Is “A Course of Love” in strijd met ACIM?

Als ik iets schrijf over A Course of Love (ACOL) volgt er steevast een reactie van een medestudent die zelf het boek niet gelezen heeft maar verwijst naar de mening van Bob Rosenthal, een directielid van The Foundation of Inner Peace (FiP), of naar Gary Renard die overigens ACOL zelf ook niet gelezen heeft maar de mening van Bob kopieert.  Bob valt vooral over termen als “The elevated form of Self” en “The Christ in you is wholly human and wholly divine”. Op grond hiervan verwijt hij ACOL een dualistische visie en ziet hij een tegenspraak met A Course in Miracles (ACIM)). Zijn kritiek verrast me niet. De FiP propageert een eenzijdige interpretatie van ACIM. In deze interpretatie wordt vooral aandacht besteed aan de ontkenning van elke vorm van differentiatie. Dit is terecht voor zover het ons geloof in de echtheid van grenzen betreft en het is inderdaad een belangrijk doel van ACIM om dit geloof te vergeven. Vertegenwoordigers van FiP blijven soms hangen in deze ontkennende fase. Ze noemen anderen en de wereld een illusie, de HG een tijdelijke herinnering aan het Goddelijke en het helpen van anderen een gevaarlijke misvatting. Verstandelijk gezien is dit begrijpelijk; er zijn immers geen van ons afgescheiden anderen of een van ons afgescheiden HG etc. Het is echter een halve waarheid.

De eenzijdigheid van deze verstandelijke visie is gecorrigeerd door die andere grote vereniging, The Circle of Atonement (CoA). Deze groep publiceerde de volledige, ongecensureerde versie van ACIM, dus inclusief de “duale” tekstdelen die “niet pasten” in de visie van FiP. Vanuit FiP werden de uitingen van de CoA dan ook flink tegengewerkt. Auteurs van CoA laten zien dat de Schepping een mysterie is. Dat er sprake is van meervoud (Broeders) en van de HG als eeuwige schepping van God en van God als onze Vader. CoA maakt de illusie van een afgescheiden lichaam of een afgescheiden wereld niet echt maar trapt niet in de uiterst duale valkuil om afstand te willen nemen van het mysterie van “in onbegrijpelijke eenheid verbonden schepselen”. Wij kunnen het met ons verstand niet begrijpen dat er sprake kan zijn van schepselen, entiteiten, broeders, een wereld, vormen, het aanbieden van wonderen, Vader en Kinderen enzovoort en dit alles in eenheid.

Vanuit dit onbegrip wordt door FiP-auteurs iedere verwijzing naar het mysterie van schepping afgedaan als een voorlopige waarheid. Jezus gaat zogenaamd voor ons op zijn geestelijke hurken zitten totdat wij zover zijn om de abstracte, platte versie van de eenheid te accepteren en op te gaan in die deze ongedifferentieerde eenheid. Dit geloof leidt helaas snel tot zelfgerichtheid, focus op innerlijke vrede, ontkenning van lichaam en wereld, weigering uiting te geven aan liefde in de illusoire wereld etc. CoA heeft gelukkig de complete versie van ACIM gepubliceerd en de verstandelijke ontsporing van FiP-auteurs aan de hand van ACIM helder weerlegd (zie: One Course, Two Visions).

In ACOL grijpt Jezus zelf in om onze mentale omgang met ACIM te corrigeren. Hij nodigt ons uit om ons hart te openen voor de Liefde en om daarna deze Liefde door ons heen te laten stromen opdat ze tot expressie kan komen, zelfs in deze fysieke wereld. Vanuit FiP wordt uit monde van Bob hierop natuurlijk op allergische wijze gereageerd. “Het Goddelijke kan zich op geen enkele wijze verbinden met de droomwereld!’ Er is dus weer geen oog voor dat mysterie. Ons blauwe boek is zelf een uiting in de vorm, bedoeld om ons te helpen maar het maakt hiermee de illusie niet tot waarheid. Liefde is gelukkig niet zo bang voor onze wereld van vormen als FiP-aanhangers. Liefde komt vrijelijk tot expressie en schrikt er niet voor terug om een heerlijke nieuwe betekenis te geven aan op zich neutrale vormen die wij misbruikt hebben om ons geloof in afgescheidenheid te bestendigen.

In ACOL probeert Jezus woorden te vinden voor het mysterie, voor dat wat niet met woorden gezegd kan worden. Daar ben ik hem dankbaar voor. Scheppen is “in relatie staan met”. Het mysterie van de schepping, eenheid in verscheidenheid, weerspiegelt zich in relaties. Dit is niks nieuws, denk aan het mysterie van de Heilige Relatie in ACIM; relatie suggereert meervoud en heilig suggereert enkelvoud. Onbegrijpelijk maar waar. Ik ben Jezus dankbaar voor zijn bereidheid om onze mentale blokkades te omzeilen en voor zijn uitnodiging om, al lezende in ACOL, ons met hem te verbinden in zo’n heilige relatie. Hierin mogen we zelf ontdekken dat “The Christ in us is wholly human and wholly devine”. Ik zie ACOL niet als een duale knieval voor beginners maar als correctie voor mentaal gefixeerde ACIM-studenten. Het brengt ons terug naar het mysterie dat makkelijk verstaan wordt door ons hart maar onbegrijpelijk blijft voor ons verstand.

Ik voorzie dat dit schrijven kan leiden tot reacties van ACIM-studenten. Daarom wil ik me nu al verontschuldigen voor de wat ongenuanceerde wijze waarop ik FiP hier neerzet. De uitingen van FiP waren en zijn hard nodig om ons klassiek christelijk geloof te corrigeren. En de Heilige Geest gebruikt ook ons dierbare blauwe boek om mensen te bereiken en te inspireren met liefde. Als we ACIM niet langer selectief lezen maar integraal tot ons nemen dan volgt, na de verstandelijke ontkenning van de illusie en na het openen van ons hart, de inspiratie door de liefde. En deze liefde drukt zich op talloze manieren liefdevol uit in onze wereld. Daar ben ik dankbaar voor. Dus, lieve lezers, ontzeg jezelf ook niet het lezen van ACOL op basis van de mening van zogenaamde ACIM-autoriteiten. Lees, desgewenst, het boek zelf en ontmoet Jezus hierin.

Opmerking: Het is niet m’n bedoeling iemand te overtuigen van de waarde van ACOL. Dit schrijven is bedoeld om vermeende blokkades op te ruimen. Ik ga dolgraag in gesprek met mensen die ACOL aan het lezen zijn maar acht het niet zinvol om nog uitgebreider te reageren op broeders en zusters die een mening hebben gevormd over ACOL aan de hand van uit het verband gehaald citaten of meningen van anderen.

Hartegroet,

Simon

Ik snap ECIW wel zo’n beetje, maar wat nu?

