Kijk direct achterom

image

Hé, er verschijnt iets in bewustzijn.
Een stoel, een wolk, een gedachte, een gevoel.

Hé, hiermee word ‘ik’ geboren
IK neem het waar, IK meen de gedachte te denken, ik voel het gevoel.

Toch?

Of?

Vanuit de eenheid wordt geprojecteerd.
Een stoel, wolk, gedachte, een gevoel.

Die projecties zijn nodig als we een ik willen vormen
Want een ik moet zich ergens mee verhouden
Kan een ik bestaan zonder projecties?

Ik geloof de projecties want ik wil me ik voelen.
Totdat ik het ik voelen niet meer fijn vind
Niet meer geloof.

Dan is er ruimte voor vergeving.
Geen vergeving door ‘ik’
Ik kan niet vergeven want ik is slechts een schijnbaar gevolg, geen oorzaak

Alleen de Oorzaak kan vergeven
Zie van alles opkomen in bewustzijn, maar ga niet mee
Weiger de eerste stap in geloof in illusies te zetten
Kijk direct achterom
Naar de echte Oorzaak
In stille afwachting
Op Zijn vrede die ons altijd draagt.

Anti-held

image

Ik heb een leuke baan in het bedrijfsleven. Met enige regelmaat ontmoet ik m’n collega’s uit andere landen om ervaringen uit te wisselen. Tijdens deze meetings moet er ook aan onze motivatie gewerkt worden en krijgen ‘motivational speakers’ de gelegenheid om onze dadendrang en ondernemingszin tot grote hoogtes op te zwepen. Even een greep uit het aanbod: trainers van sportteams, bergbeklimmers en noordpoolreizigers. Kort door de bocht vertellen deze helden ons dat de combinatie van wilskracht, voorbereiding en teamwerk het bereiken van de meest ambitieuze doelen mogelijk maakt. De verhalen die we horen zijn onderhoudend en spannend en we krijgen mooie foto’s en video’s voorgeschoteld. Vandaag hadden we iemand die, onder andere, zonder zuurstof was afgedaald tot 100 meter onder het wateroppervlak. Twee minuten zonder een lekkere ademteug.

Ik heb respect voor al deze mensen en hun prestaties, laat ik daar duidelijk overzijn. De vraag die bij mij echter steeds naar bovenkomt is wat mensen er toch toe beweegt om zo af te willen zien om een prestatie neer te zetten. Het lijkt niet eens zozeer een streven naar roem of bekendheid. Sommigen doen het echt voor zichzelf. Het thema van de onderwater-meneer van vandaag was het hoofd te bieden aan de angsten die hij tegenkwam. ‘Het temmen van de tijger’, noemde hij het. Dat in de ogen kijken van (doods)angst lijkt een hoofdthema voor al deze mensen. Kennelijk zoeken ze extreme situaties op, om zichzelf met deze angst te confronteren en eraan voorbij te gaan.

De diepzeeduiker spoorde ons aan om NU de uitdagingen aan te gaan want als we later in het bejaardenhuis zouden zitten dan hebben we daar geen kans meer toe. Maar is dit zo? Ik betwijfel het. Kennelijk hebben al deze sensatiezoekers hele sterke prikkels nodig om grote angst te ervaren, deze aan te gaan en te groeien. Prima, het is gewoon hun weg. Maar als Cursus-studenten is ons thema in feite ook heel vaak ‘angst’. De kleinste onvrede, ruzie, jaloezie, financiële zorgen en ga zo maar door; als je ze afpelt kom je uit bij angst. Deze ‘angstjes’ van ons lijken in geen verhouding te staan tot de grote angsten van de kloeke allesdurvers. Er is echter geen rangorde in angsten. De basis van elke angst is het geloof in afscheiding. Zodra we geloven dat we een ikje zijn dat op zichzelf bestaat, los van de eenheid, wordt angst geboren.

Die uiteindelijke angst is een vreemd en mysterieus iets. Deze angst ontmoeten we wanneer we, zelfs in een ogenschijnlijk ‘kleine’ situatie, werkelijk besluiten om het roer over te geven aan de Heilige Geest. We hoeven ons niet ten prooi te stellen aan extreme hoogtes, dieptes of temperaturen om angst te ervaren. Nee, de kleinste vergevingsoefening die we als Cursisten doen kan ons bij de angst voor liefde brengen. Onze overgave aan Hem voelt aan als doodsangst, de angst om te verdwijnen.

