Projecteren we alles wat we zien?

bioscoop

Deze vraag brengt ons terug bij de allereerste werkboeklessen: niets wat ik zie betekent iets (1) of ik heb alles wat ik zie de betekenis gegeven die het voor me heeft (2) en ook vele lessen hierna. Jezus probeert met het aanbieden van deze oefeningen ons instrumenten te geven om een hardnekkige gewoonte te doorbreken. Het is de gewoonte waarbij we ervan uit gaan dat alles wat we zien en meemaken in deze wereld bloedserieus nemen en voor écht aanzien. Wij bekijken de zaken met ogen vol oordeel en veroordeling, zonder dat we het in de gaten hebben. Wij doen dit met een doel waarvan we ons niet meer bewust zijn: we willen onszelf afgescheiden voelen van de eenheid die we eigenlijk zijn. Wij, als scheppingen van God, willen onszelf vermaken met dit spelletje van afscheiding. Zelfs als dit spel vervelende bijwerkingen voor ons heeft: we gaan bijvoorbeeld angst, schuld, eenzaamheid en een gevoel van kwetsbaarheid en sterfelijkheid ervaren. Het is belangrijk te beseffen dat wat we nu aan ellende menen te ervaren ons niet ongevraagd overkomt. Wij voelen ons nu weliswaar wel degelijk een machteloos slachtoffer van de wereld die we zien, maar dat is dus waar we als onsterfelijke en grenzeloze Zoon van God even voor gekozen hebben. De Cursus zegt dat we een momentje vergeten te lachen. De Cursus heeft als doel om ons te laten herinneren dat er in het echt niks aan de hand is en Jezus kiest hierbij zeer zorgvuldig zijn woorden.

Dat neemt niet weg dat wij in onze huidige staat van verdwazing en identificatie met een afgescheiden zelf (lichaam) er onbewust alles aan doen om de woorden een voor ons zelfje “veilige” draai te geven. Twee voorbeelden:

  1. We plaatsen dat akelige gevoel van afscheiding buiten ons zelf en noemen het dan “ego”. Vervolgens menen we dat we last hebben van dit ego, wat niet anders is dan een verkapte vorm van slachtofferschap. Het ego is de Cursus-variant geworden van de duivel en we gaan u onze pijlen op dit ego richten om ervan af te komen. Dit kan zelfs de vorm aannemen van meditatie om maar stil te worden en geen last te hebben van nare en storende gevoelens. Let wel, er is niks fout aan mediteren en het kan behulpzaam zijn om in stilte jezelf open te stellen voor de liefde die je bent. Maar als je meditatie wil gebruiken als een soort wapen om op wolken te schieten dan neem je die wolken toch echt iets te serieus. Dit kan een verkapte vorm zijn van blijven hangen in je duale geloof: de rustige en mediterende ik versus die rot gedachten.
  2. Hier nauw aan verwant is de mooi klinkende frase dat je niks serieus hoeft te nemen van wat je ziet of overkomt omdat alles toch maar een projectie van je is. Deze uitspraak scheert vlak langs de waarheid maar in handen van iemand die stiekem gelooft in afscheiding lukt het toch om zo de plank finaal mis te slaan. We kunnen namelijk de projectie-metafoor misbruiken om ons zelf los en onkwetsbaar te willen zien van de ellende die we in de wereld zien. We distantiëren ons letterlijk van de ellende maar vergeten dat er voor distantiëren toch echt twee nodig zijn: ik en de rest. Het is dus een verkapte manier van alles toch serieus nemen door te zeggen dat je het niet serieus neemt om jezelf veilig te stellen.

Samenvattend zien we dat we in onze verwarde staat waarin we geloven in afscheiding (dus als ego) druk doende zijn om onszelf veilig te stellen door aan de haal te gaan met Cursus-waarheden. Het ego wordt een entiteit die ons lastig valt en we duwen de boze buitenwereld zo ver mogelijk van ons af door er vanuit een zo klein mogelijk raampje van onze bunker naar te kijken.

Wat dan? Hoe dan? Gewoon de werkboeklessen allemaal doen en niet uit hun verband rukken. Blader maar eens door het werkboek vanaf les 30 of zo. Want na het terugnemen van ons gewoonteoordeel in de eerste werkboeklessen en toegeven dat we er geen bal van snappen nodigen we de liefde uit om door ons heen te gaan kijken. Er is een andere manier om naar de wereld te kijken (33), ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien (34). Zie je dat dit een weg van verbinding is en niet een weg van terugtrekken en isolatie? Zelfs al is de wereld die we menen te zien illusoir dan dient onze reactie geen distantiëren en veroordelen te zijn maar vergeven en zegenen: Mijn heiligheid zegent de wereld (37). Het is zo prachtig dat ik moeite heb om me te beperken in het aanhalen van titels. Het is een jubelzang van liefde en wijsheid: God is mijn Bron. Los van Hem kan ik niet zien (43). Proef het verschil van deze boodschap met onze ego-versie van vechten met het ego of afstand nemen van projecties. God is louter Zich uitbreidende Liefde en wij zijn Zijn Zonen verbonden met onze Vader in een heerlijk Zoonschap.

Hardcore Cursus: houd je vast!

hardcore

Wat denken we gewoonlijk?

Ik voel me in mijn leven niet prettig en ik geloof dat de Cursus me kan helpen om minder ellende te ervaren. Het gaat allemaal om liefde. Als ik mezelf en anderen wat meer leer lief te hebben dan zal ik minder weerstand ervaren en me gelukkiger en vrediger voelen. Dit klopt helemaal en er is niks mis mee om zo te beginnen. Het is ook de grondovertuiging waar we vrijwel allemaal, naar ik meen, onbewust vanuit gaan. Dan nu de Cursus aan het woord.

Ik meen dus zeker te weten dat ik rondloop op deze aarde in dit heelal en dat ik me nu niet zo lekker voel maar dat dit later wel beter kan worden. Helaas, niks daarvan. Je loopt helemaal niet rond in deze wereld. Sterker nog, dat lichaam waar je denkt in te zitten bestaat helemaal niet. In eerste instantie kan het helpen om te geloven dat je een onzichtbare geest bent die rondzweeft in een grote ruimte en die aan het dromen is van een lichaam dat rondloopt op aarde.

Voorbeeldje: je meent dat er echte informatie naar binnenkomt door je ogen, oren, neus, mond en dingen die je met je handen kunt voelen. De zintuigen zouden in een lichaam zitten dat zo de informatie van een buitenwereld tot zich kan nemen. Toch? Nee, zegt de Cursus. Je droomt dat je zintuigen hebt met het doel om jezelf, terwijl je daar onbegrensd als geestje rondzweeft, te foppen. Oftewel; je droomt dat je waarnemingen hebt via zintuigen om op die manier de illusie van een lichaam om te bouwen. Anders gezegd: we vinden het normaal om te zeggen dat we iets zien of horen. Wat gebeurt er in werkelijkheid? We bedenken beelden en geluiden plus ogen en oren zodat er een beeld kan oprijzen (in onze denkgeest) van een écht lichaam. De boel staat dus volledig op z’n kop. Vanaf ons wolkje projecteren we dingen in onze denkgeest om een illusie op te wekken dat we een fysiek lichaam hebben in tijd en ruimte. Gek hé?

