Kijk opnieuw

Ik blijf me verbazen over de hardnekkigheid waarbij ik blijf geloven dat mij van alles overkomt waar ik niet om gevraagd heb. De gierende drukte op het werk waarvan ik soms letterlijk hartkloppingen krijg. Die irritante manager en de verkeersdrukte waar ik in vastloop op weg naar een drukke afspraak. Het stomme is dat als ik heel even pas op de plaats maak, ik al heel snel weet dat ik er voor kies om me al deze denkbeeldige kwesties aan te trekken. Maar iets in me weerhoudt me om die pas op de plaats te maken. Om even rustig te gaan zitten en te kijken. Er is een verborgen wens om stress te ervaren. Ik merkt de weerstand om dit toe te geven. Veel liever kruip ik in de slachtofferrol en wentel ik me in de ellende die me zogenaamd overkomt, zelfs als ik ervan overtuigd denk te zijn dat ik hier af wil komen.

Het vergt een soort eerlijkheid om dit mechanisme onder ogen te zien. Om opnieuw te kijken. Ik wil haast niet geloven dat ik hierin echt een keuze heb terwijl ik natuurlijk met de mond beleid dat ik heel graag de Cursus wél wil toepassen. Kennelijk kan ik mezelf niet aan m’n haren, figuurlijk gesproken in mijn geval, uit het moeras trekken. Het helpt niet om die onwil te ontkennen. Wel om deze te erkennen, om ‘mijn zonden te belijden’ zogezegd.

Maar dan is Hij ook trouw om mijn vergissing te corrigeren. Ik hoef de deur van twijfel maar op een piepklein kiertje te zetten en de ontspannende zachte vrede van Zijn Liefde treedt teder binnen. Waartoe houd ik dit angstvallig buiten de deur door te geloven in mijn slachtofferschap? Waarom ben ik zo bang voor Zijn Liefde?

WB312: Ik heb geen ander doel voor vandaag dan te kijken naar een bevrijde wereld, bevrijd van alle oordelen die ik heb geveld. Vader, dit is Uw Wil voor mij vandaag, en daarom is het vanzelfsprekend ook mijn doel.

Schuldig

Moet je voor de grap eens een avondje tv kijken en opletten hoe vaak ‘schuld’ de hoofdrol speelt. Wegmisbruikers worden aan de kant gezet, een pedofiel wordt in de val gelokt, een politiek bestuurder is in de fout gegaan en ga zo maar door. Kennelijk vinden we het leuk om te kijken naar denkbeeldige schuld buiten ons. Ik wil natuurlijk niet zeggen dat we binnen de illusie alles moeten toejuichen. Nee, het gaat me om de kick die we krijgen als een ander de klos is. Subtieler, althans zo lijkt het, proberen we ook in ons dagelijks leven een ander te manipuleren door deze een schuldgevoel aan te praten. ‘Wat ben je vaak weg de laatste tijd, ben ik een beetje een sluitpost geworden?’ Als je het lastig vind om je neiging tot beschuldigen te ontdekken dan kun je ook de andere kant van dezelfde medaille in het vizier nemen. Hoe vaak voel je jezelf slachtoffer? Of denk je dat iemand je iets aandoet, dat je de klos bent, dat de ander de schuldige is? Voilà, waarschijnlijk is deze makkelijker te zien. We vinden dat oordelen fijn. Die ander is de schuldige dader en ik het onschuldige slachtoffer.

