Logica en liefde

ECIW is een non-duale visie, een visie die stelt dat er binnen de eenheid geen echte grenzen zijn. Als je dit eenheidsaspect toepast op alles wat je leest in ECIW dan lijkt alles glashelder te worden. Elk onderscheid wordt dan afgedaan als “denkbeeldig”. Eenheid=God=Zoon=Heilige Geest. In deze eenheid kan op geen enkele wijze dan sprake zijn van meervoudigheid. Het opvallende is echter dat Jezus in ECIW de drie-eenheid noemt (Vader, Zoon, Heilige Geest) en dat de Cursus vol staat met meervoudsvormen (Zonen, wezens, gedachten van God, kanalen) enzovoorts. Als je de eenheidsfilosofie als leidend blijft zien dan moet je al deze verwijzingen zien als “metafoor”, als beeldspraak die Jezus gebruikt om ons als het ware tegemoet te komen in onze droomwereld waarin wij nog geloven in dualiteit.

De consequenties van de eenheidsfilosofie voor wat wij gaan geloven over God, Zoon en Heilige Geest zijn groot. Alles is één en als we iets anders horen of lezen dat ons doet geloven in meervoudigheid dan moet dit snel naar het licht gebracht worden om gecorrigeerd te worden. In deze zienswijze valt vervolgens het wonder geheel samen met het corrigeren van onze foute perceptie van meervoudigheid. Onze hele aandacht dient dan gericht te zijn op het corrigeren van onze foute, duale zienswijze. Er is niemand buiten ons dus hulp vragen aan de HG is synoniem met het ons herinneren van de eenheid en er zijn eigenlijk geen broeders voor wie we waarlijk behulpzaam kunnen zijn. Wat wij menen te zien als leed buiten ons is slechts een gelegenheid om ons bijgeloof in dualiteit weg te laten schijnen door de waarheid zodat onze innerlijke vrede hersteld wordt.

Hoe wordt er binnen de eenheidsfilosofie dan aangekeken tegen Liefde? Liefde is dat wat automatisch gebeurt als we ons geloof in dualiteit opgeven. Als wij geen grenzen meer zien zouden we automatisch overstromen van liefde. De aanpak is dus, heel verstandig: eerst je perceptie corrigeren en dan verdwijn je als het ware als een golfje in de zee. Je bestaat niet meer als uniek wezen en bent teruggevloeid in de eenheid. De logica van de eenheidsfilosofie is erg aantrekkelijk voor ons juist omdat het voor ons droomverstand allemaal zo onweerlegbaar logisch is.

Als we in staat zouden zijn om deze verstandelijke eenheidsfilosofie even te parkeren en met open hart naar ECIW te kijken dan lezen we zaken die niet kloppen met onze theorie van de eenheid. We lezen van een Schepper en van een schepping. Hierin wordt van alles geschapen, gecreëerd dat, hoewel in eenheid verbonden met de Bron, toch uniek is op een wijze die wij ons niet voor kunnen stellen. Voor ons valt uniekheid samen met speciaalheid, en is dit nu niet juist dat waar ECIW ons voor waarschuwt. Dat scheppen door onze Vader is inherent aan een eigenschap die binnen de eenheidsfilosofie wat op de achtergrond is geraakt: liefde. Van deze Liefde begrijpen we weinig. Ze breidt zichzelf uit en kent zichzelf in en door deze uitbreiding als zich Zelf. De Vader heeft Zonen en ook deze Zonen scheppen op jun beurt. Wij denken bij scheppen aan veelvormigheid en bij veelvormigheid aan grenzen in tijd en ruimte die niet echt kunnen zijn. Maar het mysterieuze aspect van de Schepping is juist dat er sprake is van een soort meervoudigheid zonder grenzen; onvoorstelbaar maar waar. Iets van dit mysterie klinkt door in de begrippen Drie-eenheid maar ook in een begrip als Heilige Relatie. Bij een Heilige Relatie is er sprake van een ontmoeting van twee broeders zonder dat er sprake is van geloof in afscheiding. Boem, daar knallen de stoppen uit ons brein.

Als je ECIW wilt lezen met een eenheidsbrilletje op dan moet je honderden keren de woorden van Jezus corrigeren. En natuurlijk bedient Jezus zich van metaforen in de Cursus, bijvoorbeeld als hij stelt dat God huilt omdat Zijn Kinderen Hem kwijt zijn of dat God hierom zucht. Deze dienen inderdaad niet letterlijk genomen te worden, God heeft geen zakdoek nodig, maar Jezus wil ons iets duidelijk maken over het Vaderhart en over Liefde. En dat is wat anders dan te menen dat God geen krimp geeft om onze pijnlijke droomtoestand omdat Hij Zich er totaal niet van bewust is. We hoeven de mysterieuze heerlijke liefde niet op te offeren om onze eenheidstheologie overeind te houden.

Waarom telkens aandacht voor deze kwestie die door velen zal worden afgedaan als schijnkwestie? Voor mij heeft dat te maken met m’n liefde voor de Cursus en de verarming die ik merk als ik de Cursus herinterpreteer met een verstandelijk eenheidsbrilletje op mijn neus. Ik zie hoe mensen ingewikkelde theorieën bedenken om het wonder van die mysterieuze veelvormigheid van de Schepping maar te kunnen ontkennen. Ik zie dat er een zelf-gerichtheid kan ontstaan, een naar binnen gerichtheid die in mijn beleving tegenovergesteld is aan de uitbreidende richting van Liefde. Ik zie vooral buiten de grenzen van Nederland een vreugdevolle terugkeer naar de tekst van de Cursus zelf. Als reactie krijg ik nogal eens te horen dat men alles gewoon naar de HG brengt opdat de innerlijke vrede weer zo snel mogelijk hersteld wordt. Wie heeft de Cursus dan eigenlijk nog nodig?

Het is m’n vurige wens dat we weer zicht krijgen op de manier waarop we ECIW verschralen door onze eenzijdige non-duale blik op dit mysterieuze boek. Ik besef dat deze blog veel vragen en opmerkingen kan oproepen en daarom besluit ik met het volgende. Als je meent dat Simon problemen ziet die er niet zijn dan mag je me in m’n waan laten. Als je het totaal anders ervaart en bruist van liefde door de eenheidsfilosofie dan ben ik oprecht blij voor je. Als je echter een vreemde blijdschap voelt opborrelen dan hoef je niet bang te zijn dat dit een terugval van kinderlijk ego-denken betreft. Mogelijk weet je diep van binnen dat Jezus direct tot je spreekt in ECIW en precies zegt wat hij bedoelt. Hij heeft geen tolk nodig die aangeeft dat hij eigenlijk iets anders bedoelt dan hij zegt. Lees de Cursus onbevangen.

Veel meer over deze kwestie staat in het boekje “One Course, Two Visions”, helaas alleen in het Engels verkrijgbaar. Wie dit boekje toch leest en erover wil praten of schrijven met me is daartoe van harte uitgenodigd. Ik wens jullie de liefde die we zijn.

Wat wilt U dat ik zeg, en tegen wie?

Vanmorgen kreeg ik een reactie op één van m’n blogs van een dierbare Christelijke broeder. Hij herkende zich niet in woorden die ik had gebruikt in verband met het klassiek Christelijk geloof; woorden als angst, twijfel en schuldgevoel. Hij gaf aan dat hij de striemen van Jezus interpreteert als belangrijk voor onze genezing en onderdeel van de overwinning op het rijk van de duivel.

Het eerste wat bij me opkwam was de vraag of hij ECIW kent. Maar dat doet er hier niet zo veel toe. Deze man ervaart zijn geloof als verrijkend en meent dat ik er een verkeerd beeld van schets. Vervolgens neemt hij de moeite om me erop te wijzen dat hij het kruisigingsverhaal van Jezus als goed nieuws ervaart. Kennelijk worden we er allebei blij van terwijl we de kruisdood toch geheel verschillend interpreteren. Voor hem is onze schuld nu vereffend en de duivel verslagen. Voor mij is het geloof in zonde, schuld, angst, door en de duivel nu ontmaskerd als bijgeloof.