Waar staan we nu na onze jarenlange studie van Een Cursus in Wonderen? We hebben gelezen dat we een fysieke wereld hebben gemaakt als aanval op God. Kennelijk is alles wat we zien onecht en geloven wij slechts dat het onze realiteit vormt. Om dit te corrigeren moeten we opnieuw kiezen. Wie is het die opnieuw kan kiezen? We horen Cursus-leraren spreken over een keuzemaker. Deze keuzemaker kan klaarblijkelijk kiezen om hetzij naar het ego te luisteren hetzij naar de Heilige Geest. Steeds klinkt de oproep om naar de HG te luisteren en daarmee onze projecties te vergeven. Hier gaan we hard mee aan de slag. Ergens beseffen we dat we moeten oppassen om te spreken van een “doel”, dat is immers weer zo snel een duale dwaling. Maar waar draait het dan om? Met enige afgunst horen we soms verslagen van medestudenten die een lichaam-overstijgende ervaring hebben gehad. ECIW spreekt van een openbaring en legt uit dat deze ervaring persoonlijk is maar toch ook weer niet. Dit willen we ook, dus gaan we door op het pad van opnieuw kiezen, opnieuw kiezen om de ellende die we zien niet te geloven.

ECIW biedt meer dan wat wij er als zwoegende studentjes mee doen. Is het de bedoeling dat we een eeuwige student blijven? We kunnen somber worden omdat alles wat we zien zo nep is, omdat er hier op deze illusoire en vijandige wereld voor ons schijnbaar niets anders te doen valt dan te voorkomen dat we de boel hier te serieus gaan nemen. En vooral volhouden, studeren en van leraar naar leraar gaan.  We kunnen het, toch even uitgedrukt in termen van tijd, op deze manier lang volhouden. We ploeteren verder, 10, 20, 30 jaren lang op weg naar een doel dat we niet kennen maar waarvan we in elk geval zeker weten het nog niet te hebben bereikt. Herken je wat ik hier beschrijf?  Zie het niet als kritiek op ECIW, want dat is het niet. Ik probeer de manier te beschrijven hoe wij met dit mooie boek om kunnen gaan en ons na jaren van studie en oefenen mismoedig kunnen afvragen wanneer “het” nu eindelijk eens voor ons mag gebeuren.

Gewoonlijk is het gelukkig niet zo zwart-wit en merken we wel degelijk een verlichting van onze dagelijkse sores. Maar er is wel een soort waakzaamheid voor nodig om niet te blijven hangen in een soort mentaal-zwoeg-stadium. ECIW is een complete leergang en toch kunnen wij er gek genoeg voor kiezen om er een wat lang, dor en verstandelijk pad van te maken, hopende op een ultieme openbaring . Hoe valt dit te voorkomen? Door ons hardwerkende verstand wat rust te gunnen en ons hart te openen. Wat bedoel ik hiermee? De ongezouten taal die Jezus in ECIW hanteert is bedoeld om ons duaal geloof in een afgescheiden wereld en van ons afgescheiden anderen te corrigeren. Dit was nodig.  Het heeft ons losgeweekt van ons geloof in dualiteit en dat is oké. Maar na het snoeien van foute concepten, na het verwijderen van het onkruid wordt het nu tijd voor de bloei. De grond is schoon en vruchtbaar, het zaad is geplant maar we kunnen de mooie bloem die latent in het zaad aanwezig is niet de grond uit denken.

Het vergeven, zoals we dat geleerd hebben in ECIW, is meer dan een verstandelijke ontkenning van wereld en anderen. We mogen, na het loslaten van ons geloof in belemmerende concepten, leren te zwijgen en omhoog te kijken. Erop vertrouwen dat de zon zal schijnen en dat er weldadige regen zal vallen opdat ons zaad ontkiemt. Wie is die vreemde keuze-maker? Dat is niemand anders dan de Zoon van God, de Christus in ons. En wat is zijn doel? Zijn doel is niet om als zaadje weer zo snel mogelijk te verdwijnen in het niets. Het doel van het Zaad is om zich te laten zegenen door zon en water en zich open te laten bloeien in een prachtige bloem. In ons geval: een prachtig God-mens. Hoe gaat dit? Is dit dan geen duale dwaling? Hoe kan ik dit dan leren? Moet ik nog iets leren?

Jezus kent al deze vragen en stelt ze aan de orde in Een Cursus van Liefde (A Course of Love). Momenteel mag ik een heerlijke functie vervullen in het meehelpen om een vertaling van dit mooie boek naar het Nederlands te maken. (Alleen het eerste van de drie delen was al vertaald, maar er wordt dus gewerkt aan een vertaling van het integrale, driedelige boek). Ook nu ervaar ik dat Een Cursus van Liefde net zomin een “page-turner” is als ECIW. Het is geen quick fix noch een correctie van ECIW. Het is een reactie vanuit Liefde op onze neiging om te kiezen voor een te verstandelijke, droge visie. We worden aangemoedigd om niet alleen ons verstand te laten genezen van foute concepten, maar om ook ons hart te openen en te laten genezen van bitterheid. We worden gevraagd om te gaan leven vanuit verbondenheid van hoofd en hart. Vanuit heelheid van hart. Dit mag leiden tot een geïnspireerd en vreugdevol leven. We mogen leren te bloeien. Of, beter gezegd: we mogen ontdekken dat er aan bloeien niets te leren valt maar dat we als Christus-mens, als Zoon van God, de spontane respons op liefde mogen vormen. Wat een vreugde!

Als een bloem in de Schepping

Als ik iets helder meen te zien dan vind ik het fijn als een ander instemt met mijn zienswijze. Je kunt hier een negatief etiket opplakken door te zeggen dat ik altijd, of in ieder geval, graag gelijk wil krijgen. Er zit echter ook een andere kant aan, namelijk de oprechte behoefte iemand te willen helpen. Zolang anderen instemmen met mijn zienswijze ben ik tevreden maar leer ik weinig tot niets. Het wordt interessanter als de ander het juist niet met me eens is. Wat gebeurt er dan?

In het meest simpele geval wordt het vanzelf duidelijk “wie er gelijk heeft”. Als ik zeg dat je linksom moet draaien om een dop van een fles te krijgen en de ander weet zeker dat het rechtsom zal lukken dan zal het meningsverschil snel de wereld uit geholpen zijn door het ons allebei te laten proberen. Anders gezegd; het gevolg van de vergissing zal snel duidelijk worden want de verkeerde aanpak werkt niet. Gewoonlijk is het echter niet zo simpel. Denk aan de huidige opvattingen over de manier waarop het Corona virus zich verspreidt en over de vraag wat de beste maatregelen zijn om dit te voorkomen. Wie op Facebook met me bevriend is zal hebben opgemerkt dat deze kwestie me hoog zit. Wil ik hierin vooral gelijk hebben? Het willen strelen van m’n hoogopgeleide wetenschappelijke ego zal een rol spelen maar toch is mijn voornaamste missie om het angstniveau van mijn broeders en zusters te verlagen en om tegengas te geven tegen onnodige, vervelende, verkeerde en schadelijke maatregelen. Wat gebeurt er in dit voorbeeld als er niets verandert aan de huidige koers van de beleidsmakers? Ik vrees dat mensen onnodig bang zijn en dat er onnodig meer slachtoffers zullen vallen omdat er te weinig aandacht bestaat voor ventilatie (begint nu eindelijk wat te veranderen) en dat er onnodige economische en daarmee persoonlijke schade zal worden geleden.

