Jeugdtrauma’s herbeleefd

jeugdtraumaGisterochtend sprak ik een oudere dame die de neiging heeft om urenlang monologen te voeren over haar nare jeugdherinneringen. Het moet gezegd worden dat het inderdaad niet gering is wat ze allemaal voor haar kiezen heeft gekregen maar, een beetje onbeleefd gezegd, op een gegeven moment weet ik het wel. Het telkens herkauwen van alle traumatische gebeurtenissen lijkt haar geen goed te doen want telkens raakt ze overspoeld door boosheid en verdriet over al het onrecht dat haar is aangedaan.

Gisteravond reageerde mijn partner, vermoeid door een dag hard werken, ongebruikelijk fel op het feit dat ik in haar ogen iets fout had gedaan. Ik merkte dat de ruw geformuleerde kritiek hard binnen kwam en wist met moeite mijn verontwaardiging en boosheid binnen te houden. Enige minuten later besefte ik dat een oud patroon zich herhaalde waarin mijn vader mijn fouten in het verleden met weinig subtiliteit bestrafte. Net als mijn gesprekspartner van die ochtend meende ik dat ik een weerloos slachtoffer ben van zaken die anderen mij in het verleden hebben aangedaan.

Wat deze kwesties me als eerste tonen is dat theoretische kennis van de Cursus geen garantie vormt om niet langer in klassieke valkuilen als deze te stappen. Telkens weer krijgen we de vergevingslessen aangereikt als oefenmateriaal. Het ego wil me nu “hardleers” en een “hopeloos geval” noemen, maar gelukkig doorzie ik die truc nu wat sneller. Als tweede is dit een klassiek staaltje van projectie. Mijn irritatie over mijn oude vriendin die zich als slachtoffer lijkt te blijven wentelen in het verleden had mij al een wake-up-call kunnen geven. Kennelijk moest de wekker ’s avonds echter nogmaals afgaan. Ik veroordeelde in haar het geloof in willoos slachtofferschap en dit blijkt, zoals gewoonlijk, mijn eigen geloof te zijn dat ik voor mijn gemoedsrust maar liever in haar veroordeel. Het devies is het terugnemen van de projectie.

Ik geloof dat mij in het verleden iets is aangedaan waardoor ik ook nu nog ellende ervaar. Ik geloof dat ik een klein en kwetsbaar wezentje ben dat bedreigd wordt door boze machten buiten mij. Ik geloof dat de afscheiding van God, van liefde, gelukt is, dat ik hierdoor fout en schuldig ben en dat Gods toorn niet kan uitblijven. Ik geloof dat ik dus God heb aangevallen en dat zijn tegenaanval in feite gerechtvaardigd is. En zolang ik geloof in de mogelijkheid van afscheiding en aanval zal ik de illusie koesteren dat ik leef in een bedreigende de wereld waar ik aanvallen moet vrezen en waar ik uiteindelijk als lichaam het onderspit zal gaan delven en zal moeten sterven.

Nu pas kan de terugweg aangevangen worden met behulp van werkboekles 23: Ik kan ontsnappen aan de wereld die ik zie door aanvalgedachten op te geven. De tweede paragraaf komt met grote kracht de denkgeest binnen:

Als de oorzaak van de wereld die jij ziet aanvalgedachten zijn, moet je leren dat je juist deze gedachten niet wilt. 2Het heeft geen zin te jammeren over de wereld. 3Het heeft geen zin te proberen de wereld te veranderen. 4Ze is niet te veranderen, omdat ze slechts een gevolg is. 5Maar het heeft zeker zin je gedachten over de wereld te veranderen. 6Hiermee verander jij de oorzaak. 7Het gevolg zal dan vanzelf veranderen.

Reeds in deze 23ste les geeft Jezus ons in paragraaf 5 helder aan wat me te doen staat:

2Deze verandering vereist eerst dat de oorzaak herkend en daarna losgelaten wordt, zodat die kan worden vervangen. 3Bij de eerste twee stappen in dit proces is jouw medewerking vereist. 4Bij de laatste niet. 5Jouw beelden zijn al vervangen. 6Door de eerste twee stappen te zetten zul je zien dat dit zo is.

Als ik dit wat anders formuleer dan wordt de aanpak helder:

  1. Oorzaak herkennen.
    Dat betekent eerst contact maken met wat ik  voel, hiervan niet wegrennen maar het onder ogen komen door er rustig naar te kijken. In het terugnemen van de projectie helpt enige kennis van de metafysica van de Cursus ons enorm. We moeten simpel gezegd voelen wat er gebeurt en snappen dat de oplossing niet buiten ons ligt maar in onze eigen denkgeest.
  2. Oorzaak loslaten.
    De oorzaak is mijn geloof in afscheiding. Ik geloof dat ik het daadwerkelijk geflikt heb en me heb losgemaakt van de eenheid, van de liefde. Triomfantelijk kijk ik om me heen. Door dit geloof serieus te nemen vergeet ik te lachen en denk ik dat ik daadwerkelijk een lange neus tegen God kan maken met zonde, schuld en angst tot gevolg
  3. Vervangen van aanvalsgedachten door de visie van de Heilige Geest. Als ikje kan ik geen juiste gedachten hebben omdat deze “mezelf” zouden opheffen. Ik moet vertrouwen op gedachten die niet geboren worden vanuit ogenschijnlijke afgescheidenheid maar die mij toevloeien vanuit het Geheel, vanuit de Liefde die ik werkelijk ben.

Het wonder van vergeving; wat een vrede..

Mind blowing

mind_blownBij een normale cursus of opleiding is het begin vaak redelijk simpel en makkelijk te begrijpen en werk je toe naar de complexere thema’s die later aan de orde komen. Hoewel er een boven-intelligente opbouw in onze Cursus in Wonderen zit kun je niet echt spreken van een rustige start. Als je wat langer met de Cursus bezig bent loop je de echter kans dat je een beetje afgestompt raakt voor de heftigheid van de boodschap van de eerste lessen. De les van gisteren vind ik wat dit betreft een heerlijk voorbeeld: Ik ben vastbesloten te zien (W20). Zonder dat we het zelf in de smiezen hebben interpreteert ons ego dit onbewust als “ik ben vastbesloten om, bij wat ik nu al zie, nog wat andere, meer spectaculaire dingen, waar te nemen”. Gelukkig worden we in dezelfde werkboek les direct gecorrigeerd in de zin: 2Het idee van vandaag houdt tevens stilzwijgend de erkenning in dat jij nu niet ziet. Er staat dus niet dat we nu wat weinig zien. Er staat dat we niet zien. We haken hiermee dus aan bij les 9: Ik zie niets zoals het nu is.

