Het ontmenselijken van Jezus

Een Cursus in Wonderen (ECIW) corrigeert onze identificatie met ons lichaam. Als wij denken uitsluitend een afgescheiden en begrensd lichaam te zijn dan doen we onze ware natuur te kort en zijn we verward. We hoeven maar om ons heen te kijken om te zien waartoe de verheerlijking van ons kleine zelf leidt: het wordt dan ieder voor zich en uitbuiten van elkaar en van de fysieke wereld. Het gevoel voor verbondenheid verdwijnt en daarmee voelen we ons alleen en angstig. ECIW en Een Cursus in Liefde (ECIL) willen ons helpen ons te herinneren dat we mysterieuze wezens zijn waarin het onmogelijke toch gebeurt: differentiatie in verbondenheid, ja, in eenheid.

ECIW leert ons over die wonderlijke drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Het spreekt over Zonen van God, jawel, meervoud. Het spreekt over een Scheppende God die vanuit eenheid creëert. Wij zouden stil moeten worden van deze woorden en moeten erkennen dat we ze met ons begrensde verstand niet begrijpen. Verwondering zou op zijn plaats zijn hier. “Ik meen afgescheiden mensen te zien en me te verhouden tot een oordelende God maar nu hoor ik dat ik één ben met mijn broeders en met mijn Vader. Zo ervaar ik het nog niet maar deze wonderlijke ervaring is volgens ECIW wél mogelijk.” Via ware vergeving van ons afgescheiden beeld van onze broeders en van God mogen we onszelf ontdekken als Zoon van God.

In Advaita kringen, een ander non-duaal leersysteem, wordt aangegeven dat Zijn de oorsprong én alles is. Ook hier dat wonderlijke dat voor Bewustzijn een soort differentiatie nodig is binnen Zijn. Er moet een schijnonderscheid komen tussen subject en object, er kan geen kenner zijn zonder het gekende en omgekeerd. Dus ook hier dat mysterie in iets andere terminologie. ECIL spreekt ook over het wonder dat God moet scheppen om zichzelf te kennen. God kent zichzelf als scheppende liefde in Zijn kinderen en omgekeerd. Wij als kinderen van God doen iets soortgelijks middels de fysieke wereld. We projecteren deze om onszelf te kennen, om iets ervaarbaars te hebben.

We zijn dus in feite wonderlijk één met ons maaksel, de fysieke wereld, en ervaren dat we bestaan middels lichaamsbewustzijn dat oprijst vanuit onze lichamelijkheid. God is Zich van Zichzelf bewust middels Zijn scheppingen en wij zijn ons van onszelf bewust middels onze gemaakte fysieke lichamen in een fysieke wereld. Maar ondertussen zijn we nog tevens scheppingen en kinderen van onze Vader, met Hem verbonden in wonderlijke eenheid. God verliest zijn eenheid niet door ons te scheppen en wij verliezen onze eenheid niet door te kiezen voor de ervaring van lichamelijkheid. Punt is dat wij nog uitsluitend bewustzijn van onze lichamelijke ervaringen en vergeten zijn dat we deze vanuit eenheid zelf gemaakt hebben. Deze lichamelijke ervaringen maken ons menselijk maar onze verbondenheid met onze Vader maakt ons Goddelijk.

Jezus herinnerde zich dat hij zowel Goddelijk was als menselijk. Anders gezegd; hij realiseerde zich zijn Christus-natuur: volledig God, volledig mens. Hij deelde onze smarten, dus hij ervoer lichamelijke sensaties als dorst, verdriet en pijn. Maar hij aanbad deze niet als afgoden waarvoor hij het besef van zijn goddelijkheid wilde opgeven. “De mens leeft niet van brood alleen. Al zou je alle rijkdom hebben van de aarde maar geen besef van de hemel, wie ben je dan?” En uiteindelijk sterft zijn lichaam een pijnlijke kruisdood, verraden door zijn vrienden.

Ik keek eergisteren naar de Passion met mijn jongste dochter van 17. Zij heeft niet veel met klassiek Christelijk geloof maar geniet wel van de muziek en de sfeer van de Passion. Ik geniet van ons ontspannen samenzijn zo voor de tv. “Raar hé pap, zo’n mensenmassa. Duizenden verschillende mensen en toch een soort eenheid. Dit ervaar ik ook tijdens de concerten waar in naar toe ga”. Dank u Heilige Geest voor deze woorden gesproken door mijn lieve dochter. Want zo is het; we zijn uniek en verbonden, tegelijkertijd. Een mysterie.

Binnen ECIW kunnen we nogal eens doorslaan. Alles moet terug geredeneerd worden tot de absolute eenheid, tot God, tot Zijn. Er is een soort sharia die elke afwijking hiervan wil corrigeren. Een vorm van absolute eenheid die geen ruimte laat voor schepping. God mag geen Vader meer zijn, wij moeten anderen zien als onze projectie, God mag niets meer weten van de wereld en wij mogen ons er ook niet mee bemoeien want dan trappen we in een duale valkuil. We moeten alles wat gebeurt weglachen als een rare droom. De sharia-politie heeft alle wapens in handen. Alle uitgaande communicatielijnen moeten worden doorgesneden: je bent één, alles is een droom, er zijn geen anderen, niets is echt, de wereld een grote illusie. Zo wordt ook naar Jezus gekeken. Hij mag niet langer boos de handelaren uit de tempel jagen, hij mag zich niet langer verraden voelen, hij mag zich niet verlaten voelen, hij mag helaas niet meer onze broeder in menselijkheid zijn.

Maar dat was hij wel. Hij stond naast ons met zijn voeten in de modder. Waarlijk mens. Maar geen mens die zich liet foppen door te geloven in afgescheidenheid. Telkens weer weigerde hij om de band met zijn broeders en met zijn vader te vergeten. Hij bleef zijn liefde laten stromen naar broeders die hem verrieden, naar de soldaat die hem aan het kruis sloeg. Wij hoeven Jezus zijn menselijkheid en zijn menselijke ervaringen niet af te pakken om hem ergens tegen te beschermen. We hoeven niet te geloven in een toneelspeler die geen centje pijn had toen hij werd gekruisigd. Hij was mens zoals jij en ik.

Maar.. Het Goddelijke maar. Hij hield zich vast aan de Liefde voor Vader en Broeders. Neem het hen niet kwalijk, ze weten niet wat ze doen. In Uw handen beveel ik mijn geest. Hij liet ons de Christus zien die we zijn. In ECIL heet dit: the elevated form of Self. Ook in onze menselijke pijn zien we dat deze ons wil doen geloven dat we een afgescheiden lichaam zijn. We willen er tegen strijden, vechten en ervan afkomen omdat we denken dat deze echt is en ons kan doden. Jezus liet ons zien dat dit niet zo is. Ondanks pijn geloofde hij niet dat hij een lichaam was. Ondanks verraad geloofde hij niet dat hij afgescheiden kon zijn van zijn broeders. Ondanks zijn ogenschijnlijke hopeloze toestand aan het kruis hief hij zijn ogen op en zei: “Vader, in Uw handen beveel ik mijn geest”. Jezus ontwaakte uit de menselijke droom van leven en dood. Hij komt naast ons staan in al zijn menselijkheid om ons te herinneren aan onze Goddelijkheid; wij zijn Christus. Wat een broeder, wat een boodschap van hoop, wat een zegen!

WB 110: Ik ben zoals God mij geschapen heeft.

  1. Het idee van vandaag zullen we van tijd tot tijd herhalen. 2Want deze ene gedachte volstaat om jou en de wereld te verlossen, als je geloofde dat ze waar is. 3Haar waarheid zou betekenen dat jij in jezelf geen veranderingen hebt aangebracht die werkelijkheid bezitten, noch het universum veranderd hebt zodat wat God geschapen heeft, vervangen werd door angst en kwaad, ellende en dood. 4Als jij blijft zoals God jou geschapen heeft, heeft angst geen betekenis, is kwaad niet werkelijk en bestaan dood en ellende niet.