Nu een voorbeeld dat voor mij nog dichterbij komt. Mijn jongste dochter begon vorig jaar als student en ging op kamers. Wat komt er in deze fase toch veel in één keer op het bordje van een toen nog 17-jarige. Ze kreeg wat problemen met de verhuurder van haar kamer, haalde te weinig studiepunten en kreeg het extra lastig toen er vanwege het Corona-gebeuren vanuit huis gestudeerd moest gaan worden. Een paar weken geleden logeerde ze bij ons. Ik vind het heerlijk om haar weer te zien en om me heen te hebben. Ik maak me echter bezorgd over haar wat matte stemming en bleke gezichtje. Hertentamens deed ze niet want er zouden dit jaar wat mildere criteria gehanteerd worden.  Ik merkte dat haar hele levensritme overhoop lag. Gamen tot zeer diep in de nacht, ongezond en veel te weinig eten, de hele dag binnen hangen en weinig bewegen. Ik wil dan niet de directieve, corrigerende zeurpiet uithangen maar probeer toch met fluwelen handschoentjes iets te vertellen over het belang van goede nachtrust, gezond eten en beweging. Het antwoord luidt steevast: “weet ik” en vervolgens blijft alles zoals het was.

Als laatste voorbeeld het levensbeschouwelijke gebied. Toen ik me jaren geleden bevrijdde van het negatieve klassiek Christelijke godsbeeld van een wraaklustige God wilde ik mijn opluchting delen met mensen die, in mijn ogen, nog vasthielden aan deze nare theologie. Zij zaten hier echter niet op te wachten, keken argwanend naar ECIW  en dit verbaasde me. Laatste jaren ageer ik tegen een, in mijn ogen, te verstandelijke en daardoor duale interpretatie van ECIW. Ik merk wederom een soort bevrijding die vanuit de visie van The Foundation of Inner Peace via de visie van The Circle of Atonement naar de visie van A Course of Love loopt. Ook hier ervaar ik een soort ongeduld (“Zie toch gewoon hoe kloppend, fijn, bevrijdend, gezond etc dit nieuwe inzicht is!”) en bewogenheid als, wederom in mijn optiek, mensen de mist in dreigen te gaan door vast te houden aan het oude.

Deze overtuigingsdrang-redding-neiging is een soort ingeroest patroon maar toch komt er steeds meer ruimte voor zuivering en genezing. Aanhangers van de verstandelijke-ECIW-visie roepen soms dat er geen anderen zijn, dat ik slechts mijn angsten op denkbeeldige anderen projecteer en dat er ook niemand buiten mij is om te helpen. Dit klopt, er is metafysisch gezien geen spel tussen te krijgen maar de kans is levensgroot dat er een soort liefdeloze, zelfgerichte houding overblijft met een preoccupatie op eigen innerlijke vrede. Het waarlijk behulpzaam zijn, waar Bijbel/ECIW/ECvL etc over gaan, is minder abstract, warmer en liefdevoller dan dit.

Het is volkomen oké om bewogen te raken door de angst van Corona-vrezers, de levenswijze van mijn dochter en de droge theoretische benadering van ECIW door sommigen. Ik leef in relatie met al mijn broeders en zusters. Een Cursus van Liefde gaat nog verder: ik leef als de relatie van het Zelf en Gods Schepping. Mijn lichaam mag communicatiekanaal zijn van en voor liefde richting allen en zich uitdrukken via mijn lichaam, mijn woorden, mijn schrijven in deze wereld. De Bijbel zegt het zo mooi: je zet de lamp niet onder de korenmaat. Dit neemt niet weg dat er nog vergevingswerk te doen is voor mij. Mijn angsten voor schade voor mezelf, mijn dochter en voor al mijn broeders en zusters mogen naar de liefde gebracht worden om opgelost te worden. Mijn neiging om goedkeuring te oogsten is een symptoom van verlangen naar een speciale liefdesrelatie, een poging om liefde te ervaren door instemming en mogelijk zelfs bewondering van en door anderen. Dit is gevangenschap en mag vergeven worden. Maar het kindje van de liefdevolle communicatie en expressie hoeft niet met het badwater van angst en trots weggespoeld te worden. Er mag sprake zijn van zuivering en van genezing. Stromende en zich uitdrukkende Liefde is hierbij zowel middel als doel. Zo mag ik leven en zuiver worden, opengaan als een bloem in de schepping, door en voor de Liefde.

ECIW: vol van Liefde!

In ECIW corrigeert Jezus de diep ingesleten klassieke opvattingen over God, de Schepping en onze medemensen. Er waren talloze boeken geschreven waarin theologen hun uiterste best deden om een sluitend verhaal te bedenken met daarin plaats voor een almachtige God die zowel erg liefdevol moest zijn alsook de opperrechter die de zondige mensen zou beoordelen en straffen. God had eerst een paradijs gemaakt waarin alles oké was maar Adam en Eva rebelleerden tegen God en verdienden nu straf. Ze voelden zich niet alleen schuldig maar waren dit ook volgens de klassiek christelijke theologie. In het Oude Testament kregen ze wetten die ze moesten volgen om er het beste van te maken en ze konden het weer een beetje goed maken met God middels dieroffers. Uiteindelijk bleken deze dieroffers toch niet voldoende en zou Jezus het ultieme offerlam zijn die onze echte zonden op zich nam en voor ons de doodstraf aan het kruis onderging. Als we dit verhaal geloven en aanvaarden dat Jezus onze straf droeg dan is God niet boos meer op ons en mogen we na onze fysieke dood naar de Hemel.

Als ik het zo samenvat klinkt het heel raar maar, vergis je niet, dit Godsbeeld zit diep ingesleten in ons westerse denken. Het verhaal wringt aan alle kanten. God geeft ons zelf onze vrije wil en is dan boos als we deze gebruiken. Vervolgens ondergaat hij een karakterbreuk en wordt wraaklustig. Zelfs wij, als aardse ouders, kunnen onze kinderen vergeven als ze iets fout doen maar God zou dat niet kunnen en moet per se straffen. De straf moet gedragen worden, hetzij door dieren of door de enige mens die onschuldig was; Jezus. En als je dit “goede nieuws” erg onwaarschijnlijk vindt en niet kunt geloven? Dan ben je reddeloze verloren en zul je eindeloos tandenknarsen in de hel. Afzender: je liefhebbende vader. Gelukkig is ondertussen deze boodschap in wat meer vrijgemaakte christelijke gemeenten al wat verwaterd en kwam het accent te liggen op de liefde van God en op het beoefenen van naastenliefde. christelijk geloof en humanisme groeiden enigszins naar elkaar toe.

