Het oplossen van een conflict

Vanmorgen tijdens m’n stille tijd mediteerde ik op de titel van de werkboekles van vandaag. Kennelijk droomde ik even weg en toen ik weer keek zag ik de volgende gedachte voorbijkomen: VERDEDIGING beëindigt hier de droom van conflict. Een Freudiaanse vergissing. Maar helaas tekenend voor hoe ik er toch nog zo vaak naar kijk.

Onze gebruikelijke opvatting is dat er ellende op ons af komt vanuit de buitenwereld. Die bestaat niet alleen uit vervelende andere personen maar zelfs uit ons eigen lichaam met z’n nare kwaaltjes en ziekten. Vervolgens gaan we het conflict proberen te beëindigen door iets te fixen aan het probleem buiten ons. Verdediging en z’n broertje ‘aanval’ spelen hierin de hoofdrol. Het ego roept nu direct: ‘maar moet ik dan alles maar laten zoals het is?’ Nee hoor, sleutel maar aan het probleem binnen de illusie wat je wilt, maar de uitnodiging is om oog te krijgen voor de wortel van het conflict. Dit is de manier waarop er iets kan gebeuren bij de kern ervan; in de denkgeest. Het is het bekende verhaal dat voorbij was vóór het begon.

‘Hé, ik besta los van God!’ Zonde, en dit idee werd serieus genomen. ‘Oei, fout bezig’. Schuld. ‘God zal me terugpakken!’. Angst. ‘Wegwezen hier!’ Projectie van lichaam en wereld en anderen. ‘Ai, deze projecties zullen me te grazen nemen’. Bevestiging van de illusie dat ik besta en dus kan sterven. Anders gezegd: je bevestigt de illusie dat je als ikje bestaat door te geloven dat de denkbeeldige jij met je denkbeeldige lichaam aangevallen kan worden door de denkbeeldige wereld. Het willen veranderen van die wereld door verdediging en aanval laat slechts zien dat je het nog steeds serieus neemt. Niet fout maar het schiet niet op. De oplossing? Kijk goed waar je mee bezig bent. ‘Heer ik denk dat ik besta, dat er een conflict is. Ik neem alles bloedserieus en wil aan de slag. Ik kan het bijna niet geloven dat het allemaal projecties zijn. Dan overgave. ‘Laat U het me maar zien. Ik vertrouw op U, op Liefde en geef het in Uw handen’. Het wonder van vergeving kan nu plaatsvinden. Verwondering, dankbaarheid.

WB333: Een conflict moet worden opgelost. Je kunt het niet vermijden, opzij schuiven, ontkennen, vermommen, elders zien, anders noemen of door enige vorm van misleiding verbergen, als je eraan ontsnappen wilt. Het moet precies gezien worden zoals het is, daar waar je denkt dat het is, in de werkelijkheid die eraan gegeven is en met het doel dat de denkgeest eraan heeft toegekend. Want alleen dan worden zijn verdedigingen opgeheven en kan de waarheid haar licht erover laten schijnen terwijl het verdwijnt.

Kleine en grote angsten?

De Cursus hanteert een tamelijk dramatische terminologie. Zonde, schuld, angst, aanval, slachtoffer, haatrelatie enzovoort. Het voordeel van deze aanpak is dat onze interesse gewekt wordt omdat we deze zaken als heftig en belangrijk zien. Als ik een boek zou schrijven over ‘balen van muggen’ dan zou dit hoogstens interessant gevonden worden door een zeer beperkt publiek. Misschien een lollig verjaardagscadeautje, meer niet. Het is een mooi begin als je aandacht voor de Cursus vooral naar voren komt tijdens zaken die we als heftig ervaren: echtscheiding, geweld, ernstige ziekte en ga maar door. Maar de uitnodiging ligt er om te ontdekken hoe die grote thema’s ALLE aspecten van ons leven door en door bepalen, tot de kleinste onbenulligheden aan toe.

