Het ego is vlei-baar en aanval-baar

kritiek en compliment

Als je je hoofd boven het maaiveld uitsteekt, en in feite in elk contact met anderen, dan kan het gebeuren dat anderen op je reageren. Ik zie dat gebeuren als ik stukjes post op m’n website en in Facebook-groepen. Het is leerzaam om te zien wat de reacties van anderen met me doen. Met “leerzaam” bedoel ik dan geen afstandelijke interesse of geamuseerdheid maar een leerzaamheid als grondstof voor groei en ontplooiing. Ik wil dit graag proberen duidelijk te maken en in eerste instantie vlieg ik het thema daarbij wél wat verstandelijk aan door onderscheid te maken tussen de vorm van de reactie en de afzender van de reactie. Ik nodig je uit om tijdens het lezen te zoeken naar voorbeelden uit je eigen leven zodat het dieper bij je binnen kunt komen.

Eerst de vorm van de reactie. Deze kan neutraal zijn bijvoorbeeld als iemand zich echt focust op de inhoud van wat ik heb geschreven en daar een vraag over stelt of eigen inzicht en ervaring deelt. De vorm kan echter ook meer gericht zijn op mij als afzender van het bericht en getuigen van genoegen of ongenoegen bijvoorbeeld in de vorm van een compliment / bedankje of in kritiek die stelt dat ik er geen bal van snap en er beter aan zou doen om mijn onzinverhaaltjes voor me te houden.
Dan de afzender van de reactie. Dat kan iemand zijn die ik totaal niet ken of iemand die ik wat beter ken, met wie ik een al dan niet hechte band heb en die ik al dan niet bewonder, op een voetstuk plaats of juist verguis.

Dan, nog steeds een beetje als beperkt mentaal experiment, de impact van de reactie. Deze is het product van vorm en afzender. Dus: impact = vorm x afzender. Wat voorbeelden ter illustratie.

  1. Onbekende afzender stelt vraag: nauwelijks impact
  2. Onbekende afzender heeft kritiek: licht vervelend
  3. Iemand waarmee ik veelvuldig schrijf vindt bijdrage van vandaag echt niks: het doet me wat
  4. Dezelfde persoon vindt het vandaag geweldig: ik ben blij
  5. Mijn partner leest mijn stukje en wijst me op spelfouten: snetver
  6. Eén van mijn kinderen krijgt het onder ogen en toont interesse: yes!
  7. Hé plotseling Koos Janson op de website en zo fel en negatief heb ik hem nog nooit bezig gezien: shit, wat moet ik nu doen?
  8. David Hoffmeister aan de telefoon, of hij iets van mij mag gebruiken in zijn nieuwe boek: yesss, blij en trots!

Dit alles opschrijven kost me moeite want ik geloof in het beeld van een gevorderde student die boven alle complimenten en kritiek staat en mild glimlachend iedereen even wijs en liefdevol te woord staat. Iemand die glimt van trots of in de verdediging schiet past niet bepaald in dit plaatje. Deze reacties kan ik maar beter niet tonen, laat staan het internet op slingeren. Maar nee, ik wil dit toch graag doen. Want de gevoelens die in mijn bewustzijn verschijnen zijn als een soort zintuigen die gebruikt kunnen worden en uiterst behulpzaam kunnen zijn.

Als ik het kunstmatige onderscheid tussen vorm en afzender los laat en de projectie terugneem kom ik uit op de volgende gevoelighed bij mezelf. Ik heb als het ware twee knoppen die ingedrukt kunnen worden; de compliment-knop en de aanval-knop. Bekende Cursus-begrippen komen naar boven: de speciale liefdesrelatie en de speciale haatrelatie. Daar kun je verstandelijk over nadenken maar voelen wat het betekent is spannender en bruikbaarder. Zeker als het lukt om de eerste prille reacties bij het lezen van een compliment of kritiek op te pikken in bewustzijn. Het voelt als een soort trilling, een tinteling. Ik voel deze tinteling en daarmee voel ik dat op dat moment het ego geboren wil worden en zich wil laten horen. Het ego-ik wil zich koesteren in het compliment als surrogaat voor liefde of het wil zich verdedigen zodat een geloof kan groeien in een ego dat afgescheiden is en verdedigd zou moeten worden (Als ik me verdedig word ik aangevallen: bijvoorbeeld WB 26, 56, 135). En dan de uitnodiging om opnieuw te kiezen. Als die eerste tinteling wordt opgemerkt en gevoeld dan mag ik deze er gewoon laten zijn. Dít is de uitnodiging die ik nú krijg, precies voor mij, precies op maat. Ik heb de vrijheid om niet “zelf” te reageren en mee te gaan in het geven van vaste grond aan het geloof in het ego. De mogelijkheid om te ontdekken dat het ego geen leven heeft in zichzelf als ik het niet voed. Ik heb een keuze. Een keuze om slechts te kijken en stil te blijven. Een keuze om in vertrouwen te wachten op gedachten en reacties die niet van mij zijn. Reacties die schoon zijn, onbezoedeld en nieuw. Wat een heerlijke, zachte keuze.

LES 223

God is mijn leven. Ik heb geen leven buiten dat van Hem.

Ik heb me vergist toen ik dacht dat ik los van God leefde, als een afzonderlijk wezen dat zich in afzondering bewoog, aan niets gebonden, en gehuisvest in een lichaam. 2Nu weet ik dat mijn leven dat van God is, ik geen ander thuis heb en los van Hem niet besta. 3Hij heeft geen Gedachten die niet deel zijn van mij, en ik heb geen andere dan de Zijne.

Kijken in de ziel van religieuze leiders

kijken in de zielIk heb nu drie afleveringen gezien van “Kijken in de ziel van”. Dit seizoen komen vertegenwoordigers van Godsdienstige en religieuze stromingen aan het woord. Een bont gezelschap heren en dames trek voorbij en doet uitspraken over hoe ze denken over God, het leven en de dood, lijden en andere belangrijke kwesties. Pas tijdens de derde aflevering viel me iets op bij mezelf. Het viel me op dat ik zat te genieten van deze prachtige mensen en hun mooie en dikwijls ontroerende eerlijkheid en woorden. Dit klinkt mogelijk wat zoetsappig maar zo is het niet bedoeld.

Ik heb lang gezocht naar “De Waarheid” en zal je niet vermoeien met de paden die ik hierin onderzocht en bewandeld heb. De laatste etappe vóór de Cursus was een Baptisten gemeente waarbinnen ik een wonderlijke vermenging vond van vasthouden aan orthodox Christelijke standpunten en praktische liefde voor elkaar. Het was voor mij nodig om me los te schudden van de conceptuele dogma’s van het klassieke Christendom en ik zag het proces dat ik hierbij onderging verwoord door een oudere dame in “Kijken in de ziel” die nu Boeddhist geworden was. Ook zij ervaarde, wat ik nu aanduid als, “mentale verlichting”. Ik bedoel hiermee dat het plotseling voor 100% verstandelijk duidelijk wordt dat je de waarheid nooit in concepten zult kunnen uitdrukken. Ik herinner me dat ik dit inzicht vrijwel in één keer opschreef ik m’n boekje “Een Christen op Satsang” waarbij ik de onhoudbaarheid van de Christelijke dogma’s zoals plaatsvervangend sterven uitleg.

