God, de Vader die Liefde is, wist onze tranen.

Vanuit ons geloof in de echtheid van onze afgescheiden staat zien wij overal grenzen. We geloven dat we als lichaam los staan van de buitenwereld. En we geloven dat ons lichaam sterfelijk is, dus in zijn bestaan begrensd door de tijd. Dit is wat Jezus in ECIW aanduidt met ons geloof in illusies en in een illusoire, ons vijandige wereld.

Wat is de manier om dit bijgeloof te beëindigen? ECIW gebruikt hier verschillende omschrijvingen voor. We mogen ons bijgeloof naar het Licht brengen, gaan kijken met de ogen van Christus, de visie van Christus ontwikkelen. Als we zo in stilte tot het Licht wenden en dit door ons heen laten schijnen dan verdampt ons geloof in afgescheidenheid. Dit is het wonder, dit is vergeving, dit is het accepteren van verlossing voor onszelf.  Vanuit de Liefde zien we dus geen grenzen meer en verdwijnt de illusoire wereld van pijn, verdriet en eindigheid. Er is nog een manier om dit uit te drukken: Liefde ziet geen illusies.

Nog wat anders gezegd: God (Liefde) weet niets van onze wereld. Deze laatste formulering vind ik minder gelukkig gekozen. Niet omdat ze niet waar is bezien in het licht van wat ik zojuist schreef. Het ongelukkige van de formulering “God weet niets van deze wereld” zit hem in het feit dat wij als lezers van deze uitspraak deze gaan onbewust interpreteren vanuit ons geloof in afgescheidenheid. Dit is wat gebeurt:

  1. (Onbewust): ik geloof dat ik een afgescheiden, op mezelf staand wezentje ben
  2. (Onbewust): dus is God dat ook
  3. God, als aparte entiteit, weet niets van mij, als aparte entiteit.

Dit resulteert in een gevoel van eenzaamheid, verlatenheid en terechte verbazing. “Hoe zou God zo afstandelijk en liefdeloos kunnen zijn?” wordt onze terechte noodkreet. Vervolgens horen we Cursus-leraren zeggen dat “als God iets zou afweten van onze droomwereld dan zou Hij deze echt maken”. Wat wordt dit na deze ontsporing toch een pijnlijke en hardnekkige mantra. Immers; de enige weg uit ons bijgeloof is ons te wenden tot de Liefde, tot God, tot onze Vader. Doordat we over Hem nu gaan denken als losse entiteit (een vergissing) roepen we iets wat liefdeloos is: we personifiëren deze Liefde en zien deze vervolgens als niet-betrokken en afstandelijk, als harteloos.  Zie je het? Zie je dat ook het weerwoord “God weet wél iets van onze eenzame staat” weliswaar minder harteloos voelt maar ook gebaseerd is op het beeld van een lieve man op een wolk in de hemel?

Helaas hebben we onze blinde vlek niet in de gaten. Dus blijven Cursus-leraren hun mantra herhalen: God weet niets van onze ellende. Wees hier toch wat genuanceerder in, lieve mensen. Want ik zie cursisten vertwijfeld en onzeker reageren. Zo kennen we immers de liefdevolle Vader helemaal niet. Zo kennen we onze liefdevolle Broeder Jezus helemaal niet. En zo willen we zelf ook niet in de wereld staan; droomwereld of niet.

En dat hoeft ook niet. Liefde is onze Bron, de plek waar we ons naartoe wenden voor genezing. Dan stroomt ze door ons heen en vervult ons met vrede en blijdschap. Niet in ontkenning maar in omarming. Zo mogen we de beeldspraak gebruiken: onze Vader houdt van ons, droogt de tranen van onze ogen, draagt ons, en reikt via ons (als zijn kanalen van liefde) naar een wereld in nood.  Neem nu, als je wilt, even de tijd om dit citaat uit de Werboekles van vandaag (192) te lezen. Het behoeft geen verdere uitleg.

Ik heb een functie die God me graag vervullen ziet.

Van de schepping valt in deze wereld zelfs geen voorstelling te maken. Ze heeft hier geen betekenis. Vergeving is hetgeen waarmee ze nog het dichtst bij de aarde komen kan. Want in de Hemel ontstaan, heeft ze in het geheel geen vorm. Maar God heeft Iemand geschapen die het vermogen heeft om het totaal vormloze in vorm te vertalen. Wat Hij maakt zijn dromen, maar van een soort zo dicht bij ontwaken, dat het daglicht er al in schijnt, en ogen, die zich al openen, het vreugdevolle schouwspel dat zij bieden aanschouwen.
Vergeving beziet mild alles wat onbekend is in de Hemel, ziet het verdwijnen, en laat de wereld achter als een schone, onbeschreven lei waarop het Woord van God de zinloze symbolen die er eerst geschreven stonden, nu vervangen kan.

Zoals het nu is, wil ik het niet

Als je goed naar binnen kijkt kun je ontdekken dat dit de kwestie is van veel wat ons bezig houdt: Ik lig wakker en ik wil slapen, Ik voel me nu ellendig en wil me door ECIW beter voelen, Ik wil die 1,5 meter niet, Ik wil geen 5G, Ik wil dat iedereen zich aansluit tegen discriminatie, Ik wil, ik wil etc. Zoals het nu is, zoals ik me nu voel; dat wil ik niet, het is niet mijn wens, ik heb er niet voor gekozen, het overkomt me ongevraagd. Wees heel eerlijk hierin en onderzoek of het klopt. Het voelt alsof je in een situatie zit die je niet wilt.  ECIW noemt dit slachtofferschap en stelt in WB 31 “ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie”. En in de les hierna is het helemaal schrikken geblazen: “Ik heb de wereld die ik zie bedacht”.

Als we dit zo lezen dan kan ons gevoel van slachtofferschap naadloos overgaan in dat van zelfverwijt: waarom ben ik zo stom om mezelf dit aan te doen? Niet bepaald een vooruitgang. Zowel het gevoel van slachtofferschap als dat van zelfverwijt dienen stiekem een gemeenschappelijk doel: we willen ons afgescheiden voelen. Of dit nu als slachtoffer of als dader is; dat doet er niet toe. Allebei is prima voor dit ene doel: de afscheiding zo echt mogelijk laten voelen.