Vandaag dus angst. In het ‘groot’ is natuurlijk de angst voor de dood van het fysieke lichaam het belangrijkste thema voor ons. Hoe verhoudt dit zich tot de irritatie over een zoemende mug in de nacht? Zijn we bang dat we dood gaan van zo’n prikje? Nee, dat niet. Maar we geloven dat we een lichaam zijn dat aangevallen (groot woord!) kan worden door iets buiten ons. We geloven dat we kwetsbaar zijn. Dit kan alleen als we geloven dat we afgescheiden zijn van het geheel, van Liefde, van God. We geloven dat de projecties van ons lichaam en van een aanvaller buiten ons wáár zijn. Het mugje is de ‘kleine’ projectie die terugvoert op ons beeld van een straffende God buiten ons die ons wil aanvallen. De veiligheid die we in ons denkbeeldige lichaam probeerden te zoeken wordt ogenschijnlijk bedreigd.

Wat we hier hebben is dus toch een afspiegeling van de doodsangst gebaseerd op de oerillusie van zonde, afscheiding van God. Ook hier ligt de uitnodiging een vergevingsles te leren. Heer, ik ben er kennelijk van overtuigd dat ik een lichaam ben dat bedreigd kan worden. Ik ben mijn identiteit als Zoon van God vergeten. Ik zie mijn angst en mijn projecties. Ik zie dat ik me slachtoffer wil voelen omdat ik uiteindelijk bang ben door U gepakt en gedood te kunnen worden. Heer laat me zien Wie U bent, dat U Liefde bent, dat ik Liefde ben en niet een lichaam.

WB332:Wij willen de wereld vandaag niet opnieuw binden. Angst houdt haar gevangen. Maar Uw Liefde heeft ons het middel gegeven om haar vrij te maken. Vader, we willen haar nu bevrijden. Want wanneer we vrijheid aanbieden, wordt ze ons gegeven. En we willen geen gevangenen blijven terwijl U ons vrijheid aanreikt.

Zo dichtbij

 

Als ik de blik naar binnen sla dan zie ik daar een denkbeeldig persoon druk aan het babbelen. Een wirwar van gedachten over van alles en nog wat passeert de revue. Die babbelaar, laten we hem maar even B noemen, vindt van alles en wil sommige dingen wel en andere weer niet. Dat maakt hem soms tevreden en soms weer ontevreden, afhankelijk van de omstandigheden. Hij ‘denkt’ aan het verleden en maakt plannen voor de toekomst. B doet ook als trouwe student van de Cursus zijn best om liefde te ervaren.

Tijdens de stille tijd kwebbelt B nog even door. Maar dan gebeurt er iets raars. Hij wordt zich op een of andere manier bewust van zichzelf. Het babbelen wordt waargenomen, maar door wie of door wat? Zodra de B hiermee aan de slag wil raakt dit besef weer op de achtergrond. Maar moeiteloos verschijnt het weer als hij wat rustiger wordt. Wat dan ervaren wordt is onbekend en tegelijk toch zo vertrouwd. Zo dichtbij dat het niet meer gezien kan worden terwijl er toch een weten is dát het er is. Dat Bewustzijn wordt in de Cursus God of Liefde genoemd. Het is er altijd, zo intiem en zo dichtbij. Als we B geloven met zijn verhalen over het lichaam, de wereld, jij en ik, gisteren, morgen, goed en fout dan raken we ‘de ervaring’ van die Liefde kwijt.

De Cursus reikt ons vergeving aan. Vergeving leert ons dat B uit z’n nek kletst met al zijn verhalen over de buitenwereld met daders en slachtoffers. Het leert ons dat B geen echte wil noch macht heeft. Hij doet zo druk omdat het druk doen de illusie van zijn bestaan bevestigt. Maar B blijkt een nep figuur. Er is maar één echte macht, er bestaat maar één echte Wil. De Wil die we gewoonlijk buiten ons zien als God. Maar er is geen God buiten ons. Die woordeloze oergrond van Liefde, dat stille Bewustzijn is Hét. Zo dichtbij dat het woord ‘dichtbij’ niet meer klopt; het implodeert. Die Liefde dat ben ik, dat ben jij.

WB331: Hoe zou ik kunnen denken dat Liefde Zichzelf verlaten heeft? Er is geen andere wil dan de Wil van de Liefde.

Slachtoffers?

