Wonderlijker dan je denkt

ik snap het niet

Zonder dat we het beseffen vervormen we alle boodschappen die de Cursus ons geeft door deze vanuit geloof in afgescheidenheid te bezien en overdenken. Ik noem dit graag onze blinde vlek. Het is de grondovertuiging dat we een ongelukkig afgescheiden zelf zijn dat middels de Cursus gelukkiger kan worden. De Cursus probeert dit te voorkomen door verschillende woorden te gebruiken voor ego-begrippen en voor de Cursus-boodschap. Of ze legt uitvoerig uit op welke nieuwe manier wij een woord dienen te bezien. Neem als voorbeeld de term “vergeven”. Als we vanuit geloof in afscheiding denken aan vergeven, dan is er iemand fout geweest en er is iemand die besluit om deze fout door de vingers te zien. Jezus legt uit dat er nooit een schuldig afgescheiden persoon heeft bestaan en dat vergeven neerkomt op het niet aanrekenen van ongerechtigheid die niet gebeurd is. In feite vergeven we altijd ons eigen onzinnige oordeel waarmee we een vijandige wereld willen projecteren zodat we onszelf lekker afgescheiden kunnen wanen.

Vandaag gaat les 45 over “denken”. Vanuit ons geloof in afscheiding snappen we wel dat we de boel niet helemaal goed begrijpen en dat er iets van correctie nodig is. Hetzelfde geldt voor onze manier van zien. Die zou ook niet helemaal kloppen en wat bijstelling behoeven. Maar ons zien is niet een wat beperkte visie. Ons denken heeft niets te maken met de werkelijke gedachten van God. Ons waarnemen is geen Zien. Ons weten is geen Kennis. Ons zelf is geen Zelf. Ga zo maar door. We praten niet over kwantitatieve verschillen, zo van: als we er een beetje aan schaven dan zitten we aardig op de goede weg. Dat schaven vinden we heerlijk om te doen. We voelen ons bijvoorbeeld een ongelukkig en afgescheiden zelf en willen positievere ervaringen. Zodra we ons wat gelukkiger voelen menen we dat we er zijn en als we niet oppassen geven we voordat we het doorhebben workshops om anderen te leren “hoe ze gelukkiger kunnen worden en hun diepste wensen uit kunnen laten komen”, met de Cursus in ons hand.

En jawel; we mogen gelukkige studenten zijn en blijdschap ervaren. En nee, een overhaast menen dat “jij” er nu bent en “anderen” wel eens zal uitleggen hoe ze ook zo happy kunnen worden is niet fout noch zondig. Maar zowel een zelfje dat zich somber voelt als een zelfje dat dol is op zichzelf kunnen zelfjes blijven die menen dat ze er nog niet- of juist wél zijn maar allebei nog totaal gevangen zijn in de illusie van afscheiding. Binnen de droom is het heerlijk om te kiezen voor een fijne droom boven een nachtmerrie maar met ontwaken heeft het niets van doen.

De Cursus gaat niet over het oppoetsen van de oude ego-werkelijkheid. Wij willen een sprookje dat eindigt met “en hij of zij leefde nog lang en gelukkig”. De Cursus komt met een ander verhaal. Ze leert ons dat wat wij “leven” noemen neerkomt op het geloven in de werkelijkheid van een afgescheiden lichaam dat een tijdje rondwandelt in een illusoire wereld. Totaal schuldeloos, wat we ook verkiezen te dromen, maar nog steeds “dromen”. Ons “kijken” gaat uit van de echtheid van wat we menen te zien. Visie gaat over het doorzien van de illusie van een ikje dat kijkt. Ons weten en begrijpen gaat over het op een rijtje proberen te krijgen van concrete concepten. Kennis gaat over het doorzien van de waarde(loosheid) van ons kleine denken, het vergeven ervan en de ervaring van vrede en eenheid. Als we menen dat we er wel zo’n beetje zijn kunnen we zelfgenoegzaam worden. Hoe anders is de houding die de Cursus ons in alinea 8 van de werkboekles van vandaag aanreikt:

  1. Op deze Grondslag nu zijn de oefeningen voor vandaag gericht. 2Hier is jouw denkgeest verenigd met de Denkgeest van God. 3Hier zijn jouw gedachten een met de Zijne. 4Voor dit soort oefening is maar één ding nodig: benader het zoals je een altaar benaderen zou dat in de Hemel aan God de Vader en God de Zoon is gewijd. 5Want zodanig is de plaats die jij probeert te bereiken. 6Je zult waarschijnlijk nog niet in staat zijn te beseffen hoe hoog jij tracht te reiken. 7Maar zelfs met het kleine beetje inzicht dat je al verworven hebt, zou je in staat moeten zijn jezelf voor te houden dat dit geen loos spel is, maar een oefening in heiligheid en een poging het Koninkrijk der Hemelen te bereiken.

 Voel je de tederheid van deze oproep? Jezus, onze broeder met wie we één zijn in Christus, zegt heel zacht: “lief kind, denk niet dat je het allemaal wel weet. Je hebt misschien een glimpje opgevangen en daar mag je blij mee zijn. Maar blijf je openen in diepe verwondering. Open je voor de onschuld en vrede die alle verstand te boven gaat. Je bent me zo dierbaar.

Ik maak me druk over..

boze voetbalsupporter

Gisteren keek ik naar de samenvattingen van de voetbalwedstrijden uit de eredivisie. De camera zoomde in op een supporter die met boze grimas en gebalde vuist zijn ongenoegen ergens over kenbaar maakte. Op zijn schoot zat een schattig roodharig ventje van een jaar of acht die net als, naar ik vermoed, zijn vader zijn vuistje balde en boos joelde. Ik dacht na over de belangen in het voetbal. Het is op professioneel niveau allang niet meer een spelletje waar 2×11 mannen plezier aan beleven. Het gaat om winnen, prestige en uiteindelijk om grote financiële belangen. Het is wat goedkoop om badinerend over voetbal te praten en de fans uit te lachen die zich boos maken als het een mannetje niet luk een bal in een netje te schoppen. Het klopt; zij nemen het spel te serieus en vergeten om te lachen. Maar dit klinkt akelig bekend.

Ik ging bij mezelf eens na wat ik momenteel serieus neem. Eerst komen dan zogenaamd grote kwesties in beeld zoals onzekerheid over financiële kwesties. Maar vanmorgen probeerde ik mijn tegoedbon (2,50 euro) die ik gekregen heb Bol.com te incasseren door een e-boekje te kopen. Dit lukte niet, ik bespaar u de details. Gelukkig kan je 24/7 terecht bij de chat-helpdesk en zo lag ik vanuit mijn bed m’n uiterste best te doen om het probleem te fiksen. Ik merk dat ik dan wat dwangmatig word: het moet opgelost worden en wel nu. Achteraf voelt het of je ongemerkt een fuik in zwemt waarbij het bewustzijn zich vernauwt tot die ene kwestie die vervolgens een overdreven groot belang krijgt.

