Aangevallen onschuld

De-God-die-vergeeft-en-geneest

Het lichaam van Anne Faber is gevonden. Nederland leeft mee. Als vader van drie mooie dochters leef ook ik intens mee. Gevoelens en gedachten buitelen over elkaar heen. Medelijden, verdriet, angst, boosheid en verontwaardiging. “Hoe kon dit gebeuren? Wie is verantwoordelijk? Hoe kunnen we dit in de toekomst voorkomen?”

Onlangs hadden we die schietpartij in Las Vegas. Door de omvang van het drama werd dat wereldnieuws. Zoveel onschuldige mensen die zonder reden werden neergeschoten. Het krampachtig zoeken naar een motief is nog niet voorbij. Bij de dader van de moord op Anne kunnen we met grote moeite wellicht nog enig begrip opbrengen voor de ziekte van hem. Onze boosheid zoekt dan verder naar een schuldige; de kliniek, de behandelend psychiater, ons tbs-systeem. De Amerikaanse schutter maakt het ons lastig. Hij was geen godsdienstfanaat, geen psychiatrische patiënt, niet iemand die persoonlijke problemen leek te kennen. Integendeel; hij was een rijke man die alles leek te bezitten wat een mens maar kan begeren.

En dat klopt. Daarnaast hadden hij en de moordenaar van Anne nog iets wat wij overigens allemaal ook hebben: geloof in afgescheidenheid, geloof in het ego. De gruwelijkheden waar we getuige van zijn houden ons een spiegel voor waarin we onszelf niet wensen te herkennen. Wij zouden immers nooit een onschuldige verkrachten of doden? Natuurlijk zijn we wel eens boos op iemand maar we houden ons in en proberen een minimum aan respect voor de ander op te brengen. En als we dan eens uithalen dan is het met een goede reden en niet richting een onschuldige persoon, zo zijn we niet.

Slecht nieuw. Zo zijn we wel. De beelden die ons tonen dat onschuldigen worden aangevallen en gedood brengen ons terug bij onze diepste verborgen en weggedrukte motieven. Elk moment opnieuw kiezen wij ervoor de onschuldige Christus in ons te doden, te kruisigen. Elk moment opnieuw vluchten wij voor de onbegrensde liefde door deze aan te vallen. Waarom werd Jezus gedood met instemming van een waanzinnige menigte? Hij toonde de mensen onvoorwaardelijke liefde en vergeving van ogenschijnlijke zondaren. Hij haalde zijn neus niet op voor zieken, tollenaars, Romeinen. Ik durf te stellen dat hij ook de moordenaar van Anne en de Las Vegas schutter zou herkennen als verdwaasde kinderen van God, als zijn broeders die schreeuwen om liefde. Hij vergaf zelfs de hand die hem aan het kruis nagelde. Hij weigerde te oordelen omdat hij zijn eigen ware aard en daarmee die van zijn broeders herkende en erkende.

Onze “oplossingen” zijn wat de Cursus noemt “magische” acties. Denken we echt dat we met een wapenwet in Amerika een volgende slachtpartij kunnen voorkomen? Denken we dat we met een snellere tbs-procedure meer ellende kunnen voorkomen? Ik wil niet beweren dat deze acties fout zijn en dat we hier niet naar zouden moeten streven. Maar onze primaire taak is het herkennen van de aanvalsgedachten in onze “eigen” denkgeest zodat we deze kunnen vergeven. Het lijkt een cliché maar er is echt maar één weg: verbeter de (denkbeeldige) wereld en begin bij je (denkbeeldige) zelf.

Zolang wij niet onderkennen dat we zelf verslaafd zijn aan het aanvallen van denkbeeldige anderen blijft de geschiedenis zich herhalen. Uiteindelijk moeten we onder ogen zien dat we weigeren de Christus in onze broeders als onschuldig te herkennen. We kiezen ervoor een schuldige vorm te zien die we wensen te veroordelen. Waartoe? Omdat het veroordelen van de grenzeloze liefde (zogenaamd) buiten ons, ons het begeerde afgescheiden-ik-gevoel geven. De bereidheid om onze ogen te laten openen door de Heilige Geest en de schuldeloosheid in onze broeders te zien jaagt ons angst aan. Als we onze ogen laten aanraken door Hem dan zien we schuldeloosheid en verstomt onze roep om aanval en wraak. Dit lijkt doodeng maar is in werkelijkheid de levensvreugde die we zo diep verlangen en die de enige bron kan worden voor een echte nieuwe wereld.

