Ik ben toch geen deurmat?

deurmat 2Die ander gaat over mijn grens!

<Naar aanleiding van een vraag  gesteld in de FB-groep ECIW-coach>

Je geeft aan kwaad en verdrietig te worden als anderen geen rekening met je houden, bijvoorbeeld door niet hun voeten te vegen als je dat aan hen vraagt. Hoe verhoudt zich dit tot “het verwelkomen van gevoelens” en “alles is toch maar een illusie”?

Dank voor de heldere en invoelbare vraag. Soms proberen we de ultieme waarheid van een non-duale visie te snel en te makkelijk toe te passen op kwesties die we menen mee te maken. Dit wordt wel aangeduid als niveau-verwarring. Uiteindelijk zijn er helemaal geen niveaus maar het volgende wordt bedoeld. Zolang wij menen ons nog in een echte wereld te bevinden helpt het ons niet om al een voorschot te willen nemen op de ultieme werkelijkheid. Wij irriteren ons aan anderen en wij balen ervan als ons tapijt door hen vies wordt gemaakt. Het is onhandig hier direct een saus van alles bedekkende “liefde” overheen te willen gooien en het weg te wuiven onder het motto van vermeende, maar niet ervaren, eenheid. De Cursus moedigt ons juist heel nadrukkelijk aan om te beginnen waar we denken ons te bevinden; bij wat we menen te zien en te voelen. Hier komt ook het boek van Jeff Foster overigens in beeld.

Dus ja, we zijn gewoon boos als we vinden dat anderen respectloos over onze grenzen heen walsen. Moeten we dit zomaar goed vinden met een spirituele nep glimlach? De Cursus geeft ons nooit gedragsregels noch verboden maar roept ons op onze denkgeest te onderzoeken. In dit geval kan onderzoek van onze denkgeest ons duidelijk maken dat we denken te worden “aangevallen” (een typische Cursus-term) en dat we het recht hebben ons dus te verdedigen. We voelen ons gekwetst (slachtoffer) door een ander (dader). Die ander verdient nu onze gerechtvaardigde tegenaanval of boosheid en is schuldig aan iets ergs.

Stel dat we vanuit deze optiek denken te moeten vergeven. Dan is dat vergeven “oude stijl”. We vinden wel degelijk dat die ander fout en zondig is maar laten wij de wijste maar zijn en met een glimlach de vloer na afloop weer schoon maken. Natuurlijk is er niets opgelost met deze vorm van zogenaamd vergeven; we koken nog inwendig en vinden die ander nog steeds een asociaal.

We moeten dieper. Wij geloven heilig dat we een kwetsbaar ikje zijn dat door een ander aangevallen kunnen worden en dat zich derhalve moet verdedigen, bijvoorbeeld middels een tegenaanval. We worden aangemoedigd om, via de indicator van onze boosheid, stil te staan bij dat gevoel van gekwetst te kunnen worden. Het luisteren, eerst naar onze boosheid, dan naar het gevoel van kwetsbaar slachtofferschap, is wat bedoeld wordt met acceptatie van wat zich in je aan het afspelen is. Het is handig om nu de tijd te nemen om echt te doorvoelen wat vanbinnen gebeurt. Je ontdekt hoe je naar die ander en naar de situatie kijkt en je ziet wat het je oplevert (verdriet en boosheid). Dan is er de gelegenheid om, wellicht met 99% tegenzin maar met 1% bereidheid, te vragen om een andere blik. Vraag of de Heilige Geest, Jezus, Liefde, JeZelf of wat voor jou ook maar de oneindige liefde symboliseert, jou een nieuwe blik op de situatie wil geven. Dit is het heilige moment waarover de Cursus spreekt. Wees stil en kijk wat er gebeurt met je gedachten en gevoelens. Oefen in het zoeken van deze stilte en in het je in vertrouwen uitstrekken naar Hem.

Wat daarna verder gebeurt in onze droom laat zich niet voorspellen. Het is heel goed mogelijk dat je nog steeds vraagt dat je gasten de voeten vegen en dat je aangeeft dat dit belangrijk voor je is. Maar mogelijk kun je zien dat dit vanuit een nieuwe kwaliteit kan plaatsvinden. Vanuit een soort echte en spontane vrede die niet nep is maar authentiek. Misschien “lukt” dit niet in één keer en welt er toch nog een paar keer woede en verontwaardiging op. De uitnodiging is om dit telkens te gebruiken als ingang om bij stil te staan, over te geven aan Hem (echte vergeving) en Hem uit te nodigen door je heen te stromen en te handelen.

Veel wijsheid en liefde!

Onwenselijk of onwerkelijk?

kinderen met jezusMoet je eens opletten hoe vaak je ontevreden bent over een situatie, over hoe je je voelt of over je gedachten. De situatie is, kortgezegd, niet zoals je wilt. Je voelt je wat somber en je bent liever opgewekt. Je maakt je zorgen en dat vreet aan je. Of er is een wat vaag en algemeen gevoel van onbehagen waar je graag vanaf wilt. Hiermee volledig in lijn is het geloof dat het nu nog niet oké is met je, maar dat het in de toekomst hopelijk wat beter met je zal gaan. Je dient eerst nog wat te oefenen, wat lessen te leren of te groeien en daarna zal je je beter voelen.

Uiteindelijk kom je erachter dat dit niet werkt en dat je jarenlang met een onvervuld gevoel rondloopt. Wanneer valt alles nu eens op z’n plaats, wanneer komt er een einde aan deze lijdensweg en vindt ontwaken plaats? Een oplossing die vervolgens dikwijls klinkt is dat je moet leren alles wat zich voortdoet te accepteren. De logica hierachter is onweerlegbaar: als je alles accepteert dan is alles oké en hoef je niet langer te vechten en dus te lijden. Aan de slag dan maar. Dit lijkt het ei van Columbus. Door alles wat zich voortdoet te accepteren zal ik eindelijk dat lang verwachte geluk en die eeuwig durende vrede vinden.

