Slachtoffer of dader?

verkoudenM’n vrouw is snip verkouden. Dat is niet bevorderlijk voor haar nachtrust en evenmin voor de mijne. Vanmorgen dacht ik aan dat kleine rot virusje dat ons in deze winterse dagen hoestbuien, een kop vol snot en een gevoel van malaise kan geven. Natuurlijk vind ik het nu zielig voor m’n vrouw maar eerlijk gezegd zie ik ook op tegen het onvermijdelijke gevolg waarbij het virusje zich ook een weg naar mijn lichaam zal weten te vinden. Iets vroeger dan normaal las ik vanmorgen de toepasselijke werkboekles 340: Vandaag kan ik vrij van lijden zijn. Deze les ligt in het verlengde van les 338 “Ik ondervind uitsluitend de gevolgen van mijn gedachten” en les 339 “Ik zal ontvangen wat ik maar vraag”. In deze lessen klinkt de kernwaarheid van de Cursus door: “Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie”.

Tja, hoe moet ik dit nu zien in het licht van die schijnbaar onvermijdelijke verkoudheid? Een eerste reactie kan bestaan uit een hartelijk weglachen van deze neiging tot hypochondrie. Want waar heb ik het over als ik ons virusje relateer aan de kanker waar zoveel mensen mee worstelen en het geweld en de oorlogen die we op tv zien? Met deze gedachtegang raken we direct aan een principe van de Cursus. Er is geen rangorde in wonderen en daarmee ook niet in de ellende waarvan we denken dat deze ons overkomt. De kern van de zaak blijft hetzelfde. In alle situaties, of we die nu aanstellerij of een ramp noemen, menen we dat we een slachtoffertje zijn van iets dat ons tegen onze wil in overkomt.

Terug naar de drie werkboeklessen die ik citeerde. Hier reageert het ego namelijk steevast op dezelfde manier op. De manier van redeneren is ongeveer als volgt. “Aha, als deze ellende me niet overkomt dan is er maar één andere conclusie mogelijk: ik doe het mezelf aan. Jeetje wat stom! Laat ik er maar zo snel mogelijk mee stoppen. Waarom lukt dat nou niet? Ben ik nou zo stom of snap ik het niet? Het is nu eigenlijk allemaal mijn eigen schuld”.

Het ego scheert hiermee vlak langs de waarheid maar mist deze toch omdat het slechts één van de twee volgende uitkomsten wil accepteren: ik ben slachtoffer en, als dit niet klop, dan ben ik de schuldige dader. Tijdens bijeenkomsten en in de Facebook groepen is er steevast wel een broeder of zuster die onze ego-gedachtegang helder voor ons uitschreeuwt: “wil je beweren dat het de eigen schuld is van die uitgehongerde kindjes?” De Cursus, als symbool van God, wordt hiermee weer vervormd tot een monsterlijk en kwaadaardig gedrocht. Dit kan toch niet waar zijn? De spiegelbeeldige tegenhanger komt overigens dan ook voorbij. Als er geen schuld ligt in de boze buitenwereld dan betekent dit dat een man als Hitler niets te verwijten valt. Daarmee zijn dus alle Joodse slachtoffers plotseling daders van hun eigen ellende. Ik kan nog wel even doorgaan met het opsommen van onze ego-reacties, aan voorbeelden geen gebrek.

Deze reactie hoeven we overigens niet te veroordelen als een broeder of zuster zo eerlijk is om deze als aanklacht tegen de Cursus uit te schreeuwen. Misschien hebben we zelf vanuit een soort gezapige Cursus-correctheid deze authentieke schreeuw wel gesmoord in prettig klinkende affirmaties. Laat die rauwe vraag maar gewoon toe. Waarom overkomt deze ellende mij en, als het slechts mijn eigen projectie is, waarom doe ik dan zo stom en kan ik er niet mee ophouden?

Het kan ons helpen om nu terug te grijpen naar de metafysica van de Cursus. Want wat is de basisgedachte? Dat we als Zoon van God in feite één zijn met onze Schepper, dat we onbegrensde liefde zijn. Maar welke droom verkiezen we te dromen? De droom dat we afgescheiden zijn, een ikje met grenzen die we echt kunnen ervaren. Maar dan helpt het helemaal niet als we als Zoon om ons heen kijken en alleen maar onze Vader zien die ons lachend en liefdevol met open armen altijd opwacht. Nee, we moeten de denkbeeldige deur uit en op weg naar een boze wereld waarin we ons, jawel, slachtoffer of dader kunnen voelen. Jammer dat deze deur er in werkelijkheid niet is. Nou, dan projecteren we die maar. Dat projecteren doen we vanuit die onverdeelde, ene denkgeest waarin alleen liefde heerst. In de onechte droom die we projecteren kunnen we ons een ikje voelen. Om deze droom in stand te houden kunnen we als ikje slechts kiezen uit twee opties: ik wil slachtoffer zijn of dader. Als ikje binnen de droom kan ik helemaal niks met de waarheid dat deze twee rollen geen van beiden tot het domein van de werkelijkheid behoren. Want wat gebeurt er als ik beide rollen kan vergeven door de liefde weer de droom binnen te laten stromen. Precies, dan word ik wakker. En dat wilde ik dus juist niet, anders was ik nooit begonnen met deze droom!

Zie je het gebeuren? Als we denken dat we niet langer slachtoffer zijn van de verkoudheid maar de dader hiervan dan geloven we nog steeds in de macht van dat ikje. Of juist in de onmacht, dat doet er niet toe, zolang we maar geloven in dat IKJE. Maar die hele droom klopt niet en we kunnen er onszelf niet aan onze haren uittrekken. Er is maar één waarheid die dat spartelende ikje kan kalmeren. Een uitstrekken naar de Vader, naar de bron, naar de liefde waar we in waarheid nog steeds grenzeloos mee verbonden zijn. Dus eindig ik met het eind van les 340:

“Wees blij vandaag! Wees blij! Er is vandaag geen ruimte voor iets anders dan blijdschap en dank. Onze Vader heeft deze dag Zijn Zoon verlost. Er zal niemand van ons zijn die vandaag niet zal worden verlost. Niemand die in angst zal blijven, en niemand die de Vader niet om Zich heen zal scharen, ontwaakt in de Hemel, in het Hart van de liefde”.

 

De waarneming vergeven

zintuigenDe Cursus is in elke werkboekles radicaal non-duaal. Vandaag komt in les 336 de onuitsprekelijke waarheid wel heel dichtbij. Met de titel van de les kunnen we nog wel uit de voeten: “Vergeving laat me weten dat denkgeesten verbonden zijn”. Ach ja, ik voel me inderdaad wel verbonden met een boel mensen. In feite hebben we het allemaal moeilijk en doen we op onze eigen wijze ons best om er iets van te maken. Maar de les gaat verder: “Vergeving is het aangewezen middel om waarneming te beëindigen”. We lopen dan tegen termen aan als “waarneming” en “kennis” en zeker als we relatief kort met de Cursus bezig zijn raken we hier de draad en de betekenis een beetje kwijt.