Het wordt nog gekker. Want laten we eens teruggaan naar die geest op dat wolkje die van alles aan het dromen zou zijn. Merk bij jezelf op dat je over dit geestje op precies dezelfde wijze denkt als over het lichaam. Het geestje is weliswaar niet fysiek maar nog wel degelijk gescheiden van een buitenwereld en het beweegt zich nog steeds in ruimte en tijd. Zo geloven we dat het geestje het nu nog niet snapt, maar straks wel. Ongemerkt hebben we dus tijd (afscheiding, dus ruimte) bedacht in onze denkgeest. Maar zelfs dit laatste sprankje dualiteit mogen we opgeven. Want ook de ruimte (ik ben een apart geestje) en de tijd (ik snap het nu nog niet maar straks wel) hebben we bedacht om het beeld van een afgescheiden denkgeestje, los van God, te kunnen vasthouden.

Maar ook tijd en ruimte zijn verzinsels. Ik gebruik graag het woord “intentioneel” (we hebben er een bedoeling mee, een geheime agenda). Zowel onze waarnemingen en ons geloof in tijd en ruimte (in de mogelijkheid ons te ontwikkelen) zijn intentioneel: bedoeld om onszelf voor de gek te houden. Dus op het moment dat wij uit de start blokken gaan om te ontwaken hebben we al vast besloten om ons voor de gek te houden. We gaan namelijk uit van een afgescheiden ikje dat later een beter en verlichter ikje gaat worden. Oftewel: elke actie die we vanuit ons ikje gaan ondernemen om verlichter te worden is al tot mislukken gedoemd.

Goddank is er één uitzondering: vergeving. Als we opletten kunnen we zien dat alles wat we menen te zien en alles wat we menen te moeten gaan doen juist bedoeld is om onszelf voor de gek te houden. Voel en kijk heel precies hoe waarnemen en jezelf inspannen het geloof in een afgescheiden ikje altijd versterken. Dit geloof mag je stil bekijken en doorvoelen en van daaruit mag je de Heilige Geest/Jezus/God/onze Vader/een Innerlijke leraar etc uitnodigen om met jou vanuit liefde te kijken. Hardcore non-dualisten zullen erop wijzen dat dit nog steeds een duale en onzinnige actie is. Helaas hebben ze gelijk, maar het voordeel van deze vergeving is dat we de illusie nauwelijks versterken. We nemen ontslag als onze eigen leraar en daarmee nemen we de afscheiding (geloof in een ikje of geestje dat iets kan bereiken) minder serieus. We vergroten zo de kans dat de herinnering binnenkomt dat we een raar spelletje van geloven in afscheiding zitten te spelen. “God zet de laatste stap”, of in wat klassiekere termen “het is louter genade”.

En dan het diepe mysterie. We blijken nu niet te sterven maar juist het geloof in tijdelijkheid en sterfelijkheid te doorzien als een spelletje. We blijken schepsels te zijn van een eeuwige Vader en daarmee onsterfelijk, tijd- en ruimteloos. Daar kunnen we ons niets bij voorstellen en dat is volkomen logisch. Ons denken en voorstellingsvermogen wil “begrijpen”, concepten tot echte waarheden uitroepen. En alle concepten zijn onderdeel van de duale droom. We mogen loslaten en vergeven, dat is de beste manier om niet langer een lijdend ikje te dromen.

Les 330

Ik zal mezelf vandaag geen pijn meer doen.

Laten we deze dag vergeving aanvaarden als onze enige functie. Waarom zouden we onze denkgeest aanvallen en hem beelden geven van pijn? Waarom zouden we hem leren dat hij machteloos is, wanneer God Zijn macht en Liefde aanreikt en hem uitnodigt te nemen wat reeds het zijne is? De denkgeest die bereid is gemaakt de gaven van God te aanvaarden, is tot de geest hersteld, en breidt zijn vrijheid en zijn vreugde uit, zoals het de Wil is van God, verenigd met die van hem. Het Zelf dat God geschapen heeft kan niet zondigen en kan daarom niet lijden. Laten we er vandaag voor kiezen dat Hij onze Identiteit is, en zo voorgoed ontsnappen aan alles wat de droom van angst ons schijnbaar biedt.

Vader, Uw Zoon kan niet worden gekwetst. En als we denken dat we lijden, verzuimen we slechts onze ene Identiteit te kennen, die we delen met U. We willen daar vandaag naar terugkeren om voorgoed van al onze vergissingen te worden bevrijd, en te worden verlost van wat we dachten dat we waren.

Adoratie van de serene leraar

helpless

Momenteel vindt de internationale Awaken to Love internetconferentie plaats. Een heerlijk initiatief en een snoepwinkel voor Cursus-studenten. Ik heb een paar filmpjes bekeken en merk daarbij dat ik  de sprekers zit te beoordelen. Dat oordeel betreft vooral hun uitstraling. Ik blijk een ideaalbeeld gemaakt te hebben van een verlichte leraar. Hij of zij moet heel kalm en zeker zijn, goed luisteren en met een diepe en zachte stem antwoorden. Een milde en liefdevolle glimlach is ook mooi meegenomen. Als er dan nog een goed verhaal uitkomt dan is het plaatje compleet. Omgekeerd vind ik dat een verlichte leraar niet ongeduldig mag zijn, onzeker of zelfs zenuwachtig. Dat past niet want dan geloof ik dat deze leraar nog teveel gelooft in de illusie en zich hierdoor laat meeslepen. Herkennen jullie dit? Toch zag ik een vrouwelijke leraar die zich niet helemaal op haar gemak leek te voelen. Ze gaf ook toe dat ze geen fan was van spreken in het openbaar. Toch zat ze daar en dat ontroerde me. Ze omarmde liefdevol een gevoel van angst dat er gewoon mocht zijn van haar. Wat een inspirerend en warm voorbeeld van vergeving!

Het op een voetstuk plaatsen van de ideale leraar brengt een gevaar met zich mee. Het vormt voor mij een spiegel voor hoe ik omga met mezelf. Ook voor wat betreft mijn eigen zielenroerselen zit ik te schiften: vriendelijkheid, hulpvaardigheid en geduld; ja, die horen erbij. Irritatie, boosheid, gespannenheid, bezorgdheid, jaloersheid, seksueel getinte gedachten; nee, die horen er niet bij. Vervolgens mag wat er wél bij hoort getoond worden aan de buitenwereld en wat er niet bij hoort moet verborgen worden. Dit is niet zo gek want ik neem automatisch aan dat wat ik in mezelf veroordeel ook door anderen zal worden veroordeeld en ik wil natuurlijk hun liefde en waardering en niet hun afkeurend oordeel. Uit m’n kerkelijke periode herinner ik me een preek waarbij de dominee aangaf dat we God wel uitnodigen in onze woonkamer maar niet in de slaapkamer, zolder en kelder. Dat is privégebied, daar heeft Hij niets te zoeken. Vertaald naar onze wereld is dit ook de houding die we aanmeten naar onze naasten. We hoeven onze vuile was niet buiten te hangen; toch? In het boek “Levenskracht door inzicht en liefde” (Kenn en Penny Keyes) las ik een mooie tip voor de omgang met anderen:

“Ik stel mij oprecht voor iedereen open door bereid te zijn mijn diepste gevoelens volledig te uiten, aangezien het verborgen houden, in welke mate dan ook, mij vasthoudt in mijn illusie van afgescheidenheid van anderen”.