WB 287: Mijn doel bent U, mijn Vader. Wat anders zou ik mij kunnen wensen dan U? Welke andere weg zou ik kunnen wensen te gaan dan die welke leidt naar U? En wat anders dan de herinnering van U zou voor mij het eind kunnen aanduiden van dromen en vruchteloze surrogaten voor de waarheid? U bent mijn enig doel. Uw Zoon wil zijn zoals U hem hebt geschapen. Op welke andere manier dan deze zou ik kunnen verwachten mijn Zelf te herkennen en één te zijn met mijn Identiteit?

 

 

Alleen pijn door gedachten?!

VegasHet kan voor ons uiterst verfrissend zijn om te luisteren naar reacties van broeders en zusters die nog fris aankijken tegen wat de Cursus ons leert. Neem de werkboekles van vandaag:

WB 281: Niets kan mij pijn doen behalve mijn gedachten.

Want welke reactie krijg je wanneer je voorleest aan een onbevangen mens? Vermoedelijk zoiets als:

“Oh ja? Dus als ik ziek ben dan heb ik me dat maar ingebeeld? Slachtoffers van natuurgeweld of oorlogen doen zich de ellende dus zelf aan? Wat een aanmatigende onzin!”

Als ik niet oppas is mijn eerste reactie om te reageren met een metafysische verhandeling. Na wat jaartjes lezen in de Cursus en over de Cursus ben ik hier handig in geworden. Hiermee probeer ik onbewust de Cursus, mijn dierbare gedachtengoed, te verdedigen. Toch zie ik als ik oplet dat dergelijke verstandelijke antwoorden mijn gesprekspartner niet bevredigen. Gelukkig maar.

Nu stel ik hun vraag in alle eerlijkheid aan mijzelf. Want wat geloof ik ten diepste als ik heel eerlijk ben? Als ik geen poging doe om de twijfel en wanhoop in mijn denkgeest te ontwijken? Wat ik dan geloof laat zich omschrijven als:

“Wat psychische klachten als schuld, angstgevoel en boosheid betreft geloof ik wel dat het tussen mijn oren zit. Ik ervaar hierin ook de kracht van vergeving en wonderen. Maar heb ik die ervaring ook bij keihard lichamelijk leed, hetzij van mezelf of hetzij van anderen?”

Nu loop ik aan tegen twijfel. Net zoals bij nieuwe cursisten dwalen ook mijn gedachten richting “anderen” zoals de slachtoffers en de nabestaanden van de schietpartij in Las Vegas. Het is toch verdomme die verdwaasde schutter die leed toebrengt aan onschuldige slachtoffers?

Dat praten over anderen of over de situatie in de wereld waarin zoveel onheil bestaat is een handige zet van het ego. Hiermee stuurt het naar de veilige, afstandelijke, cognitief metafysische discussie waarin zogenaamde antwoorden nooit gaan bevredigen. Naar schriftgeleerdheid. Dit zijn heilloze discussies.

Dus bij mezelf blijven. Bij de pijn die ik zelf ervaar. De lichamelijke ongemakken en uiteindelijk zelfs de dood die alle twijfel in zijn voordeel lijkt te beslechten. Want wat gebeurt er? M’n ego zoekt bescherming in zijn identificatie met het lichaam. Die zogenaamd softe psychische problemen staat hij slim glimlachend af aan mij, maar die lichamelijke shit, dat echte diepe leed… die is echt en onloochenbaar, onmiskenbaar.

De inleiding in het werkboek op de lessenserie waarmee we nu begonnen zijn helpt ons verder (Wat is de Heilige Geest?). Ik beperk me hier even tot het citeren van de eerste alinea:

De Heilige Geest bemiddelt tussen illusies en de waarheid. Aangezien Hij de kloof tussen werkelijkheid en dromen moet overbruggen, leidt waarneming tot kennis dankzij de genade die God Hem gegeven heeft, als Zijn geschenk aan ieder die zich voor de waarheid tot Hem wendt. Over de brug waarin Hij voorziet worden alle dromen tot de waarheid gebracht, om ten overstaan van het licht van de kennis te worden verdreven. Daar worden beelden en geluiden voor eeuwig terzijde gelegd. En waar die tevoren werden waargenomen, heeft vergeving een vredig einde van alle waarneming mogelijk gemaakt.

Want wat staat hier niet? Hier staat niet dat onze schriftgeleerdheid ons een pasklaar en bevredigend antwoord gaat bieden. Hier staat niet dat we onze gesprekspartner of onszelf verbaal in rust kunnen wiegen. Nee, hier wijst de Cursus een andere weg, de enige weg.