Het is nog relatief veilig voor ons geloof in ons ikje om te blijven hangen in pogingen om onszelf een beetje verbonden te voelen met anderen. Hier is niks mis mee en het vergeven van vervelende broeders en zusters kan de eerste en laatste “oefening” zijn voor ontwaken. Jezus leidt ons in de Cursus niet voor niks terug naar de betekenis van het vergeven van denkbeeldige anderen in onze speciale relaties. Langzaam maar zeker beginnen we te snappen dat het woord “speciaal” in de Cursus ons niet zo enthousiast maakt als hetzelfde woord in de betekenis die wij er gewoonlijk aan geven. Want kort door de bocht is het speciaal in de Cursus een synoniem voor een ordinaire koehandel waarbij we proberen te voorkomen dat we klappen krijgen en er naar streven om van zoveel mogelijk mensen een aai over de bol te mogen ontvangen. Nee, het doel van de Cursus is de heilige relatie en ook hierbij blijven we makkelijk denken aan de relatie tussen twee mensen. Maar het gaat verder.

De Cursus brengt ons vandaag naar de relatie die we menen te hebben met alles wat we menen waar te nemen. Niet alleen de relatie die we menen te hebben met andere mensen maar de relatie die we menen te hebben met een tafel, een geluid dat we horen, een gevoel dat we voelen, een gedachte die we opmerken en met onze koude handen die we in de winter voelen. Kortom: de les van vandaag gaat over waarneming. Praten hierover trekt ons gemakkelijk naar ons hoofd en we kunnen ons werkelijk suf gaan piekeren. Dat effect had het lang op mij en ik ben wel eens na een uurtje geluisterd te hebben naar Tony Parsons de zaal uitgelopen om gewoon te gaan wandelen in Amsterdam. Dit zegt niks over de Cursus of over Tony maar over genoemde neiging om met ons hoofd aan de slag te gaan.

Dus nu terug naar waarneming. Voel nu eens voor de verandering dat bij elke waarneming die plaats vindt direct een bijverschijnsel optreedt. Zodra je iets ziet, hoort, ruikt, voelt of wat dan ook dan is daar de stilzwijgende conclusie: IK neem iets waar. Neem even de tijd om dit heel direct, zonder piekeren gewoon op te merken. Meer niet. Hé ja; ik merk dat ik inderdaad nu geloof dat IK woorden lees. Zie je het? Het is als het ware een package-deal: elke waarneming komt met als bijwerking met dat geloof in afgescheidenheid; een ik die iets waarneem. Toch even een metafysische opmerking: de Cursus leert ons dat juist hiertoe de denkgeest heeft besloten om de illusie van een wereld van tijd en ruimte te maken. Allemaal met als doel om precies deze illusie te maken: ik neem iets waar.

En nu? Krampachtig proberen hiermee te stoppen? Ha, ha; gefopt. Hiermee draai je jezelf verder het drijfzand van de illusie in. Nu is er zogenaamd niet alleen een ikje ontstaan maar kan dat ikje ook nog eens stevig aan de slag. Rustig blijven nu. We lezen verder:

“Vergeving vaagt alle vervormingen weg en opent het verborgen altaar voor de waarheid. Haar lelies zenden hun licht de denkgeest in en roepen die op terug te keren en naar binnen te kijken, om te vinden wat hij tevergeefs buiten zich heeft gezocht. Want hier, en hier alleen, wordt innerlijke vrede hervonden, want dit is de woonplaats van God Zelf”

Zie je dat, de Cursus spreekt nu over het vergeven van onze waarnemingen. Het vergeven is dus niet beperkt tot die vervelende broeder maar breidt zich uit tot onze waarneming. Hier smelten metafysica en werkboeklessen samen tot één universele ervaring: zodra we opmerken dat een waarneming bedoeld is om de ik-illusie te bestendigen dan mogen we hier gewoon bij stil staan. Vergeving is geen “doen” maar opmerken en dan.. Dan ons God, Liefde, Eenheid herinneren en het hier van verwachten. Wat moeten we dan verwachten? Niets, laat het open. Rust in die constatering dat je denkt een ikje te zijn dat iets waarneemt en stel je dan gewoon in vertrouwen open.

We kunnen hierbij op een angst stuiten. Ons ego zal ons influisteren dat bij het opgeven van het geloof in een ikje dat iets waarneemt we zullen verdwijnen, lees: sterven. Het is niet voor niks dat we liever jarenlang veilig blijven spelen met het vergeven van andere mensen om ons een beetje verbonden te kunnen voelen met hem. Nogmaals, niks mis mee maar het gaat verder. Veel verder. Want bij het vergeven van onze waarneming samen met Hem, met het loslaten van geloof in een ikje zullen we niet sterven. Er zal dan pas sprake zijn van Kennis. Van het inzicht dat we Gods schepping zijn. We zijn er wel degelijk, één met Hem, niet als ikje maar als de Heilige Zoon. Ons rationele ikje grijpt, grabbelt, probeert de boel op een rijtje te krijgen. Maar dit is geen raadsel dat opgelost moet worden door een denkend ikje maar een mysterie dat geleefd mag worden. De les sluit af met een gebed:

Moge vergeving in stilte mijn dromen van afscheiding en zonde wegwissen. Vader, laat me dan naar binnen kijken en ontdekken dat U Uw belofte omtrent mijn zondeloosheid gehouden hebt; dat Uw Woord onveranderd blijft in mijn denkgeest, en Uw Liefde nog altijd woont in mijn hart.

Het conflict aangaan

OLYMPUS DIGITAL CAMERADe werkboekles van vandaag gaat over het beëindigen van conflicten: WB333: “Vergeving beëindigt hier de droom van conflict”. Aanvankelijk kunnen we een erg beperkte voorstelling hebben van wat de Cursus bedoelt met een conflict. In de meest beperkte zin is het een situatie waarin je het niet eens bent met iemand anders. Dit kan dan binnen de illusie variëren van het een kleine ergernis omdat iemand je laat wachten tot het bedenkelijke niveau waarbij Donald Trump vindt dat een andere bange man in Noord Korea niet dezelfde verschrikkelijke wapens mag hebben als hijzelf.

Maar de betekenis van het woord conflict gaat veel verder. Iedere identificatie van ons met iets dat een vorm lijkt te hebben in tijd en ruimte is op te vatten als een conflict. Probleem van zo’n erg abstracte formulering is dat het niemand meer aanspreekt. Haal het iets dichter bij door te beseffen dat dit alles is waar je als ikje, als denkbeeldig afgescheiden wezentje, mee te maken denkt te hebben. Dus niet alleen tegenspoed in de wereld maar ook pijntjes, piekeren en nare gevoelens. Nu moet ik het nog iets preciezer zeggen want al deze ongein is in wezen neutraal totdat.. Totdat er ergens een besluit genomen wordt dat het niet oké is. Daarin zit het conflict: de vaststelling dat iets wat je ervaart niet oké is en echt moet veranderen. Deze onvrede dus. En zelfs als je zou willen besluiten om niet langer ontevreden te zijn dan nog zit je al in de mindfuck.