Laat liefde door jou heen doen

Rare titel hé? Deze is bedoeld voor broeders en zusters die vinden dat ze maar geen vorderingen met de Cursus maken. “Ik merk er niks van en voel me er niet gelukkiger van worden”. We kunnen het idee hebben dat ons probleem maar niet beter wordt. Het kan gaan om lichamelijk ongemak. Waarom wordt dit maar niet minder terwijl ik toch trouw de werkboeklessen doe? Maar ook gevoelsmatige en emotionele problemen lijken aan ons te kleven. Waarom voel ik me zo gefrustreerd, eenzaam of verdrietig? Waar is die fijne toestand die me wordt voorgespiegeld?

Het punt blijkt steeds dat we geen oog hebben voor de non-duale waarheid. We blijven onbewust geloven dat we een afgescheiden zelf zijn en wel een ongelukkig afgescheiden zelf. We hopen dat de Cursus ons gaat helpen. Maar we willen met behulp van de Cursus veranderen van een ongelukkig afgescheiden zelf in een gelukkig afgescheiden zelf. We hebben geluk gedefinieerd als pijnloosheid en de afwezigheid van nare sensaties en gevoelens. Maar deze lichamelijke genoegens, in de ruimste zin van het woord, vormen niet het doel van de Cursus. Het doel is om ons te herinneren wie we zijn, om onze ware identiteit te herinneren, om te ontdekken dat we onbegrensde, liefdevolle onsterfelijke kinderen zijn van een heilige en liefdevolle Vader en innig verbonden met onze broeders. Deze ontdekking blijkt een plezierige bijwerking te kennen: het biedt ware vreugde, geluk en vrede die alle verstand te boven gaat. En hoe zit het dan met al die lichamelijke ellende, op welk gebied dan ook? Laat dat maar even los als doel. Zodra ik zou zeggen dat genezing van de denkgeest, het genezen van ons geloof in afgescheidenheid, kan doorwerken tot het niveau van onze droomlichamen dan spring ons ego erop. Het gaat dan toch weer deze lichamelijke genezing als hoofddoel kiezen terwijl het een gelukkige bijkomstigheid is die we niet tot ultiem duaal doel moeten willen verheffen. Als we dat toch weer eens doen, en voor wie geldt dit niet, dan zijn we niet stom of schuldig maar het kan ons in de weg staan.

Maar wat kunnen we dan doen? Dit blijkt bij nadere beschouwing geen goede vraag maar een uiting van geloof in dualiteit. Met het stellen van deze vraag gaan we ervan uit dat we een afgescheiden zelf zijn dat zou weten wat goed en wat fout is en wat bepaalde dingen kan doen in de lichamelijke wereld die echt effect zullen sorteren. Maar zo is het niet. Die kleine wil van ons, die kleine plannetjes en die zakelijke houding (wat moet ik doen om iets fijns te krijgen) kunnen ons in de weg staan om ons te herinneren wie we zijn. Toch spreekt Jezus ons in de Cursus aan op precies dat niveau; het niveau waarop we denken in termen van iets geven (inspanning, moeite) om iets te ontvangen. Lees vandaag maar eens werkboekles 108: Geven en ontvangen zijn in waarheid één. Is een ruilhandel nu toch mogelijk? Ja en nee. Het gaat hierbij niet om ons droom-geven waarbij we iets opofferen (bijvoorbeeld energie waarmee we ons inspannen) om iets los te peuteren van anderen of van de wereld. Nee, het is veel gaver en grootser dan dit. De werkboekles wijst direct op de eenheid die we zijn en biedt ons een wonderlijke manier aan om dit direct te ervaren. Laat me het illustreren met een voorbeeld.

Ik heb de neiging om me de mening van anderen over mij aan te trekken. Vinden ze me wel aardig, slim, eerlijk, handig, dapper enzovoort. Dat levert een tamelijk angstige manier van leven op. Of, meer in Cursus termen uitgedrukt, als ik iets niet goed doe dan voel ik me schuldig of dan schaam ik me. Het helpt als ik de werkboeklessen (niets wat ik zie betekent iets, mijn gedachten betekenen niets, ik heb alles de betekenis gegeven die het voor me heeft) gericht toepas. In eerste instantie kan dat zó klinken: wat jij van me vindt betekent niets. Zo, dat geeft lucht. Als ik dit echt doorvoel dan ervaar ik een beetje ruimte en vrijheid. Maar waar ligt de grens tussen een tamelijk mild “wat jij van me vindt betekent niets” en een opgestoken middelvinger en een, neem me niet kwalijk, fuck you?

Die opgestoken middelvinger gaat gepaard met boosheid en aanvalsgedachten. Door met die intentie naar je broeder te kijken verhardt je zelf vanbinnen. Maar nu komt de werkboekles van vandaag naar voren want wat gebeurt er als ik jou hetzelfde cadeautje geef als wat ik aan mezelf gaf; “wat ik van jou vind betekent niets”. Er gebeurt dan eerst iets raars; ik merk weerstand om mijn boosheid jegens jou op te geven. In Cursus-taal; ik wil mijn grieven koesteren. Als ik toch mijn boze mening over jou los laat, deze betekent immers niets, ervaar ik dat de ruimte in mezelf ook toeneemt. Er komt tegelijkertijd lucht in mijn angst om iets niet goed te doen én in mijn boosheid jegens een ander. Wonderlijk. En nu verder met dit heerlijke en mysterieuze experiment. Ik vergeef jou en mezelf voor alle betekenisloze handelingen en uitspraken. De lucht is geklaard en er ontstaat ruimte voor licht en liefde. Deze stroomt als vanzelf naar die ander als ik mijn grieven niet langer koester. Ik geef liefde, maar niet ik als klein en afgescheiden zelf, maar als Zelf, als Zoon van God. Mijn ware aard van liefde wordt kenbaar en ervaarbaar voor me als ik toesta dat deze de ander omsluit en insluit. Liefde doet zich door mij heen kennen aan allen, mijzelf incluis. Op zo’n moment wordt doorzien dat je geen klein zelf bent die iets presteert. Er gebeurt iets door je heen waarvan je weet dat dit Het is. Niet door jou kleine zelf maar vanuit je echte Zelf door die denkbeeldige grens tussen jou en mij niet langer te geloven:

WB 108: Geven en ontvangen zijn in waarheid één.

Zijn gevoelens van het ego?

Je voelt je boos en geeft je grens aan; mag dat van de Cursus? Dit is vrij vertaald een vraag die dikwijls in allerlei vormen terugkeert. Om te beginnen is het goed om te weten dat de Cursus nooit gedrags- (of gevoels-)regels geeft. Het is geen nieuwe theologie die gebaseerd is op een “Gij zult niet…etc”. De Cursus is een boek waarin Jezus ons helpt om ons onze ware identiteit te herinneren. Vervolgens is het evenzo belangrijk om één van de belangrijkste boodschappen van de Cursus constant in gedachten te houden: je bent de eeuwige, zondeloze, grenzeloze en liefdevolle Zoon van God. Dus kun je schuldig zijn aan verkeerde gedachten of verkeerd gedrag? Nee, nooit.

Het is wél heel goed mogelijk dat je spuugzat wordt van je geloof in afgescheidenheid. Dat je er geen zin meer in hebt om je een speelbal te wanen van nare omstandigheden en vervelende emoties. Dat je hart sneller gaat slaan als je hoort spreken over vrede, geluk en liefde. Wees welkom, je bent bij de Cursus op precies het goede adres aangekomen.

