Enkele decennia geleden was ik nogal geïnteresseerd in eindtijdprofetieën. Ik speurde in de Bijbelboeken en las Nostradamus om erachter te komen hoe de wereld aan haar bloedige eind zou komen. Wie zou er ten strijde trekken tegen wie? Hoe lang zou het allemaal gaan duren? Hoeveel mensen zouden omkomen? Hoe zouden mijn dierbaren en ikzelf er vanaf komen?don Ik las over de opname: gelovigen die vlak voor de grootste ellende weggenomen zouden worden van het aardoppervlak. De meeste voorspellingen waren het er wel over eens dat de ellende zou beginnen in het Midden Oosten.
Aan dit alles moest ik vanmorgen denken toen ik in de krant een stuk las over de situatie in Syrië. Het aantal landen en wereldmachten dat bij dit conflict betrokken is geraakt is enorm en de situatie is zeer explosief. Ik bespeur bij mezelf een vreemde mix van fascinatie voor dit conflict, angst en boosheid en verdriet als ik de beelden zie van bebloede kinderen die gedragen worden door wanhopige ouders. Ook bespeur ik gevoelens van wanhoop en machteloosheid. Waarom leren we nu als mensheid toch nooit eens de les dat wapens geen vrede kunnen brengen? Met stomme verbazing kijk ik wat dit betreft ook naar de heer Trump. Leraren bewapenen om schietpartijen op scholen te voorkomen? En een man met zo’n opvatting is president van het machtigste land op de wereld? Oh mijn God..
Die situatie na dat zoveelste schietincident in Amerika biedt sowieso stof tot nadenken. De discussie keert altijd terug tot wapenbezit als bron van alle ellende. Zelfs binnen de droom zal een grotere barrière om aan wapens te komen slechts een druppel op een gloeiende plaat zijn. Er circuleren immers honderden miljoenen wapens en die dingen bederven helaas niet. Willen ze die langs de deur gaan ophalen om zo het land te zuiveren? Maar de kwestie is natuurlijk een totaal andere. Wij zullen blijven aanvallen en verdedigen zolang we geloven in afgescheidenheid. Met het geloof hierin wordt namelijk direct het geloof in schuld, aanval en verdediging geboren. Wapens vormen slechts onderdeel van de geprojecteerde illusie in de vorm om uitvoering te kunnen geven aan onze ego pulsen. Of we dit nu verbaal, met vuisten, met messen, geweren, bommen of raketten willen uitleven maakt helemaal niets uit. Binnen de illusie menen we dat er een verschil is tussen een lichte irritatie en een nucleaire aanval en laten we alsjeblieft dit onderscheid serieus nemen zolang we dromen. Maar qua metafysica hebben we het over hetzelfde; geloof in afgescheidenheid.
Hiermee gloort gelukkig ook hoop. Want omgekeerd lijkt het alsof we in het klein beginnen als we “slechts” onze vergevingsoefeningen doen rondom onze alledaagse ditjes en datjes. De omvang en reikwijdte van deze kleine bereidheid van ons is echter onvoorstelbaar voor ons beperkte denken. Want de zogenaamd kleine vergeving, de verzoening van een klein conflict vindt plaats in die oneindige en gedeelde denkgeest. Wij lijken vredestichters slechts in engere zin maar we zijn één denkgeest. Lees eens de wonderlijke herhalingsles van vandaag (54):
Ik heb geen neutrale gedachten. Ik zie geen neutrale dingen. Ik ben niet de enige die de gevolgen ervaart van mijn zien. Ik ben niet de enige die de gevolgen ervaart van mijn gedachten. Ik ben vastbesloten te zien.
