Onredelijkheid?

onredelijk

Ik was negentien jaar, had net mijn rijbewijs gehaald en woonde nog bij mijn ouders. Mijn vader leende zijn auto af en toe aan me uit en ik betaalde hem daarvoor benzinegeld. Op een regenachtige zaterdag moest ik even een boodschap doen aan de andere kant van het dorp. Het zou hoogstens een half uurtje duren.

‘Pap, mag ik de auto even een half uurtje lenen?’

‘Nee’

‘Waarom niet?’

‘Deze keer niet’

‘Heb je hem zelf nodig?’

‘Nee’

‘Maar ik betaal je gewoon de benzine en ik ben zo terug; waarom mag ik dan de auto deze keer niet lenen?’

‘Ik wil het gewoon niet’

Het ging zo nog een tijdje door maar de beste man bleef bij zijn standpunt. Ik begreep het niet. Zo veel onredelijkheid. Wat een vervelende machtswellusteling! Ik probeerde natuurlijk medestanders te zoeken. Mijn moeder hield zich wijselijk buiten de discussie. Mij restte niet veel anders dan het verhaal later te vertellen aan mijn vrienden om zo veel mogelijk medestanders te vinden die het ook allemaal belachelijk vonden.

Dit soort situaties blijven ons achtervolgen. Onze wens wordt afgewezen en we snappen waarachtig niet waarom. Als aan ons verzoek voldaan wordt benadelen we toch niemand? Waar slaat het op om ons zo koppig iets te weigeren? Waarom moet die ander zo nodig op zijn of haar strepen gaan staan? Wat is dit toch voor kinderachtig gedoe? En vermoedelijk herken je ook wel die neiging om medestanders te zoeken die begrip tonen voor jouw gekwetste onschuld. Je bent woedend en zou het liefst in de tegenaanval gaan. Je wilt die ander duidelijk maken dat het nergens op slaat, dat hij jou nodeloos te kort doet. Kortom; je wilt aantonen dat hij schuldig is en dat jij het schuldeloze slachtoffer van zijn of haar willekeur bent.

Zo ontstaan zelfs oorlogen. Als een heel volk jouw gevoel voor onrecht deelt en besluit dat een aanval op de schuldige gerechtvaardigd is dan gaat het de straat op. Vuisten worden gebald, vlaggen verbrand, stenen geworpen en ga zo maar door. Het begon zo ‘klein’. Mij werd onrecht aangedaan.

Nu maar eens wat verder kijken. Wat gaat er schuil onder mijn boosheid? Waarom maakte de tegenwind die mijn vader mij boos terwijl ik niet boos word als ik letter tegenwind ervaar op de fiets? Omdat er nu opzet in het spel was, natuurlijk. Mijn vader deed mij te kort. In feite ging hij over mijn grenzen. Hij toonde geen respect en gaf me te kennen dat hij de baas was en ik niks te willen had. Ik voelde me vernederd. Mijn ego werd zwaar gekrenkt.

Wat zou er achter de halsstarrige weigering van mijn vader hebben kunnen liggen? Uiteindelijk kom ik dan terecht bij angst. Hij moet gevreesd hebben dat ik over zijn grenzen heenging. Hij wilde een punt maken: dit is mijn huis en dit is mijn auto, mijn huisje op wielen. Ik ben hier de baas en ik heb het gevoel dat ik controle verlies. Daar ben ik bang voor dus bijt ik nu eens flink van me af. Dit is mijn territorium en hier gelden mijn regels.

En daar stonden we toen, en in dergelijke situaties sta ik nog regelmatig. Ik meen een koppige en onredelijke houding bij de ander te zien en reageer zelf ook met koppigheid. Het zwartepieten met schuldgevoelens kan beginnen. Het is hij of ik. Wie heeft er uiteindelijk de macht?

Twee angstige mensen die tegen over elkaar staan en geen van beide zien hoe bang ze zijn. Allebei willen ze hun grenzen bevestigd zien en gerespecteerd worden. Waarom? Omdat het te eng is om grenzeloos te zijn. Want wat blijft er over als je het schild van verdediging en de speer van de tegenaanval laat zakken? Wat gebeurt er als je in de ander geen aanvaller ziet maar een bang kind dat ook achter zijn schildje is gekropen en angstig zijn speertje op jou richt. Zonder duidelijke reden, vanuit dezelfde angst?

We kunnen met onze boosheid en angst naar de liefde keren en de werkboekles zachtjes laten klinken: Alleen mijn veroordeling verwondt me. Mijn gevecht tegen die ander is het gevecht tegen mijn eigen angst om me open te stellen voor de liefde. Let goed op het tegengeluid van het ego. ‘Moet ik die ander dan altijd maar zijn zin geven?’ En daar geeft de Cursus geen standaardantwoord op. Geen tien geboden van correct handelen. De Cursus kijkt naar onze intentie; kiezen we voor een ego-aanval of voor de liefde? Hoe reageren we als we tegenover een angstig kind staan? Geven we het altijd de zin? Nee, zeker niet. Als we alleen een koppig, stampvoetend wezentje met een rood hoofd zien dan reageren we met boosheid. Maar als we de angst zien dan reageren we liefdevol. Voel je het verschil in kwaliteit?

Ik wil mezelf wat vaker inpluggen in de bron van Liefde. Kiezen om naar die zachtere Stem te luisteren en niet de straat op te gaan met het ego om daar boos een protestmars te beginnen. Hij staat klaar om Zijn Liefde te laten stromen. Durf ik het aan om me hiervoor te openen?

Wie is de schuldige?