En dan komt werkboekles 333 met grote kracht aan het woord:

“Een conflict moet worden opgelost. Je kunt het niet vermijden, opzij schuiven, ontkennen, vermommen, elders zien, anders noemen of door enige vorm van misleiding verbergen, als je eraan ontsnappen wilt. Het moet precies gezien worden zoals het is, daar waar je denkt dat het is, in de werkelijkheid die eraan gegeven is en met het doel dat de denkgeest eraan heeft toegekend. Want alleen dan worden zijn verdedigingen opgeheven en kan de waarheid haar licht erover laten schijnen terwijl het verdwijnt.”

Het is goed om heel goed tot je door te laten dringen wat hier staat of, om te beginnen, wat hier niet staat. Hier staat niet dat je overhaast moet concluderen dat alles maar een droom is die je snel naast je neer mag leggen omdat je dat meent te begrijpen vanuit de Cursus. Hier staat ook niet dat je maar zo snel mogelijk een positief klinkende werkboekles moet reciteren om de ellende zo snel mogelijk kwijt te raken. Want oh, wat is dit toch wat we graag willen. Let maar eens op je eigen verlangen en enthousiasme als plotseling iemand zich uit de anonimiteit verheft en zegt: “Ja, nu zie ik het. Alles viel plotseling op z’n plaats op 29 november 2017 en alle angst viel in één keer van me af. Vanaf nu geef ik bijeenkomsten waar ik andere zal leren hoe ze deze verlichting ook kunnen bereiken”. We willen direct op de voorste rij gaan zitten. En nu moet ik oppassen. Ik beweer dus niet dat er geen liefdevolle leraren zijn waarvoor dit daadwerkelijk geldt. Maar m’n punt is om je bewust te maken van je verlangen om ook deze extatische staat te bereiken die we aanduiden met het woord “verlichting”.

Ik zag onlangs Paul Smit op de tv die een heerlijk antwoord gaf op de vraag: ben je verlicht? “Nee, maar het is wel fijn het leven als lichter te ervaren”. Prachtig. Maar zie de hunkering naar die verlichting, naar die lichtere vorm van leven, maar gewoon als een signaal. Voel heel precies die omslag van het ervaren van een rot gevoel naar de wens om hier zo snel mogelijk vanaf te komen. Glimlach gewoon om deze neiging om weg te lopen voor dat wat zich in het ogenblik aandient. Kies dan nogmaals, maar kies niet direct voor de vlucht naar verlichting door bijvoorbeeld het affirmeren van een Cursus-tekst. Daal eerst open en onderzoekend of in datgene waarvan je eigenlijk wilt wegrennen. Dat voelt gek om te doen, onnatuurlijk haast. Nogmaals: Het moet precies gezien worden zoals het is, daar waar je denkt dat het is, in de werkelijkheid die eraan gegeven is en met het doel dat de denkgeest eraan heeft toegekend. Hier helpt een beetje besef van de metafysica van de Cursus. Onze denkgeest heeft klaarblijkelijk een doel met de identificatie met de ellende. Ons verborgen doel is het vastklampen aan de “zonde” (het geloof in afscheiding) door onbewust ellende te projecteren die langs deze heilloze weg ons waanidee van een slachtoffer “ikje” in de grote boze buitenwereld bevestigt. Dat lijken droge woorden maar probeer er gevoelsmatig de vinger op te leggen. Voel dat je gehecht bent aan de illusie van ik-versus-de-rest/wereld/ellende. Daal in dat gevoel af als iemand die aan een touw afdaalt in een donkere grot. Niet zwelgend en buitelend vol zelfbeklag maar wakker en onderzoekend. Nieuwsgierig haast. Probeer het hele plaatje te absorberen: je ideeën erover maar vooral je gevoelens en je neiging om weg te vluchten. Zie die neiging en doe het niet. Kijk het schijnbare monster recht in de ogen en dan… Ja, dan pas volgt die laatste verlossende zin: “Want alleen dan worden zijn verdedigingen opgeheven en kan de waarheid haar licht erover laten schijnen terwijl het verdwijnt.” Dan kan de boel weer gaan stromen. Dan kan het licht weer door je heen schijnen. Dan kan er een spontane actie komen die een totaal andere kwaliteit heeft dan onze verkrampte pogingen er zelf iets van te maken. Dus dankbaar mag ik eindigen met het gebedsdeel van de werkboekles:

Vader, vergeving is het licht dat U gekozen hebt om alle conflict en twijfel weg te schijnen en om het pad te verlichten van onze terugkeer naar U. Geen ander licht dan dit kan een eind maken aan onze boze droom. Geen ander licht dan dit kan de wereld verlossen. Want dit alleen zal nooit en in geen enkel opzicht falen, omdat het Uw gave is aan Uw geliefde Zoon.

 

 

Onbewust duaal

hemel openDe Cursus komt ons tegemoet in de droom waarin wij ons menen te bevinden. Iets anders is ook niet mogelijk. We mogen blije studenten zijn en dagelijks onze werkboeklessen doen. Dit is niet fout, zondig of stom maar zo af en toe kan het verfrissend zijn om ons het non-duale karakter van de Cursus weer even te herinneren. In ons geloof in een duale werkelijkheid gaan we uit van de vanzelfsprekendheid van een ikje dat ergens mee bezig is, in dit geval dus de Cursus. We zijn er zo aan gewend aan te nemen dat de uitgangssituatie is: ik doe de Cursus. Vanuit deze aanname kunnen we denken dat we vorderen of juist niet. We kunnen menen dat we “het” langzaam maar zeker leren te begrijpen zonder in de gaten te hebben dat er ook hierbij een ikje is die iets zou kunnen ‘grijpen’ en als zijn waarheid of inzicht zou kunnen koesteren.

Een ikje dat ouder wordt, iets leert, nog wat tijd nodig heeft, nog steeds lijdt en verlichting hiervan zoekt. “Wij” kunnen als ikje niet over onze eigen schaduw heen springen en daarmee stoppen met al onze pogingen om de non-duale werkelijkheid weer te vervormen tot een duaal concept. Maar toch. Een stapje in de goede richting, wat dus helemaal niet kan maar goed, is de erkenning dat we ons als werkend ikje alleen maar dieper de illusie in draaien en besluiten om hulp te vragen aan God, Jezus of de Heilige Geest. Hiermee zorgen we tenminste voor een zeker kortsluiting in het eindeloze circuit van ons ego. Toch is ook dit niet meer dan een tussenstap op de weg waarnaar geen stappen leiden. Want heel snel verliezen we uit het oog dat ook bij denkbeeldige overgave aan zo’n heilige entiteit er sprake blijft van geloof in een duale werkelijkheid. In feite doen we hetzelfde als alle aanhangers van de monotheïstische religies gedaan hebben; we plaatsen God op een voetstuk en willen ons, in meer of mindere mate, aan Hem onderwerpen om hier profijt van te hebben.