Zie je de hoop die hierin verborgen ligt? De kracht die hierin schuilt? Zo mogen we, naast onze reguliere vergevingslessen van alledag, naar de beelden kijken op het journaal. Niet op een afstandelijke manier met een ongepast voorschot op een niveau-I werkelijkheid en een houding van “ach, het is toch niet echt”. Allerminst. We mogen, nee moeten kijken, met alle emoties die hierbij horen. Met alle verdriet, angst en boosheid die we als zo echt ervaren. Maar dan gaat het erom naar wie we gaan luisteren. Ons ego roept om wraak, meer wapens of het zapt onverschillig weg van deze zogenaamde ver-van-mijn-bed-show. Maar laten we toch met onze gevoelens naar een betere Consultant gaan. Naar de Universele Trooster en enige echte Kracht en Wil. We mogen bedekt met stof, modder en bloed onze handen naar Hem opheffen en onze vermeende kwetsbaarheid tonen. Heer Help. Laten we dit bidden en in stilte wachten op Zijn antwoord. Deze overgave vanuit ons gevoel van afgescheidenheid werkt door in de hele denkgeest. Het kan zijn dat we vanuit liefde tot actie bewogen worden binnen de droom en zelfs in die duistere nachtmerrie zien we op tv hoe de liefde zich middels mensen en hulpverleners uitstrekt naar die ander. We moeten als mens en als mensheid gaan luisteren naar die andere Stem en hiervoor bij ons zelf beginnen. Dit “zelf” is geen eilandje maar een ingang voor Hem. Een sluis die we open mogen zetten om licht deze wereld binnen te laten stromen. Zo komt onze verlosser het duister binnen en kan inderdaad het eind van de tijd ingeluid worden. Het heilig ogenblik is gekomen, laten we de heerschappij overdragen aan de Liefde zodat het licht kan doordingen in onze nachtmerrie.



Afgelopen woensdag ging ik aan het einde van de dag de afvalbak terughalen van de straat. De bewoners van het huizenblok zetten deze bakken aan het einde van de poort op een stukje stoep. Deze keer kon ik de bak niet terugvinden en ik speurde om me heen. Vijftig meter verder op zag ik een stel bakken aan de doorgaande weg staan en ik liep die kant op. Ik passeerde hierbij een oudere buurvrouw, de bewoonster van het hoekhuis, die zonder bak in zichzelf mopperend op de terugweg was. “Ik kan mijn bak ook niet vinden”, zei ik in het voorbijgaan, maar ze liep me voorbij zonder opkijken. Ik trof mijn bak inderdaad wel aan langs de weg en liep terug naar de poort. Daar vond een gesprek plaats tussen dezelfde buurvrouw en een buurman uit een ander huis. De buurvrouw was duidelijk heel nijdig. “Ik zet alle bakken aan de weg”, sprak ze “waarom zetten de bewoners die bakken toch altijd aan het einde van de poort? Als ze deze gewoon een stukje verder zetten dan hoef ik er niet de hele dag tegen aan te kijken!”. Ik was gestopt en hoorde hoe de buurman meeging in haar irritatie. Ik snapte het niet. Al jaren zet iedereen de bak aan het einde van de poort. De buurvrouw kan de bakken onmogelijk zien omdat ze om haar tuin een heg heeft van 3 meter hoog. Ze moet echt naar een bovengelegen verdieping klimmen om vandaaruit de bakken te kunnen zien. En als het al een probleem voor haar was; waarom dan geen vriendelijk briefje bij iedereen in de bus? Ik weet zeker dat de buurtbewoners zonder morren de bak iets verder zouden zetten, zelfs als ze het probleem net zo min als ik zouden begrijpen. De buurvrouw keek hoopvol naar me, op zoek naar bijval. Even overwoog ik bovenstaande gedachten uit te spreken maar ik wist op voorhand dat dit nergens toe zou leiden. Buurvrouw was boos en voelde zich een slachtoffer van de weinig sociale andere bewoners van de buurt. Elk woord dat ik kon bedenken zou olie op het vuur zijn dus ik wenste haar en de buurman een fijne dag verder en bracht mijn bak terug naar huis.
Die ander gaat over mijn grens!
