Mijn geluk!

mijn gelukZeg eens eerlijk; is er iets wat je belangrijker vindt dan jouw geluk? Zelfs indien je reageert met het belang van geluk voor je kinderen of geluk voor het milieu dan nog geldt dat dit het is wat jou gelukkig maakt. In de laatste blogs schreef ik over de fixatie op ons eigen geluk wat zich in Cursus-kringen kan manifesteren als spiritueel navelstaren. Kijk eerst eens hoe we hierop reageren vanuit ons ego. We kunnen ons aangevallen en gecorrigeerd voelen en afhaken omdat we niet zitten te wachten op teksten van een wereldverbeteraar tijdens onze niet-materiele en spirituele reis. Als dit je neiging is, houd dan svp nu toch even vol! Een andere reactie kan zijn dat we onszelf egoïstisch en schuldig voelen en besluiten toch wat meer aandacht te besteden aan anderen door onze aandacht naar buiten te richten. Als dit ook al niet deugt, gezien het voorbeeld van aandacht voor kinderen en milieu, wat blijft er dan nog over?

Gelukkig is er de werkboekles van vandaag die wel degelijk wijst op het heerlijke geluk wat we kunnen zien als onze ogen opengaan en we middels een perceptieverandering ons niet langer doodstaren op de angstaanjagende en pijnlijke droom “werkelijkheid” die we zelf hebben gemaakt. Het ego zucht opgelucht. Dus toch! Het is toch uitsluitend een kwestie van perceptieverandering, de focus ligt toch op dat geluk in mij en ik word toch helemaal niet opgeroepen om me meer naar buiten te richten. Wat kletst de schrijver van deze blogs toch steeds?

De clou zit hem in de diepe Cursus-wijsheid dat geven en ontvangen te diepste één zijn. Want laten we nog eens kijken naar de werkboekles van vandaag. De Cursus nodigt ons uit om onze ogen te openen en de visie van Christus tot ons te laten komen. Dit zal leiden tot Gods correctie van wat we zien. En ja, dit leidt tot een verandering van perceptie: je zoekt en ziet je geluk in het nu. Maar dan komt het. Het Goddelijke “venijn” zit hem in de staart. Kijk maar:

“Les 290

Mijn geluk nú is al wat ik zie.

Tenzij ik kijk naar wat er niet is, is mijn geluk in het nu al wat ik zie. Ogen die beginnen open te gaan, zien ten langen leste. En ik wil graag dat nog deze dag de visie van Christus tot mij komt. Wat ik waarneem zonder Gods eigen Correctie van het zicht dat ik heb gemaakt, is angstaanjagend en pijnlijk om aan te zien. Maar ik wil niet toestaan dat mijn denkgeest nog een ogenblik langer wordt misleid door het geloof dat de droom die ik gemaakt heb werkelijk is. Dit is de dag waarop ik mijn geluk in het nu zoek en naar niets anders kijk dan waarnaar ik zoek.

Met dit besluit kom ik tot U en vraag Uw kracht om me vandaag te steunen, terwijl ik er louter naar streef Uw Wil te doen. U zult mij zeker horen, Vader. Wat ik vraag hebt U me al gegeven. En ik ben er zeker van dat ik vandaag mijn geluk zal zien.”

 Zie je dat vetgedrukte zinnetje? Dat is nu net niet wat ons ego wil lezen in deze les. De zin loopt toch ook keurig door als we het zouden weglaten? Maar nee, het staat er: Terwijl ik er louter naar streef Uw Wil te doen. Maar Gods Wil voor mij is toch louter geluk? Ja, Goddank! Maar ook Goddank dat de Cursus ons leert dat geven en ontvangen in waarheid één zijn. Is dit zo nieuw voor ons? Nee, getuige de wijsheid van de lieve broeders en zusters die erop wezen dat ze gelukkig zijn door geluk te gunnen aan anderen of aan een groter doel. Want hier daagt het besef dat “eigen” geluk inderdaad toeneemt door te geven. En dat geven hoeft zich niet te beperken tot het aanbieden van onze veranderde perceptie. Het is zo subtiel. Net zoals de betekenis van het wonder in de Cursus in Wonderen zowel een veranderde perceptie is als het aanbieden van wonderen aan anderen (en dat kan gewoon zijn door het doen van alledaagse dingen) is, zo vinden we ons eigen geluk door ons te bekommeren om het geluk van anderen.

Want wat is die Wil van God? De Wil van God is dat Zijn Liefde mag stromen door ons heen naar onze broeders en zusters. Dat maakt Hem gelukkig! Ik citeerde eerder T4, VII (Schepping en communicatie) 6:46:

Maar zolang jij je rol in de schepping niet vervult, is Zijn [Gods] vreugde niet compleet omdat de jouwe incompleet is. En dit weet Hij. Hij weet het in Zijn eigen Wezen, en in de ervaring daarvan van Zijn Zoons ervaring. Het voortdurend uitvloeien van Zijn Liefde wordt belemmerd wanneer Zijn kanalen gesloten zijn, en Hij is eenzaam wanneer de denkgeesten die Hij geschapen heeft niet ten volle met Hem communiceren

Zie je hoe Zijn Geluk toeneemt? Dat gebeurt als zijn kanalen (wij dus!) ons openen zodat zijn liefde kan uitvloeien. Zo in de Hemel, alsook op de aarde; zo bij God, zo bij ons. Ons geluk is niet compleet als we niet mee-geven met God. Het is zo’n heerlijke boodschap. Hoe worden we gelukkig? Door Zijn Liefde te delen met onze broeders en zusters. Zo Goddelijk simpel.

Ik kan en wil niet zonder jou!

jezus met melaatse

Als twintiger bezocht ik een evangelische kerk. De liefde die ik daar ervoer werkte als een magneet op me. Toch raakte ik geblokkeerd door het beeld van een wraakzuchtige God; een God die het plaatsvervangend offer van Zijn Zoon Jezus nodig had om van ons te kunnen houden. Ik herinner me een gesprek met de voorganger. Een gedreven man met een grote baard en een gepassioneerd spreker. Uiteindelijk riep ik vertwijfeld uit: ik wil wel geloven, maar het moet wel wáár zijn! De geruststellingen van de lieve man werkten niet voor mij. Ik kon niet verder met het beeld van een wraaklustige God.

Na heel wat omzwervingen kwam ik terecht bij een Baptistengemeente. Weer zo’n warm bad. Ik besloot de waarheidsvraag maar te negeren en me te richten op de liefde van God waarover gesproken werd vanaf de kansel. Om mijn overgave aan deze liefde uit te drukken liet ik me dopen. Men vroeg me of ik een doopgetuigenis wilde geven, een verhaaltje over hoe ik tot mijn keuze voor Jezus gekomen was. Dit wilde ik niet. Ik wilde slechts één woord uitspreken op de vraag of ik Jezus had leren kennen als persoonlijke verlosser en heer. Eén woord: “JA”. Ik wist niet goed waar ik theologisch gezien nu precies “ja” tegen zei. Natuurlijk spookte de duistere beelden van een bestraffende God nog ergens in m’n achterhoofd. Daar kon ik ze echter een tijdje laten rusten terwijl ik trouw de kerkdiensten bezocht en Gods glorie bezong.

