Word je door de Cursus het hoofd in getrokken?

in het hoofd getrokken

Deze keer direct maar het antwoord. Nee, natuurlijk niet. Dat zou namelijk betekenen dat er zoiets bestaat als een ikje dat slachtoffer is van iets “daarbuiten”, namelijk de Cursus en vervolgens getrokken zou worden in een denkbeeldige vorm van een hoofd. Zo, dit misverstand is uit de weg geruimd. Maar dit is toch te kort door de bocht. Is de Cursus niet een training van de denkgeest? En heeft dat niet te maken met ons denkvermogen?

En hier zit hem dan meteen, naar mijn mening, de crux. Want jawel, de Cursus corrigeert foute opvattingen die wij koesteren. Ze vertelt ons dat we niet afgescheiden zijn, dus ook geen lichaam zijn, en dat we één zijn met God en onze broeders.  De hamvraag is wat wij doen met deze woorden. Wij worden niet door deze woorden als vanzelf ons hoofd in getrokken. Maar onze ego-neiging is wel degelijk om op deze wijze aan de slag te gaan met de in woorden uitgedrukte waarheden. Wat is hiervan het resultaat?

Als we de stem van het ego volgen dan maken we van de Cursus een nieuwe theologie. De gecorrigeerde onwaarheden (ik ben afgescheiden en een lichaam) kunnen uitkristalliseren tot nieuwe stellingen (ik ben niet dit lichaam, ik heb niks te maken met de nachtmerrie die ik om me heen meen te zien). Dit kan in eerste instantie behulpzaam zijn om wat ruimte te creëren. Vergelijk het met snoeiwerk waarbij er wat overtollige takken worden weggeknipt. Zo kan het affirmeren van juiste uitspraken ons letterlijk wat licht en lucht geven in nare situaties. Ik maak hier zelf ook soms dankbaar gebruik van.

Tegenhanger van het principe van het trainen van de denkgeest om foute overtuigingen te corrigeren is binnen onze bekende droomwereld de Rationeel Emotieve Gedragstherapie van Albert Ellis. Van hem komt het beroemde ABC-model. Kortgezegd menen we gewoonlijk dat een nare gebeurtenis (Activating event) nare Consequenties( C ) voor ons heeft. We geloven dat dit vanzelf zo gebeurt en dat wij hier verder niks aan kunnen doen. Albert Ellis laat met talloze voorbeelden zien dat dit niet zo is. Zo kan Pietje heel boos worden als iemand hem een idioot noemt terwijl Jantje gewoon blijft lachen. Dus A (iemand is aan het schelden) leidt niet automatisch tot C (als consequentie vanzelf boos worden). Er zit iets tussen; namelijk het geloof (Believe) van beide heren. Zo kan Pietje geloof hechten aan: “ik ben een slimme vent en niemand mag anders beweren”. Jantje kan zoiets geloven als: “wat anderen menen te moeten roepen zegt niets over hoe of wie ik ben”. Zie je dat het de opvattingen (Believe/geloof) van beide heren is wat hun reactie bepaalt?

Langs deze lijnen zullen ook de correcties van de Cursus in onze denkgeest leiden tot een ander geloof (een andere B) zodat bij eenzelfde A (gebeurtenis) je nu bijvoorbeeld een vredigere reactie ( C ) krijgt. Iemand die er bijvoorbeeld 100% van overtuigd is dat hij een lichaam is zal bij ziekte anders reageren dan iemand die gelooft dat het lichaam slechts een tijdelijk instrument is.

Het aardige is dat Ellis aanvankelijk focuste op deze bevrijdende waarheid van het ABC-model. Later echter, breidden hij en zijn opvolgers het uit tot een ABCDEFG-model. Kortgezegd zag men dat het corrigeren van foute opvattingen een stap in de goede richting is maar dat mensen real-life oefeningen en ervaringen nodig hadden om een echt doorleefde gedragsverandering te kunnen hebben. Ik herken dit vanuit de Cursus en ik meen dat ik hierin niet alleen sta.

Als we blijven hangen in een nieuw geloof, in een nieuwe theologie, dan hebben we ons tevreden gesteld met een nieuwe duale situatie die inderdaad omschreven kan worden als “naar het hoofd getrokken zijn”. Vind je dit voorlopig oké en een prima plek om een tijdje te vertoeven? Be my guest and enjoy! Is dit waar de Cursus toe oproept? De Cursus roept volgens mij niet op tot een afstandelijk loeren naar een droom waarbij het ego moe en voldaan naar de gesnoeide struik kijkt en zich afvraagt waarom er steeds weer van die nare doornige takken bijgroeien. Gelukkig niet!

Het goede nieuws is dat het prima is als wij wat verkeerde opvatting corrigeren maar dat wij niet als fanatieke tuinmannetjes tekeer hoeven blijven gaan. We mogen aan de voet van de boom gaan zitten met ons gezicht naar de zon. Lekker ontspannen en ons afvragen waar we toch zo druk mee bezig zijn. Als we zo ontspannen dan mogen we de warmte van de zon op ons gezicht voelen. Er steekt een heerlijk koele bries op. Door ons open te stellen voor wat zich aandient en ons niet dood te staren op de takken die nog gesnoeid moeten worden ervaren we dat we één zijn met de lucht, de vogels, de bomen, de wind en met de stemmetjes van de kinderen die iets verder op het veld spelen.

Het is een moment van vergeving, van tederheid. Het is thuiskomen vanuit ons hoofd in ons hart en daarmee in ons diepste Zelf. Niet als hard werkende en kritische zwoegers maar als ontspannen Kinderen van God die genieten van het mysterie dat zich aandient in een heerlijk Heilig Ogenblik.

Les 262

Laat me vandaag geen verschillen zien.

..Wij die één zijn, willen vandaag opnieuw de waarheid over onszelf kennen. We willen thuiskomen en in eenheid rusten. Want daar is vrede en nergens anders kan vrede worden gezocht en gevonden.

Met vergevende ogen

jezus kijkt naar me

Het ego is dol op afstand. Het geloof in afstand is een belangrijk fundament van zijn denkbeeldige bestaan. Laten we het doel van het ego niet uit het oog verliezen. Dit doel is om het geloof in afscheiding in stand te houden, het geloof dat er een ikje is dat losstaat van het geheel. Dat losstaan vertaalt zich in verschillende waanideeën. Hier een paar voorbeelden:

  • Het eerste waanidee komt ons een beetje abstract voor. Ik zou afgescheiden zijn van God. Hoewel de Cursus ons leert dat deze denkbeeldige afscheiding van de Liefde de wortel van de vergissing is, hebben we er toch als regel niet veel feeling mee. Met de mond belijden we makkelijk dat we weten dat we in feite één zijn met God/Liefde maar als we dit écht zouden beseffen dan zou de denkbeeldige reis voorbij zijn.
  • Dan een meer herkenbaar waanidee: ik ben ik en jij bent jij en samen zijn we toch echt met ons tweeën. Dit is uit te breiden tot die zogenaamde andere 7 miljard mensen op aarde.
  • Het volgende waanidee is ons ook bekend en omvat in feite bovengenoemde “persoonlijke” variant: als ikje leef ik in een buitenwereld. Een buitenwereld met aarde, lucht, boompjes, huisjes enzovoort.
  • Als ikje leef ik niet alleen in die ruimte van de buitenwereld maar ook in de tijd. Nu zit ik hier, straks loop ik daar. Nu snap ik het nog niet, straks hopelijk wel. Nu geloof ik nog in de illusie, straks ben ik hopelijk verlicht. Meesterlijke zet van het ego, dit geloof in het fenomeen tijd.