Voorbeeldje: stel ik ben boos omdat iemand geld van me pikt. Voel met me mee. Er wordt me onrecht aangedaan. Het voelt alsof er een stukje van me geamputeerd wordt. Die ander is een dader en ik ben een onschuldig slachtoffer. Probeer nu die ander eens op eigen kracht te vergeven. Je kunt een zwamverhaal ophouden waarin je jezelf wijsmaakt dat die ander het geld harder nodig heeft dan jij. Maar help dit? Nee, je bent onderhuids nog steeds kwaad. Of je fopt jezelf en bent trots op je wijsheid en mededogen. Hier schiet je ook niet veel mee op. Waarom heeft die ‘ik’ zo’n moeite om te vergeven? Om de boosheid en verontwaardiging los te laten? Voel dat het haast onwerkelijke en ongepast is om je boosheid te laten varen. De illusie van ons ik-gevoel bestaat namelijk bij de gratie van het feit dat we vastklampen aan ons oordeel en aan onze boosheid. Daarom kan het wonder pas gebeuren als ons ikje bereid is opzij te stappen zodat een zachte Stem kan spreken. En dit vergt ware doodsverachting. Dat klinkt eng, maar is juist de grootste vreugde. Want als we het doen dan is daar de wonderlijke ervaring van vrede. De vrede die ons kleine verstand te boven gaat, Zijn vrede.

Onze ‘gewone’ dagen zijn vol met deze gelegenheden. Daarvoor hoeven we geen extreme omstandigheden op te zoeken. We hoeven ook geen helden te worden. We mogen juist anti-helden worden. Als het namelijk heel spannend wordt mogen we het stuur loslaten en vragen of onze wijze Broer het wil overnemen. Zo mogen we stappen in ons eigen ongekende avontuur met een afloop die ons voorstellingsvermogen te boven gaat.

Neem daarom mijn hand

aaien-hond

Het is zo belangrijk om te leren eerlijk te zijn tegen jezelf. Iedere student van de Cursus zal al snel leren dat de Cursus “non-duaal” is. Er is alleen maar eenheid, liefde, God. De afscheiding heeft nooit plaatsgevonden en ons geloof in een wereld waarin we als ego menen rond te lopen is een illusie. Zo, dit weten we nu wel.

Echt waar? Kijk dan eens goed waar je mee bezig bent? Lezen, studeren, werkboeklessen doen, mediteren om die eenheid te ervaren? Laat ik zelf mijn antwoord geven: “ja, ik doe m’n best om de liefde van God te ervaren”. Weet ik dan niet dat ik die liefde al ben? “Ja”, zegt mijn hoofd. Maar als ik dit echt zou beseffen, zou ik dan nog zo flink mijn best aan het doen zijn?

En wat dit betreft zijn we net een hondje dat zijn eigen staart probeert te vangen. We komen geen centimeter van onze plek terwijl we hijgend keihard aan het zwoegen zijn. Het geruststellende is dat de Cursus dit van ons weet, hier zelfs vanuit gaat en van ons houdt precies zoals we zijn. In haar wijsheid gebruikt de Cursus dualistisch taalgebruik om ons tegemoet te komen, precies daar waar we menen te zijn. God, de liefde die we zijn, onze meest innerlijke intuïtie, de Cursus dus, weet dat het ons niet helpt om ons alleen op de absolute waarheid te wijzen en er dan het zwijgen toe te doen. Dus niet: “houd nu toch op met dat rusteloze gedoe, je bent al liefde dus kappen maar’. En ons ego fluistert er dan nog even gemeen achteraan: “sukkel!”.

Lees met me mee in hoofdstuk 8, de terugreis I (6):”Ik ga jou voor aangezien ik het ego voorbij ben. Neem daarom mijn hand, omdat jij het ego overstijgen wilt. Mijn kracht zal nooit tekortschieten en als jij besluit daarin te delen, zul jij dat inderdaad doen”.

