Mist in m’n hoofd

mist-en-zonVanmorgen werd ik wakker in zo’n vormloze, mat-grijze stemming. Dat gebeurt wel vaker. De gedachte aan de Cursus komt wel naar boven maar ik doe er even weinig mee omdat er geen dramatische dingen aan de orde zijn. Geen grote emoties, geen angsten of bezorgdheden maar ook niet direct iets waar ik heel veel zin in heb. Slechts die amorfe vlakheid waarbij m’n gedachten als flarden mist door m’n denkgeest schuiven. De matheid bevalt me niet echt, ik wil er wel van af maar ben tegelijk te lamlendig om hiervoor een inspanning te verrichten.

Routinematig pak ik m’n telefoontje waarop de werkboeklessen staan. M’n nog slaperige ogen moeten een beetje worstelen en lezen dan Les 49: “Gods Stem spreekt tot mij, heel de dag”. Aan het einde van de eerste alinea staat dat er een gedeelte is van mijn denkgeest dat constant afgeleid is, ontregeld en uiterst onzeker. Ja, denk ik, that’s me. Ik merk dat m’n gedachten afdwalen richting het verleden en richting de toekomst. Er is geen duidelijke verhaallijn maar wel een terugkerend patroon: ik wil overal zijn in m’n denkgeest behalve hier en nu. Zachtjes herhaal ik de werkboekles en ik merk weerstand om stil te worden en me af te stemmen op God. Dat is het dus. Dat is waarom ik die wolk van grauwe meligheid projecteer. Ik zoek onbewust verdoving om te voorkomen dat ik de aandacht richt op dat andere deel van de denkgeest waar Hij altijd spreekt van licht en liefde.

Ongemerkt is de vergevingsoefening begonnen en richt ik de aandacht op die weerstand om NU te luisteren naar de vogeltjes die subtiel zingen in de tuin. Weerstand om nu stil te zijn. Het is de bekende weerstand tegen de liefde die voortkomt uit angst voor God, angst voor het opgeven van de denkbeeldige grens die ik zo graag om mijn ego heen bouw. Nu ik die angst en de neiging tot weglopen zie, kan ik Hulp vragen. “Ja Heer, spreek tot me. Ik meen dat ik wil dwalen in de mist maar natuurlijk wil ik zijn in het licht, bij U.” Dan zie ik de zon boven de mistflarden verschijnen. Ik voel de prille warmte van haar stralen. Ik zwijg, buig mijn hoofd en ben dankbaar.

 

Ik stel me zo voor..

hete-lucht-ballon

Dat ik mezelf onbewust vastklamp aan deze droomwereld.Daar heb ik zo mijn maniertjes voor. Dat vastklampen doe ik bijvoorbeeld door ergens iets van te vinden. Sommige dingen vind ik leuk, daar wil ik dan meer van. Dat verlangen naar ‘meer’ vergroot mijn verbinding met de droom. Omgekeerd wil ik sommige dingen juist niet. Die probeer ik dan te vermijden. Maar door ze te willen vermijden geef ik ze juist macht. De macht, jawel, om mij betrokken te houden bij de droom. Vertaald naar de andere droompersonen in mijn droom kun je spreken van speciale liefdes- en speciale haat relaties. Beide hebben hetzelfde doel; mijn vasthouden in verbondenheid, ja zelfs gebondenheid, aan de droomwereld.

Waarom kies ik ervoor om mezelf middels oordelen te ketenen aan deze illusie? Omdat ik bang ben voor de vrijheid die ik eigenlijk ben. Zonder mijn oordelen, zonder mijn liefdes- en haat-relaties, zou ik wegzweven gelijk een ballonvaarder die de zandzakken loskoppelt. Deze ballon met Heet Gas (HG) zou me meenemen, mijn vrijheid tegemoet. Richting de grenzeloze, heldere blauwe hemel. Richting de zon.

Maar hoe kan ik die zandzakken die me naar de aarde blijven trekken dan losmaken? Hier komt ‘vergeven’ om de hoek kijken. De eerste stap hierbij is bewustwording van m’n gebondenheid. Hier is oog voor te krijgen door bijvoorbeeld op te merken wanneer ik een situaties niet oké vind. Ik wil de situatie of een persoon vermijden of ik meen dat ik iets of iemand anders nodig heb om me gelukkig te maken. Angst en onvrede zijn duidelijke signalen dat ik geïdentificeerd ben met mijn droomlichaam in de droom. Niet fout of zondig, maar wel onvrij. Kan ik me inhouden en niets wegduwen of juist vastklampen? Kan ik in mijn duistere wereld zien waar ik mee bezig ben?