Zojuist las ik een hoofdstuk uit The Way of Mastery waarin Jezus spreekt over eerlijk zijn naar jezelf. Als we stil worden in de denkgeest dan komt er ego-stuff naar boven waar we niet blij mee zijn. De Cursus leert ook dat ego-eigenschappen veel zwarter zijn dan we willen en durven toe te geven naar onszelf of naar anderen. We hebben het over macht, doodsangst, moordzucht en noem maar op. Wij nemen deze gedachten zeer serieus en voelen ons enorm schuldig over het feit dat ze opdoemen in onze denkgeest. Laten we maar met al onze kracht de deksel van de beerput dicht houden want als deze ook maar iets open gaat dan deinst iedereen achteruit van de putlucht.

Toch moedigt Jezus ons aan om stapje voor stapje de deksel wél weg te schuiven. We zijn niet uniek in onze zwarte gedachten. Het is een meesterlijke truc van het ego om deze universele monsters tot privé bezit te willen reduceren. Vroeger mochten we ze opbiechten met de priester als beeld van God. Helaas deelde hij toch nog een soort straf uit, bijvoorbeeld in de vorm van weesgegroetjes. Onze Vader zal ons duidelijk maken dat er niks aan de hand is als er wat opborrelt uit de put. Voelde je je daar schuldig over? Lief kind, er is niks gebeurd en je bent volkomen onschuldig. Zo mogen we geheeld worden. En pas als we onszelf zo durven laten helen en de verzoening voor onszelf aanvaarden kunnen we met eenzelfde liefdevolle blik naar onze broeders en zusters kijken. En guess what? We gaan steeds meer leraren zien, zelfs in ons dagelijkse leven. Want met het zien van onze eigen eeuwige onschuld herkennen we die in iedereen die we tegenkomen, of ze zich nu boos of bang gedragen of niet.

Ook nu een waarschuwing voor de listigheid van het ego. Deze probeert de eerlijke en vergevende openheid die van ons gevraagd wordt in de heupzwaai te nemen. Daarmee bedoel ik een doorslaan waarbij we denken dat we nu rücksichtslos onszelf binnenstebuiten moeten keren op bijvoorbeeld social media om onze duistere kanten te etaleren. Zo kan het een vorm van speciaalheid worden (“kijk eens wat ik durf”) of een verborgen neiging tot martelaarschap (“ik verdraag dapper het oordeel van de buitenwereld”). Dat is niet nodig en slechts ego-versterkend. Hoewel er niks te verbergen valt mogen we met mildheid kijken naar wat er gebeurt in onze denkgeest. En de liefde roept niet op tot flink doen of tot martelaarschap. Laat je ook hierin liefdevol leiden door Hem.

Verlicht door de Cursus?

hemel open

In een Engelstalige Facebook-groep vroeg een ervaren student zich af hoeveel mensen nu echt verlichting bereiken door het bestuderen van de Cursus. Hijzelf zag ze in ieder geval niet. Hij klonk wat teleurgesteld en een beetje boos. Zijn bericht riep en roept heel veel reacties op. Zo zou de Cursus zelf ook niet beweren tot verlichting te leiden. Een aantal lezers antwoordden dat ze zelf wel verlichtingservaringen hadden of nu zelfs helemaal verlicht waren geworden. Dit lijkt een hele goede en belangrijke vraag die een goed en precies antwoord vergt. Waarom zouden we dat moeilijke boek blijven bestuderen als we toch niet verlicht raken hierdoor? Toch trappen we met het stellen van de vraag en het serieus nemen hiervan in een valkuil van het ego.

Punt is dat we, nadat we deze vraag gehoord hebben, direct van start gaan met het zoeken van een zinnig antwoord. Hierbij zien we een blinde vlek over het hoofd. We doen namelijk ongemerkt aannames. Deze aannames zijn:

  1. De afscheiding heeft echt plaatsgevonden en in die situatie bevind ik me nu
  2. Ik ga nadenken over het instrument (de Cursus) dat me is aangeboden om me uit deze gevangenis te bevrijden (en hier een waardeoordeel over vellen).

Wat de Cursus ons leert is echter juist dat de afscheiding niet heeft plaatsgevonden. Anders gezegd: dat ventje (of vrouwtje) dat nu zo zit te typen, lezen en na te denken is geen juist uitgangspunt. Het is een nepfiguur, een droomfiguur in een oneindige denkgeest. Zo ervaren we dit niet en we zijn ons dit niet bewust. De Cursus onderwijst ook dat we dit niet-bewustzijn van de eenheid zelf in stand houden. Het instrument dat we bij voorkeur gebruiken is oordelen van God en van onze broeders die in werkelijkheid één zijn met ons. We geven daarbij wat we zien alle betekenis die we willen dat het heeft. Dus omdat we juist niet verlichting willen ervaren kiezen we ervoor om grenzen te zien en dus lichamen (niet verlichte medestudenten) buiten onszelf. Anders gezegd: geloven in het “feit” dat je geen verlichte broeders ziet is een defensiemechanisme van het ego.

En nu wordt het helemaal intiem. Want ook het oordeel dat je zelf wél (!) of niet verlicht bent is geloven in een zelfje dat iets bereikt zou hebben. Juist het bestaan van een echt afgescheiden zelfje dat iets zou kunnen presteren is onzinnig. Er danst een schijnfiguur in onze droom waarmee we ons als Zoon van God wensen te identificeren door ons oordeel serieus te nemen. Door de keuze voor dit oordeel zien we een denkbeeldige buitenwereld met denkbeeldige anderen in, het wordt eentonig, denkbeeldige tijd en denkbeeldige ruimte. We doen onbewust ons uiterste best om deze illusie overeind te houden, inclusief het serieus nemen van de validiteit van een vraag over de uitweg uit een niet bestaande illusie.

Toch is het in genoemde Faceboek groep ook heerlijk om te zien met hoeveel liefde andere studenten reageren op deze vraag die de eerlijke broeder zo mooi en eerlijk voor ons verwoord had. Het feit dat de groepsleden waarlijk behulpzaam willen zijn is ontroerend, ondanks het feit dat er ook soms angst in doorklinkt. De vraag van de broeder appelleert dat aan onze eigen, zelfde onzekerheid. Mijn God, straks bevinden we ons op een heilloze weg! Toch geven de meeste studenten wel degelijk aan verlichting te ervaren. Hoewel verlichting voor het ego niet mogelijk is, kunnen we wel degelijk steeds meer proeven van de universele ervaring van het vervagen van de grenzen van het ego. Ons geloof in de echtheid van dat oordelende zelfje begint te wankelen. We nemen de vraagsteller niet meer a priori serieus als bestaande entiteit maar kunnen leren dat we de illusie van zo’n vraagsteller versterken door oordelen en geloven in de mogelijkheid om echt iets voor dit illusoire ventje of vrouwtje te gaan bereiken in een verre toekomst.

En dan lieve vrienden, is daar de werkboekles van vandaag van een werkelijk schitterende wijsheid, diepgang en liefde. Lees en wees dankbaar voor de Cursus, samen met mij..

Les 321

Vader, mijn vrijheid is in U alleen.

 Ik heb niet begrepen wat mij heeft vrijgemaakt, noch wat mijn vrijheid is, noch waar ik moest kijken om haar te vinden. Vader, ik heb vergeefs gezocht, tot ik hoorde dat Uw Stem mij de weg wees. Nu wil ik niet langer mijn eigen gids zijn. Want ik heb de weg die tot mijn vrijheid leidt noch gemaakt, noch begrepen. Maar ik vertrouw op U. U, die mij mijn vrijheid geschonken hebt als Uw heilige Zoon, zult voor mij niet verloren zijn. Uw Stem leidt me, en de weg tot U opent zich eindelijk en wordt duidelijk voor mij. Vader, mijn vrijheid is in U alleen. Vader, het is mijn wil dat ik terugkeer.

