
Hoe lang blijft die gek nog aan de macht? Dat vroeg ik me af toen ik Trump zag spreken over Mexicaanse vluchtelingen. Hij deed daarbij een poging om te rechtvaardigen dat kinderen van hun ouders gescheiden werden. Het was maar voorlopig en de kinderen werden verder humanitair begeleid. Huh? Liefst zie ik Trump als een soort misplaatste grap, een verdwaalde gek. Totdat ik besef dat hij gekozen is door de bevolking van de Verenigde Staten. Hij kreeg, pak hem beet, ongeveer de helft van de stemmen. Dus dat betekent dat hij zo’n 150 miljoen Amerikanen vertegenwoordigt. Eigenlijk wat minder want de niet-stemgerechtigden moeten hier nog af maar in elk geval geldt dat veel, heel veel bewoners uit een geciviliseerd land deze blaaskaak wel oké vinden. Ongelofelijk!
Dit leek een schokkend inzicht te zijn totdat ik het nog wat breder trok. Trump illustreert ego-krachten, niet alleen van hemzelf, niet alleen van de helft van de Amerikaanse stemgerechtigden maar van ons allemaal en, slik, ook van mij. Hij is een vergrotende spiegel die onze innerlijke strijd laat zien tussen twee krachten; de kracht van afscheiding (ieder en vooral Amerika voor zich) en de kracht van verbinding (laten we toch samenwerken op zoveel mogelijk gebieden als milieu, handel, mensenrechten enzovoorts). We zien op het wereldtoneel de uitvergroting van dit ogenschijnlijke gevecht.
Hoezo ogenschijnlijk? Omdat een woord als ‘gevecht’ ons geen stap verder helpt en een koekje van hetzelfde verzuurde ego-deeg is. Moeten we dan de afscheidingskrachten maar gewoon laten gebeuren? Mogen we niet onze verontwaardiging uitspreken en in verzet komen? Dat beweer ik niet. We hoeven niet met de handen op de rug zwaarmoedig te gaan zitten zuchten en we hoeven ook niet onszelf een onverschilligheid aan te meten waarvan we menen dat dit overeenstemt met wat de Cursus ons probeert te leren. We mogen binnen de nachtmerrie gewoon in actie komen maar het is wel de uitnodiging om dit niet te doen vanuit een veroordelende denkgeest die geloof hecht aan aanval en verdediging.
Want wat we zo uitvergroot zien is niet het gevecht tussen goed en kwaad. We zien ons eigen ego-wens tot afscheiding en als we hierop reageren met een vechtersmentaliteit dan versterken we de illusie van afscheiding slechts. Dan krijgen we nieuwe oorlogen waarbij we geloven dat “God is met ons” geldt. Nee, God en de Liefde vechten niet. Jezus, onze oudere broer en voorbeeld, vocht niet toen hij gearresteerd werd. De uitnodiging aan ons adres is om te zien hoe die ego-krachten ook in onze denkgeest werken. Wij zijn niet bang dat Mexicanen ons land overspoelen. Maar wat als de boten met vluchtelingen uit Afrika nu eens doorvaren en met duizenden donkere Moslimbroeders in onze havens aankomen? Een AZC bij ons om de hoek wellicht? Het voorbeeld van de bedreiging van onze materiele welvaart is slechts een uiting van een dieper gelegen kwestie. Uiteindelijk gaat het allemaal terug naar het geloof in afscheiding en het daarmee ontstane gevoel van kwetsbaarheid en angst voor de dood.
Wij menen veel geld nodig te hebben om comfortabel te blijven leven en willen dit niet delen met vluchtelingen. Wij geloven in een toename van agressie waarbij we in “Opsporing verzocht” zien dat de vermoedelijke daders te vaak een donkere huidskleur hebben. Moeten we dit naïef naast ons neerleggen? Moeten we, zoals mijn oma het vroeger zei, onze portemonnee maar aan de deurknop hangen? Zie je hoe makkelijk die overgang gemaakt wordt van verontwaardiging en bewogenheid naar piekeren over wat we dan wel moeten doen en de daarbij opkomende angstgevoelens? Hierin zijn we dus totaal vergelijkbaar met wat Trump ons laat zien. Ons ego haast zich nu om te zeggen dat wij ook wel een beetje reageren vanuit angst maar dat wij niet zo bot en asociaal zijn als Trump. Pieuw, gelukkig, ons onschuldig en welwillend gelaat is weer gered.
Laten we helder zijn. Wij identificeren ons met ons lichaam, wij menen dat we kwetsbaar zijn, wij zijn bang en wij handelen oh zo vaak vanuit deze angst. Maar wat dan? Dan geldt telkens weer dat de Cursus ons geen handvatten biedt voor wat we zogenaamd concreet, dus in onze droom, moeten doen. Is dit een flauwe manier om me ervan af te maken? Een sleetse cliché? Allerminst, want de Cursus leert ons wel degelijk zeer precies wat we moeten doen. We moeten onze eigen angsten herkennen in die van wat we buiten ons menen te zien. Dank hiervoor broeder Trump! En dan vraagt Jezus ons om opnieuw te kiezen. Wat willen we geloven? Willen we geloven dat we een klein en kwetsbaar zelf zijn of willen we geloven dat we liefde zijn? De macht om te beslissen is aan mij (152).We mogen wat we zien naar het licht brengen en het leren zien als een uiting van liefde of een roep om liefde. Alle dingen zijn een weerklank van de Stem namens God (151). En dan, als de eenheid herinnerd wordt, mogen we de liefde laten stromen tot in onze droom aan toe. Hoe ziet dat er dan uit? Dat weten we niet van tevoren. Misschien gooien we liefdevol de tafels van de verkopers in de tempel ondersteboven. Wie zal het zeggen? Maar pas als we onze ware Identiteit leren herkennen en die van Trump kan er iets nieuws en moois herinnerd worden.