Murder-Mystery

Een collega van me had een opleiding succesvol afgesloten en daarvoor een diploma gekregen. Dat is mooi natuurlijk. De man was er duidelijk blij mee en trots op zijn prestatie. Foto’s van de diploma uitreiking werdern per mail rondgestuurd, gebak bij de koffie en een glunderend mens. Ik vond het eigenlijk allemaal een beetje ‘te’. Een oude programmering speelde me op. ‘Doe nu maar normaal, wees bescheiden, ga niet naast je schoenen lopen’, dat soort uitspraken kwamen naar boven. Als je een tijdje bezig bent met de Cursus dan krijg je er wat sneller oog voor hoe rap je een ander beoordeelt of zelfs, zoals in deze kwestie, veroordeelt.

Ik zie mijn oordeel en besef dat ik alleen mezelf kan veroordelen. De door mij waargenomen trots bij mijn collega staat symbool voor mijn denkbeeldige trotse afscheiding van God, van de Liefde. Onbewust voel ik me schuldig voor deze illusoire afscheiding en meen ik dat ik straf verdien. Omdat ik dit natuurlijk niet fijn vind, heb ik de schuld (vermeende trots) geprojecteerd op mijn collega en ben ik onbewust blij dat hij de straf voor mijn ingebeelde zonde moet dragen.

Op dit soort momenten ben ik niet zo blij met de Cursus. Want hoewel ik dankzij de Cursus een beetje zicht heb gekregen op dit proces van projectie keert de beschuldiging zich direct om. Mijn collega is ‘off the hook’ en nu hang ik er zelf aan. ‘Shit, waarom beschuldig ik toch zo snel? Heb ik nu nog niet geleerd hoe stom het is om een ander te beschuldigen? Je schrijft leuke stukjes op Facebook maar toepassen in je eigen leven, ho maar!’.

Ja, zo gaat dat in de wereld van het ego. Iemand moet schuldig zijn. Hij of ik. Dat zijn de opties. Je ziet het ook terug in alle conflicten die we via het journaal voorgeschoteld krijgen. We smeken om duidelijkheid. Wie is er goed en wie is er fout? Assad en de Russen zijn fout in Syrië, de rebellen zijn goed. Toch? De Irakezen zijn nu goed want die vechten tegen IS. Toch? Hillary is goed want Trump is onbeschoft. We willen duidelijkheid. Smeken om een schuldige en een onschuldige. Dat is het spel en zolang we menen te moeten kiezen tussen twee partijen leunt ons ego relaxt achterover. ‘Goed zo, zoek het goed uit, kies partij en veroordeel!’

En alles gaat terug op die oer-vergissing. Onze overtuiging dat de afscheiding echt heeft plaats gevonden en dat er echt sprake is van schuld. Nu terug naar mijn geslaagde collega en mijn zure reactie. Wie van beide is nu fout? Noch hij, noch ik. Ik zie slechts het ego-spel voor mijn ogen plaatsvinden. Ik mag opnieuw kiezen, samen met Hem.

Heer ik meen dat er een schuldige moet zijn. Dat er iemand is die zich zou moeten schamen. Nu zie ik dat ik mijn projectie op mijn collega gebruik om zelf ergens vanaf te komen. Maar ik hoef nergens vanaf te komen. Ik zie dat ik er steeds weer voor kies om in schuld te geloven omdat dit het gevoel van mijn denkbeeldige ikje versterkt. Wie ben ik als ik het geloof in schuld los laat? Wie ben ik als ik tegen mijn schaamte zeg: “Nee, bedankt. Ik hoef jou niet”. “Collega en ik zijn één. We zijn verbonden in Liefde, met Hem”. Heer, lik kies voor Uw Liefde. Uw Liefde stroomt nu door mijn hart”. Dank U.

Heelt tijd alle wonden?

future

Dit zijn de woorden waarmee men ons soms probeert te troosten als er iets ergs gebeurt in ons leven. Als we een trauma meemaken en bijvoorbeeld een naaste verliezen. En het klopt ook wel dat binnen onze droomwereld de scherpe kantjes wat lijken te verdwijnen naarmate de tijd verstrijkt. En toch. Als we dan in gedachten teruggaan naar traumatische gebeurtenissen die decennia geleden hebben plaatsgevonden dan blijkt de wond dikwijls verre van genezen. Opgekropte pijn kan in alle hevigheid naar boven komen en oudere volwassenen kunnen hartverscheurend huilen als ze ‘terug gaan in de tijd’.

Nee, de tijd is niet onze natuurlijke vriend. Integendeel. De tijd is een belangrijk onderdeel van de illusie. Het is een projectie die we zelf verzonnen hebben met een heel duidelijk doel. Het ego smult van een uitspraak als ‘gedane zaken nemen geen keer’. Het vindt het heerlijk als onze denkbeeldige zonden in het steen van de tijd gekerfd worden. Het vindt het prachtig als we achtervolgd worden door ons zogenaamde verleden. Als we vervuld worden met gevoelens van machteloosheid. Van onveranderlijkheid. Liefst combineert het ego dit met een angstaanjagende en onvermijdbare toekomst. Wat hangt ons allemaal boven het hoofd aan ellende? Oorlog, milieurampen, persoonlijke ellende en natuurlijk de onafwendbare dood.

En zo vormen we dan het angstige beleg van de nare sandwich genaamd ‘tijd’. We spartelen om aan de omknelling te komen maar ‘de gedane zaken’ en ‘de onvermijdbare toekomst’ houden ons stevig vastgeklemd. Hier proberen we dan maar het beste van te maken. Als we mazzel hebben komen we onze 80 levensjaren zonder al te veel ellende door waarna we min of meer tevreden het moede hoofd neer kunnen leggen. Het ego staat nu op de bank en applaudisseert luid. Yes, zo wil het dat we ons voelen!

