Gisteravond woonde ik een lezing bij van een dierbare broeder over het thema ‘Ken uzelf’. Een uur lang sprak hij bevlogen en deelde hij zijn inzichten met muziek, uitleg, schema’s en symbolen. Ik was moe en had moeite om zijn gedachtegang te volgen en te doorvoelen. Toch merkte ik hoe oprecht hij zijn inzichten en ervaringen met zijn publiek wilde delen. Zijn boodschap kwam het directst bij mij binnen toen hij muziek liet horen en ons vroeg de ogen te sluiten.
Vanmorgen dacht ik hierdoor aan een opmerking van iemand in een Facebookgroep, die het taalgebruik in Een Cursus van Liefde (ECvL) wat ‘wollig’ noemde. Ik besefte opnieuw hoe gebrekkig onze communicatie vaak verloopt. Daarbij zijn steeds twee partijen betrokken: de zender en de ontvanger. Beiden brengen hun eigen inzichten en ervaringen mee, waaruit een uitwisseling kan ontstaan. Omdat die inzichten en ervaringen in de loop van de tijd veranderen en hopelijk verdiepen, kan ook ons begrip van een boodschap veranderen.
Dat merk ik sterk bij zowel Een Cursus in Wonderen (ECIW) als ECvL. ECIW wordt in eerste instantie vaak gezien als een training voor de denkgeest. Wanneer we het boek voor het eerst openslaan, proberen we het vooral te begrijpen. We denken na over de betekenis van wonderen, zonde, vergeving en verlossing, om maar enkele termen te noemen. Gelukkig biedt ECIW voldoende handvatten voor studie. Zo zijn er leraren die met uitgebreide schema’s de metafysica van ECIW proberen uit te leggen. Dat oogt aangenaam concreet: een wonder is een uiting van liefde, zonde is het geloof in afgescheidenheid en vergeving is niet langer geloven in de droom. Het blijft een hele kluif om overzicht te krijgen, maar wie volhoudt, kan zijn verworven begrip uiteindelijk aan anderen proberen uit te leggen.
Vrijwel iedere ECIW-student zal al snel merken dat intellectueel begrip behulpzaam kan zijn, maar dat het daar niet bij blijft. Er ontstaat een overkoepelend inzicht, waardoor je verbanden gaat zien tussen begrippen die aanvankelijk los van elkaar leken te staan. Ten diepste krijg je gevoel voor de waarheid achter de woorden. Dat gevoel groeit door de ervaringen die voortkomen uit het toepassen van de werkboeklessen. Je hoeft dan niet langer te piekeren over de betekenis van cursustermen; ze beginnen voor je te leven.
Bij een herlezing van ECIW merk je dat je met nieuwe ogen leest. Misschien denk je: ‘O, nu snap ik het pas!’ Veel studenten herkennen die bijzondere ervaring. Al snel blijkt ook dit slechts een tussenstadium, want bij een volgende herlezing komt dezelfde gedachte op, en daarna opnieuw. De tekst blijft dezelfde, maar jij, de ontvanger, verandert en groeit. Daardoor lijkt de boodschap telkens nieuw.
Bij ECvL ervaar ik dit nog sterker. Het woord ‘wollig’ paste ook bij mijn eerste lezing. Gaandeweg groeide echter mijn diepe bewondering voor de manier waarop Jezus in de tekst met ons in gesprek gaat. Zijn woorden sluiten op indrukwekkende wijze aan bij de gebeurtenissen in mijn leven en de ervaringen die daarmee samenhangen. Het lijkt wel maatwerk, volledig toegesneden op wat zich in en door mij voltrekt. Steeds weer denk ik: ‘Wat slaat hij hier de spijker precies op zijn kop.’ Het zogenaamd wollige taalgebruik blijkt juist van een onvoorstelbare precisie. Er staat geen woord te veel.
Dan is er nog iets wat me met blije verwondering vervult: ECIW en ECvL beginnen in elkaar over te vloeien. In ECvL zegt Jezus dat ‘mind’ en ‘heart’ een eenheid vormen. In het Nederlands is ‘mind’ vertaald als ‘denkgeest’. De vertalers moesten een keuze maken, en voor die keuze valt veel te zeggen. Gaandeweg ontdek je echter dat ons aardse, conceptuele denken tekortschiet om werkelijk inzicht te bieden. Daarin schuilt iets dubbels: hoewel woorden diep inzicht nooit volledig kunnen weergeven, kunnen we bijna niet anders dan ze toch gebruiken. Daarom is het niet verstandig ons eraan vast te klampen of een beperkt intellectueel begrip als het hoogst haalbare te beschouwen.
ECIW spreekt over de Gedachten die je met God denkt, en ECvL over de kunst van het Denken. Beide wijzen op een verandering van bron. Ons kleine zelf kan met woorden slechts beperkte beelden vormen. Op een gegeven moment komen gedachten echter uit een diepere laag, uit onze Bron. Dan worden verbanden niet alleen gezien, maar ook doorleefd, en vallen allerlei zaken op hun plaats. Daarvoor hoeven we niet te zwoegen of te presteren. Zoals beide cursussen zeggen, mogen we terugtreden als onze eigen leraar.
Misschien zegt het oordeel ‘wollig’ daarom minder over de tekst dan over het moment waarop we haar lezen. Woorden die eerst ontoegankelijk lijken, kunnen later precies benoemen wat we intussen zelf hebben ervaren. De tekst is dan niet veranderd; onze manier van luisteren wel. Zoals bij de muziek tijdens de lezing kan een boodschap ineens voorbij het denken raken en herkenning oproepen. Op zo’n moment hoeven we de woorden niet meer vast te pakken. We laten ze binnenkomen.