We kiezen voor het ervaren van bedreiging of zelfbeschuldiging, hoewel we niet weten dat we dit doen. Dit doen we vanuit onze ware Identiteit als Zoon van God. Wij als Zoon van God, als Liefde, als tijdloos en onbegrensd wezen willen weten hoe het is om ons klein, kwetsbaar en schuldig te voelen. Daartoe projecteren we een vijandige wereld, een kwetsbaar lichaam, ellende, ziekte en de dood. Het slaat nergens op, maar dit is wat we willen ervaren. Onze eigenlijke rol, mede-scheppen met de Vader, uitbreiding van liefde, willen we even vergeten.

Hoe kunnen we weer wakker worden? We hoeven ellende en eigen lichaam niet te ontkennen, want daarmee zouden we de macht van onze eigen projecterende denkgeest ontkennen. Er is een verandering van standpunt nodig. We moeten niet langer willen kijken vanuit de ogen van dat illusoire zelf. Dat ikje, dat denkt nu vol aan de bak te moeten om “Het” te bereiken. Maar we zijn Het al. We moeten alleen stoppen met het geloven van de grenzen die we hebben bedacht. De grenzen tussen de Vader en ons-Zelf en de grenzen tussen de Kinderen van God onderling. We mogen ons openen voor het verlangen naar de liefde die we zijn door vanuit een andere Bron te kijken. Vanuit de liefde die we zijn, door de ogen van Christus. Het staat zo mooi in de Werkboekles van vandaag (181):

Wanneer dit alles is wat we verlangen te zien, wanneer dit alles is wat we zoeken in de naam van werkelijke waarneming, dan zijn de ogen van Christus onvermijdelijk de onze. En de Liefde die Hij voor ons voelt, zal eveneens de onze zijn. Dit zal het enige worden dat we in de wereld en onszelf weerspiegeld zien.

We kunnen wakker worden door geen afscheiding meer te willen en onze verslaving aan oordelen op te geven. Die echte Wil van ons is nooit weggeweest, we zijn deze alleen maar vergeten. Het gave is dat ons doel, herinneren dat we liefde zijn, direct ons middel is: liefde laten stromen door te stoppen met oordelen en met vechten en ons in plaats hiervan te openen voor Zijn Kracht.

De wereld die eens onze zonden verkondigde, wordt het bewijs dat we zondeloos zijn. En onze liefde voor ieder die we zien getuigt dat wij ons het heilige Zelf herinneren dat geen zonde kent en zich nooit iets zou kunnen indenken dat niet Zijn zondeloosheid deelt. Deze herinnering zoeken we wanneer we onze aandacht vandaag op onze oefening richten. We kijken noch vooruit, noch achterom. We kijken recht in het heden. En we schenken ons vertrouwen aan de ervaring waar we nu om vragen. Onze zondeloosheid is slechts de Wil van God. Dit ogenblik is ons willen één met het Zijne.

Dus laten we anders aankijken tegen de ellende die ons lijkt te overkomen. We zijn als Zoon van God wat in de war door onze eigen beelden van afgescheidenheid te geloven. Wat gebeurt er als ik dit niet doe? Hoe voelt het als ik niet oordeel? Ik vertrouw mijn broeders want zij zijn één met mij. Hé, dit voelt zachter. Laat ik me overgeven aan deze zachtheid en eens kijken wat er gebeurt. Durf ik me open te stellen voor deze zachte kracht? Wat merk ik? Nu is mijn willen één met Zijn Wil!

Bijbelse wonderen

De meeste van ons kennen wel de verhalen over wonderen uit de Bijbel. Jezus verandert hierin water in wijn, hij geneest melaatsen en blinden, hij breekt een broodje en wat vissen in duizend stukjes, loopt over water en staat tenslotte met een tastbaar lichaam op uit de dood. De neiging kan bestaan om dit af te doen als fabeltjes, zaken die niet echt gebeurd zijn en waar het ook helemaal niet om gaat. Wonderen behoren immers tot het gebied van de denkgeest, zeggen we dan. Het gaat om het genezen van onze perceptie. Dus als rampspoed en ziekte ons overkomen zien wij het als ons hoogste doel om hierin onze innerlijke vrede te herstellen. Je hoort dan zinnen als: “we hebben geen invloed op wát ons overkomt maar wel op hoe we hierop reageren”. Er is ook een spiritueel klinkende variant: “wat ons overkomt is het gevolg van onze collectieve projectie en die verander je niet zomaar in je eentje”.

Ik merk grote aarzeling bij mezelf om over dit onderwerp te schrijven maar zie dit als teken van de angst voor de consequenties van “fysieke wonderen”. Natuurlijk zie ik de levensgrote valkuil van het verschuiven van de aandacht van de denkgeest naar de fysieke wereld. De hele Cursus is er juist op gericht om ons te onderwijzen dat de wereld die wij menen te zien illusoir is en dat alleen de niet materiele Schepping van God werkelijk is. Dit onderschrijf ik helemaal. Maar vandaag ondervond ik weer dat wonderlijke fenomeen dat ik wakker werd, nadacht over de kwestie van wonderlijke gebeurtenissen in het fysieke domein en de sterke ingeving kreeg de Werkboekles van vandaag te lezen (163). Hierin staat: Er is geen dood. De Zoon van God is vrij.

Natuurlijk zie ik dat dit geen pleidooi is om te gaan geloven in het nut van een fysiek lichaam dat tot in de eeuwigheid zou moeten gaan rondwandelen. Het klopt dat wonderen niet als doel hebben om voor ons plezierige fysieke verschijnselen teweeg te brengen. Toch denk ik dat we uit angst doorgeschoten zijn in onze ontkenning van de mogelijkheid van wonderlijke genezingen in het fysieke domein. En ja, ja; geen paniek, ik weet dat alleen de denkgeest genezing behoeft en dat een lichaam neutraal is en niet ziek kan zijn. Dus het woord ‘genezing’ kan ik beter niet koppelen aan dat lichaam. Het woord “effect” of “getuigenis” omschrijft het beter. Nu getuigt ons zieke lichaam van schuld en van een ongenezen denkgeest. Als Zoon van God willen we onszelf aanvallen via een ziek lichaam om hiermee zogenaamd te bewijzen dat we sterfelijk zijn, afgescheiden, lichamelijk. Dit bijgeloof dien genezen te worden.