De Engelsen hebben een mooie uitdrukking voor dergelijke inzichten: mind blowing. De Nederlandse vertaling, geestverruimend, vind ik een te voorzichtig woord. Genoemde werkboeklessen leggen immers een bom onder alles wat wij zo vanzelfsprekend vinden. We menen dat we een wat betere bril nodig hebben maar de Cursus leert ons dat niet alleen die bril niet bestaat, maar evenmin een neus om deze op te zetten, ogen om door te kijken en hersenen om de beelden te interpreteren. Wij als individuen die denken door de Cursus iets betere ogen te zullen krijgen bestaan zélf niet. De hele show die we om ons heen menen te zien is niet iets buiten ons maar een projectie die we als Zoon van God zelf maken om er vervolgens ons geloof aan te hechten. Waartoe zouden we dat doen? Juist om het geloof mogelijk te maken dat we wél een mannetje met een brilletje op de neus zijn die eens kritisch om zich heen kan kijken. Het is verhelderend om eens vooruit te kijken naar een herhalingsles die over een paar weken aan de orde is:

 Ik wil niets liever dan anders zien (56).

 2De wereld die ik zie, houdt mijn angstwekkende zelfbeeld in stand en garandeert de voortzetting ervan

 Zie je die koppeling hier tussen het zogenaamde “zien” van ons en het zelfbeeld dat we in stand willen houden? We gebruiken de truc van het zogenaamd kunnen zien om het beeld van onszelf als afgescheiden individu overeind te kunnen houden. De vanzelfsprekendheid waarmee we dit doen moet doorbroken worden om hier verandering in aan te kunnen brengen:

 3Zolang ik de wereld zie zoals ik die nu zie, kan de waarheid niet tot mijn bewustzijn doordringen. 4Ik wil graag dat de deur achter deze wereld voor mij geopend wordt, zodat ik daarachter de wereld kan zien die een weerspiegeling is van de Liefde van God.

 “Hoe kunnen we dat doen?” lijkt nu de voor de hand liggende vraag. Maar ook wanneer we deze vraag stellen, hebben we direct onze fundamentele blinde vlek gemist. Met het stellen van deze vraag hebben we namelijk al een heleboel aannames gedaan zonder dat we dit zelf gemerkt hebben. We zijn er bijvoorbeeld vanuit gegaan dat we als ikje bestaan, dat we in een situatie verkeren die niet oké is, dat we hier iets aan kunnen doen en dat we daarmee in een zogenaamde toekomst in een nieuwe situatie terecht zullen komen die ons beter gaat bevallen. Aangezien dit zogenaamd kan gaan lukken of niet, iets waar we ons bezorgd over kunnen maken, kun je al zien dat we in herhalingen vallen: 2De wereld die ik zie, houdt mijn angstwekkende zelfbeeld in stand en garandeert de voortzetting ervan. We zitten nog steeds midden in de duale droom van het worstelende ikje in een echte wereld.

Is dit dan zo erg? Volgens het ego wel. Door er weer “in te trappen” zouden we immers hardleers, stom en schuldig zijn. Maar zo is het niet. We zijn onschuldige studenten die aan het leren zijn en door de Cursus precies op het denkbeeldige niveau worden aangesproken waar we ons menen te bevinden. Voor vandaag mogen we dus, zeker als we de lessen al vaker gelezen hebben, het stof dat we er zelf op hebben laten verzamelen eraf laten blazen en ons verbazen over de heftigheid van de woorden. Laten we reikhalzend uitkijken naar de mooie lessen die gaan volgen. Welke boodschap is er vanuit de alwetende Christus-Geest, die we als Zoon van God met elkaar delen, geformuleerd in de Cursus om ons zelfs binnen onze droom te bereiken? Wat vertelt onze broeder Jezus ons vandaag en hoe gaat hij, als symbool van onze herinnering, hier komende dagen mee verder? Jezus, wat een Cursus!

 

De oude betweter

old man long hairOm een beetje in vorm te blijven ben ik lid van een fitnessclub waar ik af en toe wat energie kwijt raak op een woud aan trainingsapparaten. Vrijwel altijd loopt er een oudere, stevige man met lange paardenstaart rond die zich telkens ontpopt als onbezoldigd adviseur. Vanuit mijn ooghoek zie ik hem telkens naar nietsvermoedende medesporters toelopen waarna hij ongevraagd begint uit te leggen dat ze iets niet helemaal goed doen. Hun warming up is te kort, hun houding deugt niet en vandaag legde hij aan een sportieve veertiger uit dat zijn ademhaling niet deugde. Hoewel mij zijn ongetwijfeld goedbedoelde tips bespaard zijn gebleven merk ik dat ik me er toch aan erger. Met verholen plezier hoorde ik dan ook dat zijn huidige slachtoffer niet onder de indruk was van de gesuggereerde correctie. Hij legde uit dat hij zelf sportfysioloog was en dat hij de mening van de oudere man respecteerde maar dat hij het toch wat anders zag. Deze bleek allerminst uit het veld geslagen en wilde perse zijn gelijk krijgen. De sportfysioloog ging er toen ook maar eens voor zitten en bedolf de man onder feiten en bewijs.

Zelf dacht ik na over wat me nu toch zo irriteerde aan die eigenwijsheid van de paardenstaart. Het woord “eigengereidheid” kwam naar boven maar na wat jaren Cursus besefte ik dat dit een weinig behulpzaam, laat staan leerzaam, etiket is. Ooit leerde ik in een communicatietraining voor m’n werk iets over de allergie-theorie. Kort samengevat komt het er op neer dat je jezelf wat meer zou mogen uiten op het gebied waar je overgevoelig op reageer bij een ander. Positief geformuleerd is eigengereidheid zoiets als zelfbewust. Kennelijk durf ik me niet zelfbewust op te stellen? Ik moet dieper graven. Kennelijk denk ik dat het slecht en zondig is om mijn ruimte in te nemen en zoiets te zeggen als “voilà, hier ben ik dan”.

Dat lijkt voor een Cursus-student een goede houding als je ervan uitgaat dat de afscheiding nooit echt gebeurd is en dat het jezelf presenteren als trots (sterk, slim etc) individu nergens op slaat. Is zo’n allergie hiervoor dan wel zo slecht? En hierin zit hem de clou. In mijn veroordeling van een zelfbewuste man veroordeel ik de denkbeeldige afscheiding van mezelf van de liefde. Anders gezegd; ik neem deze denkbeeldige afscheiding van God uiterst serieus en voel me hier schuldig over. Deze schuld wil ik liever niet, figuurlijk gesproken, zo dicht op mijn eigen huid hebben dus projecteer ik die op, jawel, mijn leraar; de man met de paardenstaart.

Oftewel; vergevingswerk te doen. Hiertoe maak ik contact met het gevoel een afgescheiden ikje te zijn dat verdediging nodig denkt te hebben. Ik denk dat ik schuldig ben, dat God boos op me is. Ik weet nu dat dit een vergissing is en vraag nu de Heilige Geest om nog eens te kijken naar mijn angst om denkbeeldige ruimte in te nemen. Ik heb God nooit geschoffeerd en mijn oude leermeester heeft dat evenmin gedaan. Het innemen van veel of weinig ruimte is onmogelijk en daarom totaal niet aan de orde. Ik ben totaal schuldloos en dus is hij dat ook. Er is niks gebeurd en een oordeel is totaal onnodig en houdt de vergissing slechts in stand.