Mijn geestdrift was ook de predikant opgevallen. Uiteindelijk mocht ik zelfs “oudste” worden. Ik vond het een voorrecht om mijn Vader zo te mogen dienen. In de oudstenraad kon ik de weggestopte beelden niet meer ontlopen. Ik moest ongehuwd samenwonenden gaan corrigeren. Ik weigerde dit want ik zag er niks zondigs in. Ik moest meegaan in de afkeuring van homoseksuelen, ook al werd dit met een zo liefdevol sausje overdekt. Hetzelfde gold voor mensen die euthanasie wensten. Mijn allergie tegen het veroordelen kwam in alle heftigheid naar boven. Steeds klonk de volgende zin in mijn hoofd: God is liefde, in Hem is in totaal geen duisternis.

Na vertrek uit de Baptistengemeente en omzwervingen in Satsang-land kwam ik uit bij de Cursus. Wat een ontdekking. De liefde van de Vader die ik kende en de waarheid uitgelegd door Jezus. Het gaf en geef me onuitsprekelijke vreugde en blijheid om de onheilige drie-eenheid van zonde-schuld-angst steeds verder te ontmantelen als mijn projecties bedoeld om de liefde van mijn Vader niet te ervaren.

De zuivering bleek echter nog niet klaar. Een nieuw Godsbeeld schoof voor het licht van de liefde. Deze keer niet het beeld van een boze God maar dat van een neutrale God die niks van het gedoe in onze droom af wist. De droomwereld is een maaksel van onszelf maar in de diskwalificatie hiervan werd God teruggebracht tot ongedifferentieerd bewustzijn en Jezus en de Heilige Geest tot respectievelijk een behulpzame tijdelijke projectie en een voorlopige herinnering aan God. De noodzakelijke correctie van wat erg menselijke Godsbeelden schoot door en dreigde God van Zijn Liefde te ontdoen en tot een initiatiefloze abstractie te reduceren.

Doet het er überhaupt iets toe hoe we over God denken? Voor velen niet. In de kerk kon ik jaloers zijn op broeders en zusters die zich niet zo druk maakten over de christologie van een wraakzuchtige God. Ze voelden zich schoongewassen door het bloed van het lam en probeerden niet-gelovigen met alle goede bedoelingen ertoe over te halen zich bij hen aan te sluiten opdat ze ook gered zouden worden en na hun dood naar de hemel konden gaan. Gelukkig trekt de liefde van God zich weinig aan van ons rare geloof in bizarre concepten en zag ik ook hoe God door mensen werkt die hun hart aan hem toevertrouwen, zelfs als ze er, in mijn ogen, kromme denkbeelden op na houden. Hetzelfde geldt voor mijn medestudenten van de Cursus. Het geloof in een wat onbewogen God maakt dat sommigen voor zichzelf een zelfde mate van onbewogenheid proberen te bereiken. Last van lichamelijke klachten? Geen nood; ik ben niet dit lichaam. Onder de indruk van de ellende in de wereld? Laat je innerlijke hier niet door verstoren, het is immers allemaal maar een droom. Waar klassieke christenen proberen de liefde van God uit te drukken in de wereld zijn veel Cursus-studenten gefixeerd op het ervaren van een vredige denkgeest, wat er ook in die droomwereld gebeurt. Gelukkig werkt ook hier de liefde corrigerend. We kunnen een tijdje genieten van ons nieuwe laagje teflon waarlangs de ellende van de droom afglijdt maar uiteindelijk dragen we zo geen vrucht.

We mogen de Cursus opnieuw en met frisse blik lezen en ons bevrijden van het beeld van een onbewogen God wat helaas binnengeslopen is in Cursus-kringen. Want wat staat er bijvoorbeeld in T4, VII (Schepping en communicatie) 6:46?:

Maar zolang jij je rol in de schepping niet vervult, is Zijn [Gods] vreugde niet compleet omdat de jouwe incompleet is. En dit weet Hij. Hij weet het in Zijn eigen Wezen, en in de ervaring daarvan van Zijn Zoons ervaring. Het voortdurend uitvloeien van Zijn Liefde wordt belemmerd wanneer Zijn kanalen gesloten zijn, en Hij is eenzaam wanneer de denkgeesten die Hij geschapen heeft niet ten volle met Hem communiceren.

Dit betekent niet dat we hoeven terug te vallen op een te menselijk Godsbeeld. Non-dualiteit is prima om duale concepten te ontmaskeren. Maar we moeten het Goddelijk Kind niet wegspoelen met het badwater. God is Liefde, Hij breidt zich uit naar Zijn Zoon. De Heilige Geest is ook Zijn Schepping en onze Trooster. We worden niet opgeroepen tot navelstaren en afstandelijkheid maar tot het doorgeven van Zijn Liefde. We mogen weten dat onze Broeder Jezus alle trucen van ons ego heeft meegemaakt en doorzien en ons tot hem wenden om samen de leiding van de Heilige Geest te vragen. De weg van de Cursus is exact hetzelfde als die van de Bijbel. Droomwereld of niet, we dienen wonderen van vergeving aan te bieden aan onze broeders en zusters. Zo simpel.

Bekijk een willekeurige Facebook groep (inclusief de groep die ik beheer) en zie hoe we verzand dreigen te raken in vredige plaatjes die ons doen hopen op dezelfde vredigheid in onze denkgeest. Hier is niks mis mee maar laten we niet vergeten dat de Jezus uit de Cursus dezelfde is als de Jezus uit het Nieuwe Testament. Ook hier worden we gewezen op het Koninkrijk der Hemelen in onszelf maar met aandacht voor melaatsen, blinden, kreupelen, hoeren, soldaten, rijke jongelingen, tollenaars enzovoorts. Ik wil niet oproepen tot fanatiek activisme, een nieuwe versie van het doen van goede daden om behouden te worden, maar de blik mag wel wat meer naar “buiten”.

God is Liefde die Zich uitbreidt, Jezus reikt ons liefdevol de hand, de Heilige Geest geeft ons Kracht als we ons uitstrekken naar onze naasten. Dus die liefde van God is niet alleen bedoeld als warm badje voor onszelf. Wellicht kan Bewustzijn een beetje neutraal om zich heen kijken maar Liefde breidt uit en moet stromen. Waarheid is prachtig maar zonder liefde..

Zo zei Paulus het in Korintiërs I: hoofdstuk 13:

De liefde

Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal. Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn. Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trots op zijn – had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.

Gedachten die pijn doen

feeling stupid

Met het woord “zonde” kunnen wij wellicht niet zo veel meer. We vinden het “zonde” als we een mooi wijnglas kapot laten vallen. Voor de rest menen we dat deze term vooral thuis hoort in de wat behoudende kerken. We hebben niet zoveel feeling meer met zonde. Het gevoelsaspect komt echter wat meer in beeld bij het woord “schuld” wat als het ware de oudste zoon van zonde is. Schuld kennen we veel beter. Iemand die iets fout doet of heeft gedaan, is schuldig. Deze persoon is fout en moet gecorrigeerd of zelfs bestraft worden.

Vanaf dit punt lijkt de weg zich soms wat te splitsen. Sommigen kijken bij het zoeken naar de schuldige vooral naar buiten. Naar andere mensen of zelfs andere situaties. Deze zijn dan fout en schuldig en zij zelf zijn het slachtoffer hiervan. Anderen, waaronder ikzelf, richten de beschuldigingen vooral tegen zichzelf. Ik heb gewoonlijk iets fout gedaan en ben stom en schuldig. De kindjes van schuld zijn dan vooral spijt (zelfverwijt) en schaamte, zeg maar de kleinkinderen van de zonde. Bij schuld en schaamte vallen we onszelf aan en noemen onszelf niets- of minderwaardig. De tijd, die anders zo vriendelijk alle wonden voor ons kan helen, werkt nu meedogenloos in ons nadeel. “Gedane zaken nemen geen keer, berouw komt na de zonde”, en ga zo maar door. Bij de meer extraverte schuldzoekers zijn de kindjes eerder irritatie, verwijt en boosheid. Het kan lijken dat deze groep minder last heeft van het fenomeen schuld dan de groep van introverte schuldzoekers, maar dit is slechts schijn. Bij zowel boosheid op jezelf als boosheid op een ander kiezen we voor een verkramping die, zeker op de lange duur, niet fijn aanvoelt en zelfs onze fysieke droomgezondheid kan schaden.