Kijk bijvoorbeeld eens naar de werkboekles van vandaag (331): Er is geen conflict want mijn wil is die van U. Merk eens op hoe zeer we geneigd zijn om hier snel ja tegen te zeggen en weer over te gaan tot de orde van de dag. Er blijft zoiets hangen als “ja, ik moet net als God ook wat meer liefde willen. Goh, wat lijken we toch op elkaar”. Zo interpreteren wij “het delen van Gods wil”; een ikje dat ongeveer hetzelfde wil als God.

Wij hebben echter vanuit ons kleine ikje, met ons kleine willetje, totaal geen idee van wat het Heilige Geheel Wil. Want daar praten wij over. Wij willen ons wat beter voelen, liefst wat extatisch. Ikke, ikke ikke en de rest..? Want wat zou het Absolute, de Heilige Eenheid nu echt willen? Wat is binnen de droom echt behulpzaam voor het geheel en niet alleen voor ons? Is het echt het beste voor iedereen als ik zo snel mogelijk klachtenvrij word of is er een hoger perspectief van waaruit geweten wordt dat ik hiermee slechts tevreden verder slaap en droom? Ergens staat dat wij met ons willetje een mugje zijn dat schreeuwt tegen het heelal. We zijn een uitademing in de storm, een flikkerend kaarsje naast de zon. En dan heb ik het over dat ego-ikje. Want onze ware Wil is van een orde waar we ons in de verste verte geen voorstelling van kunnen maken. Iets van de eerbied van de klassieke gelovigen zou ons goed doen. Geen eerbied om onszelf klein te maken maar eerbied met kwaliteiten als sprakeloosheid, verwondering en grenzeloze verbaasdheid over die oneindige Liefde.

Maar dan de in de ogen van klassiek gelovigen blasfemische waarheid: dit oneindige wonder, dit zijn wij als Zoon van God, als Christus. Geschapen en toch onlosmakelijk van onze Vader. Dit is de oneindige Liefde waar we de ogen naar mogen opslaan vanuit onze identificatie met ons ikje. Dit is ons ware Zelf en dan is daar dat ongelofelijke inzicht; het zelfje biedt zich vol vertrouwen aan…aan Zichzelf. Niet aan een God buiten zichzelf. Als hier een glimp van mag dagen. Dat er slechts één denkgeest is waarbinnen dit gebeurt. Het is de “collaps”, de ineenstorting van het duale wereldbeeld. God die zijn eigen Zoon “offert”, de wereld met Zichzelf verzoenende. Maar dan offeren in de zin van het totaal doorzien van de illusie, een openen van de hemel, een scheuren van het wandkleed in de tempel, de totale terugkomst van de Zoon in de schoot van de Vader.

Jezus liet ons zien dat dit onze wegloze weg is. Wij mogen ook zo kijken naar de ogenschijnlijk afgescheiden mensen om ons heen, onze broeders en zusters en ook door de vorm heen kijken naar Christus die ze zijn; in eenheid verbonden met ons. Ook wij mogen woordeloos gaan ervaren dat middel (vergeven, het laten stromen van Liefde) en doel (onze Identiteit als Liefde hervinden) één zijn.

Ik besef dat bovenstaande woorden armzalige pennenstreken zijn om het wonderlijke en het voor ons beperkte denken onkenbare te schetsen. Dus sluit ik af met het citaat uit de Cursus die we onszelf vanuit het Christus-Zijn ieder moment geven:

Les 331

Er is geen conflict, want mijn wil is die van U.

Hoe dwaas, Vader, te geloven dat Uw Zoon de oorzaak van zijn eigen lijden zou kunnen zijn! Zou hij een plan kunnen maken voor zijn verdoemenis en achtergelaten worden zonder een zekere weg naar zijn bevrijding? U hebt mij lief, Vader. U zou me nooit eenzaam achter kunnen laten, om te sterven in een wereld van wreedheid en pijn. Hou zou ik kunnen denken dat Liefde Zichzelf verlaten heeft? Er is geen andere wil dan de Wil van de Liefde. Angst is een droom en heeft geen wil die in conflict kan zijn met die van U. Conflict is slaap, en vrede is ontwaken. Dood is een illusie, leven eeuwige waarheid. Er is geen verzet tegen Uw Wil. Er is geen conflict, want mijn wil is die van U.

Vergeving laat ons zien dat Gods Wil Eén is en dat wij die delen. Laten we kijken naar de heilige taferelen die vergeving ons vandaag laat zien, zodat we de vrede van God mogen vinden. Amen.

Verslaafd aan het spel

pokemon-go-ios

Mijn oudste dochter is een fervent speelster van Pokémon Go. Het zegt mij niet veel maar ze schijnt met level 40 de nummer één van Hoofddorp te zijn. Ik zie hoe zeer ze opgaat in het spelletje en maak me daar wel zorgen over. Het heeft alle kenmerken van een verslaving. De virtuele wereld van Pokémon is steeds nabij via haar smartphone, berichten van andere leden van team rood stromen binnen en ze kan zomaar opspringen omdat er in de buurt een gym veroverd of verdedigd moet worden. Er is een hevige preoccupatie met de virtuele wereld van het spel ten koste van haar leven in de normale wereld.

Normale wereld? Er blijkt weer eens sprake te zijn van een blinde vlek bij mij in combinatie van het projecteren van wat afkeurende gevoelens. Nog eens goed kijken: een schijnwereld heel serieus nemen, alles op alles zetten om daar beloningen te scoren en gevaar af te wenden samen met mensen die hetzelfde doen, alle contact met de werkelijkheid verliezen.. Voelt u hem? Dit stemt overeen met de beschrijving die de Cursus ons geeft van ons schijnbare leven binnen de droom.

Mijn dochter weet dat haar belangstelling grenst aan een verslaving maar wijst ook op de positieve aspecten ervan. Ze gaat er op uit, heeft veel frisse buitenlucht en beweging, ontmoet gelijkgestemden en ervaart een stukje zingeving in alles. Het is ook niet iets waar ze zo maar mee kan stoppen. Toen ze dat level 40 gehaald had haalde ik opgelucht adem. Nu was het klaar en zou ze weer normaal kunnen gaan doen. Natuurlijk gebeurt dat niet net zo min als wij in de “echte wereld” ooit echt tevreden zijn en ons echt veilig wanen.

Vroeger keek ik met verbazing naar mijn vader. Tijdens zijn werkzame leven kon hij zich enorm druk maken over van alles en nog wat. Ik dacht dat dit na zijn pensionnering wel zou verbeteren. Niet dus. Het zich-druk-maken vond gewoon een andere invulling. Het waren niet langer de collega’s maar de buren die nu de boosdoeners waren. Weer zie ik snel de splinter in zijn oog maar niet de balk in mijn eigen oog. Door omstandigheden ben ik nu een half jaar zonder werk en kan de ik de stress die een drukke baan met zee meebrengt loslaten. Toch? Nee hoor, ik vind gewoon nieuwe zaken om me bezorgd over te maken zoals de keuring door het UWV en mijn hiermee samenhangende financiële toekomst. In projectie-termen zou ik dit de wet van behoud van ellende noemen maar dat is te klassiek illusoir gedacht. De rode draad is niet de ellende die maar blijft komen maar mijn verslaving aan het spel van mezelf druk en angstig maken.

