Gefopt!

gefopt

Open je ogen en kijk. Zie je die ander, daar buiten jou?

Gefopt! Het gaat zo snel dat je het niet doorhebt. Zodra je de ogen open deed en het idee kreeg dat jij (hier) keek naar die ander (daar), heb je je reeds laten foppen. Je heb namelijk in een fractie van een seconde geloof gehecht aan het idee dat je iets zag buiten jezelf. En dat is geen toeval. Zonder dat je het zelf in de gaten hebt wil je de illusie geloven dat er een buitenwereld bestaat waarin jij jezelf bevindt. Dat is je intentie maar je bent je niet van deze intentie bewust. Bij die eerste blik kies je ervoor geloof te hechten aan dualiteit, aan de afscheiding. Waarom? Because you can! Gewoon voor de lol; je wilt je als Zoon van God even lekker hier voelen, afgescheiden van die ander daar.

Doe nu je ogen weer dicht en wees stil. Let heel goed op en kijk opnieuw terwijl je goed oplet op het binnentreden van je geloof in een afgescheiden ikje. Zie je het gebeuren? En probeer nu eens te kijken vanuit de eenheid die je bent (dus, symbolisch gesproken, samen met de Heilige Geest). Dan kun je een weerstand opmerken tegen alles wat hierboven geschreven staat. Je merkt dat je met graagte kiest voor de splitsing tussen ik en jij en dat je je verzet tegen de verbondenheid die vanzelf optreedt als je niet gelooft in wat je ogen je willen zeggen.

Even metafysisch: dat hele systeem van tijd, ruimte en een zooitje zintuigen om rond te kunnen snuffelen is juist door de Zoon van God bedacht met de reden Zichzelf even te kunnen foppen en zich klein mensje te kunnen voelen in een buitenwereld. Hij is nu alleen vergeten te lachen en is Zijn eigen grap serieus gaan nemen. Hij denkt warempel dat die afscheiding echt is en dat hij zal sterven als hij zijn eigen geloof niet meer serieus neemt.

En dan de sleutel; vergeving. Kijk naar die denkbeeldige ander en weiger die eerste stap naar geloof in afscheiding te zetten. Kijk en doe niks. Blijf op t=0, in je ongedifferentieerde eenheid, en kijk met liefde, met een milde glimlach naar die projectie (die ander, de buitenwereld) die je zelf bedacht hebt. Omarm deze als jezelf. De projectie komt uit de Goddelijke bron die je bent. Houd dus van die gedachte van God, die schepping, die naaste die je zelf bent. Vertrouw, omarm en laat de liefde de denkbeeldige grens doen oplossen. Er kan je niks gebeuren, je ontmoet slechts jeZelf.

(195) Liefde is de weg die ik in dankbaarheid ga.

Je bent niks en alles; waarheid en liefde

trent-reznor-quote-in-my-nothing-you-were-everything-to-me

De Cursus leert ons dat de wereld die we zien, inclusief ons eigen ikje, slechts een illusie is. Niet meer dan een projectie met als doel afgescheidenheid te kunnen ervaren waar deze in werkelijkheid nooit kan zijn. Dit kan een zekere afstandelijkheid bij ons oproepen jegens wat we zien verschijnen in bewustzijn. “Die vervelende persoon is niet echt, dat nare gevoel en die negatieve gedachten zullen oprijzen en weer verdwijnen”. Helemaal waar en het kan zeker de druk wat van de denkbeeldige ego-ketel afhalen.

Maar toch. Bij deze “niet dit, niet dit” houding, die ervaren kan worden als een soort achteruit lopen, blijft er heel subtiel gemakkelijk een klein ikje achter dat zo veel mogelijk gedissocieerd om zich heen zit te kijken. Zojuist las ik dat Tony Parsons sprak over een glazen huisje waarin je zit. Alles gaat prettig langs je heen en je wordt nergens door geraakt. Maar toch; zie je die “je”?

Vooral in “The Way of Mastery” geeft Jezus ons oefeningen die uitgaan van “ook dit, ook dit”. Je kunt zeggen dat er geen ikje bestaat die er voor kiest een arm op te tillen. Je zou ook kunnen zeggen dat “arm optillen” verschijnt in bewustzijn net zoals regendruppels verschijnen in bewustzijn. Je hebt wel de neiging om te zeggen “ik til mijn arm op” maar niet om te zeggen “ik regen”. Toch gebeuren beide ogenschijnlijke fenomenen zowel in als door bewustzijn. Hetzelfde bewustzijn dat we ten diepste zijn.