Voor mij roepen woorden als striemen en duivel en de hele christologie van het dragen van straf door Jezus nare beelden op. Voor hem niet. Ik bracht zijn mail naar de Heilige Geest en heb de schrijver kort bedankt voor zijn reactie en aangegeven dat mijn visie wat anders is. Het viel me op dat ik niet de behoefte kreeg ECIW uit te gaan leggen. Als iemand niet lijdt aan zijn geloof en het juist als bevrijdend ervaart; wie ben ik dan om hierin te gaan zitten roeren?

Het voorval deed me denken aan mijn schrijven over het gebruik van meervoudsvormen in ECIW (bijvoorbeeld Zonen van God). Ook hierover verschillen sommige lezers met me van mening. Hiervoor geldt wat mij betreft hetzelfde: als woorden die voor mij vervelend klinken voor anderen juist bevrijdend zijn dan is er niks aan de hand. Mijn blogs over dit thema zijn bedoeld voor broeders en zusters die juist niet blij worden van de manier waarop soms in Cursus-kringen gesproken wordt over onze relatie met Vader, Heilige Geest en met onze Broeders.

In deze kwestie komt er nog een extra leermoment voor mij bij. In het voorbeeld van mijn Christelijke broeder gaat het om iemand die, voor zover ik het kan inschatten, de Cursus niet of nauwelijks kent. Bij de “Zonen-gedachtewisseling” reageren echter vrienden die wel bekend zijn met ECIW. Ik merkte dat ik niet zoveel moeite had met opmerkingen met de strekking van “dat zie ik anders”. Lastiger vond ik het om niet te blijven haken aan teksten met de strekking “dat zie je verkeerd” of “dat staat niet in de Cursus”. Omdat ik me hierdoor aangevallen voelde (ik ervoer: “je leest niet goed en je snapt het niet, sukkel!”). Nu had ik eerst m’n vergevingsoefening te doen. Gelukkig krijg ik de neiging om me te verdedigen nu sneller in de smiezen dan vroeger en kan ik dit naar de liefde brengen.

De vraag dient zich aan of ik gelijk wil krijgen of vrede ervaren. Dat lijkt gemakkelijker dan het voor me is. Mijn eerste reactie is net zoals die op de klassiek Christelijke visie.  Vroeger was ik daar feller in en wilde ik het, in mijn ogen, negatieve Godsbeeld eens en voor altijd corrigeren en vervangen door dat van een liefdevolle Vader. Nu ben ik blij als mensen die het klassieke Godsbeeld als knellend ervaren iets hebben aan de visie van ECIW; m’n wat megalomane bekeringsneiging voor de hele Christelijke gemeenschap is afgelopen. Indien echter iemand aangeeft dat ECIW onzin is of werk van de duivel dan neig ik er toch naar om in de pen te klimmen. Misschien niet alleen voor de schrijver zelf maar ook voor de meelezers. Ik wil dan ook voor hen behulpzaam zijn zodat ze niet vasthouden aan de angst omdat ze bang zijn deze los te laten.

Zoiets ervoer ik ook in de Zonen-gedachtewisseling. Deze is bedoeld voor broeders en zusters die last hebben van uitspraken als “er is geen ander”. M’n blogs hierover zijn niet bedoeld voor mensen die door deze woorden overstromen van liefde en geluk. Helemaal goed, niks maar aan doen, zou ik willen zeggen. Als er geen lijdensdruk is dan is er ook geen motivatie om een andere visie te overwegen. Maar ook hier valt het me lastiger om het los te laten als ik meen dat de meelezers de kans ontnomen wordt op een, in mijn optiek, blijere visie.  Ik wil schrijven voor mensen die last hebben van een knellende visie; of dit nu de klassiek Christelijke versie is of een bepaalde visie op ECIW.

Voor mij is dan de vraag: waar eindigt het “waarlijk behulpzaam willen zijn’ en gaat het over in “gelijk willen hebben”? Net zo min als ECIW gedragsregels geeft, is ook hier geen pasklaar antwoord te geven maar zal het in elk ogenblik naar de liefde gebracht moeten worden voor leiding. Het is een heerlijke oefening voor me met veel aspecten. Soms mag ik snel een kwestie laten rusten, de Heilige Geest is godzijdank niet afhankelijk van mijn pen maar heeft talloze opties. Maar soms is “laten rusten” juist een vlucht omdat ik bang ben om als drammer gezien te worden. Gelukkig was het niet Jezus’ doel in ECIW om iedereen te vriend te willen houden. Hij zocht niet de goedkeuring van anderen maar volgde de Wil van zijn Vader.  Het is zo mooi dat ik zojuist nadacht over het einde van deze blog. M’n hand slaat de bladzijde van ECIW om en ik lees (WB71):

Wat wilt U dat ik doe?
Waarheen wilt U dat ik ga?
Wat wilt U dat ik zeg, en tegen wie?

Het ontroert me. Dank U lieve Vader.

Woorden om liefde te laten stromen.

Waar gebruiken we woorden voor? Om te beschrijven hoe het zit? Wat de waarheid is? De Cursus is hier helder over: we kunnen niet leren wat liefde is maar we kunnen wel de obstakels voor de liefde opruimen. Het belangrijkste obstakel is ons geloof in afgescheidenheid. Voorbeelden hiervan zijn het klassieke Godsbeeld waarin God wezens zou hebben geschapen die rondlopen in beperkt houdbare vleselijke lichamen. Het geloof dat deze wezens los van Hem zouden kunnen bestaan en los van elkaar. De correctie van dit beeld is een belangrijk doel van ECIW. De metafysica van de Cursus heeft dus geen ander doel dat dit: blokkades voor liefde opruimen. Ze heeft niet tot doel de waarheid vast te willen leggen in een nieuwe theologie, in een nieuw model van hoe alles in elkaar zou zitten. Anders geformuleerd: ons verstand dient slechts dienstbaar te zijn aan ons hart, aan de liefde en niet de hoofdrol op te eisen.

Een heerlijke manier om de waarde van ons menselijk denken te relativeren is om de grenzen ervan op te zoeken. Een belangrijk fundament van ons verstandelijk denken noem ik wel eens het of-of denken. Wij willen kiezen; of dit is waar of dat is waar. Het zit dus zus of het zit toch zo. Jezus legt in ECIW een liefdesbom onder deze vorm van denken. Dat gebeurt ook in de metafysica die hij ons geeft. Jezus wijst op de Eenheid. Voor ons of-of denken is hiermee de kous af: als er alleen eenheid is dan bestaat er niks anders. En nu komt het. Want is dit nu zo? Ja en nee. Ja, er is niks wat inherent van God verschilt. En nee, want Liefde kan zich uitbreiden in de Schepping en een Zoon maken en een Heilige Geest. Zijn deze anders dan God, die niet voor niks ook Vader wordt genoemd? Nee, ze zijn niet anders in de betekenis van ons denken. Maar zijn Zoon en Heilige Geest dan slechts tijdelijke symbolen die we weer mogen vergeten. Nee, dat ook niet, het zijn werkelijke Goddelijke Entiteiten, totaal één met de Vader maar niet “in een reciproke relatie” met Hem; dus God is de Bron en dit geldt niet voor Heilige Geest noch voor de Zoon.

Waarom is dit belangrijk voor ons om te horen van Jezus? Houd het doel van de Cursus in gedachten: we mogen weer ontdekken dat we Liefde zijn. De werkboekles (67) van vandaag luidt niet voor niks: Liefde schiep mij als zichzelf. Zoals zo vaak bevat dit ene kleine zinnetje zoveel diepgang. Ben ik liefde? Jawel, maar Liefde heeft mij ook geschapen, het is mijn Bron. Verschil ik dan van de deze Liefde? Nee, want ze schiep me als zichzelf, maar ja, want zij is de Bron waaruit ik voorkom en is daarom het Enige waarvan de Cursus zegt dat we erop mogen reageren met eerbied.