Toen ik nog werkte verbaasde ik me soms over mijn gepensioneerde vader die zich druk kon maken over, in mijn ogen, niks. Bijvoorbeeld de buren die iets onbenulligs hadden gedaan waar hij zich aan ergerde. Hij had helemaal geen hekel aan de buren en was de eerste die klaar stond om te helpen toen de buurman ziek was. Maar toch, die gekke neiging van ons om ons druk te maken. Wij maken hierbij onderscheid tussen grote en kleine dingen. We lachen om mensen die zich druk maken over een voetbalwedstrijd, het incasseren van een tegoedbonnetje of de plek waar de buurman zijn vuilnisbak zet. We hebben begrip voor mensen die maar blijven malen over een echtscheiding, dreigend ontslag of over ziekte van zichzelf of een dierbare.

In alle gevallen is er sprake van angst en boosheid omdat iets niet loopt op de manier die wij willen. We voelen ons dan slachtoffer van een situatie waar we, volgens ons, niet om gevraagd hebben. De Cursus maakt geen onderscheid tussen kleine en grote kwesties. Jezus wijst ons erop dat het serieus nemen van de illusie is waarvoor wij willen kiezen. We hebben er namelijk een doel mee. We willen ons bang en boos lmaken opdat we ons afgescheiden kunnen voelen en op die manier de illusie van afgescheidenheid overeind kunnen houden. Hoe raar is dat? Je hoeft dit niet te geloven want je kunt het eenvoudig checken door te voelen wat het met je doet als je een situatie niet accepteert zoals deze is en fanatiek een betere situatie najaagt. Je voelt dan de kramp en afscheiding plaatsvinden en je meent op grond hiervan dat je inderdaad een ikje bent dat in narigheid verkeert.

Dan is er telkens weer die keuze. Blijf je hangen in je obsessie en koester je je angst en boosheid of ben je bereid de liefde uit te nodigen en de zachtheid te ervaren. Of, zoals de Cursus het zegt, wil je gelijk hebben of vrede ervaren? Het ego protesteert: ”ja maar, ja maar”. Moet ik dan alles maar goed vinden? Wordt het leven dan niet één vlakke bedoening? Maar zo is het niet. De kwestie is niet dat je niet handelend op zou mogen te treden in de droomwereld. De vraag is wat je bron is en daarmee wat je doel is. Is je bron je ego en je doel om jezelf afgescheiden te wanen? Oordeel dan gerust verder en je zal oogsten wat je zaait. Is je bron de Liefde (Vader, Jezus, Heilige Geest, Zelf)? Dan is je middel vergeving en het laten stromen van liefde en het doel is vrede en eenheid ervaren. Dat kan eng en haast ongepast voelen maar als je ervan geproefd hebt krijg je de smaak te pakken en wordt dit de kant die je op wilt. Terug naar huis, de herinnering, naar de vrede, naar de liefde.

Die keuze heb je altijd, bij elke kwestie die als leermoment op je pad komt. De bron van liefde is altijd beschikbaar om uit te drinken. Je hoeft er maar om te vragen en bereid te zijn je te laten corrigeren in je vergissing. Je hebt alles wat je ziet de betekenis gegeven die het voor je heeft om het spel van afscheiding te spelen. Nu kun je je oordeel overgeven en Zijn betekenis laten schrijven op de wereld. Je zult versteld staan.

WB 42: God is mijn kracht. Visie is Zijn geschenk.

Over Nederlandse klimaatdoelen, schuld en verantwoordelijkheid.

pieter geenen milieu

In een groepsgesprek met ECIW-studenten sprak een lieve zuster haar verbazing uit over de complexiteit en enormiteit van de problemen die ons in de wereld lijken te omringen. “Ik kan me nauwelijks voorstellen dat ik zoiets ingewikkelds zelf gemaakt (geprojecteerd) heb”, zei ze verwonderd. Een andere deelnemer antwoordde met wijze woorden die echter makkelijk foutief begrepen kunnen worden. Ze zei: “dat is ook niet jouw projectie maar een collectieve projectie die je ziet”. De vraagsteller leek opgelucht.

Dit brengt me op twee klassieke valkuilen waar we in kunnen trappen:

  1. Als alle ellende mijn eigen projectie betreft dan ben ik hier dus zelf schuldig aan.
  2. Als ik last heb van een collectieve projectie dan kan ik daar zelf niks aan doen.

Het lastige bij dit soort leuke gesprekken is dat we direct gaan denken om een oplossing te vinden die logisch klinkt. Maar de “we” die uit de startblokken schiet is reeds onderdeel van de illusie en gebruikt een instrument (denken) dat bedoeld is om de illusie te versterken door de ondeelbare werkelijkheid te zien als de optelsom van ontelbare fragmenten. Anders gezegd: ons denken is gebaseerd op de dualiteit. Terug naar de valkuilen. Bij de eerste valkuil (ik heb alle ellende zelf gemaakt en ben schuldig) menen we dat wij als afgescheiden ikje de macht zouden hebben een complexe wereld te maken. Terecht sprak de vraagsteller hier haar twijfel over uit. Ik, in mijn identificatie als Simon, zou lijden aan grootheidswaanzin als ik zou denken dat ik het universum in mijn hand zou hebben. Dan gaat ons denken puzzelen. Als we nu eens de projecties van 7 miljard mensjes (fragmenten) bij elkaar optellen. Hebben we dan een verklaring voor alles wat we om ons heen menen te zien? Het verdunt wel heerlijk onze schuld: er zijn nu 7 miljard minus 1 andere daders en in feite ben ik dus helemaal het slachtoffer van projecties van al die oenen bij elkaar. Gelukkig, nu hoef ik me niet langer schuldig te voelen. De overmacht aan negatieve projecties is simpelweg te groot en overweldigend.

Dit gesprekje kwam in mijn gedachten toen ik vanmorgen in de Trouw stukjes las over de klimaat discussie (Zie afbeelding door Pieter Geenen, Trouw 6 feb 2019). Moeten we als Nederlanders ons wel aangesproken voelen als het de verontreiniging van onze planeet betreft? Ons bijdrage is maar 0,0003% of zo dus zijn we 99,9997% onschuldig. Moeten wij ons dan aangesproken voelen voor de ellende die China, Amerika, Rusland, India en andere viezeriken veroorzaken? Moeten wij dan als braafste jongetje van de klas pijnlijden (gestraft worden, economische offers brengen) voor wat die anderen gedaan hebben? Dan zijn we slachtoffer van de wereld die we zien. Wij willen de straf hiervoor niet dragen!

Uit deze discussie kom je niet via ons gebruikelijke ego-manier van denken die uitgaat van afgescheidenheid. Het helpt ook niet om met de Cursus in ons had te zoeken naar pasklare gedragsregels. Merk dat je misschien nu verwacht of hoopt te horen dat we als Nederland het voortouw moeten nemen en onze verantwoordelijkheid moeten pakken zelfs als het ons pijn doet. Dan moeten we maar de milieumartelaar van de wereld worden.