Zoals we ook zien bij mensen die bijvoorbeeld stoppen met roken vond er ook bij mij een soort doorslaan naar de andere kant plaats. Ik vond nu het letterlijk nemen van de Bijbel echt belachelijk en vlak na “Een Christen op Satsang” schreef ik het satirische “Geen beeld van God” waarbij ik los ga op het letterlijk nemen van de Bijbel. Ook in de jaren hierna merkte ik dat ik me op kon winden als ik tijdens een Paasviering mensen de marteldood aan het kruis interpreteerden als de wil van God. In één op één gesprekken met Christenen kon ik dit geloof vilein fileren en de onzinnigheid ervan blootleggen. Blinde vlek hierbij bij mezelf was een combinatie van boosheid en gevoel van superioriteit. Ik had tenslotte nu door dat conceptueel geloven nergens op sloeg en het frustreerde als het me niet lukte om ook anderen van dit korset te bevrijden.

En dan dat rare inzicht bij “Kijken in de ziel van religieuze leiders”. Nog steeds zie ik concepten langskomen die mensenwerk zijn. Maar ik zie bovenal prachtige broeders en zusters en er borrelt compassie en een diep gevoel van verbondenheid bij me naar boven. Ik durf dit nu op te schrijven omdat ik zie dat dit niet “mijn” verdienste is. Die “mij” is juist degene die, ook met een helder verstandelijk inzicht, bleef oordelen en debatteren. Pas bij de derde aflevering viel me op dat deze scherpe “mij” zich veel minder roerde. Er is ongemerkt in de afgelopen jaren van Cursus-werk iets gebeurd dat niet te maken heeft met “iets verstandelijk geleerd of begrepen hebben”. “Ik” ben niet milder geworden maar “ik” roer me minder waardoor er vanzelf meer ruimte is voor mildheid en liefde.

Ik moest hieraan denken bij de werkboekles van vandaag over vergeving. Ook hierin maken we als studenten een soort training door en blijkt nu pas dat die training vrucht draagt. Het vergeven van concepten, zoals ik eerst moest leren voor wat betreft een heel geloofssysteem, breidt zich uit tot steeds meer voorvallen in het leven. Er ontstaat een gevoeligheid voor het trekken van conclusies over mezelf of over anderen. Let wel, ik ben student en heb ook hierin nog te leren en ga nog regelmatig onderuit waarbij ik een conclusie over mezelf of een ander nog wél serieus neem. Maar steeds vaker onderken ik m’n neiging om een conclusie die ik trek over eigen gedrag of gedrag van een ander serieus te nemen en mezelf of die ander hierom schuldig te verklaren. Steeds vaker lukt het om de neiging in een heel vroeg stadium te herkennen en te onderscheppen door stil te zijn en mijn denkgeest te openen voor een ander verhaal. Een verhaal dat iets heel anders vertelt over mezelf of over die zogenaamde ander.

Ongemerkt wordt door de werkboeklessen onze denkgeest werkelijk getraind. Het wonderlijke is dat het geen training is die vermoeit of aanleiding geeft tot trots. Er is slechts verwondering en dankbaarheid op momenten dat in ene duidelijk wordt dat diepe verandering mogelijk is. In de Bijbel wordt het beeld gebruikt van een zaadje dat in grond valt. Blokkerende concepten zijn als dorre grond met rotsblokken. Als student van de Cursus, en van andere religieuze stromingen, bewerken we trouw de grond en dan gaat het Goddelijke zaad vanZelf bloeien. Bij ons allemaal, door Hem die onze liefdevolle en gemeenschappelijke bron is. Werkelijk, gezegend is Zijn Heilige Naam.

LES 221

 In vrede zij mijn denkgeest. Laat al mijn gedachten stil zijn.

  1. Vader, vandaag kom ik tot U om de vrede te zoeken die U alleen kunt geven. 2Ik kom in stilte. 3In de rust van mijn hart, in de diepste domeinen van mijn denkgeest wacht ik en luister naar Uw Stem. 4Mijn Vader, spreek tot mij vandaag. 5Ik kom om Uw Stem te horen in stilte, vol overtuiging en liefde, in de zekerheid dat U mijn roep zult horen en mij antwoorden zult.

Omarm de wereld als je droom

Studenten van de Cursus kunnen besluiten om de wereld die we zien niet meer serieus te nemen. Is dit niet wat de Cursus ons leert? Dat het allemaal nep is? Maar oei, het komt zo precies omdat ons ego zo uitermate slim en uitgekookt is. De verwarring ligt op de loer. Het stichten van een zogenaamd nieuw, maar in feite oeroud, duaal geloof gebeurt zo snel. Zodra ik als denkbeeldige student besluit om wat ik om me heen zie niet serieus te nemen dan gebeurt dat mogelijk vanuit de neiging om afstand te nemen van wat ik zie. In het proces van afstand nemen gebeurt wat de droom in stand houdt; het maken van een illusie van een ikje dat afstand meent te kunnen nemen van dat wat het buiten zichzelf meent te zien. We zien, zo zegt de Cursus, een droom waar de Zoon van God om vergat te lachen. Maar als we besluiten om “weer gaan lachen” op te vatten in de zin van “afstand nemen van” dan is dit een keuze om het geloof in dualiteit te handhaven. Weglachen is niet de oplossing. Weglachen is afstand maken tussen een denkbeeldig ikje en zijn grap.

Het mysterie gaat diep. God is één, jawel, maar pas in de denkbeeldige drie-eenheid kon God Zichzelf kennen als één. In de schepping van Zijn Zoon leert God Zichzelf kennen als Schepper. Hij neemt de Zoon niet serieus als afgescheiden van Hemzelf maar heeft Hem direct lief door de Heilige Geest. God lacht Jezus niet uit. Hij laat de Heilige Geest als een Duif op Hem neerdalen en daarbij erkent Hij Zijn Zoon als Zijn Zoon. Hij lacht Zijn schepping niet weg als vergissing maar heeft Zijn Schepping, Zijn Zoon, ons, lief gelijk Zichzelf. Hieruit bestaat dat ongelofelijke wonder dat God Die één is Zijn Zoon geschapen heeft om een liefdesrelatie mee te hebben.

Wij scheppen niet in eeuwigheid zoals God maar wij maken. Wij maken een wereld in tijd en ruimte en doen dit vanuit onszelf zoals God Zijn Zoon vanuit Zichzelf geschapen heeft. Als we menen onze geprojecteerde wereld weg te moeten lachen als een droom die los van ons staat dan vergeten we wie we zijn. God kan Zijn Zoon niet veroordelen want daarmee zou Hij die onbegrijpelijke liefdesband ontkennen en Zichzelf niet langer kennen als God. Wij kunnen de wereld die we maken niet ontkennen want daarmee vergeten we dat we de dromer ervan zijn.

