De werkboekles van vandaag (79) geeft aan dat we niet weten wat ons echte probleem is. Gewoonlijk heb ik daar een heel andere mening over en meen ik toch wel enig benul te hebben wat er aan schort. Grootste gemene deler hierbij is dat ik me op een of andere manier niet goed voel. De reden is dat het in m’n leven niet loopt zoals ik wil. Misschien voel ik me fysiek niet goed en dan wil ik gewoon beter worden. Lijkt me helder. Mogelijk heb ik te maken met vervelende anderen en wil ik dat zij zich anders gedragen richting mij. Of, als ik ‘spiritueel gevorderd’ ben, erken ik dat ik hier zelf een doorslaggevende rol in speel en wil ik mezelf veranderen. Maar het doel blijft hetzelfde. Ik wil me beter voelen dan nu.
Is dit fout of zelfs zondig? Rustig maar ego, op die fiets gaan we vandaag niet zitten. Ik mag het vervelende gevoel aangrijpen als gelegenheid om de wonderstaat te ervaren. Het helpt mij hierbij om mezelf op een andere manier voor te sorteren door een andere vraag te stellen. De oude vraag is ‘wat voel ik?’, gevolgd door ‘en wat moet ik doen om dit te verbeteren?’ Een handigere vraag is ‘waartoe voel ik van alles?’
Plotseling gaat het niet meer om de vorm van het specifieke gevoel maar om het feit dát ik iets meen te voelen. Al die gevoelens, positieve en negatieve’ willen me iets doen geloven. Ze zijn valse getuigen voor de opvatting dat ik besta als afgescheiden ikje in een lichaam in een echte wereld. Dat is het doel van alle gevoelens en van alle waarnemingen. We zien dit als regel over het hoofd en gaan ervan uit dat wanneer we iets voelen of waarnemen dat dit het bewijs vormt dat we als afgescheiden ikje bestaan. De rest, de neiging om de gevoelens te willen veranderen, volgt slechts uit deze ene verkeerde aanname.
En nu duiken we nog dieper. Want wat is de reden dat we ons een ikje willen voelen door onze gevoelens zo serieus te nemen? Daar kun je enig gevoel voor krijgen door eens te proberen ze minder serieus te nemen. Dat lukt bijna niet! Je blijkt verslaafd aan het serieus nemen van je gevoelens. En nu moet je heel goed kijken. Beter gezegd, nu moet je hulp vragen aan Hem (liefde) om je anders te laten kijken. Nu moet je vragen aan de Heilige Geest om je het échte probleem te laten zien. Dat is angst voor zijn Liefde. Angst om met Hem te versmelten tot je Goddelijke Oorsprong. En als je iets van deze angst ervaart mag je het aanbieden aan Hem. Hij is zo trouw en zal je met open armen opvangen. Wat een zegen.
Snel nadat ik wakker word komen er wat zorgelijke gedachten naar boven die ik direct uiterst serieus neem. De inhoud hiervan doet er nu niet zoveel toe, maar het voelt direct zwaar en vervelend. De periode van ontkenning en vechten duurt steeds korter, Goddank. Langzaam maar zeker leer ik dat het beter is om direct te erkennen wat je denkt en wat je ervaart. ‘Oké dan, ik denk nu aan .. en voel me … en ik wil dit niet. Ik vecht hiertegen en wil er vanaf komen’. Ik stel me voor dat er van die kettingen met daaraan zware metalen ballen om mijn nek hangen die ik los wil rukken.
Ik wil van alles en nog wat. ‘Ik wil dat er licht is’, stelt de werkboekles van vandaag. Sure, ik wil me lekker licht voelen. Dit is althans de interpretatie van het ego. Een verkoudheid dient zich aan. Vervelend. Ik wil dat ik hier geen last van heb. En mijn lijst met wensen is lang, heel lang. Sommige dingen wil ik graag en andere juist niet.
Het valt me op hoe direct na het wakker worden de aandacht gevangen wordt door de dagelijkse rompslomp. Lichamelijke ongemakken vragen en krijgen even de aandacht. De komende dag werpt zijn schaduw vooruit. Het bewustzijn wordt vernauwd. De aandacht zwemt een fuik in. Een soort tv-scherm in mijn hoofd floept aan en overheerst alles met flitsende en schreeuwende kleuren. Ik lig er in mijn bedje gefascineerd en letterlijk geboeid naar te kijken. Het voelt als een sleur. Onvrij.
De Cursus heeft veel te melden over ‘ziekte’. Als wij over ziekte praten dan gaan we gewoonlijk uit van een lichamelijke aandoening. Daar valt veel over te schrijven maar ik breng het nu even terug naar mijn eigen houding tegenover lichamelijk ongemak. Misschien herkennen jullie het wel. Als ik bijvoorbeeld last heb van hoofdpijn dan meen ik dat ik als goede student moet zeggen dat ik gefopt wordt. De gedachtegang hierbij is als volgt:
In ons dagelijkse denkbeeldige leven hangt de snelheid waarmee we iets leren af van ons talent en van onze inspanning. Denk bijvoorbeeld maar eens aan het leren van een sport als tennis. Balgevoel helpt en flink en vaak trainen ook. Het helpt zeker als we ook illusoire tijd besteden aan het bestuderen van de Cursus. Flink lezen in het blauwe boek, de werkboeklessen doen en bijeenkomsten bezoeken. Toch wil ik nog wel eens verzuchten dat het me allemaal niet snel genoeg gaat. Wat dat ‘het’ dan precies is wat niet snel genoeg gaat weet ik dan niet precies. En waar ‘het’ precies naar toe zou moeten gaan evenmin.
Het helpt om een beetje begrip te krijgen van de metafysica van de Cursus. Het kan je behoeden voor de vele trucjes die het ego met je probeert uit te halen. Zo leer je bijvoorbeeld dat je er voor kiest om je slachtoffer te voelen en waarom onze wereld zo doordrenkt is met het thema schuld. Je ziet wat je probeert de bereiken met je vele haat- en liefdesrelaties. Ga zo maar even door. Misschien doorzie je met deze kennis steeds sneller patronen binnen de illusie. Dat is mooi en er is niks mis mee. Maar toch. Toch kun je nog steeds het grootste deel van de dag in strijd zijn. In strijd met anderen, met de wereld en met jezelf. Je vecht als het ware nog steeds voor vrede. Anders gezegd; je doet je uiterste best om verlicht te worden. En dat is zo vermoeiend, weer ik uit eigen ervaring. Hoe kan dat toch? Waarom heb je het redelijk op een rijtje maar ervaar je niet de wonderstaat?
De Cursus vormt een wonderlijke combinatie van zeer radicale uitspraken over hoe wij de Liefde verduisteren met onze aanvalsgedachten en milde liefdevolle aanwijzingen hoe we hiermee om kunnen gaan. Als voorbeeld van zo’n radicale uitspraak een stukje uit de werkboekles van vandaag:
De herhalingsles van vandaag wijst op de eenheid. Lees bijvoorbeeld maar eens de tekst achter “Ik ben niet de enige die de gevolgen ervaart van mijn gedachten”