Ik merk dat het ongemerkt toepassen van of-of denken een nieuwe blokkade voor de liefde kan opwerpen. Omdat dit denken niet om kan gaan met de mysterieuze waarheid van de Schepping als uitbreidende Liefde slaat ze deze als het ware plat tot een theologische pannenkoek. Voor dit denken is het klip en klaar: als we één zijn (de Zoon van God) dan zijn we dus niet met meerdere Zonen van God. Of, als er sprake is van eenheid dan zijn wij dus aan God gelijk. Of, als er alleen maar eenheid is dan is er niemand buiten ons om te helpen en is de Heilige Geest slechts onze herinnering aan God. We raken zo snel het wonder van het mysterie kwijt:

  • Ik ben als Kind van de Vader Goddelijk maar ik ben niet God
  • De Zonen van God zijn één Zoon, niet te onderscheiden maar toch ook meervoud
  • De Heilige Geest is in mij, in eenheid verbonden, maar valt niet samen met mij.

Voor mij is de metafysica belangrijk om op terug te vallen als ons of-of denken de stroom van liefde gaat verstoren. Voor mij gebeurt dit als ik uitspraken hoor die in mijn optiek te eenzijdig focussen op de Eenheid waarbij de Liefde uit beeld dreigt te raken. Want ja, wij zijn één maar ons doel is om de blokkades voor de liefde op te ruimen door te vergeven. Vergeven is het naar het licht brengen van deze blokkades, van ons geloof in afgescheidenheid, opdat de liefde weer gaat stromen.

In Gods Schepping stroomt de Liefde binnen de eenheid zelf, van Vader naar Zoon, van de ene Zoon naar de Ander. Zo kent Liefde zichzelf als Liefde.

Het kan zijn dat je merkt dat de focus op eenheid jouw geloof in eenzaamheid en zelfgerichtheid hebben versterkt. Wat moet ik doen in een wereld en anderen die niet echt zijn? Negeren? Boven het slagveld zweven? Afstandelijk lachen en me richten op innerlijke vrede en onverstoorbaarheid? Voor alle broeders en zusters die last hebben van een onnodig knellende of-of eenheids-metafysica wijs ik er vaak en graag op waar het steeds om draait: om Liefde. Hoe het geformuleerd wordt zal me worst wezen. De vraag is slechts wat de woorden met ieder van ons doen, of ze voor ons werken. Als “er zijn geen anderen buiten mij” en “hoed u voor de weldoeners” voor jou werkt omdat je hierdoor realiseert dat je innig met alles en iedereen verbonden bent: prachtig! Als “God weet niets van deze wereld” voor jou de heerlijke kanalen van liefde opent: wees dankbaar. Als “de Heilige Geest is slechts een symbool” jou helpt om werkelijk behulpzaam te zijn: fantastisch.

Maar als dat niet zo is weet dan dat Jezus zich in de Cursus zonder schroom en terughoudendheid bedient van woorden en begrippen waar ons of-of denken problemen mee kan hebben. Ik geloof dat Jezus ons in ECIW precies die woorden biedt die voor de uitbreiding van liefde nodig zijn. Zorgvuldig gekozen woorden van eenheid en woorden van liefde. Hij heeft niemand nodig die voor hem gaat uitleggen wat hij nu eigenlijk bedoelt. Hij is één en al helderheid en één en al liefde. Ik ben hem dankbaar hiervoor.

Liefde schiep mij als zichzelf.

Heiligheid schiep mij heilig.
Vriendelijkheid schiep mij vriendelijk.
Behulpzaamheid schiep mij behulpzaam.
Volmaaktheid schiep mij volmaakt

Over de Zonen en het Zoonschap

Afgelopen week ging het inde FB-gesprekken een paar keer over “Zonen”, meervoud dus. Ik gaf aan dat ik het bevrijdend vind om als Jezus in ECIW spreekt over Zonen dan ook hierover te denken in termen van meervoud. Natuurlijk besef ik dan dat er tussen deze Zonen geen grenzen bestaan, dat is juist het bijgeloof van deze Zonen wat vergeven mag worden. Door vergeving kunnen we merken dat het een mysterie is; we zijn niet hetzelfde als de andere Zonen van God maar toch in eenheid met hen verbonden. Ik schreef dat Robert Perry ook deze woorden van Jezus neemt zoals ze er staan terwijl Ken Wapnick een, in mijn ogen, ingewikkelde verklaring heeft over één Zoon die zich verstopt in verschillende lichamen. Dus bij hem zijn “zonen” in het meervoud een illusie.

Dit lijkt haarkloverij maar ik schrijf erover omdat ik merk dat we toch meer beïnvloed worden door zo’n ogenschijnlijk detail dan we denken. Dit illustreerde ik aan een veel gehoorde uitspraak: “Het gaat er slechts om je eigen denkgeest te corrigeren, er zijn immers geen anderen buiten jou”. Aan de ene kant klopt dit als we ermee bedoelen dat we niet gescheiden zijn van anderen (dat noem ik het mysterie van de Schepping: we zijn de Zonen van de Vader en toch één). Maar aan de andere kant merk ik dat we ook kunnen vervallen in een soort nihilistische versie van ECIW waarbij het uitsluitend draait om het corrigeren van onze eigen perceptie. Dit corrigeren is belangrijk maar het risico ligt op de loer dat we zelfgericht worden. Waarom zouden we ons uitstrekken naar anderen als die er eigenlijk niet zijn? Als het bedenksels zijn? Het maakt voor mij, en ik vermoed ook voor anderen, toch uit of ik anderen beschouw als echte Broeders met wie ik in heilige relatie verkeer of als projecties. Daarom reageer ik ook als mensen lacherig doen over leed wat ze op tv zien. Dat doe je sneller als je de ander ziet als projectie dan wanneer je beseft dat je met een heuse Broeder te maken hebt.

Ik zou hier veel meer over kunnen zeggen maar heb dat reeds gedaan in “Ontwaken uit de droom van dualiteit met ECIW”(zie svp mijn website www.eciwcoach.com) . Voor diegenen die twijfelen of er in de Cursus nu echt wel over Zonen wordt gesproken heb ik hieronder een stukje geschreven gebaseerd op “On Course, Two Visions). Eerst een belangrijke tip voor iedereen die meent dat ik anderen wil overtuigen van “mijn gelijk”:

Het is totaal schuldeloos wat je gelooft of denkt. Maar als je merkt dat voor jou de liefde niet echt gaat stromen door uitspraken als “er zijn geen anderen” of “God weet niets van deze wereld” dan mag je weten dat Jezus in de Cursus veel minder bang is om te spreken over een betrokken Vader en over Broeders dan sommige Cursus-leraren.

Uit “One Course, Two Visions”:

De Cursus spreekt talloze malen (bijna 100 keer) over door God geschapen Zonen in de hemel, in meervoud dus. Wanneer het gaat over de hemelse staat kun je bijvoorbeeld het volgende lezen (Txt-4 VII. 5:1):

God, die alle zijn omvat, heeft wezens geschapen die elk voor zich alles hebben, maar die dat willen delen om hun vreugde te vergroten.

Deze zonen staan niet apart. Paradoxaal genoeg is er sprake van meervoudigheid en toch van eenheid. We zien die paradox ook terug in de volgende passage, die de eenheid van één Zoon benadrukt maar vervolgens over deze Zoon spreekt als een geheel dat bestaat uit meervoudige scheppingen, Zonen, of delen: (Txt-2 VII.6:1-3):

Er moet vooral worden opgemerkt dat God slechts één Zoon heeft. Als al Zijn scheppingen Zijn Zonen zijn, moet elk een integraal deel van het gehele Zoonschap uitmaken. Het Zoonschap in zijn Eenheid overstijgt de som van zijn delen.