En dan hebben we vandaag WB les 284: Ik kan kiezen alle gedachten die pijn doen te veranderen. We kunnen pas iets van deze les leren als we hem toepassen en er niet slechts verstandelijk mee in stemmen. Hoe doe je dit? Voor de extraverte schuldzoekers: kijk eens wat er vanbinnen gebeurt als je ervoor wilt kiezen die ander per direct niet meer als schuldige te zien. Hiermee bedoel ik niet zoeken naar verzachtende omstandigheden maar direct, in één keer de hele beschuldiging laten vallen en die ander zien als totaal schuldloos kind van God. Voel je die rare weerstand hiertegen? En voor de zelf-beschuldigers geldt hetzelfde. Kun je besluiten in één keer je schuldgevoel of schaamte rondom een kwestie die speelt los te laten?

Als je dit gedachtenexperiment serieus uitvoert in een situatie die je echt bezighoudt dan kun je flinke weerstand ervaren tegen het zomaar loslaten van de beschuldiging, of deze nu tegen een ander of tegen jezelf gericht is. Het zit als het ware enorm diep in onze droomgenen: we willen perse dat er een schuldige is en het voelt haast ongepast om een beschuldiging zo maar op te geven.
De reden hiervoor is dat we met het loslaten van schuld het hele ego-denksysteem op losse schroeven zetten. Als we namelijk zeggen dat er geen schuldige is dan ontkennen we dat de zonde van de afscheiding heeft plaatsgevonden. Ons ik-gevoel staat met het hele gewicht op het geloof in zonde; ik heb me als ikje afgescheiden van het geheel. Onbewust voelen we ons hier schuldig over en omgekeerd koppelen we de mogelijkheid om echt schuldig te kunnen zijn aan ons geloof in afgescheidenheid: ik ben afgescheiden van god en van mijn broeders. Het maakt niet uit waar we de schuldvraag gaan parkeren; we mogen God wreed vinden, onze broeders fout of onszelf schuldig zolang we iemand maar de schuld-kaart toespelen. Het stoppen van dit spel geeft grote verwarring in de ego-wereld. We zijn enorm aan dit zwartepieten-met-schuldgevoelens verslaafd geraakt. Voor ons is het vanuit onze identificatie met het kleine zelf een lastige klus om ermee te stoppen omdat het dus leidt tot twijfel aan de echtheid van dit zelf. Geen schuld, geen zonde, geen afscheiding, geen zelf. Omgekeerd, als iemand echt schuldig is dan voelt dit weliswaar niet fijn (boos op mezelf of op anderen) maar het lijkt oh zo overtuigend te bewijzen dat ik als afgescheiden zelf besta.

Iets van onze weerstand tegen het loslaten van dit geloof klinkt door in de werkboekles:

En iedere vorm van lijden is niets dan een droom. Dit is de waarheid, die

* eerst alleen dient uitgesproken
* en dan veelvuldig herhaald,
* om vervolgens onder veel voorbehoud maar gedeeltelijk als waar te worden aanvaard.
* Om daarna steeds serieuzer te worden overwogen en
* uiteindelijk als de waarheid aangenomen

Zie je hoe we ons vastklampen aan ons geloof in gedachten die pijn doen? Het lijkt wel of we een stuk kauwgom onder onze schoen vandaan proberen te trekken.

Het goede nieuws is dat we mogen stoppen met worstelen en ook mogen stoppen met onszelf te beschuldigen omdat we dit rare spel maar blijven volhouden. De uitnodiging is om onszelf weer in te pluggen in Zijn Liefde die iedereen onschuldig verklaart. Mij helpt de zin “ik vergeef mezelf alles wat ik voel en doe (of gedaan heb)” De werkboekles zegt het als volgt:

Vader, wat U gegeven hebt kan geen pijn doen, dus verdriet en pijn moeten wel onmogelijk zijn. Laat me vandaag niet nalaten U te vertrouwen, en alleen het vreugdevolle aanvaarden als Uw gaven, alleen het vreugdevolle aanvaarden als de waarheid.

Wil je Jezus echt volgen?

jezus radicaalToen Jezus rondwandelde in onze droomwereld kwamen veel mensen op hem af. Mogelijk werden ze aangetrokken door verhalen over fysieke genezingen. Maar misschien voelden ook velen een leegte van binnen en hadden ze een vaag vermoeden dat deze profeet van God hen verder kon helpen. Met welke verwachtingen komen wij terecht bij de Cursus? Een enkele uitzondering daargelaten zullen we niet direct meer gedreven worden door hoop op materiele rijkdom of lichamelijke genezing van kwaaltjes. De meesten van ons zullen ook gemotiveerd worden door een soort leegte, een gevoel van “er moet toch meer zijn”?

Toen Jezus 2000 geleden begon te onderwijzen, schrokken veel omstanders zich rot. Als een rijke jongeling hem vraagt wat hij moet doen om het eeuwige leven te verkrijgen dan krijgt hij van Jezus als tip om al zijn bezittingen te verkopen (Mat 19:16-22). Als twee mannen Jezus willen volgen maar eerst nog de begrafenis van hun vader moeten regelen dan noemt Jezus hen ongeschikt omdat ze achterom blijven kijken (Luc 9: 59-62). Ook het breken met je vader, moeder, vrouw en kinderen en me je eigen alledaagse leven is niet een aantrekkelijk verzoek (Luc 14: 25-35). Wij zijn maar wat opgelucht dat Jezus in de Cursus niet zo radicaal lijkt als destijds in Israël. Opgelucht zeggen we dat de Cursus geen gedragsregels geeft. En dat klopt. Dat maakt zijn boodschap echter niet minder radicaal.

Terug naar onze eigen motivatie. Mag ik het even samenvatten door te stellen dat we gelukkiger willen worden? Niks mis mee, en we zijn met dit verzoek ook op het goede adres aangekomen, net als onze broeders en zusters uit het oude Israël. Er is een Stem in ons, een herinnering, die gewoonweg weet dat Jezus gelijk heeft met zijn oproep om ons slechts te richten op liefde. We hebben echter mogelijk niet altijd goed zicht op onze eigenlijke motivatie. Dat komt omdat we onze eigen metafysische geschiedenis vergeten zijn. Anders gezegd: we menen dat we liefde, vrede en geluk willen en dat we hier volledig voor willen gaan. Het dubbele is echter dat wanneer we dit echt zouden willen we ons nooit in deze denkbeeldige situatie zouden bevinden van ongelukkig en afgescheiden zelf op zoek naar waar geluk. Juist onze wens om ons afgescheiden te voelen is de basis van ons illusoire bestaan.