Vervolgens krijgen we echter te maken met het mysterieuze non-duale karakter van de werkelijkheid. Vanuit ons geloof in afgescheidenheid lijkt het ons het hoogst haalbare dat we gelukkige mensjes worden die zo plezierig mogelijk de 80-90 jaren doorkomen die ons gegeven zijn. Niet te veel verdriet, niet te veel ziekte, veel plezier en een zachte dood. Een bonus-hemel na die dood zou mooi meegenomen zijn. Maar zo is het gelukkig niet. Hoe raar het ook klinkt; met deze voorstelling doen we onze ware identiteit zwaar te kort. We zijn de onsterfelijke Zoon van God die onkwetsbaar en onsterfelijk is. We hebben er echter voor gekozen om ons klein te geloven en onze ware identiteit te vergeten. Dit doen we middels een op zich volkomen onschuldig fenomeen: projectie.

Vanuit die ene denkgeest projecteren we een zogenaamde buitenwereld in tijd en ruimte en zetten vervolgens de boel in onze vergeetachtigheid op z’n kop. We zeggen nu: hé, ik ben een afgescheiden man of vrouw die tijdelijk leeft in een wereld waarin ik van alles waarneem en ervaar. Oei, dit maakt me nu wel even bang dus wil ik God vragen om de nare gevoelens van me weg te nemen, me beter te maken en me na mijn dood weer levend te maken. Grappig spelletje toch? Want in werkelijkheid projecteren we waarnemingen en gevoelens omdat van hieruit de illusie oprijst van een afgescheiden zelf, degene die alles los- en buiten zichzelf zou ervaren. Anders gezegd: vanuit ons eigen materiaal (onbegrensd bewustzijn) boetseren we een buitenwereld die we voor ons aangezicht houden en waarvan we vervolgens bang worden.

Hoe dan terug? De Cursus is hierin zeer helder en behulpzaam maar vanuit ons geloof in afgescheidenheid blijken we telkens weer in staat om onszelf te verliezen in totale (niveau-) verwarring. Het klopt: de wereld en al onze ervaringen zijn onze projectie en dus bedacht of illusoir. We kijken gek genoeg naar ons eigen maaksel dat één met ons blijft, zelfs al zijn we er bang van geworden. Dit projecteren is de manier waarop wij, één met God, onszelf in de dualiteit, in de vorm willen ervaren. Als we 100% overtuigd zouden zijn van een uitspraak als “het is slechts onze droom” en “we kunnen hier geen slachtoffer van zijn” dan zouden we direct wakker worden. Het punt is dat we, waarschijnlijk vanuit angst, een uitspraak als “de wereld is niet écht”, gebruiken om onze angst voor de wereld te overschreeuwen. Zie je het? Je bent als een bang kind dat eigenlijk helemaal gelooft in de echtheid van monsters in de donkere slaapkamer en zichzelf doodsbang moed in spreekt met: er zijn geen monsters, er zijn écht geen monsters er zijn… Er hoeft maar iets te gebeuren en aaaarrrch!!!! Het kindje schrikt zich dood van een kledingstuk dat opgevouwen in een donkere hoek van de kamer op de grond ligt.

Zó gaan we nu om met akelige gebeurtenissen of zogenaamd verkeerde gevoelens als boosheid. We proberen ze te ontkennen met ons verstand en als we er iets van bespeuren dan ervaren we angst of voelen ons schuldig. Ons terugtrekken in vermeende onkwetsbaarheid terwijl we nog wel degelijk geloven in afgescheidenheid, zonde, schuld, angst, dood etc is opnieuw een vorm van dualisme. Hoe kun je afstand nemen van boosheid, deze veroordelen, als het gemaakt is van het bewustzijn wat je bent? Er is niets “out there in the world” wat jou kan bedreigen of verontrusten. “Gestold bewustzijn” (al onze projecties) is ook bewustzijn en de manier waarop wij als Zoon van God (onbeperkt bewustzijn) verkozen hebben de ervaring van leven in tijd en ruimte te hebben.

Dus zie je geloof in die nare ervaring die je lijkt te overkomen of in die nare persoon die jou iets lijkt aan te doen. Zie hoe je geloof in een afgescheiden zelf hieruit oprijst en door jezelf versterkt wordt. Speel dat spel zolang je wilt en als je het dan zat wordt dan legt Jezus je uit dat je niet samenvalt met je zelf maar dat dit zelfje een rol is die je even als Zelf wilde spelen. Sta de ervaring toe, vertrouw de ervaring, omarm de ervaring en als je het zat bent om jezelf bang en boos te voelen dan nodig je de herinnering aan de liefde, aan je ware identiteit, uit om je de innige en mysterieuze verbondenheid met alles en iedereen weer in je herinnering terug te brengen.

LES 101

Gods Wil voor mij is volmaakt geluk.

  1. Vandaag zullen we doorgaan met het thema geluk. 2Dit is een sleutelbegrip om te begrijpen wat verlossing betekent. 3Jij gelooft nog steeds dat hiervoor lijden wordt verlangd als boete voor jouw ‘zonden’. 4Dat is niet zo. 5En toch moet je dit wel denken zolang jij gelooft dat zonde (Simon: geloof in afscheiding) werkelijk is en dat Gods Zoon zondigen kan.

Uw geloof heeft u behouden

We zijn het normaal gaan vinden dat het tijd kost om de Cursus goed te begrijpen. We lopen hierbij aan tegen een rare paradox: in werkelijkheid is er niets gebeurd en is het Heilige Zoonschap nu reeds onze ware identiteit. Wij hebben er echter voor gekozen om een rolletje te spelen in tijd en ruimte. De acteur van deze rol noemt zichzelf dan bijvoorbeeld Simon en deze man meent dat hij nu nok niet oké is maar dat hierin verandering zal komen door de werkboeklessen te doen. Voor deze droomfiguur is een tijd van leren, studeren en beter begrijpen aangebroken. Zo lijkt het in ieder geval. Vooral in Een Cursus in Liefde (ECIL) besteedt Jezus aandacht aan ons geloof in het fenomeen “leren” en aan de relatie tussen leerling en leraar. Maar Een Cursus in Wonderen is een complete Cursus die ook niet afwijkt van haar ware non-duale visie waarin gesteld wordt dat er in werkelijk niets is gebeurd en we nog steeds in mysterieuze eenheid verbonden zijn met onze Vader en met elkaar.

Het is vreemd dat we kunnen menen dat we hard aan het werk zijn met de Cursus en dat juist dit besef dat we goed bezig zijn om ons doel van ontwaken te bereiken een machtig instrument is in handen van het ego. Vanuit ons geloof in afscheiding proberen we een verandering te bereiken waarbij de ongelukkige Simon een opening naar het licht vindt en verandert in een Simon 2.0, een man die liefdevoller en gelukkiger is.

Jezus in ECIW weet dat dit onvermijdelijk is zolang ik er zo van overtuigd ben dat ik nu niet oké ben en dat ik moet verbeteren door zaken wat beter te begrijpen. Juist op dit niveau begint zijn onderwijs waarbij hij in eerste instantie ons spel van leerling-leraar meespeelt. ECIW is gericht op het corrigeren van ons onjuiste geloof dat er echt iets aan de hand zou zijn en dat wij iets zouden moeten doen om hier een eind aan te maken. Het is een mysterieuze paradox: wij menen dat we met de hulp van Jezus een einde moeten maken aan iets wat echt gebeurd zou zijn maar in werkelijkheid dus nooit gebeurd is. We hebben ons laten foppen en benaderen nu alles vanuit geloof in afgescheidenheid, oefenen, presteren, begrijpen en bereiken.