Iets later zie ik de man in de sauna. Hij legt aan een jongedame uit dat ze haar handdoek ook onder haar voeten moet leggen omdat daar het meeste zweet uitkomt. Ik moet van binnen lachen. Ik houd van mijn leraar.

 

De leraar als afgod

boeddhisme

Laten we het maar gewoon toegeven; we doen de Cursus omdat we het zat zijn om ellende te ervaren. Het lijkt er op dat we sowieso pas geïnteresseerd raken in wat we spirituele groei noemen als de gangbare oplossingen van onze wereld geen uitkomst meer bieden. We zijn de pijn en de psychische nood meer dan zat. Het lijkt ons heerlijk om vrij te zijn van pijn, angst en van een sombere stemming. We hebben de gangbare schijnoplossingen van de wereld wellicht al uit den treure geprobeerd maar deze hebben ons niet gebracht waar we zo vurig op hopen: verlichting van onze klachten. Wie kan ons nu nog helpen?

Zodra er iemand opstaat die roept dat hij of zij de ultieme oplossing voor onze ellende gevonden heeft staan we vóór in de rij om te onderzoeken of het iets voor ons is. Dankzij internet kan onze zoektocht uitgebreid worden en buitelen de YouTube-filmpjes van blije leraren over ons scherm. We zien hun serene glimlach en we drinken gulzig hun woorden over liefde, vrede en conflictloosheid. Oh ja, dat willen wij ook, die rust, die kalmte, het eeuwig durende goede humeur. Hier is, laat ik daar helder over zijn, helemaal niks mis mee en laten we vooral heerlijk genieten van het samenzijn met hen in een gelukkige droom.

Toch is het leerzaam om te kijken wat ons nu zo precies aantrekt in het beeld van de serene leraar. Dan blijkt dat wij gedreven worden door onze eigen overtuigingen over de echtheid van de wereld die we menen te zien. Sta me toe een barstje te slaan in het beeld van die sereen lachende leraar. Enkele van de grootste hedendaagse leraren krijgen kanker, ervaren veel pijn en sterven. Huh, hoe kan dat nou? Een goede vriend van me stopte met het bijwonen van de bijeenkomsten bij Hans Laurentius omdat hij getuige was van een ruzie die Hans had met een vrouw. Hé, een geestelijk leraar die uit z’n pantoffel lijkt te schieten? Dan zijn ze zeker toch wat minder verlicht dan we dachten. Dan maar even de overtreffende trap: Jezus die het tempelplein reinigt door marktkraampjes om te rammen. Zou hij dat met liefdevolle glimlach gedaan hebben? Of, waar ik in een vorige blog over schreef, Jezus die bang is bij de naderende martelingen.

Wat kunnen we leren van de verontrusting die we ervaren als verlichte leraren ogenschijnlijk dezelfde angst en pijn meemaken als wijzelf? Wat kunnen we ervan leren als we hun reactie gaan vergoelijken of zelfs glashard ontkennen? Het laat slechts zien dat we menen dat wij betekenis kunnen toekennen aan dat wat we met onze ogen menen te zien en met onze oren menen te horen. Wij menen boze of bange mensen buiten ons te zien en vinden dat op een of andere manier bedreigend voor onszelf. Wij hebben besloten om de illusie van afgescheidenheid nog steeds volledig serieus te nemen. We zijn de allereerste werkboeklessen al weer lang vergeten. Neem als één van de vele voorbeelden les 6: Ik voel onvrede omdat ik iets zie wat er niet is.

Lessen zoals deze gebruiken we graag om ons in het dagelijks leven wat rustiger te voelen als iemand ons lijkt aan te vallen. Is er echt sprake van een aanval? Nee, dat lijkt maar zo. Het is slechts een roep om liefde. Onze dierbare lijkt in nood? Is dit echt zo? Nee, ik zie iets wat er niet is, ik kijk naar een volmaakte schepping van God. De historische Jezus is boos en bang. Ho, stop! Dit mag niet zo zijn. Dit is echt en we willen geen bange Jezus! Waarom niet? Omdat wij dan zelf ook echt angst en pijn zouden kunnen ervaren en dat willen we niet. Waarom niet? Omdat we nog zo diep geloven dat angst en pijn écht zijn dat we ons niet onze helden willen laten afnemen die ons getuigen van het tegendeel. Wij willen dolgraag een sereen afgescheiden ikje kunnen zijn dat geen last heeft van de “echte” boze buitenwereld.

Onze afkeer van beelden van bange, zieke of boze leraren blijkt evenredig met de mate waarin we nog geloven dat we zelf echt een afgescheiden ikje zijn in een boze wereld. We geloven nog steeds de beelden die we zelf projecteren van aanval en verdediging, van pijn en lijden. Hoe dubbel is dit. We ageren zo heftig tegen het beeld van een lijdende verlosser omdat we nog zo erg geloven dat het lijden dat we menen te zien echt is. Het beeld van de lijdende Christus is ons eigen zelfbeeld. Wij willen zelf als lichaam sereen kunnen blijven ondanks zogenaamd echte pijn. We willen nog 1% lichaam als afgod behouden en nemen genoegen met 99% hemel. Dit kan echter niet, het is alles of niks. Die laatste 1% houdt in dat zelfs een van pijn huilende Jezus niet meer is dan een beeld in onze eigen denkgeest dat vergeving behoeft. Dan zal het doek in de tempel scheuren en de hemel opengaan.

Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.
Hierin ligt de vrede van God

 

Leed Jezus?

Jesus Picture drawing Final

Over een paar maanden is het al weer Pasen. Binnen het klassiek Christelijk geloof wordt het lijden van Jezus breed uitgemeten. De Bijbelteksten geven ons hiervoor ook alle aanleiding. In Marcus 14 staat bijvoorbeeld het volgende: “En Hij begon zeer ontsteld en beangst te worden en hij zeide tot hen: Mijn ziel is zeer bedroefd, tot stervens toe” en iets verder “Hij wierp zich ter aarde en bad, dat, indien het mogelijk ware, die ure aan Hem zou voorbijgaan, en Hij zeide: Abba, Vader, alles is U mogelijk, neem deze beker van mij weg. Doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt”

Vanuit non-duale kringen kijkt men zeer argwanend naar deze teksten. Hoe kan Jezus nu als ultiem verlicht leraar zich zo identificeren met zijn lichaam? Ergens las ik dan ook een wat vergezochte variant waarin Jezus zogenaamd uitgetreden is uit zijn lichaam en van een afstandje toekijkt op het toneelstukje waarin hij wordt gegeseld en gekruisigd. Ook de noodkreet aan het kruis mag niet bestaan vanuit deze optiek. Het “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten (Marcus 15)” kunnen we ons niet voorstellen bij een verlicht meester als Jezus.