Uit mijzelf kan ik niets doen. Maar toch is aan mijn diepste Zelf alle macht gegeven. Daar moet ik heen, tot Hem kan ik me wenden. WB 44 (5): ‘laat alles wat je nu gelooft achter je. In eigenlijke zin is dit de bevrijding uit de hel. Toch is het, gezien door de ogen van het ego, een verlies van identiteit en een afdaling in de hel’

Vergeef samen met Hem, laat de ballast los en zweef richting de hemel. God is het licht waarin ik zie.

Van denkhoofd naar liefde

denkhoofd

Misschien was het OSHO die ooit zei dat het leven geen puzzel is die moet worden opgelost maar een mysterie dat geleefd mag worden. Mooie woorden. Zelf ben ik nogal een denker, een piekeraar. “Hoe zit het nu eigenlijk allemaal in elkaar?”, is een vraag die ik me van jongs af aan stelde. Toch herinner ik me dat ik het fijn vond om dat zogenaamd krachtige denken bewust op een dood spoor te zetten met onmogelijke vragen. Koans, zouden ze in het boeddhisme zeggen. Ik stuurde m’n gedachten de kant op van het begin van de tijd, het einde van het heelal. “Wat was er eigenlijk voor de oerknal?”. Dat soort vragen.

Op levensbeschouwelijk gebied vond ik dat het ook moest kloppen. Maar toch. Toen ik kennis nam van de Advaita vond ik dat dit helemaal klopte. Toch miste ik in de manier waarop ik met Advaita omging iets; liefde. Dat bracht me naar een Baptistengemeente. Hier vond ik heel veel liefde maar het klopte naar mijn mening niet. Ik voelde gewoon dat het duale wereldbeeld met een God die zowel liefhad als offers eiste niet kon kloppen. Rond 2009 kwam met grote helderheid het besef binnen dat geloof in een concept als plaatsvervangend lijden nooit waar kon zijn. Conceptueel geloof op zich viel totaal door de mand. Erg verhelderend. (Een verslag van het doorbreken van dit inzicht verscheen in de vorm van twee boekjes: Een Christen op Satsang / Geen beeld van God).

Ik was op een heerlijke manier besmet geraakt met het eenheids-virus. Niet alleen intellectueel maar ook qua gevoel. Diep van binnen voelde ik dat dit de goede weg was hoewel ik tegelijk snapte dat er geen weg kon zijn naar de waarheid. Het zal niet toevallig zijn geweest dat toen de Cursus op m’n spirituele pad kwam. Heerlijk! Je hoeft niks aan te nemen maar slechts te overwegen wat er verteld wordt en de werkoeklessen te doen. Ervaring doet de rest. De Cursus is een stelselmatige manier om vraagtekens te zetten bij onze waarnemingen van ons duale wereldbeeld. Door dit te doen verandert de droom langzaam maar zeker in een lucide droom; we zijn nog steeds niet wakker maar er daagt iets van het besef dat we slapen.

Toch blijft het droomfiguurtje (ikje) zich af vragen wat ie nog allemaal moet doen en hoe lang het nog duurt voordat hij of zij wakker zal worden. We blijven ervan overtuigd dat dit ik nog iets kan bereiken. “Ik” kan echter zelf niet werken aan een ervaring waarin hij zelf verdwijnt en oplost. Want dat betekent wakker worden immers. Het realiseren van onze Christus-natuur kan geen prestatie zijn van “ik”. We kunnen onszelf niet de waarheid in denken, hoewel ik daar toch te veel energie in bleef steken.