Het valt echter niet mee alles te accepteren en een nieuwe worsteling is geboren. Er is verder en diepgaander onderzoek van onze motieven nodig. Indien we namelijk “accepteren” gebruiken om af te komen van nare ervaringen dan hebben we daarmee nog niet de wortel uit onze illusie getrokken. We zijn er nog altijd van overtuigd van dat er sprake is van een afgescheiden ikje dat allerlei nare ervaringen heeft. Door te accepteren proberen we een situatie te realiseren waarbij datzelfde ikje alleen nog maar heerlijke, vredige en rustige ervaringen heeft. Kun je zien dat het geloof in dualiteit bij deze aanpak volledig overeind blijft? De kwestie is dat we nog niet het verschil zien tussen een onwenselijke situatie en de onwerkelijkheid van situaties. Zolang we door middel van de acceptatie-truc ernaar streven alleen maar fijne situaties en ervaringen te beleven, geloven we nog steeds dat de wereld die we zien, inclusief onze gevoelens en gedachten, werkelijk is.

Jeff Foster heeft een prachtig boek geschreven (Onvoorwaardelijke acceptatie). Hij diept hierin het acceptatieproces uit door middel van de dikwijls gebruikte metafoor van de golven en de oceaan. De golven zijn hierbij al onze belevenissen en sensaties. Wij Zelf zijn het open bewustzijn, gesymboliseerd als de oneindige oceaan, het water dat alle golven insluit en omvat. Zolang ons geloof is dat er golven zijn die er wél mogen zijn (de leuke ervaringen) en golven die er niet mogen zijn (onze angsten, verdriet en noem maar op) zal het gevecht doorgaan en zal er nooit vrede ervaren worden. We mogen opmerken dat we bepaalde golven afwijzen en eigenlijk streven naar een rimpelloze vijver. Maar we hebben te maken met een oceaan waarin golven zijn. Kunnen we leren élke golf welkom te heten? Kunnen we leren te kijken vanuit het perspectief van de oceaan? Kunnen we ons het bewustzijn weten waarin elke sensatie als een golf verschijnt en de aandacht krijgt die de golf even wil? Ergens anders gebruikt Jeff de beeldspraak van een huis (wat jij bent) waar kinderen aanbellen die verschillende gevoelens uitdrukken. Het kindje blijheid, het kindje zorgen, het kindje pijn het kindje angst, het kindje verdriet. Wat doe je? Druk je de deur angstig voor de neus van sommigen dicht omdat je gelooft dat jij, het huis, bedreigd kan worden als een kindje even bij je wilt logeren? Dan zal je zeker angst ervaren. Of pak je het kindje liefdevol op en geef je het de aandacht zolang het hierom vraagt?

Terug naar de Cursus. Wij gebruiken vooral de term vergeven maar ook hier kunnen we gaan proberen om mensen of situaties te willen vergeven om er in feite zo snel mogelijk vanaf te komen. Ook dan zitten we nog gevangen in de illusie van zonde-schuld-angst. We gebruiken vergeven omdat we geloven in de echtheid van surrogaat liefde (de aai over de bol, goedkeuring van anderen) en in de echtheid van ingebeelde straffen (ziekte en andere nare gevoelens en kwesties). Ons vergeven wordt dan het symbool voor ons geloof in de echtheid van de illusie waar we vanaf willen.

We moeten metafysisch gezien diep gaan om accepteren en vergeven op de juiste manier te verstaan. We dienen te ontdekken dat niets werkelijks bedreigd kan worden en dat kan alleen gebeuren door niet langer ondoordacht weg te rennen van alles wat ons niet aanstaat door dit te willen weg-accepteren of weg-vergeven. We worden uitgenodigd een keer stil te blijven staan. De Cursus noemt dit het Heilige Moment. We staan stil en kijken hoe het kindje-angst wat rondscharrelt in ons huis en bij ons op schoot klimt omdat het vastgehouden wil worden. We kijken door de ogen van Jezus naar het nare gevoel en zijn bereid om Hem te vertrouwen in wat er nodig is. Jezus stuurt een angstig kind niet weg maar geeft het de liefde die het vraagt. Zo mogen wij Zijn liefde uit laten gaan naar boze en bange “anderen” en naar “onszelf”. Niet om snel van iets onwerkelijks af te willen komen maar om te leren dat we zijn wie we zijn: Zijn Zoon.

Les 35: Mijn denkgeest is deel van Die van God. Ik ben heel heilig.

1% bereidwilligheid

Maar twee vissen en vijf broden.. ..in de handen van Jezus…Na drie of vier uurtjes slapen word ik wakker en ga ik even naar het toilet. Terug in bed kan ik de slaap niet direct vatten. Hoewel er momenteel weinig gebeurt in m’n leven waar ik me druk over hoef te maken is het toch onrustig in m’n gedachten. De onrust irriteert me. Ik voel me nog lang niet uitgerust en vind het raar en stom dat ik wakker lig om niks. Het vergt dan even het besef om de link te leggen naar de Cursus. Ik voel me slachtoffer, zoveel is duidelijk, maar eigenlijk weet ik nauwelijks wie of wat de dader dan zou moeten zijn. Gisteravond had ik de les voor vandaag ook vast gelezen (32): Ik heb de wereld die ik zie bedacht. In de vrijwel volledig duistere slaapkamer zie ik vaag de contouren van de kast. Mmm, zelf bedacht. Het dekbed, zelf bedacht. Het hoofdkussen, zelf bedacht. De krullenkop van m’n vrouw naast me, zelf bedacht. Ik verbaas me weer over het bevreemdend aspect dat deze oefening met zich meebrengt. Bij mij bestaat de neiging om bij lessen die ik al een aantal keer heb gedaan me te beperken tot het vluchtig aandacht geven aan de achterliggende metafysica. Zo van: “Oh ja, dat is ook zo. Alles is slechts projectie”. Het valt me nu weer op dat het daadwerkelijk doen van de les van een andere orde is. Het doet me denken aan het eten van voedsel. Je kunt naar je bord kijken en er een beetje in roeren met je bestek, zeg maar je verstand, maar als je het niet in je mond steek, erop kauwt en het doorslikt biedt het voedsel je in feite helemaal niks.

Vervolgens richt ik de oefening op de zogenaamde binnenwereld. Een zompig geheel van warrige gedachten en gevoelens, zonder duidelijk begin en eind. Weer is daar een slachtoffergevoel. Waar slaat dit nou op al die vage onrust? Dan denk ik aan wat ik laatst schreef; ik neem wat ik in deze binnenwereld nog steeds erg serieus ook al leert de werkboekles me dat ik het zelf allemaal bedenk. Leuk om te weten, maar probeer maar eens te stoppen met het krijgen van onrustige gedachten en nare gevoelens! Toch geldt dat het 100% geloof in slachtofferschap een tikkie heeft gekregen. Er is een kruimeltje af gevallen. Er is 1% twijfel ontstaan aan de beelden die ik in mijn hoofd meen te zien. Deze 1% raap ik op van de grond en ik kijk zoekend om me heen. De achtergebleven 99% geloof in ellende laat ik even voor wat het is. Waar is Hij? Waar is Jezus.