Er overkomt ons van alles, zowel leuke als minder leuke dingen. Zo lijkt het althans. We voelen ons dikwijls slachtoffer van de situatie. Iemand vertrouwde me toe dat zij zich zelden ‘slachtoffer’ voelt maar dit hangt nogal af van wat we ons hierbij voorstellen. In ons dagelijks leven is ‘slachtoffer’ een woord dat we reserveren voor ‘grote’ gebeurtenissen. Verkrachting, geweld, oorlogen, natuurrampen en ga zo maar even door. De Cursus trekt het veel breder en brengt het helemaal terug tot de oer-vergissing.

We menen dat we ons los gedacht hebben van God (zonde) en daarmee schuldig zijn. We denken dat we Hem iets hebben aangedaan (dus dader zijn) en dat Hij ons slachtoffer is. We vermoeden dat Hij ons wel terug zal willen pakken (dan wordt Hij weer dader) en dan zijn wij zelf het haasje (slachtoffer). Dit wordt ons te spannend dus vluchten we ‘naar buiten’ en projecteren we dit hele circus in een door ons bedachte wereld. Omdat we denken dat we afgescheiden zijn doordat we ons een lichaam bedacht hebben, kan er in onze ogen van alles met dit lichaam gebeuren. Een jeukende muggenbult, slecht vakantieweer, boze blik van onze partner, rumoerige buren etcetera. En ‘it takes two to tango’, dus er is ook altijd een schuldige in het spel. Die rot mug, de elementen, de partner, de buren etcetera. Het omgekeerde gebeurt natuurlijk ook, dat wij menen anderen van alles aan te kunnen doen. In de illusie klopt dit natuurlijk ook. Maar deze illusie hebben we dus zelf bedacht om het spel van dualisme te kunnen spelen.

We kunnen ook kiezen om dit niet te doen. We nemen de projecties terug en laten Zijn stille Liefde hierop schijnen. Vergeving dus. Nu even het ego in de gaten houden. Die kan namelijk een gevoel van schuld aanbieden omdat we ‘zo stom waren’ om van alles te projecteren. Maar er is niks gebeurd in werkelijkheid en dus zeker niks stoms. Maar nog waarschijnlijker is dat het ego moord en brand schreeuwt dat er wel dégelijk slechteriken zijn die ons van alles aandoen en dat we daar toch echt niet om gevraagd hebben. Binnen de illusie wel maar in werkelijkheid dus niet. Gelukkig kan ik hier zeggen: don’t shoot the messenger. Lees maar mee:

WB330:
Vader, Uw Zoon kan niet worden gekwetst. En als we denken dat we lijden, verzuimen we slechts onze ene Identiteit te kennen, die we delen met U. We willen daar vandaag naar terugkeren om voorgoed van al onze vergissingen te worden bevrijd, en te worden verlost van wat we dachten dat we waren.

Jouw echte Wil

We proberen door de Cursus toe te passen iets te bereiken. We willen minder lijden, ons liefdevoller voelen of verlichting bereiken. Vul je eigen wensen hier maar in. Niet iets om ons schuldig over te voelen en we hebben er in ieder geval lucht van gekregen dat er meer is dan onze beslommeringen in de wereld. We hebben een vermoeden gekregen dat wat we zien en meemaken beperkt is. Er moet toch meer zijn?

Binnen de illusie die we menen gemaakt te hebben weten we wat we moeten doen als we iets moeilijks willen bereiken. Voor een goede baan moeten we hard studeren en werken. Voor grote sportprestaties moeten we keihard trainen. Het kost bloed, zweet en tranen en we hebben respect voor mensen die het via deze weg ver schoppen. Deze aanpak zit zo diep in ons verankerd dat we hem ook hanteren om van de Cursus een succes te maken. We zien het als een pittig proces waarin we nog veel te leren hebben.