Dan de instrumenten die we gebruiken om ons geloof overeind te houden:

  • In algemene zin is dit projectie. Maar het valt niet mee om hier wat gevoel voor te krijgen en er slechts over filosoferen is slechts een aardig tijdverdrijf. Vanuit die mysterieuze eenheid projecteren we een denkbeeldige ruimte, inclusief denkbeeldige andere mensen en ook denkbeeldige tijd. Voilà alle benodigdheden voor ons duale spelletje van afscheiding.
  • Een meer herkenbaar instrument is oordelen. Het aantal varianten hiervan is eindeloos. Wij denken snel aan boos zijn op een ander en dat is inderdaad een duidelijk voorbeeld. Maar ook als we oordelen dat het ons bijvoorbeeld ergens aan ontbreekt en dat we dus op zoek moeten gaan naar vervulling binnen de droomwereld, doen we precies hetzelfde. Het ego smult van al onze vormen van oordelen.

Hoe kan die neiging tot oordelen en het in stand houden van de illusie van ik-versus-de-rest doorzien worden? Jezus wijst ons er op dat het om te beginnen handig is als we onze illusie van slachtofferschap loslaten. Er ligt namelijk een sluier van onwetendheid over bovenstaande mechanismen. Wij kiezen voor projecteren en oordelen omdat we afgescheidenheid willen ervaren. We hebben dus een verborgen agenda. Zelfs het geloof in een ego als boos duiveltje dat ons probeert te verleiden is hier onderdeel van. We willen onszelf foppen door die projectie/oordelen-truc serieus te nemen en onze waanideeën overeind te houden. Dat is best gek om te lezen. We zijn gaan geloven in de noodzaak van het in stand houden van de illusie omdat we geloven dat “we” verdwijnen wanneer we de grenzen niet langer bewaken en overeind houden. Anders gezegd: we zijn bang voor de grenzeloze liefde die we zijn.

Terug naar waar we menen te zijn en naar waar we ogenschijnlijk mee bezig zijn. Als je nu oplet zie je dat je waarschijnlijk zit te denken over het een en ander. De illusie die je hiermee automatisch koestert is die van een zogenaamde denker die gedachten denkt. Gefopt! Tussen denker en gedachten zit weer die denkbeeldige afstand waar we zo graag in geloven. Zo in-ons-hoofd-zijn vindt het ego prima en al helemaal wanneer we het combineren met het aanvallen van ideeën van zogenaamde anderen. Dan voegen we heerlijk ik-versus-de-vijand toe en zitten we lekker diep in onze illusie. Door de gedachten slechts waar te nemen als onschuldige en neutrale fenomenen word je in elk geval niet in zo’n denkbeeldig gevecht gezogen. Toch kun je dan als ikje nog steeds triomfantelijk geloven dat “je” het nu door hebt, waarin je dus toch weer gefopt wordt. Dat gebeurt bijvoorbeeld als we zogenaamd onbewogen naar het leven als nachtmerrie kijken. Een ikje dat met zijn handen op de rug langs de zijlijn staat kan nog steeds geloven dat het goed bezig is en vast wel ergens zal komen met dat gedrag. Voor het hebben van gevoelens geldt in feite hetzelfde. Misschien zeg je niet langer “ik ben bang” maar al wat genuanceerder “ik heb angstgevoelens” maar als je hierbij gelooft in een los ikje dat van alles aan gevoelens heeft of juist niet, dan is dit toch weer geloof in dualiteit.

De Cursus geeft aan dat het enige wat we kunnen doen is “vergeven”. Daarmee kunnen we niet verlicht raken, want dat zijn we al, maar we maken de denkbeeldige toestand er in elk geval niet erger mee. Wellicht moeten we na jaren studie van de Cursus het woord “vergeven” wat afstoffen. Want we snappen nu wel dat vergeven niet hetzelfde is als het klassieke “jij bent fout en zand erover”. Maar het gaat veel verder dan dat. Vergeven is in mijn beleving een heel intiem en teder gebeuren. Het is het natuurlijkste en makkelijkste wat er is en daarmee, paradoxaal genoeg voor ons, ook weer het moeilijkste. Het is geen afwijzen en geen accepteren. Beide woorden zijn te doenerig, te ikkerig, te duaal. Het is geen onbewogen toekijken, dat is te afstandelijk.

Het komt meer in de buurt van wat we ervaren in onze droomwereld wanneer we diep kijken in de ogen van een ander. Wat een mysterie speelt zich af in deze intieme vorm van communicatie en relatie. We kunnen ons kwetsbaar voelen en de neiging krijgen weg te kijken of te gaan lachen. Maar we kunnen ook toestaan dat we in één beweging tegelijkertijd aanraken en aangeraakt worden. We kunnen proeven aan een wonderlijke intimiteit waarbij we beseffen dat we samen zijn en toch één zijn. We kunnen wonderlijke eenheid ervaren als liefde door- en tot ons stroomt. Zó kunnen we alles wat zich lijkt voor te doen binnen de illusie stil en liefdevol aanraken.

Vanuit ons ikje durven we dit niet zo goed. Maar er is Hulp. Wij hoeven slechts te zien dat we bang zijn en hieraan eigenlijk vast willen houden. Vervolgens mogen we met een heel dun stemmetje zeggen: Heilige Geest, Kracht van Liefde, zie mijn angst en mijn neiging om me te verzetten tegen werkelijke vergeving. Zie mijn vecht-, vlucht-, doe-neiging, alles wat ik doe uit angst voor deze intieme liefde. Heer houd me vast als ik mijn ogen opsla naar die ander om U te zien. En in dit hulp vragen zit dezelfde paradox. Je vraagt Hulp aan de liefde die je bent. Als Zoon van God, schepping van een Liefdevolle vader en toch één met Hem. Stromende Liefde. Er zijn geen woorden voor.

Uit WB 256: “God is ons doel, vergeving is het middel waardoor onze denkgeest ten langen leste tot Hem terugkeert.”

Sprakeloos

ik ben van loesjeHoe leer je jezelf kennen? Leer je jezelf kennen door over jezelf na te denken en door er ideeën over jezelf op na te houden? Nauwelijks. Je kunt van alles over jezelf denken maar pas als je opstaat en aan het leven deelneemt leer je jezelf kennen. Dat kennen van jezelf gebeurt in relatie met van alles en nog wat. In relatie tot de dingen die je ziet, tot de dingen die je voelt en de ervaringen die je al doende opdoet. Zelfs binnen onze droom waarbij we geloven in afscheiding is dit de manier waarop we onszelf echt leren kennen. Dé weg tot zelfkennis in onze wereld is natuurlijk vooral de relatie met andere mensen. Hoe reageer ik op jou en wat voel ik daarbij? De speciale haat- en liefdesrelaties zijn dus instrumenten tot aardse zelfkennis.

Hoe meer je oplet voor wat betreft wat je ervaart in relatie met een ander hoe dieper deze aardse zelfkennis reikt. Voelen is hierbij dus een ingang en een sleutel woord. Zodra we het instrument van afscheiding gebruiken, oordelen dus, verdwijnen we als het ware in ons hoofd, in ideeën over onszelf en anderen. De zogenaamde zelfkennis die we hier opdoen en waar we graag over praten is echter afgeleide kennis, een beetje doods en weinig smeuïg.

We hebben nu via de Cursus een instrument aangereikt gekregen om beperkte zelfkennis te transformeren tot Zelfkennis met een hoofletter Z. Dat instrument heet vergeving. Als we namelijk binnen de droom ons oordeel opschorten dan komt er ruimte voor steeds meer verbinding in onze relatie. Binnen onze droomwereld is het summum van oordeelloos omgaan met een ander de bekende verliefdheid. We zien de ander door een roze bril en hij of zij kan in onze ogen geen kwaad doen. Zelfs deze aardse grenzeloosheid voelt heerlijk en we stromen, helaas tijdelijk, in elkaar over en weer.