Puur duaal woordgebruik. Maar waarom staat dit dan in de Cursus? Omdat de Liefde zo overstroomt dat ze ons de hand reikt en zich niet laat belemmeren door fanatiek gebruik van begrippen als duaal en non-duaal. Als ik terugkijk naar de periode in mijn leven waarin ik een Baptisten gemeente bezocht kan ik dit wel eens doen als ware dit een vergissing geweest. Een wat kinderlijke neiging en een geloof in een naïef Godsbeeld. Toch herinner ik me mijn doop als één van de meest indrukwekkende momenten in mijn leven. Totale overgave aan God, totaal ondergedompeld worden in Zijn liefde. Ook betrap ik me erop dat ik de opwekkingsliederen neurie: “Als een hert dat verlangt naar water, zo verlangt mijn ziel naar U”.

Steeds meer begin ik de genade te zien van beelden als “de goede herder die ons naar groene weiden leidt”. Waarom? Omdat ik zie dat er toch een God buiten me bestaat die allerlei dingen voor me kan regelen? Nee, allerminst. Het is omdat ik zie dat mijn ego-gespartel nergens toe leidt. Dat het me moe maakt, frustreert en dat ik ben als dat rondtollende hondje. De Cursus reikt me de hand, omdat dit de sleutel is die ik nodig heb in mijn huidige staat van verdwazing en angst. Mijn ego ervaart het als een belediging om de hand van Jezus te pakken, om als een lammetje naar Zijn Stem te luisteren en Hem in vol vertrouwen te volgen naar de groene weiden. Maar oh broeders en zusters, wat een genade dat we er zo naar mogen kijken. We mogen stoppen met rondjes rennen en met ogen vol vertrouwen kijken naar ons “baasje”, Jezus, God, de Heilige Geest, de Liefde die we ten diepste zijn.

 

Donald en Hillary

donald-and-hillary

Het ziet er dus naar uit dat het Donald toch gelukt is; president van de U.S.A. Wie had dat gedacht. Tijdens de campagne heb ik Donald mogen ervaren als een groot leraar. Ik veroordeelde zijn agressie, zijn persoonlijke aanvallen, zijn grootspraak en zijn vrouwonvriendelijkheid. Soms is het wel eens zuur om een Cursus student te zijn want ik moest onder ogen zien dat ik op Donald alles projecteerde wat ik in mijzelf veroordeel. Hij was mijn grote spiegel, de balk in mijn eigen oog.

Er is natuurlijk niks mis mee om binnen onze droomwereld een politieke voorkeur te hebben. Het wordt echter wel tijd dat ik, en enkele andere trage studenten, gaan beseffen dat de keuze voor een partij of een president nooit het geluk, of ongeluk,  gaat opleveren waar we zo op hopen. Ons geloof in geluk dat veroorzaakt zou kunnen worden door politieke keuzes, laat zien dat we nog steeds geloven dat we slachtoffer van de wereld zijn. We geloven hiermee nog steeds dat een verandering van geldstromen, milieubeleid, buitenlandse politiek, veiligheidsbeleid, afgedwongen morele keuzes en ga maar zo door, ons gelukkig kan maken. Onze Amerikaanse broeders dachten dat acht jaar geleden ook toen de eerste Amerikaanse president met een wat donkerdere huidskleur zijn “Yes, we can” liet klinken.

Al de verkiezingsretoriek brengt me terug bij de enige echte verkiezing; geloof ik in de afscheiding (ego) of luister ik naar de Stem van de eenheid (Heilige Geest)? Geloof ik dat mijn afgescheiden ikje, al dan niet samen met andere ikjes in een partij, iets kan projecteren in de denkgeest dat vrede gaat veroorzaken? Of leer ik te zien dat het geloof in deze projecties slechts de uiting is van mijn en onze angst om ons weer over te geven aan de Liefde die we altijd al geweest zijn?

Extreem gesteld: binnen de illusie geef ik natuurlijk de voorkeur aan vrede tussen volkeren, welvaart voor iedereen en een mooi schoon en groen milieu. Dit alles liever dan oorlog, armoede en een vervuilde planeet. Maar al die fraaie dingen die ik de wereld toewens, kunnen niet de oorzaak worden van onze innerlijke vrede. Ze zullen als gelukkige droom oprijzen als we de Donald Trump in onszelf leren te vergeven. Als we leren zien dat we hem haten of beminnen om onze angst voor liefde, voor eenheid te overschreeuwen.