Niet voor niets legt de Cursus ons uit dat wonderen de tijd verkorten. Ook hiermee kiest Jezus woorden die we in onze verdwazing enigszins kunnen begrijpen. Want wat gebeurt er als we vergeven zoals vergeven bedoeld is? We kennen die mooie Cursus-omschrijven van vergeven: ik vergeef die ander (of mijzelf) voor wat nooit gebeurd is en voor wat hij (of ik) nooit heeft gedaan. In dat heilige ogenblik waarin we een keertje niet oordelen en liefde binnen laten ervaren we kort de vrede die onze basis vormt, onze ware identiteit. Op zo’n moment beseffen we, misschien nog wat oppervlakkig, dat we in feite nergens van verlost hoeven te worden en dat we onveranderd de onbegrensde Zoon van God zijn. Zolang we in illusies van afscheiding geloven spelen we een rolletje en als we hiermee stoppen vallen we terug in onze “default-waarde”, de waarheid die we zijn: de volmaakte, onbegrensde en liefdevolle Zoon van God. Dit is van een totaal andere orde dan een overgang van Simon 1.0 naar Simon 2.0. Het is de vaststelling dat we Kinderen van God zijn; punt. Alleen de waarheid is waar en illusies niet. Er valt niets te leren, te verbeteren, op te poetsen of wat dan ook.

Toch hebben we een dik blauw boek gekregen en mogen we blije studenten zijn. We hoeven onszelf ons geloof in een genezingsproces dat tijd in beslag zou nemen niet kwalijk te nemen. Hoe zouden we iets fout kunnen doen? Maar gaande onze leerweg kan het helpen als we het onmiddellijke en non-duale karakter van de visie zo goed mogelijk voor ogen houden en het goede nieuws van onze ware identiteit vertrouwen en binnen laten komen. Jezus is ook niet zuinig met het geven van krachtige herinneringen die ons het juiste perspectief laten zien. Lees vandaag bijvoorbeeld eens paragraaf 4 van werkboekles 99 (verlossing is mijn enige functie hier):

  1. Wat verbindt de afgescheiden denkgeest en gedachten met de Denkgeest en Gedachte die voor altijd één zijn? 2Welk plan zou de waarheid ongeschonden kunnen bewaren en evengoed de behoefte onderkennen die illusies met zich meebrengen, en een middel bieden waardoor ze zonder aanval en zonder het minste spoortje pijn ongedaan worden gemaakt? 3Wat kan dit plan anders zijn dan een Gedachte van God, waardoor aan het nooit gedane wordt voorbijgegaan, en zonden worden vergeten die nooit werkelijk zijn geweest?

 Zie je hoe prachtig Jezus ons droom doorziet en ons wijst op het Licht waarmee we immer verbonden zijn? Zojuist las ik in het Lukas Evangelie in de Bijbel dat Jezus tegen een vrouw met bloedverlies en een melaatse man zegt: uw geloof heeft u behouden. Zij hebben in Jezus de zondeloosheid herkend die ze zelf zijn en hun vertrouwen uitsluitend op liefde gesteld. Ook nu mogen wij op de woorden van Jezus gaan staan, met ons volle vertrouwen en gewicht. Doe je werkboeklessen dag in dag uit maar besef dat je geen Simon bent die een verlichte rol moet gaan spelen maar dat je de heilige Zoon van God bent die tijd bedenkt én verdoet door te denken dat hij een spartelende man (vrouw) is. Zo is het niet want God is immer Liefde en dit gespartel is niet Zijn wil.

5Zo breng je je denkgeest vergeving en leg je alle angst zacht terzijde, opdat liefde haar rechtmatige plaats in jou kan innemen en jou kan laten zien dat jij de Zoon van God bent.

Ik wil me beter voelen

Is dat niet wat we willen, ons simpelweg wat beter voelen? Dekt dit niet de lading van veel van onze wensen? We willen bijvoorbeeld af van de pijn in ons lichaam, van onze bezorgdheid en angst, van de problemen met dierbaren, van de financiële problemen en ga zo maar door. En is dit niet dikwijls de reden dat we met de Cursus bezig zijn? Deze stelt ons mooie zaken in het vooruitzicht zoals geluk, liefde, vrede en verbondenheid. Dat lijkt ons heerlijk en daar gaan we voor.

En dit is totaal oké en vermoedelijk de reden waarom de meesten van ons begonnen zijn met deze leerweg. In het Nieuwe Testament lezen we dat de mensen om twee redenen naar Jezus toe kwamen: om te luisteren naar zijn wijze woorden en om zich te laten genezen van hun lichamelijke kwalen. Jezus predikte dat het Koninkrijk der hemelen reeds was gekomen en onder hen was en tevens genas hij melaatsen, blinden, doven en kreupelen.

Wij geloven in de echtheid van alle ellende die ons lijkt te overkomen. We identificeren ons nog grotendeels met ons lichaam en daaronder versta ik dan niet alleen ons fysieke lichaam maar ook ons gevoels- en emotionele lichaam. Anders gezegd: we voelen ons een afgescheiden entiteit die lijdt aan de ellende van de wereld. Dit geloof, deze aanname dat er grenzen bestaan tussen mijn zelf en de wereld, wordt in de Bijbel omschreven als “leven vanuit het vlees”. Ik meen dat het apostel Paulus was die sprak over leven uit het vlees of leven vanuit de geest.

In ons verlangen naar lichamelijke genezing, in de meest ruime zin van het woord, blijven we uitgaan van de echtheid van ons beperkte en afgescheiden lichamelijke bestaan. We menen dat we een ziek of anderszins verstoord lichaam zijn en we willen graag een gezond en pijnloos lichaam worden. Daartoe pakken we de Cursus en daartoe willen we genezing. En nu wordt het heel subtiel en gaat het ego zich stevig roeren omdat het terecht nattigheid voelt. Het reageert nu namelijk direct met de volgende tegenvraag:

“Aha, moeten we dan onze ellende maar dragen en niet langer streven naar lichamelijke genezing?

Het is belangrijk om te zien dat dit geen vraag is maar een herhaling van ons geloof in onze lichamelijke identiteit. Het is een stelling en geen vraag. De stelling is namelijk: “Ik lijd echt en mag niet zeuren”. Maar zo is het niet. Het is allemaal een kwestie van focus. Bij geloof in onze afgescheidenheid focussen we op ons lichaam en willen dat dit verandert van ziek naar gezond. Maar dit is niet wat Jezus ons kwam vertellen, noch in de Bijbel noch in de Cursus. Zo geeft Jezus ons in de werkboekles van vandaag (97) deze drie woorden: “Ik ben geest”. Dit is wat anders dan: “Ik ben geen ziek lichaam maar een gezond lichaam”. Met die hele gezond-lichaam versus ziek-lichaam discussie blijf je ronddolen in de dualiteit, in het vlees, het zijn twee kanten van dezelfde droommedaille. Maar deze hele vleselijke en vreselijke droomwereld is slechts het onbelangrijke effect van een echt belangrijke oorzaak: een ongenezen denkgeest.

Je bent geest, altijd al geweest en zo zal je eeuwig zijn. Er is helemaal geen tijd in de hemel. Je bent heel, vrede, onbegrensd, liefdevol geluk. Je verkoos echter om je afgescheiden te voelen en dat deed je door de fabel van een ziek lichaam versus een gezond lichaam te bedenken. Er is dus een reden waarom we willen geloven in deze duale ellende; we willen ons afgescheiden voelen en dat lukt het beste door te geloven in conflicten, ziekte, pijn en dood. Maar hoe kunnen we hiervan ontwaken?