Jezus corrigeert in ECIW de karikatuur die zijn volgelingen gemaakt hebben van God en Zijn Schepping. Dankzij ECIW weten we nu dat God één en al Liefde is en dat Zijn Scheppingen en Zijn Kinderen perfect zijn. Er is geen sprake van mensen die de macht zouden hebben om iets substantieels te doen tegen de Wil van hun Vader in en daarmee echt zondig te worden en echt straf te verdienen. Ze hebben wel de macht om te kiezen, om een keuze te maken om hun eigen rare gedachte van afscheiding te geloven, maar deze vergissing veroorzaakt geen schuld, geen noodzaak tot straf en geen dood. Het veroorzaakt wél schuldgevoel, angst en geloof in dood en straf.

ECIW is buitengewoon goed nieuws voor ons. De deur naar de Vader is nooit gesloten geweest. We zijn thuis bij Hem en dromen van ballingschap. In het verhaal van de verloren Zoon zien we de Vader zoals God is. Hij heet zijn zoon van harte welkom, eist geen straf of boete maar sluit hem in de armen. ECIW legt uit dat wij als Zonen van God slechts dromen over grenzen; grenzen in tijd en in ruimte. Jezus vertelt ons dat we geen sterfelijke lichamen zijn maar Kinderen van de Liefde. Hoe kunnen we ons dat herinneren? Door niet langer te geloven in beelden van een boze vader, een echte gevaarlijke wereld en andere mensen tegen wie we ons moeten verdedigen of waar we afhankelijk van zouden zijn.

Voor zover als mogelijk is met woorden schetst Jezus in ECIW de “eigenschappen” van Gods Schepping. Liefde die Zich uitbreidt, Kinderen van de Vader, Broeders van elkaar. Om onze wonderlijke verbondenheid met de Vader en met elkaar enigszins duidelijk te maken spreekt Jezus over “eenheid”. De non-duale visie is een heerlijk hulpmiddel om elk geloof in grenzen te vergeven. Net als in de Bijbel leren we om niet te oordelen en te veroordelen. Dit zijn DE instrumenten die we zo graag hanteren om onze illusie van afscheiding echt te maken. Het woord “eenheid” komt zo’n 150x voor in ECIW. Het is een zuiverend woord voor ons verstand maar niet meer dan dat. Weet je hoe vaak het woord Liefde voorkomt in ECIW? Zo’n 1300 keer! Verder gebruikt Jezus ongeveer 700x woorden die met “Scheppen” te maken hebben.

ECIW is een non-duale “weg” die zich bedient van ware ontkenning. Ontkenning van de door ons gefabriceerde beelden van een wraaklustige God en vijandige medemensen. Ontkenning van grenzen, anders gezegd. Het is echter niet de bedoeling dat we ons afgescheiden “nee-zeggertjes” blijven voelen. We worden uitgenodigd onze ware aard te herkennen. We zijn uit Liefde voortgekomen, we zijn Liefde en daarmee de ultieme ja-zeggers tegen onze Vader en onze Broeders. Liefde is middel en doel. Door onze naasten te omarmen zoals onze Vader ons omarmt, ervaren we dat we de geliefde zijn en dat liefhebben onze ware aard is. Wat is dit toch een blijde boodschap!

 

Overgave aan Liefde

Helemaal in het begin van ECIW treffen we deze tekst aan:

De cursus beoogt niet de betekenis van liefde te onderwijzen, want dat gaat wat onderwezen kan worden te boven. Hij beoogt echter wel de blokkades weg te nemen voor het bewustzijn van de aanwezigheid van liefde, die je natuurlijk erfgoed is.

De meeste Cursus-studenten kennen deze passage. Het is zo’n one-liner die al snel in ons hoofd blijft zitten en een eigen leven gaat leiden. Graag wil ik de bekende passage uit ECIW daarom wat zorgvuldiger bekijken.

Er staat dat de betekenis van liefde niet te onderwijzen is. En dat klopt natuurlijk. Dat onderwijs is gericht tot ons verstand en met dit instrument proberen we dingen te begrijpen. Liefde kan niet met ons verstand begrepen worden. We kunnen over liefde nadenken maar dat is wat anders dan liefde ervaren. Liefde is een taal die wordt gesproken door ons hart en niet door ons hoofd. Dat staat er ook achter: liefde gaat dat wat onderwezen (en begrepen) kan worden te boven. Waar komt dat verstand van ons dan wel in beeld?

We kunnen wél nadenken over wat we zijn gaan geloven over onszelf. We zijn gaan geloven dat we losstaan van de wereld die we zien en van anderen. Een groot deel van ECIW gaat over het opruimen van dit bijgeloof. De Cursus leert ons wat er gaande is in de grenzeloze eeuwigheid. Er is een rare gedachte van afscheiding en de Zoon van God kiest ervoor om hierin te geloven. Vervolgens lezen we hoe schuld en angst geboren worden. We menen dat we zelfgerichte, kwetsbare en bange wezentjes zijn geworden die hun best moeten doen om weer de veilige thuishaven te bereiken.  ECIW wijst ons denken erop dat dit niet klopt. Bekend voorbeeld hiervan is de Werkboekles waar we ons deze dagen op richten (201 en verder):

Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij. Want ik blijf wie ik ben, zo schiep God mij.

En daarmee bereiken we het laatste deel van de passage waarmee ik begon: liefde heeft ons nooit verlaten want het is ons natuurlijke erfgoed, zo schiep God ons.

En toch moeten we oppassen dat we niet iets essentieels missen. Met onze focus op “ik kan liefde niet leren”, op “ik kan niks doen” en op “ik moet de blokkades onderkennen en ontkennen” kunnen we onbewust zelfgericht blijven. Dit gebeurt als het verstand een eigen leven gaat leiden en het contact met het hart verliest. We menen dan dat het helpen van anderen zo’n blokkade is. Geloof in het belang van behulpzaam zijn, zou ons blokkeren op ons pad naar innerlijke vrede dus roepen we heel snel: “dit zijn slechts mijn projecties die ik moet vergeven” of zelfs “er zijn geen anderen”.  Vervolgens hopen en verwachten we dat deze ontkenning een blokkade zal opruimen zodat we ons herinneren dat we liefde zijn. Er zijn zelfs leraren die ons waarschuwen voor “weldoeners” omdat deze mensen hun projecties niet zouden doorzien en deze echt dreigen te maken door eventuele hulpverlening. Waar missen we hier de boot?

