Lekker een bakkie doen bij God

koffie met God

Als eerst maar eens mijn financiële onzekerheid voorbij is, ik een nieuwe baan heb, ik een partner heb, de drukte achter de rug is, mijn ziekte of ongemak weg is.. Dan, ja dan, zal het allemaal wat beter met me gaan. Vul je eigen voorwaarden maar in. Onderzoek je eigen denkgeest maar eens wat daar aan voorwaarde rondwaart. Het geloof dat het nu nog niet oké is maar dat het dit later wél zal worden betreft ook ons spirituele pad. Nu zit ik nog gevangen in de droomwereld maar straks niet meer.

Probeer eens contact te maken met het gevoel van onvrede en verwachting. Niet op een afkeurende manier maar juist nieuwsgierig en onderzoekend. Merk dat het zich niet graag op deze wijze laat bekijken. Het houdt niet van de spotlights. Het gevoel van ontevredenheid dat gekoppeld zit aan het geloof in “niet-nu-maar-later” wil wegglippen en zich in het duistere onbewuste verbergen. Merk dit op en breng wat mildheid in je blik rond deze ongedurigheid.

Merk eens op dat je met je geloof in “niet nu maar later” je als het ware je handtekening plaatst onder het geloof in tijd als onwankelbaar gegeven. Onbewust onderteken je elk moment weer een contract waarin zoiets staat als “ik, Simon, verklaar plechtig dat ik geboren ben als lerend wezen en zodoende steeds wat wijzer en gelukkiger word tot de dood me komt halen”. Dit is een onjuiste basisaanname die ik als truc gebruik om op weg te blijven gaan en vooral niet nu veilig thuis in de liefde te rusten.

Gewoonlijk volgt er nu een typische ego-reactie. “Aha, ik wist natuurlijk al lang dat streven naar verlichting niet kan; ik ga er nu onmiddellijk mee proberen te stoppen!” Als dit dan niet lukt wordt de ontevredenheid slechts groter, niet kleiner. Handiger is het om die blik rustig op dat gevoel van ontevredenheid en op die overtuiging dat je een ikje bent op weg naar beter te laten rusten. Ontdek hoe het je ik-gevoel bestendigt maar laat dit maar gewoon zo zijn. Stel je midden in je gevoel van afgescheiden ontevredenheid open voor wat er ook maar verder gezien wil worden. Stel je open voor de wijsheid van het Geheel dat precies weet wat er nu nodig is. Flarden van hoop op verandering kunnen door de denkgeest vliegen. Dat is oké. Steeds maar weer gewoon opmerken, glimlachen en vertrouwen op de wijsheid van het Al, op Hem; thuiskomen in de liefde. Met andere woorden: je ongedurigheid samen met Hem vergeven.

Niet om iets te willen bereiken maar gewoon om even bij onze Vader op de koffie te komen. Ongeveer die houding. Als je merkt dat je op elk moment je drukke leven met al je verwachtingen kunt onderbreken om even bij Hem langs te gaan voor nog een bakkie, dan kun je opmerken dat het ongedurige moeten, de onrust wat kan bedaren. Zó mag de tijd gebruikt worden, als troostend besef dat het allemaal niet nu anders hoeft te zijn omdat je altijd welkom bent bij de liefde die je bent. Heerlijk relaxt toch? De les van gisteren past hier mooi bij:

Les 318

In mij zijn middel en doel van de verlossing één.

In mij, Gods heilige Zoon, zijn alle onderdelen van het hemelse plan om de wereld te verlossen in harmonie gebracht. Wat zou er in conflict kunnen zijn, wanneer alle onderdelen slechts één bedoeling hebben en één doel? Hoe zou er één enkel onderdeel kunnen zijn dat op zichzelf staat, of één dat van meer of van minder belang is dan de rest? Ik ben het middel waardoor Gods Zoon wordt verlost, want het doel van de verlossing is de zondeloosheid te vinden die God in mij heeft geplaatst. Ik werd geschapen als hetgeen ik zoek. Ik ben het doel waarnaar de wereld streeft. Ik ben Gods Zoon, Zijn ene, eeuwige Liefde. Ik ben zowel middel als doel van de verlossing.

Mijn Vader, laat mij vandaag de rol op me nemen die U mij aanbiedt door Uw verzoek dat ik de Verzoening voor mijzelf aanvaard. Want zo wordt datgene wat daardoor in mij in harmonie wordt gebracht, even zeker met U in harmonie gebracht.

 

Uiting van- of roep om liefde

liefde geven en ontvangen

Alles is een uiting van liefde of een roep om liefde. Alles, maar laten we ons nu even richten op de relaties tussen mensen want alles draait om relatie. Kijk eens van een afstandje naar de ontmoeting die je met een ander mens hebt. Is deze niet altijd terug te brengen tot die twee aspecten? De ander doet aardig tegen jou, zoekt de verbinding, of de ander doet juist onaardig tegen jou en probeert jou buiten hemzelf te houden, op afstand. Zo overzichtelijk is het.

Als iemand ook maar het kleinste gebaar van toenadering tot jou maakt dan zoekt hij de verbinding. Dit is een uiting van liefde. Zelfs het feit dat een ogenschijnlijke vijand naar jou toekomt om te proberen om over het probleem te praten kun je beschouwen als een poging van de ander om de verbinding met je aan te gaan, zelfs al lijkt het niet te rijmen met wat de ander daarna tegen je zegt. Maar makkelijker te duiden zijn natuurlijk de lieve glimlach, de zachte aanraking, de troostende woorden. In les 315 zit nog een pareltje verborgen: dit geldt ook voor een liefdevolle uiting van een broeder naar een ander. Niet eens direct naar jou. De verbondenheid die onze werkelijkheid is spat hier van af. Als je op tv ziet hoe iemand vriendelijk doet tegen een ander mens dan mag je die uiting van liefde ontvangen en als een geschenk in je eigen hart bewaren. Hoe mild en liefdevol stemt dit ons niet? Wat een tederheid mogen we om ons heen zien en in ons hart bewaren?

“Les 315

Alle geschenken die mijn broeders geven, horen mij toe.

Elke dag komen er met elk ogenblik dat verstrijkt duizend schatten tot mij. Ik word heel de dag gezegend met geschenken die in waarde alles wat ik me kan voorstellen verre overtreffen. Een broeder glimlacht naar een ander en mijn hart wordt verblijd. Iemand spreekt een woord van goedheid of dank en mijn denkgeest ontvangt dit geschenk en maakt het tot het zijne. En ieder die de weg naar God vindt, wordt mijn verlosser, die mij de weg wijst en zijn zekerheid geeft dat wat hij geleerd heeft beslist ook het mijne is.