We worden uitgenodigd om eerlijk te zijn naar onszelf en naar anderen. Als we oog in oog staan met ellende die onszelf of anderen overkomt dan komt rijst uit de brokstukken een heel helder beeld, een afgod op. De gedachten die onweerlegbaar lijkt luidt: “waarlijk, ik ben een slachtoffer van de wereld die ik zie; hier kan ik immers echt niks aan doen”. De diepe pijn van de beelden uit Las Vegas snijdt ons dwars door de ziel.  Moeten wij deze voorafschaduwing van Magere Hein zelf zien te overwinnen of wegredeneren? GODZIJ DANK, NEE! Wij mogen erkennen dat wij altijd maar twee keuzen zagen: het overkomt me (schuld van de wereld, de schutter) of het is mijn eigen schuld. Dat zijn de smaken, kiest u maar. Wat we ook kiezen, het ego is tevreden. Wat dan?

Laat de werkboekles klinken in je denkgeest. Zie je eigen worsteling hiertegen en leg deze aan de voeten van Hem. Belijd dat je gelooft dat je een afgescheiden lichaam bent dat diepe pijn en leed ervaart( de betekenis van “zondig” in de Cursus, zonder morele bijsmaak). Probeer deze pijn niet zelf weg te duwen. Laat maar binnen komen; rauw en ongefilterd. Maar dan. Wees stil en vertrouw. Niet op je eigen inzicht maar op de Liefde waarin we één zijn met Hem. En Hij is getrouw om je te vergeven (een wonderlijk oplossen van de strijd, wederom zonder morele betekenis). Laat Hem de tranen van je ogen wissen.

 

Slecht en ongezond

dikke vent

Het valt niet mee om alle gezondheidsadviezen ter harte te nemen. Zelfs één glaasje alcohol zou al taboe zijn, roken kan natuurlijk helemaal niet meer, suikers zijn gevaarlijk, van onverzadigde vetten slibben je vaten dicht, eieren zijn toch slecht en in de bibliotheek zag ik het boek “melk de witte sloper” staan. De lijst van do’s en dont’s is lang en onderhevig aan steeds weer nieuwe en andere inzichten. Als we ons hier niet naar richten zijn we stom bezig en het gaat zelfs zo ver dat enigszins neerkijken op mensen die overduidelijk teveel drinken, roken, eten enzovoorts.

Een disclaimer is direct nodig omdat we de manier van redeneren van het ego ondertussen wel kennen; dit is geen oproep om alle remmen los te gooien en een mateloos en kort leven binnen de droom te propageren. Het kan echter wel aardig zijn om ons selectieve oordeel helder te krijgen. Vooral ons oordeel over onze broeders en zusters die zich te buiten lijken te gaan aan al wat slecht voor ze is.

Eerst maar even wat afstandelijk en metafysisch. Want waartoe gaan we ons te buiten aan deze slechte zaken? Daar hoeven we de Cursus niet lang voor te bestuderen. Het is een zoeken naar liefde op de verkeerde plek. De genotsprikkel die we ervaren is een soort eenheidservaring in engere zin. Een vorm binnen de droom waarvan we menen dat deze ons de liefde en voldoening zal geven die we zo missen. Gelijk maar even doorpakken nu. Verschillen de broeders en zusters wezenlijk van ons als ze menen dat iets binnen de illusie de leegte kan vullen die ze ervaren? Nee natuurlijk. Mogelijk zoeken ze het in een iets andere richting, een andere vorm. Wellicht zijn wij zo “verstandig” dat we denken dat geld, carrière, de ideale partner, de nieuwe auto, het grote huis, onze succesvolle kinderen enzovoorts dit ons kunnen bieden. Maar ook dit zijn slechts afgoden en de bekende speciale relaties. Er is echter geen rangorde in illusies. De ene is niet groter of stommer dan de andere. Het zijn allemaal schuldeloze surrogaten voor wat we ten diepste wensen; een ontmoeting met de Liefde.

Voel vervolgens wat het neerkijken op middelen gebruikers of veel-eters met je doet. Merk je dat verborgen gevoel van superioriteit? Durf je op te merken dat je jezelf hierdoor beter en speciaal voelt? Hiermee gebruik je je beeld van die ander om je eigen gevoel van afgescheidenheid te koesteren. Ook niet slecht of zondig maar niet meer dan een uiting van je eigen angst voor liefde. Dus vergeef je oordeel. Breng het naar het licht en laat de liefde stromen vanuit je hart naar hen. Wees hun bron van onvoorwaardelijke liefde zodat zij en wij leren waar we de echte liefde kunnen vinden.

WB 276: Vader, Uw Woord is het mijne. Dit nu wil ik tot al mijn broeders spreken, die mij gegeven zijn om hen als de mijnen te koesteren, zoals ik door U bemind ben, gezegend en verlost.

Vind me leuk, aardig, eerlijk, knap enzovoort.

vind je me leuk

Onbewust zijn we dikwijls bezig met wat anderen van ons vinden. Meest in het oog springende voorbeeld is “aardig gevonden willen worden”, maar aardig kan ook vervangen worden door eerlijk, integer, intelligent en ga maar door. Biologen leggen ons uit dat de mens binnen de droom slechts een sociaal dier is. Evolutionair gezien is het immers handig als je niet door de groep die jou bescherming biedt wordt uitgekotst.