Kennelijk menen we en meen ik dat dit ons iets oplevert. Ik blijk ook gewoon verslaafd aan het spel van het leven. Ik neem het bloedserieus: welke uitdaging moet deze held nu weer aangaan? Welke gevaren moet hij het hoofd bieden en hoe kan hij de veilige en zekere haven bereiken? Één ding wordt nu, eindelijk, duidelijker: zolang ik blijf vasthouden aan mijn verslaving van afgescheidenheid zal ik het spel blijven projecteren, spelen en serieus blijven nemen.

Ik kan mijn dochter niet dwingen om te stoppen met haar Pokémon spel zolang zij zelf de meerwaarde van ons gewone denkbeeldige droombestaan niet ziet. God kan mij niet dwingen mijn verslaving aan de droom op te geven als ik mijn kleine wil volg waardoor ik me “lekker” afgescheiden voel en daarmee mijn schijnzekerheid als ikje veilig stel. Pas als ik het echt zat ben omdat de lijdensdruk de hoog wordt kan het gebeuren dat ik, met Helen Schucman, zeg: er moet toch een andere manier zijn? Dan pas ben ik bereid om me open te stellen voor de Wil van God en te gaan leren dat dit mijn eigenlijke wil is.

Wat lijkt die verslaving aan de film van de droomwereld toch groot. Het maakt niet uit of ik de dagen doorbreng gevangen in mijn gedachtewereld of, zoals 80% van m’n medemensen, met de smartphone voor mijn ogen en dopjes in mijn oren. De uiterlijke vorm doet er niet toe en is uiteindelijk altijd neutraal. De vraag is of ik me identificeer met een vorm om de illusie van ik-versus-de-rest te bestendigen of om vergevingsoefeningen te doen en de relatie te hervinden. Kan ik op een gegeven moment, al is het maar even, uit de gedachtestroom stappen of, zoals de Cursus het zegt, het slagveld van enige hoogte bezien? Kan ik de serieusheid en verbetenheid opmerken en samen met Hem vergeven zodat de vrede weer opgemerkt kan worden? Die vrede, Zijn wil, is er nooit niet. Ik mag steeds meer leren dat dit ook mijn echte wereld, mijn echte Wil is.

Les 329

Ik heb al gekozen wat U wilt.

Vader, ik dacht dat ik afgedwaald was van Uw Wil, die getrotseerd had, zijn wetten overtreden en een tweede wil had ingevoeld, machtiger dan die van U. Maar wat ik in waarheid ben is niets dan Uw Wil, die zich heeft uitgebreid en uitbreidt. Dit ben ik en dit zal nooit veranderen. Zoals U Eén bent, zo ben ik één met U. En dit heb ik gekozen bij mijn schepping, waar mijn wil voor eeuwig één werd met de Uwe. Die keuze werd voor alle eeuwigheid gemaakt. Die kan niet veranderen en tegengesteld zijn aan zichzelf. Vader, mijn wil is de Uwe. En ik ben veilig, onbezorgd en sereen, in oneindige vreugde, omdat het Uw Wil is dat het zo is.

Vandaag zullen we onze eenheid met elkaar en onze Bron aanvaarden. We hebben geen wil los van die van Hem, en we zijn allen één omdat Zijn Wil door ons allen wordt gedeeld. Door deze beseffen we dat we één zijn. Door deze vinden we eindelijk onze weg naar God.

De kern van de zaak

kern van de zaak

Ongemerkt gaan we op duale manier om met de Cursus. We menen dat we een ikje zijn dat door te oefenen weer kan gaan beseffen dat we eigenlijk grenzeloos zijn. Binnen de droom kunnen we ook niet veel meer doen dan dat maar het is goed om de comfortzone soms even te verlaten. In “A Course of Love” draait alles om relatie en de ervaring die hierdoor mogelijk wordt gemaakt. De schepping is hier een prachtig voorbeeld van. God is één, puur Zijn. Hij ervaart zichzelf echter pas als Liefde door de uitbreiding van dat ondeelbare Zijn in de Zoon. Daar snappen we als we eerlijk zijn niets van. Hoe kan eenheid zich uitbreiden? Toch is dat het wonder; wij maken als Zoon van God de ervaring van Liefde mogelijk. “Dit is mijn geliefde Zoon in wie ik mijn welbehagen heb”.

Omgekeerd; door God lief te hebben met geheel ons hart, verstand en ziel kunnen wij Hem en daarmee onszelf kennen als Liefde. Maar dat zijn we even kwijt. Als Zoon van God wilde ook wij ons op een bepaalde manier kennen; als sterfelijke ikjes in ruimte en tijd. Daarom bedachten we als oneindige Zoon van God een wereld “buiten” ons, met ruimte en tijd opdat we als ikje onze droom konden uitleven. Daartoe hadden we wel het hele pakket aan ervaringen nodig inclusief de angstige en pijnlijke ervaringen zodat we konden spelen met het verdedigen en bevechten van grenzen en genieten van het (tijdelijk) weer één worden bij het vrede stichten en vrijen.

Totdat we de hel die we zelf verkozen hebben zat zijn. We weten al lang hoe we moeten stoppen want we hebben dat als Christus al eens gedaan. Ik mag het zelfs loskoppelen van de illusie van tijd: we zijn de Christus die in elk heilig moment kan kiezen om weer als Zoon van God op te staan. We hebben als Zoon gekozen de hel te ervaren en we kunnen als Zoon de hel ook weer opgeven om de eenheid met onze Vader te vieren. Hoe? Eigenlijk zo voor de hand liggend. Als we afgescheidenheid willen ervaren moeten we aanvallen, verdedigen en vechten. Dus als we dit niet meer willen mogen we liefhebben wat we zelf gemaakt hebben.

Dat vergt wat toelichting. We mogen “liefhebben” wat we zelf gemaakt hebben. Dat is wat anders dan afstandelijk en cognitief zeggen dat je de ellende die je ziet maar ontkent en negeert. Staat overigens ook in het scheppingsverhaal. Wat doet God aan het einde van een werkdag? Er staat niet dat hij keek en vond dat het een zooitje was. Nee, Hij keek en zag dat het goed was. Zoals God zich liefdevol uitstort in Zijn Zoon zo mogen wij liefdevol de relatie vieren met alles wat we binnen in onszelf en buiten onszelf menen te zien en ervaren. Wat is het tweede gebod gelijk aan het eerste? Ge zult uw naaste liefhebben gelijk uzelf. Dit is geen moralistisch gezever maar een heilige sleutel gebaseerd op de ware aard van onze identiteit; liefde en eenheid. Middel en doel zijn één: om te ervaren wat we zijn (liefde) moeten we doen wat we zijn (liefhebben).