Ik dank U, Vader, voor de vele geschenken die vandaag en iedere dag van elke Zoon van God tot me komen. Mijn broeders zijn grenzeloos in al hun geschenken aan mij. Nu kan ik hen mijn erkentelijkheid betuigen, opdat mijn dankbaarheid aan hen mij mag leiden tot mijn Schepper en de herinnering van Hem.”

Lessen 315 3n 316 zijn een soort duo-les. We mogen het tot levenskunst verheffen om bovengenoemde pareltjes om ons heen op te merken en in ons hart te sluiten. Maar we maken ons in de droom natuurlijk vooral druk om die keren dat een ander ons niet bepaald liefdevol tegemoet lijkt te komen. De Cursus leert ons dat het dan een roep om liefde betreft. Daar kun je met enig oefenen steeds meer oog voor krijgen. De ander zet bijvoorbeeld een grote mond tegen je op en aanvankelijk betrekken we dit op ons zelf. Wat heb ik nu verkeerd gedaan? Waarom moet ik nu het slachtoffer zijn van deze redeloze agressie. Maar kijk opnieuw en probeer er oog voor te krijgen dat die ander bang is en een veilige muur probeert op te werpen om zich achter te verstoppen.

In deze situaties kan het ons moeilijk vallen om over onze eigen schaduw van afkeer heen te stappen. Wij voelen ons afgewezen door de afwijzing van de ander en dit roep angst bij ons op. Onze conditionering maakt dat we defensief of zelfs aanvallend reageren. Gelukkig kunnen we hulp in roepen als we deze neiging bij onszelf naar boven zien komen. We kunnen onze angst en boosheid opmerken en hulp in roepen van Jezus, God of de Heilige Geest. Dit inroepen van hulp is niets anders dan de erkenning dat we zelf naar angst en afsluiting neigen en daarom de hulp in roepen van het Geheel. We geven ons over aan het grotere Plan, aan de Wijsheid, de Liefde in het volle vertrouwen dat deze ons niet alleen omspoelt maar ook draagt en boven ons kleine zelf uittilt.

Hij raakt onze ogen aan en we zien met nieuwe ogen onze broeder als angstig kind. Bang, net als wij. En Hij zal ons aangeven hoe we in deze droom van afscheiding kunnen reageren. Het zal zeker liefdevol zijn en niet langer gedreven vanuit angst.

“Les 316

Alle geschenken die ik mijn broeders geef, zijn de mijne.

Zoals elk geschenk dat mijn broeders geven van mij is, zo behoort ieder geschenk dat ik geef mij toe. Elk laat een vroegere vergissing verdwijnen, zonder een schaduw achter te laten op de heilige denkgeest die mijn Vader liefheeft. Zijn genade wordt me geschonken in elk geschenk dat een broeder door alle tijden heen en ook voorbij alle tijden ontvangen heeft. Mijn schatkamer is vol, en engelen bewaken haar open deuren, opdat geen enkel geschenk verloren gaar en er alleen meer worden bijgevoegd. Laat me komen naar waar mijn schatten zijn, en daar binnengaan waar ik werkelijk thuis en welkom ben, te midden van de geschenken die God mij gegeven heeft.

Vader, ik wil Uw geschenken vandaag aannemen. Ik herken ze niet. Maar ik vertrouw erop dat U die ze gegeven hebt het middel zult verschaffen waardoor ik ze kan aanschouwen, hun waarde kan zien en alleen Uw geschenken kan koesteren als wat ik verlang.”

Spelen met je angst

scary movieZo’n beetje elke inspanning die we op het spirituele pad verrichten begint met een specifieke vorm die in algemene zin als volgt luidt: ik vind wat er nu gebeurt of hoe ik me nu voel niet leuk en ik ga dit veranderen. Hiermee zit je direct midden in de actie, midden in de duale droomwereld. Kijk maar eens goed: de hoofdrolspeler is aanwezig (het ikje dat ergens van baalt) en het toneel is ingericht (de omstandigheden of gevoelens waar je van baalt). All set? Action!

Er valt ogenschijnlijk niet te ontkomen aan deze show. Immers, zodra je iets van plan bent om hieraan te doen, geef je te kennen dat je het toneelstuk al serieus genomen hebt. You’re trapped! Je kunt driftig gillend op en neer springen. Maakt niet uit. Je kunt gaan accepteren. Nice try maar dat accepteren is niet meer dan een truc om toch stiekem ergens vanaf te komen. Jij kunt dus niets doen omdat met elke move je de illusie van een afgescheiden ikje dat daadwerkelijk iets kan doen slechts verstevigt.

Het volgende gedachtenexperiment komt in wat andere vorm, meen ik me te herinneren, uit The Way of Mastery. Identificeer je eens als doener met het toneel. Stel je bijvoorbeeld voor dat je bang bent voor een lastig gesprek dat je morgen hebt. Je normale aanpak is om middels allerlei ECIW-trucs iets aan die angst te doen. Ondertussen ben je uren aan het rondlopen op dit duistere toneel terwijl je het gevecht aan het leveren bent met het bange spook van de angst. Dus nu omgekeerd. Jij kiest ervoor de baas te zijn, jij bent degene die lekker ontevreden gaat zijn over die luie werknemer en eens flink onbeschoft en autoritair tekeer zal gaan. Leef je in, identificeer je met heel de duistere atmosfeer die je zelf creëert met een heel speciaal doel in gedachten. En nu komt het. Weet je wat je verborgen doel is? Jij hebt dit hele duistere decor bedacht, inclusief bedreigende baas, omdat je als onbegrensd bewustzijn wilt ervaren hoe het is om jezelf een bang-bezorgd-ikje te voelen. En je doet het meesterlijk, voel maar. Voel nu je angst voor het komende gesprek. Ervaar de hele duistere sfeer en wees dik tevreden dat het je gelukt is als schepper van dit toneel om het gevoel van een bang ikje op te roepen. Ervaar de volledige verantwoordelijkheid voor dit resultaat: door alles goed te bedenken (boze baas en nare sfeer) heb je iets heel interessants gemaakt met gevoelens die het onderzoeken waard zijn: het bange ikje. Geniet van dit bange ikje, loop er geboeid omheen en doorvoel eens die levende gevoelens die er doorheen stromen. Wow, heftig! Wat een goede film. Haal er uit wat er in zit. Dik het aan en stel je het gesprek nog wat levendiger voor. Joepie, het werkt. De griezelfilm wordt nog leuker, het bange ikje krijgt zelfs hartkloppingen. Vet zeg!