Het kan echter doorslaan waarbij we zó met de mening van anderen bezig zijn dat we als het ware een afgod van hen maken. We kijken hen dan naar de ogen en wachten angstig hun oordeel over ons af. We proberen ons dusdanig te gedragen, door bijvoorbeeld te pleasen, dat het oordeel positief wordt. Natuurlijk bereiken we hiermee makkelijk het tegenovergestelde; men vindt ons een slappe figuur, zonder ruggengraat, zonder eigen mening.

De ego-oplossing die ik ergens las luidt, niet geheel onverwacht: “heb maar schijt aan de mening van anderen”. Misschien kan dit tijdelijk wat opluchting geven maar als je goed kijkt zie je dat de verharding die je hiermee over jezelf afroept helemaal niet fijn voelt. Door schijt te hebben aan anderen plaats je jezelf in een denkbeeldige bunker van waaruit je minachtend op de minkukels neerkijkt. De angst is hierbij verder gestold en onbereikbaar gemaakt voor wat werkelijk helpt; liefde.

Hoe dan wel? Begin bij het begin en kijk nog eens goed naar de neiging om je ogen te richten naar die ander, om goedkeuring te oogsten. Zie dan dat je hier zelf voor kiest. Dat keuzeaspect is lastig te onderkennen. Wees maar gewoon stil en bedenk eens wat er nu, terwijl je bijvoorbeeld in je eentje rustig op de bank zit, aan de hand is. Stel je dan eens zo’n bedreigende “ander” voor. Iemand (of een instantie) wiens oordeel je vreest, iemand die jou gewoon aardig of slim moet vinden, volgens jou.

Besef dan dat jij van die ander een afgod maakt. Die ander is geen afgod maar jij geeft hem al die macht om voor jou een afgod te zijn. Daarmee kies je er zelf paradoxaal genoeg voor om je bang en afgescheiden van die ander te voelen. Je kiest voor afhankelijkheid waarbij je smacht naar surrogaat liefde die jou door die ander in de vorm van goedkeuring gegeven zou moeten worden. Zie je het? Zie je dat keuze aspect en dat je, gek genoeg, jezelf zo wilt voelen?

Houd vervolgens die gekke, haast masochistische, verslaving aan goedkeuring tegen het licht. Merk de weerstand om er zo naar te kijken en om dit zo helder voor ogen te zien. Wat zou er gebeuren als je het verlangen naar goedkeuring gewoon zou loslaten? Dat voelt eng en haast ongepast om te doen. Als een schending van ongeschreven sociale regels. Zie je bezorgdheid over wat men van je vindt in feite niks met die ander te maken heeft maar alleen met jouw keuze om deze afgod te aanbidden? Dit is wat de Cursus bedoelt met het streven naar surrogaat liefde binnen een zogenaamde speciale relatie. Je wendt je tot een beperkte en weinig voorspelbare bron om je iets te geven waarvan je denkt dat je het bent kwijt geraakt: onvoorwaardelijke liefde en acceptatie.

Er is echter een 100% betrouwbare, echte Bron. Richt je smachtende hart op Liefde, op Hem in het besef dat je Zijn goedkeuring helemaal niet hoeft te zoeken. Het is slechts een overgave aan de grenzeloze liefde die je zelf bent. Alleen dit kan je de vrede doen ervaren die je zo intens zoekt. Voel maar hoe naakt en kwetsbaar dat je denkt te zijn. Sla je ogen op naar de Liefde die nooit oordeelt. Naar de Liefde die tegen jou met zachte stem zegt : welkom thuis kind; Ik houd van jou precies zoals je denkt te zijn. Laat mijn vrede je omarmen.

WB 274: Vandaag behoort aan liefde toe. Laat me niet bang zijn.

1 Stem, verschillende vormen

Heilige BoekenDeze Blog en de hieraan gekoppelde FB-groep (ECIWcoach) zijn opgericht rond het boek Een Cursus in Wonderen. Dit boek heeft een mysterieuze, holografische gelaagdheid. Het zal jullie ook bekend voorkomen dat je bij het herlezen van het boek of van passages telkens weer nieuwe inzichten krijgt en je hart zich verder opent. Dit lijkt eindeloos door te kunnen gaan en wat dat betreft kan het ons onnodig afleiden als we rusteloos op zoek blijven gaan naar andere boeken die ons de ervaring van liefde kunnen bieden waar we naar zoeken. Dit eindeloos zoeken naar andere boeken kan een onbewuste vlucht zijn om de confrontatie met de Liefde die we zijn en waar ECIW ons op wijst te ontlopen.