Het kan verfrissend zijn om wel eens in de rol van God te stappen en om met net zoveel overtuiging te zeggen “ik regen” als “ik til mijn arm op”. Merk je een vervreemdend effect? Heel raar om je even “persoonlijk” verantwoordelijk te voelen, schepper te voelen, van zaken waarvan we gewoonlijk aannemen dat ze niks met ons te maken hebben.

In hetzelfde boek staat het wondermooie:

“Love allows all things, Love accepts all things, Love trusts all things, Love embraces all things and therefore Love is transcendent of all things”

Dat voelt nogal anders dan dat je je constant distantieert van zaken die je meent waar te nemen. Je loopt nu niet achteruit maar je gaat recht op de droomwereld af. Je omhelst alles en iedereen wat/die je meent tegen te komen. Zelfs nare personen, inclusief Hitler die dikwijls ter sprake komt in dit verband, en inclusief de pijn of de erge ziekte. Alles omarm je, alles vergeef je, alles herken je als uiting van Goddelijke liefde, als uitnodiging.

In de Bijbel vragen de discipelen aan Jezus wat nu eigenlijk het belangrijkste gebod is. Zijn antwoord zal bekend zijn:

“Hij zeide tot hem: Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.”

Zie je het? Hoe mooi? Ik merk dat het mij veel doet. Ik herken me in de neiging tot wat klinisch analyseren. Nu word ik uitgenodigd te beminnen en het glazen huis te laten verpulveren door liefde. En dat is eng en spannend. Want een gedissocieerd ikje is ook nog een “veilig” ikje, een glazen huis lijkt nog bescherming te bieden. Maar nu mogen de ramen en armen wijd open. Wow, waar gaat dit naar toe?

Goddelijke vrijpartij

fuck yourself

<Disclaimer: bericht bevat taalgebruik dat als grof kan worden ervaren 😉 >

Ik lig wakker en kijk wat me lijkt te overkomen. Irritatie, want erg vroeg wakker, vogel- en vliegtuiggeluiden, woelende partner naast me in bed, spanning in mijn lijf. Ik lijk slachtoffer, de weerloze ontvanger van een ongewenst geschenk. Totaal Yin.

Maar kan de Zoon van God slachtoffer zijn? De vraag stellen is hem beantwoorden; nee dus. In mijn Yin zit een bolletje Yang. Ik ben de doener, de maker van mijn gewaarwordingen.

De slapeloosheid ligt als een ongewenste berg voor me. Waartoe? Ik wil m’n zelfgemaakte berg beklimmen, bedwingen. Ik heb hem gemaakt om te kunnen doen en vechten, actieve Yang. Waartoe wil ik strijden? Om mijn kracht te kunnen voelen, het bolletje Yin.

Zo speel ik als Zoon van God met m’n eigen maaksel, mijn eigen projecties. Maar het evenwicht wordt hersteld. In mijn vermeende slachtofferschap ontdek ik de doener en in mijn daderschap ontdek ik de voeler.

Om te kunnen ervaren dat ik ben, zoek ik de wrijving. Deze maak ik zelf door te geloven in iets wat me tegen mijn wil in overkomt of door iets te bedenken wat me niet zint en wat ik actief wil veranderen. Ik maak situaties om ze te kunnen ervaren in de wrijving; God speelt het spel van de schepping om Zichzelf hierin te kunnen ervaren.

Door de aandacht naar het punt van wrijving te brengen ontstaat een directe helderheid. Ik zie de ogenschijnlijke afgescheidenheid geboren worden op het grensvlak van yang en yin, van doen en ervaren. Op dat oneindig kleine raakvlak, in dat nu, is de aanwezigheid zo puur. Hier eindigt de immer doorgaande beweging orgastisch in zichzelf. Hier is de quantumsprong en wordt eenheid ervaren als zichzelf en door zichzelf.