Laten we naar de Liefde gaan en Donald, Hillary, onszelf en de ander vergeven. Laten we ons vertrouwen stellen op die woordeloze, stille Kracht die ons allemaal draagt en liefdevol omarmt. Laten we zien dat we niet bang hoeven te zijn voor een boze buitenwereld. Laten we vredestichters worden door Zijn licht te laten schijnen door onszelf.

Ontspannen in liefde

relax-in-love

Zondagmorgen, 6:45h. Waarom word ik nu al wakker? Ik kan toch lekker uitslapen? Beelden en gedachten borrelen omhoog uit onbekende diepten. Ik merk op dat er gedachten bij zitten over het werk dat op me wacht op maandag. Ik begin vast te plannen en te regelen en word meegenomen in een warrige stroom van gevoelens, bezorgdheden en spanningen. In de Cursus zegt Jezus ergens tegen Helene Schucman dat ze zich te makkelijk verliest in ‘mind wandering’, het afdwalen van de denkgeest en het zich verliezen in alledaags gepieker. Dat gebeurt mij dus ook.

Maar gebeurt het me echt of sta ik toe dat het gebeurt? Ben ik een slachtoffer van de drukte die me lijkt te omringen en zich zelfs opdringt aan mijn binnenwereld op een moment dat ik liever nog even doorslaap?

Mijn geworstel tegen ongewenste gedachten en gevoelens en mijn pogingen om met geweld weer in slaap te proberen te vallen komen in een iets ander licht te staan. Ik kies onbewust voor deze projecties met een verborgen agenda. Ergens is er iets in mij dat verkiest om zich bedreigd te voelen, te willen vechten en worstelen. Ik heet dit inzicht nog niet echt van harte welkom. Ik klamp me vast aan het denkbeeld van de ongewenste drukte, het ongewenste gepieker en het ongewenste wakker worden.

Als ik iets serieuzer de mogelijkheid laat binnenkomen dat ik uit angst ervoor kies om te worstelen en te vechten komt steevast de zelfbeschuldiging om de hoek kijken. ‘Sukkel, trap je er nu al weer in? Wat ben je dan een schijterd dat je zo bang voor de liefde bent! Je hebt je straf, je geworstel, gewoon verdiend!’

Uit de toonzetting blijkt dat ik het ego aan de lijn heb. Dit zijn niet de woorden van de Heilige Geest. Dit is niet de Stem van Jezus die zegt ‘komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn’. Ik wil niet verder op de fiets van zelfbeschuldiging en pak Werkboekles 310 erbij: ‘Deze dag breng ik onbevreesd in liefde door’. En daar staat het: ‘We brengen deze dag samen door, jij en ik’. Hier wordt me het middel getoond: ‘samen’. God zij dank, samen, samen, samen.. Ik werp me in zijn armen. Ik hoor Jezus vanaf het kruis roepen: ‘Het is volbracht’. De reis is allang voorbij. De reis was al voorbij toen het dwaze idee mijn denkgeest binnenkwam dat het me gelukt was afgescheiden te zijn en te worstelen. Jezus, de liefde die ik ben, sprak direct op dat moment en zei dat er niets aan de hand was, dat ik het Huis niet verlaten had, dat ik vrij en veilig ben.

‘We hebben onze vrede en heiligheid hervonden. Er is vandaag in ons geen ruimte voor angst, want we hebben de liefde in ons hart verwelkomd’

De liefde die we zijn, de liefde die ons overspoelt als we ons ontspannen in de armen van Zijn liefde, de liefde die we zijn.

 

The light inside

image

Als ik naar buiten kijk, meen ik de wereld te zien.
Maar kan ik iets zien buiten mij, of verschijnt alles in mij?
Als ik m’n lichaam voel dan lijkt het deel van mij.
Maar kan ik mijn lichaam voelen op een andere plaats dan in mijn denkgeest?
Evenzo met gevoelens en gedachtes,
Ze verschijnen nergens anders dan in mij.

Kan ik ook maar iets waarnemen buiten mij, als alles slechts kan verschijnen in mijn denkgeest?
En als ik dat zie, doorzie zelfs, wat gebeurt er dan?
Als ik het vergeef en er geen bijzondere waarde meer aan toeken?
Als ik zie dat mijn waardering niet meer of minder betekent dan mijn afkeur?
Als ik onderken dat ik slechts meen te bestaan in de waarneming van dat wat in mijn denkgeest verschijnt?