Vandaag antwoorden wij namens de wereld, die samen met ons zal worden bevrijd. Hoe blij zijn we onze vrijheid te vinden via de zekere weg die onze Vader heeft vastgelegd. En hoezeer is de verlossing van heel de wereld verzekerd, wanneer we leren dat onze vrijheid alleen gevonden kan worden in God.

 

De spruitjeslucht van ons ego

spruitjes

Laatst sprak ik een oudere vrouw die vertelde dat ze meebetaald had aan de nieuwe auto van haar dochter. Het had echter niks geholpen want dochterlief kwam nog steeds nauwelijks bij haar op bezoek. Dat had ze haar dochter toen maar eens stevig onder de neus gewreven. De oudere dame was boos en verontwaardigd. Dit voorval vormt een mooie spiegel voor me. Het is immers zo herkenbaar. Wanneer wij steeds maar klaar staan voor een ander dan verwachten we hiermee een soort krediet op te bouwen en vinden we het niet meer dan normaal dan dat die ander ook eens iets voor ons doet. We verwachten, als we hierover eerlijk durven te zijn, dankbaarheid en een wederdienst.

Mijn oudere gesprekspartner had de ontwapenende openheid om dit gewoon uit te spreken. De ruilhandel en de morele chantage werden zo duidelijk zichtbaar. Diep van binnen weten wij dat dit de manier is waarop het ego denkt. Het ego ziet twee partijen die iets hebben waarmee een ruilhandel mogelijk is. Onze cultuur stoelt op het Christelijke gedachtengoed. Vanuit deze achtergrond leren we dat we moeten leren onze naasten lief te hebben en om vrijgevig te zijn. We moeten leren om te geven zonder hier iets voor terug te verwachten. Toch?

Wat gebeurt er dan? We zijn nog steeds boos dat onze dochter niet op bezoek komt in de door ons betaalde auto maar bedekken dit met de mantel der “liefde”. De boosheid gaat ondergronds en we spreken ons niet zo eerlijk en open uit als genoemde dame. We kunnen een vileine sneer geven als het eens te pas komen of we kunnen de onrechtvaardigheid die ons wordt aangedaan lijdzaam verdragen. De Cursus spreekt van martelaarschap. Nog steeds vinden we dat de ander schuldig is, dat ons onrecht wordt aangedaan maar we kiezen ervoor om in stilte te lijden. We geloven dat we onszelf moeten wegcijferen. Langs deze weg lukt het niet om te ontsnappen aan ons duale erfgoed van zonde-schuld-lijden-martelaarschap enzovoort.

Gelukkig is daar de Cursus. Maar ook studenten van de Cursus lopen het risico om terecht te komen in de fuik van het ego. Dat gaat ongeveer volgens het volgende patroon. Alles is één, dus er is geen ander en er is geen buitenwereld. Wat ik als ellende buiten mezelf meen te zien bestaat dus niet, het is een illusie. Dus als ik ga proberen te helpen dan maak ik slechts deze illusie écht, en dat is niet de bedoeling. Mijn taak is om m’n perceptie van ellende buiten mij te laten corrigeren door de Heilige Geest. Dat is pas echte verlossing van de ellende van de wereld. Verbeter de wereld en begin bij jezelf, zogezegd.

Het ego wordt steeds sluwer en gehaaider. Van de openlijke egocentrische houding van genoemde dame, via de boze maar glimlachende weldoener naar de zelfgerichte Cursus-student. Het lastige van het ontleden van de Cursus-valkuil is dat de ultieme waarheid er wel degelijk doorheen klinkt (alles is één en we moeten de verzoening accepteren voor onszelf) maar dat we hier niet in moeten blijven haken (het gaat er om dat ik me happy voel want er is toch geen buitenwereld). Nóg een stapje “verder” kunnen we denken dat er een volgorde bestaat: eerst moet ik verlicht raken en daarna hebben anderen daar dan als vanzelf profijt van. Ook dit is niet onwaar, maar het is ook niet de hele en behulpzame waarheid.

Vergelijk het met een huiskamer waar zojuist gekookt is. Binnen hangt nu de spruitjeslucht van het ego. We willen hier vanaf een besluiten om frisse lucht binnen te laten (de liefde van God). Dit doen we door één raampje op een kiertje te zetten (we laten de liefde binnen voor onszelf). Het klopt, dit werkt. Langzaam verdwijnt de stank beetje voor beetje uit onze woonkamer (we accepteren het wonder voor onszelf en onze perceptie verandert). Hét mooie van de Cursus is echter dat ze ons een snellere manier aanreikt. Dit doet ze door ons te wijzen op een fantastische waarheid: God is niet alleen één (waarheid) maar Hij schept werkelijk als Vader door Zijn Liefde te geven aan Zijn Kinderen. Fixatie op eenheid (op bewustzijn, perceptie, onszelf) is begrijpelijk maar heeft als bijwerking de stilstand van een plas water of, in mijn voorbeeld, de matig bewegende spruitjeslucht in een slecht geventileerde kamer. Het motto is: laat de liefde stromen. Zet het raam aan de andere kant van de woonkamer open zodat een frisse wind door het huis waait en de ego-lucht in no time afvoert. Wees niet alleen wonderbereid om via verandering van perceptie jezelf beter te voelen maar leer dat je pas echt vrede ervaart als je wonderbereid bent naar je broeders en zusters. Ons duale ego leert ons dat als alles één is er geen wereld kan zijn en dat anderen niet bestaan. Jezus leert ons in de Cursus dat er Zonen (meervoud) van de Vader bestaan die in eenheid met ons verbonden zijn. De Cursus leert ons dat de lucht sneller helder en fris wordt wanneer we ons ook naar onze Broeders richten om de liefde door te geven die we ook voor onszelf aan het aanvaarden zijn.

In de werkboekles van vandaag komt de volgende zin voor:

Alleen het ego kan beperkt zijn en daarom moet het doelen zoeken die begrensd en beperkend zijn.

Ego 1.0: Het gaat om mij
Ego 2.0: Het gaat om die ander
Ego 3.0: Het gaat om ons allebei maar eerst om mij

Jezus: Het is een mysterie en er is geen grens tussen jou en je broeder, geven en ontvangen zijn in waarheid één!

Les 319
Ik ben gekomen voor de verlossing van de wereld.

Hier is een gedachte waaruit alle arrogantie weggenomen is en waarin alleen de waarheid overblijft. Want arrogantie is in strijd met de waarheid. Maar wanneer er geen arrogantie is, zal de waarheid onmiddellijk komen om de ruimte in te nemen die het ego door leugens onbezet liet. Alleen het ego kan beperkt zijn en daarom moet het doelen zoeken die begrensd en beperkend zijn. Het ego denkt dat wat de één wint, de totaliteit moet verliezen. En toch is het de Wil van God dat ik leer dat wat de één wint aan allen wordt gegeven.

Vader, Uw Wil is totaal. En het doel dat daaruit voortvloeit deelt die totaliteit. Welk ander doel dan de verlossing van de wereld kon U mij hebben gegeven? En wat anders kon de Wil zijn die mijn Zelf met U deelt?