En nu keert de wal het schip. Ik loop momenteel tegen de gevolgen aan van een hersenoperatie in 2011. Kort door de bocht; conceptueel denken kost me zoveel energie dat ik na ongeveer een uur sta te tollen op m’n benen. M’n hele aardse leventje staat op z’n kop. Ik werk nog maar 50% en dreig m’n baan te verliezen. In m’n vrije tijd kan ik maar zeer beperkt te dingen doen die ik leuk vind; lezen, schrijven, denken, sociale contacten en tv kijken. Ik word dus “gedwongen” om meer te “zijn” en minder te doen. Gods wegen (ofwel de wegen van ons Goddelijke Zelf) zijn voor ons ikje ondoorgrondelijk maar tevens heerlijk. Mijn ego-denkkracht(je) moet zich overgeven, loslaten. Als vanZelf ontstaat er een meesurfen op een golf, een beweging, die steeds groter wordt. Het luisteren, vertrouwen en overgeven aan Hem. Die stille Stem, mijn innerlijke leraar, mijn Heiland.

En dan zo’n werkboekles als die van vandaag (42):

God is mijn kracht, Visie is Zijn geschenk.

God is mijn kracht. Ik hoef zelf niks te doen. Mijn inspanningen op weg naar verlichting zijn niet alleen tot mislukken gedoemd maar ook totaal onnodig. Slechts dat kleine beetje bereidwilligheid wordt gevraagd. Heer, ik grijp Uw hand. Leid mij op Uw weg. En dan verder; Visie (ontwaken) is Zijn geschenk. Ik hoef niks voor elkaar te boksen maar krijg een wonderlijk Cadeau van Hem die onze Vader is. Ik hoef slechts mijn handen te openen, van vechtknuisjes naar open, uitgestrekte handen. En Hij geeft. Want dat is Zijn natuur, en de onze. Die wonderlijke zachte wet uit de Cursus. Door te (ver-)geven van denkbeeldige anderen, van de droomwereld, door niet te oordelen maar alles en iedereen te vertrouwen ervaren we die onverdiende genade. Zo zacht. Dank.

Verkiezingen en schijnzekerheid

verkiezingen

Een paar weken geleden zag ik op tv korte interviews met mensen die gingen stemmen op Donald Trump. Ze zagen in hem een soort verlosser van de arme arbeider. Zo zou hij bijvoorbeeld kolencentrales die gesloten waren vanwege milieueisen weer openen. Ik merkte dat ik de kortzichtigheid van dit ‘domme publiek’ veroordeelde. Daarin werd ik eergisteren bevestigd toen Amerikaanse ex-mijnwerkers beseften dat met het afschaffen van de Obama care ook de zorg voor hun stoflongen niet langer vergoed zou worden.

Terug naar Nederland en mijn oordeel over de Amerikaanse kortzichtigheid. Ook wij krijgen verkiezingen en ik vind het altijd leuk om de kieswijzer in te vullen. En, jawel, ook ik heb de neiging om te kiezen voor partijen die goed zijn voor mijn portemonnee. Ik loop al wat langer mee binnen de illusie dus zaken als AOW-leeftijd en pensioenen hebben mijn aandacht. Daarnaast rommelt het een beetje met mijn lichaam dus ziektekosten en sociaal beleid vind ik ook belangrijk. Kortom, mijn Amerikaanse broeders vormen een fraaie spiegel van ego-standpunten die ik krachtig geloof.

Het helpt me om m’n opvattingen eens te bekijken vanuit de invalshoek van angst. Het ‘willen hebben’ is natuurlijk slechts de reactie op de angst om tekort te komen. Snel wordt duidelijk dat het hebben van geld, van goede gezondheid, van een goed leger en goede grenscontroles en zelfs van een schoon milieu zich allemaal afspeelt rondom de angst dat me iets ergs kan gebeuren als deze zaken niet in orde zijn. Anders geformuleerd; ik denk dat het hebben van iets mij zekerheid kan bieden. En daarmee zit ik midden in de duale politieke arena. Want als IK iets moet hebben om me zeker te voelen dat moet een ander dit aan me geven. Het is dan jij of ik.

Er valt, zoals gewoonlijk, dus weer genoeg te vergeven. Niet dat we ons niet mogen bekommeren om deze kwesties. Ook niet dat de Amerikaanse mijnwerker of ik zondig zijn. Nee, we zijn slechts bange kinderen die hun veiligheid op de verkeerde plaats zoeken, in hebben in plaats van in zijn. Veel geld, een goede gezondheid, het buiten de grens houden van andersdenkenden gaan ons geen gevoel van zekerheid geven. We moeten dan constant op ons hoede blijven om onze denkbeeldige identiteit, ons denkbeeldige afgescheiden lichaam, te beschermen.