Maar dan schiet bij ons de angst erin en worden we bang voor de getuige die het tegendeel zal laten zien van de zogenaamde macht van het fysieke of van de zogenaamde macht van een collectieve denkgeest. In de Bijbel deinsde Jezus allerminst terug voor dit soort getuigenissen, zoals ik hierboven beschreef. Bij zijn fysieke “genezingen” zei hij eerst: “je zonden zijn je vergeven”. Hij sprak hier niet over het kwijtschelden van echte morele schuld. Hij zei, in Cursus-termen: “je gelooft in afscheiding en in de macht van je eigen fysieke projectie. Je komt nu tot mij, de vertegenwoordiger van de scheppende kracht van liefde. Je toont nu bereidwilligheid en vertrouwen. Nu kan ik je de macht van onze gezamenlijke denkgeest tonen”. En doordat deze broeder zich niet langer liet leiden door zijn geloof in afgescheidenheid maar door de kracht van liefde, kon de kracht van deze liefde zich manifesteren tot in het fysieke domein!

Wat een vreugde! Wat een bewijs voor de onmacht van de ellende in de fysieke wereld, voor de onmacht van de het collectieve geloof van de sceptische mensenmassa die eromheen stond! En natuurlijk was het lichamelijk effect geen doel op zich maar wél het glorieuze bewijs van de werkelijkheid van Gods Schepping en van de scheppende kracht van liefde. Jezus’ kruisiging en opstanding vormden de klap op de vuurpijl, the Masterpiece van alles wat hij zijn hele bediening had onderwezen: dood je hebt geen macht. Paulus zou het later uitjubelen: “dood, waar is je prikkel?”.

Werkboekles 163 gaat over ons geloof in de op-z’n-kop staande wereld. Onze aanbidding van de dood:

De dood is een gedachte die vele vormen aanneemt, vaak niet als zodanig herkend. Ze kan verschijnen als droefheid, angst, verontrusting of twijfel, als woede, ongelovigheid en gebrek aan vertrouwen, als bekommernis om lichamen, afgunst, en als alle vormen waarin de wens te zijn wat jij niet bent, jou kan komen verleiden. Al zulke gedachten zijn slechts de weerspiegeling van de aanbidding van de dood als verlosser en schenker van bevrijding.

En nogmaals, en hopelijk ten overvloede: dit is geen oproep om van wonderlijke fysieke gebeurtenissen ons doel te maken, daar gaat het (juist!) niet om. Maar het is wél een oproep om ons lichaam en de wereld hun plaats terug te geven als neutraal communicatiemiddel dat we mogen gebruiken om, net zoals Jezus in de Bijbel, de macht van de genezen denkgeest te vieren en te tonen aan onze broeders.  En laat ik me hierin niet voor willen doen als iemand die dit allemaal heeft gerealiseerd. Ik onderken mijn diepgewortelde geloof in de macht van de dood en dat ik hierin nog steeds genezing nodig heb. Maar als ik besef dat de verhalen uit de Bijbel een getrouw getuigenis vormen dan jubelt mijn hart over de waarheid en liefde van de Schepping. Mijn foutieve wereldbeeld wankelt en hoop gloort in mijn hart, met Hem.

Onze Vader, zegen onze ogen vandaag. Wij zijn Uw boodschappers en we willen naar de schitterende weerspiegeling van Uw Liefde kijken die in alles straalt. Wij leven en bewegen in U alleen. Wij zijn niet gescheiden van Uw eeuwige leven. Er is geen dood, want dood is niet Uw Wil. En wij vertoeven waar U ons hebt geplaatst, in het leven dat wij delen met U en met al wat leeft, om voor eeuwig zoals U en deel van U te zijn. Wij aanvaarden Uw Gedachten als de onze, en onze wil is eeuwig één met die van U. Amen.

Geef me je zegen Broeder

Lezers die m’n blogs al wat langer lezen weten dat ik nogal eens schrijf over wat ik aanduid als “doorgeschoten of verstandelijk non-dualisme”. Mogelijk ben je dit allang zat en zie je het als een onnodig stokpaardje, een zoeken naar conflict. Zo bedoel ik het in elk geval niet. Ik beschrijf een valkuil waar ik zelf te vaak ben ingevallen. Ik schrijf erover om behulpzaam te zijn, om je te helpen tijd te besparen waarin je te veel gefocust blijft op je eigen kleine zelf.

Een manier waarop ik hierover schreef was door te wijzen op de uitspraak die sommige medestudenten aanspreekt “anderen zijn slechts projecties in m’n denkgeest”. Dit lijkt metafysisch gezien helemaal juist; het gaat toch om de eenheid? Dan is er toch geen sprake van meerdere Zonen van God maar slechts van één Zoon? Om maar eens een bekende gedachtegang te noemen. Het punt is dat het niet werkt als deze waarheid blijft hangen op verstandelijk niveau en onderdeel wordt van verhitte discussies. Wat ik aanvoel, en wellicht wat onhandig en hoekig onder de aandacht probeer te brengen, wordt in de Werkboekles van vandaag door Jezus kernachtig verwoord (WB 161:4):

Eén broeder is alle broeders. Elke denkgeest omvat alle denkgeesten, want elke denkgeest is één. Dat is de waarheid. Maar maken deze gedachten de betekenis van de schepping duidelijk? Brengen deze woorden volmaakte duidelijkheid met zich mee voor jou? Wat anders kunnen ze lijken dan lege klanken, mooi misschien, juist qua gevoel, maar fundamenteel niet begrepen, noch begrijpelijk. De denkgeest die zichzelf geleerd heeft concreet te denken, kan abstractie niet langer vatten in de zin dat ze alomvattend is.

 Onze denkgeest die zo concreet is gaan denken meent “het” gevonden te hebben door de andere broeders te beschouwen als zijn projectie. Dit kan zelfs “juist voelen”, maar als dit niet vergezeld wordt door verbindende liefde dan voelt het kil, koud, afstandelijk en eenzaam.