De Cursus legt uit hoe dit nu allemaal zo gekomen is. Het gaat terug op ons geloof in de afscheiding en het bijbehorende schuldgevoel. Tegelijk met ons idee dat we ons los gedacht menen te hebben van God wordt bij ons het schuldgevoel geboren. We denken God iets te hebben aangedaan en maken vervolgens van Hem een naarling die ons wil straffen, die bloed wil zien desnoods van zijn eigen zoon. Onder deze dreiging willen we niet langer in de denkgeest blijven en projecteren we een buitenwereld waar we in weg kunnen dromen. Hierin strooien we de schuld vrolijk in het rond. Als ik het aan jou geef dan ben ik er tenminste vanaf. Projectie noemt de Cursus dat. Moeten we ons nu diep gaan zitten schamen? Het ego zou dit fantastisch vinden maar van God hoeft het niet. Hij weet dat er niks aan de hand is. We mogen Zijn Licht onze ingebeelde schuld weg laten schijnen. En laten we de schuld die we op denkbeeldige anderen projecteren dan maar gelijk meenemen want dat is slechts meer van hetzelfde. Laat dat Oordeel maar aan Hem over. Hij kijkt wat anders dan wij en ziet alleen Liefde en schuldeloosheid in Zijn Zoon. Goddank.

WB311 Vader, we wachten vandaag met een open denkgeest om Uw Oordeel te horen over de Zoon die U liefhebt. We kennen hem niet, en we kunnen niet oordelen. En dus laten we Uw Liefde beslissen wat hij, die U als Uw Zoon geschapen hebt, moet zijn.

Sprakeloos

Wat een heerlijke les vandaag. Bevrijding van angst. Verlossing van het geloof in onze duistere gedachten. Het voelt nu beter om te zwijgen. Luister gewoon nog een keer naar die laatste zin:

WB310: Er is vandaag in ons geen ruimte voor angst, want we hebben liefde in ons hart verwelkomd.

Hoezo bang?

WB309: Ik zal vandaag niet bang zijn om naar binnen te kijken.

Mijn eerste reactie? Ach, aardig dat je zo bezorgd bent lieve Cursus maar het valt wel mee hoor, met die angst om naar binnen te kijken. Ik ben wel wat gewend. Angstje hier, boosheidje daar. Niks nieuws onder de zon. Kunnen we hebben. Zo, wat gaan we vandaag eens doen?

Stop. Nog maar eens kijken. De Cursus spreekt niet lichtvaardig over angst. Angst kan alleen bestaan als je gelooft dat er iets is dat bedreigd kan worden door iets van buiten. Het is wat dat betreft een mooi signaal. Als ik bang ben om door jou aangevallen of beledigd te worden, als ik bang ben om ziek te worden dan moet ik eerst geloven dat ik als afgescheiden ikje besta. Dat iets me kan raken. Angst toont me dat ik het ‘kleine dwaze idee’ van ‘ik besta’ serieus ben gaan nemen.

Waarom zijn we dat gaan doen? Waarom zijn we gaan geloven dat we een afgescheiden ikje zijn? Omdat het idee van één zijn met God, met liefde ons nog veel enger lijkt. Dáár worden we pas echt bang van. Zeg maar Bang met een hoofdletter B. Bang dat God boos op ons is. Dat Hij ons de zonde die we ons inbeelden, de zonde van afgescheidenheid, echt zal aanrekenen. Dus roept het ego: ‘geloof mij! Vlucht maar weg van God, in je lichaam. In de wereld. Hier kun je wel bang zijn, maar het is slechts bang met een kleine b. Veel veiliger!

Niet dus. Want in deze wereld biedt het ego ons slechts de liefde van de speciale relatie. En dat is liefde met een kleine l. Vol van angst dat deze ons weer afgenomen zal worden. De Heilige Geest roept ons terug. Naar de Liefde met een hoofdletter L. Dus kijk naar binnen. En zie via je angst met de kleine a je Angst met de grote A. Voor Hem. Voor de Liefde die je bent. En laat je dan door Hem omarmen. In vol vertrouwen. Er is niets om Bang voor te zijn. Integendeel.

WB 309: De stap die ik vandaag zet, Vader, is mijn onbetwistbare bevrijding van ijdele dromen over zonde. Uw altaar blijft sereen en onbezoedeld. Het is het heilige altaar voor mijn Zelf, en daar vind ik mijn ware Identiteit.