Zijn we de afscheiding begonnen als één Zoon of als vele Zonen? ECIW beschrijft dikwijls over Zonen in meervoud reeds voor de afscheiding. We zien dit bijvoorbeeld in twee passages die gaan over Gods gewaarzijn van de afscheiding. Twee citaten:

Het voortdurend uitvloeien van Zijn Liefde wordt belemmerd wanneer Zijn kanalen gesloten zijn, en Hij is eenzaam wanneer de denkgeesten die Hij geschapen heeft niet ten volle met Hem communiceren.(Txt-4. VII. 6:7)

Wat God wel weet is dat Zijn communicatiekanalen niet voor Hem openstaan, zodat Hij Zijn vreugde niet kan meedelen en weten dat Zijn kinderen een en al vreugde zijn. Het schenken van Zijn vreugde is een doorgaand proces, niet in de tijd maar in de eeuwigheid. Wanneer het Zoonschap niet als één met Hem communiceert, wordt Gods uitbreiding naar buiten, maar niet Zijn compleetheid, belemmerd. En dus dacht Hij: ‘Mijn kinderen slapen en moeten worden gewekt.’ (Txt-6. V.1:5)

 Zie je de meervoudsvorm in al deze passages? Wat scheidde zich af van God? “Zijn kanalen”, “denkgeesten”, “communicatiekanalen”, “Zijn kinderen”, “het Zoonschap”, “Mijn kinderen”. Er staat niet: “Het voortdurend uitvloeien van Zijn Liefde wordt belemmerd wanneer zijn kanaal gesloten is, en Hij is eenzaam wanneer de denkgeest die Hij geschapen heeft niet ten volle met Hem communiceert”.

De meervoudige Zonen toont zich later als meervoudige mensen. Als de Cursus ons toespreekt zoals wij op aarde rondlopen noemt ze ons Gods Zonen, soms zelfs “gescheiden Zonen”. Voorbeeld: (Txt 2-II 7:2):

De Verzoening vergt je totale inzet. Misschien denk je nog steeds dat dit gepaard gaat met verlies, een fout die alle afgescheiden Zonen van God op een of andere manier maken.

Het zal duidelijk zijn dat de “je” in dit citaat één van de afgescheiden Zonen van God voorstelt. Je lichaam en je persoonlijkheid mogen dan illusies zijn, maar de “jij” die zich hiermee identificeert is een echte Zoon van God. <einde citaat>

 

Een eind aan conflict

Het is meer dan verbazingwekkend om “de liefde aan het werk te zien”. Eerst gisteren in een fijne Zoom-meeting. Een lieve zuster brengt een vraag naar voren maar beantwoordt deze als het ware, hardop en geïnspireerd, zelf. Het gaat niet om de vorm die haar vraag had aangenomen maar om de inhoud. En op dat inhoudsniveau worden de andere aanwezigen van de groep ook aangesproken en mogen zij ook de genezing beleven van een het bijgeloof in afscheiding. Op zo’n moment is het een voorrecht om getuige te mogen zijn van genezing vanuit eenheid.

We spraken ook over een blog die ik had geschreven waarbij ik stelde dat ik het fijn vind dat Robert Perry een wat andere insteek heeft bij het uitleggen van ECIW dan Ken Wapnick. Robert Perry geeft in zijn uitleg ruimte aan dat mysterie dat stelt dat de eenheid niet verloren gaat door de schepping. Liefde breidt zich uit door te scheppen en maakt bijvoorbeeld Zonen van God, meervoud dus. Ken Wapnick, schreef vooral in een periode waarbij hij een te duaal Gods- en scheppingsbeeld wilde corrigeren. Hij hamert op de eenheid die nog altijd bestaat ondanks de schepping. Ik blijf soms aan zijn formuleringen hangen en reageer hier dan weer op. Ook dit zal een functie hebben.

Op de FB pagina kreeg ik hierover ook een fijne reactie van een lieve zuster. Samenvattend schreef ze: “Ik begrijp wat je zegt en zie ook het gevaar van eenzijdigheid maar toch voel ik dat er mogelijk geen wezenlijk verschil is tussen de visie van Ken en die van Perry”. Wat mooi. Wat kan het heilzaam zijn om zonder oordeel, verschillende visies binnen te laten komen. Het hart juicht hierdoor.

Het wonder van genezing zette zich vanmorgen vroeg verder door toen ik de werkboekles van vandaag las (WB64): Laat me mijn functie niet vergeten. Momenteel houdt de kwestie van de slechtheid van de wereld me nogal bezig. Hoe zit dat nou? Aan de ene kant lees ik dat we als Zoon van God de wereld projecteren om ons afgescheiden te wanen. Direct trekt m’n verstand de conclusie dat de wereld dus onecht is en een nare plek om te zijn. Aan de andere kant is de wereld (en ons lichaam) neutraal en geven we het zelf alle betekenis die het voor ons heeft: als bewijs van de afscheiding of als communicatiemiddel voor de liefde.

Deze kwestie intrigeert me ook in het kader van A Course of Love (ACOL). Deze spreekt over “The elevated form of Self”. Critici uit ECIW-hoek grijpen deze term soms aan om te waarschuwen tegen het duale karakter van ACOL. Ik zie dit niet zo en meen dat dit boek niet wezenlijk anders over de wereld en over lichamen praat dan ECIW. Ook nu is er sprake van accentverschillen die, naast elkaar gelegd in plaats van tegenover elkaar, helend en genezend werken.

Bij ECIW ligt het accent in de eerste plaats op de manier waarop wij de geprojecteerde wereld en daarmee ons lichaam gebruiken om ons geloof in afscheiding te bekrachtigen. Logisch dat we nu gaan denken over de wereld als “een slechte en nare plek, bedoeld om God aan te vallen”. Bij ACOL wordt gesteld dat we ons als Zelf, vanuit de Christus die we zijn, liefdevol kunnen en willen uitdrukken, ook in de droomwereld van tijd en ruimte. Hierbij ontstaat het beeld van een creatieve Zoon die als het ware kan spelen met vorm, zonder deze als bewijs voor afscheiding te zien.

Mijn verstand wil dan weten “hoe het nu zit”. Heeft ECIW gelijk of ACOL? Is de wereld nu een vergissing die gecorrigeerd moet worden of een heerlijke paradijselijke speelplaats? En dan weer die wonderlijke samenloop van omstandigheden, me door de Heilige Geest aangeboden in de werkboekles waarin ik lees:

“Niets wat de ogen van het lichaam schijnen te zien, kan iets anders zijn dan een vorm van verzoeking, aangezien dit nu juist het doel van het lichaam was..”

“Zie je nu wel!”, roept m’n verstand: ECIW heeft gelijk en die buitenwereld is kwalijk en verleidelijk, een oord bedoeld voor narigheid. Maar dan gaat Jezus verder in dezelfde alinea:

“Toch hebben we geleerd dat de Heilige Geest voor alle illusies die jij gemaakt hebt een andere toepassing heeft en daarom ziet Hij er een ander doel in. Voor de Heilige Geest is de wereld een plaats waar jij leert jezelf te vergeven wat jij als je zonden beschouwt. Zo bezien wordt de fysieke verschijningsvorm van verzoeking de geestelijke erkenning van verlossing.”

 Jezus legt er direct een andere visie naast, de visie van de Heilige Geest. “Zo bezien wordt de fysieke verschijningsvorm van verzoeking de geestelijke erkenning van verlossing”. Laat dit nu precies zijn wat ACOL benadrukt. De HG kan wonderen door ons aanbieden aan de wereld en daarbij de fysieke verschijningsvorm gebruiken. ACOL zegt dat we de liefde vorm mogen geven in de wereld door onszelf te herinneren dat we de Christus zijn, liefde. We mogen daarbij als fysieke verschijningsvorm (elevated form of Self) ons fysieke lichaam gebruiken om waarlijk behulpzaam te zijn. Laat me mijn functie niet vergeten. Het doel is niet om fysieke lichamen als echt te gaan zien of om de ellende die we menen te zien “echt te gaan maken” maar om liefde te laten stromen dwars door de droomwereld heen.

Wow! Wat zijn we toch geneigd tot strijd en oordeel, tot het aangaan van godsdienstoorlogen. Wie heeft er gelijk? Wat is de waarheid? Nu blijkt dat middelen en woorden (de vormen zelf) er niet toe doen maar dat het slechts draait om de uitkomst die tevens onze functie is. Het gaat om de vraag of we meehelpen aan de uitbreiding van liefde, Gods scheppingsplan.