Het beeld komt naar boven van Jezus uit de Bijbel die een mensenmassa van een paar duizend personen heeft toegesproken. Ze hebben honger maar er zijn slechts vijf broden en twee vissen. Ik kijk naar het lullige kruimeltje bereidwilligheid in mijn hand maar dan kies ik. Ik kies om ermee naar Hem te lopen als een klein jongetje. Kijk Jezus, ik heb bijna niks maar wat ik heb geef ik U. Hoop bloeit op, vertrouwen en verwachting. Liefdevol kijkt Hij me aan. Geef maar hier Simon, zegt Hij, het komt goed.

Wat dan gebeurt blijft met recht wonderlijk. Het geluid van die schreeuwende 99% wordt minder belangrijk. De hele kwestie verliets aan gewicht. De diepere betekenis van de werkboekles wordt woordloos helderder. Mijn gedachten verliezen aan belang en Zijn vrede daalt neer. Zo zacht.

Is ultieme frustratie nodig?

sombere engelPas na langere tijd onvrede en zoeken ontdekken we dat we onbewust geloven dat we er nu nog niet zijn maar dat we door bepaalde dingen nu te doen er in de toekomst wel zullen komen. Is dit niet wat ons drijft de werkboeklessen jaar in jaar uit te blijven herhalen? Meestal horen we van een spiritueel leraar dat ons zoeken ons er juist van weerhoud om te vinden waar we zo naar smachten. Dan veranderen we onze strategie en gaan zo hard mogelijk proberen om niet langer te proberen. Hiermee bereikt de wanhoop en de frustratie pas echt een dieptepunt. Vanuit deze diepe wanhoop kan ontwaken plaatsvinden. We hoeven dit echter niet om te keren. Deze diepe wanhoop is geen voorwaarde voor ontwaken. Ontwaken is niet aan onze theorietjes gebonden en heeft geen wanhoop nodig om zichtbaar te worden.

Er is een subtielere, minder frustrerende “weg” mogelijk. De Cursus wijst ons hierop. De sleutel van deze weg heet vergeving. Het kan enige tijd duren voordat we de ultieme macht en kracht van deze sleutel ook maar enigszins beginnen te vermoeden. Terug naar de ultieme frustratie die ons wacht aan het einde van onze krampachtige zoektocht. Hier kan inderdaad een implosie van het ego-denksysteem plaatsvinden maar, nogmaals, moeten we het eerst zover laten komen? Is dit de regel?

Eén van de belangrijkste lessen van de Cursus in wonderen is dat er geen rangorde bestaat in wonderen. De logische tegenhanger hiervan is dat er geen rangorde in ellende bestaat. Het is wel zo dat we de in onze optiek grote ellende wat makkelijker kunnen horen. Dit zegt echter meer iets over onze bereidheid te luisteren. We kunnen zo hardleers zijn dat we inderdaad doordrammen tot het punt dat de omstandigheden gaan schreeuwen om ons wakker te makken. De zogenaamde grote shit van ons leven. Een wat handigere aanpak is om beter te leren luisteren, wat nauwgezetter te gaan kijken.

Moeten we wachten op enorme frustratie en tegenslag om in de gaten te krijgen waartoe we deze aan het projecteren zijn? Moeten we langs deze weg ons gefrustreerde ego eerst oppompen tot de grootte van een luchtballon voordat we doorkrijgen hoe het werkt? Het verband is namelijk niet ingewikkeld; er is een vicieuze cirkel van aanval en van de illusie van een ego dat aangevallen kan worden. Hierbij kan het handig zijn onze gebruikelijke manier van denken even om te keren. Meestal snappen we nog wel dat vasthouden aan de illusie van een-ikje-zijn (geloof in ons ego) tot gevolg heeft dat we angstig worden en denken iets te moeten verdedigen, soms zelfs door een denkbeeldige buitenwereld aan te vallen. Maar keer het voor de verandering eens om. Zie eens dat de mate waarin je een zogenaamd probleem serieus neemt en ertegen gaat vechten een groei veroorzaakt in het idee dat er een ikje bestaat. Lukt dat? Lichte irritatie geeft klein geloof in afgescheiden ikje, grote boosheid of frustratie laat dit geloof in een ikje verder opzwellen en verharden. Een beetje blazen in een ballonnetje geeft een klein slap ballonnetje; hard blazen geeft uiteindelijk een enorme luchtballon. Het doel van ontwaken is niet om eerst een enorme luchtballon te produceren maar om het mechanisme in de gaten te krijgen.

Je bent één denkgeest en je omvat alles. In die denkgeest vindt een film plaats met gebeurtenissen. Ik heb het niet alleen over gedachten maar ook over de dingen die we echt noemen; de fysieke wereld. In de eerste 30 werkboeklessen hebben we geleerd dat alles projectie is waar ze welf de betekenis aangeven die we willen. We hoeven nu slechts op te gaan merken dat als we ergens de betekenis aangeven van “dit wil ik niet” of “dat heb ik nodig” we een beetje in het ballonnetje blazen waarmee ons ik-gevoel sterker wordt. En nu komt de grap; wees hier niet langer bang voor maar ga er eens mee spelen door goed op te letten wat er gebeurt. Beetje boos? Ha, ha; jawel, ik voel mijn egootje wat zwellen. Erg boos? Ooooh, wat een mooie grote luchtballon!

Als je hier wat handiger in wordt dan kun je besluiten om de neiging om te vechten tegen wat zich voort lijkt te doen eens te weigeren. Vergeving is stil en doet in werkelijk niets anders dan de boel niet zo serieus te nemen. Wat blijkt? Het is alsof je de irritatie als een houtblok op een klein vuurtje legt. Het geeft nu een wonderlijke warmte, een gevoel van vrede. Iemand maakt een rotopmerking? Hé, ik trap er niet in. In de ene denkgeest wordt een film geprojecteerd die de Zoon van God probeert te verleiden om het serieus te nemen, aan te vallen en een rottig afgescheiden ego-gevoel te krijgen. Deze keer maar even niet.