Wat dan?

WB 309: De stap die ik vandaag zet, Vader, is mijn onbetwistbare bevrijding van ijdele dromen over zonde. Uw altaar blijft sereen en onbezoedeld. Het is het heilige altaar voor mijn Zelf, en daar vind ik mijn ware Identiteit.

Ik zal vandaag niet bang zijn om naarbinnen te kijken.

In den beginne..

in-den-beginne_htm

In den beginne, dat geen beginne was
Was er alleen Denkgeest, God
Die wilde spelen en de gedachte van de schepping schiep
Hij wilde ervaren wat niet bestond
Hij wilde twee ervaren in plaats van één
En verbande zichzelf uit het Paradijs, in vergetelheid
Hij koos ervoor even niet te lachen
Niet uit vergissing, maar uit Wil
God Wilde iets te wensen te hebben
Om te voelen, te vechten, binnen Zichzelf.

Maar God wist al die tijd
Dat het Zijn keuze was om even niet te lachen
Dat Hij zelf de projector was en de schepping slechts Zijn film
Hij spreekt tot Zichzelf in ECIW
Hallo, je doet dit Jezelf aan
Vergeef Je Eigen projecties en wees God

Hij spreekt tot Zichzelf in The Way of Mastery
Hallo, alles wat Je ziet verlang Jezelf
Het is Je Eigen intentie
Je bent God en je schept
Geniet van je schepping, zie dat het goed is
Laat maar gebeuren, sta toe
Vecht niet, en maak de projectie niet echt
Beleef Je kruis als Je verlangen
Beveel je Geest in Mijn handen, in je Eigen handen

En zie de Zon door de wolken.

Lege handen

lege-handen

Het is voor mij niet makkelijk om afhankelijk te zijn. Liefst houd ik zelf de regie en de touwtjes in handen. Paar voorbeelden:

  • Wachten op een taxi als ik op tijd op het vliegveld moet zijn. Vreselijk.
  • Op mijn werk dingen uit handen geven en hopen dat die ander zijn of werk deel op tijd doet. Ik ben dus slecht in delegeren.
  • Het idee dat ik werkeloos zou worden en afhankelijk zou zijn van het inkomen van mijn partner. Een gruwel.

Ik kan nog wel een tijdje doorgaan zo. Dezelfde houding neem ik natuurlijk mee op m’n spirituele pad. Wat is het probleem, wat ga ik doen en wanneer zie ik het resultaat? Geen gezanik; actie!

En dan leert de Cursus me dat dit actieve ikje zichzelf in de weg staat waar het gaat om herinnering aan m’n ware Zelf. ‘Zoek en vind niet’ is het devies van het ego. Het ego smult van mijn dadendrang. Het begrijpt niet dat het geen benul heeft waar het naar zou moeten zoeken en wat het dan is dat het zou moeten vinden. Mijn ego kan alleen denken in termen van het bekende, tijdelijke en begrensde. Het wil een taxi en wel binnen 10 minuten. Het wil  dat de collega binnen 1 dag antwoord geeft. Het wil een gegarandeerd inkomen en houdt niet van verrassingen.

Als ik eerlijk ben, heb ik geen idee wat ik precies zou moeten en kunnen zoeken als het een spiritueel pad betreft. Ik meen te weten wat ik niet wil; pijn, ruzie en andere ellende. Om dat voor elkaar te krijgen wil ik keihard aan de slag.

De Cursus leert dat ik met dit streven en met deze dadendrang een verborgen agenda heb. Het “ik” dat zo graag de regie houdt is een illusie, een droom die zichzelf in stand wil houden. Het beweert dat het af wil komen van ellende maar ziet niet in dat het geloven in problemen en in een “ik” die aan de slag moet om hiervan af te komen, juist de garantie vormt dat de illusie van de doener-ik overeind blijft.

Daarom ben ik wars van afhankelijkheid. Daarom vind ik het lastig om elke ochtend gewoon 20 minuten stille tijd te houden, op een stoel te zitten en niks te doen. Daarom vindt m’n ego dat laatste stuk van Werkboekles 306 ook helemaal niet grappig:

Dankbaar en erkentelijk komen we, met lege handen, met open hart en open denkgeest, en vragen slechts om wat U geeft. Wij kunnen niets aanbieden wat toereikend is voor Uw Zoon. Maar in Uw Liefde is de gave van Christus de zijne.