Pas door de innige verbondenheid te erkennen tussen ons en onze droom kunnen we besef van onze eenheid behouden. Dit is vergeven, dit is houden van wat we door ons heen gemanifesteerd zien in de droom. In het herkennen van de wereld, van die zogenaamde ander, als onszelf kunnen we onszelf kennen als maker en daarmee als bron van de stroom van projecties. Weglachen van onze projecties is een serieus nemen van de droom en geloven in dualiteit. Liefdevol gadeslaan hoe we de droom maken en deze liefdevol omarmen biedt ontwaken. Weglachen vergroot het geloof in slachtofferschap. Hierin blijft het ikje getergd worden door een nepwereld die hij , naar zijn beleving, niet wil.

Wij kiezen ervoor te lijden aan onze eigen droom om afgescheidenheid te ervaren. Herinnering van onze ware Identiteit gebeurt niet door weglachen maar door ons kind lief te hebben, door zogenaamde anderen liefdevol te vergeven. Pas in onze 100% acceptatie van die ander als één met onszelf leren we onszelf kennen als één met God, als Zijn Zoon. We moeten de droom niet afwijzen maar tot ons nemen. Het is ons eigen lichaam dat gekruisigd lijkt te worden maar wat we tot ons mogen nemen als heilig vlees (brood) en bloed (wijn) dat niet afgewezen maar “gegeten en gedronken” mag worden. “doe dit tot mijn gedachtenis”, dus om te herinneren wie we ten diepste zijn. Denk aan Les 196: Ik kan alleen mijzelf maar kruisigen. Wat we buiten ons menen te zien als een buitenwereld, anderen en ons lichaam verdient geen oordeel maar vergeving. In de diepste erkenning van ons maaksel, ons “lichaam”, als ons maaksel leren we onszelf als dromer kennen en herinneren we ons pas weer dat we geen afgescheiden lichaam zijn maar nog steeds zijn zoals God ons geschapen heeft.

LES 218
Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij. Want ik blijf wie ik ben, zo schiep God mij.

(198) Alleen mijn veroordeling verwondt me.

2Mijn veroordeling houdt mijn visie in duisternis gehuld, en door mijn blinde ogen kan ik het visioen van mijn heerlijkheid niet zien. 3Maar vandaag kan ik deze heerlijkheid aanschouwen en me verheugen.

Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij. Want ik blijf wie ik ben, zo schiep God mij.

Een goed boek?

i dont like itEen enkele keer deel ik mijn enthousiasme als ik een boek heb gelezen dat me erg aanspreekt. Onlangs deed ik dat voor A Course in Love opgeschreven door Mari Perron die aangeeft dat ze hierin geïnspireerd is door Jezus, vergelijkbaar met de ervaring van Helen Schucman bij het opschrijven van onze bekende Cursus in wonderen (ACIM). Een gewaardeerde broeder reageerde door te stellen dat onze bekende Cursus-vriend Gary Renard zich heeft gedistantieerd van ACOL omdat het een verheerlijking zou zijn van het individu terwijl onze Cursus juist aangeeft dat alles één is en het geloof in individuen juist de grootste misvatting is die de Cursus probeert te corrigeren.

Los van deze inhoudelijke kritiek, die overigens veel te kort door de bocht is, is het aardig om te zien waarop Gary zich baseert. Na een beetje Googelen blijkt dat hij zich aansluit bij een zeker Bob Rosenthal die op amazon.com een commentaar heeft geschreven op ACOL. M’n nieuwsgierigheid werd getriggerd en ik zocht Bobs recensie eens op. Het begint al aardig:

I have vacillated for months about whether or not to review this book. As a longstanding student of A Course in Miracles (ACIM), a personal friend of one of its scribes, a board member of the foundation that publishes ACIM, and the author of a book that reinterprets the story of Exodus through the lens of ACIM From Plagues to Miracles: The Transformational Journey of Exodus, from the Slavery of Ego to the Promised Land of Spirit..

Ik heb gewerkt als marketing manager binnen farma, jawel, ik ben een echte boef, en herken deze manier van het aanprijzen van een zogenaamde waarheid. Het is “authority based evidence”, dat wil zeggen dat je een bekende figuur van grote naam op het toneel plaatst en hoopt dat hij bereid is om iets positiefs over jouw standpunt te zeggen. Het verbaast me dat iemand in Cursus-kringen deze tactiek toepast om klaarblijkelijk gewicht toe te kennen aan eigen standpunt. Het is goed om te onderzoeken in hoeverre ik hier zelf gevoelig voor ben. Liefst zou ik zeggen dat het totaal geen indruk op me maakt maar dat zou een vergissing zijn. Als Ken Wapnick nog zou leven en als hij een boek zou aanprijzen dan zou dit zeker indruk op me maken. Hetzelfde geldt voor aanbevelingen door de Nederlandse leraar Koos Janson, hoewel ik merk dat zijn smaak niet altijd samenvalt met die van mij.

Terug naar de recensies op Amazon.com. Als je al een recensie wilt gebruiken als waardeoordeel over een boek dan kun je ook verder kijken dan de mening van één zogenaamde autoriteit. Denk maar aan het zoeken naar een goed hotel of restaurant. Hierbij kijk ik naar de trend van de beoordelingen en als het overgrote merendeel van de eerdere bezoekers positief is dan neem ik de negatieve ervaring van een klager met een korrel zout. Via deze ingang verdeelt Amazon de recensies van ACOL in 28 negatieve- en 188 positieve reviews. Het grappige is dat onder die 188 positieve reviews ook iemand is die zichzelf als een autoriteit beschouwt. Reja Joy Greenon schrijft het volgende:

I am one of the founding members of Course in Miracles Society [CIMS] publishers of A Course in Miracles: Workbook for Students/Manual for Teachers and have been a Course student since 1983. For me, A Course of Love: Combined Volume is a GIFT from the Right Mind that we all share, given to everyONE of us who opens their Heart to its message. It is not for everyone, however, since it requires a degree of relinquishment, much like A Course in Miracles. It requires that you come from the “not-knowing” place, releasing all prior thoughts and concepts, and begin with an empty slate. Etc etc..
How blessed we are to have A Course of Love – It is truly a gift from Love to Love.

Ondanks mijn aarzeling bij het lezen van een onderbouwing van haar eigen autoriteit citeer ik Reja toch vanwege de zin die ik vet heb weergegeven. Dit is namelijk voor mij de manier waarop ik er achter kom of een boek iets voor mij betekent of niet: een onbevangen lezen en kijken wat het met me doet. Dit levert een subjectieve ervaring op, dat kan niet anders. Slechts vanuit deze persoonlijke ervaring kan ik zeggen dat ik met ACOL een directheid ervaar die me blij maakt. Het feit dat ACOL pas deels vertaald is in het Nederlands maakt dat het complete boek helaas slechts toegankelijk is voor hen die makkelijk Engelse tekst kunnen lezen. Ik merkte dat ik hier mee zat als ik mijn enthousiasme ervoor wilde delen.

