Kijken met de Helende Geest

meditatiehelm

“Hoe vergeef je nu precies?” Over deze vraag hadden we binnen de ECIW-Coach Facebook groep een fijn gesprek. Iemand bracht in dat je het juist niet kunt “doen”. Dit is een intrigerende opmerking. We weten immers ook dat als we gewoon maar door razen in de droom er niks verandert. Er is dan geen sprake van wakker worden. Maar tevens voelen we aan dat juist die doe-neiging ons zo in de weg kan zitten en ons gevangen houdt in ons geloof dat we echt afgescheiden zijn en dat er echt iets te doen valt. Wat dan?

Deze kwestie schoot me weer te binnen toen ik vanmorgen nadacht over iets wat ik in de krant heb gelezen. Middels electroden op een soort badmuts hebben onderzoekers een meditatiehelm gemaakt. Wat doet dit ding? Het geeft ons via een beeldscherm een terugkoppeling van de vredigheid van onze gedachten. We kunnen met onze ogen wilde vormen zien als we aan het voortrazen zijn en mooie golfjes als we goed meditatief bezig zijn. Het sleutelwoord bij deze vinding is “terugkoppeling”. Zolang we de gevolgen van onze gedachten niet letterlijk zien gaat alles gewoon door zoals gewoonlijk.

Vanmorgen werd ik wakker en mijn gedachten buitelden over elkaar en wat warrige gevoelens volgden deze gedachten op de voet. De vraag “wat moet ik doen” kwam naar boven, tegelijk met het besef dat ik juist meer gevangen zou raken in de illusie als ik deze impuls om te gaan “doen” zou volgen. Dus wat dan?

Voor mij ligt het antwoord in de richting van die biofeedback die ik hierboven beschreef aan de hand van de meditatiebadmuts. Gelukkig zijn we niet afhankelijk van zo’n techniek maar ze kan ons wel de weg wijzen. Biofeedback komt namelijk neer op een direct kunnen ervaren wat de gevolgen zijn van wat je aan het doen bent. En hier ligt een sleutel. Het blijkt mogelijk om te voelen wat het wakker worden van de doe-neiging met je doet. Dit vergt allereerst een bereidheid om te kijken, om dit fenomeen te onderzoeken. Ik zal het proberen te verduidelijken in de ik-vorm.

Na wakker worden merkte ik dus op dat er een soort algemene onrust en een gevoel van onbehagen was. Hierop volgde eerst een oordeel, deze situatie is niet oké, en hierdoor ook direct de neiging om iets te gaan doen. Bijvoorbeeld om te gaan vergeven om van de situatie af te komen. Direct voelde ik dat dit mijn gevoel van afgescheidenheid versterkte. Dit voelen vergde slechts een kleine bereidheid om op te letten, een weigering om in actie te komen. Er komt geen of nauwelijks denken aan te pas en het voelt meer als een pas op de plaats maken en opletten. Iedere kleine neiging om te gaan sleutelen aan m’n ongenoegen merkte ik op, en daarmee ook telkens de neiging om te verkrampen tot een klein en afgescheiden zelf.

In dat pauze moment, dat tijdstip t=0, dat heilige moment, valt de neiging te zien en te voelen om het spel van de ik-illusie te gaan spelen. De verborgen intentie van het spelen van dit spel is voelbaar: als ik oordeel en iets ga doen dan voel ik me als afgescheiden ikje echter. Het is een spelletje dat gespeeld kan worden (het spelletje: voel-me-ik) maar er is een keuze. Er is een keuze om met een zachte blik, met een milde glimlach, de neiging tot het geboren laten worden van een nepwereld te zien en deze niet te geloven. In dat heilige moment kan er gekeken worden met een heilige blik, een blik die groter is dan de ego-blik, dan mijn-blik. In deze heilige blik kan ik blijven rusten. Het is nog leuker om de heilige blik toe te staan te blijven kijken als je gewoon opstaat en de droom instapt.

Je kunt zien dat het ego steeds vraagt zijn spel serieus te nemen. Dat hoeft echter niet te gebeuren. Je komt broeders en zusters tegen die nog wel willen spelen, liefst met jou. En dan het wonderlijke. Je herkent in hun vergeetachtigheid of zelfs verbetenheid dezelfde verwarring die je zo goed kent van na t=0. Je ziet dat dit ego-spel van jou en van hen geen fijn spel is als je het te serieus neemt en je treedt hun spelletjes met dezelfde zachtheid tegemoet als die in jouw denkgeest. Wat zij doen, wat er gebeurt in de wereld, blijkt een verleiding te bevatten om als afgescheiden zelf te reageren. Maar deze betekenis hoef ik het niet te geven. Ik mag in plaats hiervan kiezen voor de helende blik, het wonder. En dan volgt, als vanzelf, een reactie naar “buiten”, naar de ander, naar de wereld, vanuit het heilige moment. Met het oplossen van geloof in vaste vormen en een vast ikje  lijken deze uiteen te vallen en energie vrij te geven. Een soort liefdesenergie, warmte, tederheid. Deze is beschikbaar, voor jezelf, voor de ander, voor de wereld. De vormen op zich zijn onschuldig en je mag ze zelfs maken en in liefde uitdelen aan ieder die ze nodig heeft. Om de liefde die we zijn, de liefde van de Vader, te tonen. Om te delen in blijdschap en vreugde. Dankbaar.

Les 350

 Wonderen weerspiegelen Gods eeuwige Liefde.

Ze aanbieden is zich Hem herinneren. En de wereld verlossen door de herinnering van Hem. Wat we vergeven, wordt een deel van ons, zoals wij onszelf zien. De Zoon van God verenigt alles in zich, zoals U hem geschapen hebt. De herinnering van U hangt af van zijn vergeving. Wat hij is wordt niet beïnvloed door zijn gedachten. Maar wat hij ziet is het directe resultaat daarvan. Daarom, mijn Vader, wil ik me tot U wenden. Alleen de herinnering van U zal me bevrijden. En alleen mijn vergeving leert me om de herinnering van U tot mij terug te doen keren en die in dankbaarheid aan de wereld te schenken.

En terwijl we de wonderen van Hem verzamelen, zullen we inderdaad dankbaar zijn. Want wanneer we ons Hem herinneren, zal Zijn Zoon ons worden teruggegeven in de werkelijkheid van de Liefde.

Deze Cursus lukt me niet!

frustratie2Soms raken we gefrustreerd over onze vorderingen met de Cursus, of liever gezegd; het gebrek hieraan. We ervaren allerlei negatieve emoties en kunnen jaloers worden op broeders of zusters die gelukzalig verslag doen van wat de Cursus hen allemaal aan moois biedt. Hoe kan dat nou? We willen zo graag en doen toch echt ons uiterste best om de Cursus te begrijpen? Het voelt gewoonweg niet eerlijk!

Herkenbaar? Hoe kunnen we hier mee om gaan? Het onderkennen van deze negatieve gevoelens is een eerste en belangrijke stap. De pijn wil gevoeld worden en heeft ruimte nodig. We nemen hier zelden de tijd voor. Onze eerste reactie is om direct aan de slag te gaan om van de pijn af te komen. Dit willen we niet, hier hebben we tenslotte nooit om gevraagd. Dus gooien we alles in de strijd om ons weer lekker te gaan voelen. Vroeger beperkten we ons hierbij tot zogenaamd magische middelen die kunnen variëren van afleiding zoeken, pillen slikken tot een paar glazen wijn. Dit is niet slecht of zondig maar de kern van de kwestie bereiken we zo niet. Als Cursus student menen we de sleutel gevonden te hebben. We vragen Jezus om onze pijn weg te nemen. Dit is een uitstekende stap om mee te beginnen maar toegepast zonder enig dieper begrip van de metafysica van ons denkbeeldig bestaan werkt deze stap niet zo lang door.