Het is juist dat er geen “anderen” zijn in de zin van Broeders die van ons gescheiden zijn. Het is ook juist dat Kinderen van God in waarheid niet hulpbehoevend en ziek kunnen zijn en zelfs niet kunnen sterven. Maar nadat ons verstand dit ons heeft geleerd aan de hand van ECIW dienen we de hele Cursus toe te passen en ons hart met een “klein beetje bereidwilligheid” te openen voor de Liefde, voor de Stem van de Heilige Geest, voor onze Vader, voor onze Broeder die meent in nood te verkeren. Het “kies opnieuw” is niet slechts het kiezen voor een juiste manier van denken maar een keuze om in te pluggen op de Liefde en bereid te zijn om je denkgeest te laten genezen door deze liefde. We raken zo snel de zachtheid van liefde kwijt.

Vanuit onze onbewuste zelfgerichtheid hebben we er helemaal geen trek in om ons werkelijk diep in ons hart te laten aanraken door liefde. “Overgave” is wezensvreemd aan het ego. Maar als we het avontuur van overgave aan de liefde aandurven dan weten we helemaal niet van tevoren wat we dienen te “doen” als we geconfronteerd worden met onze medereizigers. Eén ding weet ik wel zeker; we schieten niet in de ontkenning maar raken bewogen. We kiezen niet voor afstandelijkheid maar we verzachten en willen omarmen. We willen waarlijk behulpzaam zijn en we merken wel of dit zich op een of andere manier vertaalt in de vorm. Maar dat de liefde zelfs in onze wereld tastbaar wordt, voelbaar en zichtbaar, dat is zeker. De Schepping roep niet om verstandelijke, afstandelijke en tevreden zelfjes maar om kanalen van liefde. Zijn we bereid om onze ware functie te vervullen?

Meervoud of enkelvoud?

Gisteravond hadden we een heerlijke Zoom-avond waarin we lazen uit ECIW Hoofdstuk 4. Jezus spreekt hier in Txt VII over God die wezens heeft geschapen (VII:5). Dit komt 11 keer voor in de Cursus. Scheppingen, ook meervoud, komt 117 keer voor en zonen komt 82 keer voor. Het gebruik van deze meervoudsvorm leidt steevast tot verwarring en in deze verwarring roept er gewoonlijk wel iemand dat het allemaal symbolisch bedoeld is of dat Jezus ons tegemoet komt op het niveau waarop wij ons denken te bevinden.

Maar we hoeven niet uit te leggen wat Jezus “eigenlijk” bedoelt te zeggen. Hij gebruikt precies de woorden die het meest behulpzaam zijn en hij spreekt deze woorden direct tot ons, zijn broeders en zusters. Net zomin als we een dominee nodig hadden om de Bijbel te lezen, zo hebben we ook geen andere boeken nodig die ons uitleggen hoe we ECIW “eigenlijk” moeten begrijpen. Als Jezus een meervoudsvorm gebruikt, niet één keer maar talloze keren, dan doet hij dit omdat hij dit wil.

Onze verwarring ontstaat echter omdat zijn woorden landen in ons verstand en dat dit verstand bepaald wordt door ons geloof in de illusie van afgescheidenheid. Wij zijn gaan geloven in de echtheid van grenzen, in de echtheid van “ik hier en de rest daar”. Dit is ook nog eens een blinde vlek waar ik mee bedoel dat we in ons praten over dergelijke kwesties geen benul hebben van ons foutieve uitgangspunt, ons menselijke verstand. Onze denkwijze is ongeveer als volgt:

“In een non-duale visie is alles één dus als er een meervoudsvorm staat dan klopt dit niet en moet het dus symbolisch zijn. Er kan helemaal geen sprake zijn van een meervoud want dit impliceert het bestaan van grenzen. Er is alleen maar eenheid”

Ik heb dit wel eens het platslaan van de Schepping genoemd tot een soort intellectuele pannenkoek. Als we niet in de gaten hebben dat we ons beperkte verstand op Gods troon hebben gezet, dan slaan we een wat naargeestig pad in. “Symbolisch” wordt dan het sleutelwoord waarmee we ons verstand bevredigen als we roepen dat de Drie-eenheid, Heilige Geest, Jezus, onze Broeders en Gods hele Schepping symbolisch zijn en er eigenlijk alleen maar eenheid is. Deze denkwijze levert een kortstondig intellectueel orgasme op maar daarna zitten we een beetje beteuterd met lege handjes ons af te vragen hoe we nu verder moeten. We lezen weliswaar dat het onze functie is om waarlijk behulpzaam te zijn, maar er is in eenheid toch niemand om te helpen en ook eigenlijk niemand om hulp aan te vragen? Sterker nog; als we dat zouden geloven dat maken we de illusie van meervoudigheid weer echt en dat moeten we toch niet willen?

Terug naar die blinde vlek van ons; ons onvoorwaardelijk geloof in de logica van “als alles één is kan er geen meervoud mogelijk zijn”. Dat klopt helemaal, maar bij het bakken van onze pannenkoek zijn we het mysterie van de Schepping uit het oog verloren. ECIW legt uit dat Liefde (God, de Vader) zich wil uitbreiden. Dit is de aard van Liefde. Liefde geeft Zich totaal weg in Scheppingen, Kinderen, Schepselen, Wezens enzovoorts. Maar ondanks deze meervoudsvorm blijft alles in eenheid met de Bron verbonden en bestaan er geen grenzen en geen aparte Kinderen of losstaande Schepping.

Dus JA, we moeten als we zo’n meervoudsvorm lezen ervoor waken om te gaan denken dat er toch losstaande wezens zouden kunnen bestaan. Maar we hoeven geen of-of keuze te maken met ons verstand maar we mogen kiezen voor de oh-wow reactie van ons hart. Oh wow, ik ben niet alleen maar heb echte Broeders en oh-wow ik ben in eenheid met hen verbonden! Ik mag behulpzaam zijn door liefde te laten stromen naar echte Broeders opdat ze mogen leren dat ze ook Liefde zijn, niet alleen, maar in mysterieuze Liefde verbonden met “andere” Broeders en met de Vader. Hier schiet ons verstand te kort. Er treedt kortsluiting op. Zijn er dan meerdere Zelven? Jawel. Maar zijn deze dan verschillend van elkaar; heeft de één iets wat de ander niet heeft? Nee, elk wezen heeft voor zich alles. Maar juist in het delen van dit “alles” is er diepe vreugde en ontdekken we dat we Liefde zijn. Geniet, met mij, van de volgende alinea en zie hoe Jezus onze vragen en verbazing kent (hoe, wat, voor wie?). Wat snappen we weinig en hoe wonderlijk groot en heerlijk is de Liefde! (TXT 4, VII, 5):

God, die alle zijn omvat, heeft wezens geschapen die elk voor zich alles hebben, maar die dat willen delen om hun vreugde te vergroten. Niets werkelijks kan vergroot worden, behalve door het te delen. Dat is de reden dat God jou geschapen heeft. De Goddelijke Abstractie schept vreugde in het delen. Dat is wat schepping betekent. ‘Hoe’, ‘wat’ en ‘voor wie’ doen niet ter zake, omdat werkelijke schepping alles geeft, aangezien zij alleen kan scheppen als zichzelf. Onthoud dat er in het Koninkrijk geen verschil is tussen hebben en zijn, zoals dat in het bestaan wel het geval is. In de staat van zijn geeft de denkgeest alles altijd.