Deze angst mag ik zien en doorleven. Ik mag contact maken met mijn zorgen voor de denkbeeldige toekomst. Vervolgens mag ik weten dat deze angst het gevolg is van mijn geloof in de afscheiding van liefde. Het gaat zelfs een stap verder. Het ego gebruikt deze angst om zichzelf lekker afgescheiden te voelen. En dat merk ik als ik deze angst naar de Heilige Geest breng om er samen naar te kijken. Mijn ego begint te tetteren dat ik rechten heb en dat anderen niet zo hebberig moeten doen en het wil vasthouden aan de angst. Maar durf ik samen met Hem te kijken en mijn muren om te laten vallen? Durf ik voor mijn gevoel kwetsbaar in de liefde te gaan staan? Durf ik de agressie die ik in anderen meen te zien te herkennen als dezelfde angst die ook in mezelf vergeven mag worden? Durf ik de eenheid van die anderen en mezelf te erkennen in mijn denkgeest en Zijn liefde te laten binnenstromen? Mijn ikje durft dit niet, zoveel is duidelijk. Maar als ik de hand grijp van Jezus en naar Hem kijk dan mag ik in vertrouwen mijn angsten loslaten. Ik mag het weten en ervaren:

WB 39: Mijn heiligheid is mijn verlossing.

Hoe gaat het met jou?

hoe-gaat-het-met-jou

Fijne vraag is dat. Iemand die oprecht belangstelling voor je heeft. Naar je luistert en om je geeft. Gewoon een beetje menselijkheid, een warm gevoel. En hoe schrijnend is het als het niet gebeurt. Als je alleen maar geeft binnen een relatie en niks terugkrijgt. Je kent het ongetwijfeld. Je bent met familie of vrienden en je hebt zelf belangstelling voor ze. Je luistert, vraagt door en toont empathie. Soms merk je het pas als je weer thuis bent. De vraag dringt zich aan je op: “hebben ze eigenlijk wel iets aan mij gevraagd? Bij een volgende gelegenheid ga je er eens op letten. Nee, weer niet. Je hebt het gevoel dat je leegloopt.

Het wordt helemaal pijnlijk als het mensen betreft waar je nauw mee samenleeft. Je intimi, zogezegd. Misschien is het je vader, je moeder of zijn het je kinderen of zelfs je partner. Je bedenkt excuses voor ze. Ach, ze hebben het ook zo druk, er gebeurt zoveel in hun leven, misschien een andere keer weer. Mogelijk kan die ander gewoon niet anders en heeft hij een licht autistisch trekje waarbij de wederkerigheid van de relatie er een beetje bij in schiet.

Ik merk dat ik kwaad word op mezelf als ik me druk maak als ik geen aandacht krijg van mensen die me dierbaar zijn. De boosheid richt zich naar binnen, om m’n vermeende zwakheid. Ik hoor sterk te zijn, niemand nodig te hebben. Maar als ik eerlijk ben voel ik wel degelijk pijn, eenzaamheid en verwijt.

Dit is het signaal dat er een vergevingsles nodig is. Want wat is er aan de hand? Ik heb me laten verleiden om te geloven in wat de Cursus aanduidt als ‘speciale relaties’. Ik meen dat mijn geluk niet compleet is zonder de aandacht en liefde van anderen. En als die anderen mij dan in mijn ogen tekort doen dan rechtvaardigt dit mijn boosheid, mijn aanval. Ze zijn schuldig en als ze dat nog niet weten dan zal ik ze subtiel laten weten dat ze me ernstig tekort doen. Ik kan bijvoorbeeld de martelaar uithangen en ze opbellen. “Hallo, hoe is het. Ik heb zolang niet van je gehoord dus ik dacht laat ik maar weer eens bellen”. Zo, die voelen ze. Vrij vertaald in Cursus-termen: jij bent schuldig en je hebt mij gemaakt tot slachtoffer. Ik zal je je zonden eens even goed inwrijven! De werkboekles van vandaag (31) luidt echter: ‘Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie’.

Ik ben aan het projecteren. Het begint bij m’n geloof in de afscheiding. Ik meen mezelf losgedacht te hebben van God en ja, door dit te geloven voel ik een gemis. De enige echt werkzame aanpak is vaststellen dat er niks aan de hand is, het malle dwaze idee van afscheiding niet te geloven en de stille Stem van Hem, van de liefde te geloven. Maar nee, ik kies ervoor om het spel van afscheiding wel te geloven. Ik mis iets en God / jij geeft het me niet en bent daardoor schuldig. God / jij doet me iets aan.