We zijn dol op mensen die ons erop wijzen dat we liefde zijn en dat liefde het antwoord is. Niks is fijner dan in een lesgroep even stevig gehugged te worden door de leraar en door de andere groepsleden. Dit bedoel ik niet spottend of neerbuigend want dit is ook een heerlijke manier om je met elkaar in liefde te verbinden en te steunen. We roepen met dezelfde intentie de hulp van Jezus of van de Heilige Geest in. “Heer troost ons, wis de tranen van onze wangen en laat ons weten dat we liefde zijn!” Bij mij komt het beeld naar boven van het laatste avondmaal met die ene discipel die aan de borst van Jezus ligt.

In scholen voor zijnsontwikkeling wordt gewerkt met visualisaties waarbij een wijsheidsgestalte ons zo bemoedigt, steunt en van ons houdt. Bij mij kwam dan het beeld van moeder Maria naar boven die onvoorwaardelijk van me hield en haar liefde naar me toe straalde. Ook Jezus sprak in gelijkenissen tot zijn discipelen, een soort visualisaties avant la lettre. Toch ging Jezus destijds een stap verder. Hij legde uit dat men richting kinderen gebruik maakt van kinderlijke taal maar dat je volwassenen anders mag aanspreken. Baby’s geef je melk maar volwassenen hebben vast voedsel nodig. We mogen een tijdje ons in regressie rondwentelen in de warmte en liefde van broeders, zusters, Jezus, Heilige Geest of onze Vader. Heerlijk, ik doe het ook graag en geniet hier enorm van. Maar we mogen verder.

Want waarom ervaren we deze staat soms helemaal niet en gewoonlijk slechts tijdelijk? Waarom is het leven zo hard als we de sessie verlaten? Dan moet ik terugkomen op mijn verwijzing naar de metafysica. Want als we deze liefde niet- of niet duurzaam ervaren dan zijn we geen zielig slachtoffer van een wrede wereld. Onze frustratie overkomt ons niet maar we kiezen hier onbewust voor. Voor ons ego klinkt dit hard en wreed. We menen toch echt dat we wél liefde en warmte willen ervaren. We doen toch zo ons best? Kijk heel goed en zie in deze uitspraken en gevoelens het slachtoffer-element. We hebben er nog geen zicht op dat we deze subtiele vorm van slachtofferschap stiekem koesteren.

Hierop reageert het ego steevast met zelfbeschuldiging: “anderen zien het wel en ik ben zo stom om het niet te zien”. Stoppen hiermee, gewoon kappen. Probeer je open te stellen voor het volgende, wat bizar klinkende, gedachtenexperiment. Kijk nogmaals voor de shit waarin je meent verzeild te zijn geraakt. Ervaar je gevoelens van afgescheidenheid. Neem vervolgens 100% verantwoordelijkheid: “Ik als Zoon van God heb besloten om het spel van afscheiding te spelen. Ik wil daartoe deze negatieve gedachten en gevoelens koesteren”. Het kan een hele toer zijn om zonder schuldgevoel met totale overtuiging de zin: “ik doe dit mezelf aan” uit te spreken. Waarom zou je dit doen als Zoon van God? Omdat je het kan. Het is een spelletje, alleen vergeet je er nu even om te lachen.

Probeer het en merk dat je de angel haalt uit het slachtofferschap. Pas nu is de weg open voor echte genezing die een tijdelijke knuffelsessie overstijgt. Pas nu kun je leren dat die liefde er altijd is maar dat je deze zelf kunt blokkeren door te geloven in de echtheid van aanval, verdediging, schuld, angst en ellende. Dit hoeft niet zo te zijn! Stap volledig uit de slachtofferrol. Onderken je gekke geneigdheid om vast te houden aan negatieve verhalen en nodig hierin de liefde van de Heilige Geest uit. “Heer, ik pijnig mezelf met oordelen en vechten. Ik geef nu dit gevecht aan u en vertrouw op u. Dank u Heer dat u trouw en almachtig bent”

En dan voor alle knuffelaars, inclusief mezelf. Het is niet onze uiteindelijke roeping om in regressie te gaan en hierin te blijven hangen. Nadat mensen destijds hun zonden hadden beleden (geen morele zonden maar hun geloof in de afscheiding en de erkenning van de narigheid die dat geloof met zich meebrengt) ging Jezus hen niet op zijn rug verder dragen. Nee, hij zei: pak je bed op en wandel! Hopla, op eigen benen, nu als broeder van Jezus. Neem de verantwoordelijkheid voor het opnieuw koesteren van nare gevoelens en lach telkens weer als je deze grieven door de liefde laat wegschijnen. Door de liefde die je bent. En dan; onze heerlijke opdracht. Wees het licht der wereld, gaat uit en maakt alle volkeren mijn discipel. Dat is geen verspreiding van een oppervlakkig geloof maar het voorleven van de kracht van liefde midden in onze droomwereld. En potverdorie, wat heeft deze wereld toch lichtpunten nodig!

Er is niets buiten mij?

forgiveness

Het valt me op hoe hetzelfde zinnetje, er is niets buiten mij, verschillende effecten kan hebben op ons. Onlangs sprak ik een zuster die eenzaam, somber en passief werd door aandacht te schenken aan de zin: er is niets buiten mij. Kort hierop beschreef een andere zuster hoe het lezen van deze tekst in een boek van Gary Renard voor haar enorm behulpzaam is in het doen van vergevingslessen. Dit lijkt een bizar gebeuren, haast alsof dezelfde boom (gedachte) twee verschillende vruchten kan dragen; de vrucht van eenzaamheid en de vrucht van verbinding en vrede.

De neiging bestaat om te gaan kijken of de stelling “er is niks buiten mij” dan wel klopt. Zijn we echt alleen op deze wereld en zijn de andere mensen die we menen te zien slechts projecties van ons? Dit moet toch wel de uitkomst zijn van een echt non-duale visie?
Zoals zo vaak verzand je in deze verwarrende vragen zodra je vergeet van waaruit de vraag gesteld wordt. We schieten snel uit de startblokken om een goed antwoord te bedenken zonder ons eerst eens af te vragen wie die “we” (of ik) zijn (is) die aldus aan de slag gaat. Gewoonlijk gaan we uit van ons huidig geloof in afgescheidenheid (ego) als we met deze vraag aan de slag gaan. Even ter herinnering: als we uitgaan van ons ego dan denken we in tegenstellingen. Voorbeeld: als ik één ben dan is er geen ander en ben jij dus nep. Het lukt me dan niet om over mijn eigen denkbeeldige schaduw te springen en concludeer: alleen Simon is echt en in zijn eentje droomt hij een droom waarin anderen lijken voor te komen, maar ten diepste is dit niet zo. Het is niet gek dat de vrucht van deze manier van denken nogal bitter smaakt. Het wordt een soort droevige “alleen op de wereld”.