Het wonderlijke wil echter dat er een Nederlands boek is verschenen wat me qua titel aanvankelijk helemaal niet aansprak: Het Ja-gevoel door Linda Rood. Ik kreeg echter keer op keer directe en indirecte hints dat ik hiermee iets moest en besloot het daarom toch aan te schaffen. Hoewel ik het nog niet uit heb ben ik nu al erg enthousiast. Linda presteert het om in het Nederlands op nuchtere wijze een directe weg uit de doeken te doen die me constant herinnert aan mijn ervaring bij het lezen van ACOL. Ik zal hier zeker meer van gaan delen in de toekomst.

Samenvattend geldt dat zowel ACOL als het Ja-gevoel me steeds meer in contact brengen (even lekker duaal gesproken)  met “the Self (ACOL)”of “Bewustzijn” (Ja-gevoel). Beide boeken bevrijden van gevangenschap in conceptuele “waarheden” naar een stromen van waarheid en leven door me heen. Moet je dit als lezer van mijn blogs maar aannemen omdat ik “al lang student van de Cursus ben en al jaren aardige stukjes schrijf”? Alsjeblieft niet. Je eigen hart zal aangeven of- en wanneer het tijd is om je te openen voor zoiets als ACOL of het Ja-gevoel. Als het je niks zegt dan doe je het niet en dat is helemaal prima. Dan is dat een nee-gevoel dat er ook mag zijn. Als je echter getriggerd wordt en signalen krijgt dat het iets zou kunnen zijn? Volg gewoon open en onbevangen dit ja-gevoel!

It requires that you come from the “not-knowing” place, releasing all prior thoughts and concepts, and begin with an empty slate.

De azijnpisser en het feestbeest

waarheid en liefdeIk zie twee manieren waarop ik kan reageren op de non-duale visie zoals deze wordt verwoord in de Cursus maar ook in andere waardevolle boeken. Dezelfde manieren van reageren meen ik te zien bij andere broeders en zusters maar dat is niet zo gek als ik me herinner wat projectie met me kan doen. Hier komen ze:

  1. De azijnpisser. De azijnpisser in een slimme jongen die de boodschap van de Cursus snel verstandelijk begrijpt. Hij weet dat de non-duale visie gewoonweg klopt en hij is in staat om in elke situatie en in elk gesprek haarfijn aan te geven welke duale component hierin nog als verontreiniging aanwezig is. De azijnpisser is een ware vertegenwoordiger van het non-duale gedachtengoed en hij grijpt liefst terug op waarheden die zo direct mogelijk de non-duale Niveau-I werkelijkheid weergeven. “Alles is één, er is geen lichaam, er is geen ander, er is geen onderscheid, ik ben één met God”.
    De azijnpisser ervaart in zijn hoofd de helderheid van de Niveau-I waarheid en kan zich daar enkele jaren heerlijk in uitleven. Er valt nauwelijks met hem te praten want elke dwaling wordt direct in de kiem gesmoord. Een valkuil voor de azijnpisser is dat hij zich superieur gaat voelen aan anderen die het nog niet door hebben. Getergd ziet hij hun onware opvattingen en uitspraken aan en hij is niet te beroerd om deze haarfijn te fileren en naar het rijk van duale fabeltjes te verwijzen. Hij weet zo goed wat wáár en wat onwaar is. Maar nadat de azijnpisser al het onkruid heeft gewied en alle tegenspraak getackeld staat hij met rokende pistolen in een dorre vlakte waar alle leven en sjeu uit verdwenen lijkt te zijn. Maar dat geeft niet want er is toch geen ikje dat er enig plezier aan zou kunnen beleven.
  2. Het feestbeest. Het feestbeest is wellicht wat minder belezen dan de azijnpisser maar voelt al snel aan dat liefde zowel middel als doel is. Ze heeft weinig zin om haar inzicht te onderbouwen met Cursus-teksten en roept al snel dat iedereen liefde is en dat ze zelf het licht gezien heeft toen ze vanuit liefde ging leven. Haar optimisme is grenzeloos en ze bruist van energie. Ze staat te popelen om zich op niveau II helemaal te ontplooien. Ze twijfelt geen moment en ziet zichzelf nu als vreugdevolle leraar die andere met liefde wil leren hoe deze ook uit liefde kunnen gaan leven, in hun flow moeten gaan staan, alle knellende banden moeten afwerpen, voor zichzelf moeten beginnen en ga zo maar door. Ze grabbelt wat teksten uit de Cursus bij elkaar die haar blijde boodschap kracht kunnen bijzetten en ziet zichzelf, tot grote ergernis van de azijnpisser, als expert en leraar van de Cursus. Haar boodschap is gewoonlijk populairder dan die van de azijnpisser en ze trekt met haar enthousiasme en vrolijke koppie natuurlijk snel volgelingen aan die net zo happie de peppie en succesvol willen worden als zij is. Toch houdt deze vrolijke Fransje het niet eindeloos vol. Tegenslagen blijven helaas toch komen en haar volgelingen die zo euforisch waren tijdens de workshops, 10-daagsen, wandelsessies enzovoorts raken op haar uitgekeken en shoppen verder. Gelukkig zijn er genoeg nieuwe volgelingen die nu nog treurig zijn en even willen meeliften op haar optimisme en goed humeur. Alles is liefde en we gaan ervoor.

Ik zie beide neigingen in mezelf. Natuurlijk is de scheiding tussen deze twee reacties niet zo absoluut als bovenstaande beschrijving doet vermoeden. In een vorige blog schreef ik over twee boeken die mij inspireren; Een cursus in wonderen (ACIM van A course in mirracles) en een cursus in Liefde (ACOL van A course of Love) . De azijnpisser in me is vooral dol op ACIM en het feestbeest op ACOL. Iedereen reageert overigens anders op wat hij of zij leest en ik zie bijvoorbeeld op ACIM zowel reactie 1 als 2 als mengvormen hiervan. Dit zegt niks over deze boeken zelf! Onze ego-programmering leert ons dat we moeten kiezen. Het is óf ACIM óf ACOL, het moet kloppen voor je verstand of voor je hart, het is waarheid of liefde, het is goed of fout, het is authentiek en afkomstig van Jezus of het is plagiaat en mensenwerk.

Er wordt ons een mooie uitnodig gedaan en dat is om te kijken wat de vruchten zijn van je gedachten, van je stellige geloof. Natuurlijk mogen alle gevoelens er zijn en hoeven we hierin niet te sturen of te streven naar een plastic glimlach die niet van onze lippen wijkt. Wellicht is het beter om ook geen momentopnames te willen maken maar, lekker duaal, te doorvoelen welke “kant” het met “je” opgaat. Ben je een verbeten gevecht aan het voeren tegen illusies? Raak je moedeloos en gedeprimeerd? Lees je anderen met een glimlach maar innerlijk verbeten de les? Voelt de weg als een zware verantwoordelijkheid en wil je het perse tot een goed einde brengen?