Vrije val

Als je zo eens rustig gaat zitten dan komen de beelden uit het verleden naar boven. Je ziet jezelf in relatie met je ouders. Je herinnert je belangrijke gebeurtenissen waarbij jou leuke en minder leuke dingen overkwamen. Anders gezegd; al je herinneringen zijn gebaseerd op je geloof in een afgescheiden ikje (zonde=het geloof in afscheiding) die te maken had met situaties die je overkwamen of dingen die je meent anderen te hebben aangedaan. Dat geloof in het ikje in de wereld dat vindt NU plaats. Wij hebben de neiging om onszelf te zien als een rol tapijt die gedeeltelijk is afgerold. Achter ons menen we dit afgerolde tapijt te zien liggen. Nu denken we de rol te zijn die zich in de toekomst nog verder zal gaan uitrollen. Maar dat wat we denken dat er achter ons aansleept bestaat niet. Het is een beeld van zonde en schuld dat zich in dat mysterieuze en ondeelbare NU aan ons lijkt voor te doen.

In datzelfde NU verschijnen de beelden van een wereld die ons iets gaat aandoen. Verwachting die vaak leidt tot angst. We zien weer die denkbeeldig afgescheiden ‘ik’ die van alles zal gaan meemaken. Daar geloven we in. Daar geloven we NU in, want iets anders is er niet.

Zowel het verleden als de toekomst zijn ingebeeld. Het zijn illusies die onlosmakelijk verbonden zijn aan ons geloof in zonde, schuld en angst. Met behulp van de Heilige Geest mogen we dat geloof opgeven. Dit heet vergeving. En dat vinden we eng. Want wie ben je zonder beelden uit het verleden of de ingebeelde toekomst? Wat gebeurt er als het tapijt onder onze voeten vandaan wordt getrokken. We denken in een duistere afgrond te vallen. Een griezelige vrije val. Maar we vallen juist in Liefde. Recht in Zijn armen.

WB308:
Ik heb me van de tijd een zodanige voorstelling gemaakt dat ik mijn doel verijdel. Als ik verkies voorbij de tijd tijdloosheid te bereiken, moet ik mijn beeld over waar de tijd toe dient, veranderen. Het kan niet het doel van de tijd zijn om verleden en toekomst te bewaren als één geheel. het enige interval waarin ik van de tijd kan worden verlost, is nu. Want in dit ogenblik is vergeving gekomen om me te bevrijden. De geboorte van Christus is nu, zonder verleden of toekomst. Hij is gekomen om Zijn directe zegen aan de wereld te geven en die tot tijdloosheid en liefde terug te brengen. En liefde is eeuwig aanwezig, hier en nu.

Dit wil ik

Een manager in mijn bedrijf heeft een in mijn ogen onzinnig plan in gedachten. Natuurlijk geef ik aan dat de aanpak die hij voorstelt mij “sub-optimaal’ lijkt. Maar er spelen veel meer belangen mee dan alleen rationele argumenten. Op de achtergrond zijn er ‘politieke’ motieven die zich aan het zicht onttrekken. De baas wil A, ik wil B. Wat doet dit met me?

En je kan dit voorbeeld breder trekken. In de denkbeeldige buitenwereld gebeurt A (vervelende ontmoeting, ziekte, armoede etc) en ik wil B (leuke ontmoeting, gezondheid, rijkdom etc). Zolang die wensen voorkeuren blijven gaat het nog wel. Maar dikwijls is het meer dan dat. Het zijn eisen en we merken de innerlijke spanning als het niet gaat zoals we willen. Er ontstaat een gevecht. Er is een dader en wij zijn het slachtoffer. Mogen we dan geen wensen hebben? Geen voorkeuren? Natuurlijk wel. Ik krijg binnen de illusie het liefst mijn zin en geef de voorkeur aan leuke en plezierige dingen. Maar als we denken dat we echt bedreigd worden en daarom vastklampen aan onze eisen dan is er meer aan de hand.