Om deze valkuil te voorkomen is het handig om, als je er last van hebt, de vergezichten van mannen als Garry Renard en Ken Wapnick maar even te parkeren en je te laten onderwijzen door Jezus met behulp van de Cursus. De Cursus spreekt vrijuit van Zonen van God, meervoud dus. Het staat ons dus volkomen vrij om vooralsnog Anderen te zien, hier bewust even met een hoofdletter geschreven. Dit is een uitstekende remedie tegen gevoelens van eenzaamheid, depressie en futloos navelstaren in je eentje op de bank. Halleluja; Jezus vindt het oké als ik geloof dat er echte Broeders van mij bestaan met wie ik een relatie mag hebben. Beschouw dit als vreugdevol uitgangspunt van je studie. Deze manier van denken is volgens mij veel behulpzamer dan een vroegtijdig hameren op eenheid waar we vanuit ons geloof in afscheiding op een deprimerende manier aan de haal kunnen gaan.

Vanuit deze uitgangspositie (God heeft Zonen geschapen) kun je je gaan openen voor een waarheid die een prachtig mysterie vormt: als Zonen van God (of “Kinderen”, als je nog wat gevangen zit in de man-vrouw-illusie) zijn we verenigd in één Zoonschap. Die eenheid zien we nu, vanuit ons geloof in afscheiding, nog niet. Wij zien vooral verschillen die we serieus nemen. We zien andere mensen met andere belangen waar we last van kunnen hebben of waar we juist aandacht, respect en liefde van verwachten. Vergeven wordt nu eerst het onderkennen wat dit geloof met je doet. Zo kun je je bedreigd voelen of tekort gedaan. Bij mij verloopt het vergevingsproces dan als volgt:

  • Hé, ik voel me angstig of teleurgesteld. Dit lijkt te komen doordat anderen niet doen wat ik wil. De Cursus leert me dat ik er gek genoeg voor kies om deze, in mijn ogen, negatieve gevoelens te ervaren omdat ze mijn geheime wens om me afgescheiden te voelen bevestigen.
  • Kan ik hier mee stoppen en die angst, teleurstelling of ander vervelend gevoel zomaar loslaten?
  • Wat raar, dat lijkt me niet te lukken. Ik meen echt dat ik dan mezelf opoffer ten koste van die ander.
  • Dus mijn standaard ego programmering wil me vasthouden in deze ego modus van aanvallen, verdedigen, liefde verwachten van anderen enzovoorts.
  • “Ik” kan deze gewoonte niet “zelf” doorbreken omdat die zogenaamde “ik” juist precies is wat ik denk te willen ervaren.
  • En nu komt ie: “Heilige Geest, ik ervaar negatieve gevoelens en ik ervaar me afgescheiden van mijn broeders. Dit doe ik door ze allerlei eigenschappen toe te dichten zodat ik niet meer besef dat we eigenlijk wonderlijk en in eenheid met elkaar verbonden zijn. Ik wil nu zwijgen om mezelf niet verder vast te draaien in deze illusie en me openstellen voor Uw Heilige Blik. Ik open me om te ontspannen in Uw Liefde, de Liefde die ik ben”.
  • Wat er in dit heilig ogenblik dan gebeurt is het wonder van vergeving. Je ziet die denkbeeldige verschillen tussen jou en anderen als het ware verdampen. Dan pas ervaar je, in die innige verbondenheid met je broeders, dat er in feite geen anderen zijn. Dan ervaar je de eenheid waar broeders Garry en Ken naar verwijzen.

Voor de duidelijkheid even de “valkuil” uitgespeld:

  • Ik voel me niet lekker omdat de anderen of de buitenwereld me niet bevallen
  • Ik begrijp dat er geen anderen en geen buitenwereld bestaan
  • Ik moet me er dus gewoon niks van aantrekken want ze zijn niet echt
  • Hé, hoe kan het nu dat ik me zo alleen, gefrustreerd en depri voel en nergens meer zin in heb omdat er niks buiten mij bestaat?

Zie je het verschil? Zie je het “gevaar” van te vroeg aan de haal willen gaan, vanuit je ego, met de absolute non-duale waarheid van de Cursus? Even heel praktisch. Geniet van de boeken en filmpjes van Cursus-leraren maar gebruik ze om één ding te leren: ik wil me bij de studie en beoefening van de Cursus laten leiden door de Heilige Geest. Dat relatieve gevaar zit hem hierin dat je die filmpjes beschouwt als lekkere fastfood, de Cursus opzij schuift en als ego jezelf nog verder versterkt door vanuit je geloof in afscheiding te schermen met absolute waarheden zonder deze doorleefd en werkelijk ervaren te hebben. Door gefocust te blijven op de woorden van Jezus in de Cursus voorkom je deze valkuil. Uiteindelijk komt alles goed omdat het al goed is maar je kunt jezelf wellicht wat (denkbeeldige) tijd besparen door niet te snel te denken dat je het allemaal door hebt omdat je mentaal snapt dat de wereld en anderen illusies zijn. De Cursus vraagt geen mentale ontkenning van dat wat we voor echt aanzien. Ze nodigt ons uit om door vergeving te ervaren dat er een mysterieuze eenheid is waarin we in liefde verbonden zijn met onze Vader en onze Broeders.

 

Steeds ontvankelijker worden

strahlender diamant

Als we net beginnen met de Cursus dan valt het gewoonlijk niet mee om er doorheen te komen. Geconfronteerd met lange zinnen en een Bijbelse taalgebruik dat we nog niet goed begrijpen reageren we zoals we gewend zijn te doen: we schakelen een tandje bij en laten onze hersenen kraken. De studiebollen onder ons lijken hierbij in het voordeel omdat ze de metafysica eerder lijken te begrijpen. Toch is dit een erg relatief voordeel want hun theoretische kennis is niet perse een doorleefde ervaring. Ik meen me te herinneren dat in de Bijbel gesproken wordt van een plantje dat nog geen diepe wortels heeft en daardoor ook snel weer ontworteld raakt en meegezogen in de waan van de droom.

Er is dan ook goed nieuws voor de minder grote studiebollen. Het geheim van een succesvolle studie van de Cursus zit hem niet in een bovengemiddeld goed stel hersenen maar in de bereidheid om goed te luisteren naar de docent, Jezus, en te vertrouwen op zijn geduld en bekwaamheid. Op dat vertrouwen wordt een beroep gedaan als je dat wat je leest in de Cursus niet direct snapt. Je mag dat gewoon constateren en je verheugen in het stukje tekst wat verderop wat je wél aanspreekt. Het komt wel goed. Wij kunnen ons de bekwaamheid van Jezus nauwelijks voorstellen. De Cursus is een compleet en zeer vakkundig samengesteld studieboek. De manier waarop ze doorwerkt onttrekt zich aan ons begrip. Ergens staat dat wat wij beschouwen als een grote vooruitgang (bijvoorbeeld een intellectueel inzicht) mogelijk wat minder belangrijk is dan wij denken. Omgekeerd kunnen wij snel heenstappen over een zogenaamd klein en intuïtief inzichtje waar we even vluchtig om moeten glimlachen. Dit kon wel eens van veel grotere waarde blijken.