Toch kan dit ook omslaan in een soort fanatisme waarbij we ECIW als enige vorm aanhangen en andere uitingen van de waarheid met achterdocht bekijken. Zien jullie de twee uitersten? Aan de ene kant het rusteloze shoppen om je boekenkast volstoppen met de bedoeling om echte diepgang te ontwijken en aan de andere kant het vastklampen aan het zogenaamd enige juiste boek, zoals we al zo vaak in de geschiedenis van onze godsdiensten hebben meegemaakt.

Vermoedelijk is het onze beperkte ego-blik die ons probeert wijs te maken dat we moeten kiezen; welk boek is het beste? Totaal onnodig natuurlijk. ECIW leert ons dat niets werkelijks bedreigd kan worden en dat geldt dus ook voor ons prachtige blauwe boek. Ik ervaar zelf dat die mysterieuze stille Stem die ons leidt kan spreken door verschillende vormen. Eerder wees ik al op “The Way of Mastery”. Toen ik hieruit las ervaarde ik dezelfde vertrouwde stem van Jezus die ik herkende uit ECIW. Slechts de vorm verschilde. Bij The Way of Mastery voelt het voor mij of de liefdevolle Leraar gezellig even samen met mij het klaslokaal van ECIW verlaat en op een bankje in het park met me verder spreekt. Het is heerlijk om zo samen in de zon te zitten.

Een lieve medestudente, Sjaan, wees me enige tijd geleden op “Een Cursus in Liefde”. Mijn eerste reactie is dan toch altijd wat argwanend, zo van “ja, ja; het zal wel”. Toch maar even Gegoogeld en uiteindelijk de Nederlandse vertaling gekocht. En weer die herkenning, die helderheid, die Liefde.

Ieders leerweg is uniek en deze bestaat maar voor een klein deel uit de boeken die we lezen. Juist vanuit ECIW leren we dat we niet moeten kijken naar vorm maar naar inhoud. Uiteindelijk draait het tenslotte allemaal om luisteren naar die ene Stem die middels alle denkbeeldige vormen spreekt en om overgave aan Hem, aan de Liefde die we in eenheid zijn. Het is niet mijn bedoeling om iemand aan te moedigen om de weg die hij of zij volgt te verlaten als dat niet goed voelt. Ook wil ik niet suggereren dat “The Way of Mastery” of “Een Cursus in Liefde” iets onmisbaars toevoegen aan ECIW. Ik wil alleen doorgeven dat deze beide boeken mij inspireren en bemoedigen. Ik ben Sjaan dankbaar dat ze haar “impuls” om mij op het laatste boek te wijzen heeft gevolgd. Ik doe nu hetzelfde middels dit bericht. Onderzoek het, als je hart dat ingeeft. Laat het maar lekker aan je voorbijgaan als dat jouw weg is.

Lieve groet,

Simon

 

 

Ik-gevoel

mens en boomDe wind waait tegen de boom. Blaadjes ritselen en de boom wiegt zacht heen en weer. De wortels in de aarde, de takken in de lucht en beschenen door een mager herfstzonnetje.

De ogen gaan open en de neus kriebelt. Stramme gewrichten, een volle blaas. Opstaan en naar het toilet lopen. Het is koud in huis. Gedachten over het instellen van de thermostaat. Pakken van de ochtendjas, de trap op, laptop openen. Gedachten, stilte en typen.

Eenheid bij de boom, eenheid bij het ochtendritueel van Simon. Maar in het tweede geval iets meer dan dat. Bij elke waarneming en handeling in- en door Simon ontstaat een bijproduct. Ik doe mijn ogen open en ik voel dat mijn neus kriebelt. Ik heb wat stijve handen en voeten en ik moet plassen. Ik sta maar op en ik heb het koud. Ik moet wat aan de kachel doen maar laat ik voor nu maar even een ochtendjas aantrekken. Ik krijg nu een inzicht en het lijkt mij leuk dat te delen dus ga ik het posten.

Dat is opvallend. Bij alles wat er in eenheid gebeurt met Simon ontstaat een bijproduct genaamd “ik-gevoel” of ook wel “illusie van afgescheidenheid”. De illusie van een ikje dat dingen ervaart en uitgaande van een vrije wil ook kan doen. Is dat fout dat dit, naar men zegt, bij een boom niet gebeurt en bij Simon wel? Nee, het is gewoon wat gebeurt. Een ogenschijnlijke vernauwing binnen de eenheid. Het verlies van het besef dat Simon, net als de boom, totaal één is met alles.

De boom verliest bladeren in de herfst, soms zelfs een tak in de boom. Na honderd jaar is hij vermolmd en valt om waarna alle bestanddelen vervloeien in de bodem en de lucht, Geen angst maar eenheid die overgaat in eenheid.