Deze denkfout werd me ook via A Course of Love onder de aandacht gebracht. Ik heb dit boek een aantal keer gelezen en meende zeker te weten dat hierin staat “Laat al je gedachten gewijd zijn aan eenheid”. Pas toen ik met lieve broeders en zusters mocht meehelpen aan de vertaling werd me duidelijk dat er staat “Laat al je gedachten gewijd zijn aan vereniging”. Dit lijkt hetzelfde maar werkt totaal anders uit op de denkgeest. Bij “eenheid” zweef ik abstract in m’n eentje de lucht in, voel me heerlijk, vrij en onafhankelijk. Bij “vereniging” kijk ik naar anderen, nader ik hen, omarm ze en leer ze kennen als één met mij.

Lees nu eens WB 161 helemaal. Welke tip krijgen we van Jezus? Welke slogan? In elk geval niet deze: “Er zijn helemaal geen anderen, alles is één dus jij (en de hele wereld) bestaat in feite niet maar bent slechts mijn projectie” Hoewel het metafysisch redelijk lijkt te kloppen is het niet de weg van de Cursus. De Cursus is een weg van liefde, van verbinding, van vereniging om zodoende te beseffen dat we één zijn. We moeten de boel niet omkeren en denken dat we vanuit een filosofie van eenheid wel bij de liefde zullen uitkomen.  Wat zegt de Werkboekles wél? Verblijd je met mij over deze weg die we vinden als we niet langer geloven in onze afgescheidenheid van elkaar:

Geef me jouw zegen, heilige Zoon van God. Ik wil je met de ogen van Christus aanschouwen, en mijn volmaakte zondeloosheid in jou zien.

 

 

PHPD: pijntje hier, pijntje daar

Goedemorgen lieve broeders en zusters,

Vanmorgen werd ik weer eens te vroeg wakker naar mijn zin door een lichamelijk kwaaltje. Ooit hoorde ik de afkorting: PHPD; pijntje hier, pijntje daar. Dit lijkt de laatste jaren zo’n beetje m’n motto te zijn waarbij ik van het ene lichamelijke ongemak naar het andere sukkel. Wat valt me te doen als student van ECIW? Hoe kan ik me verhouden tot dat eeuwige geklooi met klachten?

M’n ego weet het wel, Je bent gewoon hypochonder, gepreoccupeerd met al je pijntjes. Daaronder gaat een naar toontje schuil. Een beschuldigende toon: “Je bent gewoon een aansteller”. Ik hoor de stem van m’n stoere vader: “stel je niet zo aan, gewoon een beetje flink zijn”. Ik probeer nogmaals te kijken, deze keer in het licht van de Cursus. Deze spreekt van een verborgen intentie van alle ziekte. De Zoon van God projecteert een ziek lichaam met een bepaald doel. M’n geheime doel is dat ik me afgescheiden wil voelen, een afgescheiden zelf dat bedreigd kan worden. Dat lukt inderdaad aardig door PHPD. Ik zie de versterking van het geloof dat ik een afgescheiden zelf ben dat bedreigd kan worden. Het is door de kwaaltjes extra voelbaar geworden, geloofwaardiger. Het is lekker makkelijk om te roepen dat je niet het lichaam bent, zolang er niks aan de hand is.

Zo schijnt er wat licht op de kwestie vanuit de metafysica van ECIW. Helpt dit me nu? Nog niet echt. Ik snap nu enigszins wat er aan de hand is maar er komt nog een tweede zelfbeschuldiging bij. “Het is dus allemaal m’n eigen schuld”. Deze keer heeft het ego het blauwe boek ter hand genomen en slaat me ermee op m’n hoofd. “Sukkel, je doet het jezelf aan!” Het is zo’n halve waarheid waar het ego dol op is. Want het klopt dat ik niet het slachtoffer ben van de wereld die ik zie, inclusief die projectie van dat PHPD-lichaam. Het is inderdaad de projectie van mij, als Zoon van God, om extra overtuigend het spel van afgescheidenheid te kunnen spelen. Maar schuld? NEEN. Een vergissing? JA!

Maar, praktisch als ik ben, vraag ik me nu af wat ik eraan kan doen. Terwijl ik zo vroeg wakker lig besef ik dat deze vraag verder reikt dan dit PHPD-gebeuren. Het betreft alle ongein in deze wereld. Van Corona tot rassenhaat. Wat moet ik doen als ik geconfronteerd word met al deze shit? Ik merk dat ik niet zo goed meer kan tegen welgemeende adviezen van medestudenten van de Cursus om alles maar te ontkennen: “Er is geen oorlog, geen haat, geen buitenwereld en geen ziek lichaam”. De bekende vlucht richting ontkenning. Het kan wijs en juist overkomen maar het voelt zelden liefdevol. Is ontkenning echt de weg die ECIW mij wil leren? Ook hier weer die halve waarheid van het ego. Want JA, alle ogenschijnlijke ellende is een projectie van mezelf als Zoon van God om de hel van afgescheidenheid te willen vieren. Maar NEE; lacherige ontkenning is niet de weg van ECIW en komt oh zo vaak gewoon voort uit angst en een nu nog dieper verstopt geloof in kwetsbaarheid. Het kan een verkapte vlucht worden.

Ik lig stil in bed en denk aan deze vragen. Dan volgt een zacht duwtje in de rug. Ik pak m’n telefoon van m’n nachtkastje en ga naar de site van Miracles in Contact. Wat is de Werkboekles van vandaag? Ik lees en moet glimlachen. Dit vroege wakker worden door PHPD wordt door Jezus gebruikt. Heerlijk om dat te merken. En ik lees in WB 155 (4):

“Als de waarheid van hen zou eisen dat zij de wereld opgaven, zou dit hun toeschijnen alsof ze het offer vroeg van iets wat werkelijk is. Velen hebben verkozen de wereld te verzaken terwijl ze nog

steeds geloofden in de werkelijkheid ervan. En ze hebben geleden onder een gevoel van verlies en zijn bijgevolg niet bevrijd. Anderen hebben niets dan de wereld gekozen, en zij hebben geleden onder een nog dieper gevoel van verlies, dat ze niet begrepen.”

 Och, wat zegt hij dat weer mooi. Precies de spijker op de kop geslagen: “Velen hebben verkozen de wereld te verzaken terwijl ze nog steeds geloofden in de werkelijk ervan”. Kennelijk is dit inderdaad niet de weg van ECIW, net zomin als het te serieus nemen van de wereld wat erop volgt. Maar wat dan?