Of groeit er vrede, mededogen, zachtheid, geduld en bovenal vrede in je? Zie je dat je zachter wordt, dat je durft los te laten en te vertrouwen, dat je minder geneigd bent om wel eventjes uit te leggen hoe het zogenaamd écht zit? Kun je genieten van hoe de nachtmerrie eerst verandert in een gelukkige droom? Kun je hiervan genieten terwijl je toch beseft dat het nog steeds een droom is omdat je weet dat deze droom steeds meer een liefde en werkelijkheid weerspiegelt die steeds meer alles doordringt en doorschijnt wat er in de droom lijkt te gebeuren? Geniet dan zonder moeite samen met mij van de wijsheid in de werkboekles van vandaag:

LES 211

Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij. Want ik blijf wie ik ben, zo schiep God mij.

(191) Ik ben de heilige Zoon van God Zelf. In stilte en in ware nederigheid zoek ik Gods glorie, om die te aanschouwen in de Zoon die Hij geschapen heeft als mijn Zelf

Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij. Want ik blijf wie ik ben, zo schiep God mij.

Verstand en gevoel, ACIM en ACOL

verstand en gevoel

Afgelopen maanden herlas ik A Course of Love (ACOL), opgeschreven door Mari Perron. Net als Helen Schucman met A Course in Miracles (ACIM) geeft Mari aan dat ze in ACOL de woorden van Jezus doorgeeft. ACOL wordt weleens gezien als het vervolg op ACIM maar dit geeft onnodig verwarring. Als je spreekt over een “vervolg” dan wek je de suggestie dat ACIM nog niet helemaal “af” was of, met andere woorden, dat het onvolledig is. In feite kunnen we in de houding die we aannemen ten opzichte van ACOL onze klassieke ego-trekjes herkennen. Zoals gebeurd is met alle zogenaamd heilige geschriften kunnen we menen dat we ACIM als enige waarheid moeten verdedigen. Dit zou het ultieme woord van Jezus zijn en dus is alles wat erna komt onnodig en onecht. Een ander trekje van het ego is dat het eindeloos wil blijven leren. Dit wordt overigens haarfijn uitgelegd in ACOL. Via die ego-route kom je bij de “on-af-theorie” terecht. ACIM zou ons een stukje op weg hebben geholpen maar we zijn er nog niet en moeten nog wat verder studeren. Voilà ACOL.

Zo is het echter niet. In ACOL wordt aangegeven dat het ons wil helpen om via “the mind” te komen tot “the heart” in een verbinding die wordt aangegeven als “wholeheartedness”. Slechts het eerste deel van ACOL is vertaald in het Nederlands en ik ben geen gekwalificeerd vertaler maar ik neem de vrijheid om het in eigen woorden uit te proberen te drukken. In de kritiek die men uit op ACIM stelt men dat deze cursus te mentaal is en je naar het hoofd trekt. Vanuit deze invalshoek lijkt ACOL een soort correctie die meer recht doet aan de taal van het hart. Toch doet deze kritiek de cursus (ACIM) zwaar tekort. Dat laat zich simpel illustreren met de werkboekles van vandaag (209-189): Ik voel de Liefde van God nu in mij. Hoezo verstandelijk en liefdeloos? Door een duaal brilletje bekeken zou dan ACOL vooral heel gevoelsmatig en liefdevol zijn. Hiervoor geldt echter dat het ook bijna 700 bladzijden dik is en ook niet bepaald een pageturner is die je even onnadenkend kunt doorbladeren.

In mijn beleving vullen ACIM en ACOL elkaar prachtig aan. Ik sta mezelf toe om hier niet-wetenschappelijk maar intuïtief over te schrijven. Ik merk en voel dat degene die in ACOL aan het woord is dezelfde is als onze broeder in ACIM. Ook hier spreekt Jezus met een zachte autoriteit. Hoe moet ik dan ACOL duiden naast ACIM? Het beeld dat dan naar boven komt is dat van Yin en Yang voor respectievelijk ACOL en ACIM. ACIM is vol van liefde maar werkt op mij vooral corrigerend. ACIM verricht sloopwerk bij me; mentale concepten en vooroordelen worden ontmanteld en ontmaskerd. Er wordt hiermee ruimte gemaakt voor iets dat niet van ego-makelij is. Er wordt een openheid gecreëerd waarin van alles kan gaan gebeuren. Dit gebeurt grotendeels via de “niet-dit-niet-dit” route. Al mijn eigen bedenksels (maaksels) worden gesloopt zodat er ruimte ontstaat voor de ervaring van Gods schepping. ACIM komt haast mannelijk over maar bevat reeds het zaad van het vrouwelijke, als het zwarte bolletje in het witte vlak van het yin-yang symbool.

ACOL voelt haast vrouwelijk, intiemer en meer gericht op directe ontvankelijkheid. Jezus legt uit dat we uitgeleerd zijn en dat ons mentale werk prima was en een plaats verdiende maar dat het accent mag verplaatsen naar het hart. We gaan van correctie via ontvangen naar directe en onmiddellijke expressie. ACOL gaat over inspiratie, over de verandering van het “self” in de “elevated form of Self”. Dat klinkt duaal, als een proces en als het verheerlijken van een droombeeld. Maar dan kijken we toch weer door een ego-bril die denkt in termen van of-of. Het is echter en-en. Ook in ACOL draait het in feite om vergeven hoewel er meer gesproken wordt over verbinding en relatie. “Vergeving” heeft meer dat accent van correctie en “verbinding en relatie” het accent van zegenen en liefdevol omarmen. Maar ook dit is een waterscheiding die niet hard en absoluut is.

Het wonder bestaat eruit dat in die vervloeiing van mannelijk en vrouwelijk het nieuwe leven geboren wordt. Na correctie en echte verbinding (in en door liefde) is daar die heilige relatie van ACIM en die elevated form of Self van ACOL. Het zal lastig voor me worden om woorden te vinden in toekomstige stukjes. Het leren zoals we dat kennen heeft zijn rol vervuld en daarmee zal ook het spiegelbeeld van leren (uitleggen, onderwijzen) moeten transformeren. Ik ben verwachtingsvol. Een oud patroon echoot in mijn hoofd en vraagt “hoe dan?”. Maar een nieuw vertrouwen glimlacht slechts en durft dit open te laten. Ik kan dit niet bedenken, ik hoef dit niet te plannen en mag vertrouwen dat de bevruchting vanzelf zal leiden tot nieuw leven. Samen met jou.

Een ingang!

ingang_2De frustratie van elke waarheidszoeker is om erachter te komen dat er niets te zoeken of vinden valt en dat alles wat je als ikje denkt te moeten ondernemen om die zogenaamde verlichting te bereiken je verder verwikkelt in de illusie. Het plaatst ons als student telkens weer voor een dilemma. De absolute waarheid is dat er niks is wat we kunnen doen maar toch hebben we de indruk dat het nu niet oké is omdat we niet gelukkig zijn en geen vrede ervaren.