WB 171: God is louter Liefde, en dus ben ik dat ook.
Vroeg in de middag rijd ik in de auto met mijn vrouw door Hoofddorp. Twee fietsers willen de staat oversteken en de voorste, een lange man, besluit dat ik hem maar voorrang moet geven. Hij ziet me aankomen maar wil niet remmen en rijdt langzaam maar dwingend alvast een stukje mijn rijbaan op. Er komt woede in me omhoog en ik weet dat hij uiteindelijk zal remmen als ik gewoon doorrijd. En dat doe ik dan ook. Terwijl ik langs hem rijdt roept hij me door het open raam nog een cynisch “en bedankt!” toe. Ik weet een ordinair gebaar nog net te onderdrukken en vervolg mijn weg.
In het Nieuwe Testament wordt over Jezus geschreven en in de Cursus wordt door Jezus gesproken. Dat is een verschil. Een groot verschil. Natuurlijk schreven de auteurs van de Bijbel vanuit inspiratie en hun woorden hebben miljoenen geïnspireerd. Maar de boodschap van liefde wordt helaas vertroebeld door uitingen van angst, schuld en zonde afkomstig vanuit geloof in afgescheidenheid. De auteurs luisteren, net als de discipelen en wij, naar de stem van het ego als we willen spreken over God. Dan treedt onherroepelijk projectie op. Als we geloven in eigen afgescheidenheid dan projecteren we vanuit de angst die hiermee gepaard gaat aanvalsgedachten op anderen. We menen dat God tegen ons is en slaan daarom net zoals Kain onze broeder Abel de hersens in. In deze nachtmerrie van afscheiding, zonde, schuld, angst en aanval projecteren we onze kenmerken van afgescheidenheid op God, op de Liefde die we zijn. Nu hebben we plotseling te maken met een God die net als ons ego gelooft in zonde, schuld, vergelding en wraak. Nu moet er bloed vloeien. Van offerdieren, van andere volken en uiteindelijk zogenaamd van het lam van God, Jezus.
Sinds enkele maanden ga ik soms op bezoek bij een oudere, wat eenzame man. Ik noem hem nu maar even Max. Max is goed opgeleid en behoorlijk taalvaardig. Maar hij is ook behoorlijk vergeetachtig. Verder heeft hij een fiks lichamelijk probleem waarvoor hij geopereerd moet worden. Toen ik kennis maakte met Max vertelde hij me wat hij zo rondom de komende operatie had meegemaakt in het ziekenhuis. Hij schetste een beeld van artsen die hem niet serieus namen en óver hem spraken in plaats van mét hem. Zo hadden ze niet aan hem zelf verteld over de zware operatie die hem te wachten stond maar had hij dat in de wandelgangen van het ziekenhuis moeten opvangen. Zijn specialist was zeer slecht voorbereid want deze beweerde dat Max al voor de derde keer op bezoek was terwijl Max 100% zeker wist dat het pas de tweede keer was.
Werkboekles 160 gaat over angst: Ik ben thuis. Angst is hier de vreemdeling. Als ik me hier een voorstelling van maak dan komt er een beeld naar boven waarbij iemand m’n huis binnendringt en ongewenst plaatsneemt op de bank. Deze duistere figuur doet alsof hij hier thuis is en verziekt de sfeer door zijn aanwezigheid. Toch is me dit beeld te beperkt, te zeer afgebakend. Natuurlijk ben ik wel eens bang voor een specifiek iets of voorval. Gewoonlijk is de angst die ik ervaar echter minder afgebakend en diffuser. Er is dan eerder sprake van een donkere sfeer, een vaag gevoel van onbehagen. Soms lukt het om middels wat onderzoek dan toch te komen tot een wat concretere aanleiding maar dikwijls ook niet.
De werkboekles van vandaag luidt: Ik ben een van de dienaren van God (154). Een les met een prachtige en diepe boodschap. In een eerste reactie bedenk ik zoiets van “ja, ja; ik doe m’n best!”. Dan lees ik dat het gaat over het zijn van een boodschapper. Ook dan is m’n begrip eerst oppervlakkig als ik meen dat ik ook andere broeders en zusters op het bestaan van de Cursus dien te wijzen. In feite sla ik met beide opvattingen de plank mis.

Toen ik de Cursus voor de tweede keer las kreeg ik de indruk dat ik er bij de eerste keer lezen weinig van begrepen had. Bij een derde herlezing overviel me hetzelfde gevoel. En zo ging het maar door. Dit is geen oproep om een Cursus-verslaafde te worden. Als het gezien wordt dan wordt het gezien maar de lezers die dat betreft zullen deze “waarschuwing” niet nodig hebben. Het langzaam duidelijker worden van de Cursus bij het telkens herlezen ervan illustreert slechts mijn aarzeling om de waarheid binnen te laten komen. Deze bereidwilligheid groeit bij mij kennelijk maar langzaam.