Maar waartoe wil ons ego dit zo graag? Kijk maar eens goed wat het met je doet als je bovenstaand verhaal over verleden en toekomst gelooft. Zie hoe het je gevoel van afgescheidenheid bevestigt.  Je voelt je klein en een strijder tegen het leven. Het is interessant om eens voorzichtig te zagen aan deze belangrijke poot van de stoel van ons ego. Dat kun je als mentale oefening vrij gemakkelijk doen. Want als we nuchter de blik naar binnen slaan dan moeten we al snel erkennen dat verleden en toekomst inderdaad niet bestaan. Ons geheugen is niets anders dan beelden die we ons NU herinneren. De toekomst is niets anders dan beelden die we ons NU verbeelden. En beelden zijn maar beelden. Afgoden die we kunnen geloven, of niet..

Maar ik wil je uitnodigen om dit niet uitsluitend als oppervlakkig gedachtenexperiment uit te voeren. Laat die beelden uit verleden en toekomst maar eens verschijnen. En ja, dat kan pijn doen of angst veroorzaken. En ja, het kan heel behulpzaam te zijn om dit te samen te doen met iemand die je hierin kan begeleiden. Als we het namelijk alleen doen bestaat de verleiding dat we de beelden zo serieus nemen dat we voortijdig afhaken en er van weg rennen. We menen dan dat onze pijn en angstgevoelens echt zijn en daarom zo snel mogelijk ontweken moeten worden.

Als kind woonde ik op een woonboot die aan het einde van een donkere dijk lag. Als ik ’s avonds over de onverlichte dijk terug liep naar de boot was ik bang. Ik hoorde het riet wuiven in het donker en het zwarte water klotsen tegen de wal. ‘Ik ben niet bang, ik ben niet bang, ik ben niet bang’, hield ik mezelf voor. De schreeuw van een reiger was voldoende om mijn hartslag te verdriedubbelen en me een sprong van schrik te laten maken. Ik was wel bang. Heel bang.

Dus voel die pijn uit het verleden en die angst voor de toekomst en ‘beleid’ dat je erin gelooft. ‘Ja, ik denk dat ik voor het leven gekwetst ben. Ja, ik ben doodsbang voor ziekte en de dood’. Erken het, voel het. En erken dan wat deze gevoelens je lijken te bieden. Ondanks het feit dat je het rot gevoelens vindt bieden ze je toch iets. Namelijk het gevoel dat je bestaat. Dat je heel erg bestaat, in al je afgescheidenheid. En dan, met dank wederom aan Byron Katie, wie zou je zijn zonder die pijn en zonder die angst? Zie, een heel klein beetje hoe spannend het is om deze nare gevoelens heel voorzichtig te betwijfelen.

Vervolgens is het moment daar niet met het ego naar de tijd te kijken maar met de Heilige Geest. Het is NU tijd om met je gevoelens van pijn, angst en gezonde twijfel naar Hem te gaan. Naar de Liefde. Kijk Heer, ik heb pijn. Ik ben zo bang. Ik zie dat ik gek genoeg vasthoud aan deze gevoelens en dat ik niet de kracht heb om ze los te laten. Hier ben ik heer. Ik leg al deze gevoelens in Uw handen. Geef me Uw blik hierop. De blik van vergeving. Geef me Uw kracht. Niet om echte ellende te overwinnen maar om er niet langer in te geloven. Ik wil mijn blik richten op U, op de Liefde. Dank U dat Uw Wil al is geschied. Dat ik zeker in Uw armen land als ik me toevertrouw aan U.

Les 214: Ik leg de toekomst in Gods Handen.

Wat je zegt ben je zelf!

image

Herken je nog dat rijmpje van vroeger? ‘Wat je zegt ben je zelf, met je kop door de helft, met je kop door de muur, ben je morgen lekker zuur!’ Hier zijn verschillende varianten op maar hoe het ook zij; er zit een mooie les in.
Zojuist bereikte ik weer het einde van het Tekstboek. De kracht en liefde van Jezus straalt je tegemoet vanuit de hele Cursus, maar welk een intensiteit bereikt dit in de laatste hoofdstukken. Als ik deze lees komen er ook weer beelden uit de Bijbel naar boven. De liefdevolle boodschap van de Cursus en ten diepste ook van de Bijbel overspoelt me. Jezus roept het uit: ‘lieve broeder, zie het toch. Vertrouw me, verenig je met elkaar en met Mij’.

In het laatste hoofdstuk van de Cursus laat Jezus ons de eenvoudige waarheid van het genoemde kinderrijmpje zien. Hij vertelt ons wat onze neiging om anderen te oordelen met onszelf doet. Het ‘geheim’ van de Cursus is dat we één zijn. Dit is geen theorietje voor filosofen maar een waarheid die we uit ons bewustzijn hebben verdrongen. We hebben er geen feeling meer mee. We kiezen er elk moment voor om ons afgescheiden te voelen en één van de meest effectieve manieren hierbij is het veroordelen van zogenaamde anderen. We zien niet wat we met ons oordeel over die ander onszélf aandoen. Dit werkt één op één, linea recta, zonder uitzondering. Veroordeel één ander mens die je buiten jezelf meent te zien en je ziet jezelf als afgescheiden van de Liefde. Punt. Wij menen dat we redelijk vriendelijke wezens zijn als we goed kunnen opschieten met de meeste andere mensen en beleefd doen tegen die enkeling aan wie we eigenlijk een hekel hebben. Maar ieder greintje afkeur dat we hebben over een ander of over onszelf is een signaal dat we kiezen voor afscheiding en niet voor liefde. Wat we buiten onszelf menen te zien is hoe we ten diepste onszelf zien. Als je schuld ziet in een ander dan geloof je in schuld in jezelf en daarmee in afgescheidenheid.