Dát we niks kunnen doen snappen we met ons beperkte leervermogen nog eerder dan dat we het werkelijk realiseren. Dat kan nog meer verwarring geven. Vooral als we verstandelijk begrip verwarren met echte realisatie. Na het schrijven van het boekje “Een Christen op Satsang” ervoer ik een soort mentale verlichting en toegenomen helderheid. Het is een soort helderheid en een verstandelijk weten hoe het zit. Deze helderheid in het hoofd zie ik terug bij talloze broeders en zusters. Het is fijn als deze helderheid optreedt maar het is geen realisatie of ontwaken. Met je hoofd weten we hoe het theoretisch zit en kunnen we kunt ook haarfijn uitleggen dat we niets kunnen doen met als gevolg dat we alles wat we anderen zien doen afserveren als zinloos en onwaar. Daarin hebben we helemaal gelijk maar we zijn niet verder gekomen dan een theoretisch kloppend maar niet echt doorleefd geloof laat staan ervaring.

Dit is allemaal niet zondig en helemaal niks om ons schuldig over te voelen. Maar deze vorm van helderheid in het hoofd en zogenaamd weten hoe het zit bevrijd ons niet van onze neiging tot oordelen van anderen en daarmee automatisch van onszelf. We blijven denken in termen van goed en fout, we blijven pedant anderen corrigeren, we blijven menen dat we als leraar boven de student staan, we blijven denken dat we het wel even kunnen uitleggen zodat anderen snappen hoe het zit en bewonderend naar ons opzien. Ondertussen voelen we ons ten diepste onvrij en gevangen, gebonden aan de tijd en aangevallen door gebeurtenissen en anderen. Aan de vruchten herkent men de boom en angst en aanval zijn niet de vruchten van liefde.

Zolang we de nare vruchten plukken is het handiger om simpel te constateren dat we nog geloven in afgescheidenheid en dankbaar een boek lezen dat ons tegemoet komt op het niveau waarop we ons menen te bevinden. De Cursus is zo’n boek. Ze biedt ons een instrument aan waarvan ze zelf zegt dat het ook een illusie is en eigenlijk niet nodig; het instrument van vergeving. Dit wordt prachtig uitgelegd in Werkboekles 198: Alleen mijn veroordeling verwondt me. Direct in de eerste regel van deze les staat zo’n zinnetje die ultieme (Niveau I) kennis laat zien: “verwonding is onmogelijk”. Verderop in de les staat dat oordelen onmogelijk is en vergeving daarom helemaal niet nodig is. Als we echter te snel menen dat we het allemaal nu wel snappen en begrijpen dan vliegen we uit de denkbeeldige bocht. We gaan dan goedbedoeld en in kortdurende triomfalistische vreugde roepen dat er niks valt te doen, anderen echter toch dingen fout doen, vragenstellen nergens toe leidt, je anderen kunt laten creperen omdat er geen anderen zijn enzovoorts. De lijst van harteloze verwarring is eindeloos.

Zo’n mentale “verlichting” houdt geen stand, kan ik u uit eigen ervaring melden. Toch heb ik deze ervaring nodig gehad. Door het niet als zondig of fout te zien maar als onderdeel van een leerproces (terwijl ik snap dat er niks te leren valt) open ik mezelf voor een liefde die niks met mijn verstand te maken heeft. Telkens als ik een wrange vlucht van angst of boosheid pluk weet ik dat ik zogenaamd gevangen zit in mijn hoofd en dat ik op één of andere manier zo bang ben dat ik de liefde de deur wijs. Anders gezegd; ik heb vergevingswerk te doen.

Wat ben ik dankbaar voor de Cursus en afgelopen jaar ook voor het boek “A Course of Love” dat me steeds meer bepaalt bij de liefde die we zijn. Vergeven is een sleutel voor een probleem dat niet bestaat en waarvoor dus geen sleutel nodig is. De Cursus weet dat en legt dat helder uit. Het is een mooi moment als we met ons hoofd vol met zogenaamde wijsheid onze knie dankbaar buigen en deze sleutel aannemen.

Och Heer, niet mijn wil maar Uw Wil geschiede. Ik ontsla mezelf als leraar en kom met lege handen bij U. Ik zie mijn gespartel en mijn eigenwijsheid. Leer me lachen Heer, leer me ontspannen in Uw liefde, de liefde die we zijn.

Wat moet ik toch met dat begrip “kruisigen”?

kruisigingPittige taal vandaag over het kruisigen van jezelf (WB 196): Ik kan alleen mijzelf maar kruisigen. Toch ligt hierin de kerngedachte van de Cursus besloten. Ik zal een voorbeeldje uitwerken van mijn ervaring maar ik nodig je uit om dit niet van een afstandje door te lezen maar om een eigen situatie in gedachten te nemen en mee te gaan in het doorvoelen hiervan. Anders is het effect echt niet meer dan het ene oor in en het andere oor uit.

Ik was onlangs wat teleurgesteld in iemand. Ik meende dat we iets samen zouden aanpakken en toen het puntje bij het paaltje kwam vertrok ze met stille trom op vakantie en liet mij met de nare situatie achter. Ik werd boos op haar en vond haar schuldig aan laf en egoïstisch gedrag. Kun jezelf iemand in gedachten krijgen waar je boos op bent? De kleinste irritatie is genoeg want de principes zijn altijd gelijk.

De eerste neiging is om met allerlei argumenten te komen waarom zij iets stoms gedaan heeft en hartstikke fout is. Ik stel me dit altijd voor als het zwartepietenspel van vroeger waarbij ik wil dat die ander de enige is die aan het einde van de discussie met de zwartepiet, het schuldgevoel dus, blijft zitten. Als dat lukt, zo meen ik, dan ben ik aan het einde van de rit onschuldig en schoon en zij is schuldig en moet zich ook als zodanig voelen. Een excuus zou op z’n plaats zijn en in feite zou ze alles op alles moeten zetten om “haar fout” te herstellen. Gechargeerd: direct terug van vakantie, een flesje wijn voor mij met een “sorry-kaart” eraan en dubbel en dwars aan de bak om haar achterstallige activiteiten te compenseren.

Een andere neiging kan zijn om je woede in te slikken en maar weer eens de wijste te zijn. Je kunt zelfs vilein aangeven dat ze maar moet genieten van haar vakantie en dat het geen probleem is dat jij er een schepje bovenop doet. Een heimelijke poging om haar schuldgevoel nog wat op te porren. Het vergt eerlijkheid om dit trekje bij jezelf onder ogen te zien. Of je zou, op basis van bijvoorbeeld een Christelijke opvoeding of omdat je gewoon graag gezien wordt als een vriendelijk persoon, kunnen besluiten te vergeven volgens het principe “zand erover”. Ook hier vergt het eerlijkheid om te erkennen dat dit niet echt werkt en, ondanks de goede intentie, hetzelfde effect heeft als de wat arrogantere “laat ik maar de wijste zijn” aanpak.