Iets meer in Cursus-termen: je hebt zelf aan alles de betekenis gegeven waar je voor kiest. Vanuit de denkgeest projecteer je een denkbeeldige boze wereld met een verborgen doel: je te kunnen verdedigen en vechten, aan te kunnen voelen om zo de illusie van afgescheidenheid te bestendigen. Probeer genoemd judo-experiment maar eens. Vecht niet maar versterk en speel ermee. Merk je weerstand hiertegen op. Denk niet dat deze weerstand echte angst voor de situatie is. Het voelt namelijk eng en haast ongepast om zo met deze “serieuze” gevoelens van angst om te gaan. Je hebt ze je leven lang serieus genomen en nu speel je ermee. Dat hoort toch niet? Gewoon doen; enjoy!

Les 310

 Deze dag breng ik onbevreesd in liefde door.

 Deze dag, Vader, wil ik met U doorbrengen zoals U verkozen hebt dat al mijn dagen zouden zijn. En wat ik zal ervaren, heeft helemaal niets met tijd van doen. De vreugde die tot me komt is niet iets van dagen of van uren, want ze komt van de Hemel tot Uw Zoon. Deze dag zal Uw zoete herinnering aan mij zijn om U te gedenken, Uw genaderijke roep tot Uw heilige Zoon, het teken dat Uw genade tot me gekomen is en dat het Uw Wil is dat ik vandaag word bevrijd.

 We brengen deze dag samen door, jij en ik. En heel de wereld sluit zich bij ons aan in ons lied van dank en vreugde voor Hem die ons verlossing geschonken heeft en die ons heeft bevrijd. We hebben onze vrede en heiligheid hervonden. Er is vandaag in ons geen ruimte voor angst, want we hebben liefde in ons hart verwelkomd.

 

#MeToo

metooLaatst zag ik het programma “40 dagen zonder seks” van, notabene, de EO. Wie had dat van deze omroep gedacht? Ze springen hiermee echt over hun eigen schaduw. Grappig ook, die veertig dagen, een periode die vaak terug komt in de Bijbel gewoonlijk als een periode van zuivering of boetedoening (zie https://nl.wikipedia.org/wiki/40_(getal) ).

Met verbazing kijk ik naar de jongeren die totaal geobsedeerd proberen zo vaak mogelijk te ‘scoren’. Presentator Johan Eikelboom, nu even geen flauwe naamgrappen, treedt de jongeren open en eerlijk tegemoet. Hij wordt hierin bijgestaan door personal coach Fajah Lourens waarmee de EO dan wel weer direct zondigt tegen het verzoek “en leid mij niet in verzoeking”. Althans, voor de deelnemers die op vrouwen vallen.

Het is leerzaam om bij het kijken vooral een oogje te houden op de oordelen die bij jezelf naar boven borrelen. Datgene waar je het sterkst op reageert kan iets zijn wat je bij jezelf ook bespeurt maar afkeurt. Het is heerlijk om dat buiten jezelf te projecteren en te veroordelen in zo’n “schandalige kerel die de vrouw slechts ziet als lustobject”. De hele #MeToo hype is natuurlijk ook koren op de molen van ons veroordelend ego. Natuurlijk is dit geen aanmoediging om de ander te zien als lustobject en fysiek of verbaal de grenzen van anderen ongevraagd te schenden. Waar het me hier echter om te doen is om die morele afkeuring van onszelf eens te onderzoeken.

Psychologisch gezien kan het leerzaam zijn om je eigen heimelijke verlangens eens zonder oordeel tegen het licht te houden. Wellicht zijn deze minder nadrukkelijk aanwezig dan bij de voorbeelden op tv of houd je ze beter verborgen, maar toch. Nog interessanter is om te onderzoeken wat het beoordelen en veroordelen van anderen met jou doet. Probeer eens echt contact te maken met dat gevoel van morele superioriteit dat sluimerend aanwezig is. Probeer eens eerlijk te onderkennen dat jet het stiekem “lekker” vindt om te zien hoe beroemdheden aan het kruis genageld worden. “Ohhh, Kevin Spacey ook al, wie had dat nou toch gedacht. Jammer hoor, zo’n goede acteur.”

Ik wil de motieven van de EO niet voor hen invullen. Men stuurt in elk geval erop aan dat de deelnemers komen tot enige zelfreflectie en zich hopelijk kunnen losmaken van de knellende band van hun verslaving. Je ziet inderdaad dat ze gaan denken over de vraag of er niet een diepere behoefte schuilt onder hun seksverslaving. De EO neemt hierbij in eerste instantie genoegen met een meer monogame uitkomst en wellicht is het juist de kracht van dit programma dat ze niet doorpakken richting “God verandert levens”.

Laten wij dat voor de verandering dan maar even doen. Want daar komt het uiteindelijk toch allemaal op neer. We zoeken allemaal uiteindelijk naar God, de Bron, de Liefde die we zijn. Alles waarvan we binnen de illusie denken dat het ons zal vervullen blijkt ons uiteindelijk teleur te stellen. Dit geldt ook voor de speciale monogame liefdesrelatie als onuitgesproken ideaalbeeld. Binnen zo’n relatie kunnen we nog steeds geloven dat we gelukkig zullen zijn als de ander onze behoefte aan intimiteit en geborgenheid zowel emotioneel als fysiek bevredigt. Heerlijk natuurlijk als dit binnen de droom het geval is. Minder heerlijk als je bang blijft te weinig te krijgen, de ander kwijt te raken en je verstrikt bent in een koehandel van gunsten die je elkaar verleent gebaseerd op sluimerende schuldgevoelens. Klinkt dit wat erg zwartgallig? Dan nodig ik je uit om nog eens heel goed te kijken.

Laten we die ander die we veroordelen voor bijvoorbeeld seksueel onaangepast gedrag gebruiken als spiegel en op deze manier een wat andere draai geven aan het #MeToo. Nu niet vanuit het slachtoffer perspectief maar vanuit het “dader-“perspectief. Niet om onszelf te veroordelen en naar beneden te halen. Dat is een vorm van masochisme waar niemand op zit te wachten. Wel vanuit het standpunt van mensen die ook menen dat we het geluk kunnen vinden door het van anderen te krijgen of desnoods af te pakken. In welke vorm dan ook.