Dat is echter niet de kwestie. Afgescheiden Simon is niet degene die het universum heeft gemaakt en afgescheiden Nederland is niet het land dat de wereld tot een afvalberg dreigt te maken. Hetzelfde geldt voor alle bewoners en alle landen op de wereld. Het probleem betreft de ziekte in die ene denkgeest. Daar is het malle idee van afscheiding ontstaan. Wij zijn als Zoon van God oneindig machtig en oneindig veel intelligenter dan de som van alle mensjes die geloven in afscheiding. Als Zoon van God delen we de scheppingskracht van onze Vader en kan er zelfs in de materie een universum geprojecteerd worden dat de oneindige intelligentie weerspiegelt. Dit staat in geen verhouding tot wat wij als afgescheiden mensje kunnen bedenken en maken. Deze intelligentie, die we bijvoorbeeld in de natuur weerspiegeld zien, toont iets van de grootsheid van de schepping.

In deze denkgeest wordt het idee van afscheiding gekoesterd en wordt het ieder voor zich tussen de denkbeeldige fragmenten (mensen en landen). Nu vliegen de beschuldigingen over en weer; niet ik heb het gedaan maar jij! Maar dan het wonder van echte verantwoordelijkheid nemen. Er is maar één plek waar genezing van de denkgeest kan plaatsvinden: hier, bij mij, bij jou. Hier mag de vergissing van afscheiding naar het licht gebracht worden, Hier mag genezing van de denkgeest plaatsvinden. Van Simons denkgeestje? Zie de valkuil van het willen opknippen van de eenheid tot machteloze denkbeeldige fragmentjes. Nee, hier mag de illusie doorzien worden van de zogenaamde echtheid, macht en schuld van een afgescheiden zelf. Hier mag genezing door liefde plaatsvinden zodat deze liefde de bron mag worden en onze neutrale lichamen niet misbruikt worden voor graaien, aanvallen en beschuldigen maar voor het zichtbaar maken van de liefde die ons draagt.

Dus laten we blij zijn met iedere uiting van verbondenheid. Laten we blij zijn met het groeiend besef in Nederland en in de wereld van onze gemeenschappelijke bron in de droom: een gezonde aarde. Laat dit een begin zijn van het besef van verbondenheid in de denkgeest. Laten we elkaar niet de maat nemen maar de economische argumenten herkennen als angst en daar dus liefdevol en niet laatdunkend op reageren. Laten we blij zijn met het ontluikend eenheidsbesef van onze jeugd zelfs als hun argumenten ook wat gekleurd zijn door een lekker dagje vrij van school.

Laten we niet het milieu proberen te redden door elkaar de tent uit te vechten maar laten we ontdekken dat een groeiend besef van verbondenheid en liefde voor elkaar als vrucht een beter milieu en een gelukkigere droom met zich mee zal brengen. Genezing vindt plaats in die ene denkgeest. Graag nodig ik je uit om hoofdstuk 12 uit het Handboek voor leraren te lezen. Hier alvast de eerste alinea:

  1. HOE VEEL LERAREN VAN GOD ZIJN ER NODIG OM DE WERELD TE REDDEN?

 Het antwoord op deze vraag is: één. 2Eén geheel volmaakte leraar, wiens leerproces voltooid is, volstaat. 3Deze ene, geheiligd en verlost, wordt het Zelf dat Gods Zoon is. 4Hij die altijd al totaal geest was, ziet zichzelf nu niet langer als een lichaam of zelfs maar als in een lichaam. 5Daardoor is hij onbegrensd. 6En omdat hij onbegrensd is, zijn zijn gedachten voor eeuwig en altijd verenigd met die van God. 7Zijn waarneming van zichzelf is op Gods Oordeel gebaseerd, niet op dat van hemzelf. 8Zo deelt hij de Wil van God, en brengt hij Diens Gedachten naar denkgeesten die nog steeds in waan verkeren. 9Hij is voor eeuwig één, want hij is zoals God hem schiep. 10Hij heeft  Christus aanvaard, en hij is verlost.

Als er maar niks met m’n kind gebeurt!

vaderendochterMet de Cursus in ons hand leren we stapje voor stapje dat ons zelf niet bedreigd kan worden. Dit is al een hele klus. We moeten leren dat anderen ons niet aan kunnen vallen. Hetzelfde geldt voor financiële problemen, ziekte en uiteindelijk zelfs de dood. Het kan lijken dat we hier flinke stappen in zetten en dat geloof blijft vooral fier overeind als er niet zoveel aan de hand is. Met mooi weer, in goede gezondheid en met een beetje geld op de bank kunnen we alle bedreigingen af doen als illusoir. Het wordt lastiger als de problemen ons boven het hoofd lijken te groeien en als we ervaren dat we de situatie echt niet meer kunnen controleren. Acht jaar geleden kreeg ik grote epileptische aanvallen en bleek er een tumor in m’n hersenen te zitten. Het “ik ben niet dit lichaam” klinkt dan fantastisch maar op zo’n moment staat Hein met de zeis glimlachend naar je theorietje te kijken en ervaar je doodsangst. Gelukkig was het gezwel goedaardig en dan zeggen we dat het goed is afgelopen; ofwel m’n lichaam kon nog wat jaartjes mee.

Een andere angst, die vermoedelijk elke ouder herkent, betreft de gezondheid en het welbevinden van je kinderen. Natuurlijk leef je ook mee met je partner, als je die hebt. Vanmorgen moest m’n vrouw bijvoorbeeld op pad met een buitenlandse collega in haar auto door de sneeuw. Dat vindt ze spannend, weet ik, en ik lig me plaatsvervangend zorgen te maken, kijk op sneeuwradar en geef haar goedbedoeld maar waarschijnlijk overbodig advies. Maar dan je kinderen. Vorig jaar moest mijn oudste dochter een grote operatie ondergaan. Je houd je flink maar als je je kind in zo’n ziekenhuisbed ziet liggen moet je stevig slikken. Of m’n middelste dochter die als student naar Cambodja gaat en dan opgewekt vertelt hoe ze met een vriendin en twee aardige mannen op brommertjes een tocht door de bergen heeft gemaakt. Wie zijn die gozers? Wat had er wel niet kunnen gebeuren en hoe kan ik als er iets gebeurt haar nog helpen zo ver van hier? Maar ook zogenaamd kleine zaken. Vannacht zag ik om één uur nog het licht branden op de kamer van m’n jongste. Een paar uurtjes slaap. Dat vermoeide koppie vanmorgen, de opdracht voor Nederlands is nog niet af en dan zie ik haar op haar fietsje vertrekken om 7km naar school te gaan glibberen door de sneeuw. Vorig jaar was ze hard gevallen.

Het sleutelwoord voor het ego in al m’n voorbeelden is “machteloosheid”. Zolang het allemaal nog redelijk goed gaat of als we menen tenminste nog enige controle te hebben gaat het nog. Maar bij vermeende totale machteloosheid worden we getroffen door ons eigen geloof in slachtofferschap. We voelen ons slachtoffer van omstandigheden waar we niet om gevraagd hebben (zie les 31 van gisteren). Met angstige ogen zie ik drie kwetsbare dochters die gevaar lopen en waar ik niks voor kan doen. Mijn geloof in afscheiding viert hoogtij. Dít is waar het ego me precies wil hebben; Simon voelt zich een machteloos slachtoffer van de wereld die hij meent te zien.