“Tussen deze paden ligt een andere weg die wegvoert van elk soort verlies, want offers en ontbering worden daar beide snel achtergelaten. Dit is de weg die jou nu wordt aangewezen. Je bewandelt dit pad zoals anderen dat doen, en je lijkt niet verschillend van hen, hoewel je dat wel degelijk bent. Zo kun je hen dienen terwijl jij jezelf dient, en hun schreden naar de weg leiden die God voor jou, en door jou voor hen, geopend heeft.”

 Dit ontroert me. Hier komen wijsheid en liefde weer samen. Deze Heilige tussenweg van Jezus. We hoeven de wereld niet te ontkennen, te verzaken. Maar we hoeven deze ook niet echt te maken en daardoor een nog dieper gevoel van ellende te ervaren.

“Er is een manier om in de wereld te leven die niet van deze wereld is, ook al lijkt ze dat wel te zijn. Je verandert niet van uiterlijk, hoewel je vaker glimlacht. Je voorhoofd is sereen, je ogen staan rustig.”

 Prachtig. Maar daar is toch weer die vraag: wat moet ik nu doen? Goed beschouwd is dit geen vraag maar een stelling. De vraag gaat er helemaal vanuit dat er een “ikje” bestaat dat wordt bedreigd en iets kan “doen”. WB 153 komt naar boven: In mijn verdedigingsloosheid ligt mijn veiligheid. Juist door als ikje de regie in handen te willen nemen en te vechten maak ik de illusie van afgescheidenheid nog echter. Dus eindig ik hier met de glorieuze afsluiting van WB 155:

Ik doe een stap terug en laat Hem de weg wijzen, want ik wil de weg gaan die voert naar Hem.

Een nieuwe wereld

De wereld die we zien is een illusie, daar wil ik niks aan af doen. Het hele universum van tijd en ruimte is een projectie van de Zoon van God. Voor ervaren Cursus-studenten vertel ik hiermee niks nieuws. Dit verstandelijk menen te weten en te begrijpen is echter nog iets anders dan het werkelijk realiseren. De vergevingsoefeningen die ECIW ons aanreikt kunnen ons een beetje op weg helpen. Ook dit klinkt bekend. Het ‘gevaarlijke’ van bekend klinkende frasen is dat we slordige studenten kunnen worden.

Zo’n slordigheid kan bestaan uit het onbewust aannemen van een negatieve houding ten opzichte van de wereld. Sommige teksten uit de Cursus gebruiken ook negatieve bewoordingen om de wereld te beschrijven. Voorbeeldje (uit Txt 29:VIII):

“Hier is de wereld van afgoden gesitueerd door het idee dat er vorm is gegeven aan die macht, die plaats en die tijd, en dat ze een wereld samenstellen waarin het onmogelijke plaatsgevonden heeft. Hier komen de onsterfelijken om te sterven, de alomvattenden om verlies te lijden, en de tijdlozen om tot slaaf van de tijd te worden gemaakt. Hier verandert het onveranderlijke, en maakt Gods vrede, voor eeuwig aan alle levende wezens gegeven, voor chaos plaats. En hier komt Gods Zoon, even volmaakt, zondeloos, en liefdevol als zijn Vader, om een tijdje te haten, pijn te lijden en uiteindelijk dood te gaan.”

En nu moeten we goed opletten want dit stukje gaat niet over de fysieke werkelijkheid als zodanig. Deze is, net als ons lichaam dat er onderdeel van uitmaakt, volkomen neutraal. Dit stukje gaat over de rare intentie van de dromende Zoon van God om de fysieke, geprojecteerde wereld te misbruiken om z’n illusie van afgescheidenheid uit te leven. De neutrale wereld wordt misbruikt om geloof in grenzen, aanval en sterven echt te laten lijken.

De slordigheid bestaat nu hieruit dat we een hekel kunnen krijgen aan het fysieke, aan de wereld en aan ons lichaam. We menen dat het einde van deze ellende gelijk staat aan het einde van de fysieke wereld. Dit is volgens mij niet waar ons streven op gericht dient te zijn. De uitnodiging is om niet langer de fysieke wereld te misbruiken als getuigenis voor de afscheiding. Ter illustratie de volgende tekst (WB 155):

“Er is een manier om in de wereld te leven die niet van deze wereld is, ook al lijkt ze dat wel te zijn. Je

verandert niet van uiterlijk, hoewel je vaker glimlacht. Je voorhoofd is sereen, je ogen staan rustig. En degenen die door de wereld gaan zoals jij herkennen hun gelijken. Maar ook degenen die de weg nog niet hebben gezien herkennen jou, en geloven dat jij bent zoals zij, zoals je vroeger was.
De wereld is een illusie. Zij die verkiezen er te komen, zoeken een plaats waar ze illusies kunnen zijn en hun eigen werkelijkheid vermijden. Maar wanneer ze merken dat hun eigen werkelijkheid zelfs hier is, doen ze een stap terug en laten haar de weg wijzen. Welke andere keuze kunnen zij werkelijk maken? Illusies vóór de waarheid uit laten gaan is waanzin. Maar illusie achter de waarheid laten verzinken en de waarheid naar voren laten treden als wat ze is, is niet meer dan gezond verstand.”

 Kun je voelen dat hieruit helemaal geen grimmigheid spreekt? Geen oordeel en geen angstig weg willen vluchten van deze wereld? De illusie wordt niet echt gemaakt maar we kunnen merken dat onze werkelijkheid zelfs hier is. En dan breekt een glimlach door en ga je op een andere manier door de wereld.  Hetzelfde kan gezegd worden over het lichaam. Waar het misbruikt wordt om onze rare neiging tot afscheiding uit te leven geldt het volgende (Txt 20. VI):

“Het lichaam is een geïsoleerd spikkeltje duisternis, een verborgen geheime kamer, een piepklein plekje zinloos mysterie, een betekenisloze omheining die angstvallig wordt beschermd, en toch, wat het verbergt is niets.”