Weer even het ego aan het woord. Dat stelt dat we onze pijn dan maar moeten ontkennen en de wereld vlotjes moeten afdoen als een illusie. Dit kan echter nog steeds voortkomen uit geloof in dezelfde illusie; we ontkennen de pijn om van de pijn af te komen. Maar in de meest verbeten ontkenning schuilt de grootste erkenning van de zogenaamde echtheid van de ellende.
Wees daarom liever geduldig en liefdevol jegens jezelf en jegens anderen die geloven in de echtheid van lichamelijk lijden. “Belijd je zonden”, zo heet het in de Bijbel. Dit wil niets anders zeggen dan “geef toe dat je gelooft in de echtheid van de afscheiding, in de echtheid van je lichamelijkheid, in de echtheid van de pijn”. Vecht hier niet tegen, schaam je er niet voor, voel je niet stom en schuldig. Dat is namelijk voedsel voor het ego. Ontken de pijn en je geloof niet maar parkeer het voorlopig liefdevol in een hoekje. Besef dat echte genezing nodig is in de denkgeest die is gaan geloven in lichamelijkheid. Zie de pijn en ellende als afgoden die je gek genoeg aanbidt met als doel om je afgescheiden te blijven voelen. Weet je waar deze afgoden echt van balen? Als je hen glimlachend voorbij loopt op weg naar het licht je wendt tot de ene echte God, onze liefdevolle Vader. Je geloof in de kracht van liefde zal je echt genezen. Vrees niet wat er op lichamelijk droomniveau kan gebeuren als je je zieke denkgeest laat genezen door de liefde. Als de oorzaak (geloof in lichamelijke afscheiding) geneest kan het zo maar gebeuren dat je geen behoefte meer voelt om het tegendeel te geloven. De wonderen zijn ook de droomwereld nog niet uit maar zijn een eventueel gevolg en geen doel op zich. Luister aandachtig en dankbaar naar de volgende woorden uit WB 97:

Geest ben ik, een heilige Zoon van God, vrij van alle beperking, veilig, genezen en heel, vrij te vergeven, en vrij de wereld te verlossen.

De volromige Cursus

romige kaas

In de Cursus corrigeert Jezus het duale Godsbeeld: er is geen God los van jou en er zijn geen anderen los van jou. God, jij en anderen zijn als eenheid met elkaar verbonden. Vanuit ons gezichtspunt, dus vanuit geloof in afscheiding, kunnen we dit niet begrijpen. Er is in ons verstandelijke, kleine denken vrijwel geen ruimte voor een mysterie. Na het lezen van de Cursus concluderen we met dit kleine verstand eerst terecht dat alles één is maar we kunnen niet begrijpen dat er in eenheid toch ruimte is voor differentiatie en onderscheid die ons verstand te boven gaan. Wij associëren immers deze begrippen met grenzen en we weten dat in eenheid geen sprake kan zijn van grenzen. Zaak gesloten.

Dus gaan we verder en we menen nu dat dat die eenheid betekent dat God en anderen slechts denkbeelden zijn in onze denkgeest. Ze worden teruggebracht tot projecties. Vervolgens menen we dat het wonder bestaat uit het doorzien van deze projecties. Het wonder wordt, langs deze lijnen gedacht, uitsluitend een correctie van onze perceptie. Stiekem hebben we onszelf uitgeroepen tot het centrum van het universum alles wat om ons heen lijkt te gebeuren bestempelen we hierbij als een illusie die gecorrigeerd moet worden zodat we lekker vredig op de bank om ons heen kunnen kijken naar de film in onze denkgeest.

Vanuit deze eenzijdige blik op de Cursus, alles is één en als dit niet zo lijkt is correctie van perceptie nodig, kunnen we wat verstoord raken als medestudenten nog praten over wonderen die ze via de Heilige Geest of via anderen mochten ontvangen. Dit riekt immers naar geloof in dualiteit en daar moeten we toch afstand van nemen. Vanuit deze visie bemoeit God zich niet met de wereld, is de Heilige Geest een tijdelijk symbool in onze denkgeest en zijn anderen slechts figuranten in onze droom. De Cursus wordt samengeperst tot theorie waarbij wij een soort zwart gat zijn waarin alle vreugdevolle uitingen dienen te verdwijnen. Vanuit deze theorie klinkt dan “de wereld bestaat niet” en “als we handelend optreden in de wereld dan nemen we de illusie serieus”. Helaas is deze zienswijze versterkt door de manier waarop de grote leraar en geliefde broeder Ken Wapnick zaken geformuleerd heeft, wellicht bedoeld ter correctie van een te duale zienswijze.

En ja; heel vaak ziet Ken het haarscherp hoe we weer gefopt worden door ons ego als we God, Heilige Geest en anderen als afgescheiden van onszelf zien en van hen gunsten verwachten om onze ego-behoeften te bevredigen. Maar nee, het ontbreken van grenzen wil niet zeggen dat de schepping een platgeslagen pannenkoek is. Vanuit de logica van ons beperkte verstand hebben we de creativiteit van de schepping uit het oog verloren. Deze creativiteit is terug te brengen tot het genoemde, wonderlijke mysterie:

God kan een oneindig rijke veelheid scheppen die tóch één is.

Onze eenzijdige focus op het corrigeren van onze perceptie dient correctie of, milder gezegd, aanvulling. Het is belangrijk dat we geen grenzen zien maar het is onnodig en een verarming om daarmee de wonderlijke verscheidenheid te ontkennen. Dus:

  • God is niet buiten ons, wij zijn één met God, maar God is niet hetzelfde als wij
  • De Heilige Geest, als schepping van God, staat niet los van God en los van ons maar is geen projectie van ons of een soort symbool.
  • Andere Zonen van God staan niet los van ons, we zijn innig en in eenheid met elkaar verbonden, en zijn geen fantasieën van onze denkgeest.

Dus, mysterieus genoeg:

Ja; we zijn, net als de Heilige Geest en onze broeders, scheppingen van God; innig en onbegrensd verbonden met Hem, met de Heilige Geest en met onze broeders.
Nee; God, Heilige Geest en anderen zijn geen projecties van ons (tenzij we begrenzingen projecteren).

Nu pas kan er sprake zijn van het wonder in de volledige betekenis van het woord. Daarbij is zowel sprake van correctie van onze projectie (opheffen van geloof in afgescheidenheid) als van het aanbieden van wonderen. Hierbij stroomt liefde door ons een, zelfs in de vormen van de wereld, ten behoeve van broeders en zusters om hun onze innige verbondenheid te laten zien. Hierbij kunnen door de Heilige Geest wonderlijke dingen gebeuren die ons en anderen de liefde demonstreren die we zijn. Liefde kan nu scheppend en creatief uitstromen en genezing brengen aan alle verwarde denkgeesten. We worden niet opgeroepen om vanaf onze onderrug 24/7 uitsluitend onze verkeerde percepties te corrigeren maar om op te staan en de liefde scheppend te laten stromen door heel de wereld. Dit is de betekenis van geven en ontvangen zijn in waarheid één.

We kunnen verbaasd zijn dat wonderen niet alleen optreden als onze perceptie gecorrigeerd wordt maar tevens dat wonderen als het ware “aan ons gedaan” kunnen worden als uiting van- en oproep tot liefde. Lees de biografie van Helen Schucman en lees welke betekenis Jezus aan het wonder geeft. Deze betekenis is veel ruimer dan de soms wat ik-gerichte correctie van perceptie. In de werking van de Heilige Geest en in het aanbieden van wonderen herkennen we gemakkelijk de Jezus uit het Nieuwe Testament die mensen uitlegde dat ze niet zondig waren en de kracht van de genezen denkgeest demonstreerde door deze zichtbaar te maken in veranderingen in (droom-)lichamen.

Voor mij voelt de eenzijdige focus op correctie van perceptie als magere kaas; ik proef wel een beetje kaas maar echt lekker vind ik het niet. Zodra er ruimte komt voor het wonder van het mysterie (“onderscheiden” scheppingen die toch grenzeloos één zijn) dan proef ik de volromige 50+ kaas en komt er weer sjeu in de Cursus. We zijn geen corrigerende leraren maar creatieve feestgangers.