Tenslotte kan het gebeuren dat je zo dat hele gedoe van ballonnetjes-blazen zat wordt. Maar juist dit zat-worden is de wortel van de ik-illusie. De ultieme vergevingsoefening kan een ikje nooit in gang zetten. Een ikje ontstaat immers uit de neiging om juist niet te vergeven en kan niet de oorzaak van de ultieme vergevingsles zijn. Dat hoeft ook niet. Uiteindelijk is het altijd al de Zoon van God geweest die het vlammetje was dat al onze irritatie-houtblokjes omzette in warmte en vrede en uiteindelijk zal deze werkelijke Identiteit onze laatste ego-illusie corrigeren.

WB 30: God is in alles wat ik zie, want God is in mijn denkgeest.

En, ben je er nu vanaf?

ben je er nu vanafAls we ergens last van hebben dan willen we daarvan af. Het lijkt of we wat dit betreft allemaal onze eigen thema’s hebben. Met sommigen ervan hebben we allemaal te maken, denk aan lichamelijke pijn. Andere lijken specifiek voor jouw persoontje. Twee van die ogenschijnlijk wat specifiekere thema’s voor mij zijn slapeloosheid en spreekangst. Vermoedelijk komt jouw eigen achillespees direct in je gedachten. Zodra we een kans ruiken om van een dergelijk vervelend hoofdthema af te komen grijpen we deze met beide handen aan. De manier waarop we hierbij te werk gaan is steevast hetzelfde: definieer het probleem- vind een goede aanpak – bepaal of het probleem is opgelost. Als het gelukt is ben ik blij als het mislukt is ben ik teleurgesteld en moet ik wat anders proberen. Zolang ik in deze werkwijze geloof en deze toepas is mijn ego tevreden. Er zullen me zelfs soms wat succesjes gegund zijn als de omstandigheden niet al te extreem zijn. Ik zal een keer na een paar uur slapeloos woelen toch tevreden in slaap vallen na het toepassen van een methode en ik zal een keer een plezierige flow ervaren na een geslaagde toespraak en een luid applaus.

Na dit “succes” sukkel ik een beetje tevreden in slaap. Ongemerkt probeer ik m’n leven zo te manoeuvreren dat de situatie behapbaar voor me blijft. Zo zal ik als ik een vliegvakantie boek zoeken naar een mogelijkheid waarbij de heenreis wat later op de dag valt. Als ik namelijk om 3.00h ’s nachts op moet staan om een vlucht te halen, ben ik zo bang die paar uur er voor niet te kunnen slapen dat ik vrijwel zeker wakker lig en slaperig en moe op reis moet gaan. Dat wil ik niet. Als ik moet spreken voor een groep bereid ik me extreem goed voor om verrassingen te voorkomen. Toch blijft het moeilijkste moment het begin van de toespraak omdat ik vermoed dat iedereen op dat moment zijn of haar oordeel over mij zal gaan vormen. Zet een grote spotlight op me en een camera en de ellende is compleet.

En hoe denk ik hier vanaf te komen? Jawel, door de Cursus toe te passen. Ik heb bijvoorbeeld het boek “From Anxiety to Love” besteld en hoop natuurlijk dat dit zal “helpen”. Het ego kijkt erg tevreden toe. Ik blijf immers heerlijk mijn best doen, streven naar succes, mezelf frustreren, mezelf dom en schuldig voelen als het weer eens “niet goed afloopt”? Prima; zolang dit mijn belangrijkste vragen zijn, speel ik het spel mee waarbij ik geloof dat ik een bang doch dapper ikje ben dat de Cursus steeds beter snapt en… daarmee verander in een steeds dapperder en onbevreesder ikje dat nergens meer last van heeft. Liefst deel ik dit succes met anderen; deels omdat ik serieus geloof anderen hiermee te helpen maar natuurlijk ook om stiekem een beetje bewondering te oogsten. Ook dát vindt ego wel lekker. Ik kan dan laten zien dat ik het allemaal goed begrepen en toegepast heb en dat ik er nu vanaf ben.

Toch begint er een beetje lucht te komen in mijn grote problemen. Het komt echter van een andere kant dan we gewend zijn. Ik kan dat illustreren met de werkboekles (28) van vandaag: Ik wil niets liever dan de dingen anders zien. Langzaam, heel langzaam, begint er enig begrip te komen dat ik met “en, ben ik er al vanaf?” de verkeerde vraag aan het stellen ben. Een vraag die iets meer in de richting komt is “en, geloof je nog steeds dusdanig in de echtheid van de klachten (slapeloosheid, spreekangst, pijn) dat je alles op alles zet om er van af te komen?” Op deze vraag zal ik dan voor 99% antwoorden: jawel, ik wil er nog steeds dolgraag vanaf. Maar dan is er een ondeugende 1% die zegt: “maar ondertussen wil ik niets liever dan deze ogenschijnlijke kwestie anders zien”.

Hiermee komt er een piepklein beetje ruimte voor de mogelijkheid dat ik mijn klachten wellicht te serieus genomen heb, dat ik 100% geloof heb gehecht aan hun echtheid wat ik illustreer door mijn verlangen om er af te willen komen. Met die 1% wend ik me tot Hem en vraag ik Hem om mijn ogen aan te raken zodat ik opnieuw naar de kwesties kan kijken. Ik merk dat mijn angst voor de rampen die ik me inbeeld iets kleiner wordt. Ik kan even blijven staan, even bij het schijnbaar overweldigende nare gevoel blijven en me af te vragen: stel dat ik niet doodga als ik dit er eens laat zijn? Stel dat ik eens niet het gevecht aanga? Mijn ego reageert onthutst en vindt dit volslagen ongepast. “Niet doen, levensgevaarlijk, je moet je schamen, deze blog vooral niet posten, je stelt je veel te kwetsbaar op, je zult last krijgen, doe toch normaal!”. Oké Heer, ik neem mijn pijn, slapeloosheid en angst zo serieus omdat ik geloof dat dit erbij hoort, dat het normaal is. Ik kan me hierin vergissen en ik wil niets liever dan dit anders te zien. Het voelt haast ongepast deze “grote klachten” iets minder serieus te nemen en mezelf toe te staan er met andere ogen, Uw ogen, naar te kijken. Zeg me maar hoe het nu verder zal gaan want U wil ik volgen. Wat er verder ook lijkt te gebeuren in de droom, ik wil U volgen.