 Maar door onze intentie te veranderen van oordeel naar vergeving verandert ook het aanzien van het lichaam (Txt 8. VII):

“Het lichaam is mooi of lelijk, vredig of woest, nuttig of schadelijk, al naargelang het gebruik dat ervan wordt gemaakt.”

 Zie je het? ECIW is geschreven voor Zonen van God die wensten te geloven in de afscheiding. Het beschrijft wat we daartoe van de wereld en van het lichaam hebben gemaakt. Het is echter geen oproep om beiden te miskennen. Miskennen is een vorm van afscheiding, het is een oordeel waardoor ons geloof in het kleine zelf verhardt. Ware ontkenning betreft de ontkenning van geloof in afgescheidenheid, en dat is iets anders. Dit geloof in afgescheidenheid wordt door liefde genezen in de denkgeest. Daarna mogen we glimlachen met onze fysieke gezicht en liefde laten stromen in de fysieke wereld.

Hartegroet, Simon

500 blogs op ECIW coach!

WordPress, het systeem dat ik gebruik voor m’n website ECIWcoach, stuurde me een berichtje waarin staat dat ik in totaal 500 blogs heb geplaatst in de afgelopen vijf jaar. Reden om een beetje terug- en vooruit te blikken. Het merendeel van de blogs, zeker in de beginjaren, gaat over mijn ervaringen met Een Cursus in Wonderen. Dit wonderlijke boek inspireert me al zo’n tien jaar en verbaast me nog elke dag. Ik vond het vooral leuk om dagelijkse gebeurtenissen te zien in het licht van de Cursus en hierover te schrijven. Het is fijn om te merken dat lezers zich hierin herkennen en erop reageren door zelf iets te delen of door een vraag te stellen.

Ik vind het leuk om te schrijven en ik merk dat het onderdeel is van mijn eigen leerproces. Gevolg hiervan is dat situaties die me eerst nogal van m’n stuk konden brengen nu sneller herkend worden zodat ze direct als vergevingsoefening fungeren. Hoewel me dit blij maakt biedt het minder stof tot smeuïge blogs. Ik merk ook dat ik me de laatste tijd meer geroepen voel om te schrijven over de manier waarop we met ECIW om gaan in wat ruimere zin. Dit levert wat meer abstracte stukjes op, bijvoorbeeld over de metafysica. Al snel merkte ik dat hiervoor minder publiek bestaat en ook m’n lieve partner, die zelf geen student van ECIW is maar wel soms m’n blogs leest, geeft aan dat blogs over m’n praktijkervaringen haar meer aanspreken.

Voor mij was het een oefening om me niet te laten leiden door “likes” of aantallen reacties maar door de innerlijke aansporing om gewoon te schrijven wat kennelijk geschreven moet worden. Sommige stukjes blijken wat controversieel te zijn, vooral blogs die handelen over de manier waarop ECIW geïnterpreteerd wordt, soms zelfs door Cursus-leraren van naam. Ik heb mezelf afgevraagd waarom ik toch stukjes schreef waarvan ik weet dat ze stof tot discussie geven. Ik ontdekte echter dat discussie en kritiek niet hetzelfde zijn als een “aanval”, ondanks het feit dat sommigen m’n blogs zo ervoeren. Als ik erop terugkijk zie ik een soort patroon. De eerste jaren gingen m’n stukjes over de correctie van mijn perceptie van wat me overkwam met behulp van de Cursus en haar metafysica. De laatste tijd gaat het over dezelfde relatie maar vanaf “de andere kant” beschouwd: hoe beïnvloedt onze visie de manier waarop wij kijken naar omstandigheden en handelen in de wereld? Een paar voorbeelden, zonder nu in detail te treden:

  • Wat doet het met je als de wereld als een nare droom beschouwt?
  • Hoe treed je “anderen” tegemoet vanuit een non-duale visie?
  • Wat houdt het in dit verband bijvoorbeeld in om anderen te helpen?
  • Hoe kunnen we ons verhouden tot het lichaam, vooral als we pijn ervaren?
  • Wat houdt “Een nieuwe wereld” eigenlijk in? Enzovoorts

Het is me opgevallen dat er, vooral in Nederland, sterke nadruk ligt op een bepaalde interpretatie van ECIW. Op zichzelf is daar niets mis mee als dit tijdelijk gebeurt en als men er zich bewust van is dat de gekozen interpretatie niet de gehele boodschap van ECIW vertegenwoordigt. Dat is volgens mij helaas niet het geval. Het gevolg is in mijn beleving een wat te verstandelijke en nihilistische visie op ECIW met een eenzijdige focus op innerlijke vrede en een onderwaardering van Gods mysterieuze en liefdevolle Schepping. Samengevat in een wat rare zin: alles moet terug naar nul.

Ik besef dat ik hiermee zelf ook wat chargeer en zaken scherp neerzet. Gelukkig corrigeert ECIW zelf de kaalslag die plaatsvindt als we te ver meegaan in “alles op nul”. In het Engels taalgebied hebben we nu de complete versie van ECIW (The Complete & Annotated Edition). Maar ook ons blauwe boek trekt zich niks aan van doorgeslagen non-dualisme en spreekt bevrijdend over onze Vader, Liefde, de Drie-eenheid, de Schepping, onze Broeders, de Heilige Relatie, over een nieuwe wereld etc. Tenzij we alles afdoen als “symbolisch” in ons streven naar verstandelijke helderheid, bruist ECIW van de scheppingslust. Daar word ik blij van en die blijdschap wil ik delen. Hoe dat vorm gaat krijgen, via blogs of op andere manieren, weet ik niet en hoef ik niet te weten. Liefde vindt haar weg, zelfs in de vorm.