Dit zou een deprimerend en zwaarmoedig verhaal zijn als het hierbij bleef. Maar dat is niet zo. Het biedt ons de sleutel om vrede te ervaren. Die sleutel bestaat uit de toepassing door de Heilige Geest van hetzelfde principe: wat Hij zegt zijn we Zelf. En wat een zegen dat van ons kleine zelfje maar zo weinig verwacht wordt. De dagtaak van ons ikje is om juist het gevoel van afgescheidenheid te versterken. En toch wordt aan dit drukke ventje (of meisje) een uitweg geboden. Ook die uitweg lijkt sterk op wat we deden als we als kind werden uitgescholden of ruzie hadden. Want wat deed je? Je zei tegen die vervelende ander dat je er wel eens je vader, moeder, grote broer- of zus bij zou halen. Dan zouden ze wel anders piepen! En dat mogen we nu weer doen maar dan in positieve zin. We mogen er onze oudere broer bij halen als we weer eens aan het veroordelen zijn. En als we dat doen dan zullen zij, maar vooral wij, wel eens wat anders voelen!

Inderdaad. Dat is onze enige functie hier. Ontdekken dat we liefde zijn door met de kracht van Hem te vergeven. We vergeven hierbij nooit een ander die schuldig is. We vergeven ook niet onszelf van enige schuld. Vergeven is het overgeven van onze angst voor liefde en eenheid aan onze grote broer, Jezus. Vergeven is onze hand in die van Hem leggen om zo te ontdekken dat Hij, wij en iedereen één zijn. Dit is onze uitweg uit de hel die we in de vorm van deze wereld geprojecteerd hebben. Dit is onze opmaat naar de hemel. Grenzen vallen weg, liefde gaat stromen en de rest mogen we verwachten van Hem. Godzijdank.

Waar kies je voor?

Double Arrow Road Sign

Ik zat zojuist een beetje te mijmeren over de herhalingsles van vandaag (210):

Ik kies de vreugde van God in plaats van pijn.

Het viel me op dat ik bij ‘pijn’ direct aan lichamelijke pijn denk. Dat laat maar weer eens zien hoe zeer ik gefocust ben op dat lichaam met alle bijbehorende ervaringen. Pijn is veel ruimer. Natuurlijk heb je ook emotionele pijn. Verdriet om verlies, eenzaamheid, gekwetstheid. Zowel de fysieke- als de emotionele pijn maken er ons op “pijnlijke” wijze van bewust dat we geloven dat we een afgescheiden identiteit zijn die gekwetst en zelfs gedood kan worden.

Wat houdt dat ‘kiezen’ van ons eigenlijk in? Ik merk bij mezelf dat ik er van uit ga dat de narigheid verdwijnt als ik de goede keuze maak. Anders gezegd; ik wil de Cursus gebruiken om fysieke en emotionele pijn kwijt te raken. Ik doe mijn oefeningen, bijvoorbeeld de herhalingsles van vandaag, en kijk dan met een schuin oog of de pijn verdwijnt. Misschien herken je dit ook. Het is natuurlijk ook niet fout of zondig om zoiets te doen maar het is best wel een beetje raar als je het bijvoorbeeld vergelijkt met het kiezen in onze dagelijkse illusie.

Voorbeeld: kies ik een appel of een banaan? Als ik de banaan gekozen heb verwacht ik niet dat de appel verdwenen is. Dat zou magie zijn. Waarom verwacht ik dan bij lichamelijke- of emotionele pijn wel dat deze op wonderbaarlijke wijze verdwijnt? Dat komt omdat ik deze pijn heel serieus neem. Als ik onverschillig zou staan tegenover de pijn dat zou ik deze niet zo blijven monitoren. Als ik de banaan gekozen heb dat pak ik deze op, begin hem te schillen en op te eten en ga verder met andere zaken.

Zo niet met pijn. Ik richt me even op de liefde en daarna neem ik de pijn weer heel serieus en keer ik me weer af van de liefde. Nogmaals, niet fout of zondig, maar gewoon wat ik doe. Kennelijk kies ik er voor om mijn denkbeeldig afgescheiden lichaam heel serieus te blijven nemen. De Cursus legt me uit dat ik dit doe uit angst. De vreugde van God, die me vandaag wordt aangeboden, die wil ik er graag bij hebben. Ik wil een gezond lichaam rondom een blije geest. Ik wil de illusie én de liefde van God.

Ik wil dat de pijn mij iets vertelt, ergens van getuigt. Ik gebruik de pijn om me te vertellen dat ik echt ben. Dat hebben we zelf niet zo in de gaten. Het gebeurt onbewust. Als ik wil dat de pijn verdwijnt dan roep ik tegen deze valse getuigen dat hij zijn mond moet houden. De appel moet verdwijnen. Maar dat is magie. Ik meen dat de hamvraag is of ik wil geloven wat de getuige zegt. Hij mag wel praten (ofwel pijn doen) maar belief ik de boodschap te geloven? En dat geeft mij ontspanning. Wie ben ik als ik de pijn, de angst, het verdriet weliswaar hoor maar deze niet te serieus neem? Experimenteer hier maar eens mee. Het fijne is dat je dit experiment niet alleen hoeft te doen. Dat kan je ook niet. Wij zien alleen de pijn en moeten onze blik richten op een andere Bron om onze banaan te kunnen zien. Die Bron is de Heilige Geest.

We kunnen de pijn voelen en toch kiezen om deze niet zo serieus te nemen als anders en de blik op de liefde te richten. Onderzoek hoe dit voelt. Merk dat er een wonderlijke ruimte ontstaat van een andere kwaliteit. En wees niet te streng voor jezelf als je af en toe weer even naar de pijn kijkt. Wees zo lief voor jezelf dat je gewoon naar de dokter of hulpverlener stapt of een pilletje slikt. En wees ook niet bang als de valse getuige toch besluit zijn mond te houden. Het doet er niet zoveel toe of hij iets zegt en wat hij beweert. Jij luistert naar een andere stem. Jij kiest de vreugde van God.