 

En ze leefden nog lang en gelukkig

ze leefden nog lang en gelukkigVandaag krijgt het ego het weer zwaar te verduren met les 24: Ik zie niet wat mijn hoogste belang is. 1. In geen enkele situatie die zich aandient weet je welke uitkomst jou gelukkig zou maken.

Lekkere binnenkomer! Natuurlijk denk ik daar heel anders over. Dat kan ik makkelijk illustreren aan de zaken waar ik ooit tegenaan gelopen ben met daarachter wat ik als gewenste uitkomst zie:

  • Ziekte en pijn: pijnvrije gezondheid
  • Slapeloosheid: lekker 8 uur doortukken
  • Problemen om een hypotheek rond te krijgen: een snelle en vrijgevige hypotheekverstrekker
  • Stress en angstklachten in een drukke baan: kalme onverstoorbaarheid

Zo kan ik nog wel even doorgaan en jij als lezer waarschijnlijk ook wel. Samenvattend zou ik dus tekenen om een lang, gezond en stressvrij leven te hebben met dierbaren waar ik het altijd goed mee kan vinden en instanties die snel, vriendelijk en service gericht zijn. Op hoge leeftijd zou ik met een tevreden glimlach in mijn slaap overlijden.

Is dit dan zo gek om te willen? Iets om me schuldig over te voelen? Mag ik dan niet wensen dat alles verloopt zoals ik dat graag zou willen? Natuurlijk mag dat wel, gewoon lekker van genieten als het meezit, maar helpt het me om wakker te worden? De vraag is ook nog eens of ik tevreden zou blijven, zelfs als alles zou lijken mee te zitten. Er is meen ik een boek met de titel: niets meer te wensen en toch niet gelukkig. Dit wijst erop dat we zelfs in een plezierige droom een besef kunnen krijgen dat we de boot aan het missen zijn. Genoemde nare omstandigheden kunnen fungeren als wake-up call om niet pas op ons sterfbed aan de slag te gaan met de vraag: “was dit het nou?”.

Wat is de gemene deler in al de genoemde kwesties? Het geloof dat ik gelukkig ben als ik een klachtenvrij lichaam heb en leef in een ideale wereld. Binnen de droom is alles er op gericht om dat ikje te pamperen om zodoende elke vraag over de echtheid van ons geloof in afgescheidenheid in de kiem te verdoven. Omstandigheden die wij als naar en ongewenst zien confronteren ons met ons geloof dat we een lichaam zijn (inclusief psyche) dat zich beweegt in een echte wereld. De Cursus leert ons dat op het moment van de denkbeeldige afscheiding, de roep terug naar de liefde die we echt zijn direct geactiveerd werd. Dit is de stem van de Heilige Geest. Zodra we dus geloven dat we als ikje rondlopen is er ergens dat stemmetje dat zegt dat we onszelf voor de gek houden en dat we iets missen. Het echte antwoord is dat we de liefde missen die we zelf zijn. Als we dit echter zouden aannemen dan valt de bodem uit onze ik-illusie. Deze illusie van afgescheidenheid willen we koste wat het kost in stand houden en daarom zal onze ego-wil ons vertellen dat we gelukkig worden met vormen van surrogaat liefde. Dit zijn gezondheid, welvaart, genot, veiligheid, macht enzovoort.

Mogelijk reageert je ego nu verontwaardigd door door te slaan naar het andere uiterste en zich af te vragen of al die zaken dan slecht zijn. Nee, alle zaken die we menen te zien, dus ook die lollige dingen waar we lekker van kunnen genieten, zijn volkomen neutraal en hebben slechts de betekenis die wij er aan toekennen. Als we echter menen dat ze ons duurzaam geluk en echte vrede kunnen bieden dan vergissen we ons. Het zijn slechts fopspenen waar we alles voor doen om deze te bemachtigen om weer door te kunnen slapen. Wij weten nauwelijks wat we echt nodig hebben.

Die nare ziekte, die angstklachten, die financiële zorgen en die onredelijke baas laten ons zien dat we groot geloof hechten aan de illusie dat we een kwetsbaar, sterfelijk en afgescheiden wezentje zijn. Soms lukt het onze wanhoop tijdelijk weer op te heffen namelijk als wij vinden dat zaken een goede afloop hebben. De ziekte geneest, ik ga alles dapper aan, ik win de jackpot en mijn baas beloont me met een hoge positie en salaris. Maar dit zijn schijnoplossingen. Ons geloof in afgescheidenheid en kwetsbaarheid is nog aanwezig en er hoeft maar iets te gebeuren en onze angst toont ons dat dit zo is.

We zoeken een echte uitweg. Vanuit onze diepe wanhoop nemen we geen genoegen meer met verdovende schijnoplossingen. We meten het succes van ons spirituele pad niet af aan zogenaamd positieve wendingen in de droom. Het gezonde klachtenvrije lichaam, de pot met geld en de aai over onze bol zijn heerlijk maar ten diepste niet waar het om draait. We willen wakker worden uit de droom van afgescheidenheid. Als ikje weten we niet wat we moeten wensen omdat ditzelfde ikje juist zijn schijnbare bestaan dankt aan een onhandig verlangen naar iets wat niet echt is en niet bestaat. Er is er maar Één Wiens wil echt de onze is. Die Ene is de Bron van wie we zijn. Hij is onze Vader en wij zijn Zijn Zoon. We mogen onze ogen afwenden van de nepoplossingen van de droomwereld en onze handen uitstrekken naar Hem. Hij zal dit vertrouwen nooit beschamen en ons de vrede bieden die al ons beperkte verstand en onze beperkte wil verre overstijgt.

Jeugdtrauma’s herbeleefd

jeugdtraumaGisterochtend sprak ik een oudere dame die de neiging heeft om urenlang monologen te voeren over haar nare jeugdherinneringen. Het moet gezegd worden dat het inderdaad niet gering is wat ze allemaal voor haar kiezen heeft gekregen maar, een beetje onbeleefd gezegd, op een gegeven moment weet ik het wel. Het telkens herkauwen van alle traumatische gebeurtenissen lijkt haar geen goed te doen want telkens raakt ze overspoeld door boosheid en verdriet over al het onrecht dat haar is aangedaan.