“Liefde, hier zijn we. Stroom door ons heen, gebruik ons en laat ons onze functie vervullen.”

Het Corona-virus

Er is aardig wat rumoer rondom het Corona-virus. Gisteren spraken we er over met een groepje cursus-studenten. Hoe kunnen we vanuit de Cursus kijken naar de heisa rondom dit virus? Ook nu kan het weer behulpzaam zijn om hierin twee niveaus te onderscheiden. Eerst maar eens niveau-II, het niveau dat wij zien als ons gewone leven hier in de droomwereld. Op dit niveau zit de angst er goed in zoals blijkt uit de overdaad aan berichtgeving. Vrijwel iedereen voelt zich bedreigd en ziet op het journaal hoe het virus opduikt in steeds meer landen, nu ook in onze buurlanden. Op dit niveau is een rationele, stoïcijnse, aanpak wellicht het handigst. Hierbij kijk je zo nuchter mogelijk wat er aan de hand is. Je stelt dan vast dat, ondanks alle media-aandacht, het nu gaat om een nare griep waarbij ouderen en fysiek zwakkeren zelfs kunnen overlijden. Je kijkt ook wat je nu kunt doen en dat is niet zo veel. Als je op reis moet dan volg je het reisadvies van de overheid en als het virus ook Nederland aandoet dan is regelmatig handen wassen en afstand houden zo’n beetje het enige wat zinvol is. De Stoïcijnen, een filosofische stroming van meer dan 2000 jaar oud, gaven al het rationele advies om je geen zorgen te maken over zaken die je toch niet kunt beïnvloeden. Zelfs op dit niveau-II kunnen we zien dat de angst die nu menigeen naar de strot vliegt niet echt rationeel is. In Europa komen jaarlijks per miljoen inwoners ongeveer 50 mensen om het leven als gevolg van een verkeersongeval, en dan heb ik het nog niet over het aantal gewonden. Boezemt dit ons grote angst in als we ’s ochtends in de auto of op onze fiets stappen?

Waarom nu dan toch die bovenmatige angst voor dit virus? Dat heeft te maken met ons gevoel dat we geen controle menen te hebben over de situatie. Ik ken dat effect natuurlijk zelf ook. Elke keer als ik een vliegtuig in stap heb ik het gevoel dat ik mijn lot in handen leg van mensen en gebeurtenissen waar ik geen invloed op heb. De kans op overlijden door een vliegtuigongeluk is echter vele malen kleiner dan de kans dat ik sneuvel in het Nederlandse verkeer.  Hierbij loop ik dus tegen de grens aan van de kalmerende werking van rationeel denken. Ik weet dat vliegen één van de veiligste manieren van transport is en toch blijf ik hiervoor wat angstig. Nu over naar niveau I.

Want wat lijkt er gebeurd te zijn toen we gingen geloven in de afscheiding? We menen dat we erin geslaagd zijn ons los te denken van de eenheid en liefde die we zijn. We menen nu dat we een afgescheiden zelf zijn, kwetsbaar en sterfelijk. Als gevolg van dit geloof voelen we ons bedreigd door “de buitenwereld”. Dit kunnen we ruim zien; door God, door pijn, ziekte, nare mensen, oorlog, geldgebrek en nu dus ook het Corona-virus. Op het moment dat we gingen geloven dat we een afgescheiden zelfje waren begonnen we ook geloof te hechten aan het idee van aanval en verdediging: de ellende buiten ons wil ons aanvallen en wij moeten ons zo goed mogelijk verdedigen om veilig te blijven. Kortom: we geloven dat we doenertjes zijn en dat we iets moeten- en kunnen doen om onze veiligheid te waarborgen.

En nu komen de lijntjes bij elkaar want zodra we dus het gevoel krijgen dat we niets of weinig kunnen doen om onszelf te beschermen (vliegreizen, Corona-virus) laait de angst op. In feite worden we nu heel duidelijk geconfronteerd met ons diep ingebakken bijgeloof: ik ben een sterfelijk en kwetsbaar lichaam en ik moet me verdedigen om te overleven. Nu ik niets meer kan doen ben ik in mijn beleving dus echt totaal het slachtoffer van de bedreigende wereld die ik zie. Oftewel; we ervaren haast doodsangst.

Wat kunnen we dan doen? Deze vraag is ten diepste juist het probleem. Het antwoord is namelijk dat we moeten gaan leren dat we geen doenertjes zijn en dat we niet bedreigd kunnen worden. Het helpt hierbij als we ons niveau-II denken laten corrigeren door de Cursus. Hiertoe is vrijwel elke Werkboekles bruikbaar. Drie voorbeelden:

  • Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij. Want ik blijf wie ik ben, zo schiep God mij.
  • Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie.
  • In mijn verdedigingsloosheid ligt mijn veiligheid.

Heerlijke lessen en, zoals gezegd, er zijn vele andere behulpzame teksten. In eerste instantie kunnen we deze lessen gebruiken om ons niveau-II denken te corrigeren. Maar ook nu geldt dat deze correctie niet veel zal doen om ons te kalmeren als ze beperkt blijft tot, zeg maar, ons oppervlakkige verstand: “ik weet dat vliegen veilig is, maar toch blijf ik bang” en “ik weet dat ik niet dit lichaam ben, maar toch blijf ik bang”. Vergeven gaat dieper dan een verstandelijke correctie en het wonder van genezing van de denkgeest is meer dan een (angstig!) herhalen van affirmaties.

De uitnodiging is om stil te worden en niet direct weg te willen rennen van de angst. Je vlucht immers alleen wanneer je de dreiging als écht ziet. Vanuit niveau-I bezien, het enige niveau dat bestaat en ertoe doet, is er echter geen dreiging. Dus word stil en ga eerst naar die angst toe. Maak er contact mee en wees niet bang voor de angst. Deze angst is er immers al en kan je helpen om je duidelijk te maken dat je nog gelooft in de afscheiding, in lichamelijkheid en kwetsbaarheid. Dit kan oncomfortabel en “onnatuurlijk” voelen. Het ego schreeuwt: “wegwezen, rationeel zijn, gooi er affirmaties tegen aan om zo snel mogelijk vrede te ervaren”. Maar eerst moeten we stil worden en doorvoelen. Vervolgens nodigen we Jezus (de Liefde, de Heilige Geest) uit en we bidden:

“Heer ik geloof dat ik bedreigd wordt en ik ervaar grote angst en ongerustheid. Ik geloof in afgescheidenheid, kwetsbaarheid en sterfelijkheid. Ik nodig u uit om mijn denkgeest te genezen. Ik wil deze situatie anders zien, door uw ogen van liefde. Dit heilig ogenblik wil ik U geven. Neemt U het in handen. Want U wil ik volgen, in de zekerheid dat Uw leiding mij vrede geeft.”

 

Ik doe zo m’n best maar toch werkt de Cursus niet!

We kunnen zo worstelen met angst, boosheid, verdriet en schuldgevoelens. Onze reactie kan zijn dat we er nog een schepje bovenop willen gooien en ons uiterste best doen om de Cursus beter te begrijpen om beter zich te krijgen op ons probleem en op wat we hier aan kunnen doen. We spreken onszelf streng en beslist toe: “het is allemaal mijn projectie, het is niet echt, ik moet mezelf en anderen vergeven etc”. De ellende lijkt echter aan ons te plakken als kauwgom onder onze schoen. Hoe kan dit toch? Zit er ergens nog verborgen schuld? Want als we het goed begrijpen doen we het toch allemaal ons zelf aan?

De eerste jaren dat ik bezig was met ECIW meende ik dat met het verkrijgen van voldoende inzicht in de metafysica en in mijn eigen projecties de innerlijke vrede wel zou doorbreken. Toch ervoer ik dikwijls spanning, frustratie en vermoeidheid. Dus deed ik er nog een schepje bovenop. Ik wilde gewoon het gewenste resultaat behalen, innerlijke rust. Waarom lukte dit maar niet?