Vergeef!

Just Do It card with sky background

Lang geleden las ik het boek van Krishnamurti ; ‘De wereld dat ben jij’. Daar moest ik vandaag aan denken bij het lezen van de herhalingsles: ‘Ik zegen de wereld, want ik zegen mijzelf’. Ik zie bij mezelf de neiging om vluchtig kennis te nemen van deze waarheid als zijnde ‘een mooie gedachte’. Een gedachte waar je even bij stil staat, waar je kort mee instemt om vervolgens weer over te gaan tot de orde van de dag. Maar zowel het prachtmens Krishnamurti als de Cursus geven ons hier de sleutel tot geluk in handen. Veel meer dan een mooie gedachte. Het is niet voor niets dat de woorden tot ons klinken vanuit een WERK-boekles. We mogen aan het werk met deze les.

Laat eens een persoon in je gedachten verschijnen waar je wat moeite mee hebt. Misschien een familielid, een collega of je baas. Kijk eens naar de wrevel die je hierbij ervaart. Wees eerlijk en niet politiek correct. Er is geen rangorde in illusies. De geringste irritatie is een symptoom dat je kunt aangrijpen om te leren. Voel diep van binnen je afkeer van die ander. Kijk eerlijk naar je boosheid, ook al lijkt deze klein en onbenullig. Doorvoel het.

Vervolgens leren Krishnamurti en de Cursus ons dat we deze irritatie die we nu zo duidelijk voelen jegens een denkbeeldige ander eigenlijk voelen jegens onszelf. De pijl die je denkt te richten op een ander, richt je op je eigen hart. Linea recta. Daar komt geen spatje theorie aan te pas. Met het serieus nemen van je oordeel over de ander verklaar je jezelf gescheiden van de liefde. Niet alleen met je hoofd, maar met je gevoel, diep van binnen. Geloof me niet maar voel het.

En doe nu eens iets geks. Kijk hoe je je eigen negatieve gevoel totaal gerechtvaardigd vindt en…. experimenteer  dan eens met het opgeven van het gevoel. Heel simpel. Verrek het gewoon om een hekel te hebben aan die ander. Let heel goed op je weerstand hiertegen. Wees eens bereid om te erkennen dat je het eigenlijk best lekker vindt om een hekel te hebben aan die ander. Liefst wil je hier over roddelen met andere mensen om medestanders te vinden in je oordeel. Hoe is het om het los te laten? Vraag hier de hulp van God, de Liefde, de Heilige Geest of welke andere abstracte hogere macht je ook maar wilt adresseren. Waarom? Omdat de Cursus ons leert dat elke actie vanuit ons eigen ikje, hoe goed bedoeld ook, ons verder de nesten in werkt. Ons dappere ikje vol met goede plannen heeft als (geheime) agenda om speciaal te willen zijn ten koste van andere (denkbeeldige) mensen. Dus het zelf-willen-doen werkt gewoon niet. Richt je op de Liefde, op de stilte en biedt hier je neiging om te willen oordelen aan. Laat het Licht schijnen op het onzekere gevoel dat opkomt als je niet langer meer oordeelt.

Merk dan op dat grenzen vervagen. Het wonder. Wonderlijk maar eigenlijk heel gewoon. Het is je geboorterecht. Die harde houding van ik-versus-de- rest is niet wie je bent. Je bent de Zoon van God. Liefde.

“Gods zegen straalt mij toe vanuit mijn hart waar Hij verblijft. Ik hoef me maar tot Hem te wenden en elk verdriet smelt weg, terwijl ik Zijn grenzeloze Liefde voor mij aanvaard.”

Ik verlang de vrede van God

image

De Avondvierdaagse is voorbij. Gelukkig, geen aanslag geweest. Nu de Gay Pride nog. Duimen dat het allemaal goed gaat.. Erg toch, dat deze gedachten door m’n hoofd gaan. De onschuld lijkt verloren. Het lijkt allemaal grimmiger te worden. Gisteren hoorde ik echter op tv iemand zeggen dat we getalsmatig qua terroristische aanslagen de goede kant op gaan. Vorige decennia was het nog veel erger. Het stelt me niet echt gerust.

Beveiliging helpt niet. Ook al waren we als een super Erdogan in staat om alle zogenaamde boeven op te sluiten dan nog zou er niet veel veranderen. Waarom niet? Omdat het zogenaamde kwaad ons niet van buitenaf overkomt. De illusie zit in onszelf. Het geloof in afscheiding met alle gruwelijke gevolgen van dien dragen we allemaal met ons mee. De kleinste irritatie die ik ervaar jegens een denkbeeldige ander heeft hetzelfde worteltje als de boosheid waarmee onze broeders in Nice en München tekeer gaan. Binnen onze droom maken we onderscheid tussen onze onschuldige irritatie en de gruwelijke aanslagen die we dagelijks gepresenteerd krijgen. We zien echter slechts onze denkbeeldige zonde geprojecteerd op het wereldscherm.

Binnen de droom mogen we proberen ons te beschermen tegen dreigend gevaar. De Cursus geeft geen gedragsregels. Het is echter wel cruciaal welke keuzes we in de denkgeest maken als we de daders beschuldigen en lossnijden van onze liefde. Hoe barbaars hun daden ook zijn. Ik hoor het sommigen van u denken. Makkelijk praten Simon, daar veilig in je achtertuin. Helemaal waar. Het is niet mijn kind dat stierf door de handen van een ander. En geloof me, binnen onze droom huil ik van machteloos verdriet en woede. Maar toch.