De dans is seksueel; penetreren en ontvangen in een Goddelijke dans. Één kiest voor twee om te kunnen versmelten en klaar te kunnen komen, verlichting te bereiken. God bedrijft de liefde door te scheppen in ogenschijnlijke dualiteit. Soms teder, bij het ruiken aan een bloem, soms masochistisch als bij het sterven aan het kruis. Er is geen rangorde van goed en kwaad in de dans van God met Zichzelf. Anything goes. De grofste belediging: ‘go fuck yourself!’ blijkt een kernachtige beschrijving van het spel dat we wensen te spelen. We zijn de Ene die verkiest Zichzelf te ervaren door het vergeven van de wrijving die optreedt in het bedachte twee.

 

Lachend naar huis

Yin-Yang-figuurEerst probeer ik verlichting te bereiken door iets te doen. Maar (onbewust)  versterk ik hiermee juist het gevoel van afgescheidenheid. Geloof in de doener die iets kan bereiken is een hardnekkige gewoonte geworden.

Dan besluit ik het roer om te gooien en niet langer iets actief te doen maar passief te gaan voelen. Zou zo de doener tot zwijgen kunnen worden gebracht en verlichting ervaren kunnen worden?

Maar in het actieve doen zit tegelijk een voelaspect en in het zogenaamd passieve voelen zit een actief doe-aspect.

Het is nooit 100% doen (Yang) of 100% voelen (Yin).
Nooit 100% man noch 100% vrouw.
Nooit 100% dader, noch 100% slachtoffer.

Als ik namelijk geloof dat ik jou (of de wereld) iets kan aandoen dan blijf ik slachtoffer van het geloof in dualiteit. Idem als ik geloof dat jij (of de wereld) mij iets zou kunnen aandoen waarbij jij als dader dus weer los van mij zou staan.

Wat een integrerend spel; doen en voelen, Yin en Yang, penetreren en overgave, dader en slachtoffer.  De twee zijden van dezelfde ego-medaille.

En Bewustzijn? Tao? Totaal onbewogen als de blauwe lucht waarin de wolken verschijnen. God weet nergens van. Zijn Zoon, de uitbreiding van Liefde, wilde even iets spelen dat natuurlijk niet echt kon. Het spel van afscheiding, vertrek uit het paradijs. Wie kan echter vluchten uit eenheid?

Hij heeft maar één functie; lachen om dit spel als hij het zat is. Vergeven dus. En dan? Vrolijk verder spelen, als je dat wilt, of lachend naar Huis.

 

The first move

IMG_0676

Ik ben gewend de draad pas laat op te pakken. Pas als ik écht in de problemen zit kom IK in actie om te proberen het wat beter naar m’n zin te krijgen. De situatie lijkt dan al vastomschreven: ik moet wat doen. Geeft niks maar het is interessant om te proberen het begin te onderscheiden; the first move.

Want wat is er aan de hand als ik bijvoorbeeld net wakker word uit m’n slaap? Als ik goed oplet kan ik zien dat m’n eerste waarneming, bijvoorbeeld ik lig in bed naast mijn vrouw, al niet meer het begin, niet meer t=0, is. Ik zit al in de film. Op het moment dat ik me bewust word dat ik ook maar iets waarneem is de boel gedefinieerd; “ik” is geboren, dualiteit is als waarheid aanvaard, ik geloof dat de afscheiding heeft plaatsgevonden. Ik geloof vanaf mijn eerste waarneming dat er een ikje is en een ander, in dit geval mijn vrouw.

En nu het wonderlijke radicale van de Cursus. Ze stelt dat ik die waarneming Zelf gemaakt heb juist met de intentie om dit spel van afscheiding te kunnen gaan spelen. Anders gezegd; ik projecteer de wereld met daarin denkbeeldige anderen met de intentie op hen te kunnen gaan reageren en me daardoor afgescheiden te voelen. In de dramatische beeldspraak van een revolvergevecht: ik verbeeld me dat er een andere cowboy tegenover me staat die de eerste beweging gemaakt maar ik kijk slechts in de spiegel, naar mijn projectie. Lukt het me om zo precies en gevoelig te zijn, zo oplettend te zijn, dat ik voel dat ik eerst beweeg voordat ik dit meen te zien in mijn spiegelbeeld? IK projecteer en start de droomfilm.

