Dat vind ik naar en vervelend richting andere leerlingen en ouders. Zo van “nou, het gaat om de presentatie van mijn kind en de rest zakt er maar in!” Ik heb nu te maken met een vorm van anticipatie angst en zoek naar oplossingen. Zal ik de leraar die het begeleidt de situatie uitleggen? Moet ik me kort met redenen excuseren als ik eerder wegga of later binnenkom? Maar ik houd er niet van om met zo’n “zielig” verhaal te komen. Moet ik me er gewoon niks van aantrekken wat andere ervan vinden? Ook weer zo bot. Hé getver; dat snerthoofd ook!

Langs deze lijn gedacht zit ik nu dus al wat bezorgd te piekeren over een nare situatie die “me gaat overkomen” (slachtofferrol). Ik heb hier niet omgevraagd: noch om die NAH noch om deze vervelende gevolgen. Het ego wil, zoals uitgelegd, nu het traject inslaan van “kennelijk heb je hier toch allemaal om gevraagd, sukkel”. Maar die kennen we. Er is vergeving nodig. In m’n vorige blog (need to know!) beschreef ik de affirmatie-benadering. Zo zou ik mezelf eraan kunnen herinneren dat ik niet een gebrekkig lichaam ben met beperkingen maar een onbegrensde Zoon van God. Dat is zeker wáár en het voelt even lekker. Ook als ik nare reacties zou krijgen zou ik mezelf zo kunnen troosten. Laat ze maar kletsen joh; je bent geliefde door je Vader. Maar in genoemde blog gaf ik ook aan dat we verder mogen gaan dat een warm troostbadje. We hebben de gelegenheid om veel meer in onze kracht te gaan staan dan ons slechts even te laten vertroetelen door de liefde.

Als Zoon van God heb ik een machtige keuze te maken. Dat hele denkbeeldige scenario bestaat niet. Het is een bouwwerk van mijn aanvalsgedachten. Nu, anderhalve week voor de presentaties, kies ik als Zoon van God ervoor om een gedachtenconstruct te geloven van een zwak ventje met NAH dat bedreigd kan worden. Waartoe zou ik dit doen als onkwetsbare Zoon van God? Om het spel van afscheiding te spelen! Het is de door mij als Zoon van God gekozen truc om angst te ervaren in een illusoire duale droom. Ik kan ervoor kiezen deze droombeelden te geloven en ze te maken tot denkbeeldige oorzaak van gevolgen op zielige Simon. Of ik kan het mechanisme doorzien en me verbazen en verheugen. Wat een bizar spel verkies ik toch steeds weer om te spelen? Ik lijk er wel aan verslaafd zeg, want hoewel ik het nu zie gebeuren voelt het haast ongepast om me geen zorgen te maken en het gewoon los te laten. Mag dit wel zomaar? Het voelt een beetje eng en grenzeloos, alsof “ik” een beetje verdwijnt. Altijd heb ik mijn ervaringsdeskundige, mijn oudere broer, in de buurt. Hé Jezus, broer, jij hebt dit ook allemaal meegemaakt. Is dit wat je wilde laten zien toen je weigerde de soldaten als daders van je kruisiging te zien? Wij zijn toch het Zelfde? We zijn toch als Christus verbonden met elkaar? Wow hé, dan wil ik die liefdevolle Christus-blik met je delen in deze kwestie.  Laat me kijken door jouw Christus ogen. Jezus man, wat een mooie keuze bied je me!

WB 26: Mijn aanvalsgedachten zijn een aanval op mijn onkwetsbaarheid

Need to know!

need to know

God kan jou niet helpen als jij dat stiekem zelf niet wilt. Zo, vanmorgen val ik even stevig met de deur in huis. Ik denk dat het nodig is, hard nodig, om een echte omkeer middels de Cursus te ervaren in je leven. Ik zal het proberen uit te leggen aan de hand van een situatie die terugkeert tijdens de meeste Cursus-bijeenkomsten.

Tineke (fictief voorbeeld) ervaart veel ellende en wil daar natuurlijk vanaf. Medecursisten of de leraar willen graag helpen en vertellen haar dat zij zich vergist in wie ze gelooft dat ze is. Tineke denkt dat ze een lichaam is met fysieke of psychische problemen maar ze is natuurlijk een geliefd Kind van God, één en al liefde en onschuld. Dit willen zij Tineke zo snel mogelijk laten weten. “Wees even stil Tineke en herinner je wie je bent; je bent liefde. God houdt van jou en wij ook. Wat gebeurt er nu met je?”. En jawel, dit helpt omdat het 100% wáár is en een lach breekt door bij Tineke en ze ervaart opluchting. “Dank jullie wel, ach ja, ik voel me nu zo ontspannen”, verzucht ze. Deze woorden voelen als een warm bad en Tineke voelt zich eventjes beter. Maar gek genoeg beklijft deze aantrekkelijke vrede niet lang, hoe kan dat nu?