Terecht wijzen we erop dat de schrijvers van de evangeliën nog geen volledig besef hadden van wat zich afspeelde onder hun ogen. Het kruisigingsverhaal is pas jaren later opgeschreven en wel vanuit de zienswijze dat een grimmige God zo pervers zou zijn om bloed te willen zien voor de zonden die wij mensen gepleegd zouden hebben. Als Jezus immers onze straf moet dragen en aan de moordlust van God moet voldoen dan zou het te makkelijk zijn als hij dit alles glimlachend zou hebben ondergaan. Wat zou zo’n offer dan waard zijn voor God?

En hoe kijken wij nu naar dit hele gebeuren? Ik denk dat het goed is om te beginnen met de nuchtere vaststelling dat ik hier 2000 jaar geleden binnen de droom niet bij was. Menselijk historisch gezien heb ik dus geen benul wat er nu wel en wat er nu niet precies gebeurd is, laat staan hoe Jezus dit ervaren zou hebben. Hier past terughoudendheid en bescheidenheid. Het is echter wel leerzaam voor ons om te onderzoeken waar onze angst vandaan komt voor de mogelijkheid dat onze broeder Jezus daadwerkelijk geleden zou hebben aan de martelingen en aan de uiteindelijke kruisiging. Hierbij kunnen we vaststellen dat wij ook dolgraag willen dat Jezus ver verheven boven het slagveld glimlachend toekeek op de kruisiging. Staan deze termen ook niet in de Cursus?

Jawel, dat staat allemaal in de Cursus. Wij zijn niet het lichaam en mogen uiteindelijk van boven het denkbeeldige slagveld leren toe te kijken en daar de vrede ervaren die alle verstand te boven gaat. De hamvraag voor nu is waarom wij dit zo dolgraag willen? En dan komt de aap uit de mouw. Wij willen dit wanhopig graag omdat we er zo enorm van overtuigd zijn dat al onze pijn en angst zo echt zijn. Anders gezegd: omdat wij nog zo erg geloven in de droom die zich lijkt af te spelen. Kun je het zien? We zijn nog zo geïdentificeerd met de droom van angst en pijn dat we er zo snel mogelijk af willen komen. En als Jezus, in onze ogen, echt geleden zou hebben dan wordt daarmee onze hoop de bodem ingeslagen. Daarom mag Jezus van ons niet “echt” geleden hebben.

Zo kunnen we leren dat onze angst voor de echtheid van het klassieke lijdensverhaal evenredig is met ons eigen geloof in de illusie van onze pijn en angst. Onze neiging is om dit overhaast weg te willen wuiven. We willen dat er niks aan de hand was voor Jezus en dat hij geen centje pijn had omdat we dit zo dolgraag nu zelf willen ervaren. Door deze projectie van ons terug te nemen en naar het heden terug te brengen kunnen we een begin maken met echt vergevingswerk. Hierbij kan ik goed de hulp gebruiken van een oudere broer die weet heeft van wat ik nu meen mee te maken. Een broer die zegt: “Oh ja Simon, wat doet het pijn hé? En wat is die angst toch akelig en wat voelt het toch hopeloos. Ik weet het broeder. Kom, laten we hier samen naar kijken”. Als ik dan mijn ogen opensla dan zie ik een uitgestoken doorboorde hand. Dan krijg ik tranen van ontroering in mijn ogen als ik moe en bang deze hand vastgrijp en tegen Jezus stamel: “Ach Jezus, ik ben zo bang en ik heb zo’n pijn. Het voelt zo ellendig en hoewel ik lees in de Cursus dat ik slechts droom, lijkt het net of ik die nachtmerrie niet zelf los kan laten. Help me alsjeblieft!” En dan bidden Jezus en ik samen: “Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest”.

Van begrijpen naar ervaren

feel the truth

De sleutel die de Cursus ons aanreikt tot ontwaken heet “vergeving”. Ze verstaat onder vergeving echter iets anders dan hoe wij het woord hanteren in ons alledaags taalgebruik. Als wij over vergeving nadenken dan betreft het iemand anders die iets verkeerd gedaan heeft waar wij nadeel van ondervinden. Dat kan per ongeluk zijn gebeurd maar ook met boos opzet. Iemand let bijvoorbeeld niet goed op in de supermarkt en raakt onze enkels met haar boodschappenwagentje. We kijken licht geïrriteerd op maar als we dan een slechtziende oude dame zien die zelf nog meer schrikt dan wij dan kunnen we haar makkelijk vergeven. Dat vergeven wordt een stuk lastiger als de jongeman achter ons bij de kassa meekijkt terwijl we pinnen, onze pas pikt en vijf minuten later duizend euro opneemt. Kortom; voor ons draait gegeven om die ander die iets een beetje of heel erg verkeerd heeft gedaan. Als het ons al lukt om zelfs de zakkenroller te vergeven dan voelen we ons best wel trots.

Zoals altijd is de Cursus weer uiterst radicaal waar het vergeven betreft. Direct komt hierbij het eerste winderprincipe om de hoek kijken. Wát er precies lijkt te gebeuren in onze droom maakt helemaal niets uit. Het gaat om onze reactie, of het nu een klein duwtje of een kruisiging betreft. Zodra onze reactie een oordeel inhoudt over iemand anders dan hebben we hiermee een keuze gemaakt voor een standpunt. We hebben dan namelijk gekozen voor het standpunt van een afgescheiden ego dat gelooft dat het kwetsbaar is, aangevallen kan worden en uiteindelijk zal sterven. We hebben ervoor gekozen om te oordelen om onze speciaalheid te bevestigen. Hiermee raken we ons besef van eenheid en liefde meteen en totaal kwijt. Ons kleinste oordeel over iets of iemand sluit ons direct af van het ervaren van innerlijke vrede.

Je zou kunnen besluiten om hier eens een beetje over na te gaan denken en ook hierover een oordeel te gaan vormen. Je kunt vinden dat het wel logisch klinkt of misschien juist vergezocht en te extreem. Wat echter zo enorm fascinerend is van de Cursus is dat we dit soort teksten helemaal niet klakkeloos hoeven aan te nemen. Als je ze direct afwijst dan houd je de deur inderdaad potdicht. De uitnodiging is echter om te gaan experimenteren en te gaan ervaren. Dat is de enige manier waarop de metafysica van de Cursus voor je kan gaan werken. Voor mij is dit de reden dat ik deze blogs schrijf om te proberen de ervaringen te delen. Het is echter ook een uitdaging want er moet een brug gebouwd worden tussen ons hoofd en ons hart. Zolang we over concepten nadenken en praten kunnen we woorden nog redelijk gemakkelijk als instrument gebruiken. Bij het duiden van gevoelens en ervaringen wordt het lastiger.