 

Krachtig licht in de denkgeest

En er was lichtHoeveel moet je nog lezen, studeren en filmpjes bekijken voordat je vrij bent? Hoe lang gaat dit nog duren? Vraag je je dit wel eens af? Het antwoord zal je mogelijk verrassen. Het duurt nog zolang je denkt dat er een probleem waartegen je moet vechten dus zolang je meent dat er een afgescheiden “jij” is die van alles overkomt. Je vliegt elk schijnbaar probleem aan vanuit dit geloof in afscheiding. “Ik moet hier iets aan doen”. Dit is echter geen echte uitgangssituatie maar een statement. Je verklaart hiermee namelijk:

“Als gelukkig, liefdevolle en almachtige Zoon van God die met alles en iedereen op mysterieuze in eenheid verbonden is besluit ik nu te geloven dat ik dit niet langer ben naar dat ik afgescheiden ben van alles en iedereen. Dit werkt het beste als ik vergeet wie ik echt ben en blindelings geloof dat de wereld en jij van mij gescheiden zijn en mij kunnen aanvallen of juist kunnen pleasen. Wat ook helpt om de illusie in leven te houden is dat ik iets moet doen om weer gelukkig te worden. Eigenlijk ben ik nu al geluk maar om de schijn op te houden dat ik afgescheiden ben, bedenk ik ook het fenomeen “tijd”: ik ben nu zogenaamd niet geluk(kig) en moet iets doen om het in de toekomst te bereiken. Oh yes, ik voel hoe dit de illusie van afgescheidenheid verder versterkt!”

Maar dan Jezus in de Cursus. Hij vraagt aan ons of we dit spelletje al zat zijn. Zo ja, dan mogen we het wonder van de herinnering meemaken. In feite is dit alleen wonderlijk gezien vanuit geloof in afgescheidenheid. Wat is er wonderlijk aan het ervaren wie je altijd al geweest bent? Maar waarom lijkt het dan zo lastig voor ons? Omdat we gekozen hebben voor vergeetachtigheid juist met als reden om ons eens lekker afgescheiden in ruimte en tijd te voelen. Is dit slecht of verkeerd? Nee! Zelfs het maken van fysieke vormpjes in ruimte en tijd (bijvoorbeeld zo’n lollig heelal) is onderdeel van het spel en uiting van onze creatieve kracht als Zoon van God.

Maar geloven dat afscheiding hierdoor écht is geworden is onnodig tenzij we het spel van aanval, angst, slachtofferschap, verdedigen, schuld en dood willen spelen. Niemand die het ons verbiedt en kennelijk vonden we het als Zoon van God even grappig om even niet meer te lachen. We zitten nu echter zo fanatiek te spelen dat onze oudere broer ons  komt halen om hiermee te stoppen en om ons te herinneren dat we slapen en angstig om ons heen aan het slaan zijn omdat we een nachtmerrie ervaren. Hoe doet Jezus dat? Hoe helpt hij ons om onze fanatieke blik op het spel van zonde (=geloof in afscheiding) af te wenden, om ons te helpen ons te herinneren dat we een nachtmerrie geloven die niet echt is?

Hij verschijnt in onze droom en vertelt ons dat we geen slachtoffer kunnen zijn van wat dan ook omdat we alle denkbare ellende en problemen (inclusief de dood) aan het fantaseren zijn. Hij wijst ons erop dat we geloof hechten aan slachtofferschap omdat dit lijkt te bevestigen dat we een afgescheiden droomfiguurtje zijn dat iets kan overkomen. In de droom zegt Jezus tegen ons: “Nou, let op: ik laat me nu beschuldigen en kruisigen door een boze mensenmassa. Nee broer, je hoeft niet te huilen want ik had toch gezegd dat het niet echt is maar slechts een projectie van je denkgeest? Ach, je gelooft me niet. Nou kijk eens, ik droom de opstanding en daarbij dus even een nieuw lichaam zodat je ziet dat lichaam en dood niks meer zijn dan gedachtes die we kunnen denken en geloven. Grappig he? We geven alles slechts de betekenis die het voor ons heeft. Noem je dit water? Hopla; ik denk dat het nu wijn is. Zie je het? Jochie toch; denk je dat je ziek en melaats bent: hatsikidee, nu ben je beter. Je gebruikte de ziekte slechts om je geloof in afgescheidenheid overeind te houden”. Ik kijk in verwondering op naar m’n broer en vraag: “wat moet ik dan doen?”.

Sssst Simon, wees maar stil. Er is nooit iets gebeurd dus jij als droomfiguur hoeft niks te doen. Het is volbracht en nooit anders geweest dan dat. Aan Liefde is gegeven alle kracht in de hemel en op de droomaarde. Ssst Simon, wees maar stil. Liefde is kracht en dat ben jij. Vertrouw op deze kracht wat je ook droomt. Vertrouw, geef me je hand en voel hoe de kracht van liefde de nachtmerrie doet verdwijnen. De donkere wolken in je denkgeest lossen op en kijk, je bent de warmte, licht en liefde. Geniet van de vrede en het geluk. Welkom thuis.

De narigheid “kleeft” aan mij

ellende

Met regelmaat voel ik me niet zoals ik zou willen. Het ongewenste gevoel kan talloze vormen aannemen en gekoppeld lijken aan evenzovele verschillende situaties. Even een paar voorbeeldjes om het wat meer herkenbaar te maken:

  • Ik voel me midden in de nacht moe en slaperig en kan toch de slaap niet vatten.

  • Ik ben bezorgd over de drukte rondom de komende verhuizing; er moet zo veel geregeld worden..
  • Of, een voorbeeld van een lieve medestudent van ECIW: ik vind geen geluk meer in de zaken die vroeger mijn bruisende leven vulden en het lijkt wel of ik kansen mis met m’n leventje dat gevuld is met van die alledaagse kleine zaken. Ik voel me wat mat en inspiratieloos.
  • Een andere medestudent vertrouwde me toe: als kind ben ik door m’n ouders verwaarloosd en de gevolgen hiervan sleep ik steeds met me mee.

Als ik in dergelijke kwesties een stapje terug doe dan zie ik dat we ons gevangen voelen en onvrij. We worden in beslag genomen door bepaalde vervelende kwesties. Soms zijn de kwesties wat minder “bepaald” en is het gewoon een negatieve stemming die als een stuk kauwgum onder onze schoen kleeft. Het achtervolgt ons tegen onze zin in. Is dit herkenbaar voor je? Heb je zo je eigen kwesties en stemmingen die je achtervolgen? Duurt het je te lang voordat je de beloofde vrede van de Cursus ervaart en ben je wat jaloers op die blij lachende serene leraren die voorbij trekken op Facebook en in YouTube filmpjes? Hoe kom je toch af van deze ellende?

De Cursus komt met een visie die hard kan aankomen en die ons ego doet steigeren. Ze stelt dat we niet het slachtoffer zijn van de narigheid die ons lijkt te overkomen. De uitnodiging is om af te dalen in je negatieve gevoel en daarbij op te merken hoezeer je gelooft dat dit je overkomt, dat je dit niet wilt en er al helemaal niet om gevraagd heb. Als iemand je vertelt dat je geen slachtoffer bent dan is er voor het ego maar één alternatief: dan ben je de dader. Dan ben jij schuldig aan de narigheid die je overkomt, dan heb je er om gevraagd en ben je stom dat je dat nog niet inziet. Zegt de Cursus niet dat je het zelf allemaal projecteert? Nou dan; als ik de ellende zelf projecteer dan ben ik dus schuldig. Dat kan vreemde vormen aannemen bij ernstige lichamelijke ziektes die we menen te zien: “wat gek, die Cursus-leraar heeft kanker, goh, dan had hij het toch niet helemaal door want anders zou hij dit niet geprojecteerd hebben”.

Klinkt dit liefdevol? Niet echt. Tegenwoordig klinkt er in Cursus-kringen een alternatief wat mooi aansluit bij onze Nederlandse neiging tot “polderen” maar toch slechts voor meer verwarring zorgt. Er zou dan geen sprake zijn van individuele projectie maar van een collectieve projectie. Dus die kanker is niet de schuld van Pietje maar van ons collectieve geloof in dualiteit. Maar kijk eens goed. Pietje wordt opnieuw een willoos slachtoffer en deze keer van de collectieve projectie. Pietje wil het zelf niet maar zwicht voor de machtige overmacht van deze gezamenlijke projectie. Daar kan je in je eentje echt niet tegenop, toch?