Gewoon praktisch wonder-bereid

vriendelijk woord

Mijn focus bij het bestuderen van de Cursus lag lange tijd op het veranderen van mijn perceptie. Dit is zeker iets waar de Cursus toe oproept. “Veranderen van m’n perceptie” klinkt wat afstandelijk en abstract maar goed beschouwd was het voor mij juist erg zelf-gericht en concreet. Ik meende last te hebben van een uiterlijke situatie en mijn doel was (en is nog steeds) om door vergeven weer vrede te kunnen ervaren. Herken je deze manier van omgaan met de Cursus? De focus ligt, met een knipoog naar de organisatie FIP (Foundation of Inner Peace) op het bereiken van innerlijke vrede.

De laatste maanden schrijf ik blogs over deze zelfgerichtheid. Het kan lijken dat ik deze veroordeel, maar dat is niet het geval. Het is me echter pijnlijk duidelijk geworden dat deze manier van omgaan met de Cursus slechts het halve werk is, en daarmee in feite helemaal geen werk. Het klopt dat we verlossing moeten vragen voor ons zelf. Het risico bestaat dan echter dat we dit verwarren met het streven naar een innerlijke staat van vrede slechts voor onszelf. Ongemerkt en onbewust zijn we gaan denken dat we de nare wereld die we zien, inclusief het lijden van anderen, mogen afdoen als een droom en dat we van deze nare perceptie verlost mogen worden zodat wij weer gelukkig zijn.

Nogmaals, dit is op zich niet onjuist maar in zijn fixatie “naar binnen” is het toch een ontsporing die niet werkt. Het lukt zelfs om deze aanpak te rechtvaardigen met een doorgeschoten metafysische interpretatie van de Cursus. Alles is toch één? Verbeter de wereld en begin met jezelf, want vanuit die eenheid is dan toch alles geregeld? Hiermee nemen we echter als gelovigen van de duale wereld een ongepast voorschot op de non-duale werkelijkheid. “Ongepast” in de zin dat het contraproductief is voor onze studie van de Cursus. We wanen ons te snel één met God en ontslaan te vroegtijdig Jezus en de Heilige Geest als leraar en trooster. Anders gezegd: we maken een spiritueel en naar binnen gekeerd “Zelf”, lees ego.

Momenteel lees ik over de ontstaansgeschiedenis van de Cursus, vooral over de lessen die Helen en Bill hierin van Jezus ontvangen. Het is typerend dat ik dit jarenlang wel aardige achtergrondinformatie vond, maar nauwelijks bruikbaar achtte voor mijn eigen studie van de Cursus. Ik meende me al op een abstract waarheids-liefdes-niveau te bevinden waarop ik dat soort historische details overbodig vond. Hierin zit diezelfde arrogantie verborgen als die waarbij we verholen op onszelf gericht zijn om vooral ons eigen geluk te waarborgen door met Jezus en/of de Heilige Geest uitsluitend naar binnen, naar onze eigen zielenroerselen, te kijken. De ontstaansgeschiedenis van de Cursus geeft een completer beeld.

Jezus vraagt van Helen en Bill om wonderbereid te zijn. Dit houdt in dat ze zich elke dag afvragen aan wie ze het wonder van vergeving mogen aanbieden. Ze maken voor zichzelf zelfs lijstjes hiervan. Vervolgens wordt er, zelfs voor wat betreft de kleinste en alledaagse zaken, gevraagd of ze zich willen uitstrekken naar de leiding van Jezus en deze daarna ook daadwerkelijk opvolgen. Het is een constante oefening in vertrouwen waarbij ze zichzelf afvragen wat Jezus wil dat ze tegen iedereen zeggen die ze tegen komen en wat ze voor iedereen praktisch mogen doen. Hen wordt gevraagd alle vooroordelen los te laten en door woord en daad te laten zien aan iedereen die ze ontmoeten dat deze mensen geliefd en onschuldig zijn. Gewoon praktische vriendelijkheid en voorkomendheid. Jezus biedt zelfs aan om Helen en Bill te begeleiden in kleine alledaagse dingetjes; waar moet ik een nieuwe jas gaan kopen, in welke kast moet ik de rommel opruimen, hoe laat moet ik die en die bellen? Hij overziet het grote plaatje, hij weet waar we bruikbaar en inzetbaar mogen zijn als wonderwerkers.

Uit dit alles rijst inderdaad het beeld op van “je aanvalsgedachten loslaten” maar bovenal ook van praktische en zorgzame gerichtheid op anderen. Uitgebreid wordt duidelijk gemaakt hoe een niet-liefdevolle actie een kettingreactie van nare gebeurtenissen met zich mee kan brengen. En anderszins, hoe een liefdevolle reactie (het aanbieden van een wonder) inderdaad resulteert in tijdwinst voor alle betrokkenen in de ontdekking van hun ware Identiteit.

De werkboekles van vandaag biedt ons een kijkje in dat wonderlijke mysterie waarbij “de wereld tot tijdloosheid en liefde” teruggebracht mag worden door de geboorte van Christus. Hij is zowel Middel als Doel. Jezus en de Heilige Geest voelen zich niet te goed om zich te “verlagen” tot onze droomwereld. Jezus vraagt ons niet om op onze bank te blijven zitten en alles wat onze innerlijke vrede verstoort weg te vergeven. Nee, hij wil een kettingreactie van liefde in onze wereld teweeg brengen. Een cirkel van verzoening, A Circle of Atonement. Zijn liefde mag door ons stromen naar onze broeders zodat we leren dat we in liefde één zijn.

Les 308

Dit ogenblik is de enige tijd die er is.

 Ik heb me van de tijd een zodanige voorstelling gemaakt dat ik mijn doel verijdel. Als ik verkies voorbij de tijd tijdloosheid te bereiken, moet ik mijn beeld over waar de tijd toe dient, veranderen. Het kan niet het doel van de tijd zijn om verleden en toekomst te bewaren als één geheel. het enige interval waarin ik van de tijd kan worden verlost, is nu. Want in dit ogenblik is vergeving gekomen om me te bevrijden. De geboorte van Christus is nu, zonder verleden of toekomst. Hij is gekomen om Zijn directe zegen aan de wereld te geven en die tot tijdloosheid en liefde terug te brengen. En liefde is eeuwig aanwezig, hier en nu.

Dank U, Vader, voor dit ogenblik. Nu is het dat ik word verlost. Dit ogenblik is de tijd die U voor de bevrijding van Uw Zoon, en voor de verlossing van de wereld in hem, hebt bestemd.

Zonen en Zoon

einde der tijden

Zolang we de droom van afscheiding dromen zien we vooral verschillen en grenzen. Het is dan ieder voor zich. De gevolgen hiervan zijn overduidelijk in onze wereld en vertalen zich naar de manier waarop we omgaan met elkaar, met dieren en met het milieu. De non-duale boodschap die Jezus ons in de Cursus aanreikt is hard nodig. Het is een boodschap van verbondenheid, gerichtheid op eenheid, gerichtheid op relaties, op elkaar.

Het is dus belangrijk dat we gewezen worden op eenheid. Het is belangrijk dat we leren dat we als het ware verenigd zijn in één lichaam, het lichaam van Christus. Vanuit onze angst projecteren wij grenzen tussen mensen (en dieren en volkeren enzovoorts). Deze grenzen zijn denkbeeldig en doen geen recht aan de verbondenheid van allen en alles. Als Zonen vormen wij het Zoonschap en worden we in de Cursus aangesproken als Zoon, enkelvoud.