Terug naar de vergeving. Hierin worden de speciale haat- en liefdesrelatie overstegen. We zien het oordelen gebeuren en we zien dat het ons, naar onze eigen keuze, vasthoudt in de illusie van afgescheidenheid. Ik versus de rest van de wereld en ik versus jou. Door dit oordeel naar de liefde te brengen ervaren we het wonder van de Heilige relatie. Dit is een voor ons gekke toestand omdat we het mysterie van non-dualiteit benaderen. Binnen de droom denken we dat we een afgescheiden zelf zijn dat dingen buiten zichzelf kan kennen. Deze beperkte en mentale kennis blijkt in de Heilige relatie weinig voor te stellen. In de Heilige relatie wordt het mysterie beleeft waarbij je een diep besef krijgt van de eenheid van jou en je broeder die slechts duidelijk wordt doordat jullie een relatie hebben, terwijl dat woord relatie toch echt lijkt te duiden op twee.

Nu kan vanuit de droom de discussie losbarsten. Een zelfde soort discussie als over de vraag of God nu wel of niet weet heeft van zijn schepping. Over dit mysterie gaat A Course of Love. Juist doordat God Zijn Zoon, ons, schept kent Hij ons en wij Hem. Doordat God Liefde is en scheppend uitstroomt is er de overgang van Being naar I Am. Mysterieuze woorden klinken op: Ik Ben Die Ik Ben. Eenheid? Jawel. Met een Zoon in eenheid verbonden met de Vader? Jawel.

Bij het innerlijk aanraken en herkennen van dit mysterie begint er iets te bruisen diep in me. Ik wil erover vertellen, ik wil delen en stroom daarbij soms over van een goedbedoelde woordenstroom. Maar dan gebeurt hetzelfde als bij nadenken over jezelf; het levenssap dat je ervoer in de relatie zakt weg in een mentale woestijnbodem. Wat nu? Als ik zwijg dan borrelt de dankbaarheid omhoog en de liefde die ik ervaar wil zichzelf delen, wil eruit. Het is een spanning, maar niet vervelend. Uitleg en woorden zijn niet voldoende. Het klassieke leren en onderwijzen werkt niet. Het is directer en intiemer. Het is onmiddellijk.

Voor iemand die graag kletst en schrijft is het een uitdagend maar heerlijk proces. Een proces van overgave en vertrouwen dat de Kracht die ervaren wordt mijn kleine hulp en plannetjes helemaal niet nodig heeft. Het is de kunst van het leren om een instrument te zijn. Om de neiging tot speciaalheid te vergeven en me te laten bespelen door liefde, door het Goddelijke Geheel. Mijn God, wat ben ik dankbaar voor dit liefdevolle mysterie.

Les 251

Ik heb niets nodig dan de waarheid. Ik heb naar veel dingen gezocht, en wanhoop gevonden. Nu zoek ik er slechts één, want in dat ene ligt al wat ik nodig heb en het enige wat ik nodig heb. Al wat ik voorheen zocht had ik niet nodig en wilde ik niet eens. Mijn enige behoefte zag ik niet. Maar nu zie ik in dat ik alleen de waarheid nodig heb. Daarin zijn alle behoeften bevredigd, eindigen alle hunkeringen, is alle hoop uiteindelijk vervuld en zijn dromen verdwenen. Nu heb ik alles wat ik nodig kan hebben. Nu heb ik alles wat ik verlangen kan. En nu vind ik eindelijk vrede.

En voor die vrede, Vader, zeggen we dank. Wat wij onszelf ontzegden, heeft U teruggegeven, en dat alleen is wat we werkelijk verlangen.

 

 

“Zo zit het!” vergeven

don quichot

Zo’n tien jaar geleden was ik plotseling helemaal klaar met het klassiek Christelijk geloof waarin zonde, schuld en plaatsvervangend lijden van Jezus een centraal thema is. Met grote helderheid zag ik dat het niet klopte en, wat belangrijker is, dat het onnodig de ervaring van de liefde van God in de weg zat. Ik was blij dat ik het nu, in mijn ogen, zo helder zag en wilde mijn blijdschap delen met andere Christenen. Deze verrijking, deze vrijheid wilde ik niet voor mezelf houden. Ik bleek in deze houding nogal naïef. Mensen die mijn verse en bevrijdende inzicht reeds deelden vonden mijn boekje hierover (Een Christen op Satsang) erg goed maar voor hen had ik het eigenlijk niet geschreven. Ik wilde vooral mijn broeders en zusters in de kerkbanken bereiken en hen het goede nieuws brengen. Zij zaten hier niet echt op te wachten en sommigen deden een lief bedoelde poging om met me het gesprek aan te gaan om me weer op het rechte pad te helpen. Ik snapte het niet goed. Zien ze het nou echt niet? Ik deed er dus maar een schepje bovenop en schreef het ironische boekje “Geen beeld van God”. Ook dit werd gewaardeerd door, in mijn ogen, het verkeerde publiek, namelijk gelijk denkenden. Als ik eerlijk ben vond ik daarna mijn klassiek Christelijke broeders en zusters een beetje dom. Zagen ze het nou echt niet of wilden ze het gewoon niet zien? Omgekeerd vond ik mezelf dus slimmer en, in Cursus-termen’ speciaal. Ik gebruikte mijn nieuwe inzicht om hun “achterhaalde” geloof aan te vallen en verdedigde met verve mijn bevindingen. Dit duurde enkele jaren.

Momenteel dreigt hetzelfde te gebeuren. Na een jaartje of tien ECIW te hebben gebruikt als richtlijn en inspiratiebron voor mijn leven zie ik dat een doorgeschoten non-duale opvatting zelf ook weer duale trekjes krijgt. Door God en de Heilige Geest toegang tot- en wetenschap van onze “droomwereld” te ontzeggen wordt de kans groter dat studenten menen dat het doorzien van de illusie neerkomt op het aannemen van dezelfde afstandelijkheid die wordt toegeschreven aan God en de HG. Door Robert Perry wordt dit geweten aan interpretaties door Ken Wapnick die niet overeenstemmen met de Cursus. Dit doorschieten in theologisch non-dualisme werd mij vooral helder tijdens het lezen van A Course of Love en The Way of Mastery, maar ook doordat het wringt met voor mij zeer inspirerende boeken van Adyashanti, Toni Persons, Jeff Foster en andere. Als ik het op subjectieve manier probeer te duiden merk ik dat doorgeschoten theologisch non-dualisme bij mij leidt tot een mate van afstandelijkheid en “het hoofd in getrokken worden”. Het lijkt net alsof het doel van de Cursus is om alles te zien als “fake news”, nep nieuws, en dit zo onbewogen mogelijk naast je neer te leggen. Dit inzicht leidt, als ik weer voor mezelf spreek, tot een soort stilstaand water en niet echt tot een levende en bruisende stroom.

Ook nu trek ik weer enthousiast op pad om dit “goede nieuws” te verspreiden en ook nu merk ik weinig enthousiasme bij andere studenten van de Cursus. En ook nu dreig ik te vervallen in de oude valkuil waarin ik ga proberen hen te overtuigen. Deels goed bedoeld maar ook met het risico dat ik mijn gelijk wil halen. Niet erg vredevol en met aanvallende, beschuldigende en verdedigende trekjes. Op twee niveaus heb ik hierin te leren.