Grrr. Met lege handen, vragen slechts om wat U geeft, ik kan niets aanbieden. Maar wat een kans biedt deze weerstand me. Het brengt me exact bij het pijnpunt van het ego. Dat pijnpunt heet “angst”. Angst voor overgave, angst voor eenwording en uiteindelijk angst voor Liefde. Het fijne is dat ik niet hoef te doen tegen deze angst. Ik mag deze opmerken en in stilte besluiten met:

Vandaag kan ik aan alle angst voorbijgaan en liefde, heiligheid en vrede hervinden. Vandaag word ik verlost en opnieuw geboren in een wereld van genade en zorgzaamheid, van liefdevolle goedheid en de vrede van God.

Heerlijk eigenlijk, die lege handen.

 

 

Zijn job

god-sign-saltlakecity1De wereld die we om ons heen menen te zien is ons leslokaal. Zo ziet de Cursus dat. We krijgen keer op keer de gelegenheid om onze Les met hoofletter L te leren. Toen m’n jongste dochter een keer verheugd vertelde dat ze een uur vrij had omdat de docent ziek was probeerde ik haar uit te leggen dat dit aantrekkelijk lijkt maar dat ze op uiteindelijk meer had aan een gezonde leraar en een les die gewoon door gaat. Pakje boter op m’n hoofd want in m’n eigen leventje zit ik ook niet altijd te springen om onderwezen te worden. Ik wil vrij zijn, onbekommerd leven met zo min mogelijk vervelende gebeurtenissen (leraren) die me lastig vallen.

Ook binnen onze illusoire wereld bestaat een leerplicht. Je ontkomt gewoon niet aan situaties die je niet aanstaan, die je wanhopig probeert te controleren en aan de frustratie die hierop volgt als dit niet lukt. Meesmuilend moet ik dan erkennen dat ik toch maar beter wat lessen kan volgen en begin ik met de Cursus. Ik wil dat de Cursus me leert wat ik moet doen om vervelende ervaringen uit mijn leven te bannen zodat ik vrij en vredig kan zijn. Zo praktisch en zo simpel is het.

Een eerste verbluffende les is dat de Cursus ons leert dat de ellende die we buiten ons zien niet anders is dan een projectie in de denkgeest. We krijgen informatie waarom we projecteren en daarbij stuiten we op de radicale non-dualistische kern van de Cursus; je bent liefde, één met God en geen afgescheiden individu. Uit angst voor de eenheid projecteren we een afgescheiden ikje in de grote boze buitenwereld. Onbewust willen we vechten en verdedigen om ons zo 100% echt te voelen.

In de bovenbouw van de Cursus krijg je dit redelijk in de gaten. Onlangs kocht ik het super heldere boekje van Van Aalst, Wonderen of waan waarin hij alle concepten binnen de Cursus uitlegt. En ja, ik “begrijp” wat hij schrijft. Afgelopen anderhalf jaar ontrafel ik met plezier de alledaagse gebeurtenissen die me lijken te overkomen; lees, die ik projecteer. Prima natuurlijk en het is meen ik ook het doel van het Tekstboek van de Cursus om deze vaardigheid bij ons te ontwikkelen.

Maar op zich lost deze vaardigheid niets op. Het slimme ego kan je er zelfs toe verleiden om eindeloos door te gaan met analyseren. Je bent als een wetenschapper die met microscoop en pincet op zoek gaat naar bewustzijn in de hersenen en al het materiaal haarfijn weet te ontleden. Zo kan ik steeds beter herkennen dat ik zelf de projector ben van wat me overkomt en het wordt ook steeds helderder waartoe ik dit allemaal doe; ik kies elk moment opnieuw voor de afscheiding.

Wat moet ik dan doen? Het stellen van deze vraag laat zien dat de kern van de kwestie nog niet is blootgelegd. Die kern zit verstopt in het gevoel dat er een ikje is die nog iets moet doen om een bepaalde situatie te bereiken.