Wat een niveauverwarring. Deze gaat terug tot ons onvermogen om vanuit ons geloof in afscheiding dat wonderlijke mysterie te doorgronden: we zijn als Zonen van God nog steeds 100% met elkaar verbonden en één. Als wij aan “zonen” denken die één zijn dan denken we aan een soort democratisch collectief van individuen. De meerderheid stemt voor kanker of andere narigheid en nu ben jij hier de dupe en het slachtoffer van. Stop met piekeren en met de vraag wie de dader is van de ellende. Kijk naar het effect van de narigheid die aan je lijkt te kleven want dan wordt duidelijk wat de intentie van je is; of je je nu slachtoffer of dader voelt. De uitkomst in Cursus termen luidt altijd: je kiest er momenteel voor om in zonde (afscheiding) geloven. Linksom of rechtsom, slachtoffer of dader: je voelt je afgescheiden en dat is je geheime doel en agenda. Het maakt niet uit waar de schuld ligt: bij de wereld, de collectieve projectie of bij mezelf; als er maar schuld is. Als we maar grieven kunnen blijven koesteren. Wat hebben geloof in een rot situatie, in een nare collectieve projectie of in je eigen stomheid om te projecteren overeen? Er is geloof in een afgescheiden zelf dat fier overeind blijft in al zijn ellende!

Er is genezing nodig door de waarheid binnen te laten. En die waarheid is liefde. Liefde is je openstellen voor verbinding. Zie hoe lastig je het vindt om zelf te stoppen met het vechten tegen de shit. Er is echter geen narigheid die jou overkomt maar een verslaving aan vechten (aanvallen) met als verborgen doel om je afgescheiden (slachtoffer) te kunnen blijven voelen. Voel maar gewoon hoe je verkrampt in je gevecht. Stop met vechten, in je verdedigingsloosheid ligt je vrede. Je vecht tegen spoken die niet echt zijn omdat juist dit onzinnige gevecht je de illusie geeft dat jij echt bent. Dit hoeft niet zo te zijn. Laat je genezen lieve broeder en zuster door de liefde die je bent. Jij hebt als Zoon van God alle macht om hetzij het pijnlijke spel van vechten te spelen waardoor je je afgescheiden voelt of om hiermee te stoppen door de kleine bereidwilligheid te hebben om je te laten genezen door de liefde die je bent. Geloof niet langer in de illusie die je meent te zien. Is die bereidwilligheid dan niet erg moeilijk op te brengen? Welnee. Houd het simpel: als je het echt zat bent dan ga je naar Jezus (de Vader, God, HG, liefde). In de Bijbel zei hij: “je zonden zijn je vergeven, sta op en wandel”. In de Cursus klinkt het nog helderder: stop met het overeind houden van een lijdend zelfbeeld door grieven te koesteren en laat het licht binnen om je te genezen opdat je ontdekt wat je bent: Zoon van God, één en al vrede en liefde.

WB 85: Mijn grieven verbergen het licht van de wereld in mij
Mijn verlossing komt van mij

Ontzag voor de goeroe?

mooji

In het eerste MIC Magazine van dit jaar stond een leuk stukje waarin een broeder beschreef welk effect het verkeren in de aanwezigheid van een goeroe op hem heeft. Hij beschrijft zijn grote dankbaarheid en schrijft bijvoorbeeld: “Ik kniel met tranen van dankbaarheid voor de heiligen, de ontwaakten. Zij geven zoveel aan zovelen”. Toen ik dit las herkende ik dit enthousiasme en het effect wat zelfs het kijken van een YouTube filmpje van een toespraak van een, in mijn ogen, verlichte goeroe om me kan hebben. Er resoneert dan iets in mij en met de schrijver van dit stukje zeg ik ook “Zij herinneren mij aan ons Thuis”.

Ik ervoer het een beetje als een koude douche dat, tamelijk ongebruikelijk, het stukje in MIC Magazine voorzien was van een naschrift door Koos Janson. Deze stelt: “Het is alsof je zegt: ga eens wat vaker naar een gevorderde leraar, een ontwaakte, verlichte! Maar dat is helemaal geen advies in de lijn van de Cursus zelf, tenzij je daarbij denkt aan de Heilige Geest of Jezus”. Toen ik dit las dacht ik: “Kom, kom Koos; niet zo rationeel en afstandelijk. Hier spreekt gewoon een enthousiaste en blije broeder die met blijheid reageert op de uitstraling van het Goddelijke door een leraar. Dat kan toch niet verkeerd zijn?”

Het zal echter geen toeval zijn dat ik gisteren een link naar een webpagina doorgestuurd kreeg van een lieve zuster waarop misstanden onthuld werden die zouden bestaan binnen de “sekte van Mooji” (op gurumag.com). Ik zal jullie details besparen maar denk aan misbruik van vrouwen door hem, financiële wantoestanden, dwang, opsluiting, uitschelden, hersenspoeling, narcisme etc. Nu is Mooji ook zo’n leraar die ik een prachtige uitstraling vind hebben op de filmpjes die ik van hem zie. Een mooie rustige diepe stem, zijn serene uitstraling en ook de inhoud van wat hij zegt; ik vind het prachtig. Dus ook ik, net als degene die me het stukje stuurde, reageerde met een mix van ongeloof, verbazing, ontkenning, afkeer en verontwaardiging. Hoe kan dat nou? Is zelfs Mooji een oplichter die uit is op seksueel genot, macht en zelfverrijking?

In eerste instantie riep ik mezelf tot de orde op, laat ik het even omschrijven als, niveau-II: iemand is onschuldig tot zijn schuld bewezen is. Zijn de berichten niet gekleurd door een negatieve bril van de verslaggever? Getuigt het stukje niet slechts van een benepen blik op zaken als seksualiteit, geld en een onorthodoxe aanpak? Valt het Mooji te verwijten dat twee bezoekers zelfmoord hebben gepleegd; is dat niet inherent aan de psychische gesteldheid van de duizenden zoekers die bij hem komen? Is hersenspoeling niet gewoon een negatieve aanduiding voor “trainen van de denkgeest”?

De werkelijke kwestie bevindt zich echter op een ander niveau (I): waartoe meen ik Mooji te moeten “verdedigen” of schuld in hem te constateren? Over de gebeurtenissen in de droom kunnen we eindeloos kletsen en discussiëren maar het is behulpzamer om de denkgeest te bezien en te kijken waar genezing nodig is. Wat is er gaande als ik een goeroe op een voetstuk plaats en hem begin te adoreren? Waarom reis ik af naar Portugal als ik naar Mooji ga en wat verwacht ik van hem? Nu blijkt dat ik van hem een symbool maak van de liefde in mijzelf. Ik veronderstel dat hij de spreekbuis is van de Heilige Geest die mij exact laat blijken hoe ook ik diezelfde vrede kan ervaren die hij uitstraalt. Er is ontzag binnengeslopen in mijn houding jegens hem. Al in het Tekstboek Hoofdstuk 1 (paragraaf 2) leert Jezus ons over ontzag:

“3Jij bent een volmaakte schepping, en hoort alleen ontzag te voelen in Tegenwoordigheid van de Schepper van volmaaktheid. 4Het wonder is dan ook een teken van liefde tussen gelijken. 5Gelijken behoren geen ontzag voor elkaar te koesteren, daar ontzag ongelijkheid veronderstelt. 6Daarom is het een misplaatste reactie tegenover mij. 7Een oudere broer verdient respect vanwege zijn grotere ervaring, en gehoorzaamheid vanwege zijn grotere wijsheid. 8Hem komt ook liefde toe omdat hij een broer is, en toewijding als hij is toegewijd. 9Slechts op grond van mijn toewijding heb ik recht op de jouwe”

Het koesteren van ontzag is het spiegelbeeld van het koesteren van grieven, het zijn de twee kanten van dezelfde medaille. Bij het koesteren van grieven zie ik mezelf als beter of hoger dan degene die ik beschuldig. Bij dweperig ontzag zie ik iemand als verheven boven mij. Ik ben nog niet goed genoeg maar die ander wel en zo wil ik ook worden.