Nu naar de Cursus waarbij we ons ware intentie gaan onderzoeken middels WB 34: Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien. Kijk wat er van binnen gebeurt als je bezig bent een ander schuldig te maken en jezelf te zien als onschuldig slachtoffer. Voel je die spanning, die tweedeling in je binnenste? Doorvoel die spanning van ik-versus-de-ander en laat dan WB34 klinken: “ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien”. Op zo’n moment merk ik fikse weerstand tegen deze uitspraak. Je legt namelijk op deze wijze een sterke ego-neiging bloot: de neiging te oordelen en de ander als schuldig te zien; kruisigen dus, in Cursus-taal. Merk je ook die weerstand? Je goede fatsoen kan weliswaar zeggen dat je de wijste moet zijn of moet vergeven maar alles in je roept dat je toch echt gelijk hebt en je vraagt je af waarom jij toch weer de wijste moet zijn en het onderspit delven. Voel je het?

Door te blijven luisteren naar de stem van het ego handhaaf je de ogenschijnlijke splitsing tussen jezelf en anderen en zul je geen vrede ervaren. Het lijkt of je hier niks aan kunt doen en dat het je overkomt maar hier treedt WB 196 op: Ik kan alleen mijzelf maar kruisigen. Als je echt vrede wilt zien in deze situatie dan moet je de verantwoordelijkheid voor je vasthouden aan het schuldspel nemen. Je kunt doorvoelen dat het beschuldigen (kruisigen) van een ander je nare geloof in afgescheidenheid bekrachtigt; je slaat een spijker in je eigen hand en je kruisigt hiermee jezelf.

Maar dan tenslotte de vraag waarom we dit vastspijkeren van anderen aan hun schuld en daarmee van onszelf aan de illusie van afscheiding niet gewoon opgeven. Op dat moment vertelt de Cursus ons iets wonderlijks. We zijn bang. We zijn bang om dat gevoel van tweedeling op te geven door ons oordeel over die ander op te geven. We denken dan dat we kwetsbaar zijn en beschadigd zullen worden. Het klopt dat met het opgeven van ons oordeel de denkbeeldige ego-grens afbrokkelt maar dit betekent allerminst dat we schade lijden of onze ondergang tegemoet gaan. Omdat “ik” dit echter geloof lukt dit “mij” niet. Die ik wil niet meewerken aan eigen denkbeeldige ondergang. Dan is er die uitnodiging van de Liefde, van Hem, van Jezus van de Heilige Geest als symbolen voor je diepste onbegrensde Zelf: geef het maar aan Mij. Aan Hem is gegeven alle macht. Je beseft het niet maar zijn heilige Wil is jouw echte wil. Bid het Uw Wil geschiede; niet als onderdanige bange gelovige maar als iemand die hierin de weg naar Liefde en Vrijheid leert ontdekken. Een beetje bereidwilligheid om je oordeel, strijd en angst los te laten en je te scharen aan de kant van Zijn Wil is voldoende. Het wonder zal zeker gebeuren: Liefde zal deze keuze krachtig ondersteunen, je zult vrede ervaren en de ander zien als je broeder, verbonden en één met jou.

De toekomst (maar dan anders..)

futureDe werkboekles van vandaag gaat over de toekomst (194): Ik leg de toekomst in Gods Handen. De neiging bestaat om hier lichtvaardig en vooral mentaal mee in te stemmen. Voorbeeld: gisteren onderging mijn moeder een zware openhartoperatie. Dit brengt onzekerheid met zich mee en gevoelens van angst. Op zo’n moment kan het ons enige rust geven als we de besluiten de toekomst in Gods Handen te leggen waarbij we onbewust het woord “toekomst” als synoniem gebruiken voor “uitkomst”. Onder die uitkomst verstaan we dan een meetbare kwaliteit in tijd en ruimte; in mijn voorbeeld, een herstel van de gezondheid van mijn moeder in de komende periode.

We kunnen de werkboekles echter dieper laten doordringen dan genoemd mentaal niveau. Ook hiervan een voorbeeld. Ik werd wakker en lijk al snel in beslag genomen te worden door de eerste voorstellingen en fysieke- en emotionele indrukken die zich voordoen. Zo lijkt het alsof ik wat zorgelijke gedachten heb, daardoor een beetje angstig en zorgelijk ben, en me fysiek wat onuitgeslapen voel. Zo’n eerste indruk lijkt vanzelf en van buitenaf op me neer te dalen. Herken je die vanzelfsprekendheid waarmee zo’n heel beeld van wie je bent en wat je voelt je in beslag lijkt te nemen? Ik noem dit wel eens dat ik ongemerkt een conclusie trek over mezelf. “Zó ben ik, meen ik, en zó voel ik me”. Hetzelfde gebeurt in interactie met anderen. De automobilist die me snijdt is een vervelend testosteronbommetje in een aso-bak en ik ben een verontwaardigd slachtoffer van zijn gedrag.

Als je dit herkent, dus hoe gedachten / lichamelijke sensaties/gevoelens op je neer te lijken dalen, vraag ik je om dit totaalpakket te zien als een stempel dat je zelf drukt op de liefdevolle onbepaalde eenheid die je bent. Je kiest er dus voor de eenheid te bestempelen en daarmee er een stuk uit te hakken met alle betreffende sensaties. Met dit bestempelde stukje identificeer je jezelf vervolgens. Dit is een keuze om jezelf als beperkt en afgescheiden te zien.

Een andere metafoor die mij helpt is dat ik me voorstel als zat ik in een bol van warm licht. Niks aan de hand. Vervolgens kijk ik naar de binnenkant van de bol en besluit dit denkbeeldige plafond te beschilderen met allerlei sombere kleuren en met afbeeldingen van bedreigende anderen of met een fel rode kleur van een pijnlijk lichaam. Als ik dit stempel op mijn binnenste plafond gezet heb kijk ik ernaar en beeld me in dat het écht is. Daardoor voel ik me naar, duf, angstig, gespannen enzovoort. Het bevalt me niet hoe ik middels een conclusie of middels een verfkwast mezelf bestempeld en klein gemaakt heb. Ik neem het serieus en besluit vervolgens dat ik ervan af wil maar daar wel tijd voor nodig heb. Nu voel ik me rot en ik moet zogenaamd aan de slag om me straks weer wat beter, verlichter zo u wilt, te voelen. Maar in feite ben ik al te laat. Want eerst heb ik m’n eigen maaksels en conclusies écht verklaard en nu moet ik met veel moeite die echtheid weer gaan ontkennen. Wat is handiger?

Zodra ik de eerste neigingen zie om de eenheid te gaan bestempelen neem ik hiervoor de verantwoordelijkheid. Ik erken dat ik het zelf ben die ervoor dreigt te gaan kiezen me te beperken door een hele sfeer te gaan opbouwen. Dan bied ik al m’n intenties aan de Heilige Geest aan. Heer, ik neig ernaar een conclusie te trekken over wie ik ben, wie die ander is of hoe ik de situatie moet zien. Ik zie dat ik hiermee gelijk aan de slag wil gaan om alles te fixen om een fijnere conclusie te kunnen trekken en een rooskleuriger plaatje te kunnen schetsen. Ik zie dat ik eerst een klein ego-zelf wil maken en dan vanuit dit kleine-ego zelf meen te weten wat ik vervolgens moet doen en in actie te komen. Dit wil ik niet langer.