Toch een poging. Probeer het koortsachtige denken en de pogingen om het te snappen even wat tot rust te laten komen. Zaken als ontspanningsoefeningen en meditatie zijn geen doel op zich maar ze kunnen wel helpen om een beetje te kalmeren waardoor er ruimte ontstaat om te voelen wat er gebeurt. Probeer zo enige zachtheid te ervaren, een beetje rust en vrede. Hoe voelt dat, zelfs al lukt het in je ogen maar een beetje? Kijk dan wat er gebeurt als je nu iemand in gedachten laat verschijnen aan wie je je snel irriteert. Dit lukt meestal zonder problemen. Laat dit dan maar gewoon gebeuren, zonder jezelf schuldig te voelen. Het gaat er om dat je leert wat er nu met je gevoel van vrede gebeurt in jezelf als je een ander veroordeelt. Kun je het voelen? Ik gebruik hiervoor het woord “verharding”. Speel een beetje met dit fenomeen van “zachter en harder van binnen” worden. Merk hoe je dus, al is het maar enigszins, kunt kiezen voor deze hardheid of zachtheid.

Gewoonlijk laat ons ego dit niet zomaar over zijn kant gaan. Een paar karakteristieke opvattingen die naar boven kunnen komen zijn:

  • Ja, maar die ander is toch gewoon fout?
  • Moet ik dan alles maar goed vinden?
  • Zo wordt het leven wel erg vlak!

Zit er een herkenbare tussen? De Cursus antwoord ons met de vraag: “wil je gelijk krijgen of vrede ervaren?” Ze is met deze formulering nog mild voor ons. Als we namelijk gelijk willen krijgen dan houdt dit in dat we ons willen identificeren met ons speciale en afgescheiden ego. We geven aan dat we willen blijven dromen en willen vasthouden aan ons ongelijk. Om echt “gelijk te krijgen” worden we uitgenodigd te ervaren wie we zijn. Deze ervaring komt dichterbij als we zien wat oordelen ons brengt en niet langer voor deze verharding wensen te kiezen. We willen ervoor kiezen om niet naar de speciaalheid van onze broeders te kijken waarin we menen te verschillen van hem. We willen gaan leren en ervaren dat we werkelijk gelijk zijn aan hem want slechts hierin zullen we de vrede vinden waar we zo naar smachten. Voel gewoon wat er gebeurt als je geen verschillen wenst te zien maar overeenkomsten. Voel wat er gebeurt als je je zo verbindt met die zogenaamde ander. Alleen zo, en niet door een theorietje aan te nemen, kun je echt leren wat het betekent dat je slechts kijkt naar de Zoon van God die jou een uitgelezen kans biedt om te ervaren dat je dat zelf ook bent.

Doe ik dit mezelf aan?

meaculpa

Zolang we nog totaal dromen zullen we menen dat we in een vijandige wereld rondlopen waarin ons van alles kan overkomen. De Cursus is bedoeld om ons te helpen om te ontwaken uit deze droom. Een basisgedachte uit de Cursus is dat er geen wereld buiten ons bestaat. Dit staat zo enorm haaks op onze diepste overtuiging dat we het in eerste instantie slechts als extreem idee even kunnen overwegen. Dat volstaat ook want de Cursus vraagt geen blind geloof in een vreemde theorie. Een klein beetje twijfel aan de ogenschijnlijke wereldorde is voldoende.

Na enig studeren beginnen we te leren om de projectie van de schuldige wereld terug te nemen. In tegenstelling tot wat onze zintuigen ons willen doen geloven komt er een beetje ruimte voor het inzicht dat we slechts zitten te kijken naar beelden in onze eigen denkgeest. Op dit moment begint het ego wat onrustig te worden. Het ziet dat er twijfel ontstaat over het bestaan van een ikje in een wereld waar van alles in gebeurt dat tegen onze zin is. Snel grijpt het ego naar een sterke strohalm: als de wereld niet meer iets is wat ons zomaar overkomt dan doe ik het me dus allemaal mezelf aan. Toch? Hier is toch geen speld tussen te krijgen?

We mogen de boom beoordelen aan haar vruchten. Want wat is de vrucht van bovenstaande conclusie van het ego? Juist: ik ben zelf schuldig aan alles wat me lijkt te overkomen. Ik doe het dus allemaal mezelf aan. Het gevolg hiervan is een gevoel van diepe schuld.  Zodra we dus de schuld niet langer projecteren op een denkbeeldige wereld dan projecteren we die op een denkbeeldig (!) zelf. Dát is namelijk ook een prachtig resultaat voor het ego. Het gelooft nu dat het schuldig is aan eigen leed en dubbel schuldig omdat het hierin maar blijft volharden. We zijn echt van de regen in de drup gekomen. Maar houd moed. Dit is in feite een goed teken. Er zijn met mij veel studenten die ervan kunnen getuigen dat de zonde-schuld-angst driehoek erg heftig wordt als het ego in het nauw wordt gebracht. Zelfbeschuldiging, twijfel en hopeloosheid zijn zo heftig in deze donkere nacht van de ziel. Houdt het dan nooit op?

De wortel van deze onvrede zit hem in de lastige cirkelredenering: als er geen buitenwereld is dan ben ik dus zelf schuldig aan wat me overkomt. We lijken weliswaar een stapje verder gekomen dan ons geloof in een enge buitenwereld maar er is nog steeds sprake van schuldgevoel. Maar kijk eens even heel goed samen met mij naar die cirkelredenering. Zie je dat we nog steeds een vast geloof hechten aan “dat wat ons overkomt”. Doordat we stellig geloven dat dit “dat wat ons overkomt” écht is kunnen we veilig vast blijven houden aan de echtheid van dat “ons” wat nog steeds een écht afgescheiden persoontje blijft. Zie je de truc? We geloven in de echtheid van de projector terwijl we niet meer zo erg geloven in de film van de buitenwereld. We zitten niet langer meer totaal onwetend in de bioscoop maar hebben in de gaten dat alles wat we op het doek zien geprojecteerd wordt door dat licht achter in de zaal. Maar dan zeggen we dat de projector de echte schuldige is van de (toch wel beetje echte) film en we vragen ons af waarom die projector niet gewoon stopt met projecteren.