Vandaag les 32: Ik heb de wereld die ik zie bedacht. Even voelt het ego nattigheid maar het is zo slim. Het beweert nu dat ik dezelfde truc moet uithalen die enigszins werkt als ik naar ellende op het journaal kijk. Het adviseert me om zo hard mogelijk te roepen dat alles een droom is, dat er geen anderen bestaan. En m’n eigen dochters? Nu geen onderscheid maken, roept het ego wreed, die bestaan ook niet! Het gaat om jouw perceptie Simon, jouw innerlijke vrede! Zweef maar lekker weg van het slagveld. Maar wat gebeurt er volgens deze ego 2.0 aanpak? Het probeert me te verleiden tot een versie van ego-onkwetsbaarheid en geloof in een geïsoleerd zelf dat niet bedreigd kan worden. Het toppunt van dualiteit, arrogantie en miskennen van onze ware identiteit als liefde. Dus NEE!!!! Niet mezelf willen afschermen van angst en pijn en me terugtrekken in een bunker hoog op de berg. Opnieuw kijken, met Zijn blik.

Weer kijk ik naar mijn dochters en naar hun vermeende kwetsbaarheid. Ik wend me niet af van mijn angst maar ga er naar toe tot ik de pijn in mijn hart voel. Laat die rauwheid er maar zijn en ik merk dat ik hierin mijn eigen kwetsbaarheid en machteloosheid ervaar. Maar dan neem ik geen afstand maar nodig ik de Heilige Geest uit of vraag ik Jezus om zijn arm om me heen te slaan en samen met mij te kijken. Dan kom ik steeds dichter bij en vindt er verbinding plaats vanuit mijn hart met hun hart. Ik voel liefde stromen en er is een zo teder contact waarin ik hun hand pak en lach door mijn tranen heen. Geen afstand maar een onverbrekelijke band, een heilig ogenblik. Met deze blik wil ik kijken, niet alleen naar mijn partner, dochter en dierbaren maar naar alles en iedereen. En zo neem ik een voorschot op de lessen van morgen en overmorgen.

Er is een andere manier om naar de wereld te kijken (33) en ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien (34). We worden gedragen door de liefde van God. Dankbaar.

 

Zo’n stom tafeltje

download

Werkboeklessen moet je gewoon doen zodat je ze kunt ervaren. Dat is het belangrijkst. We mogen onszelf de ervaring gunnen wat er gebeurt als we tegen onszelf rustig herhalen: “ik wil niets liever dan deze tafel anders zien”. Het is een voorrecht om de lessen voor de eerste keer vanuit grote onbevangenheid te ondergaan en de eerste ervaringen te hebben van de aanvang van de deprogrammering van de onjuiste programmering van de denkgeest. Vooral voor wie al langer bezig is met de Cursus kan het echter ook fijn zijn om de klik te ervaren tussen de werkboekoefeningen en de metafysica van de Cursus. Dit kan een verdere verdieping geven en de mogelijkheid tot generaliseren. Dit woord heeft in ons dagelijks taalgebruik een wat negatieve klank gekregen maar is in het licht van de Cursus goud waard.

Neem het zien van zo’n stom tafeltje. Ergens lezen we in de Cursus dat we er uiteindelijk een soort lichtrandje omheen kunnen gaan leren zien en vanuit onze programmering vatten we dat heel letterlijk op en willen we wat special halo-effecten ontwaren. Een lichtgevend tafeltje, waarom ook niet. Maar Jezus’ oefening leidt uiteindelijk tot veel grotere effecten dan een lullig lichtflitsje in oververmoeide ogen. Hij is bezig om ons iets te leren over wat wij “kijken” (of waarnemen in het algemeen) noemen.

Het lijkt zo simpel: ik ben hier en zie daar een tafel. Stilzwijgend neem ik aan dat de tafel écht is en dat de info hierover terecht komt in een echt oog en dat een ikje, dat ook echt is, daardoor die tafel kan zien. Zo geldt dit voor alles wat we zogenaamd waarnemen buiten onszelf (NB: voor waar nemen). We zijn geprogrammeerd om ervan uit te gaan dat er een ikje leeft in een buitenwereld dat deze kan waarnemen. En dan verschijnt meester Jezus en begint het grote corrigeren. De tafel betekent niets (1), ik geef er zelf alle betekenis aan die hij voor me heeft (2), ik begrijp niets van die tafel (3), ik zie die tafel niet zoals hij nu is (9), die tafel is gewoon een beeld dat ik heb gemaakt (15), ik heb daar een verborgen bedoeling mee (16,17), zoals ik die tafel zie is het een vorm van wraak die voortkomt uit aanvalsgedachten (22, 23), ik weet niet waartoe die tafel dient (25); om maar eens een paar willekeurige lessen te herhalen.

Nu, voor de studenten die de Cursus al een tijdje doen, de metafysica. In de oneindige denkgeest, die liefde is en zich verbonden weet met het Geheel (met Vader en Broeders), ontstaat een experimentje om te willen ervaren hoe het zou zijn om afgescheiden te zijn. Dit is natuurlijk onmogelijk. Als Kind van God zijn we Zijn schepping en worden we voor eeuwig bewaard in Hem. Maar we zijn net Kinderen; we willen ons losmaken en ons een eenzaam ikje voelen. Eerst maar eens de Vader op afstand proberen te plaatsen want die echte eenheid met Hem helpt niet om ons afgescheiden te voelen. En, hopla, alle duale Godsdiensten zijn geboren. We beelden ons in dat onze truc gelukt is en dat we echt van huis zijn weggelopen. Nou, dan zal papa wel boos zijn. Hopla; het beeld van een wraaklustige God is geboren en daarmee de angst voor de herinnering van de eenheid (angst voor “de dood”).

En dan een briljante ingeving van het nog eeuwig en veilig verbonden Kind: ik bedenk een droomwereld zodat ik de illusie versterk dat ik als ikje ergens naar zit te loeren! Briljant! Want als ik bijvoorbeeld een tafel projecteer binnen mijn eeuwige denkgeest, dan lukt het me ook om me voor te stellen dat die er niet alleen een tafeltje op het filmdoek verschijnt, maar dat er tegelijkertijd een schijngevoel ontstaat dat er vanuit een ikje naar dat tafeltje wordt gekeken. Laat ik het maar een paar keer herhalen om me extra ik te voelen. Door de projectie van die lamp te maken geloof ik dat er een ikje bestaat dat er naar kijk. Wow, het werkt. Nog eens wat proberen: door een projectie te maken van een eng beest wat me aanvalt lukt het me om de rol te spelen van angstig en vluchtend ikje. Hé zeg; dat met aanvallen werkt extra goed. Ik projecteer nu eens een ander mens die mij beledigt en zegt dat ik er geen bal van snap. Yes, dit werkt goed; door die boosheid te koesteren heb ik me nog nooit zo’n afgescheiden “ik” gevoeld als nu.

