
Als je me deze vraag stelt zal ik antwoorden dat ik gelukkig wil zijn, vrede ervaren en een probleemloos leven leiden. Mijn dagelijkse ervaringen zijn helaas anders. Er lijken me allerlei dingen te overkomen waar ik helemaal niet om gevraagd heb. Van die stomme, alledaagse dingetjes die haast te banaal zijn om te benoemen. Zo at ik gisteren een stukje makreel en slikte ik een graatje door. Nog steeds voelt het of dit graatje in m’n keel vastzit. Het is allemaal niet dramatisch maar bij elke slikbeweging trekt het m’n aandacht. “Ach, het zal wel gewoon een beetje beschadigd zijn en komende dagen gewoon wegtrekken”, houd ik mezelf voor. Maar een ander stemmetje beweert dat er iets vast zit dat kan gaan ontsteken en adviseert me om toch maar even naar de huisarts te gaan. Maar nee, hoor ik nu, doe dat nu maar niet want dat komt ook wel weer hypochonder over. Als ik de alledaagse ego-stemmetjes heb aangehoord doet het spiritueel-ego er ook nog een schepje boven op. “Tjonge Simon, wat hecht je nog erg aan de illusie van dat lichaam. Je vergeet nu als Zoon van God om te lachen om de illusie. En dat na zoveel jaren bla bla bla…”.
Terug naar de vraag: wat wil ik? Nou, in elk geval geen graatje in m’n keel. Dan lees ik in les 235 dat God in Zijn goedheid wil dat ik ben verlost. Da’s mooi. Lieve Heer, kunt u dan ervoor zorgen dat, als er al een graatje zit, dit spontaan losschiet of, als het niks is, dat dat prikkende gevoel en de ongerustheid verdwijnen? Liefst direct en als dat toch wat te lastig is dan in elk geval in de loop van deze dag. Dank alvast voor Uw moeite.
Zo, dat wil ik. Niet echt ingewikkeld. Zo lijkt het althans. Maar stel je nu eens voor dat er een Heilige Dokter op een wolk zou zitten die naar dit gebedje zou luisteren en hatsikidee het graatje zou verwijderen? Ik zou even heel blij en opgelucht zijn en echt geloven dat een wondertje had plaatsgevonden. Vervolgens zou ik gaan twijfelen en menen dat het waarschijnlijk toch niks was geweest en dat het daarom spontaan is weggetrokken. In elk geval zou ik weliswaar opgelucht zijn geweest maar er zou totaal niks veranderd zijn aan mijn geloof dat ik een lichaam ben dat leeft in een wereld waarvan ik soms lelijk het slachtoffer kan worden.
De Cursus is compromisloos in haar metafysica. Ze stelt dat ik ten diepste deze nare ervaring wil hetgeen totaal in tegenstelling staat tot mijn eigen besef van mijn wil. Ik projecteer vanuit eenheid een duale wereld waar ik mezelf slachtoffer van wil wanen. Voor deze gelegenheid neemt dit de vorm aan van een vijandig graatje in m’n keel. Want wat lijkt deze kleinmenselijke ervaring me te vertellen: Simon, je bent een lichaam dat gekwetst kan worden, zoals je maar al te duidelijk voelt. Dit is niet leuk om te horen. Het ego springt er bovenop en roept direct: “zie je nou wel, eigen schuld, je hebt het zelf gedaan, stommeling!”.
Mij helpt het om in dit soort gevallen te denken aan de aardse vader-kind relatie. Want wat deed ik als vroeger één van m’n dochters huilend bij me kwam omdat ze gevallen was? Riep ik dan “kijk dan toch uit stommeling?” Natuurlijk niet. Ik nam m’n meisje op schoot, hield het vast en gaf een kusje op de schaafplek. Zo strek ik me nu uit naar de Heilige Geest, naar mijn Vader. Kijk Pap, ik wil zo graag geloven dat ik een lichaam ben dat ik mezelf onbewust mutileer. Langzaam begin ik de leren Vader, dat ik dit doe om een illusie overeind te houden. De illusie dat ik afgescheiden ben, op mezelf, een lichaam. In Uw boek, de Cursus, lees ik dat ik dit doe omdat ik te bang ben om me helemaal te geven aan U. Ik meen dat het niet veilig is om U totaal te vertrouwen. Toch wil ik nu bij U komen Vader en U vragen om U te ontfermen over mij. Uw Wil voor mij is louter geluk en ik mag leren dat Uw wil ten diepste samenvalt met mijn wil. Ik ben de Zoon die U liefheeft. En ik ben verlost, omdat U het in Uw goedheid zo wil.
WB 235: Vader, Uw Heiligheid is de mijne. Uw Liefde heeft mij geschapen en mijn zondeloosheid voor eeuwig tot deel van U gemaakt. Ik draag schuld noch zonde in mij, want die is er niet in U.



Ik heb nu drie afleveringen gezien van “Kijken in de ziel van”. Dit seizoen komen vertegenwoordigers van Godsdienstige en religieuze stromingen aan het woord. Een bont gezelschap heren en dames trek voorbij en doet uitspraken over hoe ze denken over God, het leven en de dood, lijden en andere belangrijke kwesties. Pas tijdens de derde aflevering viel me iets op bij mezelf. Het viel me op dat ik zat te genieten van deze prachtige mensen en hun mooie en dikwijls ontroerende eerlijkheid en woorden. Dit klinkt mogelijk wat zoetsappig maar zo is het niet bedoeld.
Een enkele keer deel ik mijn enthousiasme als ik een boek heb gelezen dat me erg aanspreekt. Onlangs deed ik dat voor A Course in Love opgeschreven door Mari Perron die aangeeft dat ze hierin geïnspireerd is door Jezus, vergelijkbaar met de ervaring van Helen Schucman bij het opschrijven van onze bekende Cursus in wonderen (ACIM). Een gewaardeerde broeder reageerde door te stellen dat onze bekende Cursus-vriend Gary Renard zich heeft gedistantieerd van ACOL omdat het een verheerlijking zou zijn van het individu terwijl onze Cursus juist aangeeft dat alles één is en het geloof in individuen juist de grootste misvatting is die de Cursus probeert te corrigeren.
Ik zie twee manieren waarop ik kan reageren op de non-duale visie zoals deze wordt verwoord in de Cursus maar ook in andere waardevolle boeken. Dezelfde manieren van reageren meen ik te zien bij andere broeders en zusters maar dat is niet zo gek als ik me herinner wat projectie met me kan doen. Hier komen ze:
De frustratie van elke waarheidszoeker is om erachter te komen dat er niets te zoeken of vinden valt en dat alles wat je als ikje denkt te moeten ondernemen om die zogenaamde verlichting te bereiken je verder verwikkelt in de illusie. Het plaatst ons als student telkens weer voor een dilemma. De absolute waarheid is dat er niks is wat we kunnen doen maar toch hebben we de indruk dat het nu niet oké is omdat we niet gelukkig zijn en geen vrede ervaren.