Ja, waarom klampen we ons toch nog een beetje vast aan de echtheid van ons lichaam en aan de ziekte en aan de angsten? Desnoods zijn we zelf maar de dader van deze nare ervaringen maar het is belangrijk voor ons dat de ervaringen serieus genomen blijven worden. Stiekem blijven we hopen op lichamelijke genezing. Hierover moeten we ons niet opnieuw schuldig gaan voelen maar kijk gewoon bewegingsloos baar de kern van dit geloof. Hecht gewoon nog maar even geloof aan het belang van een gezond en angstvrij lichaam maar onderken wél dat je dus hiermee nog steeds gelooft in zonde (afscheiding)-schuld en angst. Ontken niet je pijn en je wens om ervan af te komen, maar probeer eerlijk te kijken naar wat jouw geloof in de echtheid van al die pijn en angst voor je oplevert. Het lijkt te bewijzen dat je toch bestaat los van het Geheel, als speciaal persoontje dat nog steeds aan het roer staat en overal verantwoordelijk voor is. Kijk slechts en beweeg niet. Zie de diepst verborgen intentie; je wilt je onbewust afgescheiden blijven voelen uit angst voor overgave aan Liefde (je ware Zelf).  Bid dan toch op deze oudejaarsdag het prachtige gebed met me mee waarin je de angst bij de liefde brengt en het roer uit handen geeft aan je diepste Zelf.

Les 361-365

Dit heilig ogenblik wil ik U geven.
Neemt U het in handen. Want U wil ik volgen,
in de zekerheid dat Uw leiding mij vrede geeft.

Generaliseren

generaliserenIn ons dagelijks taalgebruik heeft generaliseren een negatieve klank. Zo moeten we bijvoorbeeld voorkomen dat we alles over één kam scheren. We moeten niet zwart-wit denken en de nuances blijven zoeken. De Cursus overstijgt alle tegenstellingen en is in feite ultiem radicaal. Iets hiervan klinkt door in het bekende eerste wonderprincipe:

Wonderen kennen geen rangorde naar moeilijkheid. Het ene is niet ‘moeilijker’ of ‘groter’ dan het andere. Ze zijn allemaal gelijk. Alle uitingen van liefde zijn maximaal.

Op ons komt dit wereldvreemd over en dat is het ook per definitie. Een kleine irritatie, een boze opmerking, een klein tikje, een forse dreun, een steek met een mes, een kogel en een kernwapen hebben wat ons betreft toch wel een iets andere impact. Het fijne van de Cursus is dat ze ons niet vraagt dit zonder slag of stoot, hoe toepasselijk, in één keer voor waar aan te nemen. Jezus begrijpt dat we ons behoorlijk vastklampen aan de illusie van onze droom en de rangorde van ellendige gebeurtenissen is hier een vals doch stevig fundament van. We mogen onze vergevingsoefeningen beginnen met gebeurtenissen die wijzelf als klein inschatten. We hoeven bijvoorbeeld niet direct de angst voor de dood te overwinnen maar kunnen beginnen met een kleine bezorgdheid. Met veel vallen en opstaan kunnen we in de gaten krijgen dat door angstig te fantaseren over een enge toekomst nu, angst ervaren terwijl er goed beschouwd op dit moment niks aan de hand is. Het is een rare en paradoxale keuze: ergens kiezen we ervoor om ons nu bang te maken en enge gedachten te koesteren terwijl we deze bezorgdheid toch als onaangenaam ervaren. Hoe kan dit nou?

Heel voorzichtig krijgen we er enig benul van dat we zelf alles de betekenis geven die dingen voor ons hebben. We kunnen ons afvragen hoe het zou zijn de angstige gedachte niet te geloven. Hoe zou dat zijn? Dat kan haast ongepast voelen. Als namelijk blijkt dat er iets van een keuze bestaat over hoe we ons voelen over zogenaamde kleine dingen dat voelt ons ego onbewust aan dat we die ruimte wel eens wat groter kunnen gaan maken. Waar gaat dit eindigen? Straks is voor het ego het hek van de dam. Sommige studenten pakken dit heel snel op en doorzien hun keuze voor angst heel snel. Anderen hebben binnen de droom wat meer tijd nodig. Zelf zit ik ook in de categorie slome (dus angstige) studenten. Ik ervaar steun aan het citaat uit WB 284:

“En iedere vorm van lijden is niets dan een droom. Dit is de waarheid, die eerst alleen dient uitgesproken en dan veelvuldig herhaald, om vervolgens onder veel voorbehoud maar gedeeltelijk als waar te worden aanvaard.”

Zoals gezegd hoeven we de radicale boodschap van de Cursus zoals uiteengezet in het Tekstboek niet kritiekloos te geloven. De Cursus gaat uit van praktijk en ervaring. Het is echter wel jammer om door te schieten naar het andere uiterste en de metafysica van de Cursus maar totaal te negeren. Dit is natuurlijk niet zondig in morele zin maar je ontneemt jezelf een kans om sneller te generaliseren en daarmee de verkregen inzichten breder te trekken.

We kunnen ervoor kiezen om steeds naar de Cursus te grijpen als er in ons leven een brandje woedt. Als we bijvoorbeeld een stevig conflict hebben of geconfronteerd worden met ziekte. We gebruiken dan de Cursus als EHBO-kit die weer opgeborgen kan worden als het conflict voorbij is of als de lichamelijke ziekte wat minder klachten geeft. Nogmaals, niets om ons schuldig over te voelen en je bent vrij om vervolgens weer in slaap te sukkelen tot het volgende binnenbrandje zich voortdoet. Het kan ook gebeuren dat je iets geproefd hebt van wat de Cursus aanduidt als een wonder. Het is natuurlijk prachtig als het conflict met je schoonzus is uitgepraat of dat de chemotherapie geholpen heeft maar mogelijk is het gelukt om iets verder te kijken dan een verandering van vormen binnen de illusie.

Heb je bijvoorbeeld gemerkt dat er een soort verharding plaatsvindt in jezelf als je boos bent op iemand? Merkte je dat de kleine hoeveelheid liefde die je kon laten stromen naar je schoonzus zich tegelijkertijd ook wonderlijk aan jou presenteerde? Heb je toen je ziek was gemerkt hoezeer je nog geloofde dat jij je lichaam bent? Heb je gespeeld met de gedachte hoe het zou kunnen zijn als je de pijn niet zou ontkennen maar zo brutaal zou zijn om te betwijfelen of deze pijn het bewijs vormde dat jij een lichaam zou zijn? Hoe zou het zijn als je tegen die pijn zou zeggen: auw, je doet me erg pijn en ik weet waarvan je me probeert te overtuigen. Oké, oké; ik geef je een beetje je zin en ik ga naar de dokter en ik slik medicijnen. Maar voor wat betreft mijn ware identiteit wil ik niet naar jou luisteren en wil ik niet voor jou als afgod knielen. Ik wil luisteren naar een andere Stem hoe hard je ook in mijn oor tettert.

Les 361-365

Dit heilig ogenblik wil ik U geven.
Neemt U het in handen. Want U wil ik volgen,
in de zekerheid dat Uw leiding mij vrede geeft.