Het rijke van de Cursus is dat we zowel in het enkelvoud, Zoon, als in het meervoud, Zonen, aangesproken worden. Dit raakt dat diepe mysterie waar we met ons denken niet bij kunnen. We zijn als Zelf een schepping van God en zien Broeders die ook Zonen zijn van onze Vader en die toch één zijn met ons. Wij menen dat we moeten kiezen: wat is het nou, enkelvoud of meervoud?

Medestudenten die, zoals ik het zie, doorslaan in hun non-duale visie zien natuurlijk ook die meervoudsvormen staan in de Cursus. Er wordt dan besloten dat Jezus niet precies opschrijft wat hij bedoelt maar ons toespreekt op het niveau waarop we ons menen te bevinden. Het is gewoon een kwestie van tijd en dan vallen alle denkbeeldige verschillen als symbolen weg en zijn we één met God. Uiteindelijk krijgen we dan de wederkomst. Hiervoor gebruikt de Cursus die prachtige mysterieuze taal (vlak voor werkboekles 300):

De Wederkomst is de enige gebeurtenis in de tijd waarop de tijd zelf geen invloed heeft. Want ieder die ooit kwam om te sterven, of die nog komen zal, of nu aanwezig is, wordt gelijkelijk bevrijd van wat hij heeft gemaakt. in de gelijkheid wordt Christus hersteld als één Identiteit, waarin de Zonen van God erkennen dat zij allen één zijn. En God de Vader glimlacht naar Zijn Zoon, Zijn ene schepping en Zijn enige vreugd.

Meervoud en enkelvoud (Zoon en Zonen) samen in een alinea. De Zonen, wij dus, erkennen dat we de denkbeeldige grenzen zelfbedacht hebben en dat deze niet echt zijn. We erkennen dat we alleen één zijn en naar die mysterieuze vereniging, die ene schepping, kijkt onze Vader met vreugd.

Ik lees graag stukjes van Tony Parsons, een eigentijds leraar die met ander taalgebruik over hetzelfde spreekt. Het publiek begrijpt niks van hem. Hij ervaart niet langer een gevoel van afgescheidenheid en toch lijkt er iemand voor de groep te zitten. “Apparently”, zou hij zelf hierover zeggen. Of “it’s a mystery”. We begrijpen het niet. Hij weet dat hij geen stoel is en toch ziet hij green grens.

Dit is ons mysterieuze voorland. We zullen ontwaken in eenheid en geen grenzen meer ervaren tussen onze Vader en Broeders. Maar toch zullen we ons-Zelf niet verwarren met Hen. We zijn zowel Zonen als één Zoon. Voor ons aardse denken is dit heel ongemakkelijk. Die absolute eenheid is lekker eenduidig en het klinkt zo logisch. Die meervoudigheid moet onzin zijn, die anderen die we menen te zien moeten onze projectie zijn. Wonderen moeten slechts de correctie van onze eigen perceptie zijn: er is geen wereld, er zijn geen anderen, er is geen van ons onderscheiden Heilige Geest die toch wonderlijk één met ons is.

Maar toch. Deze verbeten focus op eenheid is niet nodig in het mysterie van de Schepping van onze Vader. We (!) hebben een rol om deze verbondenheid in mysterieuze eenheid te ontdekken. Geniet met open denkgeest met me mee van de laatste alinea van de wederkomst:

Bid dat de Wederkomst spoedig mag zijn, maar laat het daar niet bij. Ze heeft jouw ogen en oren en handen en voeten nodig. Ze heeft jouw stem nodig. En bovenal behoeft ze jouw bereidwilligheid. Laten we ons erin verheugen dat we Gods Wil kunnen doen, en ons verenigen in het heilig licht daarvan. Zie, de Zoon van God is één in ons, en door Hem kunnen we de Liefde van onze Vader bereiken.

Ik ben er voor je!

I M Here For You Quotes Will Smith Quote “I Love You And I'm Here For You.” (5 Wallpapers

Enkele jaren geleden volgde ik een cursus non-duaal coachen bij Alexander Zöllner. De naam hiervan lijkt al direct met zichzelf in tegenspraak. Wat zou er immers te coachen vallen binnen eenheid? Eenheid heeft niks nodig en heeft genoeg aan zichzelf. De term coachen suggereert dat er iets gefikst zou moeten worden. Dat is toch onzin als alles één is?

Hoe gaat dit non-duale coachen dan in zijn werk? De basis wordt gevormd door liefdevolle aandacht. Een gerichtheid op wat de hulpvrager je vertelt, zonder oordeel of veroordeling. Je luistert naar alle ego-kwesties die naar voren worden gebracht en je ziet, proeft en doorleeft de ellende waarin die ander meent te zitten. Jij echter, als hulpverlener, laat je niet vangen door de vermeende toestanden. Het is een soort meeleven zonder gevangen te raken in de droom van de hulpvrager. Nu terug naar de twee visies op onze Cursus in Wonderen waar ik momenteel veel aandacht aan besteed in m’n besloten Facebook-groep (ECIW-coach). Eerst de visie van Wapnick:

“God is zich niet bewust dat Zijn Zoon in slaap is gevallen. God zou niet eens afweten van de afscheiding. Als God zou afweten van die ‘kleine, gekke gedachten waarover de Zoon vergat te lachen” dan zou hij ook de wereld als echt beschouwen”.

Nu de visie van de Circle:

“God weet dat Zijn Zonen in slaap zijn gevallen. Hij weet dat ze zo Zijn Liefde en geluk niet ontvangen en deze ook niet doorgeven. God weet echter niet van de specifieke inhoud van hun dromen”

(Uit: One Course, Two Visions p 5,6)

Nu de parallellen en de verschillen met het non-duale coachen waar ik mee begon. Wapnick staat op het standpunt van de absolute non-dualiteit. Er is in wezen niks gebeurd en God zit onbewogen op zijn troon. Omdat er niks gebeurd is hoeft Hij ook niks te doen en kan Hij gewoon stoïcijns doorgaan met God te zijn. Hij hoort onze hulpvraag niet omdat deze niet echt is. Er is ook geen enkele actie van Zijn kant nodig. Als we mazzel hebben dan herinneren we Hem op een goede dat (deze herinnering zou dan de Heilige Geest zijn).

Dan de overeenkomst tussen de visie van de Circle en het non-duale coachen. Onze God, zoals de Circle deze ziet, is meer dan een coach, Hij is onze Vader. Net zoals de coach echter hoort hij onze wanhoop en voelt Hij onze eenzaamheid. Maar net als de menselijke non-duale coach laat God zich niet foppen door de specifieke inhoud van die droom. Hij weet dat we om de verkeerde redenen huilen. Hij biedt ons Zijn liefdevolle aandacht in de vorm van de Heilige Geest. Dit is onze Trooster. Geen Trooster die meehuilt als we een financiële strop hebben en die ons de dag erna de loterij laat winnen. Wel een Trooster die ons liefdevol en begripvol onze tranen hierover laat huilen en dan aan ons vraagt: “Maar waar huil je nu écht om? Wat is je échte vraag?”.