We kunnen zelfs met de mond belijden dat we liefde willen maar ondertussen toch onbewust onszelf vastklampen aan de illusie van afgescheidenheid. De historische Jezus riep uit: Wat noemt gij mij Here, Here en doet niet hetgeen ik zeg”(Luc 6:46). Er is niet veel veranderd. Hoewel onze echte Wil weet dat liefde de weg is, handelen we in de droom vanuit onwetendheid van onze uitgangspositie (de wens om ons af te scheiden van liefde) en nemen we genoegen met valse surrogaten voor die grote liefde. We menen dat er in de Cursus geluk wordt aangeboden voor ons kleine afgescheiden zelf. Met behoud van ons hele geloof in het belang van een gezond lichaam, een dikke portemonnee en veel luxe willen we ons van binnen toch nog wat lekkerder en gelukkiger voelen. Ons ego is zo slim. Door gedragsregels (terecht!) te ontkennen als de oplossing menen we ons onbewuste geloof in afgescheidenheid (inclusief het belang van zekerheid, sensaties en macht voor ons lichamelijke zelf) veilig in stand te kunnen houden.

Het zou ons ook niks brengen als we de boel op zijn kop zouden zetten. Als we doodsbang onze bezittingen verkopen en het geld weggeven of de band met dierbaren afkappen om elders ons geluk te zoeken dan gebeurt er niks in onze zelf-gerichte denkgeest. En toch heeft de oproep van Jezus in de Cursus niks aan radicaliteit ingeboet. Het klinkt allemaal zo heerlijk zoet en zacht en als een soort extra bonus voor ons zelf: “je bent liefde..”. Oh jaaahhh, heerlijk! Ook hier weer dat onbegrijpelijke mysterie. Want ja; je bent liefde. Maar als klein zelf dat zich zo graag in z’n uppie happy de peppie wil voelen ben je, niet zondig maar verdwaasd, nog steeds niks meer dan de Zoon van God die Zich vergist.

Voor ons kleine zelf is het een slechte boodschap dat Jezus ook in de Cursus net zo radicaal is als destijds. Hij heeft geen populaire boodschap voor ons als zelfjes. Want ook nu moeten we geloof in zekerheden als geld, gezondheid en speciale haat- en liefdesrelaties doorzien en loslaten als we Hem echt willen volgen. Ook nu wijst hij ons op het belang van het liefhebben van onze naasten. Er is hierin niks veranderd. Per definitie kunnen we dit niet zelf en wensen we dit vanuit ons kleine zelf ook niet oprecht. Maar, Godzijdank, ons tedere verlangen, die Stem die ons terugroept en die we zo makkelijk misverstaan, deze Stem is wél onze echte Stem en onze echte Wil. En vanuit ons machteloze kleine ikje kunnen we gelukkig nog het allerbelangrijkste: we kunnen ons “bekeren”, Hem erkennen als Verlosser en Heer door Hem de leiding te geven. “Heer, ik ben onvrij en wil van alles maar ik weet nauwelijks wat ik te diepste wil. Help Jezus, broeder, leid mij naar de echte vrijheid en help me mijn verslaving aan de illusie los te laten. Help me te houden van mijn broeders en zusters. Uw Wil, welke gelijk is aan Mijn Wil, geschiede!

Les 280

Welke beperkingen kan ik opleggen aan Gods Zoon?

Laat me vandaag Uw Zoon eren, want alleen zo vind ik de weg tot U. Vader, ik leg geen beperkingen op aan de Zoon die U liefhebt en zonder beperkingen hebt geschapen. De eer die ik hem geef is de Uwe, en wat van U is behoort ook toe aan mij.

Liefdevol of voetveeg?

people please

In de Cursus lezen we hoe Jezus de mensen vergaf die hem geselden en aan het kruis nagelden. Ook roept hij ons in het Nieuwe Testament op om de andere wang toe te keren als we geslagen worden of om onze kleding af te staan als daarom gevraagd wordt. We zien Jezus als ons grote voorbeeld en willen hem graag navolgen. Toch vergt dit nadere toelichting.

De Cursus geeft ons geen gedragsregels, geen nieuwe ge- en verboden. We krijgen geen handboek waarin zoiets staat als: “als iemand dit of dat doet dan moet jij zo reageren”. Dit zou een typisch gevalletje zijn van niveauverwarring. Alles wat ons in de wereld lijkt te overkomen zouden we niveau II kunnen noemen. Op dit niveau liggen bijvoorbeeld onze wetten en gedragsregels. Allemaal heel nuttig om enige houvast te bieden zolang we nog zo slaperig zijn. Jezus spreekt echter over niveau I als hij alle geboden terugbrengt tot het belangrijkste “gebod”:

Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.

Zelfs vanuit niveau II kan het goed zijn om op te merken wat hier niet staat: “gij zult uw naaste altijd zijn of haar zin geven”. Het is opvallend dat we dit logisch vinden als we met kinderen omgaan. Als Jantje uit het zolderraam wil klimmen of als Marieke met de fles gootsteenontstopper wil spelen dan hebben we er geen moeite mee om dit liefdevol te weigeren. Maar hoe anders wordt het wanneer de buren vragen of je ze om 3 uur ’s nachts even naar Schiphol kunt brengen voor hun vlucht naar Ibiza. Wat moet je doen? Je weet dat je dan zelf die hele nacht geen oog dicht doet maar je denkt dat je als goede student van de Cursus niets mag weigeren.

Zo zijn er legio voorbeelden te bedenken. Mogelijk welt er boosheid in je op en voel je je voor het blok gezet en overvraagd. Dit kan gevolgd worden door een schuldgevoel over de agressie die je naar boven voelt borrelen. Ik wil helemaal niet boos worden. Misschien moest ik het toch maar doen om de lieve vrede te bewaren want ik moet tenslotte nog jaren naast hen wonen. Wellicht verzin je een zo goed mogelijke smoes. “Oh, ik zou het graag doen maar als ik zo kort slaap krijg ik migraine en dan ben ik een gevaar op de weg”. Ondertussen ben je boos en vindt je de ander schuldig voor dit belachelijke verzoek. Het ego viert ondertussen feest want je lijkt je in een onmogelijke spagaat te bevinden: of de buurman is schuldig omdat hij je overvraagt of jij bent schuldig omdat je boos wordt en weigert jezelf op te offeren. Ergens las ik het goedbedoelde advies om vaker “schijt” aan anderen te hebben. Dat lijkt een praktisch toepasbare oneliner maar je hoeft maar te voelen hoezeer je hierdoor vanbinnen verhardt om toch maar niet voor deze negatieve gedragsregel te kiezen.

Liefde vraagt geen offers en roept niet op tot martelaarschap. Het ego is dol op keuzes (ik of jij) en denkt in termen van winnen en verliezen. “Ik offer me maar weer op, zucht”. Wat moet je dan in zo’n situatie wel doen? Je “moet” niks maar je wordt wel in deze leersituatie uitgenodigd om stil te worden en de liefde uit te nodigen in je denkgeest. Van de Heilige Geest weten we een paar dingen zeker:

  • Hij veroordeelt noch de brutale buurman, noch de sullige of boze jij
  • Hij dwingt je niet tot een keuze: die ander of ik
  • Hij heeft jullie beiden lief en heeft het belang van beiden voor ogen
  • En, volgens WB 277 van vandaag: Hij bindt de Zoon niet aan wetten die wij zelf gemaakt hebben (je hoeft dus niet het slaafje te worden van je broeder)

Zolang je je boos voelt of bang en aangevallen, kun je nauwelijks een wijs en liefdevol antwoord van jezelf verwachten. Je bent wel uitgenodigd om met je boosheid of angst en met je beschuldigingen stil te worden en je tot de liefde te wenden. Mogelijk merk je dan verzet op. Je wilt helemaal niet stil en liefdevol worden, die ander moet niet zo over jouw grenzen heen walsen! Zie die reacties gewoon opborrelen en kies weer voor een zachtere Stem. Totdat het stil en mild wordt vanbinnen. En dan kijk je wat je mag doen in deze situatie. Wat hieruit komt is liefdevol voor die ander en voor jezelf.