Maar goed. Zoals gezegd, ik ben vrijwel altijd te laat en krijg pas een vaag gevoel van gefopt te worden als de show al begonnen is. Wat dan? Dan geeft de Cursus ons een machtige sleutel. We vergeven onze projectie, we gooien ons pistool op de grond en omarmen de revolverheld in de spiegel. In onze verdedigingsloosheid ligt onze vrede en veiligheid. We zegenen onze eerste waarneming; het gevoel dat we gedragen worden door een bed, de ademhaling ban onze partner. We zegenen alles, zonder uitzondering en doorbreken zo de illusie. We vallen samen met wat we menen te zien, we zijn niet meer afgescheiden, geen lichaam meer. We geloven niet meer in ons eigen gewicht en zweven vrij omhoog. Boven het slagveld, als een vrije vogel.

Omarm de illusie

IMG_0673

Wat is waarheid? Ooit hoorde ik ‘waarheid is dat wat werkt’. Een lekker pragmatische insteek die echter de vraag slechts verplaatst want wat is ‘werken’ dan? In het licht van de Cursus zou ik zeggen dat binnen onze droom iets NIET werkt als de angst toeneemt en dat iets WEL werkt als de vrede toeneemt.

En zo kan wat werkt voor de één niet werken voor de ander en omgekeerd. Laat ik het iets concreter maken. Wat doet de uitspraak ‘ik ben niet dit lichaam’ met je als je lichamelijke pijn ervaart? De één slaakt mogelijk een zucht van verlichting en ervaart meer ruimte als hij of zij leest hoe de tekst verder gaat (ik ben vrij etc). Bij de ander kan het echter ontaarden in een tegen beter (menen te) weten in ontkenning van een pijn waarvan hij wel degelijk meent dat deze écht is. De Cursus geeft ergens aan dat het proberen te ontkennen van de illusie, terwijl je in feite er nog zeer in gelooft, niet handig is. Maar wat dan?

Waarheid, voor mij, is dat wat werkt. Mij helpt het om in gedachten uit de rol van vechtend ikje te stappen dat middels fanatieke affirmaties probeert af te komen van iets waarvan hij ten diepste toch overtuigd is. Hoe? Door me te identificeren met mijn Goddelijke afkomst en de pijn te zien als iets dat ik gemaakt heb. Waartoe heb ik dat lichaam gemaakt? Op dit moment kennelijk omdat ik pijn wil ervaren. Als God wil ik deze ervaring nu hebben. Het is haast een vorm van automutilatie, zelfpijniging.

Ben ik nu stom of schuldig? Nee, wij maken het daarmee weer veel te klein en persoonlijk. Want als God laat ik ook de regendruppels langs de ramen lopen, laat ik het gras bloeien en de vogels vliegen en fluiten. Ook laat ik meZelf even Simon voelen met denkbeeldig afgescheiden gedachten, gevoelens en pijntjes. Totdat..? Totdat ik uitgespeeld ben en vergeef wat ik zo bedacht heb. Maar hoe dan? Door te zien dat ik dit alles mezelf aandoe. Ik doe mezelf pijn, regen, zon, vogels en andere mensen aan. Ik speel als eenheid het spel van afgescheidenheid. Ik ben geen slachtoffer, geen dader maar de liefde die zichzelf wil kennen in zijn schepping, in gestolde liefde.

De verlossing van deze wereld hangt van mij af. Door al deze ogenschijnlijk afgescheiden vormen (pijn, anderen, de drol op de stoep, tijd, ruimte, het hele universum) te omarmen, lief te hebben. Door ook mijn worsteling en verzet lief te hebben en te zien als onderdeel van het spel. Dan kan het wonder, de alchemie plaatsvinden en de schepping weer gezien worden als wat ze is; liefde zoals ikzelf.

t=0, de film begint

IMG_0672

Als ik wakker word in de ochtend dan is de film gestart. De droomfilm met daarin de illusie van een ikje en een buitenwereld. Er vindt direct een inventarisatie plaats. Waar ben ik, hoe voel ik me en wat ga ik vandaag doen? Vanaf dit denkbeeldige startpunt, t=0, zal de dag zichzelf gaan uitrollen.

Kan ik even wachten? Kan ik de vormloosheid nog even intact laten? Deze nog ongedefinieerde eenheid is mijn erfgoed, dit is de Naam van God en de mijne. De droomfilm gaat van start zodra het geloof heeft postgevat dat ik een lichaam ben. Bij dat woord lichaam moeten we ruimer denken dan aan ons velletje met daarin vlees en spieren. ‘Ik ben niet een lichaam’ wil zeggen dat er geen enkele vorm van ikje is. Dus ook geen gevoels- en gedachten-ikje. Totaal geen begrenzing en slechts stilte. Geen doodse stilte maar een trillende, haast energetische bron van mogelijkheden. In deze stilte kunnen we ons ware Huis weer ervaren.