Nu naar onszelf. Waarom besteed ik de laatste tijd hier zoveel aandacht aan? Omdat sommigen of mogelijk wel velen van ons zijn gaan geloven in het Godsbeeld van Wapnick en we daarmee de Vader die Jezus ons in de Cursus laat zien uit het oog zijn gaan verliezen. We zijn daarmee zelfgerichte therapeuten geworden die gepreoccupeerd dreigen te worden door slechts één deel van onze functie. Terwijl die ander onze hulp vraagt zijn wij alleen maar bezig met het vermijden van de valkuil. We proberen te voorkomen dat we meegezogen worden in het verhaal van die ander. Op zich is dit goed. Maar als we dan de lijn van Wapnick volgen dan kunnen we doorslaan en menen dat er helemaal geen ander is. Er is dan geen sprake van liefdevolle aandacht voor een echt medemens maar slechts een eenzijdige gerichtheid op ons eigen welbevinden. Voel je het? Ja, we hoeven die droom van een ander niet serieus te nemen. Maar alsjeblieft, zie dat daar een echte broeder zit die van jou het wonder van liefdevolle aandacht vraagt! De aardse coach stuurt ons na een uur ook niet weg met de mededeling dat de sessie succesvol was omdat hij zich nu zelf beter voelt. Nee, hij neemt weliswaar de ego-verlangens van de ander niet serieus maar hij is zeer bewogen en gericht op de vraag naar liefde van zijn client. Zó is God, onze Vader, en zó mogen wij ons opstellen om onze functie te vervullen en waarlijk behulpzaam te zijn. En ja, dit is ook voor ons de enige weg naar geluk.

Les 301

En God Zelf zal alle tranen wissen.

Vader, als ik niet oordeel, kan ik niet in tranen zijn. Noch kan ik pijn lijden, of voelen dat ik verlaten ben of overbodig in de wereld. Omdat ik er niet over oordeel, is dit mijn thuis, en daarom is het alleen maar wat U wilt. Laat me de wereld vandaag onveroordeeld zien, door blije ogen die door vergeving van elke vervorming zijn bevrijd. Laat me Uw wereld zien in plaats van de mijne. En alle tranen die ik vergoot zullen vergeten zijn, want hun bron is verdwenen. Vader, ik zal geen oordeel vellen over Uw wereld vandaag.

Gods wereld is gelukkig. Zij die ernaar kijken, kunnen er enkel hun vreugde aan toevoegen en haar zegenen als reden tot nog meer vreugde in hen. We waren in tranen, omdat we niet begrepen. Maar we hebben geleerd dat de wereld die we zagen onwaar was, en we zullen vandaag Gods wereld zien.

Het mysterie van eenheid in relatie

eenheid en relatie

Binnen onze duale droom zijn dit twee woorden die elkaar lijken uit te sluiten. Voor een relatie heb je tenminste twee personen nodig terwijl dit in eenheid niet kan bestaan. Jezus in de Cursus deelt ons ongemak niet. Zo spreekt hij over de Heilige Drie-eenheid en over een Heilige Relatie. Hierbij is steeds sprake van zowel meerdere personen (of wezens) als van eenheid. Zijn deze personen verschillend van elkaar? Nu loopt ons denken vast. Bij het woord “verschillen” kunnen wij niet anders dan denken aan bepaalde vormen, en deze heb je niet in tijd- en ruimteloze eenheid. Zijn de personen dan innig verbonden met elkaar? Dit lijkt toch weer te zwak uitgedrukt. Het woord “individu” is ook al zo raar: ondeelbaar, maar toch onderscheiden van andere individuen. We snappen het niet en hoeven het ook niet te snappen. We mogen Jezus in de Cursus op zijn woord nemen en het mysterie laten rusten in onze denkgeest. Het beste wat we kunnen doen is voorkomen dat we doorschieten naar één van de twee uitersten. Hiertoe neigt ons ego gewoonlijk.

Het bekendste is doorschieten in het belang van echt duale relaties waarin sprake is van verschil en van onderscheid. We plaatsten God buiten en los van ons en doen dit ook met anderen. Vervolgens gaan we ons best doen om iets moois te maken van deze duale relaties. We willen God tevreden stellen middels goede werken, we willen Hem en elkaar niet boos maken, we gaan Hem en andere mensen proberen te verleiden om ons liefde te geven omdat we vergeten zijn dat we ondeelbare liefde zijn.

Het andere uiterste is doorschieten in non-dualiteit. Dit is vooral een risico voor studenten die al langer met de Cursus bezig zijn. De absolute eenheid heeft namelijk iets heel aantrekkelijks voor ons. We denken aan een soort universele baarmoeder waarin we warm en vredig zweven, één met alles en los van de boze buitenwereld. We gaan in ons leven nu alles door deze eenzijdige non-duale bril beoordelen. Het onbegrijpelijke onderscheid tussen God en zijn Zoon (wij dus) valt hierbij weg en we denken dat we één zijn met God. We vergeten hiermee de echtheid van het verschil tussen Schepper en Schepsel. Ook reduceren we de Heilige Geest tot ondeelbaar deel van ons eigen geheugen. Hij wordt onze herinnering aan God in plaats van Iemand die ons aan God herinnert. Zie je dat subtiele verschil? Tenslotte zien we anderen niet langer als een (onbegrijpelijk maar waar) “andere” Zoon van God maar als een projectie in onze denkgeest. De ander die zo wonderlijk één is met ons verliest hiermee zijn echtheid als persoon.

Dit alles kan onbelangrijk lijken maar het heeft grote gevolgen voor onze studie van de Cursus. Als we doorslaan naar het extreme non-duale standpunt dan zien we elke relatie als een nep-relatie. We kunnen niet echt hulp vragen aan de Heilige Geest maar slechts ons best doen om ons de eenheid te herinneren. Andere mensen worden gereduceerd tot projecties van onszelf die onze gemoedsrust kunnen verstoren. Ze zijn niet echt en we richten ons op het wegnemen van die storende projectie middels vergeving. Herken je deze neiging? Zie je dat het aanhangen van dit extreme standpunt als het ware het leven, het mysterie uit de Schepping perst? We stevenen af op een naar binnen gekeerde zelfgerichtheid. Het doel wordt een grote zeepbel waarin we nu zogenaamd als Zelf (lees spiritueel ego) rondzweven met buiten onze spirituele baarmoeder die pijnlijke droomwereld vol met mensen die onze gemoedsrust vroeger verstoorden.

De Cursus geeft ons de uitweg: het is én een kwestie van onze perceptie laten corrigeren door de Heilige Geest (de betekenis van het woord wonder dat het minst vaak voorkomt in de Cursus) áls van het uitdrukken van onze liefde naar onze broeders en zusters (wonderen als expressie van liefde), ook onder leiding van de Heilige Geest.

Iets anders geformuleerd nu. De kans bestaat dat we bij een te eenzijdige focus op eenheid de relaties uit het oog verliezen. We worden dan ik-gericht en daarmee op ontvangen gericht. “Ik wil gelukkig zijn, mijn perceptie moet veranderen”. Onderzoek je denkgeest en kijk of je die focus op eigen geluk, die zelf-gerichtheid, herkent. Voel je niet schuldig als dit zo is maar wees blij dat je hiervan genezen kunt middels dat wonderlijke fenomeen “relatie”. Bid tot Jezus en de Heilige Geest en besef diep van binnen dat je jezelf niet voor de gek houdt. Het zijn geen symbolen maar echte personen met kracht en liefde. Ze herkennen elke ego-gerichtheid in jouw hulpvraag en transformeren die naar je echte vraag; de vraag om liefde in relatie. En richt je liefde op je broeders en zusters door de liefde van de Heilige Geest onder Zijn leiding naar hen te laten stromen. Dit is de meest voorkomende betekenis van het wonder zoals genoemd in de Cursus. Dit is de betekenis van geven en ontvangen zijn in waarheid één.