Binnen de Simon-illusie is een gevecht gaande. Uitgaande van de zo echt lijkende ervaring van afgescheidenheid moet er overleefd worden, moeten bedreigingen onderkend en overwonnen worden. Angst, verdedigen, aanvallen en dit allemaal gedragen door een vaag schuldgevoel. Een schuldgevoel gebaseerd op het rare idee dat er iets aan de eenheid ontstolen is. En vooral angst voor de dood. Angst om eindig te zijn en te zullen verdwijnen.

Nu wordt ieder oprijzend ik-gevoel gezien. Ik als ontvanger van prikkels en als doener, als yin en als yang. Het ik-gevoel is totaal onschuldig en het mag losgelaten worden, vergeven, overgegeven aan de eenheid en liefde waarin het geboren werd. De liefde wordt er weer in uitgenodigd, vrede mag er bij elke klop van het hart weer doorheen stromen. Vergeving, overgave aan Hem, aan die Heerlijkheid.

WB 267: Mijn hart klopt mee in de vrede van God.

 

Niet wat ik wil

frustratie

Hoe vaak gebeurt het niet dat een ander niet doet wat ik wil? “Die ander” kan een persoon zijn maar ook een instantie, een situatie of zelfs mijn eigen lichaam. Maar laat ik me voor de helderheid even beperken tot een andere persoon of instantie en een thema dat bij mij telkens weer de aandacht vraagt: de ander of die instantie geeft me niet het geld waar ik recht op meen te hebben. Vooral de overheid en verzekeraars zitten dan in mijn doelgroep.

Na bijvoorbeeld 30 jaar trouw een premie te hebben betaald doe ik eindelijk een keer een beroep op een verzekering. De contactpersoon staat me vriendelijk te woord en men zal mijn zaak gaan bestuderen. Het moet gezegd worden; ik krijg snel antwoord zelfs met citaten uit mijn eigen polis die ik destijds natuurlijk niet zorgvuldig genoeg gelezen heb. Helaas, helaas; men begrijpt dat het teleurstellend voor me is maar betaling zit er niet in want de kwestie wordt in de polis nadrukkelijk uitgesloten van vergoeding.

Ik kan nog net de uiterlijke beleefdheid opbrengen om mijn naïviteit te erkennen en vriendelijk te blijven. Toch knarsen mijn tanden en vermenigvuldig ik eens voor mezelf het aantal maanden dat ik verzekerd dacht te zijn met de premie die ik per maand betaal. Groot onrecht wordt mij aangedaan, meen ik. En dan nu de Cursus les van vandaag.

WB 266: Mijn heilig Zelf woont in jou, Zoon van God.

Ik nodig je uit om met me mee te voelen en iemand in het vizier te nemen die simpelweg niet doet wat jij wilt terwijl jij toch overduidelijk gelijk hebt. Heb je iemand in gedachten? Probeer het dan maar eens om met gemeende eerlijkheid dit tegen deze persoon te zeggen: “Mijn heilig Zelf woont in jou, zoon van God”. Merk je het? Die weerstand? Wat zou je zeggen als je echt eerlijk zou zijn? “Ik baal van jouw gedrag, lelijke bal gehakt!”. Zoiets? Vervolgens merk ik dat ik overtuigd ben van mijn gelijk en dat mij groot onrecht wordt aangedaan. Ik zoek erkenning bij mensen die mij gelijk moeten gaan geven en met me mee willen huilen. “Och ja, heb ik ook. Boeven zijn het die verzekeraars, zakkenvullers”. Samen boos zijn is nog fijner voor me.

Terug naar de tekst van de werkboekles. Ik herhaal deze in gedachten terwijl ik aan mijn doelwit denk en ervaar grote weerstand. Ik wil gewoon vasthouden aan mijn oordeel, aan mijn gelijk en aan mijn woede, hoe beleefd ik alles ook onder een milde glimlach probeer te verstoppen. De Cursus leert me dat dit mijn verborgen keuze is voor een gevoel van afgescheidenheid dat ik koester. Ik wil dus gelijk hebben en boos blijven om me lekker afgescheiden en een hard ikje te kunnen blijven voelen. 99% tegen mijn zin in nodig ik de Liefde, de Heilige Geest uit om met me mee te kijken. Wat een weerstand ervaar ik nu. Ik schenk dat kleine procentje vertrouwen en blijf kijken en wachten. En dan gebeurt het wonder en gaat het ijs langzaam smelten. Ik krijg zicht op die verborgen keuze; ik doe deze woede mijzelf aan. Ik begin te zien hoe die ander “mijn verlosser” kan zijn. In die ander zie ik mijn eigen krampachtige hebzucht weerspiegeld en ik erken deze als onze angst waar we ons aan vastklampen. Dan gebeurt het onverklaarbare; de hardheid verdwijnt langzaam, mildheid doet haar intrede en een onverklaarbare rust begint mijn hart te verwarmen.