Maar natuurlijk komt na t=0 toch steeds weer die t= 1 seconde en loopt de film alweer. Vanaf dat moment kunnen we niet meer ervaren in termen van ‘zijn’ maar is ons ikje bezig in termen van doen. Wat dan? ‘Doe’ dan dat ene dat de droom niet versterkt: vergeef. Hoe? Door ontslag te nemen als je eigen leraar en samen met Hem te kijken naar anderen en naar wat ze bij je lijken op te roepen als keek je naar een deel van jezélf. Stop met geloven in ik-en-jij en besef dat je slechts gelooft in een ‘jij’ om jezelf ‘ik’ te kunnen voelen. Dat doe je door te geloven in de aai die de ander je geeft of door te geloven in de klappen die je krijgt. Vergeef. Doorzie je eigen Goddelijke spel, de film die je maakt, van ‘Ik in de wereld’. Er is alleen eenheid, God, liefde en dat ben Jij.

Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij.
Want ik blijf wat ik ben, zo schiep God mij.

Ik lijk er slechts te zijn als ikje

Adam en Eva

In het begin was er de onbegrensde Goddelijke Denkgeest. Dit Onbegrensde wilde afgescheidenheid ervaren. God boetseerde derhalve uit Zichzelf een lichaam en blies dit lichaam adem in. Zo ontstond Adam, I am, het ik-gevoel. Gemaakt uit God, van het zelfde materiaal als God; namelijk liefde. Gestolde liefde in de vorm van een lichaam in het totaal van ongestolde liefde.

God wilde weten hoe het was om afgescheidenheid te kunnen ervaren en koos daarom voor de denkbeeldige grens van de gestolde liefde, het lichaam. Maar om dit helemaal echt te laten lijken diende er nog iets anders te zijn. “Het is niet goed dat mens alleen is”, anders is het goddelijk spel niet compleet. Dus uit zichzelf, uit de rib van Adam, schiep God Eva. Eva is gemaakt van exact hetzelfde materiaal als Adam dus van gestolde liefdesenergie. Deze projectie moest plaatsvinden terwijl Adam sliep, hij mocht zich er tijdelijk niet van bewust zijn anders zou ik de illusie van afgescheiden het niet echt genoeg kunnen zijn. Nu meende Adam wakker te zijn geworden en naast zich Eva te kunnen zien. In werkelijkheid werd hij niet wakker en droomde hij de droom van afgescheidenheid. Dit doen wij nog steeds, we menen anderen om ons heen om ons heen te zien maar herinneren ons niet dat zij één zijn met ons. We herinneren ons niet dat de hele schepping van tijd en ruimte niets anders is dan een gedachte in de denkgeest.

Nu hebben we genoeg gespeeld en willen wakker worden. We willen weer erkennen dat Eva en ik dezelfde onbegrensde liefde zijn. En daarom moeten we naar haar, naar onze broeders, kijken en beseffen dat we op dat moment naar onszelf kijken. We moeten dwars door de denkbeeldige afgescheidenheid heen zien en opmerken: jij bent mij, er is geen grens. Ik heb jou geprojecteerd om alle ervaringen te kunnen voelen die optreden in de aanwezigheid van geprojecteerde anderen. Overigens niet alleen geprojecteerde andere mensen, maar de hele zogenaamde buitenwereld. Ik herken dat ik dit zo gewild heb, dat ik dit als God dit wilde dromen. Nu laat ik het geloof los, ik vergeef alles wat ik zie. En zo kan de ogenschijnlijk gestolde liefde weer vloeibaar worden en zichzelf ervaren als onbegrensd, als ruimte, als vrede.Laat ik een moment stil zijn en naar huis toe gaan.

Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij. Want ik blijf wat ik ben, zo schiep God mij.