Lukt mij dit altijd zo mooi? Nee hoor, nog niet. Als ik het niet zo snel naar de liefde kan brengen pas ik een niveau II trucje toe. Ik vraag even de tijd om te besluiten. Dat kan ook ongemakkelijk voelen. “Hé, die ander weet nu dat ik het niet van harte doe en dat ik aarzel; nu ben ik echt een schuldige vent die niks voor andere over heeft!”. Weer een mooie vergevingsoefening. “Heer, ik meen dat ik schuldig ben als ik bedenktijd vraag. Gek genoeg wil ik dit idee niet zomaar loslaten. Ik koester dit schuldgevoel kennelijk. Heer, ik keer me naar Uw liefde en weet: Ik ben vrij, want ik ben mijn Vaders Zoon (WB277)”.

Welkom Thuis: metafysica in gewone woorden

man op bank

Als Zoon van God spelen we een spelletje waarbij we onszelf klein willen denken en klein willen voelen. Dat klein-denken doen we door te geloven dat we afgescheiden zijn van het Geheel. Het is niet zo dat we weten dat we dit spel spelen. Om onszelf écht als begrensd te ervaren moesten we even vergeten dat we eigenlijk dat Geheel zijn. De waarheid hebben we daarom toegedekt met een sluier van onwetendheid. Het klein-voelen lukt het beste door te geloven in de echtheid van het gevoel van angst. Voel maar eens hoe je hierdoor van binnen als het ware samenknijpt. In de vorm van een angstig zelf, voelen we ons optimaal afgesnoerd en gekrompen. Ook hiervan weten we niet meer dat we ten diepste kiezen voor het ervaren van deze angst als truc om onszelf zo ineengekrompen te voelen.

Het klein-denken en klein-voelen is dus niet onze natuurlijke staat. Zonder dat we het door hebben kost het ons moeite om in afgescheidenheid te blijven geloven. Het spel zit echter ingenieus in elkaar. Eérst foppen we onszelf dat we afgescheiden zijn. Het meest geschikte instrument hiervoor is het geloof in een afgescheiden lichaam dat met zintuigen een wereld buiten zichzelf waarneemt. Als er dingen worden gezien, gehoord, geroken, gevoeld en geproefd dan zal er wel een afgescheiden zelf zijn die ziet, hoort, ruikt, voelt en proeft. We weten niet meer dat deze zogenaamde vanzelfsprekende situatie, van een lichaam in een buitenwereld, helemaal niet bestaat. Het bestaat uit maaksels in de denkgeest. Dus kijk-, geur-, reuk-, voel- en smaaksensaties zijn maaksels van de denkgeest die bedoeld zijn om een begrensd zelfgevoel op te leveren.

Hetzelfde geldt voor het klein-voelen: de angst die hiervoor nodig is komt voort uit een geloof dat we heel fout bezig zijn door ons spelletje waarbij we ons een klein zelf willen voelen. Stel je even voor dat je in een winkel loopt en stiekem iets uit de schappen in je broekzak steekt. Hoe loop je daarna verder? Minder relaxt dan daarvoor want je voelt je schuldig en bent bang dat je gestraft zult worden door de eigenaar van de winkel. De grote grap is echter dat we even vergeten zijn dat we zélf de eigenaar zijn van de winkel waarin we lopen. Er is niemand anders tegen wie we gezondigd hebben. God heeft ons gemaakt uit Zichzelf en alles wat van Hem is, is ook van ons. We kunnen denken dat we een stukje van Hem hebben gestolen door ons een klein zelf te voelen maar dit is gelukkig Godsonmogelijk.

Dan de terugweg. Want hoe goed de sluier van onwetendheid ook werkt, ergens blijft een Stemmetje binnen in ons knagen en ons eraan herinneren dát we onszelf foppen. Vanuit ons kleine zelf hebben we echter slechts een vaag benul welke kant we op moeten. Wat betreft het klein-denken hebben we de indruk dat we meer moeten weten. We geloven dat wanneer we met onze kleine hersentjes weten hoe het zit dat we dan weer oké zijn. Dus gaan we zoeken en lezen en studeren en leraren bezoeken die het ons moeten uitleggen. Of we willen de wereld met ons kleine zelf verenigen doordat we de wereld willen hébben. Dus we willen geld en lekkere ervaringen. Het bange zelf willen we veilig stellen door onze grenzen te bewaken en alles buiten ons te beoordelen en veroordelen en ons tegen bedreigingen te verdedigen door deze aan te vallen. Uiteindelijk denken dat we er zijn: we hebben geld zat, drinken wijn, vrijen wanneer we willen en plaatsen een groot hek rond onze villa dat ons samen met een alarmsysteem moet beschermen tegen gespuis.

Maar het werkt niet. Vanuit het geloof in het kleine zelf kunnen we niet herinneren Wie we echt zijn als Zoon van God. Onze kleine zelf-acties zijn slechts schijnoplossingen. Hoe kunnen we dan wel wakker worden? Dat werkt best wel makkelijk en natuurlijk. We hoeven ons slechts te laten terugvallen in wat we zijn. Dit doen we door loslaten en vertrouwen. Als we vertrouwen op het Geheel dan verdwijnt de onzekerheid vanzelf. Ons kleine verstand hoeft geen werk te verzetten. Wees stil en vertrouw erop dat het Geheel het door jou heen doet. Het Geheel heeft het overzicht over alles en biedt echte Kennis. Jij als klein zelf hoeft niks te kiezen. Het komt goed want het is al goed. Dit geeft rust. Met je angst kun je je tot de Liefde wenden. Zie deze desnoods maar even buiten je in de vorm van God, Jezus of de Heilige Geest aan wie je hulp kunt vragen. Het gaat er om dat je leert ervaren dat er van je gehouden wordt door een Liefde die al ons benul te boven gaat. Dit is ook een natuurlijk proces; je hoeft je alleen maar over te geven aan deze Liefde én bereid te zijn deze door je heen te laten stromen naar anderen. Het zit zo mooi in elkaar. Liefde is een 100% gevende dynamische en scheppende kracht en dit kun je alleen ervaren door deze Kracht door je heen te laten stromen middels vergeving van alles en iedereen om je heen.

Laat je leiden door het Geheel en laat de Liefde door je stromen en vervolgens: welkom Thuis.

WB274: Een speciale zegening komt vandaag tot ons, van Hem die onze Vader is. Schenk Hem deze dag en er zal vandaag geen angst zijn, aangezien de dag aan liefde is gegeven.

Het wonder van liefde aanbieden

barmhartige samaritaanDe Bijbel blijft voor ons nuttig om ook de woorden van Jezus in de Cursus goed te kunnen begrijpen. De volgende vraag is voor mensen die de Bijbel kennen niet zo moeilijk te beantwoorden: roept Jezus in de Bijbel vooral op om zo goed mogelijk voor jezelf te zorgen of om zo goed mogelijk voor anderen te zorgen? Vanuit ons geloof in afscheiding denken wij dat dit twee verschillende kwesties zijn en neigen we naar het egocentrische antwoord: zolang wij onszelf happy voelen zijn we tevreden. Platgezegd willen wij dan ook de Cursus gebruiken om gelukkiger te worden. Is dit zo slecht? Nee, het is een prima startpunt maar het is onhandig, niet zondig, als we hierin blijven hangen.