Niveau II: Na eerst de klassiek Christenen te hebben bezien als de wat dommere achterblijvers ervoer ik ook wel een bepaalde jaloezie in hun vermogen om te kunnen rusten in een geloofssysteem dat in mijn ogen niet klopte. Ook kreeg ik, na enkele jaren, veel meer respect voor hun intentie die natuurlijk liefdevol is. Deze waardering breidde zich uit naar volgers van andere stromingen zoals ik bij mezelf merkte toen ik de serie “kijken in de ziel van religieuze leiders” volgde. Ik was het niet altijd met hun geloof eens maar zag slechts lieve en goedbedoelende medereizigers. Ik leer eindelijk dat het niet zozeer om de juistheid van de theologie gaat maar om het jezelf openen voor de liefde. Waar ik hierin gehinderd wordt als het theologisch teveel rammelt hebben andere daar geen besef of geen last van.

Niveau II: Heel gemakkelijk ontaardt bij mij een nieuwe inzicht in een “verhitte hoofden, koude harten”-houding. Nu weet ik dat ik geen jaren als een Don Quichot op pad hoef om te strijden voor de goede zaak. Ik mag direct aan het echte werk beginnen en mijn eigen aanvalsgedachten opmerken en naar de HG brengen. Of ik nu denk dat deze HG wél of niet meer is dan slechts mijn Godsherinnering doet er niet toe. Wat er wél toe doet is dat ik kies voor oordeel in plaats van voor liefde. Dus werk aan de winkel.

Misschien heb ik afgelopen tien jaar toch echt wat ingezien en zal het wonder de tijd “dubbelvouwen” zodat ik nu geen jaren maar slechts een Heilig Ogenblik nodig heb om te stoppen met overtuigen en te beginnen met zwijgen en liefhebben en me mijn ware Identiteit herinneren. Zoon van God, in liefde verbonden met alles en iedereen.

Waarheid en liefde

drieeenheid

M’n zoeken naar de waarheid begon met ooit het lezen van de boeken van Krishnamurti. Hij bracht me op het non-duale spoor. Tijdens m’n verdieping hierin groeide de diepe bewondering voor de wijsheid die zichtbaar is binnen deze non-duale visie. Toch miste er iets, althans in mijn beleving. Noem het warmte, liefde of compassie. Dat bracht me op m’n Christelijke tocht langs evangelische en Baptistische stromingen. Het was heerlijk om hier op te warmen en te genieten van de relaties met mijn broeders en zusters. Toch wrikte er iets van binnen voor wat betreft het duale Godsbeeld dat binnen deze visies wordt aangehangen. Om een lang verhaal kort te maken: het klopt niet.

Zo kwam ik op het spoor van de Cursus. Noem het de non-duale variante van het Christelijke geloof of noem het de Christelijke versie van het non-dualisme. In ECIW spreekt Jezus met liefde over de waarheid. Via de Cursus kwam ik op andere boeken waarin Jezus aan het woord is; The Way of Mastery (WOM) en A Course of Love (ACOL). Hierin ervaar ik een liefdevolle Kracht die me met enthousiasme en eindeloos geduld aan m’n hand wil nemen en Die met me wil communiceren van hart tot hart. Het ego probeerde z’n verdeel en heers truc en maakte me wijs dat ik moest kiezen tussen ECIW en WOM of ACOL. Maar dit voelde niet goed en onnodig. Het maakte me wel bewust van iets anders. Na jaren een student geweest te zijn van ECIW was daar weer het besef dat ik meer neigde naar waarheid dan naar liefde. Hoe kwam dit?

De Cursus corrigeert en breekt met engelengeduld de barrières af die we zelf verkiezen op te houden. Toch bleef er een gevoelsmatige barrière bestaan in mijn hoofd als ik met behulp van de Cursus het oude Godsbeeld omver haalde. God is niet buiten mij en is geen super Sinterklaas. Ik meende uit de Cursus te kunnen halen dat God zelfs niks weet van onze nachtmerrie. De illusie is Hem onbekend. Iets dergelijks gold voor de Heilige Geest. Ook Hij werd, meende ik uit de Cursus te kunnen halen, van Zijn duale sokkel getrokken en gereduceerd tot een symbool van de Godsherinnering. Anders gezegd; stilzwijgend was er een geloof ontstaan in absolute eenheid waarin geen plaats was voor een God of een Heilige Geest die als échte wezens, écht één zijn met mij als Zoon van God via de scheppende kracht van liefde.

Waartoe leidde dit geloof in absolute eenheid zonder ruimte voor het mysterie van de drie-eenheid? Tot een houding van afstandelijkheid. God wist niks van mijn nachtmerrie en het leek mij ook beter om zo ver mogelijk boven het slagveld te zweven totdat alle ellende uit de droom onzichtbaar zou worden. Dezelfde tendens bespeur ik bij broeders en zusters. Het wordt een hele “kunst” om bij het zien van ellende, bijvoorbeeld op tv, te stellen dat alles toch maar een droom is. De ultieme test is dan om onbewogen te blijven bij al het leed wat we zien. Op naar de absolute eenheid!

Hoe is dit zo gekomen? Onlangs kwam ik terecht op de website van The Circle of Atonement. Tot mijn verbazing durfde men hier het oneens te zijn met mijn absolute favoriete interpreet van de Cursus: Ken Wapnick. In mijn eigen woorden komt hun kritiek neer op het volgende: Ken Wapnick spoelt het kind met het badwater weg met een doorgeslagen streven tot absolute eenheid ten koste van het mysterie van de drie-eenheid. God moet in zijn visie gereduceerd worden tot iemand die inderdaad niks afweet van onze ellende en de Heilige Geest moet in zijn streven naar absolute eenheid gereduceerd worden tot onze godsherinnering. Noch God noch HG noch Zoon van God zijn ,langs deze absolute lijnen redenerend, het wonderlijke mysterie gegund van een onderscheiden bestaan in eenheid. In een zeer helder schrijven op de website van The Circle door Greg Mackie wordt duidelijk dat de visie van Ken Wapnick niet inherent is aan de ECIW. Er bestaat geen kloof tussen ECIW, WOM en ACOL. [Een vertaling van het stuk van Greg Mackie geef ik in de FB-groep ECIWcoach].

Is dit zo erg en moet nu gekozen worden tégen de interpretaties van Ken Wapnick? Nee, want dan zou ik hetzelfde doen en ook het kostbare kind wegspoelen met het badwater. Ken heeft ons zoveel nagelaten en ik ben hier dankbaar voor. Maar ik merk dat in zijn streven naar die absolute theologische metafysische eenheid bij mij een scheppende energie in het gedrang lijkt te komen. In WOM wordt bijvoorbeeld gesproken over het volgen van “de draad van verlangen”. Via “desire, intention, allowance en surrender [verlangen, intentie, toestaan en overgave] kunnen we ons steeds meer openstellen voor de leiding van de Heilige Geest. In deze woorden klinkt een liefde en een hartsverlangen door die de reflectie vormen van de Liefde van God voor ons en het uitstrekken van Zijn hand naar de onze. Liefde is een betrokken kracht die zich in relatie uitstrekt naar een ander en zichzelf hierin leert kennen als liefde. Wij zijn naar dat beeld geschapen in alle denkbeeldige vormen van ons bestaan. Niet door een onbewogen afstandelijke eenheid maar door een zich uitstrekkende en liefdevolle Vader. Dit is de weg waarop wij onszelf mogen herkennen als Kind van God: ons in liefde uitstrekken naar onze broeders en zo de liefde laten stromen die we zijn om deze te kunnen herkennen als ons diepste wezen.

Dit wonder wordt gevierd in ECIW zoals blijkt uit de Werkboekles van vandaag. Zie hierin de eenheid van waarheid (eerste alinea) en onbeschrijflijke en betrokken liefde (tweede alinea):

Les 248

Wat lijdt is geen deel van mij. Ik heb de waarheid verstoten. Laat me nu even trouw zijn in het verwerpen van de onwaarheid. Wat lijdt is geen deel van mij. Wat verdriet heeft ben ik niet zelf. Wat pijn heeft is niets dan een illusie in mijn denkgeest. Wat sterft heeft in werkelijkheid nooit geleefd en heeft slechts de waarheid over mijzelf bespot. Nu verwerp ik zelfbeelden en valse voorstellingen en leugens over de heilige Zoon van God. Nu ben ik bereid hem opnieuw te aanvaarden zoals God hem geschapen heeft, en zoals hij is.