Maar nu terug. Genoeg gespeeld. Ik heb geen ander materiaal voor handen voor m’n flauwekul- projecties dan mijn eigen denkgeest. Vanuit mijn denkgeest heb ik als het ware het beeld van een stoel, lamp, roofdier, vervelende broeder laten “stollen” zodat ik me afgescheiden kan voelen. Maar ik kijk dus slechts naar zelfgemaakte beelden. Naar gestold bewustzijn. Alles is slechts gestold bewustzijn: deze kleerhanger, dit tijdschrift, deze vinger, dat lichaam. Alles.

WB29: God is in alles wat ik zie

Jezus broeder, wat een keuze!

onkwetsbaar

Het is mogelijk besef te krijgen van je onkwetsbaarheid als Zoon van God. Wat komt er bij je op als je dit leest? Kan het zo zijn dat er weliswaar iets van hoop opgloeit maar dat dit direct gekoppeld is aan de gedachte “maar dat is voor mij nog wel een eindje weg hoor?”. Lees dan verder, misschien is het veel dichter bij dan je denkt.

De meeste van ons zijn vertrouwd met de Cursus-uitspraak: “Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie (WB31)”. De reikwijdte hiervan kan zich eindeloos verdiepen en is de bron van onze hoop. In eerste instantie spelen we een beetje verstandelijk met de uitspraak dat we geen slachtoffer zijn van omstandigheden en dan worden we direct geconfronteerd met een standaard truc van onze duale manier van kijken (ons ego) die ons dan natuurlijk wijsmaakt dat wanneer we geen slachtoffer zijn automatisch dus dader zijn. Wat hebben slachtoffer en dader met elkaar gemeen? Ze zijn allebei onlosmakelijk verbonden met het duale gedachtengoed waar we zo graag mee spelen. Ga maar na: zowel als slachtoffer maar ook als dader voel je afgescheiden van het grote geheel. Mogelijk zet je het duale slachtoffergevoel overboord maar vervang je het direct door het duale dader-gevoel: wat ben ik stom (schuldig) dat ik alles mezelf aandoe. Dit kan weer naadloos overgaan in een slachtoffer-gevoel: maar ik weet toch echt niet hoe ik hiermee moet stoppen..

Wat te doen? Laat ik het illustreren met een voorbeeldje. Ik heb te leren omgaan met NAH, niet aangeboren hersenletsel. Eén van de gevolgen ervan is dat ik me ongeveer één uur kan concentreren op ingewikkelde informatie. Binnenkort moet m’n jongste dochter haar natuurkunde (PWS-) werkstuk op de middelbare school presenteren en de ouders mogen als publiek aanwezig zijn. Ik vind dit super leuk maar het programma duurt 2 uur; er zijn natuurlijk verschillende presentaties. Voor mij is dit teveel dus, afhankelijk van de indeling van de sprekers, moet ik eerder weg of later komen. Dat vind ik naar en vervelend richting andere leerlingen en ouders. Zo van “nou, het gaat om de presentatie van mijn kind en de rest zakt er maar in!” Ik heb nu te maken met een vorm van anticipatie angst en zoek naar oplossingen. Zal ik de leraar die het begeleidt de situatie uitleggen? Moet ik me kort met redenen excuseren als ik eerder wegga of later binnenkom? Maar ik houd er niet van om met zo’n “zielig” verhaal te komen. Moet ik me er gewoon niks van aantrekken wat andere ervan vinden? Ook weer zo bot. Hé getver; dat snerthoofd ook!

Langs deze lijn gedacht zit ik nu dus al wat bezorgd te piekeren over een nare situatie die “me gaat overkomen” (slachtofferrol). Ik heb hier niet omgevraagd: noch om die NAH noch om deze vervelende gevolgen. Het ego wil, zoals uitgelegd, nu het traject inslaan van “kennelijk heb je hier toch allemaal om gevraagd, sukkel”. Maar die kennen we. Er is vergeving nodig. In m’n vorige blog (need to know!) beschreef ik de affirmatie-benadering. Zo zou ik mezelf eraan kunnen herinneren dat ik niet een gebrekkig lichaam ben met beperkingen maar een onbegrensde Zoon van God. Dat is zeker wáár en het voelt even lekker. Ook als ik nare reacties zou krijgen zou ik mezelf zo kunnen troosten. Laat ze maar kletsen joh; je bent geliefde door je Vader. Maar in genoemde blog gaf ik ook aan dat we verder mogen gaan dat een warm troostbadje. We hebben de gelegenheid om veel meer in onze kracht te gaan staan dan ons slechts even te laten vertroetelen door de liefde.

Als Zoon van God heb ik een machtige keuze te maken. Dat hele denkbeeldige scenario bestaat niet. Het is een bouwwerk van mijn aanvalsgedachten. Nu, anderhalve week voor de presentaties, kies ik als Zoon van God ervoor om een gedachtenconstruct te geloven van een zwak ventje met NAH dat bedreigd kan worden. Waartoe zou ik dit doen als onkwetsbare Zoon van God? Om het spel van afscheiding te spelen! Het is de door mij als Zoon van God gekozen truc om angst te ervaren in een illusoire duale droom. Ik kan ervoor kiezen deze droombeelden te geloven en ze te maken tot denkbeeldige oorzaak van gevolgen op zielige Simon. Of ik kan het mechanisme doorzien en me verbazen en verheugen. Wat een bizar spel verkies ik toch steeds weer om te spelen? Ik lijk er wel aan verslaafd zeg, want hoewel ik het nu zie gebeuren voelt het haast ongepast om me geen zorgen te maken en het gewoon los te laten. Mag dit wel zomaar? Het voelt een beetje eng en grenzeloos, alsof “ik” een beetje verdwijnt. Altijd heb ik mijn ervaringsdeskundige, mijn oudere broer, in de buurt. Hé Jezus, broer, jij hebt dit ook allemaal meegemaakt. Is dit wat je wilde laten zien toen je weigerde de soldaten als daders van je kruisiging te zien? Wij zijn toch het Zelfde? We zijn toch als Christus verbonden met elkaar? Wow hé, dan wil ik die liefdevolle Christus-blik met je delen in deze kwestie.  Laat me kijken door jouw Christus ogen. Jezus man, wat een mooie keuze bied je me!

WB 26: Mijn aanvalsgedachten zijn een aanval op mijn onkwetsbaarheid

Need to know!

need to know

God kan jou niet helpen als jij dat stiekem zelf niet wilt. Zo, vanmorgen val ik even stevig met de deur in huis. Ik denk dat het nodig is, hard nodig, om een echte omkeer middels de Cursus te ervaren in je leven. Ik zal het proberen uit te leggen aan de hand van een situatie die terugkeert tijdens de meeste Cursus-bijeenkomsten.