Is deze onnozelheid dan iets om me schuldig over te voelen? Welnee, je mag dit spel spelen, als je wilt. Je mag je alleen, zielig, slachtoffer, onafhankelijke krachtpatser, martelaar voelen; als je wilt. Natuurlijk mag je, als het zogenaamd goed gaat en je wel aandacht en liefde krijgt, hiervan lekker genieten. Maar als je lijdt aan je eenzaamheid dan is het wel handig om te beseffen dat dit eigenlijk niet hoeft. Dat je het gevoel van slachtofferschap mag loslaten. Het ego zal protesteren en zeggen dat dit niet zomaar kan. Het wil het spel van beschuldigen niet opgeven omdat het daarmee de bijl legt aan de wortel van zijn eigen denkbeeldige bestaan.

Moet ik dan op mezelf blijven? Mag ik niet genieten van gezelligheid en een fijn gesprek? Tja, ons ego schiet altijd van het ene uiterste naar het andere. Verslaafd zijn aan gezelschap en verslaafd zijn aan je vermeende onafhankelijkheid zijn twee kanten van dezelfde medaille. Er is geen ikje dat afhankelijk is van andere ikjes en er is ook geen ikje dat niemand nodig heeft. Er is alleen maar Liefde. En dat ben jij.

Donald, cést moi

trump

Donald, wat is je gezicht toch gespannen. Wat praat je toch afgemeten, onderstreept met scherpe gebaren. Donald, waarom wil je aanvallen en beledigen? Arme Donald, je ziet zoveel gevaar om je heen en je wilt zo graag jezelf beschermen door muren te bouwen en grenzen dicht te gooien, veilig in je bunker. Donald, je doet zo stoer maar je lijkt zo bang. Je gelooft zo erg dat je kwetsbaar bent en dat je moet vechten. Arme Donald, je wilt zo graag liefde maar die laat zich niet pakken. Door je te verharden word je slechts banger en bozer.

Lieve Donald, haal eens rustig adem. Doe een lekker slobber truitje aan en een spijkerbroek. Wandel eens door het park lieve man, luister naar de vogels en kijk naar de wolken in de lucht. Voel de zachte wind op je huid. Zie de andere mensen in het park; mannen en vrouwen, jong en oud, christenen en moslims. Kijk hoe ze met elkaar praten en lachen, zie de arm om de schouder, de handdruk, de kus. Zie het licht stralen door de bomen, kijk daar, een hondje en een oude vrouw op een bankje.

Donald, ik heb je geprojecteerd om jou te kunnen veroordelen in plaats van mezelf. Ik heb al mijn vermeende zonden op jou gelegd, maar het is niet nodig. Met jou ontspan ik mijn gelaat, met jou haal ik adem en met jou laat ik mijn schild zakken en laat mijn zwaard los. Ze waren te zwaar en zo onnodig. Met jou kijk ik naar de nieuwe wereld. Nog steeds een droom, maar zacht en lieflijk. Donald in mij, ik omarm je, vergeef je en vergeet alles wat ik van je meen te weten. Liefde stroomt tussen jou en mij. Onze schouders ontspannen en de angst ebt weg. Er is warmte, en vrede. Donald, ik houd van jou.

WB 29: God is in alles wat ik zie.

 

Trots en angst

boy-superhero_1100_734_84_c1Vandaag had ik een vergadering van m’n werk. Ook ik moest een presentatie geven, iets wat ik redelijk goed schijn te kunnen maar waar ik me toch altijd druk voor maak. Ik was pas na de lunch aan de beurt dus had ik de hele ochtend om zenuwachtig te zijn. De eerste minuten van m’n verhaal merkte ik dat ik licht de bibbers had maar daarna liep het lekker. In de namiddag vatte ik de dag samen en ook dat ging goed. Aan de blikken van de deelnemers zag ik dat ik ze wist te raken en achteraf kreeg ik een compliment.

Zojuist lag ik tevreden in bad met het boek “Ik ben niet een lichaam” van Margot Krikhaar. Indrukwekkend. Goudeerlijk beschrijft ze hoe ze na een geslaagde lezing in Amersfoort een gering mate van trots ervoer en hoe ze dit bij Jezus diende te brengen. Dezelfde Jezus vond het terecht nodig mij dit boek in handen te spelen en me vlak na de vergadering met m’n neus op de feiten te drukken. Pijnlijk te moeten toegeven maar helaas, ik ervaar ook trots op mijn bijdrage aan de meeting.