Gisteravond reageerde mijn partner, vermoeid door een dag hard werken, ongebruikelijk fel op het feit dat ik in haar ogen iets fout had gedaan. Ik merkte dat de ruw geformuleerde kritiek hard binnen kwam en wist met moeite mijn verontwaardiging en boosheid binnen te houden. Enige minuten later besefte ik dat een oud patroon zich herhaalde waarin mijn vader mijn fouten in het verleden met weinig subtiliteit bestrafte. Net als mijn gesprekspartner van die ochtend meende ik dat ik een weerloos slachtoffer ben van zaken die anderen mij in het verleden hebben aangedaan.

Wat deze kwesties me als eerste tonen is dat theoretische kennis van de Cursus geen garantie vormt om niet langer in klassieke valkuilen als deze te stappen. Telkens weer krijgen we de vergevingslessen aangereikt als oefenmateriaal. Het ego wil me nu “hardleers” en een “hopeloos geval” noemen, maar gelukkig doorzie ik die truc nu wat sneller. Als tweede is dit een klassiek staaltje van projectie. Mijn irritatie over mijn oude vriendin die zich als slachtoffer lijkt te blijven wentelen in het verleden had mij al een wake-up-call kunnen geven. Kennelijk moest de wekker ’s avonds echter nogmaals afgaan. Ik veroordeelde in haar het geloof in willoos slachtofferschap en dit blijkt, zoals gewoonlijk, mijn eigen geloof te zijn dat ik voor mijn gemoedsrust maar liever in haar veroordeel. Het devies is het terugnemen van de projectie.

Ik geloof dat mij in het verleden iets is aangedaan waardoor ik ook nu nog ellende ervaar. Ik geloof dat ik een klein en kwetsbaar wezentje ben dat bedreigd wordt door boze machten buiten mij. Ik geloof dat de afscheiding van God, van liefde, gelukt is, dat ik hierdoor fout en schuldig ben en dat Gods toorn niet kan uitblijven. Ik geloof dat ik dus God heb aangevallen en dat zijn tegenaanval in feite gerechtvaardigd is. En zolang ik geloof in de mogelijkheid van afscheiding en aanval zal ik de illusie koesteren dat ik leef in een bedreigende de wereld waar ik aanvallen moet vrezen en waar ik uiteindelijk als lichaam het onderspit zal gaan delven en zal moeten sterven.

Nu pas kan de terugweg aangevangen worden met behulp van werkboekles 23: Ik kan ontsnappen aan de wereld die ik zie door aanvalgedachten op te geven. De tweede paragraaf komt met grote kracht de denkgeest binnen:

Als de oorzaak van de wereld die jij ziet aanvalgedachten zijn, moet je leren dat je juist deze gedachten niet wilt. 2Het heeft geen zin te jammeren over de wereld. 3Het heeft geen zin te proberen de wereld te veranderen. 4Ze is niet te veranderen, omdat ze slechts een gevolg is. 5Maar het heeft zeker zin je gedachten over de wereld te veranderen. 6Hiermee verander jij de oorzaak. 7Het gevolg zal dan vanzelf veranderen.

Reeds in deze 23ste les geeft Jezus ons in paragraaf 5 helder aan wat me te doen staat:

2Deze verandering vereist eerst dat de oorzaak herkend en daarna losgelaten wordt, zodat die kan worden vervangen. 3Bij de eerste twee stappen in dit proces is jouw medewerking vereist. 4Bij de laatste niet. 5Jouw beelden zijn al vervangen. 6Door de eerste twee stappen te zetten zul je zien dat dit zo is.

Als ik dit wat anders formuleer dan wordt de aanpak helder:

  1. Oorzaak herkennen.
    Dat betekent eerst contact maken met wat ik  voel, hiervan niet wegrennen maar het onder ogen komen door er rustig naar te kijken. In het terugnemen van de projectie helpt enige kennis van de metafysica van de Cursus ons enorm. We moeten simpel gezegd voelen wat er gebeurt en snappen dat de oplossing niet buiten ons ligt maar in onze eigen denkgeest.
  2. Oorzaak loslaten.
    De oorzaak is mijn geloof in afscheiding. Ik geloof dat ik het daadwerkelijk geflikt heb en me heb losgemaakt van de eenheid, van de liefde. Triomfantelijk kijk ik om me heen. Door dit geloof serieus te nemen vergeet ik te lachen en denk ik dat ik daadwerkelijk een lange neus tegen God kan maken met zonde, schuld en angst tot gevolg
  3. Vervangen van aanvalsgedachten door de visie van de Heilige Geest. Als ikje kan ik geen juiste gedachten hebben omdat deze “mezelf” zouden opheffen. Ik moet vertrouwen op gedachten die niet geboren worden vanuit ogenschijnlijke afgescheidenheid maar die mij toevloeien vanuit het Geheel, vanuit de Liefde die ik werkelijk ben.

Het wonder van vergeving; wat een vrede..

Mind blowing

mind_blownBij een normale cursus of opleiding is het begin vaak redelijk simpel en makkelijk te begrijpen en werk je toe naar de complexere thema’s die later aan de orde komen. Hoewel er een boven-intelligente opbouw in onze Cursus in Wonderen zit kun je niet echt spreken van een rustige start. Als je wat langer met de Cursus bezig bent loop je de echter kans dat je een beetje afgestompt raakt voor de heftigheid van de boodschap van de eerste lessen. De les van gisteren vind ik wat dit betreft een heerlijk voorbeeld: Ik ben vastbesloten te zien (W20). Zonder dat we het zelf in de smiezen hebben interpreteert ons ego dit onbewust als “ik ben vastbesloten om, bij wat ik nu al zie, nog wat andere, meer spectaculaire dingen, waar te nemen”. Gelukkig worden we in dezelfde werkboek les direct gecorrigeerd in de zin: 2Het idee van vandaag houdt tevens stilzwijgend de erkenning in dat jij nu niet ziet. Er staat dus niet dat we nu wat weinig zien. Er staat dat we niet zien. We haken hiermee dus aan bij les 9: Ik zie niets zoals het nu is.