Dat kan lastig zijn vanuit ons kleine ikje dat meent dat we daarmee onze grenzen dusdanig verwaarlozen dat we zullen sterven. We hebben echter een “geheime” bron waar we zonder meer op in mogen pluggen. Er is namelijk een Kracht die ons constant terugroept naar onze ware identiteit. Stel je een elastische bol voor (God) die je in tweeën knijpt en waarbij je trekt aan de twee kleine bolletjes (God en Zoon). Er zit een onbreekbare streng tussen die de twee weer naar elkaar toetrekt; de Heilige Geest. Plug in op die bron en ontspan. Meer weten? Lees de werkboekles van vandaag!

Les 327

Ik hoef slechts te roepen en U geeft me antwoord.

Er wordt mij niet gevraagd om verlossing aan te nemen op grond van een ongefundeerd geloof. Want God heeft beloofd dat Hij mijn roep zal horen en mij Zelf antwoord geven. Laat me slechts op grond van mijn ervaring leren dat dit waar is, en vertrouwen in Hem zal zeker tot me komen. Dit is het vertrouwen dat stand zal houden en me steeds verder en verder zal brengen op de weg die tot Hem leidt. Want zo zal ik er zeker van zijn dat Hij me niet verlaten heeft en nog steeds liefheeft, en slechts wacht op mijn roep om me alle hulp te geven die ik nodig heb om tot Hem te komen.

Vader, ik dank U dat Uw beloften in mijn ervaring altijd zullen worden ingelost, als ik ze maar uitprobeer. Laat me daarom proberen ze te beproeven en ze niet te beoordelen. Uw Woord is één met U. U schenkt de middelen waardoor overtuiging komt en de zekerheid van Uw blijvende Liefde eindelijk wordt verworven.

Jij bent de Zoon, één met Hem

trinity

Stop gewoon eens met piekeren, zoeken en nadenken over dingen. Of, zoals de Cursus zegt, neem even ontslag als je eigen leraar. Vergezel me voor een moment in de staat van onschuld, van een verwonderd om je heen kijken zonder ook maar iets ergens van te vinden. Laat dan alles de revue passeren; lichamelijke gewaarwordingen, gedachten, gevoelens, beelden van een buitenwereld. Kijk er op een zo abstract mogelijke manier naar. Zijn het niet allemaal slechts vormpjes in tijd en ruimte? Vormpjes die even verschijnen in bewustzijn om vervolgens weer te verdwijnen?

Sta dan heel ontspannen stil bij wat de Cursus ons probeert te leren: “het feit dat ik nu deze vormpjes meen te zien, bewijst dat ik iets onbewust voor wáár heb aangenomen. Zonder dat ik het wist heb ik mijn handtekening gezet onder een contract waarin staat dat ik plechtig verklaar dat ik los sta van al de vormpjes die ik nu buiten me meen te zien. Of dit nu een auto is, een gedachte, een gevoel of een kriebeltje in mijn neus. Anders gezegd: onbewust heb je gezegd dat jouw uitgangspunt is: ik ben afgescheiden van God. De Cursus noemt dit dat je bent gaan geloven in zonde in de betekenis van “afgescheidenheid”.

Jouw geloof in al die vormpjes die je meent te zien heeft een verborgen agenda; de illusie in stand houden dat je los bent van God, van de liefde. Jij kiest er voor om je op een bepaald manier te verhouden tot die vormpjes; je keurt ze goed of je keurt ze af, je wilt er meer van of juist minder, je denkt dat ze je aanvallen, dat je je moet verdedigen of je wilt ze juist zelf aanvallen en vernietigen. Onbewust leef je je uit omdat met elk van deze acties je jezelf constant wijsmaakt: kijk mij nou eens lekker bestaan en bezig zijn. (WB 325: Al wat ik denk te zien weerspiegelt een idee).

Nu een voorschot op les 326: Ik ben voor eeuwig een Gevolg van God. Hoe zit het echt? Dat brengt ons bij het heilige der heilige, het onbeschrijfelijke, de kern van het Christelijk geloof: de Heilige Drie-eenheid. Om Zichzelf te kennen als Liefde breidt God (Liefde) uit in de Christus, de Zoon van God. En nu het voor ons gewone denken onbegrijpelijke: hoewel de liefde zich uitbreidt in iets ogenschijnlijk anders (de Zoon) blijf de Liefde toch onverdeeld. Er blijft een uitwisseling gaande tussen “beiden”; een verbondenheid, een geven en een teruggeven van Liefde die wordt aangeduid als de Heilige Geest. Vader-Zoon- Heilige Geest; Schepping zonder vormpjes, verbondenheid, stromende Liefde.

Nu terug naar onze droom, onze illusie van vormpjes. De wonderlijke uitspraak van de Cursus komt naar boven: middel en doel zijn één. Wat wil dit zeggen? Om te beseffen wat we zijn, namelijk onverbroken Liefde (doel) mogen we kiezen voor de verbinding, voor de liefde (middel). Dus door zelfs binnen onze illusie te kiezen om de denkbeeldige vormpjes te omarmen, om er de tedere verbinding mee aan te gaan kunnen we weer ervaren dat we verbonden zijn met alles, met de bron. We mogen ons, anders gezegd, onze identiteit als Zoon van God herinneren. Als Zoon hebben we gekozen om iets te maken (niet “scheppen”; deze term is gereserveerd voor uitbreiding in eenheid en eeuwigheid). Nee, we wilden vormpjes bedenken zodat we ons konden wentelen in de illusie van een ikje in tijd en ruimte.

Nu is het moment om die ene parel, onze bron te zoeken en te koesteren. Hoe? Door te verbinden met alles en iedereen, zonder uitzondering. Heb uw naasten lief als uzelf. Heb alle vormpjes die zich aandienen lief door ze te vergeven. Door ze te herkennen als wat ze zijn; de door jouw bedachte manieren om jezelf te foppen en de illusie van afgescheidenheid te maken. Door nu echter te doen wat we zijn (liefhebben) breiden we verder uit in eenheid zoals onze Goddelijke natuur in werkelijkheid is en zodoende bereiken we het “doel”; de ervaring dat we de oneindige, liefdevolle kinderen van God zijn. Niet afgezonderd, maar wel degelijk bestaand in Zijn armen. Amen.

 

Kleine stapjes

862D7438-CA91-4FC1-A3CD-37018B2427F4Is het werkelijk zo eenvoudig?

In de werkboekles van vandaag (323) wordt ons gevraagd om simpelweg onze angst en andere narigheid op te geven:

“Hier is het enige ‘offer’ dat U van Uw geliefde Zoon vraagt: U vraagt hem alle lijden, alle gevoel van verlies en verdriet, alle verontrusting en twijfel op te geven, en in zijn bewustzijn vrijelijk Uw Liefde te laten binnenstromen, die hem van pijn geneest en hem Uw eigen eeuwigdurende vreugde geeft.”