“Mooi zo”, veert het ego op,” je moet je diep schamen voor die arrogantie”. En ik neem dit commentaar direct zeer serieus. Dat blijkt ook uit het feit dat ik een hekel heb aan eigengereide en zelfingenomen medemensen. Wat ik in mezelf veroordeel projecteer ik naar ‘buiten’. Typisch gevalletje van projectie; wel het splintertje in het oog van die ander zien maar niet de balk in de mijne.

Gelukkig volgt er wat helderheid. Er is niks gebeurd. Noch die anderen, noch ik zijn eigengereide opscheppers, we zijn schuldeloze kinderen van God. We zijn slechts bang en onzeker en we menen dat we de liefde van anderen nodig hebben in de vorm van complimenten en waardering. Dit als surrogaat van de echte Liefde die we willen. We menen een afgescheiden ikje te zijn dat moet vrezen voor de toorn van anderen /God en ons best moeten doen om de goedkeuring van anderen /God te krijgen. Angst en trots zijn twee kanten van dezelfde ego-medaille. Ze vormen een package-deal, zogezegd.

Mijn broeders en ik, en misschien jij ook wel een beetje, verdienen geen veroordeling voor onze uitsloverij maar we mogen wel een bevrijdingsles leren. Ik moet denken aan WB 26: Mijn aanvalgedachten zijn een aanval op mijn onkwetsbaarheid. Ik meen iets op te moeten houden waarvan ik meen dat het kwetsbaar is. Ik meen iets te moeten verdedigen tegen denkbeeldige aanvallers. Het speelt zich allemaal af in mijn denkgeest. De hele projectie van oordelende buitenstaanders en een dapper en vermoeid strijdend ikje.

Heer, dit zelfde ikje heeft niet de kracht om dit zomaar los te laten, om de medaille op te geven. De trots-angst-gevoelens lijken aan me vast te kleven. Er moet echter een andere manier zijn en ik heb altijd de keuze om te zeggen dat ik Uw hulp nodig heb. Heer, kom binnen door die piepkleine opening in mijn denkgeest. Van U is de kracht, de vergeving en de vrede. Dank.

Egoïstische gulzigaard

gulzig

De Cursus wordt pas interessant en vooral confronterend als we deze echt proberen toe te passen op concrete situaties. Neem de Werkboekles van vandaag (21): “Ik ben vastbesloten de dingen anders te zien”. Tuurlijk, ik wil dingen best wel anders zien en ik zal eens een beetje rommelen met dit idee. Maar nu concreet. Er verschijnt een man in m’n bewustzijn. Ik vind hem nukkig en stil maar wat me het meest irriteert is zijn botte egocentrisme. Bij een buffet staat hij bijvoorbeeld altijd vooraan en vervolgens schept hij onevenredig veel op van de lekkerste gerechten. Grrr, wat een ongebreidelde gulzigheid en wat een aso.

Wat is de eigenschap die ik het meest in hem verafschuw? In Jip en Janneke taal; zijn ik-hebbe-hebbe houding. Nogmaals WB 21: ik ben vastbesloten zijn ik-hebbe-hebbe houding anders te zien. Echt waar? Nee, ik ervaar direct weerstand. Ik heb helemaal geen zin om m’n afschuw hiervan te onderdrukken. Ik vind het verfoeilijk.

En nu de confronterende kracht van de Cursus: wat ik in hem zo verafschuw is iets wat ik in mezelf zie, niet accepteer en naar “buiten” (op hem) heb geprojecteerd. NEE, schreeuwt mijn ego, HIJ is een hebbe-hebbe-egoïst, IK niet. Hier wil ik helemaal niet aan, ik wil dit trekje helemaal niet in mezelf zien en ik verfoei dit juist. Maar dan, oh zo pijnlijk, komen er situaties in m’n denkgeest naar boven waarin ik onmiskenbaar ik-hebbe-hebbe gedrag vertoon. Op metafysisch niveau is mijn hele geloof dat ik een afgescheiden ikje ben zelfs een illustratie van het ik-hebbe-hebbe geloof. De eeuwige en onbegrensde liefde van God is me niet genoeg. Ik wil me “ik” voelen, dit heeft direct een gevoel van schuld en gemis tot gevolg. Ik wil de leegheid opvullen met van alles en nog wat, zelfs met de lekkerste hapjes van het buffet. En ook ik, ai ai wat akelig, ben bang hierbij tekort te komen. Er is een angstige egoïst voor nodig om een (zogenaamd) andere angstige egoïst te herkennen.