Tineke (fictief voorbeeld) ervaart veel ellende en wil daar natuurlijk vanaf. Medecursisten of de leraar willen graag helpen en vertellen haar dat zij zich vergist in wie ze gelooft dat ze is. Tineke denkt dat ze een lichaam is met fysieke of psychische problemen maar ze is natuurlijk een geliefd Kind van God, één en al liefde en onschuld. Dit willen zij Tineke zo snel mogelijk laten weten. “Wees even stil Tineke en herinner je wie je bent; je bent liefde. God houdt van jou en wij ook. Wat gebeurt er nu met je?”. En jawel, dit helpt omdat het 100% wáár is en een lach breekt door bij Tineke en ze ervaart opluchting. “Dank jullie wel, ach ja, ik voel me nu zo ontspannen”, verzucht ze. Deze woorden voelen als een warm bad en Tineke voelt zich eventjes beter. Maar gek genoeg beklijft deze aantrekkelijke vrede niet lang, hoe kan dat nu?

Eerst het grote voordeel van bovengenoemd gebruik van positieve affirmaties. Ze laten je zien dat er iets te kiezen valt en dat dit direct je ervaring beïnvloedt. Dat is Cursus in optima forma; geen droge theoretische kennis maar een levende ervaring en je kunt jezelf trainen om dit steeds consequenter te doen. Helemaal oké. Maar je kunt nog beter en effectiever gebruik maken van de woorden van Jezus in de Cursus. Want, zoals gezegd, terugval is eerder regel dan uitzondering en dan gebeurt er weer iets naars waardoor je weer terug lijkt bij áf. Of diep in je blijft ongeloof bestaan over die ware Identiteit als Kind van God. Zo heeft Tineke een erg moeilijke jeugd gehad en zagen haar ouders haar niet staan. Dit blijft naar boven komen en telkens gaat Tineke weer in gevecht met haar negatieve zelfbeeld door te schermen met positievere affirmaties.

Een eenzijdig gebruik van positieve affirmaties werkt weliswaar, maar zonder kennis van de hele Cursus blijf je hangen. Punt is dat Tineke direct wil genieten van een warm bad en meent dat de metafysica van de Cursus slechts lastig is en ook niet helemaal nodig. Het is toch voldoende als ik mijn liefdevolle broeder Jezus , mijn Vader of de Heilige Geest om hulp vraag? Het ego is blij. Af en toe even badderen maar vervolgens kan de illusie van afscheiding voortgezet worden.

Wat is dan dat deel van de Cursus waarvan iedereen wel het bestaan kent maar wat toch zelden echt helemaal door lijkt te dringen? Laat ik niet alles voorkauwen maar slechts een paar vragen stellen.

  • Wat is het verschil tussen een speciale (warm-bad-) liefdesrelatie met God en een heilige relatie?
  • Is Tineke echt het slachtoffer van nare omstandigheden waartegen ze 24/7 moet worstelen?
  • Is genezing van de denkgeest hetzelfde als regelmatig in bad gaan?
  • Of, een paar willekeurige Tekstboek-termen: Wat zijn afgoden van ziekte en waartoe aanbid ik deze?
  • Waartoe voer ik oorlog tegen mezelf?
  • Waarom koester ik het doel van speciaalheid?

We blijken weerstand te koesteren tegen het inzicht dat we verslaafd zijn aan zonde-schuld-angst. Wapnick noemde deze zo mooi “de onheilige drie-eenheid”. Stiekem blijven we dit trio aanbidden om onze illusie van afscheiding te eren. Zolang we dat niet totaal doorzien blijven we God naar onze illusie van ellende brengen om ons even te koesteren. Maar in feite roept onze buitenkant: “verwarm mij met Uw Liefde” terwijl vanuit het diepst van onze denkgeest hierop direct volgt “maar laat me blijven geloven in de illusie van een afgescheiden Tineke”. En onze Vader is zo liefdevol dat Hij onze wens respecteert. Liefde dwingt ons niet als we eigenlijk de illusie van afscheiding willen.

Wij zijn een almachtig Kind van God dat er voor kiest afscheiding te ervaren. Affirmaties kunnen ons helpen om even vrede te ervaren en ik bid dat dit leidt tot kennis van wat we als Kind van God dan op zo’n moment even anders doen dan gewoonlijk. De fijne ervaring mag voor ons geen tijdelijke opkikker zijn maar een ingang tot verdieping, genezing en ontwaken. Niet door ons af te vragen: “waarom gaat het hierna toch weer verkeerd en overkomt me weer ellende?”. Maar door met kennis van de hele Cursus op te merken: “Hé, als almachtig Kind van God kies ik toch weer voor het ervaren van ellende. Kennelijk ben ik nog niet uitgespeeld met het bizarre spel van geloven in afscheiding. Laat ik de Liefde, mijn ware Identiteit, vragen om voor mij te kiezen want het is welletjes geweest”.

WB24: Ik zie niet wat mijn hoogste belang is.

 

 

Jij ergert je toch ook?

ergernis

Ik kan me ergeren aan bepaalde uitingen op Facebook. Twee voorbeelden: Profielfoto’s die niet bestaan uit een afbeelding van de eigenaar van het account en eindeloze series van gelukkige selfies.

Natuurlijk ben ik niet trots op deze ergernis en vind ik dit een ECIW-coach onwaardig. Dus ga ik mijn best doen om mijn broeders en zusters te verontschuldigen. Mensen die kinderfoto’s plaatsen zitten dan in een fase waarin de verbondenheid en liefde voor hun kinderen centraal staat. Niks mis mee. Hetzelfde geldt voor de echtparen-foto’s: onhandig (wie is er nu jarig?) maar mogelijk zijn ze op weg van een speciale liefdesrelatie naar een heilige relatie. De mensen die kiezen voor huisdieren? Verbondenheid met dieren, misschien wat angst voor afwijzing van eigen uiterlijk. Alle begrip. De sterretjes, voorwerpen, natuurfoto’s? Wellicht goede stappen op weg naar “ik ben niet dit lichaam”. Tenslotte de tientallen foto’s met gelukzalige glimlach op eigen tijdlijn? Wellicht eerst last van zelfveroordeling en nu een beetje doorgeschoten in het genezingsproces. Helpt deze ogenschijnlijk milde benadering mij een beetje? Eerlijk gezegd niet. Ik leg slechts een dun laagje Cursus-vernis over wat ik diep van binnen nog steeds veroordeel.

Het is vanuit geloof in afgescheidenheid heel fijn als je bijval krijgt van anderen die zich aan dezelfde kwesties ergeren. Zie je wel, je had dus toch een punt, het is gewoon irritant. Laatst sprak ik iemand die zich ergerde aan een gemeenschappelijke kennis. “Jij ergert je toch ook aan haar?”, vroeg ze. Maar hoewel ik zag dat het gedrag van deze kennis niet erg handig was ervoer ik geen boosheid richting haar dus gaf ik ontkennend antwoord. De ergernis van mijn gesprekspartner leek zich nu direct op mij te richten. “Je doet nu net of ik gek ben, maar haar gedrag is toch niet normaal?” Ik gaf aan dat ik gewoonweg niet wilde kiezen voor op de persoon gerichte boosheid. Ook vanuit liefde kun je gedrag van iemand uiterst onhandig vinden maar er hoeven geen aanvalsgedachten gekoesterd te worden, zelfs niet in afgezwakte vorm zoals bij ergernis.