De Jezus in de Bijbel wilde niet door Petrus met het zwaard verdedig worden. Hij zweeg toe hij beschuldigd werd. Hij vergaf de hand die hem met nagels aan het kruis sloeg. Nogmaals, het gaat niet om gedrag maar om de liefde die Jezus ons demonstreerde. Door niet met boosheid te reageren liet hij zien dat de agressie geen effect had. De liefde kon niet aangevallen worden binnen de droom. De Cursus leert ons dat wanneer iets geen werkelijk effect heeft het ook geen oorzaak kan zijn. De aanval is niet bestaand. De zogenaamde aanvaller merkte aan de vergeving van Jezus dat er in werkelijkheid niets gebeurd was. Jezus liet door zijn liefdevolle reactie zien aan zijn broeder dat deze niet gezondigd had. Niet kón zondigen. Lees in deze tijd hoofdstuk 28 van de Cursus door. We hebben het zo nodig. Voorbeeld:

T28(IV):De Verzoening voor jezelf aanvaarden betekent geen steun verlenen aan iemands droom van ziekte en dood. 2Het betekent dat je niet deelt in zijn wens om zich af te scheiden en hem niet illusies op zichzelf laat richten. 3Evenmin wens je dat ze in plaats daarvan op jou worden gericht. 4Zo hebben ze geen gevolgen. 5En jij bent vrij van dromen van pijn, omdat je hem dit eveneens laat zijn. 6Als jij hem niet helpt, zul je samen met hem pijn lijden, omdat dit jouw wens is. 7En jij wordt dan een figuur in zijn droom van pijn, zoals hij in die van jou. 8Zo worden jij en je broeder beiden illusies, zonder identiteit. 9Je zou alles en iedereen kunnen zijn, afhankelijk van wiens kwade droom je deelt. ‘0Je kunt maar van één ding zeker zijn: dat jij slecht bent, omdat jij in angstdromen deelt.
Waar laat dit ons? We hoeven onze gevoelens die we ervaren als we het journaal zien niet te ontkennen. Als we hier te snel als spiritueel ego boven willen zweven dan leren we niet zoveel. Kijk naar je boosheid, kijk naar je verdriet. Erken dat je zeker meent te weten dat die ander zondig is. Maar zie ook je eigen neiging om te beschuldigen zodat je jezelf beter voelt. Zie je eigen neiging tot oordeel en aanval en erken dat jouw ikje hier weinig aan kan veranderen. Dat hoeft gelukkig ook niet. Want, God zij dank, er is Hulp. Er is een Verlosser. Geheel tegen mijn gewoonte in houd ik nu verder mijn mond en geef jullie over aan de Cursus. Lees en genees, samen met mij.

T28 (IV vervolg) De Heilige Geest is in jullie beider denkgeest aanwezig, en Hij is Eén omdat er geen kloof is die Zijn Eenheid scheidt van Zichzelf. 2De kloof tussen jullie lichamen doet niet ter zake, want wat in Hem verbonden is, is altijd één. 3Niemand is ziek als iemand anders zijn verbondenheid met hem aan- vaardt. 4Zijn verlangen om een zieke en afgescheiden denkgeest te zijn kan zonder getuige of oorzaak niet blijven bestaan. 5En beide zijn verdwenen als iemand met hem verenigd wil zijn. 6Hij droomt dat hij van zijn broeder gescheiden was die, door zijn droom niet te delen, de ruimte tussen hen heeft leeg gelaten. 7En de Vader komt Zich met Zijn Zoon verbinden, met wie de Heilige Geest Zich verbonden heeft.

8. De functie van de Heilige Geest bestaat erin het gebroken beeld van Gods Zoon te nemen en de stukken weer op hun plaats te zetten. 2Dit heilige beeld, volkomen geheeld, houdt Hij ieder afgescheiden stuk voor dat denkt dat het een op zichzelf staand beeld is. 3Aan elk schenkt Hij zijn Identiteit, die het hele beeld vertegenwoordigt in plaats van slechts een gebroken stukje waarvan hij volhield dat hij dat zelf was. 4En wanneer hij dit beeld ziet, zal hij zichzelf herkennen. 5Als jij de kwade droom van jouw broeder niet deelt, is dit het beeld dat het wonder in de smalle kloof zal plaatsen, die van alle zaden van ziekte en zonde gezuiverd is. 6En hier zal de Vader Zijn Zoon ontvangen, omdat Zijn Zoon zichzelf genadig was.

9. Ik dank U, Vader, omdat ik weet dat U elke smalle kloof zult komen dichten die ligt tussen de gebroken stukken van Uw heilige Zoon. 2Uw Heiligheid, compleet en volmaakt, ligt in elk daarvan. 3En ze zijn met elkaar verbonden, want wat in een van deze is, is in allemaal aanwezig. 4Hoe heilig is het kleinste korreltje zand, wanneer het wordt herkend als deel van het voltooide beeld van Gods Zoon! 5De vormen die de gebroken stukken lijken aan te nemen betekenen niets. 6Want het geheel is in elk ervan. 7En ieder aspect van Gods Zoon is precies hetzelfde als elk ander deel.