God, de Vader die Liefde is, wist onze tranen.

Vanuit ons geloof in de echtheid van onze afgescheiden staat zien wij overal grenzen. We geloven dat we als lichaam los staan van de buitenwereld. En we geloven dat ons lichaam sterfelijk is, dus in zijn bestaan begrensd door de tijd. Dit is wat Jezus in ECIW aanduidt met ons geloof in illusies en in een illusoire, ons vijandige wereld.

Wat is de manier om dit bijgeloof te beëindigen? ECIW gebruikt hier verschillende omschrijvingen voor. We mogen ons bijgeloof naar het Licht brengen, gaan kijken met de ogen van Christus, de visie van Christus ontwikkelen. Als we zo in stilte tot het Licht wenden en dit door ons heen laten schijnen dan verdampt ons geloof in afgescheidenheid. Dit is het wonder, dit is vergeving, dit is het accepteren van verlossing voor onszelf.  Vanuit de Liefde zien we dus geen grenzen meer en verdwijnt de illusoire wereld van pijn, verdriet en eindigheid. Er is nog een manier om dit uit te drukken: Liefde ziet geen illusies.

Nog wat anders gezegd: God (Liefde) weet niets van onze wereld. Deze laatste formulering vind ik minder gelukkig gekozen. Niet omdat ze niet waar is bezien in het licht van wat ik zojuist schreef. Het ongelukkige van de formulering “God weet niets van deze wereld” zit hem in het feit dat wij als lezers van deze uitspraak deze gaan onbewust interpreteren vanuit ons geloof in afgescheidenheid. Dit is wat gebeurt:

  1. (Onbewust): ik geloof dat ik een afgescheiden, op mezelf staand wezentje ben
  2. (Onbewust): dus is God dat ook
  3. God, als aparte entiteit, weet niets van mij, als aparte entiteit.

Dit resulteert in een gevoel van eenzaamheid, verlatenheid en terechte verbazing. “Hoe zou God zo afstandelijk en liefdeloos kunnen zijn?” wordt onze terechte noodkreet. Vervolgens horen we Cursus-leraren zeggen dat “als God iets zou afweten van onze droomwereld dan zou Hij deze echt maken”. Wat wordt dit na deze ontsporing toch een pijnlijke en hardnekkige mantra. Immers; de enige weg uit ons bijgeloof is ons te wenden tot de Liefde, tot God, tot onze Vader. Doordat we over Hem nu gaan denken als losse entiteit (een vergissing) roepen we iets wat liefdeloos is: we personifiëren deze Liefde en zien deze vervolgens als niet-betrokken en afstandelijk, als harteloos.  Zie je het? Zie je dat ook het weerwoord “God weet wél iets van onze eenzame staat” weliswaar minder harteloos voelt maar ook gebaseerd is op het beeld van een lieve man op een wolk in de hemel?

Helaas hebben we onze blinde vlek niet in de gaten. Dus blijven Cursus-leraren hun mantra herhalen: God weet niets van onze ellende. Wees hier toch wat genuanceerder in, lieve mensen. Want ik zie cursisten vertwijfeld en onzeker reageren. Zo kennen we immers de liefdevolle Vader helemaal niet. Zo kennen we onze liefdevolle Broeder Jezus helemaal niet. En zo willen we zelf ook niet in de wereld staan; droomwereld of niet.

En dat hoeft ook niet. Liefde is onze Bron, de plek waar we ons naartoe wenden voor genezing. Dan stroomt ze door ons heen en vervult ons met vrede en blijdschap. Niet in ontkenning maar in omarming. Zo mogen we de beeldspraak gebruiken: onze Vader houdt van ons, droogt de tranen van onze ogen, draagt ons, en reikt via ons (als zijn kanalen van liefde) naar een wereld in nood.  Neem nu, als je wilt, even de tijd om dit citaat uit de Werboekles van vandaag (192) te lezen. Het behoeft geen verdere uitleg.

Ik heb een functie die God me graag vervullen ziet.

Van de schepping valt in deze wereld zelfs geen voorstelling te maken. Ze heeft hier geen betekenis. Vergeving is hetgeen waarmee ze nog het dichtst bij de aarde komen kan. Want in de Hemel ontstaan, heeft ze in het geheel geen vorm. Maar God heeft Iemand geschapen die het vermogen heeft om het totaal vormloze in vorm te vertalen. Wat Hij maakt zijn dromen, maar van een soort zo dicht bij ontwaken, dat het daglicht er al in schijnt, en ogen, die zich al openen, het vreugdevolle schouwspel dat zij bieden aanschouwen.
Vergeving beziet mild alles wat onbekend is in de Hemel, ziet het verdwijnen, en laat de wereld achter als een schone, onbeschreven lei waarop het Woord van God de zinloze symbolen die er eerst geschreven stonden, nu vervangen kan.

Zoals het nu is, wil ik het niet

Als je goed naar binnen kijkt kun je ontdekken dat dit de kwestie is van veel wat ons bezig houdt: Ik lig wakker en ik wil slapen, Ik voel me nu ellendig en wil me door ECIW beter voelen, Ik wil die 1,5 meter niet, Ik wil geen 5G, Ik wil dat iedereen zich aansluit tegen discriminatie, Ik wil, ik wil etc. Zoals het nu is, zoals ik me nu voel; dat wil ik niet, het is niet mijn wens, ik heb er niet voor gekozen, het overkomt me ongevraagd. Wees heel eerlijk hierin en onderzoek of het klopt. Het voelt alsof je in een situatie zit die je niet wilt.  ECIW noemt dit slachtofferschap en stelt in WB 31 “ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie”. En in de les hierna is het helemaal schrikken geblazen: “Ik heb de wereld die ik zie bedacht”.

Als we dit zo lezen dan kan ons gevoel van slachtofferschap naadloos overgaan in dat van zelfverwijt: waarom ben ik zo stom om mezelf dit aan te doen? Niet bepaald een vooruitgang. Zowel het gevoel van slachtofferschap als dat van zelfverwijt dienen stiekem een gemeenschappelijk doel: we willen ons afgescheiden voelen. Of dit nu als slachtoffer of als dader is; dat doet er niet toe. Allebei is prima voor dit ene doel: de afscheiding zo echt mogelijk laten voelen.