Het ego, ons geloof in de afscheiding, heeft een hekel aan de Cursus en zal proberen er ons van weg te leiden. Ik noem een paar van zijn strategieën:

  • Ongeduld: we willen graag instant geluk voor ons kleine zelf en staan niet toe dat dit kleine zelf langzaam maar zeker opgelost gaat worden door de Heilige Geest.
  • Boosheid: waarom moet het toch zo ingewikkeld worden verwoord, zeg gewoon op meer eenvoudige wijze hoe het zit! De Cursus heeft veel woorden nodig maar dat is omdat wij het zelf zo ingewikkeld mogelijk hebben willen maken. We zijn het zicht verloren op de trucs die we bedacht hebben om de liefde niet te willen ervaren als onze essentie. Inzicht hierin helpt ons om onze trucs te doorzien en te vergeven.
  • Zelfoverschatting: dit kan zowel een gevaar zijn voor de bolleboos als voor minder fanatieke studiebollen. De bolleboos kan denken dat hij weet hoe het zit en dat hij met deze “kennis” weet hoe hij en anderen de wereld moeten zien. Hij roept bijvoorbeeld dat niemand zich druk hoeft te maken om de wereld omdat deze toch slechts een illusie is. Het contact met hem voelt wat hard aan en vragen worden gesmoord met waterdicht klinkende wijsheid. Zogenaamde wijsheid zonder liefde voelt niet prettig; niet voor de omgeving en uiteindelijk ook niet voor de bolleboos zelf.
  • Zelfoverschatting treedt ook op bij de intuïtieve student. Zodra het “geheim” van de Cursus doorzien wordt (luister naar je innerlijke leraar) wordt de Cursus, desnoods slechts deels gelezen en gedaan, aan de kant geschoven. Men vindt de geschreven woorden van de docent niet meer zo belangrijk. Hij spreekt toch immers direct tot ons? Als we het vergelijken met de ons bekende wereldse manier van onderwijs dan wordt snel duidelijk wat hiervan het nadeel is. Als we bij een opleiding van bijvoorbeeld vier jaar na slechts 6 maanden stoppen omdat we ongeveer wel weten waar het om draait en als we ook de verplichte studieboeken als overbodig aan de kant schuiven dan maken we weinig kans op het halen van het eindexamen. Ook hier krijgen we geen diepgang.

Onze moeite met de Cursus komt door onze gehechtheid aan ons denkbeeldige en afgescheiden zelf. Aanvankelijk lezen we de Cursus bijna helemaal door de bril van dit zelf en daarom komen de waarheid en liefde slechts mondjesmaat binnen. Ze zijn reeds 100% beschikbaar in de Cursus maar we nemen maar 1% op. Maar dan gaat de Cursus werken op een wijze die ons kleine zelf niet begrijpt en niet kan doorzien maar die wel tot gevolg heeft dat de schilden van het zelf gaan zakken. Als we doorgaan met de studie blijkt er hierdoor plotseling 5% binnen te komen. Wow, dat voelt reeds zo vreugdevol dat we snel geneigd zijn te denken dat we het nu helemaal snappen. Toch studeren we door, en wat blijkt.. Er kan nog meer binnenkomen: 10%. Wij spreken van een “gelaagdheid” van de Cursus maar, voor de duidelijkheid, de Cursus geeft al haar liefde en wijsheid in één keer. Het is onze bereidheid die groeit. Uiteindelijk blijkt dat we ons niks kunnenvoorstellen van wat we ervaren als we richting die 100% gaan. Het heeft echter weinig te maken met theologisch begrip en veel meer met vrede, vreugde, tederheid, verwondering, genade, dankbaarheid en liefde.

Koester die blauwe diamant met daarin woorden van Jezus en sta hem toe zijn woorden toe te lichten en levend te maken voor je.

Johannes 1:

In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.2 Dit was in den beginne bij God. 3 Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is. 4 In Hetzelve was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen.

(16): En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade.

 

 

Gelukkig door Zijn Wil te doen

jezus volgen

Ik leg je twee uitspraken voor en vraag je om ze goed te lezen en om te voelen wat ze bij je oproepen:

1: Heer, hier ben ik met al mijn strijd en problemen. Ik ben zo moe en ik ben het zo zat. Kom tot mij, droog mijn tranen en geef me Uw liefde en innerlijke vrede.

2: Heer, hier ben ik, Uw dienaar. Ik geef me aan U zodat U met mij kunt doen wat U wilt. Stuur me naar elke plek die u wilt, ongeacht de omstandigheden die ik daar zal aantreffen. Laat me afscheid nemen van wie U wilt en ontmoeten wie U wilt. Al mijn bezittingen en geld leg ik in Uw handen.

Ik zal de mogelijke reactie niet voor jullie invullen maar als ik eerlijk ben over mijn voorkeur dan is dat toch wel optie 1: innerlijke vrede voor mijzelf. Met dat verzoek kwamen mensen ook naar Jezus toen hij 2000 jaar geleden met ons in de droom wandelde. Maar velen vonden zijn boodschap hard en besloten hem niet langer te volgen: “Geef iemand je spullen als die ze nodig heeft (jas, eten, geld). Laat alles vallen en volg me. Verkoop alles wat je hebt en geef je geld aan de armen. Wie zijn leven wil behouden zal het verliezen maar wie het voor mij wil opgeven zal het terugvinden” Ga zo maar door.

Voor ons lijken 1 en 2 van elkaar gescheiden zaken te zijn. We weten zeker dat we 1 willen en zien 2 als nare bijwerking. Gelukkig, zo houden we onszelf voor, geeft de Cursus geen gedragsregels en hoeven we dus niet al die akelige dingen te doen die Jezus destijds vroeg. Maar de Jezus van toen is dezelfde als de Jezus van nu. Er is geen toen en er is geen nu: deze tweestrijd speelt zich in elk moment in onze denkgeest af. Het klopt dat er geen gedragsregels worden gegeven die we tandenknarsend moeten volgen. Dat is wat het ego ons wijs wil maken. Het beweert dat we onze zogenaamde welvaart moeten offeren, dat we moeten lijden en afzien, dat we “martelaar” moeten worden vanwege ons geloof in Jezus.

We missen hiermee het punt. De twee genoemde zaken zijn niet van elkaar te onderscheiden. Vanuit ons geloof in afgescheidenheid zoeken we verlichting van onze kramp (verwoord in punt 1). Vanuit dit geloof menen we dat we als afgescheiden zelf in een lichaam leven dat van alles nodig heeft. Vanuit dit geloof in afscheiding betekenen materiele overdadigheid, zekerheid en veiligheid voor ons vrede. Het wegnemen hiervan, of zelfs de suggestie daartoe zoals Jezus ons gaf, vervult ons daarom met angst. Deze angst kan voor ons een ingang betekenen om zich te krijgen op ons geloof in lichamelijkheid en kwetsbaarheid. Het opmerken van deze angst is een sleutelmoment voor ons. Hiermee kunnen we naar de Heilige Geest gaan. “Heer, zie mijn angst en mijn geloof in kwetsbaarheid. Ik vergis me omtrent mijn identiteit en denk dat ik een sterfelijk en kwetsbaar lichaam ben. Heer, zie mijn angst en treed met uw liefde mijn denkgeest binnen om me te genezen. Heer, help me in deze kwestie Uw Wil, Kracht en Liefde te ervaren zodat ik deze daadwerkelijk mag laten stromen in de wereld en doen wat U van me verwacht”.