En dan zegt deze les (329): ‘ik heb al gekozen wat U wilt’. Dit lijkt een beetje uit het niets te komen. In eerste instantie herkennen we dit niet echt want we hebben er nog weinig gevoel bij. Maar de les biedt ons een heerlijke zegen door, zoals zo vaak in de Cursus, alles op z’n kop te zetten. Wij denken dat we veel te doen hebben maar het is al volbracht. We hoeven liefde niet te bereiken omdat we liefde zijn. We zijn nooit vertrokken uit onze veilige woning. We dromen een nare droom waarin we van alles meemaken en druk aan het zwoegen zijn en er zit een lieve Vader naast ons bed die zegt ‘word maar wakker, je bent in je veilige huis, het was maar een nare droom’.

Maar wat als we dit nog niet helemaal, of misschien zelfs helemaal niet, ervaren? Dan zijn er vergevingsoefeningen om ‘klein’ te beginnen. Wat mij bijvoorbeeld helpt is om me niet af te zetten tegen een stomme uitspraak of vervelend gedrag van een ander maar om me er eens mee te verbinden en dan te vergeven. Dus in plaats van ‘ik veroordeel die arrogante houding van jou’ contact te maken met ‘ik vergeef deze arrogante houding in MIJZELF’. Je kunt dan opmerken dat er direct protest komt waarbij je deze nare eigenschappen buiten je wilt houden. Dit illustreert je geloof in verschillen in binnen en buiten, ik en de ander en je geloof in de echtheid van nare eigenschappen. Blijf hier bij en kijk nog eens op een liefdevolle en vergevende manier. Dat kleine rare, lichte gevoel van vergeving dat nu schuchter om de hoek komt kijken dat mag je vertrouwen. Daar gaat het om. Het zal zeker groeien als je je hieraan telkens weer overgeeft want het is jouw natuurlijke Wil om gelukkig en vredevol te zijn. Jouw echte Wil is altijd deze Liefde geweest en een andere wil is er niet.

WB329: Vandaag zullen we onze eenheid met elkaar en onze Bron aanvaarden. We hebben geen wil los van die van Hem, en we zijn allen één omdat Zijn Wil door ons allen wordt gedeeld. Door deze beseffen we dat we één zijn. Door deze vinden we eindelijk onze weg naar God.

Autonomie

Wat een mooi thema. Lees eerst eens even mee in WB328 als je wilt: ‘Het lijkt alsof we alleen autonomie kunnen verwerven door ons streven afgescheiden te zijn, en dat onze onafhankelijkheid van de rest van Gods schepping de manier is waarop verlossing wordt bereikt’. Dit is dus de ego-versie van het streven naar onafhankelijkheid. We trekken ons terug in de denkbeeldige bunker van een “ik-gevoel” waar we hopen onkwetsbaarheid te vinden. Het ontgaat ons dat deze neiging slechts een denkbeeldig ik creëert en daarmee juist een gevoel van kwetsbaarheid.

Dan horen we van de Cursus. We leren dat de gevaren die we buiten ons menen te zien slechts door ons geprojecteerd zijn. We projecteren een lichaam, andere mensen en de buitenwereld zodat we onszelf opgesloten kunnen blijven voelen in die veilige bunker. Dit is een mooi en bruikbaar inzicht. Als we dit echt voor 100% zouden zien en werkelijk aanvaarden dan zou dit het einde van de bunker betekenen en daarmee direct het einde van ons ‘veilige’ ego. Die stap voelt te groot. We willen ons niet overgeven maar ergens de touwtjes nog in handen houden. Een gebruikelijke aanpak is om Cursus-teksten te gebruiken als een soort tranquillizers tegen nare gevoelens. We menen dat we overmeesterd worden door gevoelens van pijn, angst, boosheid en verdriet en proberen vooral deze nare gevoelens kwijt te raken met behulp van de Cursus. Is dit dan fout? Nee! Het kan juist liefdevol zijn om zo de angst stapsgewijs af te bouwen en de Cursus vraagt ons ook niet om (voor ons gevoel) in één keer in de afgrond van Liefde te duiken. Maar de uitnodiging is om uiteindelijk te zien wie we hierbij nog even op de eerste plaats blijven zetten; ons denkbeeldige ik dat zich nu iets prettiger voelt. Het is een opmaat om uiteindelijk het roer helemaal uit handen te geven aan Hem. En dan zullen we zien dat er helemaal niemand is en ook geen roer om uit handen te geven: ‘ er is naast Zijn Wil geen tweede’. Mediteer hier eens op: Er is naast Zijn Wil geen tweede.. Wow!

