Zeg eens eerlijk; is er iets wat je belangrijker vindt dan jouw geluk? Zelfs indien je reageert met het belang van geluk voor je kinderen of geluk voor het milieu dan nog geldt dat dit het is wat jou gelukkig maakt. In de laatste blogs schreef ik over de fixatie op ons eigen geluk wat zich in Cursus-kringen kan manifesteren als spiritueel navelstaren. Kijk eerst eens hoe we hierop reageren vanuit ons ego. We kunnen ons aangevallen en gecorrigeerd voelen en afhaken omdat we niet zitten te wachten op teksten van een wereldverbeteraar tijdens onze niet-materiele en spirituele reis. Als dit je neiging is, houd dan svp nu toch even vol! Een andere reactie kan zijn dat we onszelf egoïstisch en schuldig voelen en besluiten toch wat meer aandacht te besteden aan anderen door onze aandacht naar buiten te richten. Als dit ook al niet deugt, gezien het voorbeeld van aandacht voor kinderen en milieu, wat blijft er dan nog over?
Gelukkig is er de werkboekles van vandaag die wel degelijk wijst op het heerlijke geluk wat we kunnen zien als onze ogen opengaan en we middels een perceptieverandering ons niet langer doodstaren op de angstaanjagende en pijnlijke droom “werkelijkheid” die we zelf hebben gemaakt. Het ego zucht opgelucht. Dus toch! Het is toch uitsluitend een kwestie van perceptieverandering, de focus ligt toch op dat geluk in mij en ik word toch helemaal niet opgeroepen om me meer naar buiten te richten. Wat kletst de schrijver van deze blogs toch steeds?
De clou zit hem in de diepe Cursus-wijsheid dat geven en ontvangen te diepste één zijn. Want laten we nog eens kijken naar de werkboekles van vandaag. De Cursus nodigt ons uit om onze ogen te openen en de visie van Christus tot ons te laten komen. Dit zal leiden tot Gods correctie van wat we zien. En ja, dit leidt tot een verandering van perceptie: je zoekt en ziet je geluk in het nu. Maar dan komt het. Het Goddelijke “venijn” zit hem in de staart. Kijk maar:
“Les 290
Mijn geluk nú is al wat ik zie.
Tenzij ik kijk naar wat er niet is, is mijn geluk in het nu al wat ik zie. Ogen die beginnen open te gaan, zien ten langen leste. En ik wil graag dat nog deze dag de visie van Christus tot mij komt. Wat ik waarneem zonder Gods eigen Correctie van het zicht dat ik heb gemaakt, is angstaanjagend en pijnlijk om aan te zien. Maar ik wil niet toestaan dat mijn denkgeest nog een ogenblik langer wordt misleid door het geloof dat de droom die ik gemaakt heb werkelijk is. Dit is de dag waarop ik mijn geluk in het nu zoek en naar niets anders kijk dan waarnaar ik zoek.
Met dit besluit kom ik tot U en vraag Uw kracht om me vandaag te steunen, terwijl ik er louter naar streef Uw Wil te doen. U zult mij zeker horen, Vader. Wat ik vraag hebt U me al gegeven. En ik ben er zeker van dat ik vandaag mijn geluk zal zien.”
Zie je dat vetgedrukte zinnetje? Dat is nu net niet wat ons ego wil lezen in deze les. De zin loopt toch ook keurig door als we het zouden weglaten? Maar nee, het staat er: Terwijl ik er louter naar streef Uw Wil te doen. Maar Gods Wil voor mij is toch louter geluk? Ja, Goddank! Maar ook Goddank dat de Cursus ons leert dat geven en ontvangen in waarheid één zijn. Is dit zo nieuw voor ons? Nee, getuige de wijsheid van de lieve broeders en zusters die erop wezen dat ze gelukkig zijn door geluk te gunnen aan anderen of aan een groter doel. Want hier daagt het besef dat “eigen” geluk inderdaad toeneemt door te geven. En dat geven hoeft zich niet te beperken tot het aanbieden van onze veranderde perceptie. Het is zo subtiel. Net zoals de betekenis van het wonder in de Cursus in Wonderen zowel een veranderde perceptie is als het aanbieden van wonderen aan anderen (en dat kan gewoon zijn door het doen van alledaagse dingen) is, zo vinden we ons eigen geluk door ons te bekommeren om het geluk van anderen.