God en ik

DearGodCranberryWe bereiken de laatste werkboeklessen. De les van vandaag (360) herinnert ons aan onze ware Identiteit: “Ik ben Uw Zoon, voor eeuwig precies zoals U mij geschapen hebt, want de Grote Stralen verblijven eeuwig stil en onverstoord in mij. Ik wil in stilte en in zekerheid naar ze reiken, want nergens anders kan zekerheid worden gevonden” Iets in me resoneert als ik deze woorden lees. Het ontroert en vervult me met een soort heimwee. De laatste zin van dit citaat laat zien welke houding ik het best kan aannemen; in stille zekerheid reiken naar de Grote Stralen, naar de Liefde. Dit wordt in de werkboeklessen hierna uitgewerkt in de vorm van een soort gebed dat we gedurende vijf dagen onveranderd mogen absorberen (361-365):

 Dit heilig ogenblik wil ik U geven.
Neemt U het in handen. Want U wil ik volgen,
in de zekerheid dat Uw leiding mij vrede geeft.

Deze zinnen zijn afgelopen jaar met me meegereisd. Dagelijks kwamen ze naar boven in mijn denkgeest en hielpen ze me om in vertrouwen te zwijgen en te reiken naar Hem. Ze hebben me bewust gemaakt van de liefde en de wijsheid die doorklinkt in de Cursus. Laat me dit proberen toe te lichten.

De Cursus biedt ons een non-duale visie waarbij niet langer sprake is van een God die gescheiden is van zijn schepsel, wij dus, en die ons een beetje tegemoet zal komen als we maar proberen ons beste beentje voor te zetten. Hoewel wij als Zoon van God Zijn schepping zijn, zijn wij toch één met Hem. Er zijn dan ook geen anderen buiten mij die mij kunnen knuffelen of aanvallen. Werkboek les 360 zegt dit helder: Vrede zij mijn broeder, die één is met mij. Toch gebruikt de Cursus woorden als God, Vader en broeder en van het volgen van God en leiding door God. Zet dit ons niet op het verkeerde been als er alleen maar eenheid is zonder afscheiding?

Hier lopen wij telkens tegen de beperking aan die we ongemerkt met ons meedragen en die we kritiekloos menen te kunnen gebruiken bij het lezen en beoordelen van deze kwesties; onze hersenen. Onze hersenen zijn onderdeel van de duale illusie en in feite geprojecteerd om onze illusie van een duale werkelijkheid te versterken. Hoe kunnen we zo’n nepinstrument dan ooit gebruiken om het mysterie te ervaren dat niet begrepen maar alleen geleefd kan worden?

De Cursus weet dat wij, als wezentjes die menen op eigen beentjes rond te lopen, de liefde niet tot ons directe doel kunnen maken. Een ikje met een doel bevestigt slechts de illusie van afgescheidenheid. God, de Liefde die we Zijn, zou volkomen terecht tegen ons kunnen zeggen: joh, geef het maar op want dat gespartel slaat nergens op en werkt het wakker worden uit de droom in feite tegen. Dit is dan ook de boodschap van enkele prachtige Advaita-leraren die ons vanuit een aantrekkelijke rust en stilte toespreken. Het samenkomen met hen kan als thuiskomen ervaren worden en dit zal ook ongeveer de magnetische aantrekkingskracht zijn geweest die de mensen rondom Jezus ervaren hebben toen ze de droom met hem deelden. Het kan heerlijk zijn je te laven aan dergelijke bronnen waar het licht in meer of mindere mate vrijelijk doorheen stroomt.

De meesten van ons kunnen hier wel even van genieten maar vervolgens blijven we ons vastklampen aan onze beelden, overtuigingen en verwachtingen. De Cursus leert ons dat onze werkelijke reden hiervoor is dat we ons niet direct durven over te geven aan de liefde die we zijn en die we gereflecteerd zien in de helderheid van sommige leraren. Het liefdevolle van de Cursus is dat ze ons tegemoet komt binnen de droom met een taalgebruik waar we iets mee kunnen. Dit terwijl er in werkelijkheid dus niets is wat we “kunnen” doen maar wij “kunnen” dit “doen” nog niet laten.

De sleutel duidt de Cursus aan met “vergeven”. Heel rustig en op talloze manieren toont de Cursus ons eerst dat er geen wereld buiten ons is en ook geen vijandige en schuldige anderen. Heel langzaam kan er vervolgens een gevoel komen voor dit fenomeen “projectie” waarbij we gaan merken dat ons oordelen een manier is om onszelf te bevestigen in onze droomstaat van afgescheidenheid en verhardheid. Het is een soort experiment wat we duizenden malen mogen herhalen en oefenen en waarbij we zien dat een oordeel onszelf verhardt en dat, omgekeerd, een daad of boodschap van verbinding ons liefde en vrede doet ervaren; de gelukkige droom.

Dat vergeven is iets waar we Hulp bij nodig hebben. Ons vergeven uit de droom van afgescheidenheid heeft altijd een verborgen ego-component. We kunnen de non-duale boodschap met graagte omarmen omdat het buigen van onze knie voor een God buiten ons een belediging en bedreiging zou zijn voor ons ego. Voor het ego is het dan pure winst als het stoer kan roepen dat zo’n God niet bestaat. Het is een ultieme ego-verharding die overigens schuldeloos is en slechts voortkomt uit de angst voor wie we zijn.

Wij hebben genezing nodig. Niet in de zin dat er iets aan ons mankeert maar om ons te helpen om ons niet langer angstig vast te klampen aan onze illusie van een kleine en lichamelijke afgescheidenheid. Ook bij het thema genezing, voor nu even opgevat in engere lichamelijke zin, zie je dat we onszelf niet aan onze haren uit de illusie kunnen trekken. We zijn bereid om allerlei mooie non-duale denkbeelden te ventileren om…? Om vooral maar minder last te krijgen van de nare ziekten. We willen wel de lusten van onze droom (genot en gezondheid) maar niet de lasten (ziekte en dood). Het afgescheiden ikje gaat via non-duaal klinkende (eigen-)wijsheden z’n best doen om zich gezond-afgescheiden te voelen. Het inzicht dat er helemaal geen lichaam is, noch gezond noch ongezond, is te overweldigend.

De Hulp die we nodig hebben is van ons Zelf en niet van ons zelf, maar ons zelf kan dit niet uit elkaar houden omdat het dit eigenlijk niet wil. Het wil “zelf” blijven en lekker verder dromen. Ons Zelf (God, de Liefde, Intuïtie) blijft ons echter terug roepen naar huis (Stem van de Heilige Geest). Dan het genadevolle: deze Heilige Geest (onze Eigen diepe wijsheid dus), biedt ons de Cursus waarin we leren dat ons kleine zelf mag zwijgen zodat we weer mogen ervaren hoe ons eeuwige onveranderlijke Zelf zich uitbreidt. Zodra we in dat heilige ogenblik Hem (onsZelf) volgen dan groeit de vrede en daarmee de zekerheid dat dit de weg is naar de plek waar we al zijn. Zo wordt het gehoorzaam luisteren naar God en Hem de leiding geven geen duaal sprookje maar een wonderlijke en liefdevolle handreiking van ons Goddelijke Zelf naar onszelf in de droom zodat we mogen ervaren dat we eeuwige liefde zijn.