We zijn dan druk bezig om de illusie van afgescheidenheid te voeden. Niets om ons schuldig over te voelen. Wel iets om naar het licht te brengen. Om te vergeven. Dus kijk ik nogmaals naar genoemde manager. Hij denkt dat hij het nodig heeft om gelijk te krijgen. Dat herken ik wel. Tegelijk proef ik iets van angst. Want wie ben je als je geen gelijk krijgt? Als je je zin niet krijgt? Wat is mijn Wil met een hoofdletter W? Wil ik gelijk krijgen en wil ik mijn dwangmatige wensen vervuld zien? Of wil ik vrede ervaren? Wil ik Liefde zijn en hem laten zien dat zijn dwang de Liefde niet kan schaden? Geen oordeel, geen verdediging, geen aanval, geen gevecht. Dus breng ik mijn vechtneiging naar de Liefde. En ik breng de vechtneiging die ik bij hem meen te zien naar de Liefde. Onze wensen kunnen tegengesteld zijn maar ik wil met die persoon de hemel betreden. Ik kan hem niet buiten laten staan want daarmee sluit ik in mijn beleving direct ook mezelf buiten. Hij en ik zijn één, zelfs in de illusie.

WB307:
Vader, Uw Wil is de mijne, en anders niets. Er is voor mij geen andere wil. Laat me niet proberen een andere wil te maken, want dat is zinloos en doet me zeker pijn. Alleen Uw Wil kan me geluk brengen, en alleen de Uwe bestaat. Als ik wil hebben wat U alleen kunt geven, moet ik Uw Wil voor mij aanvaarden en de vrede binnengaan waar conflict onmogelijk is, Uw Zoon één is met U in wezen en in wil, en niets de heilige waarheid tegenspreekt dat ik blijf zoals U mij hebt geschapen.

Wat is onze rol?

Als studenten van de Cursus hebben we een dubbele agenda. Aan de ene kant moeten we ons ding doen in de wereld. Hoe denkbeeldig deze wereld ook mag zijn. Soms fantaseer ik wel eens over een rustig bestaan, ver weg van alle drukte. Maar deze vluchtgedachten gaan er al van uit dat er echt iets bestaat waarvan gevlucht kan worden en dat er iemand is die dat kan doen. Dus dan maar die andere kant. Onze dubbelrol is onze echte rol. Deze bestaat niet uit een vlucht uit de illusie terwijl je toch gelooft dat deze illusie echt bestaat. Nee, onze echte rol is die van verlosser. Dat klinkt zwaar maar dat is het juist niet. Het is onze functie om waarlijk behulpzaam te zijn. Hoe doen we dat? Niet door te vluchten naar de Himalaya, dat is zeker. Maar door met open ogen en open hart de illusie aan te gaan. Door te realiseren dat het oplossen (letterlijk) van onze problemen niet bestaat uit het manipuleren van de zogenaamde buitenwereld. Het is niet onze taak om andere mensen te dwingen om naar onze pijpen te dansen. Het is onze taak om andere te laten zien dat hun gedrag onze liefde niet beïnvloedt. Samen met de Heilige Geest moeten wij opnieuw kijken naar wat we menen te zien. Bij anderen en bij onszelf want dit blijkt uiteindelijk hetzelfde ding.

Dus terwijl wij onze dagelijkse dingen doen, oefenen we in vergeving. Daar is onze blik op gericht. En dat beperkt zich niet tot conflictsituaties met onze broeders en zusters. Alles wat we meemaken leent zich tot het doen van vergevingsoefeningen. Je kunt oefenen zoveel als je wilt. Zelfs de zachte aanraking van de wind op je huid mag je in liefde ontvangen en vergeven. Niet omdat deze fout is maar omdat het ons gegeven is om elke waarneming te gebruiken als venster naar Zijn Liefde.