Vader, mijn aloude liefde voor U keert terug en laat me ook Uw Zoon weer liefhebben. Vader, ik ben zoals U mij geschapen hebt. Nu herinner ik me Uw Liefde alsook de mijne. Nu begrijp ik dat die één zijn.

Onder een stolp

onder een stolpHet volgende zie ik als valkuil bij het bestuderen van de Cursus. We kunnen gefascineerd raken door het non-duale karakter van de Cursus. Ten opzichte van duale geloofssystemen heeft de non-duale visie ook een aantrekkelijke elegantie en eenvoud. Het “gevaar” bestaat dat we vanuit een nieuw concept gaan kijken naar de wereld zoals die zich aan ons voordoet. We zien dan daarin allerlei vormpjes en besluiten vanuit ons nieuwe non-duale geloof dat wat we zien (voelen en denken) niet waar is. We willen ons niet laten foppen door deze beelden en proberen onbewogen toe te kijken. Het volhouden van deze onbewogenheid noemen we dan ten onrechte het trainen van de denkgeest.

Dit kunnen we een tijdje volhouden. We denken dat we op de goede weg zijn omdat immers God, volgens sommige Cursus-leraren, ook niks weet en dus niks wil weten van die nare wereld. Nou, dan zal dit voor ons ook wel een goede houding zijn. Zo worden we toeschouwers van dat wat we nu beschouwen als ons schijnleven. Het volharden in deze houding waarbij we niet betrokken willen raken bij wat zich lijkt voort te doen wordt ons nieuwe ideaal en we kunnen zelfs gaan proberen anderen ervan te overtuigen hoe fijn het is om zo veilig van onderuit een stolp te leven. Gelukkig laat het leven ons niet met rust.

We kunnen trots zijn dat we niet meer onder de indruk raken van nare woorden van Trump en van huilende oorlogsslachtoffers op tv. Het gaat nu goed met ons, menen we. Op weg naar een serene stilte waar alles doorzien wordt als nep. Is dit realisatie? Is dit verlichting? Dan wordt ons eigen kind ernstig ziek. Of we worden verlaten door onze partner. De ellende komt echt dichtbij. Is dit de ultieme test om te kijken of we onze koele emotieloze toestand kunnen volhouden?

Gelukkig trekt de liefde zich hier niks van aan en zal ze in de spaarzame momenten van echte vergeving ons hart weer aanraken. Genoemde houding is niet inherent aan het gedachtengoed van de Cursus en de Cursus-student die uit ervaring weet dat hij of zij niet zo afstandelijk is geworden door de Cursus hoeft deze schoen niet aan te trekken. Voor mezelf geldt deze valkuil echter wel degelijk en hopelijk ben ik de enige en projecteer ik mijn eigen valkuil te lichtvaardig op wat ik bij andere studenten meen te zien gebeuren.

Training van de denkgeest is niet gelijk aan het aanhangen van een nieuw, dit keer non-duaal, geloof en dit concept met geweld op onze ervaringen proberen te duwen. De training bestaat in het van moment tot moment opmerken van elk voorval dat op ons pad komt. Dit ene voorval in dit ene moment hoeft vervolgens niet snel non-duaal weggeredeneerd te worden. Het plakken van zelfs een non-duaal etiket op een voorval is het beoordelen ervan. De werkboekles van vandaag vraagt ons om dit na te laten (243): Vandaag zal ik over geen enkel voorval een oordeel vellen. En lees eens verder in de les met in je achterhoofd  ons prachtige nieuwe non-duale denksysteem waarmee we alles proberen conceptueel te doorgronden: “Ik zal niet denken dat ik het geheel begrijp op basis van brokstukken van mijn waarneming, wat alles is wat ik kan zien”. Het is tijd om te vergeven. In elk klein moment dat we meemaken hebben we de keuze. Besluiten we ons ongenaakbaar op te stellen vanuit een nieuw geloof of openen we ons totaal voor de ervaring en trainen we onze denkgeest in elk moment door open te staan voor de betekenis die het Geheel (de eenheid, HG, liefde) eraan geeft? Durven we zo zonder het instrument van ons denken, onmiddellijk, te leven? Het is heerlijk om ontslag te nemen als je eigen leraar. Lees verder en juich met me mee met deze woorden:

Les 243

Vandaag zal ik over geen enkel voorval een oordeel vellen.

Ik zal vandaag eerlijk zijn met mezelf. Ik zal niet denken dat ik al weet wat mijn huidige begrip beslist nog steeds te boven gaat. Ik zal niet denken dat ik het geheel begrijp op basis van brokstukken van mijn waarneming, wat alles is wat ik kan zien. Vandaag erken ik dat dit zo is. En zo word ik ontlast van oordelen die ik niet vellen kan. Aldus bevrijd ik mezelf en dat waarnaar ik kijk, om in vrede te zijn zoals God ons geschapen heeft.

Vader, vandaag laat ik de schepping vrij om zichzelf te zijn. Ik eer al haar onderdelen, waarin ik inbegrepen ben. Wij zijn één omdat elk deel de herinnering van U bevat, en de waarheid wel als één in ieder van ons moet stralen.

Ervaring als ingang

glazen kooi

Hoe heb ik me te verhouden te opzichte van mijn ervaringen in het algemeen en mijn sensaties en gevoelens in het bijzonder? Deze vraag houdt me al maanden bezig en klinkt door in m’n blogs. Bij studenten van de Cursus, inclusief mijzelf, zie ik de neiging om zo snel mogelijk af te willen van wat we bestempelen als “negatieve gevoelens” met als uiterste variante de nare lichamelijke sensatie “pijn”. Terecht merken we op dat negatieve sensaties en gevoelens projecties zijn van onszelf die we maken om de illusie van afgescheidenheid geloofwaardig te maken. Dit inzicht is metafysisch gezien juist maar onze reacties op dit inzicht slaan soms wat door.

We tonen namelijk vervolgens de neiging om afstand te willen nemen van deze “leugens”. Dit is een listige ego-truc. Afstand nemen ergens van, het klinkt logisch als ik het zo opschrijf, suggereert een tweeheid. Een ikje en de nare sensatie of ervaring waarvan afstand wordt genomen. Van Tony Parsons leen ik graag het beeld van een glazen huisje waar we in willen gaan zitten met kogelvrij glas tussen ons en de enge ervaringen. Deze neiging om afstand te nemen laat zien dat we de ervaring nog als écht zien, anders zouden we niet achteruit hoeven te deinzen.

Een fundamenteel inzicht van de Cursus is dat we de zaken die we ervaren zelf de betekenis geven die ze voor ons hebben. Alles wat wij in de droom buiten ons zien is ten diepste neutraal. Als Heilige Zoon van God kunnen we echter het spel van ervaren te serieus gaan nemen en geloven dat de beelden in onze denkgeest gelijkstaan aan projecties buiten ons. Dit is een vorm van interpreteren die wij zijn gaan omschrijven als “de stem van het ego”. Dit is prima zolang we beseffen dat het ego geen duiveltje buiten onszelf is maar onze eigen neiging te willen geloven in afscheiding. Het is precies vanuit deze neiging dat we bij nare ervaringen kiezen voor afstand nemen. We nemen dan de neutrale ervaring te serieus. De andere kant van dezelfde medaille is overigens als we leuke ervaringen gaan nastreven vanuit een vermeende toestand van tekort. Dit is het streven naar genot. In iets breder perspectief zijn dit de speciale haat- en speciale liefdesrelaties waar de Cursus over spreekt.