De Engelsen hebben een mooie uitdrukking voor dergelijke inzichten: mind blowing. De Nederlandse vertaling, geestverruimend, vind ik een te voorzichtig woord. Genoemde werkboeklessen leggen immers een bom onder alles wat wij zo vanzelfsprekend vinden. We menen dat we een wat betere bril nodig hebben maar de Cursus leert ons dat niet alleen die bril niet bestaat, maar evenmin een neus om deze op te zetten, ogen om door te kijken en hersenen om de beelden te interpreteren. Wij als individuen die denken door de Cursus iets betere ogen te zullen krijgen bestaan zélf niet. De hele show die we om ons heen menen te zien is niet iets buiten ons maar een projectie die we als Zoon van God zelf maken om er vervolgens ons geloof aan te hechten. Waartoe zouden we dat doen? Juist om het geloof mogelijk te maken dat we wél een mannetje met een brilletje op de neus zijn die eens kritisch om zich heen kan kijken. Het is verhelderend om eens vooruit te kijken naar een herhalingsles die over een paar weken aan de orde is:

 Ik wil niets liever dan anders zien (56).

 2De wereld die ik zie, houdt mijn angstwekkende zelfbeeld in stand en garandeert de voortzetting ervan

 Zie je die koppeling hier tussen het zogenaamde “zien” van ons en het zelfbeeld dat we in stand willen houden? We gebruiken de truc van het zogenaamd kunnen zien om het beeld van onszelf als afgescheiden individu overeind te kunnen houden. De vanzelfsprekendheid waarmee we dit doen moet doorbroken worden om hier verandering in aan te kunnen brengen:

 3Zolang ik de wereld zie zoals ik die nu zie, kan de waarheid niet tot mijn bewustzijn doordringen. 4Ik wil graag dat de deur achter deze wereld voor mij geopend wordt, zodat ik daarachter de wereld kan zien die een weerspiegeling is van de Liefde van God.

 “Hoe kunnen we dat doen?” lijkt nu de voor de hand liggende vraag. Maar ook wanneer we deze vraag stellen, hebben we direct onze fundamentele blinde vlek gemist. Met het stellen van deze vraag hebben we namelijk al een heleboel aannames gedaan zonder dat we dit zelf gemerkt hebben. We zijn er bijvoorbeeld vanuit gegaan dat we als ikje bestaan, dat we in een situatie verkeren die niet oké is, dat we hier iets aan kunnen doen en dat we daarmee in een zogenaamde toekomst in een nieuwe situatie terecht zullen komen die ons beter gaat bevallen. Aangezien dit zogenaamd kan gaan lukken of niet, iets waar we ons bezorgd over kunnen maken, kun je al zien dat we in herhalingen vallen: 2De wereld die ik zie, houdt mijn angstwekkende zelfbeeld in stand en garandeert de voortzetting ervan. We zitten nog steeds midden in de duale droom van het worstelende ikje in een echte wereld.

Is dit dan zo erg? Volgens het ego wel. Door er weer “in te trappen” zouden we immers hardleers, stom en schuldig zijn. Maar zo is het niet. We zijn onschuldige studenten die aan het leren zijn en door de Cursus precies op het denkbeeldige niveau worden aangesproken waar we ons menen te bevinden. Voor vandaag mogen we dus, zeker als we de lessen al vaker gelezen hebben, het stof dat we er zelf op hebben laten verzamelen eraf laten blazen en ons verbazen over de heftigheid van de woorden. Laten we reikhalzend uitkijken naar de mooie lessen die gaan volgen. Welke boodschap is er vanuit de alwetende Christus-Geest, die we als Zoon van God met elkaar delen, geformuleerd in de Cursus om ons zelfs binnen onze droom te bereiken? Wat vertelt onze broeder Jezus ons vandaag en hoe gaat hij, als symbool van onze herinnering, hier komende dagen mee verder? Jezus, wat een Cursus!

 

De oude betweter

old man long hairOm een beetje in vorm te blijven ben ik lid van een fitnessclub waar ik af en toe wat energie kwijt raak op een woud aan trainingsapparaten. Vrijwel altijd loopt er een oudere, stevige man met lange paardenstaart rond die zich telkens ontpopt als onbezoldigd adviseur. Vanuit mijn ooghoek zie ik hem telkens naar nietsvermoedende medesporters toelopen waarna hij ongevraagd begint uit te leggen dat ze iets niet helemaal goed doen. Hun warming up is te kort, hun houding deugt niet en vandaag legde hij aan een sportieve veertiger uit dat zijn ademhaling niet deugde. Hoewel mij zijn ongetwijfeld goedbedoelde tips bespaard zijn gebleven merk ik dat ik me er toch aan erger. Met verholen plezier hoorde ik dan ook dat zijn huidige slachtoffer niet onder de indruk was van de gesuggereerde correctie. Hij legde uit dat hij zelf sportfysioloog was en dat hij de mening van de oudere man respecteerde maar dat hij het toch wat anders zag. Deze bleek allerminst uit het veld geslagen en wilde perse zijn gelijk krijgen. De sportfysioloog ging er toen ook maar eens voor zitten en bedolf de man onder feiten en bewijs.

Zelf dacht ik na over wat me nu toch zo irriteerde aan die eigenwijsheid van de paardenstaart. Het woord “eigengereidheid” kwam naar boven maar na wat jaren Cursus besefte ik dat dit een weinig behulpzaam, laat staan leerzaam, etiket is. Ooit leerde ik in een communicatietraining voor m’n werk iets over de allergie-theorie. Kort samengevat komt het er op neer dat je jezelf wat meer zou mogen uiten op het gebied waar je overgevoelig op reageer bij een ander. Positief geformuleerd is eigengereidheid zoiets als zelfbewust. Kennelijk durf ik me niet zelfbewust op te stellen? Ik moet dieper graven. Kennelijk denk ik dat het slecht en zondig is om mijn ruimte in te nemen en zoiets te zeggen als “voilà, hier ben ik dan”.

Dat lijkt voor een Cursus-student een goede houding als je ervan uitgaat dat de afscheiding nooit echt gebeurd is en dat het jezelf presenteren als trots (sterk, slim etc) individu nergens op slaat. Is zo’n allergie hiervoor dan wel zo slecht? En hierin zit hem de clou. In mijn veroordeling van een zelfbewuste man veroordeel ik de denkbeeldige afscheiding van mezelf van de liefde. Anders gezegd; ik neem deze denkbeeldige afscheiding van God uiterst serieus en voel me hier schuldig over. Deze schuld wil ik liever niet, figuurlijk gesproken, zo dicht op mijn eigen huid hebben dus projecteer ik die op, jawel, mijn leraar; de man met de paardenstaart.