Dit hangen blijven in een egocentrische visie kan gebeuren als we wonderen slechts opvatten als een verandering van perspectief uitsluitend bedoeld om onszelf gelukkiger te gaan voelen. De kans dat we hierin blijven hangen neemt toe als we te snel menen te moeten gaan handelen vanuit de niveau-I waarheid van de Cursus. Want wat is hier aan de hand? We proberen onze niveau-II overtuiging (ik ben een ikje) vroegtijdig te combineren met de niveau-II werkelijkheid (niks wat we zien is écht). Vanuit deze onzalige mix gaan we het wonder uit de Cursus in Wonderen misbruiken om een zelfgerichte onkwetsbaarheid na te streven. We denken dan dat we vorderen als we onbewogen blijven bij het zien van alle leed om ons heen. Dit is een akelige misvorming van de Cursus en buitenstaanders zien dit aan ons, studenten van de Cursus, als ze ons verwijten dat we door de Cursus ons hoofd in worden getrokken.

Natuurlijk is dit niet zo en zijn wij, studenten van de Cursus, af en toe net gewone mensen die nogal ik-gericht zijn. We kunnen de neiging ervaren om lekker thuis individualistisch met de Cursus bezig te zijn met als voornaamste doel de ellende van het harde bestaan te ontstijgen. Soms menen we dat de Cursus ons hiertoe oproept als ze woorden gebruikt als “boven het slagveld uitstijgen”. Hierbij zweeft dat niveau-II ikje alvast ongenaakbaar rond in een niveau-I hemel. Dit noem ik doorgeschoten schijn-non-dualisme. We proberen het “beste” van twee niveaus te combineren wat eigenlijk een soort ultieme afscheiding is: een onsterfelijk klein zelf dat onkwetsbaar geworden is.

In m’n vorige blog schreef ik dat we onszelf voorsorteren voor deze misvatting als we het wonder uitsluitend zien als een verandering van ons perspectief die maakt dat we ons afgescheiden én onkwetsbaar kunnen wanen. Met deze versie van wonderen scheren we vlak langs de waarheid maar we presteren het toch om deze waarheid hiermee volkomen te missen. Want zowel de Bijbel als de Cursus gaan over het belang van relaties. Onze houding binnen relaties vormt binnen onze droomwereld als het ware de weergave van ons geloof in afscheiding versus het geloof in liefde en eenheid. Als we wonderen beperken tot een manier om onszelf lekker te voelen dat leidt dit makkelijk tot dat schijn-non-dualisme. Daarom is het zo belangrijk om nooit te vergeten dat wonderen zo mooi zijn als expressie van liefde naar onze broeders en zusters.

Hoe kunnen we dan deze liefde tot expressie brengen? Denk aan het verhaal van de barmhartige Samaritaan. Mensen lopen in deze gelijkenis langs een gewonde reiziger en bieden hem geen hulp. Misschien waren ze druk met het herhalen van de affirmatie “ik ben niet een lichaam en het lijden wat ik meen te zien in een ander is niet echt”. Zie je het bedrieglijke en gemene van het ego? Het klopt precies wat er staan en ondertussen leidt het tot koud en egocentrisch handelen als we aan een hulpbehoevende medemens voorbij lopen.

Binnen de droom is het lichaam neutraal en mogen we het de betekenis geven die het voor ons heeft. We mogen het gebruiken als tijdelijk medium om te communiceren naar anderen wat er in onze denkgeest hopelijk is doorgedrongen. Onze gewone alledaagse (lichamelijke) relaties en contacten zijn bij uitstek het middel om wonderen aan te bieden aan onze naasten. In het Hoofdstuk (23 IV) van het Tekstboek wordt ons opgeroepen om binnen relaties niet ten strijde te trekken met oordelen en aanvallen. Maar het zweven boven het slagveld is niet hetzelfde als je onttrekken aan de relaties en het leven van alledag maar juist het liefdevol aangaan van deze relaties om wonderen aan te bieden. Dit is getuigen van de kracht van transformerende liefde. Dit is waar Jezus ons 2000 jaar geleden en nu toe oproept. Geen solistisch en erudiet navelstaren maar de liefde laten stromen om de speciale haat en speciale “liefdes”-relaties om te vormen tot Heilige….RELATIES!

De Cursus zegt dat we gelukkige studenten mogen zijn. Ken Wapnick, een leraar van de Cursus, roept ons op om vooral normaal te blijven doen. Dit normaal doen is ons alledaagse materiele leven laten gebruiken door de Heilige Geest om onze broeders en zusters te tonen dat Zijn Liefde in ons werkt en dat wij ervaren dat hun belang niet verschilt van dat van ons.

 

Samen ontdekken dat we liefde zijn

samenHet kan verhelderend zijn om je zo af en toe eens af te vragen wat je nu eigenlijk wilt met bijvoorbeeld de Cursus of met welke andere spirituele leerweg dan ook. In dit verband is het aardig om te zien wat de discipelen van Jezus wilden zo’n 2000 jaar geleden. We lachen wel eens als we hen zien kibbelen over de vraag wie de grootste zal zijn in de hemel of wie er aan de rechterhand van Jezus mag zitten aldaar. Het eigenbelang spat er in al z’n menselijkheid vanaf. Maar zij wij veel beter dan zij? Wat willen wij ten diepste?

We kunnen er veel namen aan geven. Verlichting, ontwaken uit de droom, meer vrede ervaren en ga zo maar door. Het kan wat confronterend zijn als we eens heel direct de vraag stellen: “voor wie willen we een plezierige staat bereiken?” Ik zal het niet voor jullie invullen maar bij mezelf zie ik dan toch stevig egocentrische motieven naar boven komen. Ik meen te lijden aan de illusie van dit bestaan en ik wil blijvend vrede ervaren. Mijn zoeken naar vrede is dus zonder meer voor een (heel?) groot gedeelte zelfgericht.

Ik zag op YouTube een interview met Robert Perry, leraar van de Cursus, en hij wees op iets opmerkelijks. Als wij aan de wonderen denken van De Cursus in Wonderen dan zijn we er aan gewend geraakt om deze op te vatten als een correctie van onze perceptie van wat we menen te zien: eerst zien we ellende en afscheiding, we nemen de projectie terug en kijken met de HG en dan ervaren we het wonder en een gevoel van vrede. Hij ontkent dit aspect van het wonder niet, maar wijst erop dat deze betekenis minder vaak genoemd wordt in de Cursus dan een andere betekenis die we wat uit het oog dreigen te verliezen. Namelijk die waarbij het wonder wordt gezien als een expressie van liefde, als geschenk aan een ander en bedoeld om te helpen. Lees vanuit die invalshoek maar eens de Principes van wonderen door. Een paar fragmenten ter illustratie (niet volledig of uitputtend):

  • Uitingen van liefde (1,3)
  • Verricht voor hen die tijdelijk minder hebben (8)
  • Door gebed wordt liefde ontvangen, en door wonderen wordt liefde geuit (11)
  • Verlenen kracht aan de ontvanger (16) enz

Voor mij was dat interview verfrissend om te horen. Het ego vindt dit ook een bruikbare ontdekking en pakt, zoals gewoonlijk, stevig door en stelt direct dat ik een domme, schuldige egoïstische zondaar ben die dus absoluut geen vrede verdient. In plaats daarvan krijg ik de hel die ik verdien; het geloof en de ervaring van afgescheidenheid. Toch worden die beschuldigingen door het ego een beetje sleets en zijn werkwijzen voorspelbaar. Het ego is dol op absurde keuzes. Als ik in zijn ogen teveel kies voor het najagen van eigen vrede dan noemt het me fout en zondig en jut me op om me op die ander te gaan richten. Dit kan dan doorslaan in het doen van goede daden, zogenaamd gericht om liefde te tonen voor mijn medemens maar heimelijk toch gericht om zelf de beloning hiervoor te ontvangen door verlichting te bereiken. De Cursus noemt in dit verband bijvoorbeeld de oude betekenis van vergeving. Hierbij vind je nog steeds dat de ander schuldig is maar je besluit het te bedekken met een zogenaamd liefdevolle glimlach om jezelf beter te voelen en goed te doen voorkomen.