Zelfverwijt

zelfverwijt

Ik merk dat ik mezelf dikwijls iets kwalijk neem. Ik meen dan dat ik iets verkeerds gedaan heb of iemand verkeerd bejegend heb. Ongetwijfeld klopt dit ook binnen onze droom. Er is echter een ander aspect van dit zelfverwijt. Het bevat namelijk ook een verkapte vorm van arrogantie van het ego. Immers, als ik mezelf iets verwijt, dan meent mijn ikje dat het echt de macht heeft om iemand iets aan te doen. Het zou een echte dader kunnen zijn en ook echt slachtoffers kunnen maken. Binnen onze droomwereld is dit natuurlijk ook zo en dit stukje is niet bedoeld als een oproep tot asociaal gedrag. Laten we binnen de illusie toch vooral normaal blijven doen en waar mogelijk onze fouten herstellen of excuses aanbieden. Ik heb het hier echter over een ander niveau, over het niveau van het absolute, over onze ware Identiteit.

Als ik namelijk beweer dat ik in staat ben om iemand anders ten diepste iets aan te doen, dan beweer ik tevens dat de afscheiding echt heeft plaatsgevonden. Anders gezegd, ik beweer dat het me gelukt is om mezelf af te scheiden van God. Tevens beweer ik dat mijn projecties van een buitenwereld met daarin andere mensen ook echt zijn, zodat ik die werkelijk iets kan aandoen. Het is juist de kernboodschap van Jezus geweest dat er geen booswichten waren die hem echt zouden kunnen doden. Binnen de droom leek het er weliswaar op dat de mensenmassa die hem beschuldigde en de Romeinen die hem daadwerkelijk kruisigden echt schuldig waren. Jezus zag hier aan voorbij, hij zag dat zijn ware Identiteit als Zoon van God niet aan te vallen was. Hij liet onverkort zijn liefde stromen naar de mensen die hem geselden en naar de soldaten die de spijkers door zijn handen en voeten sloegen. Daarmee illustreerde hij dat er geen “anderen” zijn die de zoon van God iets kunnen aandoen.
Ook Petrus dacht dat hij iets heel ergs gedaan had, namelijk het tot driemaal toe verloochenen van zijn heer. Na de opstanding van Jezus zal Petrus verbaasd zijn geweest dat Jezus helemaal niet kwaad op hem was. Jezus zag namelijk dat er niets gebeurd was. Jezus kende de ware identiteit van hemzelf en van Petrus; onbegrensde liefde. Deze onbegrensde liefde kan zichzelf niets aandoen. Wij kunnen Jezus noch God beledigen en ook niet doden. De diepste werkelijkheid is dat er geen afgescheiden anderen zijn. Binnen de illusie kunnen we menen dat we de macht hebben om anderen te kwetsen maar daarmee miskennen we hun (en onze) ware Goddelijke aard.

Deze constatering is een grote belediging voor ons ego. Als ego menen wij wel degelijk macht te hebben om Jezus te kruisigen of anderen echt iets aan te kunnen doen. Het is dus schokkend voor ons als Jezus ons laat zien dat er niks gebeurd is en dat hij nog steeds leeft. Zo bezien is de kruisiging bedoeld als ultiem bewijs dat wij God en daarmee ook al Zijn Zonen niet kunnen aanvallen omdat wij ons nooit van de eenheid die wij zijn hebben kunnen afscheiden. Die macht hebben we helemaal niet. Het lukt ons gewoonweg niet om onszelf waarlijk schuldig te maken. Binnen de illusie: jawel. Hier is het hele systeem van rechtspraak, boete en schuld onze “realiteit”. Maar in werkelijkheid: nee, onmogelijk. Het evangelie is hierdoor een heerlijke bevrijding! Ons gevoel van zelfverwijt heeft klaarblijkelijk vooral een doel voor het ego. Het ego vindt het prachtig als wij onszelf schuldig voelen en daarmee de afscheiding met alle ellende erbij tot werkelijkheid verklaren. Jezus zegt ons nu in de Cursus dat er niks gebeurd is. Wij zijn geen ego dat kwaad kan doen. Wij zijn de heilige zonen van God zelf (WB191). Wat een bevrijding, wat een vrede.

Probeer het eens als je jezelf geselt met zelfverwijt. Kijk eerst of je, naar de droommens gesproken, iets moet herstellen of gewoon je excuses moet aanbieden. Als je daarna merkt dat het schuldgevoel aan je blijft kleven dan mag je dit ontmaskeren als truc van het ego. Merk dat het vanuit je kleine ikje nauwelijks lukt dit schuldgevoel simpelweg overboord te zetten. Je ego zal je vertellen dat dit ongepast is, het hoort niet, je moet jezelf blijven geselen. Kijk dan samen met Hem en wees bereid de arrogantie van het ego, je neiging om vast te houden aan het ik-bevestigende schuldgevoel, los te laten. Hij is daarbij onze Helper en ons Doel. Hij is ons ware, ons diepste Zelf.