De oplossing, de weg terug naar het besef van onze ware Identiteit, bestaat uit het niet geloven van onze innerlijke ego stem. Ten diepste weten we nog steeds dat alles voortkomt uit onze denkgeest en dat we zelf de maker zijn van projecties. Deze juiste herinnering noemen we de Stem van de Heilige Geest. De leerweg van de Cursus bestaat uit het weer leren luisteren naar onze ware herinnering.

Terug naar waar we in de droom mee te maken lijken te hebben; die nare sensatie of ervaring. Hoe kunnen we in deze momenten ons de waarheid herinneren? Het helpt om te weten dat onze ego-stem snel reageert en veel kabaal maakt. Proberen stil te worden is voor mij behulpzaam en hierbij heb ik veel aan mindfulnessoefeningen. Kenmerk hierbij is niet het wegvluchten van sensaties en ervaringen maar juist een ernaar toegaan op een betrokken maar toch niet-geïdentificeerde wijze. Dit moeten we leren want voordat we het beseffen zitten we weer in het glazen huis. In andere non-duale tradities wordt nu vaak het woord “acceptatie” gebruikt. Ook dit vervormt het ego graag tot accepteren-om-ergens-vanaf-te-komen. Dat is een valstrik. Nee, vanuit stilte kijk je met de liefdevolle ogen van je ware natuur naar wat er zich voordoet. Dit is luisteren naar de Stem van de Heilige Geest. Als je goed oplet ontdek je weerstand hiertegen. Dit is een ego-kracht die je oproept vooral hiermee te stoppen. Gewoon blijven glimlachen en als het ware rusten in het gevoel in een open en liefdevol vertrouwen. Zonder verwachtingen, zonder de neiging zaken anders te willen. Als die neiging toch optreedt dan zie je dat en ga je terug naar die houding van eenvoudige ontvankelijkheid.

Blijf hierbij en vertrouw op de kracht van eenheid, liefde, God. Dit is de moment om de Wil van de Eenheid te ontdekken die ten diepste je eigen Heilige Wil is. Nu kunnen de sensaties en ervaringen veranderen tot instrumenten. Een soort nieuwe zintuigen van een nieuwe wereld. Er vindt woordeloze herkenning plaats dat jijzelf de maker bent van wat je waarneemt en kan kiezen om dit niet te geloven; het wonder. Er is kijken uit bewustzijn naar ervaringen die uit hetzelfde “materiaal” bestaan. Bewustzijn kijkt naar bewustzijn. De speciale haat- of liefdesrelatie wordt overstegen, de dualiteit wordt overstegen en bewustzijn van de Heilige Relatie in het Heilig ogenblik vindt plaats. Dit is de werkelijke wereld waarbij we de intieme, wonderlijke en niet duale verbondenheid van onszelf met onze scheppingen kennen. In dit ogenblik vieren we ons Zoonschap in stille verwondering.

Les 237

Nu wil ik zijn zoals God mij geschapen heeft.

  1. Vandaag wil ik de waarheid over mezelf aanvaarden. 2Ik zal in heerlijkheid opstaan en het licht in me toestaan heel de dag door over de wereld te schijnen. 3Ik breng de wereld de tijding van verlossing die ik hoor wanneer God mijn Vader tot mij spreekt. 4En ik aanschouw de wereld die Christus mij wil laten zien, ervan bewust dat de bittere droom van de dood beëindigt, ervan bewust dat het mijn Vaders Roep is tot mij.
  2. Christus is vandaag mijn ogen, en Hij is de oren die vandaag luisteren naar de Stem namens God. 2Vader, ik kom tot U door Hem die Uw Zoon en tevens mijn ware Zelf is. 3Amen.

Wat wil ik?

visgraat

Als je me deze vraag stelt zal ik antwoorden dat ik gelukkig wil zijn, vrede ervaren en een probleemloos leven leiden. Mijn dagelijkse ervaringen zijn helaas anders. Er lijken me allerlei dingen te overkomen waar ik helemaal niet om gevraagd heb. Van die stomme, alledaagse dingetjes die haast te banaal zijn om te benoemen. Zo at ik gisteren een stukje makreel en slikte ik een graatje door. Nog steeds voelt het of dit graatje in m’n keel vastzit. Het is allemaal niet dramatisch maar bij elke slikbeweging trekt het m’n aandacht. “Ach, het zal wel gewoon een beetje beschadigd zijn en komende dagen gewoon wegtrekken”, houd ik mezelf voor. Maar een ander stemmetje beweert dat er iets vast zit dat kan gaan ontsteken en adviseert me om toch maar even naar de huisarts te gaan. Maar nee, hoor ik nu, doe dat nu maar niet want dat komt ook wel weer hypochonder over. Als ik de alledaagse ego-stemmetjes heb aangehoord doet het spiritueel-ego er ook nog een schepje boven op. “Tjonge Simon, wat hecht je nog erg aan de illusie van dat lichaam. Je vergeet nu als Zoon van God om te lachen om de illusie. En dat na zoveel jaren bla bla bla…”.

Terug naar de vraag: wat wil ik? Nou, in elk geval geen graatje in m’n keel. Dan lees ik in les 235 dat God in Zijn goedheid wil dat ik ben verlost. Da’s mooi. Lieve Heer, kunt u dan ervoor zorgen dat, als er al een graatje zit, dit spontaan losschiet of, als het niks is, dat dat prikkende gevoel en de ongerustheid verdwijnen? Liefst direct en als dat toch wat te lastig is dan in elk geval in de loop van deze dag. Dank alvast voor Uw moeite.

Zo, dat wil ik. Niet echt ingewikkeld. Zo lijkt het althans. Maar stel je nu eens voor dat er een Heilige Dokter op een wolk zou zitten die naar dit gebedje zou luisteren en hatsikidee het graatje zou verwijderen? Ik zou even heel blij en opgelucht zijn en echt geloven dat een wondertje had plaatsgevonden. Vervolgens zou ik gaan twijfelen en menen dat het waarschijnlijk toch niks was geweest en dat het daarom spontaan is weggetrokken. In elk geval zou ik weliswaar opgelucht zijn geweest maar er zou totaal niks veranderd zijn aan mijn geloof dat ik een lichaam ben dat leeft in een wereld waarvan ik soms lelijk het slachtoffer kan worden.

De Cursus is compromisloos in haar metafysica. Ze stelt dat ik ten diepste deze nare ervaring wil hetgeen totaal in tegenstelling staat tot mijn eigen besef van mijn wil. Ik projecteer vanuit eenheid een duale wereld waar ik mezelf slachtoffer van wil wanen. Voor deze gelegenheid neemt dit de vorm aan van een vijandig graatje in m’n keel. Want wat lijkt deze kleinmenselijke ervaring me te vertellen: Simon, je bent een lichaam dat gekwetst kan worden, zoals je maar al te duidelijk voelt. Dit is niet leuk om te horen. Het ego springt er bovenop en roept direct: “zie je nou wel, eigen schuld, je hebt het zelf gedaan, stommeling!”.

Mij helpt het om in dit soort gevallen te denken aan de aardse vader-kind relatie. Want wat deed ik als vroeger één van m’n dochters huilend bij me kwam omdat ze gevallen was? Riep ik dan “kijk dan toch uit stommeling?” Natuurlijk niet. Ik nam m’n meisje op schoot, hield het vast en gaf een kusje op de schaafplek. Zo strek ik me nu uit naar de Heilige Geest, naar mijn Vader. Kijk Pap, ik wil zo graag geloven dat ik een lichaam ben dat ik mezelf onbewust mutileer. Langzaam begin ik de leren Vader, dat ik dit doe om een illusie overeind te houden. De illusie dat ik afgescheiden ben, op mezelf, een lichaam. In Uw boek, de Cursus, lees ik dat ik dit doe omdat ik te bang ben om me helemaal te geven aan U. Ik meen dat het niet veilig is om U totaal te vertrouwen. Toch wil ik nu bij U komen Vader en U vragen om U te ontfermen over mij. Uw Wil voor mij is louter geluk en ik mag leren dat Uw wil ten diepste samenvalt met mijn wil. Ik ben de Zoon die U liefheeft. En ik ben verlost, omdat U het in Uw goedheid zo wil.