Uiteindelijk begon het een beetje te dagen. “Ik” kan zo geen succes behalen omdat “ik” dit ten diepste en onbewust niet wil. Mijn definitie van succes is namelijk dat het “mij” lukt om me beter te voelen. Jezus’ visie op innerlijke vrede is echter het loslaten van het geloof in een doener-ikje om te leren dat er geen afgescheiden ikje bestaat dat iets zou kunnen- en moeten bereiken. Doel van ECIW is om ons geloof in afgescheidenheid op te heffen.

Nu krijg ik dus zicht op een rare paradox: ik zeg dat ik van de ellende af wil maar onbewust wil ik dat er een succesvol ikje overblijft. Het resultaat van mijn zwoegen is geheel in overeenstemming met mijn onbewuste wil: het geloof in een (gefrustreerd) afgescheiden zelf versterkt zich nog een beetje meer. Dus ik als zelfje, “vanuit mijn ego”, kan niet door eigen inspanning de poten onder mijn eigen stoel vandaan zagen; dat zou “mijn einde” zijn! Daarom is de lijfspreuk van het ego: Zoek, maar vind niet.

Hoe kunnen we deze paradox doen stoppen? We moeten ontslag nemen als onze eigen leraar en de bereidheid opbrengen om de Liefde (HG, Jezus) de klus voor ons te laten klaren. Dit vergt een oefening in vertrouwen, niet in slimheid en niet in nog meer begrip van m’n situatie. Ik vond het altijd zoetsappig geneuzel: “breng je zorgen bij Jezus, kijk met de HG etc”. Natuurlijk vond “ik” dit, Simon wilde het zelf doen om als slimme en sterke overwinnaar uit de strijd te komen.

Maar Simon mocht leren om voor eigen bestwil de handdoek in de ring te gooien en te vertrouwen op de kracht van Liefde. En dit laatste is een belangrijke zin: de KRACHT van Liefde. Liefde heeft oneindige bereidheid ons te verlossen en genezen en oneindig veel kracht maar kan deze alleen aan- en door ons tonen als we dit toelaten. Liefde zal ons niet ons speeltje, ons geloof in onze kracht als klein en sterk doenertje, afpakken. Maar zodra we ons tot Liefde richten en ons werkelijk in vertrouwen overgeven dan worden we gedragen. En dan kan er iets geks gebeuren. Dat gekke is “het wonder”; onze perceptie van de situatie verandert volkomen. Het voelt alsof de spanning eruit verdwijnt zoals een ballon die leegloopt. Het maakt blij en dankbaar.

Soms valt het ons lastig om ons zo in vertrouwen te richten op Hulp. We houden nog wat vast aan onze projecties, aan ons geworstel. Het rare is dat deze “hel” onze comfortzone geworden lijkt. Wees mild voor jezelf als je, net als ik, een trage leerling blijkt met klein vertrouwen. In de Bijbel staat een mooi gebed: “Heer ik geloof maar kom mijn ongeloof te hulp!” Bid dit maar, vertrouw en geef je, desnoods stapje voor stapje, over aan de Liefde, aan je Vader.

Zijn we slachtoffer van het script?

Momenteel lees ik “Hoe word je een stoïcijn” van Massimo Pigliucci. Aller eerst diende ik een vooroordeel van mezelf te corrigeren: een stoïcijn is niet iemand die een onverschillige houding voorstaat. Het is wél iemand die probeert zich niet druk te maken over zaken die buiten zijn macht liggen. Toegepast op gezondheid kun je dus wel energie steken in bijvoorbeeld een verstandige leefwijze en goede eetgewoonten. Als je dan toch ziek wordt dan neem je natuurlijk ook weer rationele beslissingen door bijvoorbeeld naar een dokter te gaan. Als niets helpt dan dien je de ziekte gewoon te accepteren en de rit uit te zitten, desnoods tot aan je dood toe.

De nuchterheid van deze houding spreekt me aan. Het biedt een handvat om je niet druk te maken over zaken die buiten je macht liggen. Pigliucci noemt het voorbeeld van een hond die aan een lijn moet meelopen met een paardenwagen. De hond heeft twee mogelijkheden. Ofwel de hond wil zijn eigen gang gaan en stribbelt de hele rit tegen zonder dat dit iets uitmaakt. Ofwel de hond accepteert zijn lot, loopt mee en kan onderweg nog een beetje snuffelen en om zich heen kijken. De hond maakt er, anders gezegd, onder gegeven omstandigheden maar het beste van. De paardenwagen is in dit verhaaltje een symbool voor het lot of, het script of, volgens het klassieke geloof, de wil van God. “De mens wikt. God beschikt”.

Als cursus-studenten zullen we op ongemak, pijn en ziekte reageren met vergevingslessen. Ken Wapnick, een bekende cursusleraar, raadt ons ook aan om “gewoon” te doen, wat ongeveer hetzelfde is als wat Pigliucci aanraadt: gezond leven en naar de dokter gaan indien nodig. We weten dat dit zogenaamde “magische maatregelen” zijn, dus maatregelen op droomniveau, maar Jezus is hier in de Cursus heel mild over. Als we nog (onbewust) te bang zijn voor de echte oplossing, genezen van de illusie van lichamelijke afgescheidenheid en kwetsbaarheid, dan is het kiezen voor een magische aanpak prima.

Toch gaat de Cursus verder dan het stoïcisme.  Ze is dan ook meer dan een handleiding om er binnen de droom maar het beste van te maken. Jezus nodigt ons uit om te ontwaken. Daarom is het goed om alert te blijven op het geloven van een te beperkte visie op genezing. Deze deels juiste maar toch beperkte visie klinkt ongeveer als volgt:

“Het gaat bij pijn en ziekte om het genezen van de denkgeest. We moeten ons niet richten op lichamelijke genezing. Als onze perceptie geneest doet het er niet toe wat er met het lichaam gebeurt. Wij kennen het script namelijk niet. Er kan sprake zijn van collectieve schuld, bijvoorbeeld een collectief geloof dat kanker dodelijk is, en dat kunnen wij in ons eentje niet zomaar oplossen. Mogelijk wordt onze ziekte gebruikt als middel om anderen te onderwijzen. Het doet er uiteindelijk ook niet toe want wij zijn niet het lichaam”.

Ik meen dat we uitgenodigd door Jezus om deze ietwat fatalistische houding naar het licht te brengen. Ik zie dat het liefdevolle bedoeld kan zijn voor hen die geloven in persoonlijke schuld. Het is immers fijn om te lezen dat bij het uitblijven van lichamelijke genezing je niet schuldig bent. Het komt gewoon door dat collectieve geloof van de massa, daar kan je niet tegenop. Maar er bestaat geen wezenlijk verschil tussen “ik ben de slachtoffer van collectief bijgeloof” en “ik ben het slachtoffer van de wereld die ik zie”. Beide zijn onwaar.
En moeten we dan een soort “model-martelaars” worden die niet zeuren maar de rit gedwee uitlopen als voorbeeld voor anderen? Is dit de beste manier om onze naasten door ons lijden te bemoedigen? Tja.. Jezus wilde in het Nieuwe Testament een hoopvolle boodschap van genezing brengen. En daarbij liet hij geen spoor van berustende blinden, melaatsen en kreupele mensen achter. Hij liet juichende en gezonde mensen getuigen van de grootheid van God, van de macht van de genezen denkgeest. Het klopt dat lichamelijke genezingen geen doel op zich waren, maar de houding van Jezus verschilt hemelsbreed van die van ons als we menen dat we als dappere martelaars de rit moeten uitzitten. We zijn geen slachtoffer van een onbekend script. Integendeel. We projecteren als verdwaasde Zoon van God een script van ellende om ons een kwetsbaar en afgescheiden zelfje en  slachtoffer te voelen. Dit mag vergeven worden.