Als je zo je eigen dwangmatige eis in het vizier krijgt probeer dan aanwezig te zijn in het gevoel van tekort. Merk dat er angst in het spel is, in welke gedaante dan ook. Doorvoel die angst, die leegte en loop niet weg. Laat van hieruit een stil gebed uitgaan.

“Heer, ik merk dat ik bij die ander veroordeel waar ik zelf ook naar smacht. Naar liefde, aandacht, seks, geld, succes. Heer ik voel die leegte, dat verlangen, die angst om tekort te krijgen. De verkapte roep om hulp die ik bij die ander zie heb ik zelf ook. Zie mij aan. Ik nodig U uit Heer. Raak mij aan, hier in mijn duistere eenzaamheid. Vervul met Uw vrede Heer en leer mij dat wat ik echt wil hetzelfde is als wat U wilt. Overgave aan stromende liefde. Van U, door mij heen naar mijn broeders zodat ik mag ervaren dat we Uw ene Goddelijke Zoon zijn.”

Meer succes met ECIW?!

sleutel-succesStel je loopt op een congres over ECIW en je hebt de keuze tussen twee praatjes:

1: De betekenis van zonde in ECIW
2: Een pijnvrij en succesvol leven met ECIW

Bij welke bijeenkomst stap je binnen? Laten we er geen doekjes om winden, de meeste van ons zullen zich meer aangetrokken voelen tot dat tweede praatje. Hier is ook niks mis mee. Ik merk dat mijn blogs over aansprekende alledaagse zaken beter gelezen worden dan de meer metafysisch getinte stukjes. Het is ook precies waar we moeten beginnen, daar waar we ons menen te bevinden. Midden in een niet altijd even leuke wereld en in een lichaam met allerlei klachten.

Momenteel lees ik “A Course of Love” die een zienswijze presenteert nauw verwant aan ECIW. Het fijne van dit boek vind ik dat het geen enkele stap in ons leerproces diskwalificeert als fout of minderwaardig. Zelfs als we niks hebben met zaken als spiritualiteit en ECIW laten onze alledaagse drijfveren zien dat we wel degelijk bezig zijn met de grote waarheid: er is alleen maar Liefde. We zoeken deze liefde echter aanvankelijk slechts in engere zin. In de vorm van gezondheid, succes, geld en een plezierige relatie met onze naasten. Een prima startpunt.

Zoals gezegd proberen we in eerste instantie ECIW te gebruiken om juist op deze alledaagse gebieden méér te krijgen van wat we willen hebben. Een betere gezondheid, een spirituele carrière waarmee we hopelijk toch inkomsten kunnen genereren en een groep mensen om ons heen die ons op handen draagt. Als we hier een tijdje mee bezig zijn kunnen we opmerken dat tijdens het vervullen van onze successtory we toch last blijven houden van angst. Bijvoorbeeld de angst om dat wat we verworven hebben toch weer kwijt te raken. Reden is dat we ons nog steeds identificeren met het lichamelijke. Anders gezegd; we geloven nog steeds in dualiteit, in afscheiding, in de dood. Wellicht zijn we toe aan praatje nummer één.

Via de meer abstracte insteek van praatje één kunnen we echter ook indirect gefixeerd blijven op de illusoire wereld inclusief ons lichaam. Dit vergt wat toelichting. We kunnen de neiging krijgen om ons neus een beetje op te halen voor die schijnwereld. Wij zijn toch immers niet dat lichaam? Laten we het maar gewoon negeren, het is niet belangrijk ook al gaat de hele droomwereld naar de knoppen. We kunnen hierbij gek genoeg bang zijn om te ontdekken dat vanuit een juiste gerichtheid op de denkgeest wel degelijk wonderlijke meevallers kunnen optreden binnen deze droomwereld. Dat is niet zo gek als je bedenkt dat wat we buiten ons menen te zien niet meer is dan het gevolg van wat we vanuit de denkgeest (oorzaak) projecteren. We kunnen terugschrikken voor de werkelijke scheppende macht van de denkgeest. Deze kan ook onze droomwereld letterlijk op z’n kop zetten en veranderen van een enge droom naar een gelukkige droom. Uit angst voor dit inzicht, voor de blije droom, kunnen we er onbewust voor kiezen om genoegen te nemen met pijn en armoede, de nare droom.

Zie je die twee uitersten? Aan de ene kant fixatie op uiterlijk succes omdat je toch denkt dat het hierom gaat (identificatie met het lichaam). Aan de andere kant fixatie op het abstracte en onthechtheid omdat je stiekem ook bang bent voor de echtheid van veranderingen in de droom. Pittige kost, ik weet het. Graag geef ik het nu over aan de Cursus.

Les 306.

 De gave van Christus is al wat ik zoek vandaag.

 Wat anders dan de visie van Christus zou ik vandaag willen aanwenden, wanneer die mij een dag kan bieden waarop ik een wereld zie die zo op de Hemel lijkt dat een aloude herinnering bij mij terugkeert? Vandaag kan ik de wereld die ik heb gemaakt vergeten. Vandaag kan ik aan alle angst voorbijgaan en liefde, heiligheid en vrede hervinden. Vandaag word ik verlost en opnieuw geboren in een wereld van genade en zorgzaamheid, van liefdevolle goedheid en de vrede van God.

En zo, onze Vader, keren we terug tot U, terwijl we ons herinneren dat we nooit zijn weggegaan, en ons herinneren welke Uw heilige gaven zijn aan ons. Dankbaar en erkentelijk komen we, met lege handen, met open hart en open denkgeest, en vragen slechts om wat U geeft. Wij kunnen niets aanbieden wat toereikend is voor Uw Zoon. Maar in Uw Liefde is de gave van Christus de zijne.

Zilverwitte pennenstreken

meeuwen1

Wat doe je als je merkt dat het een rommeltje is in je hoofd? Ik merk de chaos soms op als ik net wakker word. Onsamenhangende gedachten, losse beelden en vage gevoelens vragen even om de aandacht en vervolgen dan weer hun duistere weg. Na enige tijd dient het idee zich aan dat dit alles niet oké is en dat ik helderder moet worden en meer vrede wil ervaren. Er lijkt dan een situatie te ontstaan waarbij een ikje eens even keurig orde op zaken gaat stellen bijvoorbeeld door een werkboekles te gaan herhalen. En verdomd, soms ontstaat er dan meer rust en vrede in m’n hoofd en ben ik al met al weer redelijk tevreden.