WB 235: Vader, Uw Heiligheid is de mijne. Uw Liefde heeft mij geschapen en mijn zondeloosheid voor eeuwig tot deel van U gemaakt. Ik draag schuld noch zonde in mij, want die is er niet in U.

Duaal dutten

dutten

Vrijwel alle studenten van de Cursus zullen weten dat deze ons een non-duale visie op de werkelijkheid biedt. Als je vraagt wat dit inhoudt dan lopen we direct tegen de beperktheid van ons duale denken en dus ook duale woordgebruik aan. We kunnen met de mond belijden dat alles één, ongedeeld of liefde is. Dat is ook zo maar toch kunnen we ons hier niets bij voorstellen. Dat weerhoudt ons er niet van om ons uiterste best te gaan doen om deze eenheid te bereiken. We willen ontwaken. De Cursus is zo lief en geduldig voor ons dat ze zich ook bedient van duale terminologie en rustig wacht tot enig onuitspreekbaar benul van het mysterie van eenheid op ons neerdaalt.

Dat neemt niet weg dat we alert moeten blijven opdat we niet duaal indutten. Dit doen we telkens wanneer we druk doende zijn met van alles en nog wat , inclusief onze werkboeklessen, en hierbij telkens uit het oog verliezen dat deze hele manier van denken en doen één getuigenis is van onze gevangenschap in dualiteit. Dit klinkt niet alleen abstract maar het ís ook abstract. Per definitie is het makkelijker om het duale in ons gespartel te ontmaskeren dan om non-dualiteit in positieve termen te benaderen. Wat voorbeelden ter illustratie.

  1. We vragen hulp aan de Heilige Geest voor van alles en nog wat. Hierbij vergeten we dat we uitgaan van een illusoir ikje dat gebrek zou hebben en hulp nodig heeft van een goddelijke entiteit die we dan toch buiten onszelf menen. Net als klassieke gelovigen.
  2. We menen dat er, naast de Heilige Geest, ook een negatieve tegenhanger is die we niet langer de duivel noemen maar ons ego. Vroeger baden we “en verlos ons van de boze” en nu proberen we ons ego ongedaan te maken met hulp van de Heilige Geest. Wat is het verschil?
  3. Als het ons allemaal wat teveel wordt willen we boven het slagveld zweven. Maar zweven als wat? Als happy ikje dat onbewogen alle ellende van de wereld van een afstandje gadeslaat en er niet langer door geraakt wordt?

Dit was het makkelijke deel. Aangeven waar we de mist in gaan. Overigens niets om ons sullig of zondig over te voelen en we mogen erop vertrouwen dat er een steeds helderder besef zal komen, ondanks ons eigen gespartel.

De diepe mysterie gaat terug op de relatie tussen God en de Zoon van God met de Heilige Geest als een soort brug hiertussen. Bestaat de Christus nu wel of niet als afzonderlijke entiteit van God? We denken dat dit een terechte vraag is terwijl we bij het stellen ervan al weer over het hoofd hebben gezien dat we de vraag stellen vanuit ons duale denken waar weliswaar antwoorden mee kunnen formuleren maar deze hebben weinig met kennis van doen.

Eén ding kan ons echter houvast bieden ook al kunnen we niet anders dan het gebrekkig omschrijven: liefde is de weg en het doel en wat we zijn. Liefde heeft te maken met een innige relatie tussen schijnbaar afzonderlijke delen. In de uiting van de liefde van God is Zijn Zoon geboren en gekend. Deze Zoon, wij dus, kiest ervoor het spel van afscheiding te spelen. Bij “liefde en relatie” is de beweging naar elkaar toe, bij ons spel kiezen voor oordeel, aanval en afstand. Projectie om een denkbeeldige afstand te maken. Dit alles met als doel om een klein, begrensd ik te ervaren.

Deze maatlat van beweging (ofwel naar een liefdevolle verbinding ofwel juist naar een grotere afstand) kunnen we leggen naast onze ideeën en inspanningen. Daar gaan we:

  1. We willen af van nare ervaringen en onderscheid maken tussen leuke, genotvolle ervaringen en nare, pijnlijke ervaringen. We willen deze zaken uit elkaar trekken en de leuke zaken vasthouden en de nare zaken in de prullenbak deponeren. Een gezond lichaam: ja graag! Een ziek lichaam: nee, dat willen we niet. Om maar eens iets te noemen.
  2. We haten ons ego; weg ermee. Waarom valt het ons toch de hele tijd zo lastig? We willen dit toch helemaal niet?
  3. Oh yes, heerlijk zweven als een gelukkig arend boven al die narigheid. Hoe groter de afstand hoe fijner en als we nog een bloedig detail zien dan vergroten we de hoogte nog wat.

Helaas, we doen hiermee aan duaal dutten. Er is slechts één, en dat zijn wij. We mogen hulp vragen aan de Heilige Geest en kunnen vanuit onze droom niet anders. God zij dank voor deze optie en voor de Cursus die aangeeft dat we ons mogen voorstellen dat we Jezus’ hand pakken. Maar laten we niet vergeten dat we dan hulp vragen bij iets wat we onszelf aandoen. Er is niet een gezellig triootje in de vorm van ego, ik en de Heilige Geest. Vanuit onze ware ondeelbare identiteit, als wonderlijke Zoon van God, projecteren we een nare wereld met als verborgen intentie om ons afgescheiden te voelen. Wij zijn het die weg willen zweven van de beelden die we zelf maken om ons lekker afgescheiden te voelen. Wij kiezen ervoor om deze gedachte serieus te nemen en noemen onze wens dan de stem van het ego. Er is geen ego buiten ons. Er is onze verbeten neiging om afstand te maken tussen van alles en nog wat en vervolgens kijken we met afschuw naar dit vreemde trekje van onszelf.

Hoe kunnen we dit in elk geval niet erger maken? Niet door weg te willen zweven van narigheid die we zelf gemaakt hebben of door ons slachtoffer te voelen van een denkbeeldig ego dat onze eigen stiekeme wens vertegenwoordigt om afscheiding te ervaren. Nee, door de beweging terug in te zetten. Door “ja” te zeggen tegen elke vijand en elke nare ervaring. Door “ja” te zeggen, en te beseffen dat ons niks overkomt maar dat we aan het “genieten” zijn van ons eigen spel van afscheiding. We nemen niet langer afstand en beperken ons niet tot, nog steeds afstandelijk, “waarnemen in bewustzijn”. Nog zo’n ego-constructie. Nee, zoals God zijn Zoon met liefde tegemoet treedt zo treden wij de denkbeeldige wereld en anderen tegemoet. Achter de vormen die we maken wacht de onbegrensde schepping. Niet in de veroordeling van onze maaksels maar in een open en vergevende houding, zonder vlucht of vecht-neiging, verdampt de door onszelf opgeworpen denkbeeldige grens. Wij hoeven ons alleen te onthouden van oordeel en aanval en het Geheel openbaart zich vervolgens zoals het altijd al was; één en liefdevol. Dit noemen we het wonder. We vergeven de ander, de wereld en het ego voor wat ze nooit konden doen omdat ze ons eigen maaksel zijn.