WB306: Wat anders dan de visie van Christus zou ik vandaag willen aanwenden, wanneer die mij een dag kan bieden waarop ik een wereld zie die zo op de Hemel lijkt dat een aloude herinnering bij mij terugkeert? Vandaag kan ik de wereld die ik heb gemaakt vergeten. Vandaag kan ik aan alle angst voorbijgaan en liefde, heiligheid en vrede hervinden. Vandaag word ik verlost en opnieuw geboren in een wereld van genade en zorgzaamheid, van liefdevolle goedheid en de vrede van God.

Ik en de wereld?

Goedemorgen beste lezer. Klaar om aan de dag te beginnen? Kijk dan maar eens goed om je heen. Naar de kamer, je beeldschermpje en naar je handen. Sla de blik maar eens naar binnen en zie de goede voornemens die je hebt. Vast van plan om weer eens goed te oefenen met vergevingslessen. Een mens op weg naar verlichting in deze grote wereld.

Dus niet. Alles wat je net meende te zien en te denken is een illusie. Niet meer dan een gedachte die je bent gaan geloven. Er is geen ik. Er is geen wereld. En er is dus al helemaal geen ikje die zijn of haar best kan doen om iets te bereiken. Dat geloof je maar. Maar al die vormen die je meent te zien in de fysieke wereld en die gedachten en gevoelens zijn er niet echt. Het speelt zich allemaal slechts af in de denkgeest. Zogenaamd dan. Al die waarnemingen kunnen vergeven worden. Opgelost. Naar de Liefde gebracht. Eng hé? Want wat blijft er dan over? Een ikje dat niets ziet en niets voelt? Nee, helemaal geen ikje meer. ‘Alleen’ grenzeloze Liefde. Onvoorstelbaar. Letterlijk. Is dit te angstaanjagend? Tijd voor de mannen met witte jassen? Bedenksels van een doorgeslagen medestudent? Mag je gerust denken. En dan weer vergeven.

WB303: Uw Zoon is welkom, Vader. Hij is gekomen om mij te verlossen van het kwade zelf dat ik heb gemaakt. Hij is het Zelf dat U mij gegeven hebt. Hij is niets anders dan wat ik in waarheid werkelijk ben. Hij is de Zoon die U boven alles liefhebt. Hij is mijn Zelf  zoals U mij hebt geschapen. Het is niet Christus die kan worden gekruisigd. Laat me, veilig in Uw Armen, Uw Zoon ontvangen.

Projectie-ouders

Mijn vader was marineman. Ik was nog maar net geboren toen hij voor twee jaar vertrok naar Indonesië. Een oerangst werd bevestigd; vader houdt niet meer van me en laat me alleen. Hij kwam terug. Een strenge vader. Hij rekende me elke fout aan. Heftige straf. Uit onmacht sloeg hij zijn kinderen de kamer door. Zijn gezicht als een masker van angstige, machteloze agressie. ‘Nee pap, niet meer slaan!’ Moeder liet hem begaan omdat ze hem niet durfde tegen te spreken. Ik voelde me alleen, schuldig, beschaamd en bang. Ik was bang om de volgende fout te maken die onze ‘god’ zou laten ontbranden in woede.

Ik hield vast aan dit beeld van een boze en straffende vader. Hem had ik nodig om me het ultieme, schuldige slachtoffer te blijven voelen. God de vader die wil dat zijn zoon schuldig wordt bevonden en gekruisigd wordt. De zoon moet zijn toorn dragen en de gifbeker totaal leegdrinken. En vanaf dit denkbeeldige kruis mag ik nu eindelijk mijn ogen opslaan naar mijn echte Heilige Vader die nooit zou willen dat zijn zoon meende gekruisigd te moeten worden. Ik zie de tranen van ontroering in zijn liefdevolle blik. Hij knielt neer bij een kleine Simon die zich probeert te verstoppen achter de bank. Kom maar jongen, er is niks gebeurd. Kom in m’n armen want ik houd onvoorwaardelijk van jou. Wees niet bang voor Mijn liefde. Laat je beeld van een straffende vader en afzijdige moeder los. Zie hun roep om liefde. Je bent nog steeds in de Liefde en hebt een nare droom. Stop met het projecteren van schuld. Kom maar jongen; rust maar zacht. Ik huil tranen van vergeving, van geluk.