10. Verbind je niet met je broeders dromen, maar verbind je met hem, en waar jij je met de Zoon verbindt, daar is de Vader aanwezig. 2Wie zoekt surrogaten wanneer hij ziet dat hij niets verloren heeft? 3Wie zou de ‘weldaden’ van ziekte willen ervaren, wanneer hij het simpele geluk van ge- zondheid heeft ontvangen? 4Wat God gegeven heeft kan geen verlies zijn, en wat niet van Hem komt heeft geen gevolgen. 5Wat zou jij dan nog in de kloof kunnen waarnemen? 6De zaden van ziekte komen voort uit de overtuiging dat er vreugde is in afscheiding, en dat het opgeven daarvan een offer zou zijn. 7Maar wonderen zijn het resultaat wanneer je niet hardnekkig in de kloof blijft zien wat er niet is. 8Jouw bereidwilligheid om illusies los te laten is al wat de Genezer van Gods Zoon verlangt. 9Hij zal het wonder van genezing daar plaatsen waar de zaden van ziekte waren. 10En er zal geen verlies zijn, maar alleen winst.

Stil zijn..

duwauto

Ik zal een ogenblik stil zijn en naar huis toe gaan.

Dit is de herhalingsles van vandaag. Sober haast. Maar ook vol wijsheid en verlangen. Ik vraag me gewoonlijk af wat ik moet doen. Binnen onze illusie is dat ook een heel praktische en normale vraag die we stellen bij onze werkzaamheden. Als ik even niets specifieks hoef te doen dan klinkt de vraag iets anders. ‘Wat zal ik nu eens gaan doen?’. Het kan een uiting zijn van lichte verveling maar ook de opmaat naar het beginnen met een leuke activiteit. Onbewust pas ik deze manier van denken ook toe op de Cursus. Wat moet ik doen? Hoe moet ik dit zien in het licht van de Cursus? Ik moet wat vaker proberen te denken aan mijn werkboeklessen. Enzovoort. Als ik iets stiller word zie ik dat ik iets voor elkaar probeer te krijgen. Een vaag beeld van een ideale toestand die ik kan bereiken door trouw met de Cursus bezig te zijn. Vrijheid is hierbij een kernbegrip. Ja, ik moet met de Cursus bezig zijn om meer vrijheid te ervaren. Meer liefde.

Uitgangspunt hierbij blijft een ikje dat iets moet- en zou kunnen doen. Een ikje dat iets meent te kunnen bereiken en waarvoor de huidige situatie dus niet goed genoeg is. Het ego zegt me nu dat dit stom is, maar die laat ik nu maar even kletsen. Het is niet stom maar het laat zien dat ik gehecht blijf aan het schijngevoel dat er een ikje is dat actief moet zijn. Een plannenmaker. Een ikje dat weet dat er iets moet gebeuren en zelfs een idee heeft van welke kant het op moet.

Dit uitgangspunt, een ikje dat plannen gaat maken, is echter de start van de illusie. Het is de weerklank van het oorspronkelijke dwaze idee waar de Zoon van God vergat om te lachen. Er is een onbewuste verslaving aan deze plannenmaker die beide handjes graag stevig gaan zijn denkbeeldige stuurtje houdt. De werkboekles nodigt me uit om ‘stil’ te zijn. Te ontspannen. Niet te willen sturen. Geen verwachting, geen plannen. Gewoon openheid en vertrouwen.

De Cursus leert dat God zo zachtaardig is dat hij ons denkbeeldige stuurtje niet uit handen rukt. Als wij denken te kunnen sturen dan mogen we hoepelen wat we willen. Hij nodigt ons wel uit om het stuur eens los te laten en stil te zijn. Niks te doen. Heel bescheiden vraagt Hij aan ons: ‘vind je het goed als ik eens stuur?’ Hij wacht op onze instemming. En wij hoeven Hem geen tip te geven over de richting waarin Hij ons zou moeten sturen. Wij hebben binnen onze droom geen flauw idee. We snappen echt helemaal niks van de vrede, van de hemel. Ons drukke gedoe is er juist helemaal op gericht om de vrede niet te ervaren. Raar maar waar. We denken dat stil zijn ‘zonde van de tijd’ is. We willen zoveel doen binnen de droom.

We mogen ons bange, drukke gedoe bij hem brengen. Heel voorzichtig onze gespannen knuisjes ontspannen en alles aan Hem overlaten. Misschien niet in één keer, als we dit te eng vinden. Maar telkens een beetje meer zodat Hij ons naar Huis kan brengen.

Lichamelijke genezing?

image

Verkouden. Een kop vol snot, niezen en weer snuiten. Het is niet de eerste keer en waarschijnlijk ook niet de laatste, en ik ben ook niet de enige. Ik bestrijd de symptomen en zit m’n dagen uit totdat het virusje verslagen is. Stiekem probeer ik met de werkboekles van vandaag (199) wat verlichting te ervaren. ‘Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij’. Met een schuin oog kijk ik hoe ik me nu voel. Hetzelfde. Jammer. De Cursus noemt dit magie, ik weet het en geneer me een beetje dat ik het toch weer probeer.

Het is een klassiek thema waarover Cursus studenten regelmatig discussiëren. Mag je nu wel of niet verlichting van lichamelijke symptomen verwachten als je de Cursus wijsheden toepast? Er zijn twee uiterste standpunten:

1: De lichamelijke ziekte is slechts een illusie en je hoeft deze dus niet serieus te nemen. Het gaat erom dat je in je denkgeest genezen wordt van deze illusie, maar de illusie kan hierbij rustig onveranderd blijven.
2: Wij maken zélf deze illusie door middel van projecties dus als we hiermee ophouden dan verdwijnt de projectie, lees ‘de ziekte’ ook.

Tja, wat moeten we nu kiezen? Met mijn magische poging om minder last te hebben van m’n verkoudheid probeer ik optie twee uit en gebruik ik optie 1 als vangnet voor als het niet werkt. Listig. Zo kan het niet mislukken!