Is deze hand in eigen boezem een soort biechtdrang? Hoop ik dat je minzaam glimlacht en mij dit nare trekje vergeeft? Nee, ik hoop dat je met me meevoelt en, wellicht met een ander voorbeeld, samen met mij oog krijgt voor je projectie op denkbeeldige anderen en je grote weerstand om dit te erkennen.

Goddank is er een uitweg. We kunnen, als is het met enige tegenzin, anders kiezen en niet naar het ego luisteren maar naar de Heilige Geest. Het ego wil (zelf-)beschuldiging maar de Heilige Geest zegt: “Er is niks gebeurd, de afscheiding heeft niet plaats gevonden en jij en de man waarop je projecteert zijn volkomen onschuldig en roepen allebei slechts om liefde. Kom maar tot mij en ontvang deze liefde. Ik, de onbegrensde liefde, ik ben je verlosser en mijn Wil is dat jij je eenheid met je broeder ervaart zodat je de eenheid van jullie beiden met Mij kunt ervaren. Je bent de Heilige Zoon van God. Vrede zij met je”.

Ik ben vastbesloten mijn oordelen onder ogen te komen en er vervolgens met Hem opnieuw naar te kijken.

Slechts een droom

zinkende-vrouwVanmorgen werd ik wakker uit een droom. Ik had gedroomd dat ik op een steiger liep boven water. Voor me liepen een man en een vrouw naast elkaar. Plotseling gaf de man de vrouw een schouderduw waardoor ze in het water viel. Ze zonk direct en bleef vele meters diep op roerloos en bewusteloos op haar rug op de bodem liggen. De man aarzelde geen moment en dook haar na. Ik aarzelde wel even maar sprong ook. In het volgende beeld zat de man, die toen mijn zwager bleek, op zijn billen in het nu ondiepe water en hield de vrouw liefdevol met haar hoofd boven water. Ze was nog steeds bewusteloos. Ik trok me omhoog aan de steiger en riep omstanders dat ze 112 moesten bellen.

Toen ik wakker was geworden besefte ik direct dat het een droom betrof. “Hoe bedenk ik dit toch?”, vroeg ik me af. “Hoe kan ik bijvoorbeeld dromen over een vrouw die ik niet ken?”.

Een paar minuten later las ik WB 15: Mijn gedachten zijn beelden die ik heb gemaakt. Natuurlijk, dacht ik, het is net als met die droom. Ook als we wakker zijn bedenken we van alles en nemen het dan heel serieus en denken dat het de waarheid is. Maar goed, de droom was nu ontmaskerd als een vreemd gedachtenspinsel en ik kan er ook wel wat begrip voor opbrengen dat niet alles wat ik nu denk even zinvol is.

Maar dan gaat de les verder. Haast achteloos presenteert de werkboekles een oefening waarbij ze je vraagt rustig om je heen te kijken en alles wat je meent te zien te bestempelen als een beeld dat je hebt gemaakt. Gaat ie dan:

  • Die lamp is een beeld dat ik heb gemaakt
  • Dat gordijn is een beeld dat ik heb gemaakt
  • M’n hand is een beeld dat ik heb gemaakt
  • M’n vrouw naast me is een beeld dat ik heb gemaakt.

 

Tjonge, aparte oefening, what’s next.

MAAR HO EFFE! Wat doe ik deze oefening makkelijk af als een apart gedachtenexperimentje. Die zinnen even rustig babbelen en er een beetje mee spelen is één ding. Maar overweeg nu eens dat ze echt waar zijn. Overweeg eens dat lamp, gordijn, hand en partner niet meer werkelijkheidswaarde hebben dan steiger, zwager en de gezonken vrouw! Pas nu komt de ongelofelijke radicaliteit van de werkboekles naar boven. Want wat moet ik bekennen als ik eerlijk ben? Dan moet ik toegeven dat ik geen moer geloof van wat ik net heb liggen oefenen.