De Cursus stelt:

“Ontzag is alleen op zijn plaats bij openbaring, want hierop is het volmaakt en met recht toepasbaar. 2Bij wonderen is het misplaatst, omdat een toestand van ontzag aanbidding in zich draagt en ervan uitgaat dat iemand van lagere orde voor zijn Schepper staat.”

Zelfs Jezus vraagt van ons geen aanbidding en ontzag en het is dus ook niet handig om vol ontzag een goeroe te benaderen. De Cursus spreekt over toewijding aan- en liefde voor een oudere broer zoals Jezus. Hij kan ons laten delen in zijn wijsheid omdat hij is toegewijd aan de liefde en aan ons.

Vanuit ons geloof in afgescheidenheid, vanuit ons ego, willen we oordelen tussen goed en kwaad. Eerst vellen we over Mooji het oordeel “totaal verlicht en goed”, dan horen we opvallende berichten en dan slaat ons ontzag om in boosheid en is hij “slecht en een oplichter”. Deze neiging tot oordelen mogen we in de denkgeest openstellen voor genezing door de liefde die we zijn. Het past ons niet onze broeder te adoreren noch om hem te veroordelen.

Moeten we het dan allemaal goed vinden en ongerijmdheden door de vingers zien? Ook nu is het ego aan het woord. Het is niet aan mij om als een soort rechter op afstand vanaf mijn bank een oordeel te vellen over Mooji. Ik mag mijn neiging tot veroordelen laten genezen door liefde. Maar het is een misverstand om aan te nemen dat er vanuit liefde geen actie kan plaatsvinden als dit nodig is. Als ik op straat zie dat een jonge vrouw wordt lastig gevallen door een man is het mogelijk dat ik vanuit liefde handel. Hoe dat gedrag er dan uit zal zien is niet te voorspellen maar ook zonder schuldvraag en aanvalsgedachten is het mogelijk dat vanuit liefde er iets dient te gebeuren in de wereld, ook al spreken we van een droomwereld. Liefde breidt zich uit en wonderen mogen ontvangen en aangeboden worden. Liefde is niet onverschillig en kijkt niet de andere kant op. Jezus prijst in het Nieuwe Testament de Samaritaan die vanuit bewogenheid gewoon praktische zorg biedt aan een gewonde medereiziger. Lees met me mee in de werkboekles (82) van vandaag:

“Mijn vergeving is het middel waardoor het licht van de wereld uitdrukking vindt via mij”

Het genezen van onze boosheid

hitler utrechtAfgelopen weken zag ik twee documentaires over het leven van Hitler en las ik het uitstekende boek “Kanttekeningen bij Hitler”(Sebastian Haffner). Het interesseert me wat het nu precies was waardoor Hitler gedreven werd. Je kan deze motieven proberen te voorzien van een etiket en dan komen tot omschrijvingen als “De overwinning van het Duitse volk over andere volken” of “Haat tegen Joden”. Ik merk dat ik zoek naar één of andere reden, hoe absurd deze ook mag zijn. Hetzelfde merkte ik op bij de aanslag gisteren in Utrecht en die van een paar dagen geleden in Christchurch. Wat drijft deze mensen? Geloofsmotieven? Eerwraak?

De verpakking doet er echter niet toe. In feite kijken we bij deze gebeurtenissen de rauwe haat recht in de ogen. Wat iemand zogenaamd motiveert is een kulverhaaltje en als we dit laten voor wat het is zien we naakte agressie en de neiging tot aanvallen, verscheuren, moorden om een gevoel van triomf over te houden. “Ik verscheur jou en blijf over als triomfator”. We vinden deze directe blik op het ego walgelijk en ervaren boosheid, woede en verontwaardiging jegens hen in onze denkgeest. Dit zijn echter dezelfde gevoelens en aanvalsneigingen die we bij hen zo verfoeien. Ook wij willen nu straffen en zinnen op wraak om de zogenaamde honger naar onze versie van rechtvaardigheid te stillen.

De Cursus spreekt van het koesteren van grieven. In de denkgeest van moordenaars en in die van ons wordt, zolang we wensen te geloven in afgescheidenheid, een kiem van oordelen en aanvallen gekoesterd. De uitnodiging is om dit niet een beetje verstandelijk te overdenken maar om, bijvoorbeeld via werkboekles 78 van vandaag, iemand in gedachten te nemen waarvan je denkt dat deze je irriteert. Dit kan een kennis zijn of een familielid maar evenzogoed een politicus waar je het niet mee eens bent. Onderzoek vervolgens heel nauwkeurig waar het hebben van een andere mening overgaat in het afkeuren en veroordelen van die ander als persoon. Wees heel stil en zie hoe daarbij het zaadje van haat uitgroeit tot boosheid, verontwaardiging , de neiging fel te debatteren en de neiging iemand te veroordelen en belachelijk te maken. Let op wat een raar gevoel van macht je dit lijkt te geven. Het voelt stiekem een beetje “lekker” om je af te zetten tegen een ander, bij voorkeur samen met gelijkgestemden. Het aanvallen en liefst overwinnen van die ander doet ons ego zwellen en we zwelgen hierin. Dit is het koesteren van grieven, deze neiging die we allemaal hebben, zien we uitvergroot op tv en precies hier, in onze denkgeest, moeten we genezing vragen.

Deze genezing beperkt zich niet tot oppervlakkige pogingen om het gedrag van moordenaars door de vingers te zien of te rechtvaardigen. Nee, we moeten haarfijn leren aanvoelen wat veroordelen en aanvallen ons lijkt op te leveren (gevoelens van macht, genoegdoening en triomf) en dit doorzien als een leugen die we aanhangen om de ervaring van liefde, vrede en verbondenheid te blokkeren.

En dát, liefde en verbondenheid, is onze echte vaak onbewuste wil die we vreemd genoeg delen met onze broeders die we uitvergroot op tv zien in Berlijn, Christchurch, Utrecht en politiek Den Haag. En nee, deze vergelijking is niet vergezocht en ongepast en het rijtje loopt van hier uit dus direct door tot in onze denkgeest. De liefde is niet alleen ons echte doel maar ook het enige middel voor onze genezing. Ik, als afgescheiden zelf, zoek stiekem naar triomf en macht en kan niet anders doen dan de bereidheid op te brengen om hiermee te stoppen en liefde haar genezende werk te laten doen. In het wonder van de vergeving van mijn denkgeest breidt deze liefde zich uit naar anderen, naar Utrecht, Den Haag, Berlijn de wereld.

Zo mogen we in onbegrijpelijke verbondenheid met elkaar onze nachtmerrie genezen en deze zien veranderen in een gelukkige droom waarvan uit ontwaken mogelijk is. We mogen een oceaan van liefde vormen waarin af en toe een hard stuk ijs van haat lijkt te vallen. De oceaan neemt het ijsblokje moeiteloos op en het veld van liefde sluit zich erom heen. Zo mogen we anderen uitnodigen om met ons te gaan ervaren dat ze zachte warmen golven zijn en dat dit veel fijner is dan te leven in een droom van koude afscheiding. Laten we ontdooien en een oceaan van liefde vormen. Laat de aarde op deze positieve manier opwarmen en een planeet worden waar de liefde regeert. Vanuit liefde, door ons hart uitstromend naar buiten. In liefde, door liefde met elkaar verbonden.

WB78: Laat wonderen alle grieven vervangen