In een virtuele huiskamergroep zegt een dierbare broeder geregeld “geef het aan de Heilige Geest, het is Zijn job!” En dit is zo kernachtig en zo waar. Het is prima als de meer theoretische kennis van de Cursus je brengt tot op dit punt. Deze kennis kan je verwachtingspatroon zuiveren. Je beseft dat je geen slachtoffer bent van de wereld die je ziet, dat je projecteert en dat iedere actie die je meent te moeten ondernemen alleen maar de illusie van afgescheidenheid versterkt. Stop, haal adem, zit stil en ontspan. Het is vanaf nu Zijn job. Maar dus ook manier, Zijn aanpak en Zijn uitkomst. Niet de mijne. En deze simpele woorden “Het is Zijn Job” zeggen alles. Wat een zegen.

WB302: Onze Liefde wacht ons nu we naar Hem toegaan, en vergezelt ons om ons de weg te wijzen. Hij schiet in niets tekort. Hij het Einddoel dat we zoeken, en Hij het Middel waardoor we tot Hem gaan.

Stel je eens voor..

image

Stel je eens voor dat je de keus had om aan al je lijden in één keer een eind te maken. Pats, boem, vrede. Zou je daar dan voor kiezen? Sta hier eens bij stil.

Wat doet deze suggestie met je? Merk je ongeloof bij jezelf? Merk je de overtuiging dat dit misschien ooit voor je is weggelegd, na één of meerdere levens druk in de weer te zijn geweest met spirituele oefeningen? Als dat zo is dan nodig ik je uit om deze aarzeling eens te onderzoeken. Hoe kom je aan dit vooroordeel?

Ons ego vertoont op deze suggestie typerende reacties. ‘Ik ben gewoon nog niet ver genoeg’, ‘Zo makkelijk kan het gewoon niet zijn’ of ‘Hij heeft gelijk, wat ben ik toch een trage sukkel’. Echte ego praat; ontwijkend, defensief en beschuldigend maar op zich gelukkig ook weer totaal onschuldig.

Toch heb je in elk moment waarin je gelooft dat je iets vervelends overkomt precies die keuze; geloof ik dat me in deze situatie iets overkomt tegen mijn wil (slachtoffer) of geloof ik dat ik NU vrede kan ervaren, ongeacht de omstandigheden waarin ik me lijk te bevinden? Ik zelf geloof met grote regelmaat de eerste optie. Deze manier van naar situaties kijken sluipt er telkens ongemerkt in. Het voelt zo gewoon, zo vertrouwd. Vooral bij nare situaties komt de laatste tijd de keuze echter wat sneller in m’n bewustzijn. Er gebeurt iets naars of ik zie op tegen een bepaalde gebeurtenis en plotseling zie ik mezelf ervoor kiezen om dit serieus te nemen. Vervolgens is er een kleine ruimte, een kleine opening, een moment van twijfel waarin ik besef ‘dit hoef ik niet perse zo te ervaren’.

Direct daarop volgt het protest. ‘Ik heb écht geen keuze, het gaat toch weer net zo slecht verlopen als altijd enzovoort’. Ik blijk haast verslaafd aan ellende en durf bijna niet de mogelijkheid te overwegen dat ik echt iets te kiezen heb. Als ik dan toch pas op de plaats maak, even stil ben en zodoende ruimte maak voor de Heilige Geest dan verschrompelt het doembeeld dat ik stiekem koesterde. Het voelt als een gespannen ballon waar de lucht uit wegloopt. Ik gebruik hier graag de omschrijving voor dat het ‘haast ongepast’ voelt om de ellende niet te adopteren en voor de liefde diep in jezelf te kiezen. Ik aanvaard de verlossing en liefde voor mijzelf.

Het is ook simpelweg een kwestie van oefenen. Het is niet moeilijk om een paar keer de affirmatie ‘ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie’ te herhalen. Een prima begin, maar om contact te maken met dit gevoel van slachtofferschap en het dan niet te geloven vergt iets meer. Het vergt geen prestatie, maar een vertrouwen in Liefde. Een vertrouwen dat alleen de waarheid waar is en niks anders. Ik geef iets op dat weliswaar onplezierig was maar tevens heel vertrouwd, het oude harnas van angst, verdediging en schuld. Hierdoor kan de liefde binnen stromen. Een beetje vreemd, haast ongepast, zo licht en zo blij.

Ik wens jullie een ongepast vreugdevol weekend!