Want wat is die Wil van God? De Wil van God is dat Zijn Liefde mag stromen door ons heen naar onze broeders en zusters. Dat maakt Hem gelukkig! Ik citeerde eerder T4, VII (Schepping en communicatie) 6:46:
Maar zolang jij je rol in de schepping niet vervult, is Zijn [Gods] vreugde niet compleet omdat de jouwe incompleet is. En dit weet Hij. Hij weet het in Zijn eigen Wezen, en in de ervaring daarvan van Zijn Zoons ervaring. Het voortdurend uitvloeien van Zijn Liefde wordt belemmerd wanneer Zijn kanalen gesloten zijn, en Hij is eenzaam wanneer de denkgeesten die Hij geschapen heeft niet ten volle met Hem communiceren
Zie je hoe Zijn Geluk toeneemt? Dat gebeurt als zijn kanalen (wij dus!) ons openen zodat zijn liefde kan uitvloeien. Zo in de Hemel, alsook op de aarde; zo bij God, zo bij ons. Ons geluk is niet compleet als we niet mee-geven met God. Het is zo’n heerlijke boodschap. Hoe worden we gelukkig? Door Zijn Liefde te delen met onze broeders en zusters. Zo Goddelijk simpel.


Toen Jezus rondwandelde in onze droomwereld kwamen veel mensen op hem af. Mogelijk werden ze aangetrokken door verhalen over fysieke genezingen. Maar misschien voelden ook velen een leegte van binnen en hadden ze een vaag vermoeden dat deze profeet van God hen verder kon helpen. Met welke verwachtingen komen wij terecht bij de Cursus? Een enkele uitzondering daargelaten zullen we niet direct meer gedreven worden door hoop op materiele rijkdom of lichamelijke genezing van kwaaltjes. De meesten van ons zullen ook gemotiveerd worden door een soort leegte, een gevoel van “er moet toch meer zijn”?

De Bijbel blijft voor ons nuttig om ook de woorden van Jezus in de Cursus goed te kunnen begrijpen. De volgende vraag is voor mensen die de Bijbel kennen niet zo moeilijk te beantwoorden: roept Jezus in de Bijbel vooral op om zo goed mogelijk voor jezelf te zorgen of om zo goed mogelijk voor anderen te zorgen? Vanuit ons geloof in afscheiding denken wij dat dit twee verschillende kwesties zijn en neigen we naar het egocentrische antwoord: zolang wij onszelf happy voelen zijn we tevreden. Platgezegd willen wij dan ook de Cursus gebruiken om gelukkiger te worden. Is dit zo slecht? Nee, het is een prima startpunt maar het is onhandig, niet zondig, als we hierin blijven hangen.
Het kan verhelderend zijn om je zo af en toe eens af te vragen wat je nu eigenlijk wilt met bijvoorbeeld de Cursus of met welke andere spirituele leerweg dan ook. In dit verband is het aardig om te zien wat de discipelen van Jezus wilden zo’n 2000 jaar geleden. We lachen wel eens als we hen zien kibbelen over de vraag wie de grootste zal zijn in de hemel of wie er aan de rechterhand van Jezus mag zitten aldaar. Het eigenbelang spat er in al z’n menselijkheid vanaf. Maar zij wij veel beter dan zij? Wat willen wij ten diepste?
Gisteren schreef ik over de afstandelijkheid die kan optreden wanneer we de Cursus op verstandelijk niveau als waarheid zien en van daaruit naar de wereld kijken met een gesloten hart. Vandaag ontvangen we een zegen in de vorm van Werkboekles 263. Hierin biedt Jezus ons namelijk een vreugdevol alternatief voor een afstandelijke blik waarmee we alles af doen als een nachtmerrie waar “we” boven willen zweven.