Dan kan er iets geks gebeuren. Vanuit ons ego zien we een enge Wil van God die van ons onmogelijke en nare zaken vraagt. Wat we totaal over het hoofd zien is dat Zijn Wil eigenlijk samenvalt met onze Wil als Zoon van God. Al onze angst kwam voort vanuit geloof in een kleine wil, de wil van ons ego dat uitgaat van de waarheid van de afscheiding.

Richting het einde van het werkboek (lessen 361-365) gaan we naar een wonderschone samensmelting van punten 1 en 2. Het is binnen onze droom onze functie om van moment tot moment ons op te stellen als dienaar van onze Vader. Voor het ego klinkt dit als een gruwelijk en slaafse houding. Maar als we er maar een kleine glimp van op gaan vangen dan gaat er iets bewegen in de denkgeest. Er begint een verlangen te groeien naar deze dienstbaarheid en een voorzichtig experimenteren met discipelschap. We mogen vertrouwen dat de Heilige Geest ons ego-geloof in rangorden van uitdagingen kent en daar liefdevol mee omgaat. Hij zal ons precies de situaties op ons pad brengen die we nodig hebben en aankunnen om onze wonderbereidheid vrucht te zien dragen. Door ons heen gaat Hij kleine dingetjes doen en geven aan broeders en zusters, soms zonder dat we het zelf helemaal doorzien. We merken echter wel de vruchten van onze kleine bereidheid om een Goddelijk doorgeefluikje te mogen zijn. En dat is een raar wondertje voor onszelf. Want daar, vanuit onze dienstbaarheid, bloeit vreugde en vrede op. Daar waar we stoppen met navelstaren en spiritueel grabbelen naar innerlijke vrede krijgen we het haast achteloos als we ons uitstrekken naar anderen. Het is een soort Goddelijke indirectheid. Maar als je er ook maar een klein beetje oog voor gaat krijgen dan herken je hierin dat mosterdzaadje waar Jezus het over had. Het is zo klein en teder, maar uiteindelijk gaat het bloeien en komt er een grote en prachtige plant uit. En zo mogen wij ontspannen in de liefde die we zijn.

Les 361-365

Dit heilig ogenblik wil ik U geven.Neemt U het in handen.
Want U wil ik volgen, in de zekerheid dat Uw leiding mij vrede geeft.

Help, de vrede beklijft niet!

geen vrede

Een medestudent van de Cursus stelde de volgende mooie en oprechte vraag:

“Eenzaamheid en verwardheid zijn mij niet onbekend. Wat zit die illusie toch vast in mij !Met al mijn goede bedoeling zoals lezen en lessen volgen en jaargroep . Ga ik gewoon geregeld door zo een periode ..De 6 stappen van D. Wolzak doe ik ..Maar het blijft niet kleven ! Waarom blijft de illusie wel en leven vanuit liefdevolle waarheid soms zo ver bij mij vandaan? en ik kan hem dan ook niet te pakken krijgen . Ik zie het bij de ander maar scheidt mij zelf af en oordeel ..etc etc.. Hoe hoe ,,?? Accepteren en uit de handen geven .??!!”

Het zo oprecht uitspreken van deze indringende vraag helpt ons allemaal. Hoe kan het dat we liefde willen en toch zo hardnekkig last blijven houden van alle ellende die ons overkomt en dat gevoel van onvrede? Onze vertwijfeling laat zien dat we menen dat er een verschil bestaat tussen wat we graag willen en wat er gebeurt. De sleutel om deze kwestie aan te vliegen zit hem in onze denkbeeldige uitgangspositie die we zonder het in de gaten te hebben voor wáár aannemen:

“Ik wil blijvend liefde ervaren”

De Cursus corrigeert dit op een, voor ons ego, onplezierige wijze: als wij écht de liefde zouden willen ervaren die we zijn, dan zouden we nooit in de afscheiding zijn gaan geloven. Dat is stevige taal. We menen echt zeker te weten dat we liefde willen; toch? Maar helaas, wij als perfecte Zonen van God, wilden een raar spelletje spelen namelijk het spel van afscheiding. Dit spelletje is zo raar omdat we ons zo graag echt afgescheiden wilden voelen dat we grenzen wilden ervaren, zelfs als dit met zich meebrengt dat we hierdoor angst, pijn, gekwetstheid, eenzaamheid, bedreiging en zelfs de lichamelijk dood voor lief moeten nemen. Anders gezegd: ons kleine ikje beweert dat het liefde wil ervaren maar het feit dat we menen dat we dat ikje zijn illustreert dat we ten diepste helemaal geen liefde wilden ervaren. Sterker nog; we geloven onbewust dat deze liefde onze denkbeeldige grenzen bedreigt (en dat klopt) en dat overgave aan de onbegrensde liefde dus onze dood zal betekenen (dat klopt voor het ego, maar niet voor ons als Zoon van God).

Ten diepste weten we echter dat we niet gelukkig zijn, zoals de hartenkreet hierboven laat zien. Een diepe herinnering aan de vrede die we zijn doet ons zoeken naar deze vrede in de wereld. Helaas valt hier niets te vinden voor een Zoon van God. We beelden ons in dat deze illusie aan ons vastkleeft. Dit is echter een verkapte vorm van slachtofferschap. Die zogenaamde kleefkracht van de illusie illustreert slechts hoezeer wij bang voor liefde zijn en hoezeer wij, onbewust, vastklampen aan het geloof in afscheiding.

Hoe dan verder? Ten eerste jezelf niet schuldig voelen. Het ego schiet nogal makkelijk van het ene uiterste in het andere: als ik geen slachtoffer ben van een illusie, dan ben ik de dader. Nee, je bent een onschuldig kind dat een onhandig spelletje speelt. De vraagsteller geeft zelf de uitweg aan. Vanuit ons zelf willen we gaan werken om een fijnere staat te bereiken. Dat lukt per definitie nooit. Pas als we oog krijgen voor onze geheime agenda (ik zoek om de illusie van een zoekend ikje in stand te houden) krijgen we de rust om de boel uit handen te geven aan de Heilige Geest. We mogen anders kijken naar ons ongeduld. We zijn niet dom als we geen vrede ervaren maar angstig om ons echt over te geven en het stuur los te laten. De meest liefdevolle houding tegenover een bang kind is geduld en zachtaardigheid. Gun jezelf kleine stapjes in vertrouwen, neem te tijd en vertrouw op die Vader die wacht totdat jij je helemaal naar Huis laat brengen. We mogen blije studenten zijn, vol vertrouwen op de liefde van onze Vader.

Projecteren we alles wat we zien?

bioscoop

Deze vraag brengt ons terug bij de allereerste werkboeklessen: niets wat ik zie betekent iets (1) of ik heb alles wat ik zie de betekenis gegeven die het voor me heeft (2) en ook vele lessen hierna. Jezus probeert met het aanbieden van deze oefeningen ons instrumenten te geven om een hardnekkige gewoonte te doorbreken. Het is de gewoonte waarbij we ervan uit gaan dat alles wat we zien en meemaken in deze wereld bloedserieus nemen en voor écht aanzien. Wij bekijken de zaken met ogen vol oordeel en veroordeling, zonder dat we het in de gaten hebben. Wij doen dit met een doel waarvan we ons niet meer bewust zijn: we willen onszelf afgescheiden voelen van de eenheid die we eigenlijk zijn. Wij, als scheppingen van God, willen onszelf vermaken met dit spelletje van afscheiding. Zelfs als dit spel vervelende bijwerkingen voor ons heeft: we gaan bijvoorbeeld angst, schuld, eenzaamheid en een gevoel van kwetsbaarheid en sterfelijkheid ervaren. Het is belangrijk te beseffen dat wat we nu aan ellende menen te ervaren ons niet ongevraagd overkomt. Wij voelen ons nu weliswaar wel degelijk een machteloos slachtoffer van de wereld die we zien, maar dat is dus waar we als onsterfelijke en grenzeloze Zoon van God even voor gekozen hebben. De Cursus zegt dat we een momentje vergeten te lachen. De Cursus heeft als doel om ons te laten herinneren dat er in het echt niks aan de hand is en Jezus kiest hierbij zeer zorgvuldig zijn woorden.