Is hier iets mis mee? Ach nee, waarom zou er iets mis mee zijn. Zolang ik maar besef dat dit alles niet meer is dan het is: de overgang van een lage drukgebied met storm en regen naar een wat hoger drukgebied met weinig wind en een zonnetje. De verandering van een onrustig en ontevreden ikje naar een rustiger en tevreden ikje. Alles nog keurig binnen de denkbeeldige grenzen van de duale droom. Misschien is de droom wat gelukkiger geworden. Dat is alles.

Tegenwoordig gebeurt het ook dat ik bij het opmerken van het rommeltje in mijn hoofd de verleiding kan weerstaan om te gaan schoonmaken. Er is een soort woordloos opmerken van wat ik op dat moment geloof. Hé ik geloof dat er nu sprake is van een warrig persoon, hé ik geloof dat er echt een persoontje is die vandaag iets spannends gaat meemaken. Ook is er het opmerken van de sterke neiging om iets te willen gaan veranderen aan wat ik zie. Vervolgens wordt er gezien dat juist de neiging om te geloven in een doener die iets kan gaan veranderen en verbeteren de boel in gang houdt. Zeker, het gaan doen van bijvoorbeeld mindfulness oefeningen levert een plezierigere en rustigere ervaring op. Maar ook deze ervaring is vluchtig en er kan een soort krampachtig bewaken ontstaan van de zo moeizaam verworven vrede.

Dat stapje terug werkt vervreemdend. Het is een opmerken dat elke minuscule poging om iets te veranderen aan wat ik zie slechts resulteert in een bevestiging van de doener en daarmee van het geloof in dualiteit. Dat muisstil zitten loeren kan ook weer een obsessie worden: oeps, nu beweeg ik toch weer! Dat komt omdat er nog steeds gekeken wordt vanuit dat ikje. Het bestaan van dat ikje wordt, anders gezegd, nog steeds gezien als terechte basisaanname. In Advaita kringen wordt het besluipen van de waarheid op deze wijze wel aangeduid als niet-dit-niet-dit. Uiteindelijk kan de bodem vallen uit het geloof dat er iets substantieels zit in dat steeds kleiner wordende ikje, dat doenertje. Woorden die als symbolen hiervoor bij me naar boven komen zijn: onthechting, loslaten, waarheid.

Een ogenschijnlijk 180 graden andere “aanpak” is ook aardig. Hierboven is de insteek: ik ben niet mijn waarnemingen, gedachten en gevoelens. Maar wat blijft er van het ik-gevoel over zonder waarnemingen, gedachten en gevoelens? Pas als ze opborrelen uit- en in bewustzijn vindt de geboorte van het ik-gevoel plaats. Het kan bevrijdend werken om het ik-gevoel te beschouwen als bijproduct van wat zich sowieso voordoet bij alle ervaringen van een binnen- of buitenwereld. Lukt het om hier enig benul van te krijgen? Er klinkt hier in Hoofddorp bijvoorbeeld nu het geluid van een vliegtuig en daarmee ontstaat onmiddellijk het geloof: hé, ik hoor een vliegtuig. De ervaring van het ik-gevoel is onlosmakelijk verbonden met het geloof in iets dat buiten die ik gebeurt, of dat nu een vliegtuig is dat verschijnt of een bepaald gevoel of gedachte. Symbolen die nu verschijnen zijn: overgave, vertrouwen, liefde.

Pers saldo blijken zowel de niet-dit-niet-dit route als de ook-in-dit route uit te draaien op hetzelfde: er is sprake van een onlosmakelijke eenheid van alles. De illusoire doener-ik ontstaat uit het fenomeen van een bewegend lichaam, gedachten en gevoelens. Als bijproduct, onderdeel van het geheel. Als je dit slechts laat binnenkomen op cognitief niveau dan kan er een wat onverschillige gelatenheid ontstaan. Maar als het afdaalt naar je hart dan groeit er verbazing en verwondering. Dat centrum van het universum, dat oh zo schijnbaar belangrijke ikje doet zich gewoon voor, onlosmakelijk verbonden met de rest.

Vijf meeuwen vliegen buiten rondjes om het huizenblok. Iemand heeft wat brood gestrooid. “ik” zie het, ik besta dankzij hen, in hen. Het ik wordt met zilverwitte pennenstreken geschetst. Vluchtig, klaar om vervangen te worden door een nieuwe geboorte. Telkens weer. Telkens nieuw en wonderlijk. Wat een mysterie.

Les 304

 Laat mijn wereld de visie van Christus niet vertroebelen.

Ik kan mijn heilig blik vertroebelen, als ik er mijn wereld aan opdring. Ik kan ook de heilige beelden die Christus ziet niet aanschouwen, tenzij ik Zijn visie aanwend. Waarneming is een spiegel, en geen feit. Wat ik zie is de staat van mijn denkgeest die naar buiten is gespiegeld. Ik wil de wereld zegenen door er met de ogen van Christus naar te kijken. En ik zal de onbetwistbare tekenen zien dat al mijn zonden mij vergeven zijn.

U leidt me uit het duister naar het licht, uit zonde naar heiligheid. Laat me vergeving schenken en zo voor de wereld verlossing ontvangen. Het is Uw gave, Vader, die mij gegeven wordt om te schenken aan Uw heilige Zoon, zodat hij de herinnering van U en van Uw Zoon zoals U hem geschapen hebt, weer vinden kan.

 

Expeditie Robinson

expeditie robinson

Ik heb een hekel aan spelletjes en aan wedstrijdjes. Altijd al gehad. Bedrijfsuitjes waarin een “leuk en sportief” spelelement voortkwam spanden de kroon. Dikwijls wist ik niet van te voren wat me boven het hoofd hing. Maar als de bus stopte op een open veld op de Veluwe en ik een stelletje mislukte gymleraren of ex-militairen klaar zag staan dan wist ik dat het weer zo ver was. We werden verdeeld in team rood, blauw, groen en geel en moesten alvast een yell bedenken. Daarna volgde een martelparcours met fysieke uitdagingen. Dit alles komt weer naar boven nu ik voor het eerst de zoveelste jaargang van Expeditie Robinson volg.