Eerst het grote voordeel van bovengenoemd gebruik van positieve affirmaties. Ze laten je zien dat er iets te kiezen valt en dat dit direct je ervaring beïnvloedt. Dat is Cursus in optima forma; geen droge theoretische kennis maar een levende ervaring en je kunt jezelf trainen om dit steeds consequenter te doen. Helemaal oké. Maar je kunt nog beter en effectiever gebruik maken van de woorden van Jezus in de Cursus. Want, zoals gezegd, terugval is eerder regel dan uitzondering en dan gebeurt er weer iets naars waardoor je weer terug lijkt bij áf. Of diep in je blijft ongeloof bestaan over die ware Identiteit als Kind van God. Zo heeft Tineke een erg moeilijke jeugd gehad en zagen haar ouders haar niet staan. Dit blijft naar boven komen en telkens gaat Tineke weer in gevecht met haar negatieve zelfbeeld door te schermen met positievere affirmaties.

Een eenzijdig gebruik van positieve affirmaties werkt weliswaar, maar zonder kennis van de hele Cursus blijf je hangen. Punt is dat Tineke direct wil genieten van een warm bad en meent dat de metafysica van de Cursus slechts lastig is en ook niet helemaal nodig. Het is toch voldoende als ik mijn liefdevolle broeder Jezus , mijn Vader of de Heilige Geest om hulp vraag? Het ego is blij. Af en toe even badderen maar vervolgens kan de illusie van afscheiding voortgezet worden.

Wat is dan dat deel van de Cursus waarvan iedereen wel het bestaan kent maar wat toch zelden echt helemaal door lijkt te dringen? Laat ik niet alles voorkauwen maar slechts een paar vragen stellen.

  • Wat is het verschil tussen een speciale (warm-bad-) liefdesrelatie met God en een heilige relatie?
  • Is Tineke echt het slachtoffer van nare omstandigheden waartegen ze 24/7 moet worstelen?
  • Is genezing van de denkgeest hetzelfde als regelmatig in bad gaan?
  • Of, een paar willekeurige Tekstboek-termen: Wat zijn afgoden van ziekte en waartoe aanbid ik deze?
  • Waartoe voer ik oorlog tegen mezelf?
  • Waarom koester ik het doel van speciaalheid?

We blijken weerstand te koesteren tegen het inzicht dat we verslaafd zijn aan zonde-schuld-angst. Wapnick noemde deze zo mooi “de onheilige drie-eenheid”. Stiekem blijven we dit trio aanbidden om onze illusie van afscheiding te eren. Zolang we dat niet totaal doorzien blijven we God naar onze illusie van ellende brengen om ons even te koesteren. Maar in feite roept onze buitenkant: “verwarm mij met Uw Liefde” terwijl vanuit het diepst van onze denkgeest hierop direct volgt “maar laat me blijven geloven in de illusie van een afgescheiden Tineke”. En onze Vader is zo liefdevol dat Hij onze wens respecteert. Liefde dwingt ons niet als we eigenlijk de illusie van afscheiding willen.

Wij zijn een almachtig Kind van God dat er voor kiest afscheiding te ervaren. Affirmaties kunnen ons helpen om even vrede te ervaren en ik bid dat dit leidt tot kennis van wat we als Kind van God dan op zo’n moment even anders doen dan gewoonlijk. De fijne ervaring mag voor ons geen tijdelijke opkikker zijn maar een ingang tot verdieping, genezing en ontwaken. Niet door ons af te vragen: “waarom gaat het hierna toch weer verkeerd en overkomt me weer ellende?”. Maar door met kennis van de hele Cursus op te merken: “Hé, als almachtig Kind van God kies ik toch weer voor het ervaren van ellende. Kennelijk ben ik nog niet uitgespeeld met het bizarre spel van geloven in afscheiding. Laat ik de Liefde, mijn ware Identiteit, vragen om voor mij te kiezen want het is welletjes geweest”.

WB24: Ik zie niet wat mijn hoogste belang is.