WB328:
Er is geen andere wil dan die van U. En ik ben blij dat niets wat ik me voorstel, in tegenspraak is met wat U wilt dat ik ben. Het is Uw Wil dat ik volkomen veilig ben, en eeuwig in vrede. En met vreugde deel ik die Wil die U, mijn Vader, mij als deel van mij gegeven hebt.

Wie horen wil zal voelen

De Cursus doet stevige uitspraken. Hoewel het leersysteem van een bovenaardse wijsheid getuigt is van een rustige opbouw nauwelijks sprake. Ze valt direct met de deur in huis met zinnen als ‘niets werkelijks kan bedreigd worden’. Wij zien overal bedreigingen dus wie iets verder kijkt dan zijn of haar neus lang is zou zich direct te pletter moeten schrikken. Bij de Werkboeklessen gaat het er ook niet bepaald zachtzinnig aan toe. Les 1: ‘Niets wat ik deze kamer [in deze straat, uit dit raam, op deze plek] zie betekent iets.’ Dat is nog eens een lekkere binnenkomer.

Wel heerlijke materie om mee aan de slag te gaan. De Cursus vraagt slechts een open houding, geen blind geloof. Ze stelt dat ze geen nieuwe universele theologie wil brengen maar wel een universele ervaring en dat is prettig. We hoeven haar niet te geloven op haar mooie blauwe omslag. Wat we wel mogen doen is het gewoon eens overwegen en de Werkboeklessen doen. Inzicht uit het Tekstboek en ervaring die we mogen opdoen met de Werkboeklessen gaan hand in hand. Ze versterken elkaar en vullen elkaar aan, een Goddelijke synergie. WB327 zegt het ook zo mooi: ‘Er wordt mij niet gevraagd om verlossing aan te nemen op grond van een ongefundeerd geloof. Want God heeft beloofd dat Hij mijn roep zal horen en mij Zelf antwoord geven. Laat me slechts op grond van mijn ervaring leren dat dit waar is, en vertrouwen in Hem zal zeker tot me komen.’

Voor mij blijft ‘eerlijkheid’ een belangrijk thema. Geloof ik de waarheid van de Cursus slechts of ervaar ik het echt? Sta jezelf toe dingen niet direct te zien en ga met je vragen, verontwaardiging, angst en boosheid naar Hem. Ons oude Bijbeltje zei het weliswaar wat moralistisch maar ook heel mooi: belijd je zonden en Hij is getrouw om deze te vergeven. Vrij vertaald richting de Cursus: geef eerlijk toe hoezeer je overtuigd bent van je gevoel van afscheiding, breng het bij de Liefde en ervaar het wonder van vergeving.

WB327: Vader, ik dank U dat Uw beloften in mijn ervaring altijd zullen worden ingelost, als ik ze maar uitprobeer. Laat me daarom proberen ze te beproeven en ze niet te beoordelen. Uw Woord is één met U. U schenkt de middelen waardoor overtuiging komt en de zekerheid van Uw blijvende Liefde eindelijk wordt verworven.

Zoals God ons geschapen heeft

God heeft ons geschapen. Herinneringen uit de godsdienstles op de lagere school komen naar boven. God die de mens in elkaar boetseert en hem door lucht in te blazen tot leven wekt. Daarna gaan we in het paradijs lelijk de fout in en wordt ons lichaam sterfelijk. Zo letterlijk zullen we het nu niet meer nemen maar nog steeds sluimert het idee dat God ons precies heeft gemaakt en gewild hoe we nu zijn in onze schijnbaar specifieke vorm. Hij zou ons een specifiek lichaam gegeven hebben met een bepaald temperament en bepaalde karaktereigenschappen. En vanuit deze speciaalheid gaan we weer op zoek naar de Liefde. We willen een liefdevoller mens worden.