Het laat me zien dat ik werk te doen heb. Ik herinner me dat ik mijn kinderen gewoonlijk dezelfde dooddoener voorhoud die ik me herinner van míjn ouders: joh, het is maar een spelletje. Dus blijven lachen terwijl je eigenlijk bang bent om te verliezen en vervolgens de ander hartelijk en sportief feliciteren als je het liefst het spelbord door de kamer zou willen gooien.

Van leraren op het spirituele pad hoor je dat op een gegeven moment alle onopgeruimde shit naar boven komt. Dit is mijn portie. Ik ervaar schaamte en het voelt zelfs onaangenaam om hierover te schrijven. Moet ik echt alle vuile was buitenhangen? Maar dit is niet “mijn” vieze wasgoed. Dit is een meer algemene angst die naar boven gebracht mag worden waarvan mijn wedstrijd- en spelletjes fobie slechts een zichtbare vorm is. Een vorm die behulpzaam kan zijn omdat deze een aantal zaken bijzonder scherp illustreert. Ik denk klaarblijkelijk dat ik een lichaam ben dat moet overleven ten koste van anderen en met behoud van de goedkeuring van mijn teamleden. Het te serieus nemen van dit spelletje is een duidelijke metafoor voor het serieus nemen van het hele droomleven.

Dus schrijf ik hier toch over en houd de schaamte en angst in het licht. Niet vanuit exhibitionisme en masochisme maar omdat ik er niet voor wil weglopen en de schaamte duidelijk in beeld wil krijgen. Deze keer besluit ik voor een genezing en niet voor het mezelf groothouden met een plastic glimlach. Ik besef dat ik, zoals altijd, niks zelf kan doen. Ik heb onbewust de neiging vast te houden aan geloof in eigen projecties van een spannende en bedreigende buitenwereld juist om me als tegendraads vechtertje een afgescheiden ikje te kunnen blijven voelen. Er is verandering nodig waarbij ik niets anders hoef te doen dan Hulp te vragen. Ik herinner me de Bijbeltekst met de volgende strekking: als je je zonden belijdt ben Ik trouw om deze te vergeven. Gewoonlijk vat men “zonde” op als iets dat moreel verkeerd is, maar dat is in de Cursus niet aan de orde. Zonde is geloof in afscheiding. Precies het geloof dat nu aan de orde is; geloof dat ik een lichaam ben in gevecht met anderen en tegelijkertijd strevend naar hun goedkeuring.

Ik verzet geen stap en kijk stil naar de angst en schaamte. Geen vlucht, geen smoesjes. Terwijl ik m’n blik erop gericht houd vraag ik Hulp. Ik laat me omspoelen en doordringen door Zijn Liefde. Heel open, heel kwetsbaar. Hij komt binnen in mijn hart. Heel voorzichtig en bescheiden opent Hij langzaam de deur. “Dank je Simon, dat je me binnen laat”. Hij geneest, zacht en liefdevol. Het ontroert me.

WB 301: En God Zelf zal alle tranen wissen.

Vader, als ik niet oordeel, kan ik niet in tranen zijn. Noch kan ik pijn lijden, of voelen dat ik verlaten ben of overbodig in de wereld. Omdat ik er niet over oordeel, is dit mijn thuis, en daarom is het alleen maar wat U wilt. Laat me de wereld vandaag onveroordeeld zien, door blije ogen die door vergeving van elke vervorming zijn bevrijd. Laat me Uw wereld zien in plaats van de mijne. En alle tranen die ik vergoot zullen vergeten zijn, want hun bron is verdwenen. Vader, ik zal geen oordeel vellen over Uw wereld vandaag.

Gods wereld is gelukkig. Zij die ernaar kijken, kunnen er enkel hun vreugde aan toevoegen en haar zegenen als reden tot nog meer vreugde in hen. We waren in tranen, omdat we niet begrepen. Maar we hebben geleerd dat de wereld die we zagen onwaar was, en we zullen vandaag Gods wereld zien.

 

Even de weg kwijt

de-weg-kwijt-12165

De Cursus kan zo leuk uit de hoek komen en relativeren. Wij zijn druk met van alles en nog wat en nemen alles bijzonder serieus. Dit geldt vooral voor situaties die ons totaal niet bevallen. Vanuit onze identificatie met ons lichaam beoordelen we de zogenaamde buitenwereld naar de mate dat deze prettig voor ons is of juist erg vervelend. In het eerste geval kabbelt ons leven op een vanzelfsprekende manier verder maar als problemen op ons pad komen dan komt de Cursus meer in beeld en willen we deze weer gebruiken om ons happy te voelen. Niks mis mee, elke wake-up call is welkom.

Merk eens op hoe je als je in problemen denkt te zijn een hele sfeer in je hoofd weet te creëren. Ik stel me wel eens een leeg toneel voor dat ik zelf inricht met donkere kleuren en allerlei bedreigende beelden. Donkere wolken drijven over, de zon is verduisterd en er klinkt dreigend gedonder van het onweer. Iets minder poëtisch geformuleerd: je ziet vervelende mensen voor je en je fantaseert over wat er allemaal niet fout kan gaan in de toekomst. Dan iets wat we meestal over het hoofd zien. We plaatsen onszelf als hoofdrolspeler geheel vanzelfsprekend midden op het toneel. We zijn totaal geïdentificeerd met onze rol en al die ellende die we op het podium zien heeft een duistere echo in ons hoofd. Depressies, angsten, boosheid; allemaal direct veroorzaakt door de vermeende rampspoed, denken we.

Het kost ons moeite om in één oogopslag dit hele tafereel te zien, dus zowel de nare “buiten-“situatie én de duistere “binnen-“wereld. We vinden beiden totaal echt en geloofwaardig. Probeer als je dit een beetje in de picture hebt eens even onbewogen hier bij te blijven. Doorvoel de nare emotie, kijk naar die bedreigende gedachten en nare situatie maar verrek simpel gezegd om een poot te verzetten. Dat kan heel raar voelen want onze haast onbedwingbare neiging is om totaal gedachteloos de hoofdrol te aanvaarden en aan de slag te gaan. We wentelen ons in het slachtoffer gevoel of we vinden onszelf dapper en gaan de strijd aan. We gaan “doen”.