Moeten we dan nu toch ECIW gaan misbruiken door het als toverboek in te willen zetten om lichamelijke genezing te bereiken? Nee, genezing betreft de oorzaak, de denkgeest. Een genezen denkgeest heeft geen behoefte meer aan het projecteren van ellende. En moeten we ons dan schuldig voelen als het niet lukt? Nee, natuurlijk niet. Maar laten we niet te weinig vragen en verwachten. Laten we niet uit angst voor fysiek herstel of uit angst voor teleurstelling bij het uitblijven hiervan genoegen nemen met verhaaltjes over een onbekend script of collectieve schuld. Onze liefdevolle Vader wil geen geduldige martelaars maar ontwaakte Kinderen.

“Heer hier ben ik met mijn ziekte en pijn. Ik breng al mijn geloof in persoonlijke schuld én al mijn geloof in slachtofferschap bij U. Het ego beweert dat ik moet kiezen tussen schuld en slachtofferschap. Heilige Geest, corrigeer dit bijgeloof. Ik dank u dat ik mag weten dat ik 100% onschuldig ben én geen slachtoffer van wat dan ook. Ik ben volkomen vrij in Uw Liefde. Daarom open ik me, Vader, voor de genezing van de denkgeest. Ik breng ook mijn geloof in onderscheid tussen denkgeest en lichaam bij U voor genezing. Ik ben bereid mijn geloof in de onmogelijkheid of traagheid van lichamelijk herstel los te laten. Ik open me voor alle manieren waarop Uw Liefde tot mij en door mij zal stromen om Haar genezingskracht te tonen aan mijzelf en aan iedereen. Dank U Heer”.

 

Mogen we lichamelijke genezing verwachten?

Wat hopen we te bereiken met het volgen van ECIW? Hierop zijn veel antwoorden mogelijk maar als we eerlijk zijn speelt gewoonlijk “het bereiken van innerlijke vrede” tenminste een rol. We hebben nu nog de ervaring dat we niet in vrede zijn en dat de Cursus werkelijk behulpzaam kan zijn om vrede te ervaren.  Het hoopvolle van ECIW is dat ze ons leert dat we niet het slachtoffer zijn van de wereld die we zien. Dit is behoorlijk verschillend van wat we zelf gewoonlijk geloven. We kunnen behoorlijk last hebben van zaken waar we niet om gevraagd lijken te hebben. Laat ik eens, tamelijk willekeurig, drie soorten klachten onderscheiden:

  1. Psychische klachten als angst, somberheid, woede, verslaafdheid.
  2. Relationele klachten: ruzies, lastige anderen.
  3. Fysieke klachten: zo heb ik nu helaas last van een frozen shoulder met bijbehorende beperkingen, pijn en ’s nachts vaak wakker worden hierdoor.

Vervolgens gaan we aan de gang met de Cursus. Ik loop de drie categorieën langs voor wat betreft de, in onze opvatting, haalbare effecten:

  1. We geloven dat de Heilige Geest hier wonderen kan verrichten waarbij we verlichting ervaren. Gisteren hadden we een fijne virtuele meeting in een ECIW-Zoom groep waarbij ik blij werd van de getuigenis van enkele deelnemers die succesvol en eensklaps gestopt waren met bijvoorbeeld roken na genezing van de denkbeeldige behoefte in de denkgeest. Toch blijft fysieke genezing soms uit en we vermoeden dan een meer fysieke- dan psychisch oorzaak; bijvoorbeeld een serotonine tekort in de hersenen bij depressies. De psychische klacht valt dan, menen we, deels of vooral in categorie 3: fysieke aandoeningen.
  2. We leren via ECIW dat we dienen te vragen om genezing van onze denkgeest. Wij zien aanvallers, wij menen dat verdediging nodig is en daardoor raakt onze vrede verstoord. Het vergt oefening maar het blijkt inderdaad mogelijk om niet meer van slag te raken door gedrag van mensen waar je eerst wel last van had. Doordat je anders reageert vergroot je de kans dat die anderen zich uiteindelijk ook anders gaan gedragen, maar zekerheid hierover heb je niet.
  3. Tenslotte zien we een aantal ziekten en klachten die we vooral lichamelijk noemen. Denk aan een gebroken been, aan artrose of aan invaliditeit door een ongeluk. We voelen wel aan dat de scheiding tussen 1 en 3 niet hard is. Misschien heb ik nu wel een frozen shoulder omdat ik ten onrechte meen dat ik zelf overal de schouders onder moet zetten, dus een zelf-gerichte duale vergissing. Wat verwachten we hier aan heilzame effecten van de Cursus? Eigenlijk vooral een steun in de rug om de ellende te kunnen accepteren en zodoende misschien wel pijn te hebben maar niet langer te lijden.

Deze laatste doelstelling, komen tot acceptatie en daardoor tot innerlijke vrede, is een doelstelling die we ook horen bij niet-ECIW  leraren van de non-duale visie. We worden uitgenodigd om het gevecht te staken het fenomeen (nare emotie, pijn) er te laten zijn, er bij stil te staan, er in af te dalen, er aandacht aan te geven, er naar toe te ademen enzovoorts. Het effect hiervan is dat oordelen en vechten afnemen en dat we hierdoor wat minder het gevoel krijgen dat we een afgescheiden zelf zijn. Dit biedt inderdaad een zekere innerlijke rust. Toch ervaar ik zelf dat juist afleiding, mijn aandacht ergens anders op richten, mijn bewustzijn van de klacht ook vermindert. Zo ben ik me nauwelijks bewust van de last van mijn schouder als ik aandachtig zit te typen. Niet zelden merk ik dat aandacht juist een soort voedsel lijkt voor een probleem. Een mooie boeddhistische vraag luidt: “maakt een boom die omvalt in een verlaten bos eigenlijk wel geluid?”. Oftewel; als er geen oor is om te luisteren dan is er ook geen gewaar zijn van geluid. Vertaald naar ons voorbeeld: als ik m’n aandacht richt op typen dan is er geen gewaar zijn van pijn.

ECIW gaat echter verder dan het oordeel-loos laten verschijnen van emoties en pijn in bewustzijn. Jezus geeft ons in de Cursus een inkijkje in het ontstaan van de ellende. Hij stelt dat we alle ellende projecteren met als doel om ons een afgescheiden zelf te voelen. Hij maakt helemaal geen onderscheid tussen psychische klachten, nare mensen of fysieke klachten. Wij willen het spel van afscheiding spelen en projecteren daartoe een wereld vol bedreigingen waar we slachtoffer van zouden zijn.

Andere non-duale visies (en veel ECIW-studenten) beperken zich dus, voor zover ik weet, tot het veranderen van de perceptie middels acceptatie en vergeving. Het hoogst haalbare is dat het geloof in iemand die lijdt vermindert of verdwijnt maar dat hiermee de oorzaak van de ellende (nare emotie, gebrek, nare omstandigheid) niet hoeft te veranderen. ECIW gaat veel verder. Wij hebben de ellende juist vanuit de denkgeest geprojecteerd met als doel om ons slachtoffer te voelen. Dus bij werkelijke genezing van de denkgeest stoppen we met dit projecteren en als zodoende de oorzaak wegvalt zal het effect (de ellende) ook veranderen. Dus mijn pijnlijke schouder is geen oorzaak van ellende die ik ervaar maar ik projecteer die schouder om me slachtoffer (afgescheiden zelf) te kunnen voelen. Dit wordt ook wel uitgelegd middels zonde-schuld-straf terminologie. Dan geldt dat ik mezelf straf met pijn vanwege mijn geloof in een succesvolle afscheiding van God waarvoor ik straf zou verdienen. En als ik mezelf straf dan kan ik daar ook onmiddellijk mee ophouden. De ellende heeft dus niks met een echte en oncontroleerbare buitenwereld te maken maar ze is slechts het gevolg van mijn eigen bijgeloof.