Vandaag betreden we het Paradijs, terwijl we Gods Naam en die van ons aanroepen en ons Zelf in ieder van ons erkennen, verenigd in Gods heilige Liefde.

Apocalyps?

apocalypsDe oorlogsretoriek van Trump maakt een oude belangstelling van me wakker voor voorspellingen over apocalyptische gebeurtenissen in de zogenaamde eindtijd. Zowel in de Bijbel als door Nostradamus wordt gesproken over het klinken van de trompet bij het begin van allemaal ellende. Trump, trompet?

Eerst protesteert m’n verstand. Wil ik zo’n naar beeld geloven? God die, in het geval van de Bijbel, als een klein jongetje zijn schepping als een speelgoedautootje op een tafel een flinke zet geeft en gaat zitten wachten op het moment dat het wagentje met passagiers en al naar beneden stort. Hij roept de poppetjes nog na dat degenen die in Hem geloven niks te vrezen hebben want ze zullen wonderbaarlijk gered worden. Bizar.

Dan maar naar de Cursus. Deze stelt dat we helemaal geen slachtoffer zijn van twee alfa-mannetjes die met raketten willen gooien. Alles gebeurt in de ene denkgeest waarin een nare film wordt getoond. We vergeten dat we veilig in de bioscoop zitten en we schuifelen angstig heen en weer met het angstzweet in de handen.

Met moeite neem ik een stapje terug. Ik zie de morbide neiging, verslaving haast, om mee te gaan in het rampdenken. Ik zie hoe het geloof in deze projecties mij definieert als een angstig, afgescheiden ikje. Vergeving is nodig. Hulp met de hoofdletter H is nodig. Dus ik bid:

Heer, in dit moment van angst kom ik tot U
Ik leg mijn geloof in wat ik zie in Uw hand Heer,
Liefde, mijn diepste Zelf; doet U maar wat nodig is
Ik wil niks verwachten, niks invullen, niks bepalen
Slechts vertrouwen op U, op oneindige en grenzeloze Liefde
De Liefde is het middel, en het doel
Hieraan geef ik me over.

WB 263: Mijn heilige visie ziet alles als zuiver.

Als de rook om je hoofd is verdwenen

als de rook om je hoofd is verdwenenIk word wakker en hoor de wind gieren om het huis. Het is nog donker in huis. Duistere gedachten dringen de denkgeest binnen. Het onafwendbare verlies van een leuke, goedbetaalde baan door gezondheidsproblemen. De komende donkere maanden waarin ik de afleiding van de problemen niet meer buiten in het zonnetje kan zoeken. Dit alles wordt vanmorgen nog eens opgefleurd met een zeurende koppijn.

En zo zwelg ik nog even verder. Want dat is het. In eerste instantie komt de verstandelijke kennis van de Cursus me te hulp. Ongevraagd. “Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie”. Bah Cursus, moet dat nou? Dit is niet het medelijden waarop ik gehoopt had. En wat kan ik nu doen aan deze rot situatie? Ik heb er toch ook niet omgevraagd? Het overkomt me gewoon! Het is heel normaal dat ik me zo voel en de mensen die ik spreek zijn met me begaan en tonen alle begrip voor mijn gevoelens die hier bij horen.

En toch. In deze minuscule opening in de duistere zak die om mijn brein lijkt te zitten ontstaat een scheurtje waardoor meer licht naar binnenkomt. Er komt eerst wat overzicht. Ik zie, verstandelijk nog, dat er totaal geen oorzakelijk verband is tussen wat NU aan de orde is en de boze droom in mijn hoofd. Er is geen wet die zegt dat nare situaties die zich zogenaamd buiten me bevinden perse moeten leiden tot een grauwsluier in mijn hoofd. Het lijkt logisch dat dit zo gaat, maar het hoeft niet. Schoorvoetend zie ik dat ik ervoor kies om te focussen op het dode verleden en een verbeelde toekomst. Waartoe doe ik dit? En dan wordt het haast gênant. Want ik begin te zien dat ik me nu een afgescheiden, zielig, slachtoffer ikje voel.

Vanaf enige hoogte, iets boven het slagveld zou de Cursus zeggen, kijk ik op de donkere wolk die ik in mijn hand houd. Hoe zou het zijn om niet te geloven in dat afgescheiden ikje dat zo’n dappere strijd voert in de grote boze buitenwereld. Hoe zou het zijn om de wolk omhoog te tillen, richting de Zon? Het voelt haast ongepast. Het hoort niet om me in deze situatie gewoon goed en vredig te voelen. Dat zegt mijn ego althans. Nu glimlach ik. Ik merk dat er een keuze is om de vrede van God buiten de deur te houden maar zie nu ook mogelijkheid om mijn weerstand over te geven.