Houd je in en beweeg niet. Laat die impuls om in actie te komen maar gewoon in je bewustzijn verschijnen en onderken dat het toegeven hieraan neerkomt op het meegaan in het toneelstuk. De Cursus zegt het in werkboekles 300 zo mooi: “Want wij, Uw liefhebbende Zonen, zijn even de weg kwijt”. Alles in ons protesteert tegen deze, in onze ogen, understatement. Even de weg kwijt? Ik ben ernstig ziek, ik heb een groot conflict, ik word bedrogen, ik raak mijn baan kwijt ik, ik.. Zie dit protest en kijk er gewoon even naar. Dit is overigens niet hetzelfde als het ontkennen van wat zich aan lijkt te dienen. Ontkenning is gewoonlijk een sterke indirecte bevestiging van het feit dat je ernstig gelooft in wat je lijkt te overkomen. Zie gewoon dat je echt gelooft dat je zwaar in de shit zit. Zie dat elke move die je maakt de illusie slechts bevestigt. En dan geeft dezelfde werkboekles je de gouden tip: Maar we hebben naar Uw Stem geluisterd en precies geleerd wat we moeten doen om de Hemel en onze ware Identiteit te hervinden”.

En zo is het lieve broeders en zusters. We zijn niet voor niets bij les 300. We zijn niet voor niets dagelijks bezig met vergevingsoefeningen. De Cursus is een mind-training. Dit is niet synoniem met “trucje”. Maar we hebben nu minimaal al 299 dagen en waarschijnlijk al jaren geoefend in die op zich zo simpele les: de kleine bereidwilligheid om je hand uit te strekken naar Hem. En dát is wat we nu doen. We zien het toneel inclusief onszelf als hoofdrolspeler en we weigeren hierin mee te gaan. Direct slaan we de ogen op naar Hem. Hier ben ik Vader, Uw Wil geschiede. En potverdorie wat mogen we dan blij zijn, zoals ook de les vervolgt: En we zeggen vandaag dank dat de wereld maar een ogenblik duurt. Wat een zegen..

 

Boven het slagveld

boven het slagveldDonkere scenario’s galopperen achter elkaar de denkgeest binnen. Het nu onafwendbare verlies van mijn baan, zorgen over de hypotheek, de UWV-procedure, het verlies van de leaseauto en ga zo maar door. Even is daar de wanhoop, de overmacht lijkt te groot. Het voelt als een donkere nachtmerrie in het kwadraat. De neiging om hier in mee te gaan, om me te laten overweldigen is groot. De mensen met wie ik spreek bekijken me bezorgd en met medelijden dus wat ik meemaak moet wel heel ernstig zijn. Lief bedoelde telefoontjes, kaartjes in de brievenbus. Iedereen erkent de angst en het verdriet die onlosmakelijk met deze gebeurtenis verbonden lijken.

Ja inderdaad: “lijken”. Gelukkig komt het licht uit de Cursus steeds sneller de duisternis binnen. Ik zie de duistere gedachten aan komen stormen en voel de hete adem van de angst. Ik wil vechten, ik wil strijden en ik wil niet in de duisternis blijven. Maar ik weet dat er iets te kiezen valt, hoe onwaarschijnlijk dat nu ook lijkt. En dat doe ik dan ook; ik besef dat mijn kleine wil en mijn vechten de angst alleen maar groter zullen doen lijken. Teven durf ik die onwaarschijnlijke gedachte toe te laten: ik doe dit mezelf aan. Al die doemscenario’s zijn projecties in de denkgeest bedoeld om als spiegelbeeld een bange Simon te bestendigen. Ik ben de maker van de droom en tegelijkertijd degene die de droom ondergaat. Dromen, spartelen en vechten met het doel om het beeld van een bang en afgescheiden ikje overeind te houden.

Ik denk aan John Mark Stroud. Keer op keer vertelt hij dat hij steeds één les moest leren: blijf dicht bij Jezus. Terwijl de duistere stormen nog door de denkgeest razen laat ik de werkboekles (360-365) in mijn gedachten toe die me al dit hele jaar zo enorm inspireert. Vooral de Engelse versie maakt op mij diepe indruk en is mijn baken in de nacht:

This holy instant would I give to You
Be You in charge. For I would follow You,
Certain that Your direction gives me peace.

<Dit heilig ogenblik wil ik U geven.
Neemt U het in handen. Want U wil ik volgen,
in de zekerheid dat Uw leiding mij vrede geeft>

Ik laat de woorden direct van mijn hoofd naar mijn hart zakken en probeer te vertrouwen op Hem ondanks het geweld om mij heen. Niet meer dan dat. Direct wordt mijn uitgestoken hand gepakt door een trouwe Vriend en word ik opgetild. Boven het slagveld, zoals de Cursus dat zo passend omschrijft. Ik volg de ingeving om de werkboekles van vandaag te lezen op mijn smartphone. Het schermpje verlicht de nog duistere slaapkamer en ik lees:

WB 293: Alle angst is voorbij, en hier is louter liefde.

Ik kan slechts ontroerd en dankbaar buigen en afsluiten met de tekst van deze les waaraan niets hoeft te worden toegevoegd:

Alle angst is voorbij, nu zijn bron is verdwenen en daarmee alle angstgedachten verdwenen zijn. Liefde blijft de enige toestand in het nu, waarvan de Bron voor eeuwig en altijd hier is. Kan de wereld stralend en helder, veilig en uitnodigend lijken, terwijl al mijn vroegere vergissingen op haar drukken en mij verwrongen vormen van angst laten zien? Maar in het heden is liefde onmiskenbaar en zijn haar gevolgen zonneklaar. Heel de wereld straalt in de weerspiegeling van haar heilig licht, en ik zie een wereld die ten langen leste is vergeven.

Vader, laat Uw heilige wereld vandaag niet aan mijn blik ontsnappen. En laat evenmin mijn oren doof zijn voor alle dankliederen die de wereld zingt onder de klanken van de angst. Er is een werkelijke wereld die door het heden wordt behoed voor alle vroegere vergissingen. En ik wil vandaag alleen deze wereld voor mijn ogen zien.

E(HBO-)CIW

EHBO

In de ECIW-coach Facebook-groep bespreken we onze ervaringen met ECIW met elkaar. Met regelmaat klinkt wanhoop door in deze gesprekken. We worden gekweld door angsten en depressies en hopen middels de Cursus hiervan verlost te worden. Natuurlijk is dit niet raar. Wil iedereen die een andere reden had om met de Cursus te beginnen dan onvrede met zijn of haar situatie nu de hand opsteken? Onvrede als aanleiding om bezig te zijn met de Cursus is niet fout of zondig en ook niet onlogisch. Als je je rot voelt en je ziet allerlei mooie spreuken uit de Cursus voorbij komen met daarbij lieve en vredige plaatjes op Facebook dan wil je dat ook. De Cursus als spirituele EHBO-kit.