Maar wat vind ik als iemand mij zegt dat hij zich helemaal niet druk maakt over die Facebook-uitingen waar ik me dan aan erger? In eerste instantie wil ik ook mijn gesprekspartner overtuigen; het is toch gewoon niet oké? Maar als die ander volhardt in die irritante milde visie dan wordt mij één ding pijnlijk duidelijk: de situatie zelf is niet de aanleiding voor mijn ergernis maar ik kies ervoor om me meer afgescheiden te voelen door aanvalsgedachten te koesteren. Ai, ai; dit is confronterend en helemaal niet fijn voor mijn ego. Typisch gevalletje van blinde vlek, splinter in het oog en verborgen agenda. Zelfs mijn oordeel over de ergernis van een ander is het heimelijk koesteren van mijn eigen vermeende speciaalheid en superioriteit.

Het is verfrissend om zo even figuurlijk in je blote kont te komen staan. Voilá, ik kies voor het veroordelen van uitingen van broeders en zusters op Facebook om mijn “feestje” van afscheiding wat extra cachet te geven. Werkboekles 21 dan nog maar even: ik ben vastbesloten de dingen anders te zien. Direct begint het ego tegen te stribbelen. Maar het is toch ook raar? Maar nu herken ik dit als een laatste stuiptrekking en glimlach ik als ik de liefde binnenlaat. Kom maar liefde, ik kies voor verbinding in plaats van voor aanval. Ik kies voor vrede in plaats van voor gelijk hebben.

Ik zou liegen als ik zou beweren dat de ergernis in één keer totaal verdwenen is. Maar de ijsberg van haat groeit niet langer aan maar begint te smelten. Misschien wel het enige positieve effect van de opwarming van mijn wereld door liefde. Het gaat weer stromen.

Homohaat

god hate fags

Gisteravond bekeek ik nogmaals een documentaire door Louis Theroux over de Westboro Baptist Church. Het betreft een kleine groep fanatieke Amerikaanse gelovigen die met de Bijbel in hun hand wachten op de wederkomst van Christus en ondertussen proberen anderen te overtuigen dat hun zondige levensstijl hen zal doen belanden in de hel. Een favoriete doelgroep voor hun waarschuwingen vormen “fags”, flikkers. Deze wat oudere documentaire blijft actueel, zeker nu Nederland wordt opgeschrikt door die Nashville verklaring. Ook dit is een statement waarin in feite gesteld wordt dat God niet gediend is van een gender- of seksuele geaardheid die afwijkt van wat we als norm beschouwen. Natuurlijk is de Nederlandse vorm niet zo grof als de uitingen door de Amerikaanse Phelps-familie. Maar toch.

De reacties van de omstanders op de uitingen van, laat ik het maar even kort aanduiden als, homohaat zijn ook niet misselijk. In de documentaire zag ik dat Amerikanen tegendemonstraties hielden waarbij verbaal geweld en opgestoken middelvingers als tegenwapen werden gebruikt. In de Nashville-discussie in Nederland wordt ook gesproken over een achterlijk standpunt en de belijders hiervan worden weggezet als onverdraagzame geloofsfanatici.

Eén ding moet ik de Amerikaanse en Nederlandse groeperingen nageven; ze zijn bloedserieus en vol overtuiging bezig met het zoeken naar de wil van God. Ik stelde me vanmorgen de vraag wat we hier nu tegen zouden moeten doen? Aanvankelijk zocht ik naar minder heftige pogingen om extreme standpunten ter discussie te stellen en te corrigeren. Kunnen we het gesprek niet aangaan? Moeten we er wel aandacht aan besteden door er zo fanatiek op te reageren? Bied je dan niet juist een podium aan mensen die dit soort nare standpunten koesteren?

Ik merkte dat ik gedragsregels zocht. “Hoe om te gaan met rare standpunten?”. Ik bedacht dat de Cursus nooit gedragsregels geeft. Ze gaat dieper dan het aanreiken van de “juiste” oplossing voor ons handelen. Juist de neiging om te zoeken naar het juiste gedrag in een bron buiten mijn liefdevolle hart veroorzaakt de verwarring. De Phelps proberen het verschil tussen goed en kwaad te vinden in de Bijbel. En voilà, net als de Nederlandse Christenen (en ook de Moslims overigens) vinden ze tekstfragmenten die beschrijven hoe groot de hekel van God voor homo’s is. Het is een gruwel in zijn ogen en ze mogen blij zijn dat we ze tegenwoordig gewoon rustig discrimineren en niet doodgooien met stenen zoals in het oude Israël en nog steeds in sommige landen waar fundamentele vormen van de Islam worden aangehangen.

De bron van de oeroude haat komt in beeld. Oude zogenaamd Heilige boeken vormen slechts een alibi voor ons hongerige ego. We willen argumenten vinden om te doen wat we nodig menen te hebben om ons maximaal afgescheiden te voelen: oordelen. Want oh ja, dat is ons grootste liefhebberij, een belangrijke methode om ons het ultieme ik-gevoel te geven: oordelen, yesss! Maar wat verdient ons oordeel? Het grappige, maar niet heus, is dat dit er in feite niet toe doet. Haat tegen homo’s werkt prima maar haat tegen homo-haters evenzo. Sociale onrechtvaardigheid is ook een fijne maar als we ons gele hesje aan hebben en de boel lekker kort en klein slaan dan kunnen anderen ons weer haten en hun gevoel van afscheiding een extra boost geven. God is met ons wordt een “God-van-de -haat is met beide partijen die tegenover elkaar staan”.

De kernvraag is wat er nodig is wanneer we geconfronteerd worden met haat en oordeel. Tegen-haat en tegen-oordeel houden het ego-spel in stand. Toen Jezus gearresteerd dreigde te worden trok een discipel zijn zwaard en hakte een oor af bij een soldaat. Maar “wie met het zwaard doodt zal door het zwaard sterven”. Haat is altijd tegen ons zelf gericht en zal ons bevestigen in onze angst en onze boosheid. Want wat we zien gebeuren is slechts een uiting van angst en een roep om liefde. De Phelps-familie en onze Christelijke broeders en zusters zijn bang om het verkeerd te doen en daardoor de liefde van God te missen en te worden gestraft. Ik zie zoveel angst.

En kunnen wij naar een boos lid van de Phelps-familie of naar een afbeelding van Van der Staaij kijken en hun angst zien in plaats van hun vijandigheid respectievelijk zijn stelligheid. Kunnen we een bang mens zien die vreest het verkeerd te doen? En kunnen we dan ons hart openen en hen/hem de liefde van onze Vader toewensen. Kunnen we bloemen leggen voor de voeten van de mensen met spandoeken?

Maar wat moeten we dan doen? Alles maar goed vinden? Nogmaals, hier zijn geen standaardoplossingen voor te bedenken vanuit de Cursus maar wel een standaard wijze om advies hierover te krijgen: wend je tot de liefde van je hart (of Heilige Geest, Jezus) en niet tot wat ergens geschreven staat of wat een autoritaire figuur je probeert wijs te maken. En die openheid naar de liefde laat deze liefde stromen en met het genezen van je eigen angst bied je de ander de grootste kans om hierin te delen. Wellicht kiest hij of zij er nog even voor om het spel van angst en oordeel te spelen. Maar het is geen fijn spel, dat ontdekken we vroeg of laat allemaal.