Sta jezelf die waarheid en vreugde toe, het mysterie van eenheid in verbondenheid, waarheid en liefde. Laat de liefde zijn en laat de liefde stromen.

Ben jij slechts een projectie van mij?

toon mijn liefde

Vanuit ons duale denken kunnen we niks met een scheppende God. Zodra God aan de slag gaat en iets schept moeten er toch twee zijn? Dat kan toch niet anders? Toch leren we uit de Cursus dat God schept. Met Zijn scheppingen is iets geks aan de hand. Ze zijn één met God, maar toch niet aan God gelijk. Hij is immers de Schepper en wat Hij schept zijn schepselen. Als Zoon van God zijn wij op wonderbaarlijke wijze één met onze Vader, maar toch is Hij de Oorzaak en wij zijn van Hem afgeleid. Er lijken er dus nu twee te zijn, maar toch zijn ze in werkelijkheid innig verbonden en vormen ze een eenheid. Houd deze, voor ons, onmogelijke mogelijkheid even in gedachten.

Want er is meer. God schiep niet alleen Zijn Zoon maar ook de Heilige Geest. Hiervoor geldt precies hetzelfde als voor de Zoon. Ook hier het wonderlijke fenomeen dat God een wezen schept dat onderscheiden is van Hemzelf maar toch een eenheid met Hem vormt. Ook hier kunnen we niet met ons denken bij maar de term Drie-eenheid is geen verzinsel van de kerk en wordt genoemd in de Cursus. (bijv T3 II-5: De Zoon van God is een deel van de Heilige Drie-eenheid, maar de Drie-eenheid Zelf is één. Er is geen verwarring binnen de Niveaus hiervan, omdat Zij één van Denkgeest en Wil zijn.)

De Drie-eenheid is dus een mysterie in zichzelf waar wij onze hersentjes op kunnen laten stuklopen. Echt begrijpen doen we het niet maar we blijken wel in staat om op twee manieren de plank mis te slaan. De bekendste voor ons is ons vertrouwde geloof in dualiteit. Daarmee maken we onszelf van God los en komen zo terecht bij het klassieke Godsbeeld. Hierbij zijn wij zondig en is God boos. Enfin, dit verhaal ken je wel. Een minder bekende manier bestaat uit het andere uiterste: we ontkennen hierbij in feite de “Drie” van de Drie-eenheid en proberen nu alles te zien vanuit de bril van eenheid. Met alle respect voor de persoon van Ken Wapnick en het werk dat hij heeft gedaan, komt deze visie op de Cursus vooral van zijn hand. In Nederland is kritiek uitoefenen op de visie van Wapnick totaal not-done. Dit geldt overigens voor iedere vorm van kritiek wat door bezorgde Cursus-studenten (te) snel gezien wordt als een aanval en het begin van verdeling en onrust. Jezus zelf ziet kritiek echter niet zo, zoals bijvoorbeeld blijkt uit zijn kritiek op Freud in de oorspronkelijke Cursus-tekst die hij doorgaf aan Helen Schucman (zie bijvoorbeeld ACIM Complete and Annotated edition). Hij weet dat woorden symbolen van symbolen zijn maar toch doet hij zijn uiterste best om ook de metafysica van de Cursus zo duidelijk en ondubbelzinnig mogelijk aan ons te beschrijven.

Terug naar het doorslaan richting de eenheid en de daarbij behorende afkeer van het mysterie van grenzeloze meervoudigheid. In de Cursus wordt de Heilige Geest duidelijk omschreven als het derde lid van de Drie-eenheid. Ook hier dat mysterie van een Zelf binnen eenheid, net als bij de Zoon. De Cursus spreekt uitvoerig over de taak van de Heilige Geest (zie: Handelt de HG echt in de wereld, als pdf te downloaden vanuit de FB groep ECIWcoach). Wapnick ziet de HG als symbool waar wij voorlopig nog gebruik van maken. Hij zou onze herinnering aan God zijn, maar dit is toch echt wat anders dan een Schepping van God die ons helpt herinneren.

Hetzelfde is aan de orde met de broeders en zusters die wij binnen deze droom samen met ons rond zien wandelen. De Cursus zelf doet hier niet moeilijk over en geeft aan dat er sprake is van dezelfde wonderlijke meervoudige eenheid als in de Drie-eenheid. Er is sprake van Zonen (denkgeesten, communicatiekanalen, kinderen, Zoonschap enz) binnen de ene Zoon van God. Elk van deze zonen leidt aan geheugenverlies en is vergeten dat hij innig verbonden is met de andere zonen die hij ziet en met God. Maar ook hier dat mysterie: innig verbonden: ja, een ongedifferentieerde eenheid: nee. Ook hier de twee gevaren van de uitersten. De eerste is ons weer welbekend: we denken toch dat we speciaal zijn en anders (meer / minder) dan anderen. Nee, we zijn als één verbonden en onafscheidelijk van ieder die we zien. Bij het andere uiterste wordt het een heel ingewikkeld verhaal. Uiteindelijk komt het er op neer dat degene die jij tegenover je ziet staan niet bestaat. Hij is slechts een projectie in jouw denkgeest.

Nu wordt duidelijk waarom een precies begrip van de Cursus wel degelijk belangrijk is. Want als je iemand anders ziet lijden en die ander bestaat geeneens dan hoef je niks anders te doen dan te sleutelen aan jouw projectie zodat je weer heerlijk innerlijke vrede ervaart (Voilá: Foundation for Inner Peace). Maar wat als er toch, in eenheid, een werkelijke ander is? Een ander die, net als jij, meent dat hij afgescheiden is van jou en van God? Dan gaat het niet slechts om het veranderen van jouw perceptie maar kun je werkelijk behulpzaam zijn voor je broeder. Dan corrigeer je niet slechts een vergissing in je denkgeest maar kun je liefde laten stromen. Want door die liefde te laten stromen ervaar je dat je liefde bent. Er is geen noodzaak voor stromende liefde in niet-scheppende eenheid. Scheppen is het stromen van liefde van Schepper naar scheppingen en tussen scheppingen onderling (Voilá: Circle of Atonement). En, halleluja, je kunt hulp vragen aan de Heilige Geest en aan Jezus. Niet als voorlopig surrogaat omdat je nog zo infantiel bent dat je de waarheid niet aankunt, maar omdat dit waarheid is.

Ons doorslaan in geloof in de afgescheidenheid van de schepping en binnen de schepping gaf ons de angst voor een wraaklustige God. Ons doorslaan in geloof in een niet echt scheppende God geeft ons een naar binnen gekeerdheid, een stoïcijnse Vader, een symbolische Jezus en Heilige Geest en uiteindelijk geprojecteerde broeders en zusters.

Vraag ik je nu om mij te geloven of om partij te kiezen tegen broeder Wapnick? Roep ik nu op tot verdeeldheid in Cursus-land? Nee, ik suggereer dat de boodschap van de Cursus eenvoudiger en liefdevoller is dan je misschien bent gaan denken. Nodig broeder Jezus uit om je te helpen bij het lezen ervan, vraag de kracht van de Heilige Geest en de liefde van onze Vader. Want wie geeft Zijn kinderen nu stenen als ze om brood vragen?