Het is prachtig als we wat vriendelijker en zachtaardiger worden maar de horizon ligt verder weg. Via vergevingslessen daagt het besef dat alle verschillen die we menen te zien tussen onszelf en anderen niet bestaan. Grenzen vervagen en Liefde gaat stromen. We gaan zien dat er geen rangorde in illusies bestaat. Ik ben niet beter dan jij omdat ik me beperk tot schelden en je niet fysiek aanval. Qua vorm verschilt dit wel degelijk en moeten we hiermee zien te dealen binnen de illusie. Maar qua inhoud is het allemaal hetzelfde zwartepieten met schuldgevoelens. Wie is het slachtoffer en wie de schuldige? Dat houdt ons bezig. Het antwoord? Niemand. We zijn nog steeds zoals God ons geschapen heeft. Geen grenzen, geen goede versus slechte mensen. In de illusie: jawel. In werkelijkheid: nee. We mogen leren onze blik te vestigen op de Waarheid. We kijken met de Heilige Geest naar onze neiging om onszelf of anderen te veroordelen. Kijk wat dit oordelen met je gevoel van vrede doet. Neem niks van mij aan. Kijk wat het met je doet als je mij of iemand anders een zeurpiet vindt. En als je dat jezelf niet langer wilt aandoen dan kies je opnieuw. Kijk naar wie jij bent, wie die ander is als je de projecties niet langer serieus neemt. Zie liefde en zie verschillen wegsmelten.

WB326: Laten we vandaag het verdwijnen van de aarde gadeslaan, eerst getransformeerd, om dan, vergeven, volledig op te gaan in Gods heilige Wil.

Klassiek geweld

Gisteravond werd de Messiah van Handel uitgevoerd door het Oratoriumkoor Heiloo in de fraaie Cultuurkoepel. M’n lieve partner Eva zingt mee dus ik was van de partij. Het werd een indrukwekkende uitvoering bedoeld als een lofzang aan God. Het ontzag voor Zijn macht en liefde klinkt door in de muziek en bereikt een hoogtepunt in het indrukwekkende ‘Halleluja’. Ik merkte echter dat ik met regelmaat bleef haken aan de tekst. ‘Door Zijn striemen worden wij genezen. Voor de zonden van uw volk werd Hij geslagen.’ Het bereikte voor mij een dieptepunt toen de tenor op indrukwekkende en dreigende manier over tegenstanders van God zong:’ Hij die woont in de hemel zal hen uitlachen, de Heer zal met hen spotten. gij zult hen breken met een ijzeren staaf; gij zult hen in stukken slaan als een aarden kruik’. Dit beeld kwam me bekend voor. Ongelovigen die moeten sterven, mensen die dit nastreven en zich er zelfs in verheugen. ‘Alleluja, het koninkrijk van deze wereld is het koninkrijk geworden van onze Heer en Zijn Christus’. Tja.

Ik hoorde geen lofzang op God maar de agressie van het ego. Macht, daders, wraak, bloedvergieten en stukslaan van lichamen van tegenstanders. Lees dan eens met me mee in WB 325: ‘wat ik zie weerspiegelt een proces in mijn denkgeest, dat begint met mijn idee van wat ik wil. Van daaruit bedenkt de denkgeest een beeld van wat hij verlangt, van waarde acht en daarom probeert te vinden. Deze beelden worden dan naar buiten geprojecteerd, gezien, als werkelijk beschouwd en als eigendom bewaakt.’

Herkenbaar. Ik had een les te leren en bracht de wraaklust die ik hoorde in de muziek, de beelden van terroristische aanslagen gedaan in de naam van God en mijn eigen oordelen over dit alles naar Hem. Heer, zie ons aan. Zie hoe we projecties maken van schuld en wraak en hoe deze het Licht verduisteren waar we zo intens naar verlangen. Leer ons dat Uw Liefde niet geboren wordt uit bloedvergieten. Help ons om het juiste te vragen aan Uw; geen wraak maar het verwijderen van wraakgedachten uit onze denkgeest. Dank U dat U Liefde bent en dat U ons allemaal gemaakt hebt naar Uw evenbeeld.

WB325: Onze Vader, Uw ideeën weerspiegelen de waarheid, en de mijne brengen los van die van U alleen maar dromen voort. Laat me zien wat alleen de Uwe weerspiegelen, want die en die alleen bepalen de waarheid.