Laat dit citaat eens rustig tot je doordringen, neem het heel serieus, en onderzoek dan eens welke reacties het bij je oproept. Het kan een reactie zijn van verbazing: kan het zo eenvoudig zijn? Hoe moet ik dat dan doen? Vervolgens kan ons ego een nare draai geven aan onze gedachtenstroom. Als het toch zo eenvoudig is en het mij toch niet lukt, dan doe ik iets fout, dan ben ik een sukkel, schuldig en verwijtbaar. Op deze manier blijven we hopeloos en gedemotiveerd achter.

Opnieuw dan maar. Mij helpt het om eerst stil te staan bij mijn verwachtingen. Dan blijkt al snel dat ik verwacht, nee, dat ik eis dat een door mij bepaalde fantastische eindstaat bereikt zal worden. Anders gezegd; ik leg God een dwingende vraag voor, een soort invullingoefening. Hierbij meen ik precies te weten wat er met mij moet gebeuren wil ik het verwachte wonder acceptabel vinden. God moet bijvoorbeeld eerst maar eens direct de angst bij mij wegnemen. Ik zelf kan toch immers niks doen? Ik moet het toch aan Hem overlaten?

Ja en nee. Er is een heel klein maar toch ook heel belangrijk dingetje wat wel degelijk bij onszelf ligt. De cursus spreekt van een klein beetje bereidwilligheid. Wat ik hierboven beschrijf, de overgave aan God, is hier een belangrijk aspect van. Het is inderdaad waar dat uiteindelijk God het is die het echte werk, het wonder, zal verrichten. Maar nu komt het, Hij zal dat nooit doen tegen onze eigen wil in, zelfs als wij ons niet bewust zijn van wat we nu ten diepste willen. Wij menen dat wij wel degelijk weten wat wij willen: namelijk, weg met die angst! Wat we niet in de gaten hebben is dat we onbewust aan die angst hechten, dat we er minder graag vanaf willen dan we zelf zeggen. Hoe zit dit?

Bovenal geloven wij dat onze angst echt is. Dat het iets is wat we erg serieus nemen. We voelen het toch ook echt? Het komt op ons toch heel echt en vervelend over? Speel nu eens met de gedachte om je eigen zware angstgevoel niet serieus te nemen. Om het gevoel simpelweg aan de wilgen te hangen. Merk je nu bij jezelf een soort ongeloof? Merk je dat je vindt dat het haast ongepast is om zo lichtvaardig over dit belangrijke gevoel van je te spreken? Ons hele wereldbeeld is gegrondvest op de echtheid van onze angst. Angst is als het ware het levende symbool van het feit dat wij bestaan. Iedereen kent toch angst? We zijn toch bijvoorbeeld allemaal bang om dood te gaan?

Lukt het je nu om een beetje een beeld te krijgen van de consequenties van het opgeven van je geloof in angst? Je gooit daarmee je hele wereldbeeld overboord. Je hele geloof in een droomwereld waarin jij je meent te bewegen. Wat blijft er van je over als je dit beeld van een echt ikje loslaat?

Hiermee raken we aan onze onbewuste gehechtheid aan onze angst als bewijs dat we echt bestaan. God zal niet tegen onze angst voor de consequenties van angstloosheid ingaan en zonder meer de angst uit onze handen grissen waarmee een veel grotere universele angst ons zou overrompelen. Wat hij wel doet is dat hij elk klein stapje dat wij wél durven te nemen in het loslaten van onze angst van harte ondersteunt en bekrachtigt. Hierin ligt de sleutel, de magische mix van onze piepkleine stapjes in de richting van de liefde en de bemoedigende uitnodiging van onze vader die met open armen klaarstaat om ons naar ieder ministapje op te vangen. Experimenteer met deze kleine stapjes en stel je open voor de steun van liefde, leer te voelen hoe je bemoedigd en ondersteund wordt. En wees geduldig. Niet omdat God zou aarzelen, maar omdat je zelf nog moet groeien in geloof en vertrouwen in je eigen ware aard: die van onbegrensde liefde en eenheid.

Lekker een bakkie doen bij God

koffie met God

Als eerst maar eens mijn financiële onzekerheid voorbij is, ik een nieuwe baan heb, ik een partner heb, de drukte achter de rug is, mijn ziekte of ongemak weg is.. Dan, ja dan, zal het allemaal wat beter met me gaan. Vul je eigen voorwaarden maar in. Onderzoek je eigen denkgeest maar eens wat daar aan voorwaarde rondwaart. Het geloof dat het nu nog niet oké is maar dat het dit later wél zal worden betreft ook ons spirituele pad. Nu zit ik nog gevangen in de droomwereld maar straks niet meer.

Probeer eens contact te maken met het gevoel van onvrede en verwachting. Niet op een afkeurende manier maar juist nieuwsgierig en onderzoekend. Merk dat het zich niet graag op deze wijze laat bekijken. Het houdt niet van de spotlights. Het gevoel van ontevredenheid dat gekoppeld zit aan het geloof in “niet-nu-maar-later” wil wegglippen en zich in het duistere onbewuste verbergen. Merk dit op en breng wat mildheid in je blik rond deze ongedurigheid.

Merk eens op dat je met je geloof in “niet nu maar later” je als het ware je handtekening plaatst onder het geloof in tijd als onwankelbaar gegeven. Onbewust onderteken je elk moment weer een contract waarin zoiets staat als “ik, Simon, verklaar plechtig dat ik geboren ben als lerend wezen en zodoende steeds wat wijzer en gelukkiger word tot de dood me komt halen”. Dit is een onjuiste basisaanname die ik als truc gebruik om op weg te blijven gaan en vooral niet nu veilig thuis in de liefde te rusten.

Gewoonlijk volgt er nu een typische ego-reactie. “Aha, ik wist natuurlijk al lang dat streven naar verlichting niet kan; ik ga er nu onmiddellijk mee proberen te stoppen!” Als dit dan niet lukt wordt de ontevredenheid slechts groter, niet kleiner. Handiger is het om die blik rustig op dat gevoel van ontevredenheid en op die overtuiging dat je een ikje bent op weg naar beter te laten rusten. Ontdek hoe het je ik-gevoel bestendigt maar laat dit maar gewoon zo zijn. Stel je midden in je gevoel van afgescheiden ontevredenheid open voor wat er ook maar verder gezien wil worden. Stel je open voor de wijsheid van het Geheel dat precies weet wat er nu nodig is. Flarden van hoop op verandering kunnen door de denkgeest vliegen. Dat is oké. Steeds maar weer gewoon opmerken, glimlachen en vertrouwen op de wijsheid van het Al, op Hem; thuiskomen in de liefde. Met andere woorden: je ongedurigheid samen met Hem vergeven.

Niet om iets te willen bereiken maar gewoon om even bij onze Vader op de koffie te komen. Ongeveer die houding. Als je merkt dat je op elk moment je drukke leven met al je verwachtingen kunt onderbreken om even bij Hem langs te gaan voor nog een bakkie, dan kun je opmerken dat het ongedurige moeten, de onrust wat kan bedaren. Zó mag de tijd gebruikt worden, als troostend besef dat het allemaal niet nu anders hoeft te zijn omdat je altijd welkom bent bij de liefde die je bent. Heerlijk relaxt toch? De les van gisteren past hier mooi bij:

Les 318

In mij zijn middel en doel van de verlossing één.