Oftewel; vergevingswerk te doen. Hiertoe maak ik contact met het gevoel een afgescheiden ikje te zijn dat verdediging nodig denkt te hebben. Ik denk dat ik schuldig ben, dat God boos op me is. Ik weet nu dat dit een vergissing is en vraag nu de Heilige Geest om nog eens te kijken naar mijn angst om denkbeeldige ruimte in te nemen. Ik heb God nooit geschoffeerd en mijn oude leermeester heeft dat evenmin gedaan. Het innemen van veel of weinig ruimte is onmogelijk en daarom totaal niet aan de orde. Ik ben totaal schuldloos en dus is hij dat ook. Er is niks gebeurd en een oordeel is totaal onnodig en houdt de vergissing slechts in stand.

Iets later zie ik de man in de sauna. Hij legt aan een jongedame uit dat ze haar handdoek ook onder haar voeten moet leggen omdat daar het meeste zweet uitkomt. Ik moet van binnen lachen. Ik houd van mijn leraar.

 

De leraar als afgod

boeddhisme

Laten we het maar gewoon toegeven; we doen de Cursus omdat we het zat zijn om ellende te ervaren. Het lijkt er op dat we sowieso pas geïnteresseerd raken in wat we spirituele groei noemen als de gangbare oplossingen van onze wereld geen uitkomst meer bieden. We zijn de pijn en de psychische nood meer dan zat. Het lijkt ons heerlijk om vrij te zijn van pijn, angst en van een sombere stemming. We hebben de gangbare schijnoplossingen van de wereld wellicht al uit den treure geprobeerd maar deze hebben ons niet gebracht waar we zo vurig op hopen: verlichting van onze klachten. Wie kan ons nu nog helpen?

Zodra er iemand opstaat die roept dat hij of zij de ultieme oplossing voor onze ellende gevonden heeft staan we vóór in de rij om te onderzoeken of het iets voor ons is. Dankzij internet kan onze zoektocht uitgebreid worden en buitelen de YouTube-filmpjes van blije leraren over ons scherm. We zien hun serene glimlach en we drinken gulzig hun woorden over liefde, vrede en conflictloosheid. Oh ja, dat willen wij ook, die rust, die kalmte, het eeuwig durende goede humeur. Hier is, laat ik daar helder over zijn, helemaal niks mis mee en laten we vooral heerlijk genieten van het samenzijn met hen in een gelukkige droom.

Toch is het leerzaam om te kijken wat ons nu zo precies aantrekt in het beeld van de serene leraar. Dan blijkt dat wij gedreven worden door onze eigen overtuigingen over de echtheid van de wereld die we menen te zien. Sta me toe een barstje te slaan in het beeld van die sereen lachende leraar. Enkele van de grootste hedendaagse leraren krijgen kanker, ervaren veel pijn en sterven. Huh, hoe kan dat nou? Een goede vriend van me stopte met het bijwonen van de bijeenkomsten bij Hans Laurentius omdat hij getuige was van een ruzie die Hans had met een vrouw. Hé, een geestelijk leraar die uit z’n pantoffel lijkt te schieten? Dan zijn ze zeker toch wat minder verlicht dan we dachten. Dan maar even de overtreffende trap: Jezus die het tempelplein reinigt door marktkraampjes om te rammen. Zou hij dat met liefdevolle glimlach gedaan hebben? Of, waar ik in een vorige blog over schreef, Jezus die bang is bij de naderende martelingen.

Wat kunnen we leren van de verontrusting die we ervaren als verlichte leraren ogenschijnlijk dezelfde angst en pijn meemaken als wijzelf? Wat kunnen we ervan leren als we hun reactie gaan vergoelijken of zelfs glashard ontkennen? Het laat slechts zien dat we menen dat wij betekenis kunnen toekennen aan dat wat we met onze ogen menen te zien en met onze oren menen te horen. Wij menen boze of bange mensen buiten ons te zien en vinden dat op een of andere manier bedreigend voor onszelf. Wij hebben besloten om de illusie van afgescheidenheid nog steeds volledig serieus te nemen. We zijn de allereerste werkboeklessen al weer lang vergeten. Neem als één van de vele voorbeelden les 6: Ik voel onvrede omdat ik iets zie wat er niet is.

Lessen zoals deze gebruiken we graag om ons in het dagelijks leven wat rustiger te voelen als iemand ons lijkt aan te vallen. Is er echt sprake van een aanval? Nee, dat lijkt maar zo. Het is slechts een roep om liefde. Onze dierbare lijkt in nood? Is dit echt zo? Nee, ik zie iets wat er niet is, ik kijk naar een volmaakte schepping van God. De historische Jezus is boos en bang. Ho, stop! Dit mag niet zo zijn. Dit is echt en we willen geen bange Jezus! Waarom niet? Omdat wij dan zelf ook echt angst en pijn zouden kunnen ervaren en dat willen we niet. Waarom niet? Omdat we nog zo diep geloven dat angst en pijn écht zijn dat we ons niet onze helden willen laten afnemen die ons getuigen van het tegendeel. Wij willen dolgraag een sereen afgescheiden ikje kunnen zijn dat geen last heeft van de “echte” boze buitenwereld.

Onze afkeer van beelden van bange, zieke of boze leraren blijkt evenredig met de mate waarin we nog geloven dat we zelf echt een afgescheiden ikje zijn in een boze wereld. We geloven nog steeds de beelden die we zelf projecteren van aanval en verdediging, van pijn en lijden. Hoe dubbel is dit. We ageren zo heftig tegen het beeld van een lijdende verlosser omdat we nog zo erg geloven dat het lijden dat we menen te zien echt is. Het beeld van de lijdende Christus is ons eigen zelfbeeld. Wij willen zelf als lichaam sereen kunnen blijven ondanks zogenaamd echte pijn. We willen nog 1% lichaam als afgod behouden en nemen genoegen met 99% hemel. Dit kan echter niet, het is alles of niks. Die laatste 1% houdt in dat zelfs een van pijn huilende Jezus niet meer is dan een beeld in onze eigen denkgeest dat vergeving behoeft. Dan zal het doek in de tempel scheuren en de hemel opengaan.

Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.
Hierin ligt de vrede van God