Dat neemt niet weg dat wij in onze huidige staat van verdwazing en identificatie met een afgescheiden zelf (lichaam) er onbewust alles aan doen om de woorden een voor ons zelfje “veilige” draai te geven. Twee voorbeelden:

  1. We plaatsen dat akelige gevoel van afscheiding buiten ons zelf en noemen het dan “ego”. Vervolgens menen we dat we last hebben van dit ego, wat niet anders is dan een verkapte vorm van slachtofferschap. Het ego is de Cursus-variant geworden van de duivel en we gaan u onze pijlen op dit ego richten om ervan af te komen. Dit kan zelfs de vorm aannemen van meditatie om maar stil te worden en geen last te hebben van nare en storende gevoelens. Let wel, er is niks fout aan mediteren en het kan behulpzaam zijn om in stilte jezelf open te stellen voor de liefde die je bent. Maar als je meditatie wil gebruiken als een soort wapen om op wolken te schieten dan neem je die wolken toch echt iets te serieus. Dit kan een verkapte vorm zijn van blijven hangen in je duale geloof: de rustige en mediterende ik versus die rot gedachten.
  2. Hier nauw aan verwant is de mooi klinkende frase dat je niks serieus hoeft te nemen van wat je ziet of overkomt omdat alles toch maar een projectie van je is. Deze uitspraak scheert vlak langs de waarheid maar in handen van iemand die stiekem gelooft in afscheiding lukt het toch om zo de plank finaal mis te slaan. We kunnen namelijk de projectie-metafoor misbruiken om ons zelf los en onkwetsbaar te willen zien van de ellende die we in de wereld zien. We distantiëren ons letterlijk van de ellende maar vergeten dat er voor distantiëren toch echt twee nodig zijn: ik en de rest. Het is dus een verkapte manier van alles toch serieus nemen door te zeggen dat je het niet serieus neemt om jezelf veilig te stellen.

Samenvattend zien we dat we in onze verwarde staat waarin we geloven in afscheiding (dus als ego) druk doende zijn om onszelf veilig te stellen door aan de haal te gaan met Cursus-waarheden. Het ego wordt een entiteit die ons lastig valt en we duwen de boze buitenwereld zo ver mogelijk van ons af door er vanuit een zo klein mogelijk raampje van onze bunker naar te kijken.

Wat dan? Hoe dan? Gewoon de werkboeklessen allemaal doen en niet uit hun verband rukken. Blader maar eens door het werkboek vanaf les 30 of zo. Want na het terugnemen van ons gewoonteoordeel in de eerste werkboeklessen en toegeven dat we er geen bal van snappen nodigen we de liefde uit om door ons heen te gaan kijken. Er is een andere manier om naar de wereld te kijken (33), ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien (34). Zie je dat dit een weg van verbinding is en niet een weg van terugtrekken en isolatie? Zelfs al is de wereld die we menen te zien illusoir dan dient onze reactie geen distantiëren en veroordelen te zijn maar vergeven en zegenen: Mijn heiligheid zegent de wereld (37). Het is zo prachtig dat ik moeite heb om me te beperken in het aanhalen van titels. Het is een jubelzang van liefde en wijsheid: God is mijn Bron. Los van Hem kan ik niet zien (43). Proef het verschil van deze boodschap met onze ego-versie van vechten met het ego of afstand nemen van projecties. God is louter Zich uitbreidende Liefde en wij zijn Zijn Zonen verbonden met onze Vader in een heerlijk Zoonschap.

Hardcore Cursus: houd je vast!

hardcore

Wat denken we gewoonlijk?

Ik voel me in mijn leven niet prettig en ik geloof dat de Cursus me kan helpen om minder ellende te ervaren. Het gaat allemaal om liefde. Als ik mezelf en anderen wat meer leer lief te hebben dan zal ik minder weerstand ervaren en me gelukkiger en vrediger voelen. Dit klopt helemaal en er is niks mis mee om zo te beginnen. Het is ook de grondovertuiging waar we vrijwel allemaal, naar ik meen, onbewust vanuit gaan. Dan nu de Cursus aan het woord.

Ik meen dus zeker te weten dat ik rondloop op deze aarde in dit heelal en dat ik me nu niet zo lekker voel maar dat dit later wel beter kan worden. Helaas, niks daarvan. Je loopt helemaal niet rond in deze wereld. Sterker nog, dat lichaam waar je denkt in te zitten bestaat helemaal niet. In eerste instantie kan het helpen om te geloven dat je een onzichtbare geest bent die rondzweeft in een grote ruimte en die aan het dromen is van een lichaam dat rondloopt op aarde.

Voorbeeldje: je meent dat er echte informatie naar binnenkomt door je ogen, oren, neus, mond en dingen die je met je handen kunt voelen. De zintuigen zouden in een lichaam zitten dat zo de informatie van een buitenwereld tot zich kan nemen. Toch? Nee, zegt de Cursus. Je droomt dat je zintuigen hebt met het doel om jezelf, terwijl je daar onbegrensd als geestje rondzweeft, te foppen. Oftewel; je droomt dat je waarnemingen hebt via zintuigen om op die manier de illusie van een lichaam om te bouwen. Anders gezegd: we vinden het normaal om te zeggen dat we iets zien of horen. Wat gebeurt er in werkelijkheid? We bedenken beelden en geluiden plus ogen en oren zodat er een beeld kan oprijzen (in onze denkgeest) van een écht lichaam. De boel staat dus volledig op z’n kop. Vanaf ons wolkje projecteren we dingen in onze denkgeest om een illusie op te wekken dat we een fysiek lichaam hebben in tijd en ruimte. Gek hé?

Het wordt nog gekker. Want laten we eens teruggaan naar die geest op dat wolkje die van alles aan het dromen zou zijn. Merk bij jezelf op dat je over dit geestje op precies dezelfde wijze denkt als over het lichaam. Het geestje is weliswaar niet fysiek maar nog wel degelijk gescheiden van een buitenwereld en het beweegt zich nog steeds in ruimte en tijd. Zo geloven we dat het geestje het nu nog niet snapt, maar straks wel. Ongemerkt hebben we dus tijd (afscheiding, dus ruimte) bedacht in onze denkgeest. Maar zelfs dit laatste sprankje dualiteit mogen we opgeven. Want ook de ruimte (ik ben een apart geestje) en de tijd (ik snap het nu nog niet maar straks wel) hebben we bedacht om het beeld van een afgescheiden denkgeestje, los van God, te kunnen vasthouden.