Dus kijk ik slechts naar Hem in blije en hoopvolle afwachting. “Dag Broer, hier ben ik. Ik hoor vele stemmetjes die me van alles willen wijsmaken en ik zie dat ik geneigd ben hierin mee te gaan. Ik wil echter met Jouw mee. Mag dat? Dank je, neem me maar met je mee. Naar God, naar het Licht”.

WB 256: God is vandaag mijn enig doel.

 

100% liefde

God is lichtGisteren woonde ik een doopdienst bij. Mijn eenentwintig jarige lieve dochter werd gedoopt door onderdompeling. Het is een prachtig en ontroerend ritueel. De dopelingen hadden familie en genodigden meegenomen en de voorganger deed zijn best om de dienst een uitnodigend en evangelisch karakter te geven. De sympathieke man sprak geïnspireerd en bewogen. Ik merkte hoe de liefde van de Heilige Geest zich door hem heen uitstrekte naar alle mensen in de zaal.

Toen hij bijna aan het eind van zijn preek was veranderde de toon. Het leek of hij zichzelf ver excuseerde: “ik verzin het zelf niet, het staat in de Bijbel”. Daarna volgde uitspraken met een dreigende ondertoon. “Wie niet voor Jezus is, is tegen hem”, “Door je keuze voor Jezus weet je zeker dat je na je dood verder leeft”, “Ga heen (na de doop) en zondig niet meer; dus niet meer liegen, stelen en ongehuwd samenwonen”, “Er is maar één God, die van de Bijbel”.

Vanmorgen vroeg werd ik wakker en ik bespeurde boosheid van binnen over deze venijnige staart van de preek. Waarom moet er een morele grauwsluier gelegd worden over die heerlijke uitnodiging om je te laten inspireren door- en tot liefde? Waarom moet er weer angst gezaaid worden? Ooit schreef ik een van ironisch boekje over het klassieke Godsbeeld van een narrige God die hoe dan ook iemand wilde straffen voor vermeende zonde. Zelfs al was hij zo “lief” om daarvoor zijn eigen zoon Jezus te kiezen (Geen beeld van God). De oude verontwaardiging van toen speelde weer op maar deze keer werd iets duidelijk; ik heb vergevingswerk te doen.

Wat is er namelijk aan de hand? Ik meen dat de voorganger echt in staat is om met zijn duale angst- en aanvalsgedachten de waarheid geweld aan te doen. Anders gezegd; ik meen dat een mens die gelooft in afscheiding de Christus waarlijk kan kruisigen. Dat is nu juist de hele boodschap van Jezus als hij zich de beledigingen, martelingen en kruisdood laat welgevallen: dit is niet waar. Er zijn geen booswichten buiten mij die mij iets aan kunnen doen. De waarheid kan niet bedreigd worden, niets onwerkelijks bestaat. Jezus laat zich door een denkbeeldige boze menigte verscheuren als een lam door een stel wolven. Hij geeft zijn lichaam weg als brood om opgegeten te worden en zijn bloed als wijn om gulzig gedronken te worden om te laten zien dat hij voortleeft. Om te laten zien dat hij geen afgescheiden en tijdsgebonden lichaam is van vlees en bloed maar de Zoon van God. Hij heeft zijn naasten onvoorwaardelijk lief omdat hij weet dat ze één zijn met hem. Onbegrensde en eeuwige liefde, net als wij.

In gedachten komt weer mijn broeder op de kansel in gedachten. Nu zie ik dat ik vast wil houden aan mijn boosheid tegen zijn opvattingen. Ik meen dat hij zich vergist en mijn boosheid is natuurlijk een regelrechte aanvalsgedachte. Ik wil gelijk hebben. Daarin ben ik weer precies gelijk aan wat ik in een ander veroordeel. Nu zie ik dat oordeel van mij duidelijk voor me. Ik zie hoe ik het koester en anderen wil overtuigen van mijn gelijk uit naam der waarheid. Och, wat zijn we gelijk hierin; hij en ik. Nu roep ik om Jezus. Nee, ik schreeuw om mijn Heiland. Heer, dompel me ook onder in Uw Liefde. Neem dit bokkige schaap op Uw schouder en draag me naar het vredige weiland waar ik samen mag zijn met de rest van de kudde want ik kan niet over het hek springen dat ik zelf bedacht heb. Dit kleine beetje bereidwilligheid is genoeg. Het eenvoudige “ja-woord” van de dopelingen, mijn bereidheid om als een schaapje dat geen benul van richting heeft op de schouders van de herder gedragen te worden. En dan is daar dat wonder, de vrede. Dankbaar.

WB 254: Laat elke stem in mijn verstommen, behalve die van God.