Hartegroet aan alle lezers en dank voor jullie reacties 💜🙏

Simon Schoonderwoerd

Over afstandelijkheid en verbinding

Als we om ons heen kijken zien we een illusie. Dat is de verbijsterende clou van ECIW. Vanuit die ene denkgeest die we in werkelijkheid zijn, projecteren we een buitenwereld om de illusie te maken dat we als afgescheiden zelf naar iets buien onszelf kijken. Waarom begin ik zo vroeg op de zaterdagochtend over zo’n pittig metafysische kwestie? Dat heeft te maken met wat ik ervaren heb op de terugweg uit deze illusie. Toen ik namelijk leerde dat ik in dit leven in feite slechts naar mijn eigen projecties zit te loeren, had dit een paar gevolgen. Zo merkte ik dat er een plezierige ruimte ontstond tussen de vijandige wereld en mijzelf. Ik nam, anders gezegd, de droom wat minder serieus. Dit betrof ook de manier waarop ik omging met mijn lichaam als dit weer eens de aandacht vroeg met pijntjes en kwaaltjes. Ik wilde me niet laten foppen en vond steun in “ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie” en in “ik ben niet dit lichaam”. De ervaring die ik opdeed laat zich omschrijven als “achteruitlopen”, een soort afstand nemen van de droom en deze niet meer serieus nemen.  Ik spreek nu af en toe medestudenten die, net als ik toen, erg enthousiast zijn over de impact van dit achteruitlopen. Het geeft lucht en ruimte en je voelt je minder aangevallen door nare omstandigheden en door nare anderen. Het geeft je een gevoel van innerlijke vrede, en is dat niet waar het allemaal om draait?

Hoewel deze ontkennende benadering even zijn nut zal hebben merkte ik dat het toch niet handig is om erin te blijven hangen. De stilzwijgende aanname is dat liefde als vanzelf zal opborrelen wanneer we de wereld en het lichaam niet langer zien als iets buiten ons zelf. Maar in alles wat ik hierboven schreef is, als je goed kijkt, het ego weer door de achterdeur naar binnen geslopen. De verandering die heeft plaatsgevonden is die van een geïdentificeerd zelf naar een geïsoleerd zelf. Het geïsoleerde zelf kan zich vredig voelen en onkwetsbaar, het kan lachen om alle zogenaamde ellende in de wereld en zelfs in het eigen lichaam. Het merkt zelf nauwelijks op dat het hiermee nog geen scheppingskanaal is geworden, nog geen kanaal van liefde. De naasten van zo’n verstandelijk verlicht zelf merken dit gewoonlijk eerder dan het zelfje zelf. “Ben je er wel helemaal bij?” kun je horen. Of “wat doe je toch afstandelijk en ongeïnteresseerd?” Het zelfje kan dit zelfs als een compliment zien. “Aha, deze speciale relatie is aan het transformeren naar een heilige relatie; het gaat steeds beter!”

In deze fase wil het achteruitlopende zelf alles tot één herleiden en ziet zelfs God de Vader, de Heilige Geest en alle Broeders als eigen projectie, als symbolen die nog even vergeven mogen worden om die ultieme eenheid te ervaren. De mega blinde vlek van dit zelfje is dat het niet in de gaten heeft dat het zich hiermee gelijkgesteld heeft aan God de Schepper, blasfemie in optima forma. Dit is niet zondig of Godslasterlijk, maar het is in mijn beleving wel een doodlopend ego-pad. Het is voor ons ego een erg aantrekkelijk pad, omdat zijn basis onaangeroerd blijft: “ik ben echt en het centrum van het universum”.

Terwijl we zo aan het achteruitlopen waren, zijn we de wereld en onze broeders kwijtgeraakt. We zijn van hen vervreemd geraakt en hopen dat uit de ultieme vervreemding de liefde geboren zal worden. Maar liefde wordt niet geboren vanuit achteruitlopen maar vanuit de omarming, vanuit relatie en vanuit verbinding. Als we met ons verstand leren dat er geen grens is tussen ons en die ander dan dienen we niet lacherig achteruit te lopen maar blij vooruit. Liefde vervreemdt niet maar verbindt. Juist dit verbinden is iets waar het zelf juist niet voor voelt. Onbewogen toeschouwen, waarnemen en achteruitlopen vindt het heerlijk maar zich overgeven aan de liefde om zich te laten voegen in Gods Schepping is voor het zelf wezensvreemd.

De uitnodiging is om, na even achteruitgelopen te zijn, niet zozeer de wereld en anderen te gaan ontkennen maar om de vermeende grenzen tussen ons en anderen naar het Licht te brengen ter vergeving. De ontkenning van het verstand mag samengaan met de warme verbinding van ons hart. “Heer, hier ben ik. Gebruik me, stroom door me heen opdat ik het wonder van liefde mag aanbieden aan de wereld en aan mijn broeders. Ik wil me voegen naar Uw Wil opdat ik mag ervaren dat Uw Wil de mijne is en dat ik Uw Zoon bent, geliefd, liefdevol en overstromend van liefde, een zegening voor mijn broeders”.

Wanneer ik genezen word, word niet ik alleen genezen. En ik wil mijn broeders zegenen, want ik wil met hen genezen worden, zoals zij worden genezen met mij (WB 137:15)

Kiezen voor de Hemel

Onze poes Mies is graag buiten. We hebben geen kattenluik maar Mies heeft ons goed afgericht: als ze bij de keukendeur naar buiten gaat kijken dan doen wij de deur voor haar open. Het valt me op dat Mies niet in staat blijkt om, naar buiten kijkend, in te schatten of het al dan niet lekker weer is. Dus ook bij regen en wind posteert ze zich voor de deur. Pas als we de deur openen deinst ze na twee stapjes terug, duikt in elkaar en blijft op de drempel als versteend zitten totdat we de deur weer sluiten. Ook qua geheugen scoort Mies niet erg hoog. Vijf minuten na bovenstaand tafereel lijkt ze haar eerdere ervaring al vergeten en kijkt ze vragend of we de deur nog eens willen openen.  Aan ons als ECIW studenten wordt ook gevraagd een keuze te maken. Vandaag las ik werkboekles 133: “Ik zal geen waarde geven aan wat geen waarde heeft”.  Hierin lezen we:

Kiezen kun je, sterker nog, dat moet je. Maar het is verstandig de wetten te leren die je in beweging zet wanneer je kiest, en te weten tussen welke alternatieven je kiest.

Ook wij weten van tevoren niet goed wat onze keuze inhoudt en wat deze ons gaat brengen. Jezus zegt echter

..dat er geen compromis mogelijk is in wat jouw keuze je moet brengen. Ze kan jou niet maar een beetje geven, want er is geen tussenmaat. Elke keuze die jij maakt, brengt jou alles of niets

Zo kennen we Jezus en de Cursus weer, radicaal als altijd. Geen enkele doel dat we ons op droomniveau stellen zal de moeite waard blijken. Later herhaalt hij het nog eens:

Alle dingen zijn waardevol of waardeloos, wel of in het geheel niet nastrevenswaard, volkomen wenselijk of niet de minste moeite waard. Kiezen is juist hierdoor gemakkelijk.