Ik heb gemerkt dat het handig is om me af te vragen óf ik wel iets moet kiezen als me dit wordt ingefluisterd door het ego. Hierin word ik gesterkt door de Cursus. Prachtig in dit verband is Wonder-principe 9:

Wonderen zijn een soort uitwisseling. Zoals alle uitingen van liefde, die in de ware zin altijd wonderbaarlijk zijn, draait deze uitwisseling de natuurkundige wetten om. Ze brengen gever en ontvanger beiden meer liefde.

Door na te denken over zaken als egoïsme en altruïsme naderen we het hart van de non-duale visie, wijsheid en liefde van de Cursus. De wijsheid is: we zijn één Zoon van God. De Liefde is: God houdt van ons als een Vader en we mogen Zijn Liefde weer gaan herinneren als onze Bron door deze Liefde te laten stromen naar onze broeders en zusters. We kunnen hier over nadenken maar het is directer om de waarheid van de uitspraak “geven en ontvangen zijn in waarheid één” te gaan ervaren. Zolang we menen dat we vooral moeten focussen op vrede voor ons kleine zelf kunnen we opmerken dat dit leidt tot gevoelens van begrensdheid, wanhoop en eenzaamheid. Navelstaren en spiritueel hypochondrisme zijn niet zondig maar ze leiden ook niet echt tot de ervaring van stromende liefde. Ook leeglopen op het doen van “goede daden” voor anderen en afhankelijk zijn van hun dankbaarheid voelt uitputtend.

In The Way of Mastery staat: “I am loved, I am loving and I am lovable forever”. In mijn beleving vertaalt zich dit in: Ik mag weten dat Mijn Vader van me houdt, ik mag deze liefde laten stromen naar mijn broeders en daarmee ervaren dat we allemaal liefde zijn”. We hoeven niet bang te zijn voor onze egoïstische trekjes. Als we niet zouden geloven in het belang van ons kleine zelf dan zou de Cursus niet nodig zijn. Maar het is mogelijk wel eens verfrissend om ons te herinneren dat Jezus de discipelen op pad stuurde om anderen te helpen. Ook hij verrichtte (en verricht) wonderen voor mensen die meenden ziek, arm of schuldig te zijn. Deze gerichtheid is goed als tegenwicht voor iets teveel focus op het wel en wee van ons denkbeeldige, kleine zelf. We mogen leraren en wonderwerkers worden door Zijn Liefde te laten stromen naar onze broeders. Ik sluit graag af met deze mooie zin uit het Handboek voor leraren (H 1: 1-2):

De geschiktheid van een leraar van God “bestaat louter hierin: ergens, op een of andere manier, heeft hij een doelbewuste keuze gemaakt, waarbij hij zijn belangen niet los zag van die van iemand anders”.

 

Is verandering in de buitenwereld nodig?

buitenwereld veranderen

Deze vraag kwam voorbij in een Facebook-groep. Het is een mooie kwestie die ons allemaal bezighoudt. Als ik niet direct een gewenst antwoord geef maar probeer eerlijk te zijn dat merk ik dat ik wel met grote regelmaat op een verbetering in m’n omstandigheden hoop. Vooral bij lichamelijke ongemakken is mijn wens een volmondig “ja, graag”!

Maar goed, soms lijken de dingen hardnekkig te zijn wat ze zijn; vervelend en onveranderbaar. Als we dit geloven dan kiezen we voor een andere aanvliegroute. We besluiten om te gaan werken aan onze perceptie door wat zich aandient niet langer te labelen als leuk, vervelend of als iets wat moet veranderen. We gaan over in de acceptatie-modus. Ten diepste is dit een aanpak op werelds psychologisch niveau. Niks mis mee en een mooi werelds symbool voor een dieper gelegen werkelijkheid. Door onze dwangmatige eisen betreffende de buitenwereld te versoepelen of helemaal los te laten gaan we inderdaad meer vrede ervaren. En dat is plezierig. We kunnen ontspannen en de dingen meer laten zijn zoals ze zijn.

Toch is dit niet het hele verhaal. De Cursus gaat namelijk verder dan dit. Als we op het psychologisch niveau blijven hangen dan nemen we nog steeds genoegen met een wat subtieler geloof in de afscheiding. Die buitenwereld zou echt en onveranderlijk zijn en wij hebben maar een manier te vinden om ons er zo goed mogelijk mee te verhouden. Projectie wordt op dit niveau gelijkgesteld met het plakken van een label op een vaststaand feit of een echte gebeurtenis buiten mij. Op subtiele wijze blijven we ons een slachtoffer voelen van een wereld waarin we leven. Even zo subtiel blijven we geloven in onze afgescheidenheid (in “ons lichaam”) waaraan zich dus van alles voltrekt.

De Cursus leert ons dat we totaal géén slachtoffer zijn. We zijn projectoren. Die zogenaamde buitenwereld is niks anders dan een film die we vanuit de denkgeest projecteren en waarvan we denken dat deze echt is. Iets als “echt” waarnemen doen we met alles wat we met onze zintuigen kunnen waarnemen. Als we het kunnen zien, horen, ruiken, proeven en aanraken dan denken we dat we te maken hebben met een echte en onveranderlijke buitenwereld.

Niet dus. Alles is gemaakt van denkgeest-“materiaal”. En alles is zo geprojecteerd door ons als Zoon van God. Met dit projecteren hebben we een doel. We hebben echter ons doel niet meer in de gaten en daarom spreek ik graag van onze verborgen agenda. Doel van het projecteren van die zogenaamde buitenwereld waarin we ons zouden moeten gaan verhouden is namelijk juist om onszelf de illusie van afgescheidenheid te geven. We kiezen ervoor onszelf te foppen door een echt aanvoelende buitenwereld te projecteren.

Dat maakt de vraag: “is verandering in de buitenwereld nodig” een onmogelijke schijnvraag. De vraag impliceert namelijk dat er echt zoiets is als een “buitenwereld”. Vandaar uit gaan we verder fantaseren en moeilijk doen. De vraag is echter heel raar. Vergelijk het met de vraag “hoe krijgen we de kamelen van de maan weer terug op aarde?” Er zijn geen kamelen op de maan en er is geen buitenwereld. Er is slechts onze eigen projectie die we om verborgen redenen graag overeind houden.