Normaal doen

Normaal doen

In het oude testament geeft God aan Mozes de tien geboden. Het zijn wetten en richtlijnen die gaan over goed en fout gedrag. Wij kunnen de neiging hebben hier wat lacherig over te doen. De Cursus geeft immers ook geen richtlijnen over hoe we ons moeten gedragen. Wij kijken liever naar het nieuwe testament, voor zover we tenminste nog lezen in onze oude vertrouwde Bijbel. Maar is het zo gek om richtlijnen te hebben voor ons gedrag? Ik moet hier hierbij denken aan de woorden van Ken Wapnick, een groot leraar van de Cursus. Hij zei dat we vooral niet moeten vergeten om normaal te doen. Over wat dat “normaal doen” dan precies inhoudt, liet hij zich niet direct uit. Toch zit er in zowel het oude testament als in de woorden van Ken een houvast voor ons. Zolang we nog menen dat we ons in de illusie bevinden hebben we om te gaan met wat we hier tegen lijken te komen. We kunnen de neiging vertonen om te vroeg het standpunt van een ontwaakt mens in te willen nemen. We gaan ons dan zogenaamd onthecht gedragen terwijl we nog niet ontwaakt zijn. We krijgen dan een vreemde situatie; we leven nog niet direct vanuit liefde en menen dat we ons van niemand iets aan hoeven te trekken. Dit kan leiden tot ongeremd gedrag. Dit is niet zondig, maar het is ook niet bepaald liefdevol. Ik zal dit illustreren met een radicaal voorbeeld.

Op het “niveau één” van de cursus geldt dat het niet mogelijk is om gedood te worden of om iemand te doden. Een ontwaakt mens die vanuit liefde leeft zal dit ervaren als de hoogste werkelijkheid. Alles is één, alles is liefde. Iemand die niet ontwaakt is, en nog steeds geïdentificeerd is met niveau twee en zijn of haar ego, ziet deze wijsheid als een vrijbrief om te doden. Als iets of iemand ons in deze beperkte visie niet bevalt menen we dat we gerechtigd zijn om de hindernis op te ruimen. We houden onszelf hierbij voor dat er immers niks wezenlijks gebeurt. Maar kijk eens hoe geniepig het ego hierbij de liefde voor zijn haatdragende karretje spant. want zou een liefdevol mens de neiging hebben om uit eigenbelang iets of iemand uit de weg te ruimen?

In “het klein” kunnen we dit terug zien als we als Cursus student geen rekening meer houden met mensen die ons dierbaar zijn en rücksichtslos onze eigen gang willen gaan. Wij horen immers de Stem van de heilige geest! Daar moet alles en iedereen voor wijken. Natuurlijk beweer ik niet dat we niet naar die Stem moeten luisteren. Maar één ding mogen we zeker weten; de richting die de heilige geest ons wijst is liefdevol voor iedereen. Dat wil niet zeggen dat we alles op alles moeten zetten om het anderen naar de zin te maken. Nee, maar onze benadering van die ander zal wel degelijk liefdevol zijn. Niet aanvallend, niet met de bedoeling om te hakken of geweld te plegen maar een liefdevolle, open communicatie. Wat er verder gebeurt is niet ons pakkie-an. Als we de liefde door ons heen hebben laten stromen dan mogen we erop vertrouwen dat wat er ook binnen de illusie gebeurt, goed is. Dus laten we normaal blijven doen. Laten we niet uit zogenaamde liefde egoïstisch worden en onze oude vertrouwde fatsoensnormen met handen en voeten treden. Het kan fijn zijn om, zolang we niet helemaal wakker zijn, deze handvatten te hebben. “Normaal doen” kan heerlijk bevrijdend zijn en geeft ons menselijk bestaan reeds binnen de illusie een Goddelijke glans. Voed de hongerige, bied onderdak aan de dakloze en troost degene die treurt.

En binnen deze veilige grenzen van “de wet” mag de liefde opbloeien als een klein teder plantje en vrucht dragen. Een vrucht voor onszelf, en vrucht voor de ander.