Het kan frustrerend worden als de Cursus als kwik-fiks gezien wordt. Een enkele keer zien we verlichte getuigen op YouTube die ons vertellen hoe ze in één keer vanuit de goot het licht zagen en een andere, vredige persoon werden. Zo kan het inderdaad gaan maar als we hun ervaring als norm adopteren dan kunnen we het onszelf knap lastig maken. Als dit de meest gangbare ervaring zou zijn dan zou de Cursus ook niet zo dik hoeven te zijn en 365 werkboeklessen bevatten.

Bij het streven naar onze directe verlossing uit de ellende hopen we op één flitsend, verlossend inzicht. Een ogenblikkelijk ingrijpen door de Allerhoogste. En wederom, ik zeg niet dat dit niet kan. Kennelijk zijn sommige van onze broeders en zusters er klaar voor om snel te worden doorstroomd door liefde en een prachtig baken voor ons te worden.

Is God dan een sadist die met willekeur strooit met zijn zegen? Zeker niet. De liefde is constant beschikbaar voor ons maar wij kiezen onbewust voor onze zogenaamd veilige bunker van afscheiding. We menen oprecht dat we ons open willen stellen voor de liefde maar de Cursus leert ons dat we sluiers hebben opgetrokken voor het gelaat van Christus zonder dat we het zelf in de gaten hebben. Steeds komt het weer neer op angst. We zijn bang voor Liefde, voor God, voor onze ware natuur maar hebben het zelf niet door.

Vanuit deze angst projecteren we een wereld met daarin onszelf als afgescheiden ikje. Dit is een vrijwel helemaal gesloten systeem. Wat bedoel ik hiermee? Kijk even naar binnen en zie daar het dappere doenertje dat af wil van zijn of haar nare leven. Zie hoe hij zich inspant. Wat hij echter niet ziet is dat het ik-gevoel en de gedachte dat deze ik écht iets kan doen onderdeel is van de illusie waaraan het probeert te ontsnappen. Hoe harder het ikje spartelt hoe meer het bevestigt dat het gelooft dat er binnen het illusoire systeem iets te halen valt.

Hoe kunnen we dan stoppen met ons zelfbevestigende gevecht? Deze vraag is niet te beantwoorden zonder te gaan staan op het waanidee dat er echt een “hoe” is om de werkelijkheid te benaderen. Toch hoeven we niet bang te zijn om denkbeeldige stapjes te zetten zolang we dit met een milde glimlach doen en weten dat we onszelf een beetje foppen. Hoewel de liefde er altijd voor ons is, noemen we ons tenslotte ook studenten die iets gedurende 365 dagen aan het leren zijn. We spreken van een mind-training. Dit lijkt paradoxaal maar het blijkt dat onze angst en agitatie binnen de droomwereld hiermee wat afnemen waardoor de openheid voor liefde en vrede toeneemt.

Nu even heel praktisch. Wat doe je nu midden in je hectische worsteling? Ik ga en kan niet een algemeen geldende “aanpak” bieden maar ik kan natuurlijk wel aangeven wat mij helpt. Klassiek thema voor mij is het hebben van een probleem met doorslapen. Dat werd zomaar een heel ding waarbij ik uren lag te worstelen en te vechten om weer in slaap te kunnen vallen. Angstige gedachten en voorspellingen over hoe vervelend de komende dag zou worden speelden daarbij door mijn hoofd. Vanuit ECIW meende ik precies te weten dat ik dit mezelf aandeed maar zelfs met deze wetenschap lukte het de doener-Simon niet om te stoppen. Zoals zo vaak maakte het gevecht de situatie slechts echter en vervelender voor me. Dit is een vast patroon bij zoveel kwesties. De grootte van onze wens om er vanaf te komen is illustratief voor onze inschatting van de echtheid van ons probleem.

Tegenwoordig kies ik er vrijwel meteen voor om eens te beginnen met wat mindfulness oefeningen. Daarbij ervaar ik direct weerstand. Ik wil mijn aandacht houden bij mijn probleem, de slapeloosheid, en dit aanpakken. Toch maar gewoon die aandacht brengen naar de geluiden, de aanraking op de huid, de ademhaling enzovoort. Hierdoor zakt het excitatie-niveau wat. Tijdens ECIW-bijeenkomsten wordt niet voor niets dikwijls begonnen met een even landen in de situatie. Is dit een nieuwe methode? Een truc of vereiste? Nee, we moeten het niet groter maken dan het is. Het is gewoon een simpele manier om een bescheiden shift te maken van doen naar ontvangen.

En in die iets meer ontvankelijke toestand kan ik gewoonlijk beter de rust vinden om Hem uit te nodigen. Ik erken dat ik alles heel serieus neem en dat ik druk aan het doen ben om deze ramp af te wenden. Dus geen ontkenning maar juist erkenning van mijn bezorgdheid. Vervolgens visualiseer ik dat ik Jezus ontmoet. Tafereeltjes uit de Bijbel komen soms in mijn bewustzijn. Letterlijk Jezus als herder die me naar een groene weide brengt bijvoorbeeld. En dan probeer ik hem de hele situatie aan te bieden wat inhoudt dat ik zoiets kan zeggen als: “Oké Heer, ik heb geen idee wat echt goed is voor mij nu. Ik weet niet of ik persé in slaap moet vallen of gewoon zo wat uurtjes wakker bij U mag zijn. Ik laat het aan U over. Het is goed zo”.

Natuurlijk besef ik soms dat ik dit toch weer stiekem als trucje gebruik om lekker in slaap te vallen. Het is dan maar zo. Steeds weer besluit in naar Hem te gaan en te vertrouwen dat het dan goed is. Vannacht kwam een Bijbeltekst bij me naar boven. “Heer ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp”. Geloven dan vooral in de betekenis van “vertrouwen”. Is het dan altijd een happy end? En Simon sliep nog lang en werd uitgerust wakker? Nee hoor. Soms lig ik lang wakker. Maar het vechten wordt minder en stopt soms helemaal. Het blijken soms de meest waardevolle uurtjes van mijn dag.

Als afsluiting nogmaals die prachtige les van gisteren:

WB 287: Mijn doel bent U, mijn Vader, U alleen.