Controle freak

Control-Freak2Ik houd de dingen graag zelf in de hand. Dit maakt samenwerken met anderen lastig zeker omdat ik snel vind dat het op mijn manier eigenlijk toch wel wat beter gaat. Misschien is “control freak” een iets te forse omschrijving maar ik zit er toch wel (erg) dicht tegen aan. Ik compenseer dit trekje gelukkig enigszins door m’n luiheid die me verhindert om echt alles zelf te willen doen. Het wordt vooral heel vervelend als ik me afhankelijk voel van anderen of instanties en op hen moet wachten voor iets. Voorbeelden zijn het wachten op de acceptatie door een hypotheekverstrekker voor ons nieuwe huis en nu, iets actueler, de uitspraak door het UWV over een WIA uitkering. Dit zijn processen die maanden duren en waarin ik me overgeleverd voel aan de genade van logge instanties. En omdat ik hier moeite mee heb kun je één ding al van te voren zien aankomen; alsof de duvel ermee speelt duurt het altijd veel langer dan gewenst voordat ik te horen krijg wat ik graag wil horen, namelijk dat ik me niet langer zorgen hoef te maken.

Want dat is de vervelende prijs die ik moet betalen: bezorgdheid. Zodra ik een situatie niet meer in de hand heb is dat het overheersende gevoel. Als het enigszins kan probeer ik de onzekerheid te verminderen door te plannen, voor te bereiden en verschillende mogelijke scenario’s door te denken. Moet ik met de auto naar een vreemde stad? Via Google rijd ik vast van te voren een virtueel rondje in de straat op zoek naar een geschikte parkeerplaats. Eventuele medereizigers profiteren van mijn grondige voorbereidingen. Ik herinner me een zakenreis in Denemarken waarbij de taxichauffeur aan het einde van de rit aangaf dat een creditcardbetaling even niet mogelijk was. Wie had er nog echte Deense Kronen bij zich? Jawel..

De Cursus biedt me een manier om te leren van al die situaties waarin ik m’n grip dreig te verliezen. De grote gemene deler in alle situaties duidde ik hierboven aan met het woord “bezorgdheid” maar dit is natuurlijk niets meer of minder dan “angst”. Als volwassen man wil je natuurlijk niet graag horen dat je gewoon bang bent maar toch is dat wel de kwestie. Ik ben bang voor het onbekende en probeer de situatie zo goed mogelijk onder controle te krijgen door flink na te denken over de mogelijke toekomst en mijn maatregelen te treffen om potentiele rampen te vermijden. Het doel hierbij is om de angst tot kleinere proporties terug te brengen maar het loopt natuurlijk nooit helemaal zoals ik voorspeld had. Dit werkt dus niet en er moet een andere manier zijn.

Dus terug naar die angst. Natuurlijk mag ik binnen de droomwereld enige praktische maatregelen nemen en hoef ik me niet overal totaal onvoorbereid in te storten. De bekende tip is dat je moet doen wat je kan doen en de rest mag je loslaten. Daarin mag een balans gevonden worden en deze eenvoudige wijsheid biedt me de ingang om te kijken wat er nu ten diepste speelt. Want laat ik het iets anders formuleren: tref normale voorbereidingen en vertrouw verder op God. En in dat laatste zit mijn aandachtspunt; kennelijk vertrouw ik God niet helemaal. Binnen onze duale droomwereld kan ik dit nog lekker eufemistisch zeggen: “ik vertrouw God niet helemaal” maar de Cursus leert dat er geen gradaties zijn in wonderen en dus ook niet in problemen. Het komt er simpelweg op neer dat ik doodsbang ben om “mijn leven” in Gods hand te leggen, ik vertrouw Hem helemaal niet. Elke keer als ik bang ben omdat ik de controle dreig te verliezen verklaar ik mijn ongeloof in Hem. Daarmee verklaar ik in non-duale termen dat ik niet geloof in mijZelf.

De angst toont aan dat ik geloof in de afscheiding. Ik geloof dat ik een kwetsbaar lichaam ben dat beschermd moet worden tegen de grote boze buitenwereld. Ik heb een identiteitscrisis. Hiermee komt gelukkig de oplossing in zicht. Daarbij hoef ik niet plotseling allemaal domme risico’s te gaan nemen binnen de droom van ons bestaan. Ik hoef niet alle normale voorbereidingen overboord te gooien en zonder bagage een wereldreis te gaan maken. Ik mag echter een klein lettertje veranderen in een hemelse hoofletter: van zelfvertrouwen naar Zelfvertrouwen. Natuurlijk mogen we het als Cursus studenten ook in eerste instantie duaal formuleren door te stellen dat we ons mogen laten leiden door de Heilige Geest. Maar ik kies hier voor Zelfvertrouwen omdat de afhankelijkheid van een hogere macht buiten ons niet aan de orde is. Dit Zelf is onze ware Identiteit en hierop mag ik vertrouwen in plaats van op dat kleine zorgelijke zelfje dat zo hard zijn best moet doen. Dit is vertrouwen op de juist gerichte denkgeest, op dat Zelf aan wie alle macht op Hemel en op aarde gegeven is. Op de Vredevorst die NU de angstige tranen van mijn ogen zal wegwassen. Voel je met me mee hoe heerlijk het is om te leren dat hiermee het vertrouwen naar binnen schuift? Niet langer hoeven we te vertrouwen op anderen en zelfs niet op een God buiten ons. We mogen vertrouwen op onze eigen Identiteit, op wie we ten diepste zijn. En dit vertrouwen op Liefde schenkt direct die vrede die al het slimme en krampachtige gespartel overstijgt. Zo mag ik de denkbeeldige tijd als student van de Cursus gebruiken: rustig en liefdevol groeien in Zelfvertrouwen. Niet om een door mij gewenst uitkomst in de droom te bereiken maar om NU Thuis te komen in Liefde. Dankbaar.

Les 355

 Er komt geen eind aan al de vrede en vreugde,
En aan alle wonderen die ik schenken zal,
Wanneer ik Gods Woord aanvaard. Waarom niet vandaag?

 Waarom zou ik wachten, mijn Vader, op de vreugde die U mij hebt geloofd? Want U zult Uw Woord houden dat U Uw Zoon in ballingschap gegeven hebt. Ik ben er zeker van dat mijn schat op mij wacht, en ik alleen mijn hand hoef uit te strekken om hem te vinden. Zelfs nu raken mijn vingers hem aan. Hij is heel dichtbij. Ik hoef geen ogenblik langer te wachten om voor eeuwig in vrede te zijn. Voor U kies ik, en samen met U voor mijn Identiteit. Uw Zoon wil graag Zichzelf zijn en U kennen als zijn Vader, zijn Schepper en zijn Geliefde.