WB302:
Vader, onze ogen gaan ten langen leste open. Uw heilige wereld wacht ons, nu ons zicht eindelijk is hersteld en we kunnen zien. We dachten dat we pijn leden. Maar we waren de Zoon die U geschapen hebt vergeten. Nu zien we dat de duisternis onze eigen inbeelding is, en dat er licht is dat we kunnen aanschouwen. De visie van Christus verandert duisternis in licht, want angst moet wel verdwijnen wanneer liefde is gekomen. Laat me vandaag Uw
heilige wereld vergeven, zodat ik haar heiligheid kan zien en begrijpen dat ze slechts de mijne weerspiegelt.

Nieuw geloof

Bij de orthodoxe manier van geloven gaan we er van uit dat God onze wereld serieus neemt. Dat Hij de problemen die het ego ons voorhoudt onderkent en dat Hij het met ons eens is dat we ernstig slachtoffer zijn van de grote boze buitenwereld, inclusief ons zieke en sterfelijke lichaam. In ons klassieke gebed vragen we Zijn Goddelijke interventie dan ook op het niveau van de wereld. Heer, zorg er toch voor dat die oorlog ophoudt. Heer, genees me a.u.b. van kanker. Oud geloof.

De Cursus laat ons zien dat wij zelf deze wereld vol ziekte en geweld hebben geprojecteerd. We hebben dat gedaan om ons veilige afgescheiden te kunnen voelen, zelfs als we daar een onveilige wereld voor nodig denken te hebben. We lezen dat God niet meegaat in deze illusie. Hij laat zich niet voor ons karretje spannen door op ons verzoek een beetje te gaan sleutelen in onze droom. Het is Zijn Wil dat we wakker worden. Dat we leren dat we dromen. En raad eens? Daar hebben we geloof voor nodig. Nieuw geloof. En dat is geen geloof in nieuwe dogma’s. Het heeft meer de kwaliteit van vertrouwen. Vertrouwen dat Liefde de grond is van ons diepste wezen. En dat we een beroep mogen doen op deze Liefde. We kunnen niet op eigen kracht uit de droom stappen omdat de ‘ik’ die wil gaan stappen onderdeel is van die droom. Het is de eerste, onjuiste, aanname dat er een ikje is dat op stap kan gaan. We lijken daarom machteloos en totaal gevangen in de droom. Maar dan is daar nieuw geloof. Echt geloof. Het geloof dat ons leert dat we mogen vertrouwen op God, op de Liefde die we zijn, om ons wakker te maken. Om de sluier van de illusie op te heffen.
En dat betekent niet dat de oorlog ophoudt of dat ons zieke lichaam perse geneest. Nee, het laat ons zien dat we er om mogen glimlachen. Dat we leren dat we geen lichaam in een boze wereld zijn maar Zonen van God. Zijn vrede is niet van de wereld die we zien. Maar Zijn koninkrijk is in ons en Hij wast de tranen van onze ogen. Als we Hem vertrouwen.

WB301: Gods wereld is gelukkig. Zij die ernaar kijken, kunnen er enkel hun vreugde aan toevoegen en haar zegenen als reden tot nog meer vreugde in hen. We waren in tranen, omdat we niet begrepen. Maar we hebben geleerd dat de wereld die we zagen onwaar was, en we zullen vandaag Gods wereld zien.