Dit overeind houden van de illusoire projectie lukt erg goed door ervan af te willen. Hoe liever ik de kamelen van de maan wil hebben des te erger moet ik er wel van overtuigd zijn dat ze daar echt lopen. Ik kan ook proberen de kamelen te ontkennen. “Ze zijn al weg, ze zijn al weg, ze zijn al weg? etc”. En dan even stiekem kijken of ze al weg zijn? Accepteren dan maar? Oké, die beestjes leven nu eenmaal op de maan en er is niks meer wat ik er aan kan doen dus ik leer er maar mee te leven? Zie je dat dit ook de schijnvraag niet oplost?

Terugnemen van projecties is niet slechts accepteren van wat je meent te zien. Het is meer. Het is doorzien dat de projecties niet echt zijn en er de complete verantwoordelijkheid voor nemen als spel dat je verkiest te spelen om jezelf te foppen en je afgescheiden te voelen.

Hoe? Door onze werkelijke creatieve scheppingsdrang te volgen en niet langer dat wangedrocht van een zogenaamde 3D-tijd-werkelijkheid te projecteren. Kunnen “wij” dat vanuit onszelf? Nee, want als de projectie echt wordt doorzien dan wordt ook doorzien dat die kleine “wij” die er slachtoffer van zou zijn helemaal niet bestaat. Is dat eng of erg? NEE, want als we ons overgeven aan onze authentieke scheppingsdrang, door te kijken door de ogen van de liefde die we zijn, dán is er de vreugde. Vreugde voor een klein ikje? Nee, de allesomvattende vrede van het ervaren van een mysterie. We zijn één met de liefde als eeuwige en onbegrensde schepping van onze Vader.

Les 265

De zachtaardigheid van de schepping is al wat ik zie. Ik heb inderdaad de wereld verkeerd begrepen, omdat ik mijn zonden erop gelegd en die naar met terug zag kijken. Hoe venijnig leken ze! En hoe misleid was ik te denken dat wat ik vreesde zich in de wereld bevond, in plaats van enkel in mijn denkgeest. Vandaag zie ik de wereld in de hemelse zachtaardigheid waarmee de schepping straalt. Er schuilt geen angst in. Laat niet de uiterlijke schijn van mijn zonden het hemelse licht verduisteren dat de wereld overstraalt. Wat daar weerspiegeld wordt, huist in de Denkgeest van God. De beelden die ik zie, weerspiegelen mijn gedachten. Toch is mijn denkgeest één met die van God. En zo kan ik de zachtaardigheid van de schepping zien.

In stilte wil ik naar de wereld kijken, die Uw Gedachten slechts weerspiegelt alsook de mijne. Laat ik onthouden dat ze dezelfde zijn en ik zal de zachtaardigheid van de schepping zien.

Onze vader houdt van ons

vader en kindGisteren schreef ik over de afstandelijkheid die kan optreden wanneer we de Cursus op verstandelijk niveau als waarheid zien en van daaruit naar de wereld kijken met een gesloten hart. Vandaag ontvangen we een zegen in de vorm van Werkboekles 263. Hierin biedt Jezus ons namelijk een vreugdevol alternatief voor een afstandelijke blik waarmee we alles af doen als een nachtmerrie waar “we” boven willen zweven.

De tweede alinea van de werkboekles zegt het zo mooi. Lees alsjeblieft met me mee:

“En laten we, zolang we nog buiten de Hemelpoort verblijven, naar al wat we zien met de heilige visie en de ogen van Christus kijken”.

Jezus weet dat we al lang in de hemel zijn maar dat we verkozen hebben om dit te vergeten. Hij spreekt ons vandaag toe op het niveau waarop we menen te zijn. Dat is het niveau van de wereld die we om ons heen zien. Wij menen dat dit een wereld is waarin veel ellende plaatsvindt. Op een ander moment in de Cursus sluit Jezus zich ook bij onze perceptie aan en spreekt hij in dit verband van “een nachtmerrie”. En wat Jezus vervolgens zegt is een prachtige sleutel. Eerst wat Jezus niet zegt. Hij zegt niet : “laten we alles bezien als een illusie en besluiten dat het nep is en er smakelijk om lachen”. Denk eens aan het beeld van Jezus zoals ons dat vanuit de Bijbel toe straalt. Loopt hij lachend langs de melaatsen omdat ze zich hun ziekten slechts inbeelden? Kijkt hij onbewogen naar de mensenmassa die hem smeken om hen te helpen met hun aardse noden en kwalen? Nee, Jezus kijkt naar hen met de heilige ogen van Christus en raakt bewogen door liefde. Vervolgens laat hij deze liefde vrijelijk door zich heen stromen door zich uit te strekken naar armen, hoeren, tollenaars en ga maar door. Hij biedt hen wonderen aan. Er is nul komma nul sprake van verstandelijke kilheid omdat hij het allemaal wel door heeft. Nee lieve broeders en zusters. Het is onhandig om zaken om te keren en een voorschot te nemen om Niveau I terwijl we menen dat Niveau II, onze droomwereld, echt is. Zolang we gevangen zitten in de droom worden we uitgenodigd met de heilige ogen van Christus te kijken.

“Laten alle verschijningsvormen ons zuiver toeschijnen, zodat we er in onschuld aan voorbij kunnen gaan..”

Dat wat we zien in de wereld schijnt ons niet zuiver toe als we het vroegtijdig af doen als een illusie waar we zo snel mogelijk af willen komen. Het is een heel subtiele, maar in mijn ogen, oh zo belangrijke kwestie. Het is een balanceren tussen afstandelijkheid en je mee laten sleuren door wat je meent te zien. Mediteer op deze woorden: “laat dat wat ik zie me zuiver toeschijnen”.. Proef je die wonderlijke en tedere openheid die noch afstand neemt noch zich laat foppen? Het is zuivere, stromende liefde, delicaat en teder.

“..om ons samen naar het huis van onze Vader te begeven, als broeders en de heilige Zonen van God.”

Weer wat er niet staat: en lach om alles wat je meent te zien zodat je weg mag zweven van alle ellende op een grote roze wolk, ver weg van alles en iedereen. De denkbeeldige anderen zijn geen fop-projecties van jezelf die je ziet creperen op tv en waar je niks mee te schaften hebt. Nee, het zijn je broeders. Zelfs in onze droomwereld raakt het wel en wee van onze naaste familieleden ons zeer terwijl we daar zelfs nog menen dat ze van ons afgescheiden zijn in de vorm. Maar in werkelijkheid kijken we naar onze broeders waarmee we zo innig verbonden zijn dat er van onderscheid geen sprake meer is maar slechts van een onbegrijpelijke eenheid in liefde. Er staat ook niet dat we opgaan in een neutrale eenheid. Nee, we gaan naar het huis van onze Vader. We zullen thuis zijn met onze broeders en onze Vader. Voel de warmte, lieve broeders en zusters. Onze Vader heeft de schepping gezegend met lieflijkheid..

Simpel gezegd: als we ons vroegtijdig de waarheid van Niveau I op een verstandelijke manier toe-eigenen en vandaaruit naar de wereld kijken dan kan dit resulteren in duale en kille afstandelijkheid. We mogen gelukkig met liefde en tederheid beginnen daar waar we menen te zijn; in onze wereld. Als we hier de tederheid van vergeving leren kennen aan de hand van Jezus dan zullen we ten diepste beseffen dat we liefde zijn (Niveau I) en niet langer geloven in de echtheid van kille afstandelijkheid die we op Niveau II zagen.

Zolang je afstandelijk kijkt, zal je geloven in afstandelijkheid. Door met liefde te kijken leer je dat je liefde bent.

WB 263: Mijn heilige visie ziet alles als zuiver.