 Net als Mies moeten we kiezen. Wat doen we? Blijven we binnen, in onze droom, of aanvaarden we de uitnodiging van Jezus die de deur voor ons openhoudt? Mies weet niet wat haar te wachten staat als wij de deur voor haar openen. Maar Jezus laat er geen onduidelijkheid over bestaan en spreekt in paragrafen 13 en 14 over “de Hemel”. Wij kunnen ons geen voorstelling maken van deze hemel. Jezus legt geduldig uit wat het niet betekent. Het zijn geen dingen die voorbijgaan of zaken die we kunnen “hebben” terwijl anderen het niet hebben. Maar wat is die hemel dan precies? Onlangs stelde een medestudente met ontwapenende eerlijkheid deze vraag in een Zoom meeting: “wat is toch die vrede waar iedereen het maar over heeft?”.

Daar kunnen we lang over nadenken en de vragen stapelen zich dan op. Kan ik vredig pijn hebben en lijden? Ben ik dan altijd blij? Er is niks mis met nadenken en Jezus spreekt ons in de Cursus aan met woorden die sowieso eerst via het denken binnen komen. Maar de reikwijdte van ons denken is beperkt. Het is volkomen bepaald en beperkt door onze identificatie met de droom waarin we menen te leven. Ook in deze werkboekles dienen woorden er slechts toe om aan te geven waar we het niet moeten zoeken en waar we het niet zullen vinden. En als we ons eigen zoeken moe zijn geworden mogen we een keuze gaan maken met ons hart, een keuze gebaseerd op vertrouwen. Jezus wil ons leiden naar een universele ervaring van liefde, niet naar een verstandelijk inzicht of een kortstondige en vluchtige extase. Om te ontdekken wie we echt zijn moeten we onze kleine wil in Zijn handen leggen die symbool staan voor ons ware Zelf. We worden uitgenodigd om onze eigen handjes leeg te maken:

De Hemel zelf wordt bereikt met lege handen en een open denkgeest, die met niets komt om alles te vinden en er als het zijne aanspraak op te maken

Dus mogen we bidden:

“Heer, ik heb zo lang gezocht hier in de droom en ik weet het allemaal niet meer. Ik weet niet wat ik moet doen of wat ik verkeerd doe. Ik ben zo bang en zo moe. Heer, ik wil op u vertrouwen en mijn kleine wil in Uw handen om me te laten leiden. Ik vertrouw u als mijn broeder, als mijn diepste Zelf en wil leren kijken door Uw ogen, de ogen van verbinding en liefde. Hier ben ik Heer.”

En ontvang dan wat iedereen wacht die onbelast de poort van de Hemel bereikt, welke bij zijn komst openzwaait…

 

 

Bijzonder, toch?

Als Nederlandse studenten van ECIW gaan we uit van “het blauwe boek” dat gebaseerd is op de Engelse versie van “The Foudation for Inner Peace”. In de Engelstalige wereld is ook een versie van ECIW beschikbaar die zo exact mogelijk teruggaat op de aantekeningen van Helen Schucman (Van The Circle of Atonement). Helaas is deze versie niet in het Nederlands beschikbaar. Ik hoor soms de opmerking dat die complete versie haast onbegrijpelijk is en veel stukken bevat die specifiek bedoeld waren voor de psychotherapeuten Helen en Bill. Voor een deel klopt dit maar er zijn bij het opstellen van ons blauwe boek helaas ook flinke stukken tekst verdwenen die ons veel hadden kunnen leren. Graag geef ik een voorbeeldje aan de hand van wonderprincipe 27. In ons blauwe boek staat slechts:

“Een wonder is een universele zegening van God via mij naar al mijn broeders. Het is een voorrecht van wie vergeven is om te vergeven”.

Ik ben niet gekwalificeerd als vertaler maar doe een poging om dit wonderprincipe voor jullie te vertalen uit de complete editie:

“Een wonder is een universele zegening van God via mij naar al mijn broeders. Het is een voorrecht van wie vergeven is om te vergeven. Zielen kunnen niet rusten totdat iedereen verlossing heeft gevonden.

De discipelen werden officieel en specifiek gevraagd om anderen te genezen, als artsen voor de heer. Ze werden ook gezegd om zichzelf te genezen. Hun werd beloofd dat ik ze nooit in de steek zou laten. Verzoening is het natuurlijke beroep van de kinderen van God omdat ze mij beleden hebben.
De kinderen hebben zowel kracht als hulp nodig. Je kunt niet helpen totdat je sterk bent. De eeuwige armen zijn jouw kracht, en de wijsheid van God is jouw hulp.
“Hemel en aarde zullen voorbijgaan” houdt in dat ze niet altijd zullen bestaan als afzonderlijke toestanden. Mijn woord, welke de opstanding en het leven is, zal niet voorbijgaan omdat het leven eeuwig is.
Jij bent het werk van God, en zijn werk is totaal beminnenswaardig en liefdevol. Op deze wijze moet je over jezelf denken in het binnenste van je hart, omdat dit is wat je bent. “

Wat een extra informatie hé? In de versie van The foundation for Inner Peace zijn de wonderprincipes samengevat op ongeveer 4 bladzijden. In de completer editie wijdt Jezus er tientallen bladzijden aan. Het gaat me nu niet om de implicaties van (of de redenen voor-) deze omissies. Wat echter opvalt is dat er tekst verloren is gegaan die handelt over zielen, over de Bijbelse Jezus, over de opdracht die hij gaf aan zijn discipelen, over genezen en het aanbieden van genezing en over de denkbeeldige grens tussen hemel en aarde.

Let wel: we hebben het hier niet over extra informatie afkomstig van buiten ECIW maar van informatie die Jezus heeft gedicteerd en waarvan ooit besloten is door iemand dat deze niet vermeldenswaard was.

Ik ben benieuwd hoe jullie hierover denken. Bestaat er interesse in de vertaling van de weggelaten gedeelten?

Hartegroet,

Simon