We kiezen voor het ervaren van bedreiging of zelfbeschuldiging, hoewel we niet weten dat we dit doen. Dit doen we vanuit onze ware Identiteit als Zoon van God. Wij als Zoon van God, als Liefde, als tijdloos en onbegrensd wezen willen weten hoe het is om ons klein, kwetsbaar en schuldig te voelen. Daartoe projecteren we een vijandige wereld, een kwetsbaar lichaam, ellende, ziekte en de dood. Het slaat nergens op, maar dit is wat we willen ervaren. Onze eigenlijke rol, mede-scheppen met de Vader, uitbreiding van liefde, willen we even vergeten.

Hoe kunnen we weer wakker worden? We hoeven ellende en eigen lichaam niet te ontkennen, want daarmee zouden we de macht van onze eigen projecterende denkgeest ontkennen. Er is een verandering van standpunt nodig. We moeten niet langer willen kijken vanuit de ogen van dat illusoire zelf. Dat ikje, dat denkt nu vol aan de bak te moeten om “Het” te bereiken. Maar we zijn Het al. We moeten alleen stoppen met het geloven van de grenzen die we hebben bedacht. De grenzen tussen de Vader en ons-Zelf en de grenzen tussen de Kinderen van God onderling. We mogen ons openen voor het verlangen naar de liefde die we zijn door vanuit een andere Bron te kijken. Vanuit de liefde die we zijn, door de ogen van Christus. Het staat zo mooi in de Werkboekles van vandaag (181):

Wanneer dit alles is wat we verlangen te zien, wanneer dit alles is wat we zoeken in de naam van werkelijke waarneming, dan zijn de ogen van Christus onvermijdelijk de onze. En de Liefde die Hij voor ons voelt, zal eveneens de onze zijn. Dit zal het enige worden dat we in de wereld en onszelf weerspiegeld zien.

We kunnen wakker worden door geen afscheiding meer te willen en onze verslaving aan oordelen op te geven. Die echte Wil van ons is nooit weggeweest, we zijn deze alleen maar vergeten. Het gave is dat ons doel, herinneren dat we liefde zijn, direct ons middel is: liefde laten stromen door te stoppen met oordelen en met vechten en ons in plaats hiervan te openen voor Zijn Kracht.

De wereld die eens onze zonden verkondigde, wordt het bewijs dat we zondeloos zijn. En onze liefde voor ieder die we zien getuigt dat wij ons het heilige Zelf herinneren dat geen zonde kent en zich nooit iets zou kunnen indenken dat niet Zijn zondeloosheid deelt. Deze herinnering zoeken we wanneer we onze aandacht vandaag op onze oefening richten. We kijken noch vooruit, noch achterom. We kijken recht in het heden. En we schenken ons vertrouwen aan de ervaring waar we nu om vragen. Onze zondeloosheid is slechts de Wil van God. Dit ogenblik is ons willen één met het Zijne.

Dus laten we anders aankijken tegen de ellende die ons lijkt te overkomen. We zijn als Zoon van God wat in de war door onze eigen beelden van afgescheidenheid te geloven. Wat gebeurt er als ik dit niet doe? Hoe voelt het als ik niet oordeel? Ik vertrouw mijn broeders want zij zijn één met mij. Hé, dit voelt zachter. Laat ik me overgeven aan deze zachtheid en eens kijken wat er gebeurt. Durf ik me open te stellen voor deze zachte kracht? Wat merk ik? Nu is mijn willen één met Zijn Wil!

Bijbelse wonderen

De meeste van ons kennen wel de verhalen over wonderen uit de Bijbel. Jezus verandert hierin water in wijn, hij geneest melaatsen en blinden, hij breekt een broodje en wat vissen in duizend stukjes, loopt over water en staat tenslotte met een tastbaar lichaam op uit de dood. De neiging kan bestaan om dit af te doen als fabeltjes, zaken die niet echt gebeurd zijn en waar het ook helemaal niet om gaat. Wonderen behoren immers tot het gebied van de denkgeest, zeggen we dan. Het gaat om het genezen van onze perceptie. Dus als rampspoed en ziekte ons overkomen zien wij het als ons hoogste doel om hierin onze innerlijke vrede te herstellen. Je hoort dan zinnen als: “we hebben geen invloed op wát ons overkomt maar wel op hoe we hierop reageren”. Er is ook een spiritueel klinkende variant: “wat ons overkomt is het gevolg van onze collectieve projectie en die verander je niet zomaar in je eentje”.

Ik merk grote aarzeling bij mezelf om over dit onderwerp te schrijven maar zie dit als teken van de angst voor de consequenties van “fysieke wonderen”. Natuurlijk zie ik de levensgrote valkuil van het verschuiven van de aandacht van de denkgeest naar de fysieke wereld. De hele Cursus is er juist op gericht om ons te onderwijzen dat de wereld die wij menen te zien illusoir is en dat alleen de niet materiele Schepping van God werkelijk is. Dit onderschrijf ik helemaal. Maar vandaag ondervond ik weer dat wonderlijke fenomeen dat ik wakker werd, nadacht over de kwestie van wonderlijke gebeurtenissen in het fysieke domein en de sterke ingeving kreeg de Werkboekles van vandaag te lezen (163). Hierin staat: Er is geen dood. De Zoon van God is vrij.

Natuurlijk zie ik dat dit geen pleidooi is om te gaan geloven in het nut van een fysiek lichaam dat tot in de eeuwigheid zou moeten gaan rondwandelen. Het klopt dat wonderen niet als doel hebben om voor ons plezierige fysieke verschijnselen teweeg te brengen. Toch denk ik dat we uit angst doorgeschoten zijn in onze ontkenning van de mogelijkheid van wonderlijke genezingen in het fysieke domein. En ja, ja; geen paniek, ik weet dat alleen de denkgeest genezing behoeft en dat een lichaam neutraal is en niet ziek kan zijn. Dus het woord ‘genezing’ kan ik beter niet koppelen aan dat lichaam. Het woord “effect” of “getuigenis” omschrijft het beter. Nu getuigt ons zieke lichaam van schuld en van een ongenezen denkgeest. Als Zoon van God willen we onszelf aanvallen via een ziek lichaam om hiermee zogenaamd te bewijzen dat we sterfelijk zijn, afgescheiden, lichamelijk. Dit bijgeloof dien genezen te worden.

Maar dan schiet bij ons de angst erin en worden we bang voor de getuige die het tegendeel zal laten zien van de zogenaamde macht van het fysieke of van de zogenaamde macht van een collectieve denkgeest. In de Bijbel deinsde Jezus allerminst terug voor dit soort getuigenissen, zoals ik hierboven beschreef. Bij zijn fysieke “genezingen” zei hij eerst: “je zonden zijn je vergeven”. Hij sprak hier niet over het kwijtschelden van echte morele schuld. Hij zei, in Cursus-termen: “je gelooft in afscheiding en in de macht van je eigen fysieke projectie. Je komt nu tot mij, de vertegenwoordiger van de scheppende kracht van liefde. Je toont nu bereidwilligheid en vertrouwen. Nu kan ik je de macht van onze gezamenlijke denkgeest tonen”. En doordat deze broeder zich niet langer liet leiden door zijn geloof in afgescheidenheid maar door de kracht van liefde, kon de kracht van deze liefde zich manifesteren tot in het fysieke domein!