Maar ook tijd en ruimte zijn verzinsels. Ik gebruik graag het woord “intentioneel” (we hebben er een bedoeling mee, een geheime agenda). Zowel onze waarnemingen en ons geloof in tijd en ruimte (in de mogelijkheid ons te ontwikkelen) zijn intentioneel: bedoeld om onszelf voor de gek te houden. Dus op het moment dat wij uit de start blokken gaan om te ontwaken hebben we al vast besloten om ons voor de gek te houden. We gaan namelijk uit van een afgescheiden ikje dat later een beter en verlichter ikje gaat worden. Oftewel: elke actie die we vanuit ons ikje gaan ondernemen om verlichter te worden is al tot mislukken gedoemd.

Goddank is er één uitzondering: vergeving. Als we opletten kunnen we zien dat alles wat we menen te zien en alles wat we menen te moeten gaan doen juist bedoeld is om onszelf voor de gek te houden. Voel en kijk heel precies hoe waarnemen en jezelf inspannen het geloof in een afgescheiden ikje altijd versterken. Dit geloof mag je stil bekijken en doorvoelen en van daaruit mag je de Heilige Geest/Jezus/God/onze Vader/een Innerlijke leraar etc uitnodigen om met jou vanuit liefde te kijken. Hardcore non-dualisten zullen erop wijzen dat dit nog steeds een duale en onzinnige actie is. Helaas hebben ze gelijk, maar het voordeel van deze vergeving is dat we de illusie nauwelijks versterken. We nemen ontslag als onze eigen leraar en daarmee nemen we de afscheiding (geloof in een ikje of geestje dat iets kan bereiken) minder serieus. We vergroten zo de kans dat de herinnering binnenkomt dat we een raar spelletje van geloven in afscheiding zitten te spelen. “God zet de laatste stap”, of in wat klassiekere termen “het is louter genade”.

En dan het diepe mysterie. We blijken nu niet te sterven maar juist het geloof in tijdelijkheid en sterfelijkheid te doorzien als een spelletje. We blijken schepsels te zijn van een eeuwige Vader en daarmee onsterfelijk, tijd- en ruimteloos. Daar kunnen we ons niets bij voorstellen en dat is volkomen logisch. Ons denken en voorstellingsvermogen wil “begrijpen”, concepten tot echte waarheden uitroepen. En alle concepten zijn onderdeel van de duale droom. We mogen loslaten en vergeven, dat is de beste manier om niet langer een lijdend ikje te dromen.

Les 330

Ik zal mezelf vandaag geen pijn meer doen.

Laten we deze dag vergeving aanvaarden als onze enige functie. Waarom zouden we onze denkgeest aanvallen en hem beelden geven van pijn? Waarom zouden we hem leren dat hij machteloos is, wanneer God Zijn macht en Liefde aanreikt en hem uitnodigt te nemen wat reeds het zijne is? De denkgeest die bereid is gemaakt de gaven van God te aanvaarden, is tot de geest hersteld, en breidt zijn vrijheid en zijn vreugde uit, zoals het de Wil is van God, verenigd met die van hem. Het Zelf dat God geschapen heeft kan niet zondigen en kan daarom niet lijden. Laten we er vandaag voor kiezen dat Hij onze Identiteit is, en zo voorgoed ontsnappen aan alles wat de droom van angst ons schijnbaar biedt.

Vader, Uw Zoon kan niet worden gekwetst. En als we denken dat we lijden, verzuimen we slechts onze ene Identiteit te kennen, die we delen met U. We willen daar vandaag naar terugkeren om voorgoed van al onze vergissingen te worden bevrijd, en te worden verlost van wat we dachten dat we waren.

Adoratie van de serene leraar

helpless

Momenteel vindt de internationale Awaken to Love internetconferentie plaats. Een heerlijk initiatief en een snoepwinkel voor Cursus-studenten. Ik heb een paar filmpjes bekeken en merk daarbij dat ik  de sprekers zit te beoordelen. Dat oordeel betreft vooral hun uitstraling. Ik blijk een ideaalbeeld gemaakt te hebben van een verlichte leraar. Hij of zij moet heel kalm en zeker zijn, goed luisteren en met een diepe en zachte stem antwoorden. Een milde en liefdevolle glimlach is ook mooi meegenomen. Als er dan nog een goed verhaal uitkomt dan is het plaatje compleet. Omgekeerd vind ik dat een verlichte leraar niet ongeduldig mag zijn, onzeker of zelfs zenuwachtig. Dat past niet want dan geloof ik dat deze leraar nog teveel gelooft in de illusie en zich hierdoor laat meeslepen. Herkennen jullie dit? Toch zag ik een vrouwelijke leraar die zich niet helemaal op haar gemak leek te voelen. Ze gaf ook toe dat ze geen fan was van spreken in het openbaar. Toch zat ze daar en dat ontroerde me. Ze omarmde liefdevol een gevoel van angst dat er gewoon mocht zijn van haar. Wat een inspirerend en warm voorbeeld van vergeving!

Het op een voetstuk plaatsen van de ideale leraar brengt een gevaar met zich mee. Het vormt voor mij een spiegel voor hoe ik omga met mezelf. Ook voor wat betreft mijn eigen zielenroerselen zit ik te schiften: vriendelijkheid, hulpvaardigheid en geduld; ja, die horen erbij. Irritatie, boosheid, gespannenheid, bezorgdheid, jaloersheid, seksueel getinte gedachten; nee, die horen er niet bij. Vervolgens mag wat er wél bij hoort getoond worden aan de buitenwereld en wat er niet bij hoort moet verborgen worden. Dit is niet zo gek want ik neem automatisch aan dat wat ik in mezelf veroordeel ook door anderen zal worden veroordeeld en ik wil natuurlijk hun liefde en waardering en niet hun afkeurend oordeel. Uit m’n kerkelijke periode herinner ik me een preek waarbij de dominee aangaf dat we God wel uitnodigen in onze woonkamer maar niet in de slaapkamer, zolder en kelder. Dat is privégebied, daar heeft Hij niets te zoeken. Vertaald naar onze wereld is dit ook de houding die we aanmeten naar onze naasten. We hoeven onze vuile was niet buiten te hangen; toch? In het boek “Levenskracht door inzicht en liefde” (Kenn en Penny Keyes) las ik een mooie tip voor de omgang met anderen:

“Ik stel mij oprecht voor iedereen open door bereid te zijn mijn diepste gevoelens volledig te uiten, aangezien het verborgen houden, in welke mate dan ook, mij vasthoudt in mijn illusie van afgescheidenheid van anderen”.

Zojuist las ik een hoofdstuk uit The Way of Mastery waarin Jezus spreekt over eerlijk zijn naar jezelf. Als we stil worden in de denkgeest dan komt er ego-stuff naar boven waar we niet blij mee zijn. De Cursus leert ook dat ego-eigenschappen veel zwarter zijn dan we willen en durven toe te geven naar onszelf of naar anderen. We hebben het over macht, doodsangst, moordzucht en noem maar op. Wij nemen deze gedachten zeer serieus en voelen ons enorm schuldig over het feit dat ze opdoemen in onze denkgeest. Laten we maar met al onze kracht de deksel van de beerput dicht houden want als deze ook maar iets open gaat dan deinst iedereen achteruit van de putlucht.