Onder dat kleine zelf, dat denkbeeldig kleine doenertje dat we in ons hoofd lokaliseren en die we ongemerkt als “ik” zien, ligt het grote Zelf dat we echt zijn. De Goddelijke liefde en eenheid. Dit grote Zelf kan zich ook manifesteren in de droom maar doet dat niet om de illusie van afscheiding te versterken. De grote Schilder werkt om onze verbinding met alles en iedereen te illustreren. Zijn Creatie geeft beelden van zachtheid, verbondenheid en liefde. Dat kleine ikje van ons hoeft alleen maar te erkennen dat het meent iets zelf te moeten doen om vervolgens de penseel los te laten en te geven aan de grote Schilder. Slechts deze kleine bereidheid is nodig om niet te geloven wat we zelf willen verven of net geverfd hebben maar te zeggen: Heer, hier is de kwast; verras, verbaas en verblijd me!

WB 194: Ik leg de toekomst in Gods Handen.

Je ervaart wat je gelooft; van geloof naar liefde.

geloof hoop en liefde

De waarheid is dat alles reeds volbracht is. Er is slechts eenheid en liefde en dat zijn wij als Zoon van God. Toch is dit niet onze perceptie. We ervaren onszelf als afgescheiden wezentjes in een wereld van tijd en ruimte. Wezentjes die hun best doen om genoemde liefde en eenheid weer te herinneren. De Cursus is een boek dat ons vanuit ons eigen wezen van eenheid en liefde gegeven is om ons rustig wakker te maken. Ze komt ons tegemoet op het niveau waarop wij ons menen te bevinden dus krijgen we oefeningen (zoals vergeving) zodat we leren dat grenzen denkbeeldig zijn, tijd en ruimte niet bestaan en oefeningen nooit nodig waren.

Over het ontstaan van de vergissing kunnen we nadenken maar dan vergeten we dat de “we” die gaat nadenken niet bestaat, dat nadenken als instrument reeds tot het domein van de vergissing behoort en dat we de vergissing dan überhaupt reeds als écht hebben aangenomen. Toch ontkomen we niet aan het gebruik van woorden, symbolen, taal en voorstellingen zoals het blauwe boek ons laat zien. Middels deze woorden kan er iets met ons geloof in afscheiding gebeuren. Het kan aan het wankelen worden gebracht. De bereidheid kan groeien om die “we” (en de hele vergissing) iets minder serieus te nemen en te gaan luisteren naar de Stem van de Heilige Geest die dan even symbool os voor de eenheid en liefde die we werkelijk zijn.

Doordat ons geloof verandert gaan we anders in onze droomwereld staan en leven. Eén van de dingen die we leren is dat de Cursus zaken aardig op z’n kop zet. Binnen de droom zeggen we “eerst zien en dan geloven” maar de Cursus leert ons dat we juist zien wat we geloven. Doordat we in afscheiding geloven zien we een ego-zelf in een buitenwereld. Als we in liefde geloven dan vervagen de denkbeeldige grenzen en gaat liefde meer stromen.

Dit gezegd hebbende merk ik dat er in het omgaan met de symbolen uit de Cursus twee geloven lijken te ontstaan met elk een iets andere uitwerking op hoe ik me binnen de droom voel. Hier komen de versies met hun gevolgen:

Geloofsversie I: Alles wat ik meen te zien en te ervaren (de hele fysieke wereld) is nep, een droom. Het is een onzinnig maaksel waarom de Zoon van God vergat te lachen. Anders gezegd: het was niet de bedoeling.

Gevolgen van geloofsversie I: Er ontstaat een gevoel van afstand en van onthechting. Ik besef dat ik geloof dat vervelende anderen of pijn me kunnen raken maar dat dit gevoel bedoeld is om de illusie van afgescheidenheid te vergroten. Om de droom echt te maken.  Negatief effect van deze geloofsversie (in de betekenis van “denkbeeldig risico”) hierbij is dat het ego-zelf juist sterker wordt en alles als vanachter een glazen wand zit te bestuderen. Onthechting leidt tot liefdeloosheid en afstandelijkheid.

Geloofsversie II: Alles wat ik meen te zien en te ervaren (de hele fysieke wereld) is weliswaar nep maar oorspronkelijk bedoeld als een onschuldig spel van de Zoon van God waar vreugde aan te beleven is maar wat een beetje ontspoord is. We zijn gewoon wat te fanatiek geworden door het te serieus te nemen.

Gevolgen van geloofsversie II: Er ontstaat een gevoel van hoop en verbondenheid. Ik hoef niet te onthechten van de droom maar mag juist binnen de droom op zoek gaan naar verbinding en er zodoende weer een vreugdevol spel van maken. Ik mag leren dat ik een keuze heb om middels geloof in afscheiding nare ervaringen te krijgen binnen de droom of juist door te geloven in verbinding positieve ervaringen te krijgen binnen dezelfde droom. Ik mag de oneindige eenheid en liefde uitdrukken in tijdelijke vormen. Ook hier is een mogelijk “negatief” aspect: doordat ik de droom te serieus neem vervaagt de herinnering aan de waarheid van eenheid en liefde. Als ik bijvoorbeeld fanatiek ga streven naar een gezond lichaam dan vergeet ik dat het lichaam slechts een droombeeld is en dan neem ik het spel toch weer serieus. Toch mag ik het spel van genezing spelen en daar van genieten, zolang ik het maar zie zoals het is; een spel.

In waarheid speelt geloof geen rol en is alles liefde.  Op de denkbeeldige weg naar ontwaken ontkomen we er niet aan om te geloven. Wát we geloven kan het midden houden tussen genoemde geloofsversies. Dat geeft niet en is totaal onschuldig. Er is geen wáár geloof dat we aan zouden moeten hangen. Laten we die terugval niet toelaten. Maar laten we zien wat geloof met ons doet en dan dat geloof geloven dat ons helpt liefdevoller en vreugdevoller te worden. Ik heb geleerd dat geloof in onthechting me bitter, somber en eenzaam kan laten voelen. Ook heb ik geleerd dat geloven in de echtheid van de droom en eisen dat hierin positieve wendingen plaatsvinden me onvrij en daarmee ook ongelukkig maken.

Steeds meer leer ik dat het te serieus nemen van een beperkt geloof kan leiden tot verwarring en dat leven vanuit liefde in de droom leidt tot mededogen, zachtheid, vriendelijkheid, geduld en geluk. Nu gaat het denken over “wat waar is” over in een ervaren dat liefde waar is. Eenheid van hoofd en hart, van leren naar zien. Wonderlijk zacht en mooi.