NATUURLIJK ZIJN DIE LAMP, DAT GORDIJN, MIJN HAND EN MIJN PARTNER GEEN BEELDEN DIE IK HEB GEMAAKT! DEZE ZIJN NATUURLIJK HARTSTIKKE ECHT!

Ik zie een enorme weerstand om serieus te overwegen dat deze zogenaamd echte wereld waarin ik zojuist ben wakker geworden niet meer is dan een voortzetting van de droom. Een beetje dollen met wat zinnetjes die ik uitspreek is één ding maar serieus de waarheid overwegen van wat ik zo lig te brabbelen is van een andere orde. In feite zie ik een grote muur van ongeloof voor me opdoemen. Deze wereld is natuurlijk echt en de droom niet; ik weet het zeker want zo ervaar ik het in het merg en been.

Deze muur van ongeloof verkies ik echter zelf daar te bouwen. Want wat gebeurt er als er een gaatje in deze muur komt zoals door het doen van de oefening? Dan word ik geconfronteerd met een tot dan toe onbewuste angst. Wat als wat ik meen te zien echt niet echt is? Er wordt geschud aan de fundamenten van een zo vertrouwd wereldbeeld. Een beeld dat ik zelfsprekend vind en nooit als beeld zie.

De oefening licht een tipje van de sluier van de illusie op. Want er is geen wereld, alleen maar denkgeest. Alleen maar eenheid en liefde. Maar we willen ons zo graag als ikje ervaren dat we ons los denken van deze eenheid. Dit kost energie want we moeten de muur als een schild in stand houden. We moeten onze projecties maken en in stand houden. Want op het moment dat de Cursus met WB 15 op dit denkbeeldige muurtje klopt dan schrikken we ons te pletter. We willen koste wat het kost onze illusie overeind houden en serieus blijven nemen. Dus nemen we de werkboekles maar wat minder serieus. Want stel je eens voor dat het echt waar is. Dat we ook alles wat we zien als we menen wakker te zijn alleen maar bedacht hebben. Stel je eens voor.

Jezus is in deze les zo geduldig en liefdevol. Hij vraagt ons niet om de muur van ongeloof omver te rammen en voor ons gevoel de gevaarlijke sprong in het onbekende te maken. We mogen net zo ver gaan in dit experiment als we durven. En als je toch wat angst ervaart? Weet dat er iemand vlak achter je staat. Een liefdevolle oudere broer die precies weet wat je doormaakt. Hij biedt je een geweldige steun aan. “Zullen we samen nog eens kijken”?

Ook een slome student?

img_0563Hoe oud ben jij binnen de droom? Ik ben nu 55 jaar. En herken je dit? Tijdens een spaarzaam helder moment besef je dat je zoveel gedaan hebt tijdens je spirituele zoektocht waar je totaal niks aan hebt. Ego-stuff. Druk gedoe dat vrij weinig te maken had met luisteren naar de Heilige Geest. Je hebt het idee dat je kostbare tijd hebt verspild en je neemt vervolgens dit idee ook weer erg serieus. Je kunt jezelf wel voor de kop slaan dat je zo’n trage leerling bent. Heb je nu nog wel genoeg tijd in dit leven om totale overgave te bereiken? Je voelt je Sloompie Gonzalez, de traagste muis uit heel Mexico.

In feite is dit een herhaling van het aloude kleine dwaze idee waar de Zoon om vergat te lachen. De Heilige Geest zal je nooit zo streng toespreken en je bekritiseren. Hij ziet slechts dat je de illusie van afgescheidenheid weer erg serieus aan het nemen bent. Dat je gelooft in een afgescheiden ikje dat ergens kan komen maar dat daar wel een bepaalde tijd voor nodig denkt te hebben.

Liefde glimlacht slechts. Vol geduld, vol vertrouwen en altijd onmiddellijk aanwezig als we stoppen met vechten en streven. Op liefde zit geen rem, geen vertraging. Wij zélf zoeken uitstel in ons drukke gedoe. Waarom? Uit angst voor die liefde, voor dat wat we werkelijk zijn, voor dat wat ons altijd gedragen heeft, draagt en dragen zal. Zolang we er voor kiezen om in de illusie van tijd en verandering te geloven. Maar in feite eeuwig NU. Geef je over aan Zijn liefde, het is nooit te laat en kan altijd NU.