Na drie of vier uurtjes slapen word ik wakker en ga ik even naar het toilet. Terug in bed kan ik de slaap niet direct vatten. Hoewel er momenteel weinig gebeurt in m’n leven waar ik me druk over hoef te maken is het toch onrustig in m’n gedachten. De onrust irriteert me. Ik voel me nog lang niet uitgerust en vind het raar en stom dat ik wakker lig om niks. Het vergt dan even het besef om de link te leggen naar de Cursus. Ik voel me slachtoffer, zoveel is duidelijk, maar eigenlijk weet ik nauwelijks wie of wat de dader dan zou moeten zijn. Gisteravond had ik de les voor vandaag ook vast gelezen (32): Ik heb de wereld die ik zie bedacht. In de vrijwel volledig duistere slaapkamer zie ik vaag de contouren van de kast. Mmm, zelf bedacht. Het dekbed, zelf bedacht. Het hoofdkussen, zelf bedacht. De krullenkop van m’n vrouw naast me, zelf bedacht. Ik verbaas me weer over het bevreemdend aspect dat deze oefening met zich meebrengt. Bij mij bestaat de neiging om bij lessen die ik al een aantal keer heb gedaan me te beperken tot het vluchtig aandacht geven aan de achterliggende metafysica. Zo van: “Oh ja, dat is ook zo. Alles is slechts projectie”. Het valt me nu weer op dat het daadwerkelijk doen van de les van een andere orde is. Het doet me denken aan het eten van voedsel. Je kunt naar je bord kijken en er een beetje in roeren met je bestek, zeg maar je verstand, maar als je het niet in je mond steek, erop kauwt en het doorslikt biedt het voedsel je in feite helemaal niks.
Pas na langere tijd onvrede en zoeken ontdekken we dat we onbewust geloven dat we er nu nog niet zijn maar dat we door bepaalde dingen nu te doen er in de toekomst wel zullen komen. Is dit niet wat ons drijft de werkboeklessen jaar in jaar uit te blijven herhalen? Meestal horen we van een spiritueel leraar dat ons zoeken ons er juist van weerhoud om te vinden waar we zo naar smachten. Dan veranderen we onze strategie en gaan zo hard mogelijk proberen om niet langer te proberen. Hiermee bereikt de wanhoop en de frustratie pas echt een dieptepunt. Vanuit deze diepe wanhoop kan ontwaken plaatsvinden. We hoeven dit echter niet om te keren. Deze diepe wanhoop is geen voorwaarde voor ontwaken. Ontwaken is niet aan onze theorietjes gebonden en heeft geen wanhoop nodig om zichtbaar te worden.
Als we ergens last van hebben dan willen we daarvan af. Het lijkt of we wat dit betreft allemaal onze eigen thema’s hebben. Met sommigen ervan hebben we allemaal te maken, denk aan lichamelijke pijn. Andere lijken specifiek voor jouw persoontje. Twee van die ogenschijnlijk wat specifiekere thema’s voor mij zijn slapeloosheid en spreekangst. Vermoedelijk komt jouw eigen achillespees direct in je gedachten. Zodra we een kans ruiken om van een dergelijk vervelend hoofdthema af te komen grijpen we deze met beide handen aan. De manier waarop we hierbij te werk gaan is steevast hetzelfde: definieer het probleem- vind een goede aanpak – bepaal of het probleem is opgelost. Als het gelukt is ben ik blij als het mislukt is ben ik teleurgesteld en moet ik wat anders proberen. Zolang ik in deze werkwijze geloof en deze toepas is mijn ego tevreden. Er zullen me zelfs soms wat succesjes gegund zijn als de omstandigheden niet al te extreem zijn. Ik zal een keer na een paar uur slapeloos woelen toch tevreden in slaap vallen na het toepassen van een methode en ik zal een keer een plezierige flow ervaren na een geslaagde toespraak en een luid applaus.
Vandaag krijgt het ego het weer zwaar te verduren met les 24: Ik zie niet wat mijn hoogste belang is. 1. In geen enkele situatie die zich aandient weet je welke uitkomst jou gelukkig zou maken.