Misschien aardig om achter de schermen te kijken. Wat zou er gebeuren als, pats boem, lichamelijke genezing op zou treden na het toepassen van de werkboekles? In eerste instantie natuurlijk blijdschap. Fijn, ik ben er vanaf. Die blijdschap laat zien dat ik de bedreiging van het lichamelijk ongemak kennelijk nogal serieus nam. Zou ik echt blij zijn als ik 100% had geweten dat de ziekte toch niet echt was? En de genezing van een snotneus is één ding; maar wat zou ik vinden van de plotselinge aangroei van een geamputeerd been? Van genezing van Alzheimer? De Bijbel staat vol met dergelijke voorbeelden. Maar wat was het gevolg? Mensen stroomden massaal naar Jezus toe om genezen te worden van lichamelijke kwalen. Ze vroegen zelfs Zijn hulp als een naaste gestorven was. Wow, Jezus als super huisarts! Ik zou het wel weten als mijn huisarts deze gaven had. Zodra me een scheet dwars zou zitten zou ik bij hem op bezoek gaan. Hatsikidé; genezen en ik kan er weer even tegen aan. Maar zou mijn geloof in de illusie dat ik een lichaam ben hiermee zijn genezen? Nee dus. Jezus als huisarts is niet meer dan een pijnstiller die ik neem als ik m’n pijn serieus neem. Niet fout, niet zondig maar het biedt geen bevrijding van de illusie dat ik het lichaam denk te zijn.

Dan er maar voor kiezen om de illusie in stand te houden? Geen genezing maar rustig verder modderen? Dat geeft ogenschijnlijk wel rust en zekerheid. Want een plotselinge verandering in de fysieke wereld die wij als harde werkelijkheid ervaren zou ook de nodige angst kunnen geven. Een genezen snotneus is niet zo eng, maar er is geen rangorde in wonderen. Als de illusie van de snotneus zomaar kan verdwijnen dan kan er ook ‘zomaar’ hetzelfde gebeuren met de illusie van Simon als ventje dat de touwtjes stevig in handen heeft.. Kan ik deze waarheid wel aan? De waarheid die onthult dat er geen ‘ik’ is die iets ‘aan zou moeten kunnen’. Ahum, ahum.. Eerlijk gezegd vind ik dit een enge gedachte. Dat alles ‘vernietigende’ inzicht dat God één is. Niemand meer om te zeggen ‘yes, I got it’!

Dus dat ikje weet het nu niet zo goed meer wat ie moet willen. Verwarring. Dus dan maar terug naar de werkboekles met een heel mooi besluit.

Ik hoor de Stem die God gegeven heeft aan mij, en alleen hieraan gehoorzaamt mijn denkgeest.

Heerlijk. Geen gepieker maar mijn denkbeeldige stuurtje in handen geven van Hem. Heer hier ben ik, bang en verward. Bang voor Uw macht, bang voor Uw liefde. Dank dat U me niet overweldigt met Uw genezende macht. Ik open mijn hart voor U, stapje voor stapje.

Speciaalheid

image

Het woord ‘speciaal’ heeft voor ons in onze dagelijkse illusie gewoonlijk een positieve bijklank. We willen niet graag ‘gewoon’ gevonden worden. We willen geen grijze muis zijn. We willen opvallen, anders zijn en boven de grauwe massa uitsteken. Hoe anders hanteert Jezus het woord ‘speciaalheid’ in de Cursus. Hij legt het verband met de illusie van afgescheidenheid en zonde, met geweld, hoogmoed, jaloezie en ga zo maar door.

Speciaalheid is verbonden met het lichaam, met vormen en concrete, meetbare, zaken. Met grenzen, met ik versus de ander. Als het ego dit leest dan past het z’n gebruikelijke judo-truc toe. Het staat direct klaar om afwijkende anderen te veroordelen. ‘Pfff, wat een kapsoneslijer! Wat denkt hij of zij eigenlijk wel?’ Anders gezegd: ‘gelukkig ben ik bescheiden; zo bescheiden dat ik eigenlijk weer heel speciaal ben’.

Zo werkt het niet. Niets wat wij binnen- of buiten ons menen te zien, is inherent goed of fout. Alles is neutraal en in feite zelfs niet-bestaand. Zodra wij het echter serieus nemen en er iets van vinden lijken de rapen gaar. Speciaalheid is het serieus nemen van verschillen met als bron de oervergissing dat wij verschillen van de eenheid, van de liefde. Alles was ons niet genoeg. We wilden geloven dat we afgescheiden zijn van Hem, anders, speciaal. En de Liefde verbiedt ons dit niet maar wacht geduldig tot we zien wat dit bijgeloof aan ellende met zich meebrengt.

We denken liefde, geld, gezondheid en een lang leven te kunnen vergaren maar beseffen niet dat de prijs voor deze speciale wensen hoog is. Want nu moeten we zwoegen, bereiken, vechten, beschermen en uiteindelijk zelfs dood gaan. Wat speciaal is, is begrensd en dus niet eeuwig. We laten speciaalheid door de voordeur naar binnen en de dood komt tegelijkertijd via de achterdeur de keuken in. Het is een package deal. Met winnen komt verliezen, met onze beperkte liefde komt de haat, met ons denkbeeldige leven de evenzo denkbeeldige dood.

Wat nu? Gewoon kijken wat we doen. Gevoel krijgen wat het streven naar speciaalheid allemaal met zich meebrengt. Onderkennen dat het vergeven hiervan voelt als het brengen van een offer. Maar we offeren niks. Merk op dat het loslaten van je geloof dat je anders bent dan anderen in eerste instantie een wat onbestendig gevoel geeft. Het is raar om het lichaam en de karaktertrekken van jezelf en de zogenaamde ander niet langer serieus te nemen. Raar om te merken dat hierachter iets ligt dat geen vorm heeft, geen positieve of negatieve eigenschappen maar een vormloze schoonheid. Verbondenheid, vrede. En dit is zo speciaal..