Toch moedigt Jezus ons aan om stapje voor stapje de deksel wél weg te schuiven. We zijn niet uniek in onze zwarte gedachten. Het is een meesterlijke truc van het ego om deze universele monsters tot privé bezit te willen reduceren. Vroeger mochten we ze opbiechten met de priester als beeld van God. Helaas deelde hij toch nog een soort straf uit, bijvoorbeeld in de vorm van weesgegroetjes. Onze Vader zal ons duidelijk maken dat er niks aan de hand is als er wat opborrelt uit de put. Voelde je je daar schuldig over? Lief kind, er is niks gebeurd en je bent volkomen onschuldig. Zo mogen we geheeld worden. En pas als we onszelf zo durven laten helen en de verzoening voor onszelf aanvaarden kunnen we met eenzelfde liefdevolle blik naar onze broeders en zusters kijken. En guess what? We gaan steeds meer leraren zien, zelfs in ons dagelijkse leven. Want met het zien van onze eigen eeuwige onschuld herkennen we die in iedereen die we tegenkomen, of ze zich nu boos of bang gedragen of niet.

Ook nu een waarschuwing voor de listigheid van het ego. Deze probeert de eerlijke en vergevende openheid die van ons gevraagd wordt in de heupzwaai te nemen. Daarmee bedoel ik een doorslaan waarbij we denken dat we nu rücksichtslos onszelf binnenstebuiten moeten keren op bijvoorbeeld social media om onze duistere kanten te etaleren. Zo kan het een vorm van speciaalheid worden (“kijk eens wat ik durf”) of een verborgen neiging tot martelaarschap (“ik verdraag dapper het oordeel van de buitenwereld”). Dat is niet nodig en slechts ego-versterkend. Hoewel er niks te verbergen valt mogen we met mildheid kijken naar wat er gebeurt in onze denkgeest. En de liefde roept niet op tot flink doen of tot martelaarschap. Laat je ook hierin liefdevol leiden door Hem.

Verlicht door de Cursus?

hemel open

In een Engelstalige Facebook-groep vroeg een ervaren student zich af hoeveel mensen nu echt verlichting bereiken door het bestuderen van de Cursus. Hijzelf zag ze in ieder geval niet. Hij klonk wat teleurgesteld en een beetje boos. Zijn bericht riep en roept heel veel reacties op. Zo zou de Cursus zelf ook niet beweren tot verlichting te leiden. Een aantal lezers antwoordden dat ze zelf wel verlichtingservaringen hadden of nu zelfs helemaal verlicht waren geworden. Dit lijkt een hele goede en belangrijke vraag die een goed en precies antwoord vergt. Waarom zouden we dat moeilijke boek blijven bestuderen als we toch niet verlicht raken hierdoor? Toch trappen we met het stellen van de vraag en het serieus nemen hiervan in een valkuil van het ego.

Punt is dat we, nadat we deze vraag gehoord hebben, direct van start gaan met het zoeken van een zinnig antwoord. Hierbij zien we een blinde vlek over het hoofd. We doen namelijk ongemerkt aannames. Deze aannames zijn:

  1. De afscheiding heeft echt plaatsgevonden en in die situatie bevind ik me nu
  2. Ik ga nadenken over het instrument (de Cursus) dat me is aangeboden om me uit deze gevangenis te bevrijden (en hier een waardeoordeel over vellen).

Wat de Cursus ons leert is echter juist dat de afscheiding niet heeft plaatsgevonden. Anders gezegd: dat ventje (of vrouwtje) dat nu zo zit te typen, lezen en na te denken is geen juist uitgangspunt. Het is een nepfiguur, een droomfiguur in een oneindige denkgeest. Zo ervaren we dit niet en we zijn ons dit niet bewust. De Cursus onderwijst ook dat we dit niet-bewustzijn van de eenheid zelf in stand houden. Het instrument dat we bij voorkeur gebruiken is oordelen van God en van onze broeders die in werkelijkheid één zijn met ons. We geven daarbij wat we zien alle betekenis die we willen dat het heeft. Dus omdat we juist niet verlichting willen ervaren kiezen we ervoor om grenzen te zien en dus lichamen (niet verlichte medestudenten) buiten onszelf. Anders gezegd: geloven in het “feit” dat je geen verlichte broeders ziet is een defensiemechanisme van het ego.

En nu wordt het helemaal intiem. Want ook het oordeel dat je zelf wél (!) of niet verlicht bent is geloven in een zelfje dat iets bereikt zou hebben. Juist het bestaan van een echt afgescheiden zelfje dat iets zou kunnen presteren is onzinnig. Er danst een schijnfiguur in onze droom waarmee we ons als Zoon van God wensen te identificeren door ons oordeel serieus te nemen. Door de keuze voor dit oordeel zien we een denkbeeldige buitenwereld met denkbeeldige anderen in, het wordt eentonig, denkbeeldige tijd en denkbeeldige ruimte. We doen onbewust ons uiterste best om deze illusie overeind te houden, inclusief het serieus nemen van de validiteit van een vraag over de uitweg uit een niet bestaande illusie.

Toch is het in genoemde Faceboek groep ook heerlijk om te zien met hoeveel liefde andere studenten reageren op deze vraag die de eerlijke broeder zo mooi en eerlijk voor ons verwoord had. Het feit dat de groepsleden waarlijk behulpzaam willen zijn is ontroerend, ondanks het feit dat er ook soms angst in doorklinkt. De vraag van de broeder appelleert dat aan onze eigen, zelfde onzekerheid. Mijn God, straks bevinden we ons op een heilloze weg! Toch geven de meeste studenten wel degelijk aan verlichting te ervaren. Hoewel verlichting voor het ego niet mogelijk is, kunnen we wel degelijk steeds meer proeven van de universele ervaring van het vervagen van de grenzen van het ego. Ons geloof in de echtheid van dat oordelende zelfje begint te wankelen. We nemen de vraagsteller niet meer a priori serieus als bestaande entiteit maar kunnen leren dat we de illusie van zo’n vraagsteller versterken door oordelen en geloven in de mogelijkheid om echt iets voor dit illusoire ventje of vrouwtje te gaan bereiken in een verre toekomst.

En dan lieve vrienden, is daar de werkboekles van vandaag van een werkelijk schitterende wijsheid, diepgang en liefde. Lees en wees dankbaar voor de Cursus, samen met mij..

Les 321

Vader, mijn vrijheid is in U alleen.

 Ik heb niet begrepen wat mij heeft vrijgemaakt, noch wat mijn vrijheid is, noch waar ik moest kijken om haar te vinden. Vader, ik heb vergeefs gezocht, tot ik hoorde dat Uw Stem mij de weg wees. Nu wil ik niet langer mijn eigen gids zijn. Want ik heb de weg die tot mijn vrijheid leidt noch gemaakt, noch begrepen. Maar ik vertrouw op U. U, die mij mijn vrijheid geschonken hebt als Uw heilige Zoon, zult voor mij niet verloren zijn. Uw Stem leidt me, en de weg tot U opent zich eindelijk en wordt duidelijk voor mij. Vader, mijn vrijheid is in U alleen. Vader, het is mijn wil dat ik terugkeer.

Vandaag antwoorden wij namens de wereld, die samen met ons zal worden bevrijd. Hoe blij zijn we onze vrijheid te vinden via de zekere weg die onze Vader heeft vastgelegd. En hoezeer is de verlossing van heel de wereld verzekerd, wanneer we leren dat onze vrijheid alleen gevonden kan worden in God.