Als dit lastig voor te stellen is kan het helpen om wat beelden van Jezus zoals we die kennen uit de Bijbel te herinneren. Jezus bad inderdaad vanuit eenzaamheid en vanaf een berg. Maar vervolgens begaf hij zich in de illusie en was begaan met de wanhoop die hij om zich heen zag. Hij was geen afstandelijke Schriftgeleerde die alles afdeed als “een illusie”, zelfs als het wel zo is. Hij omarmde ons liefdevol en noemde ons zijn broeders en zusters.

Les 229

Liefde, die mij geschapen heeft, is wat ik ben.

  1. Ik zoek mijn eigen Identiteit en vind die in deze woorden: “Liefde, die mij geschapen heeft, is wat ik ben.” 2Nu hoef ik niet meer te zoeken. 3Liefde heeft gezegevierd. 4Zo kalm heeft Ze op mijn thuiskomst gewacht, dat ik me niet langer van het heilig gelaat van Christus af zal wenden. 5En wat ik zie, bevestigt de waarheid van de Identiteit die ik probeerde kwijt te raken, maar die mijn Vader veilig voor mij heeft bewaard.
  2. Vader, ik dank U voor wat ik ben, dat U mijn Identiteit onaangetast en vrij van zonden hebt bewaard, te midden van alle zondegedachten die mijn dwaze denkgeest verzonnen heeft. 2En ik dank U dat U me daarvan hebt verlost. Amen.

 

Het spel “ik-makertje”

nieuw spel

Kijk eens wat er in bewustzijn verschijnt. Dat kan van alles zijn. Natuurlijk de beelden van de zogenaamde buitenwereld. Vooral ook wat we hierover denken en de gevoelens die daar weer bij horen. Ongemerkt kabbelt dit de hele dag door en ’s nachts is het eigenlijk niet veel anders als we aan het dromen zijn.

Bij dit hele gebeuren is er iets wat we gewoonlijk als vanzelfsprekend aannemen. Dat “iets” is de overtuiging dat “ik” de dingen zie, denk, ervaar en voel. Ook als we al langer bezig zijn met de Cursus kan dit toch de grondovertuiging zijn van waaruit we leven. Als ik dit zo verwoord kan het gebeuren dat je je herinnert dat het eigenlijk anders zit en dat er geen “ik” bestaat en dat alles één is. Draai de volumeknop van die gedachtestroom even op nul en open je voor de volgende woorden.

Al die waarnemingen, sensaties, gedachten en gevoelens gebeuren gewoon als onderdeel van een geheel. Wat wij echter doen is dat we deze passanten die door het bewustzijn trekken onbewust willen gebruiken. Heel gemakkelijk ontstaat er na het voorbij komen van een passant namelijk een soort bijproduct. Noem het maar even het ik-gevoel. Eerst is er een waarneming en het bijproduct is vervolgens een ikje die iets zou zien, horen, voelen, ruiken enzovoorts. Hetzelfde met die voorbij dwarrelende gedachtes. Als bijproduct ontstaat de illusie “ik denk”. Bij gevoelens en emoties gebeurt het weer: de geboorte van een ikje dat zich blij, somber, bang, tevreden enzovoorts voelt. Dus weer de illusie van een ik-gevoel.

De Cursus legt uit dat de richting van waarnemen als het ware omgekeerd is. Wij menen dat er een buitenwereld bestaat die door een binnenwereld (het ikje) wordt waargenomen. Het is echter andersom. Dat wat we menen waar te nemen aan waarnemingen, sensaties, gedachten en gevoelens wordt vanuit eenheid geprojecteerd juist om dat echo-effect, dat bijproduct, van een ikje in het leven te roepen. Er is sprake van een verborgen intentie. Als Zoon van God vonden we het lollig om deze beelden te maken. We zijn ze echter te serieus gaan nemen en kijken nu angstig naar de droombeelden die we zelf bedacht hebben.

Als we wakker worden uit de nachtelijke dromen zoals we die allemaal wel kennen, beseffen we direct of na enkele seconden vooral één ding: oh, het was maar een droom, het is niet echt, ik heb het maar gedroomd. Hoe kunnen we ons weer herinneren dat ook ons “normale” waakleven niet meer dan een illusie is? Dat is wat lastiger omdat we aan al onze waarnemingen, sensaties, gedachten en gevoelens nu juist het gevoel ontlenen dat we bestaan als echt en stevig ikje in ruimte en tijd. De waarheid vinden we eng. Vanuit onze illusie hebben we geen benul hoe het zal zijn om tijd- en ruimteloos, één en liefde te zijn. Hoe nu verder?

Geloof hechten aan verhaaltjes over eenheid, liefde en “het afleggen van je ego” stammen allemaal vanuit de illusie zelf en dit zal ons niet helpen om wakker te worden. En hier komt de Cursus ons tegemoet als weerklank van ons wijze Zelf die nog steeds precies weet wat er aan de hand is. We kijken gewoon nogmaals naar genoemde waarnemingen, sensaties, gedachten en gevoelens maar deze keer letten we iets beter op. Kijk ontspannen en wakker hoe alles wat in bewustzijn verschijnt de illusie met zich mee brengt dat er een ikje is aan wie dit alles gebeurt. Merk als het ware telkens opnieuw de geboorte van de ik-illusie op.

De grap is dat dit een proces is en niet iets om na te streven of een truc om iets te gaan bereiken. Zelfs als gedachten oprijzen als “merk ik al iets geks?” of “ben ik er al?” kun je met een glimlach constateren dat de ik-illusie weer geboren is. Merk dat het een spelletje is dat je als Zoon van God speelt, alleen vergeet je deze keer niet om te lachen. Geef het spelletje maar een naam, bijvoorbeeld: “ik-makertje”. Vervolgens mag er van alles gebeuren in bewustzijn en zie je dat ik-makertje haast als vanzelf gebeurt en dat je steeds gelooft in de illusie van een ikje. Alles wat verschijnt is van harte welkom en draagt bij aan het grappige spelletje “ik-makertje”.

“Nu raak ik gefrustreerd!!”. Jippie, ik-makertje doet het goed. “Wanneer snap ik het nou?” Ha, ha; weer gelukt, de illusie van een vragend ikje is geboren. “Wanneer raak ik nou verlicht!?” Leuk zeg, wat een overtuigend beeld van een ikje met een einddoel is er weer gemaakt; bravo!

Zo vergeef je al je impressies, al je botsingen met zogenaamde anderen: je herkent ze als feestelijke bijdragen aan ik-makertje. Want vergeven wordt zo “teruggeven”. Op een gegeven moment is de lol er af en neem je al die special effects niet meer serieus. Je leunt ontspannen achterover met een lach. Klaar om verder te spelen, als je dat wilt.

Les 227

Dit is het heilig ogenblik van mijn bevrijding.

Vader, vandaag ben ik vrij, omdat mijn wil de Uwe is. 2Ik dacht een andere wil te maken. 3Maar al wat ik los van U gedacht heb, bestaat niet. 4En ik ben vrij, omdat ik me vergist heb en mijn eigen werkelijkheid allerminst met mijn illusies heb beroerd. 5Nu geef ik ze op en leg ze aan de voeten van de waarheid neer, opdat ze voor eeuwig uit mijn denkgeest kunnen worden weggenomen. 6Dit is het heilig ogenblik van mijn bevrijding. 7Vader, ik weet dat mijn wil één is met die van U.

En zo vinden we vandaag onze blijde terugkeer naar de Hemel die we in werkelijkheid nooit hebben verlaten. 2Op deze dag legt de Zoon van God zijn dromen neer. 3Op deze dag komt de Zoon van God weer thuis, bevrijd van zonde en met heiligheid bekleed, en met het juiste denken ten langen leste weer in hem hersteld.