Wat een vreugde! Wat een bewijs voor de onmacht van de ellende in de fysieke wereld, voor de onmacht van de het collectieve geloof van de sceptische mensenmassa die eromheen stond! En natuurlijk was het lichamelijk effect geen doel op zich maar wél het glorieuze bewijs van de werkelijkheid van Gods Schepping en van de scheppende kracht van liefde. Jezus’ kruisiging en opstanding vormden de klap op de vuurpijl, the Masterpiece van alles wat hij zijn hele bediening had onderwezen: dood je hebt geen macht. Paulus zou het later uitjubelen: “dood, waar is je prikkel?”.

Werkboekles 163 gaat over ons geloof in de op-z’n-kop staande wereld. Onze aanbidding van de dood:

De dood is een gedachte die vele vormen aanneemt, vaak niet als zodanig herkend. Ze kan verschijnen als droefheid, angst, verontrusting of twijfel, als woede, ongelovigheid en gebrek aan vertrouwen, als bekommernis om lichamen, afgunst, en als alle vormen waarin de wens te zijn wat jij niet bent, jou kan komen verleiden. Al zulke gedachten zijn slechts de weerspiegeling van de aanbidding van de dood als verlosser en schenker van bevrijding.

En nogmaals, en hopelijk ten overvloede: dit is geen oproep om van wonderlijke fysieke gebeurtenissen ons doel te maken, daar gaat het (juist!) niet om. Maar het is wél een oproep om ons lichaam en de wereld hun plaats terug te geven als neutraal communicatiemiddel dat we mogen gebruiken om, net zoals Jezus in de Bijbel, de macht van de genezen denkgeest te vieren en te tonen aan onze broeders.  En laat ik me hierin niet voor willen doen als iemand die dit allemaal heeft gerealiseerd. Ik onderken mijn diepgewortelde geloof in de macht van de dood en dat ik hierin nog steeds genezing nodig heb. Maar als ik besef dat de verhalen uit de Bijbel een getrouw getuigenis vormen dan jubelt mijn hart over de waarheid en liefde van de Schepping. Mijn foutieve wereldbeeld wankelt en hoop gloort in mijn hart, met Hem.

Onze Vader, zegen onze ogen vandaag. Wij zijn Uw boodschappers en we willen naar de schitterende weerspiegeling van Uw Liefde kijken die in alles straalt. Wij leven en bewegen in U alleen. Wij zijn niet gescheiden van Uw eeuwige leven. Er is geen dood, want dood is niet Uw Wil. En wij vertoeven waar U ons hebt geplaatst, in het leven dat wij delen met U en met al wat leeft, om voor eeuwig zoals U en deel van U te zijn. Wij aanvaarden Uw Gedachten als de onze, en onze wil is eeuwig één met die van U. Amen.

Geef me je zegen Broeder

Lezers die m’n blogs al wat langer lezen weten dat ik nogal eens schrijf over wat ik aanduid als “doorgeschoten of verstandelijk non-dualisme”. Mogelijk ben je dit allang zat en zie je het als een onnodig stokpaardje, een zoeken naar conflict. Zo bedoel ik het in elk geval niet. Ik beschrijf een valkuil waar ik zelf te vaak ben ingevallen. Ik schrijf erover om behulpzaam te zijn, om je te helpen tijd te besparen waarin je te veel gefocust blijft op je eigen kleine zelf.

Een manier waarop ik hierover schreef was door te wijzen op de uitspraak die sommige medestudenten aanspreekt “anderen zijn slechts projecties in m’n denkgeest”. Dit lijkt metafysisch gezien helemaal juist; het gaat toch om de eenheid? Dan is er toch geen sprake van meerdere Zonen van God maar slechts van één Zoon? Om maar eens een bekende gedachtegang te noemen. Het punt is dat het niet werkt als deze waarheid blijft hangen op verstandelijk niveau en onderdeel wordt van verhitte discussies. Wat ik aanvoel, en wellicht wat onhandig en hoekig onder de aandacht probeer te brengen, wordt in de Werkboekles van vandaag door Jezus kernachtig verwoord (WB 161:4):

Eén broeder is alle broeders. Elke denkgeest omvat alle denkgeesten, want elke denkgeest is één. Dat is de waarheid. Maar maken deze gedachten de betekenis van de schepping duidelijk? Brengen deze woorden volmaakte duidelijkheid met zich mee voor jou? Wat anders kunnen ze lijken dan lege klanken, mooi misschien, juist qua gevoel, maar fundamenteel niet begrepen, noch begrijpelijk. De denkgeest die zichzelf geleerd heeft concreet te denken, kan abstractie niet langer vatten in de zin dat ze alomvattend is.

 Onze denkgeest die zo concreet is gaan denken meent “het” gevonden te hebben door de andere broeders te beschouwen als zijn projectie. Dit kan zelfs “juist voelen”, maar als dit niet vergezeld wordt door verbindende liefde dan voelt het kil, koud, afstandelijk en eenzaam.

Deze denkfout werd me ook via A Course of Love onder de aandacht gebracht. Ik heb dit boek een aantal keer gelezen en meende zeker te weten dat hierin staat “Laat al je gedachten gewijd zijn aan eenheid”. Pas toen ik met lieve broeders en zusters mocht meehelpen aan de vertaling werd me duidelijk dat er staat “Laat al je gedachten gewijd zijn aan vereniging”. Dit lijkt hetzelfde maar werkt totaal anders uit op de denkgeest. Bij “eenheid” zweef ik abstract in m’n eentje de lucht in, voel me heerlijk, vrij en onafhankelijk. Bij “vereniging” kijk ik naar anderen, nader ik hen, omarm ze en leer ze kennen als één met mij.

Lees nu eens WB 161 helemaal. Welke tip krijgen we van Jezus? Welke slogan? In elk geval niet deze: “Er zijn helemaal geen anderen, alles is één dus jij (en de hele wereld) bestaat in feite niet maar bent slechts mijn projectie” Hoewel het metafysisch redelijk lijkt te kloppen is het niet de weg van de Cursus. De Cursus is een weg van liefde, van verbinding, van vereniging om zodoende te beseffen dat we één zijn. We moeten de boel niet omkeren en denken dat we vanuit een filosofie van eenheid wel bij de liefde zullen uitkomen.  Wat zegt de Werkboekles wél? Verblijd je met mij over deze weg die we vinden als we niet langer geloven in onze afgescheidenheid van elkaar:

Geef me jouw zegen, heilige Zoon van God. Ik wil je met de ogen van Christus aanschouwen, en mijn volmaakte zondeloosheid in jou zien.