Maar ECIW-leraren zijn erg terughoudend om te spreken over spectaculaire lichamelijke wonderen in de droomwereld. Dit is deels begrijpelijk. Als wij geloven dat een gezond en klachtenvrij lichaam ons echte doel zou zijn dan misbruiken we de Cursus om dit foute doel echter te maken. Het echte doel is immers om te ontdekken dat we geen lichaam zijn en dat dit lichaam niet meer is dan een communicatiemiddel. Het is echter ook niet nodig om dit communicatiemiddel te misbruiken om onszelf te straffen voor vermeende zonde. Hoe zou Jezus hier zelf in staan? Lees het Nieuwe Testament er maar eens op na. Wij hebben de Bijbelse fysieke wonderen (genezingen, wonderbaarlijke spijziging, spelen met natuurkrachten als wind en water, opwekken van dode lichamen) afgedaan als special effects waar het niet om gaat. Het gaat tenslotte om genezing van de denkgeest, toch?  Nouk Sanchez (in “The End of Death” / Het Einde van de Dood) heeft het over onze eenzijdige focus op genezing van de denkgeest. Het klopt, hier dient de focus geplaatst te worden maar genezing van de denkgeest mag heerlijk ondersteund worden door wonderbaarlijke effecten in het fysieke domein. Deze zijn geen doel maar ondersteunen ons op onze leerweg waarbij we juist leren dat alles draait om de correctie van ons geloof in afgescheidenheid en om het accepteren van de verzoening opdat onze denkgeest genezen mag worden.

Hoe ga ik hier nu mee om? Het is, voor mij, balanceren op het scherpst van de snede. Natuurlijk wil ik van die pijnlijke schouder af maar ik besef dat ik geloof in dit fenomeen met als doel om mezelf te bestendigen in mijn geloof in kwetsbare lichamelijkheid. Dit bijgeloof breng ik naar de liefde. “Heer ik wil me openen voor de genezing van mijn denkeest”. Toch breid ik dit geloof nu verder uit door ook mijn verwachting dat het allemaal traag zal gaan verlopen ter vergeving naar de Liefde te brengen. “Heer, ik geloof in de macht van het lichaam, in traagheid van lichamelijke genezing en daarmee in slachtofferschap. Ik ben bereid om ook dit bijgeloof te laten genezen en me te openen voor de macht en kracht van liefde. Heer genees mijn denkgeest en corrigeer mijn projectie van een ziek lichaam dat langzaam geneest”.

Samenvattend:

  • Zijn wonderen spectaculaire lichamelijke genezingen en moeten we deze nastreven? Nee, het wonder betreft primair de genezing van de denkgeest die gelooft in afscheiding, zonde, schuld en straf.
  • Is het vanzelfsprekend dat “de ellende” blijft voortduren? Nee, als de oorzaak geneest (geloof in afscheiding) hoeven we niet bang te zijn voor gevolgen in de fysieke wereld. Deze effecten in de droom bevestigen juist wat Jezus ons probeert te leren: de wereld die we zien is een projectie vanuit de denkgeest.

Bereidwillig?

Wij doen graag ons best. Zo ook met de Cursus. Vooral als we ons erg ongelukkig voelen, schakelen we nog een tandje bij. We moeten en zullen die fel begeerde innerlijke vrede bereiken. Ogenschijnlijk gooien de Werkboeklessen van gisteren en vandaag dan ook nog eens olie op het vuur van onze begeerte.

WB 20: Ik ben vastbesloten te zien.

WB 21: Ik ben vastbesloten de dingen anders te zien.

Jezus begint ook voor wat betreft de denkgeesttraining zelf wat meer van ons te vragen. Hij nodigt ons uit om twee maal per uur te denken aan de les van de dag. Hij weet als geen ander dat we behoorlijk vastgeroest zijn in ons gebruikelijke denkpatroon. We dromen een diepe droom van afgescheidenheid.

Mijn lieve partner is niet echt een ochtendmens. Als ze voor haar werk eens vroeger dan gewoonlijk op pad moet dan zet ze twee wekkers in de herhaalstand en word ik ook ingeschakeld om haar wakker te krijgen. Als ik met m’n hand door haar krullen strijk en vraag of ze wakker wordt krijg ik een soort “jahummmhrrrrmm” te horen. Dat is echter het enige teken van leven en ze keert zich nog eens om en knort verder. Zowel de wekkers als ik hebben herhaling nodig om haar te helpen om wakker te worden. Ik rust hierbij niet totdat ik zoiets hoor als “jaha, ik ben wakker”.

Jezus is in werkboeklessen 20 en 21 onze herhaalwekker. Hij weet dat we heel makkelijk “ja, dat is prima hoor” tegen hem zeggen en vervolgens doorslapen. Hij weet dat we dikwijls niet naar hem zullen luisteren maar hij wordt niet boos of ongeduldig. Hij glimlacht en geeft ons gelukkig nog 340 lessen voor de rest van het jaar. Vergt het dan zo’n inspanning van ons om de Cursus te doen? Hierbij moeten we zorgvuldig kijken naar het verschil tussen bereidwilligheid en inspanning. Jezus legt het ons helder uit in het Tekstboek:

T 2:VI-6: Het is mogelijk een toestand te bereiken waarin je jouw denkgeest zonder bewuste inspanning onder mijn leiding plaatst, maar dit veronderstelt een bereidwilligheid die jij nu nog niet ontwikkeld hebt. De Heilige Geest kan niet méér vragen dan jij bereid bent te doen. De kracht daartoe komt voort uit jouw onverdeelde beslissing. Er is geen spanning in het doen van Gods Wil zodra je inziet dat die ook de jouwe is. De les hier is heel eenvoudig, maar wordt bijzonder makkelijk over het hoofd gezien. Ik zal het daarom herhalen, waarbij ik je dringend verzoek te luisteren. Alleen je denkgeest kan angst produceren. Dit gebeurt telkens wanneer hij in conflict verkeert over wat hij wil, hetgeen onvermijdelijk spanning veroorzaakt omdat willen en doen met elkaar botsen. Dit kan alleen worden gecorrigeerd door het aanvaarden van een eenduidig doel.

 Jezus stelt dat Hij bereid is onze denkgeest te leiden waarbij er geen bewuste inspanning van ons gevraagd wordt. Wij weten immers helemaal niet wat we zouden moeten doen om onze denkgeest te corrigeren. Wat moet ons doel zijn? Wat moeten we nastreven? Wij identificeren ons vooralsnog met ons droomlichaam en onze wensen en doelen zijn gebaseerd op deze identificatie. Jezus ziet ons als de Christus, als Zichzelf, en wil ons helpen om deze visie met Hem te delen. Hier kunnen wij ons nu nog weinig bij voorstellen.

De werkboekoefeningen van gisteren en vandaan zijn wake-up calls waarvan Jezus in het Tekstboek zegt dat hij ons “dringend verzoekt om te luisteren”. Kijk eens goed naar de Werkboeklessen. Merk op dat we niet vragen om iets specifieks te mogen zien. Wij zien aanval, bedreiging en een wereld vol narigheid. Wat moeten we hiervan denken, wat kunnen we hieraan doen? We hebben geen idee. Maar we worden opgeroepen om ons in te spannen om onze beperkte blik op onze wereld en op onszelf te laten corrigeren. We mogen onze bereidwilligheid ontwikkelen en ons best doen om vele keren op een dag tegen Jezus te zeggen:

“Heer ik snap er weinig van en ik zie zo veel problemen. Ik weet dat mijn waarnemen en denken verstoord is, dat heeft u in de eerste 19 werkboeklessen duidelijk gemaakt. Nu wil ik me tot U wenden. Kijk door mijn ogen, verleen me uw visie. Ik wil geen betekenis toekennen aan wat ik meen te zien maar mijn blik en mijn denken aan U geven. Ik ben vastbesloten de dingen anders te zien”.

En zo stellen we ons vertrouwen op Hem, op zijn- en onze liefdeskracht. Hij popelt om zijn liefdevolle blik met ons te delen. Hij kan niet wachten om zijn heelheid van zien, zijn visie met ons te delen opdat we slechts Gods schepping zien, broeders en zusters met wie we in wonderlijke eenheid verbonden zijn.

Heer, genees mij denkgeest; leer me kijken met de ogen van liefde.