Moet ik de Cursus begrijpen?

ik begrijp je

Als we aan de slag gaan met de Cursus dan doen we dit zoals we gewend zijn met elke cursus. We lezen de studiestof door, proberen het te begrijpen en kijken of we er iets aan hebben, of het ons verder brengt. Of we iets een goede cursus vinden of niet hangt af van het studiemateriaal (is het helder geschreven en goed ingedeeld), van de bekwaamheid van de docent en of we er snel en kundig mee aan de slag kunnen. Onze verworven vaardigheid wordt getoetst met vragen en oefenopgaven die we goed moeten proberen te beantwoorden.

Als ik met deze ogen naar ECIW kijk dan is het, op z’n zachts gezegd, allemaal niet direct zo duidelijk. Dat Tekstboek lijkt soms niet om door te komen met z’n lange en onduidelijke zinnen. De gebruikte Christelijke terminologie is ons niet meer zo bekend en áls we al een Christelijke achtergrond hebben dan blijkt dat de Cursus een nieuwe invulling geeft aan zaken als bijvoorbeeld vergeving en het laatste oordeel. De Cursus geeft ook oefeningen in het Werkboek. Maar in de instructies hierbij staat gelijk al zoiets geks: “mogelijk snap je niets van deze oefeningen en vind je ze ook helemaal niet leuk maar doe ze nu maar gewoon”. Wie denkt de docent dat ik ben? Gekke Henkie? Ik wil natuurlijk wel begrijpen waar ik mee bezig ben en of het al een beetje opschiet. Heb ik hier wat aan?

Maar dit is geen gewone cursus. Onze Cursus in Wonderen richt zich op iets heel bijzonders. Ze richt zich op de volgende kwestie: “wie of wat is dat zelf (dat ikje) dat iets probeert te begrijpen en wat betekent het hele fenomeen “begrijpen” überhaupt?”
Wij brengen deze existentiële vraag en kwestie onmiddellijk terug tot ons bekende alledaagse niveau II droom-niveau: “goede vraag, dat wil ik proberen te begrijpen!”. Maar, helaas, mispoes. Je bent al direct van de kwestie afgesprongen en deze gereduceerd tot de jou enig bekend manier van kijken en doen: “ik zal dit varkentje wel eens wassen met mijn slimheid en mijn werklust”.

Onze alledaagse aanpak heeft een verborgen agenda. Het hele mechanisme van zwoegen, afkeuren van de huidige staat, een beeld vormen van het doel, tijd nodig hebben enzovoorts wordt door ons als Zonen van God gebruikt met het rare doel om ons afgescheiden te voelen van de liefde en eenheid die we zijn. Het is dus omgekeerde wereld. Wij (als Zonen van God die al geloven in afscheiding) denken door iets te begrijpen iets te kunnen bereiken (verlossing of verlichting). Maar het is 180 graden andersom. Wij zijn al vrij als Zonen van God en door te geloven in de noodzaak van oordelen, vechten, inspannen enzovoorts kiezen wij er (onbewust) voor om ons juist afgescheiden te blijven voelen.

In bovenstaande uitleg zie je gedemonstreerd waartoe de Cursus woorden gebruikt namelijk om hun eigen beperktheid te illustreren. Zo ook de werkboekles van vandaag (10): “Mijn gedachten betekenen niets”. Woorden en zinnen vormen de bouwstenen van de gedachten zoals wij die kennen. Wij proberen er betekenis aan te ontlenen om te komen tot dat ultieme begrijpen. Het paradoxale is dus nu juist dat dezelfde woorden door Jezus gebruikt worden om duidelijk te maken dat er geen ikje bestaat dat de ultieme werkelijkheid op zijn kleine wijze zou kunnen begrijpen maar dat dit ikje onderdeel is van de illusie die middels het fenomeen “het-proberen-te begrijpen” in stand gehouden wordt.

Het ego spreekt eerst: “Hé, wat zegt ie nou? Dit begrijp ik niet”. Gelukkig neemt het spiritueel ego het nu soepel over: “Oh, ik mag alles weglachen, ik hoef me alleen maar over te geven aan Jezus, Heilige Geest, Liefde enzovoorts”. Hoe slim is vooral dit spirituele ego. Want ja, overgave aan de liefde die je zult blijken te zijn is inderdaad het antwoord. Maar woorden zijn nodig om duidelijk te maken dat je nu juist die ultieme waarheid aan het blokkeren bent met je begrijp-pogingen. Iemand vergeleek het met een splinter die verwijderd moet worden. Je gebruikt als het ware twee andere splinters (denk aan een pincet) om de storende splinter uit je huid te trekken.

Heeft liefde uitleg en begrijpen nodig? Nee dus. Hebben wij in onze vermeende afgescheiden toestand woorden nodig? Jazeker. Anders zou Jezus ons niet zo’n dikke Cursus hebben moeten geven. Maar is het dan geen hopeloze onderneming? Ik word gek!

Maar relax en luister naar je docent Jezus. Vertrouw op de innerlijke leraar terwijl je Zijn Tekstboek leest. Ga niet worstelen en piekeren maar wees stil en vertrouw dat het duidelijk zal worden. Niet door je gezwoeg maar door je bereidheid te luisteren naar zijn (ook geschreven) woorden en hem te vertrouwen. Maar zit mijn denken, mijn hersenen, dan niet in de weg? Jawel; maar daar is het werkboek voor. Dit werkboek is een training voor de denkgeest. Dit trainen betekent niet dat je hard moet denken. Het betekent dat je het instrument “denken / verstand” blootstelt aan oefeningen die je juist niet begrijpt. “Deze tafel betekent niets, ik geef alles de betekenis die het voor mij heeft, ik begrijp niets” etc. Zie je het? Dit is geen leren zoals wij gewend zijn maar ont-leren onder leiding van Jezus.

Ga niet overmatig zitten piekeren over de werkboeklessen. Stel je hebt je opgegeven voor een conditietraining. De trainer stelt voor om 3 x 2 minuten rustig te dribbelen. Wat doe je? Blijf je zitten en roep je: “beste trainer, alvorens we verder gaan wil ik weten wat de fysiologische basis is van deze oefening; hoe gaat dit mijn zuurstofsaturatie niveau op termijn verhogen en hoe bla bla??” Om daadwerkelijk een betere conditie te krijgen moet je gewoon de oefeningen trouw doen.

“Ik” kan mezelf niet middels “begrijpen” laten oplossen. Integendeel. Maar in liefde kan gezien worden dat deze “ik” niet meer is dan een verkramping en de vrede van ontspanning wordt duidelijk door te leren zien en voelen hoe mijn gespartel de boel erger maakt en door gewoon de training te volgen. Dus lees, vertrouw, en oefen. En als je wel gefrustreerd aan het spartelen bent? Dan glimlach je hier over en je leest, vertrouwt en oefent. Het einde is zo zeker als God.