In mij, Gods heilige Zoon, zijn alle onderdelen van het hemelse plan om de wereld te verlossen in harmonie gebracht. Wat zou er in conflict kunnen zijn, wanneer alle onderdelen slechts één bedoeling hebben en één doel? Hoe zou er één enkel onderdeel kunnen zijn dat op zichzelf staat, of één dat van meer of van minder belang is dan de rest? Ik ben het middel waardoor Gods Zoon wordt verlost, want het doel van de verlossing is de zondeloosheid te vinden die God in mij heeft geplaatst. Ik werd geschapen als hetgeen ik zoek. Ik ben het doel waarnaar de wereld streeft. Ik ben Gods Zoon, Zijn ene, eeuwige Liefde. Ik ben zowel middel als doel van de verlossing.

Mijn Vader, laat mij vandaag de rol op me nemen die U mij aanbiedt door Uw verzoek dat ik de Verzoening voor mijzelf aanvaard. Want zo wordt datgene wat daardoor in mij in harmonie wordt gebracht, even zeker met U in harmonie gebracht.

 

Uiting van- of roep om liefde

liefde geven en ontvangen

Alles is een uiting van liefde of een roep om liefde. Alles, maar laten we ons nu even richten op de relaties tussen mensen want alles draait om relatie. Kijk eens van een afstandje naar de ontmoeting die je met een ander mens hebt. Is deze niet altijd terug te brengen tot die twee aspecten? De ander doet aardig tegen jou, zoekt de verbinding, of de ander doet juist onaardig tegen jou en probeert jou buiten hemzelf te houden, op afstand. Zo overzichtelijk is het.

Als iemand ook maar het kleinste gebaar van toenadering tot jou maakt dan zoekt hij de verbinding. Dit is een uiting van liefde. Zelfs het feit dat een ogenschijnlijke vijand naar jou toekomt om te proberen om over het probleem te praten kun je beschouwen als een poging van de ander om de verbinding met je aan te gaan, zelfs al lijkt het niet te rijmen met wat de ander daarna tegen je zegt. Maar makkelijker te duiden zijn natuurlijk de lieve glimlach, de zachte aanraking, de troostende woorden. In les 315 zit nog een pareltje verborgen: dit geldt ook voor een liefdevolle uiting van een broeder naar een ander. Niet eens direct naar jou. De verbondenheid die onze werkelijkheid is spat hier van af. Als je op tv ziet hoe iemand vriendelijk doet tegen een ander mens dan mag je die uiting van liefde ontvangen en als een geschenk in je eigen hart bewaren. Hoe mild en liefdevol stemt dit ons niet? Wat een tederheid mogen we om ons heen zien en in ons hart bewaren?

“Les 315

Alle geschenken die mijn broeders geven, horen mij toe.

Elke dag komen er met elk ogenblik dat verstrijkt duizend schatten tot mij. Ik word heel de dag gezegend met geschenken die in waarde alles wat ik me kan voorstellen verre overtreffen. Een broeder glimlacht naar een ander en mijn hart wordt verblijd. Iemand spreekt een woord van goedheid of dank en mijn denkgeest ontvangt dit geschenk en maakt het tot het zijne. En ieder die de weg naar God vindt, wordt mijn verlosser, die mij de weg wijst en zijn zekerheid geeft dat wat hij geleerd heeft beslist ook het mijne is.

Ik dank U, Vader, voor de vele geschenken die vandaag en iedere dag van elke Zoon van God tot me komen. Mijn broeders zijn grenzeloos in al hun geschenken aan mij. Nu kan ik hen mijn erkentelijkheid betuigen, opdat mijn dankbaarheid aan hen mij mag leiden tot mijn Schepper en de herinnering van Hem.”

Lessen 315 3n 316 zijn een soort duo-les. We mogen het tot levenskunst verheffen om bovengenoemde pareltjes om ons heen op te merken en in ons hart te sluiten. Maar we maken ons in de droom natuurlijk vooral druk om die keren dat een ander ons niet bepaald liefdevol tegemoet lijkt te komen. De Cursus leert ons dat het dan een roep om liefde betreft. Daar kun je met enig oefenen steeds meer oog voor krijgen. De ander zet bijvoorbeeld een grote mond tegen je op en aanvankelijk betrekken we dit op ons zelf. Wat heb ik nu verkeerd gedaan? Waarom moet ik nu het slachtoffer zijn van deze redeloze agressie. Maar kijk opnieuw en probeer er oog voor te krijgen dat die ander bang is en een veilige muur probeert op te werpen om zich achter te verstoppen.

In deze situaties kan het ons moeilijk vallen om over onze eigen schaduw van afkeer heen te stappen. Wij voelen ons afgewezen door de afwijzing van de ander en dit roep angst bij ons op. Onze conditionering maakt dat we defensief of zelfs aanvallend reageren. Gelukkig kunnen we hulp in roepen als we deze neiging bij onszelf naar boven zien komen. We kunnen onze angst en boosheid opmerken en hulp in roepen van Jezus, God of de Heilige Geest. Dit inroepen van hulp is niets anders dan de erkenning dat we zelf naar angst en afsluiting neigen en daarom de hulp in roepen van het Geheel. We geven ons over aan het grotere Plan, aan de Wijsheid, de Liefde in het volle vertrouwen dat deze ons niet alleen omspoelt maar ook draagt en boven ons kleine zelf uittilt.

Hij raakt onze ogen aan en we zien met nieuwe ogen onze broeder als angstig kind. Bang, net als wij. En Hij zal ons aangeven hoe we in deze droom van afscheiding kunnen reageren. Het zal zeker liefdevol zijn en niet langer gedreven vanuit angst.

“Les 316

Alle geschenken die ik mijn broeders geef, zijn de mijne.

Zoals elk geschenk dat mijn broeders geven van mij is, zo behoort ieder geschenk dat ik geef mij toe. Elk laat een vroegere vergissing verdwijnen, zonder een schaduw achter te laten op de heilige denkgeest die mijn Vader liefheeft. Zijn genade wordt me geschonken in elk geschenk dat een broeder door alle tijden heen en ook voorbij alle tijden ontvangen heeft. Mijn schatkamer is vol, en engelen bewaken haar open deuren, opdat geen enkel geschenk verloren gaar en er alleen meer worden bijgevoegd. Laat me komen naar waar mijn schatten zijn, en daar binnengaan waar ik werkelijk thuis en welkom ben, te midden van de geschenken die God mij gegeven heeft.

Vader, ik wil Uw geschenken vandaag aannemen. Ik herken ze niet. Maar ik vertrouw erop dat U die ze gegeven hebt het middel zult verschaffen waardoor ik ze kan aanschouwen, hun waarde kan zien en alleen Uw geschenken kan koesteren als wat ik verlang.”