Die ander gaat over mijn grens!
<Naar aanleiding van een vraag gesteld in de FB-groep ECIW-coach>
Je geeft aan kwaad en verdrietig te worden als anderen geen rekening met je houden, bijvoorbeeld door niet hun voeten te vegen als je dat aan hen vraagt. Hoe verhoudt zich dit tot “het verwelkomen van gevoelens” en “alles is toch maar een illusie”?
Dank voor de heldere en invoelbare vraag. Soms proberen we de ultieme waarheid van een non-duale visie te snel en te makkelijk toe te passen op kwesties die we menen mee te maken. Dit wordt wel aangeduid als niveau-verwarring. Uiteindelijk zijn er helemaal geen niveaus maar het volgende wordt bedoeld. Zolang wij menen ons nog in een echte wereld te bevinden helpt het ons niet om al een voorschot te willen nemen op de ultieme werkelijkheid. Wij irriteren ons aan anderen en wij balen ervan als ons tapijt door hen vies wordt gemaakt. Het is onhandig hier direct een saus van alles bedekkende “liefde” overheen te willen gooien en het weg te wuiven onder het motto van vermeende, maar niet ervaren, eenheid. De Cursus moedigt ons juist heel nadrukkelijk aan om te beginnen waar we denken ons te bevinden; bij wat we menen te zien en te voelen. Hier komt ook het boek van Jeff Foster overigens in beeld.
Dus ja, we zijn gewoon boos als we vinden dat anderen respectloos over onze grenzen heen walsen. Moeten we dit zomaar goed vinden met een spirituele nep glimlach? De Cursus geeft ons nooit gedragsregels noch verboden maar roept ons op onze denkgeest te onderzoeken. In dit geval kan onderzoek van onze denkgeest ons duidelijk maken dat we denken te worden “aangevallen” (een typische Cursus-term) en dat we het recht hebben ons dus te verdedigen. We voelen ons gekwetst (slachtoffer) door een ander (dader). Die ander verdient nu onze gerechtvaardigde tegenaanval of boosheid en is schuldig aan iets ergs.
Stel dat we vanuit deze optiek denken te moeten vergeven. Dan is dat vergeven “oude stijl”. We vinden wel degelijk dat die ander fout en zondig is maar laten wij de wijste maar zijn en met een glimlach de vloer na afloop weer schoon maken. Natuurlijk is er niets opgelost met deze vorm van zogenaamd vergeven; we koken nog inwendig en vinden die ander nog steeds een asociaal.
We moeten dieper. Wij geloven heilig dat we een kwetsbaar ikje zijn dat door een ander aangevallen kunnen worden en dat zich derhalve moet verdedigen, bijvoorbeeld middels een tegenaanval. We worden aangemoedigd om, via de indicator van onze boosheid, stil te staan bij dat gevoel van gekwetst te kunnen worden. Het luisteren, eerst naar onze boosheid, dan naar het gevoel van kwetsbaar slachtofferschap, is wat bedoeld wordt met acceptatie van wat zich in je aan het afspelen is. Het is handig om nu de tijd te nemen om echt te doorvoelen wat vanbinnen gebeurt. Je ontdekt hoe je naar die ander en naar de situatie kijkt en je ziet wat het je oplevert (verdriet en boosheid). Dan is er de gelegenheid om, wellicht met 99% tegenzin maar met 1% bereidheid, te vragen om een andere blik. Vraag of de Heilige Geest, Jezus, Liefde, JeZelf of wat voor jou ook maar de oneindige liefde symboliseert, jou een nieuwe blik op de situatie wil geven. Dit is het heilige moment waarover de Cursus spreekt. Wees stil en kijk wat er gebeurt met je gedachten en gevoelens. Oefen in het zoeken van deze stilte en in het je in vertrouwen uitstrekken naar Hem.
Wat daarna verder gebeurt in onze droom laat zich niet voorspellen. Het is heel goed mogelijk dat je nog steeds vraagt dat je gasten de voeten vegen en dat je aangeeft dat dit belangrijk voor je is. Maar mogelijk kun je zien dat dit vanuit een nieuwe kwaliteit kan plaatsvinden. Vanuit een soort echte en spontane vrede die niet nep is maar authentiek. Misschien “lukt” dit niet in één keer en welt er toch nog een paar keer woede en verontwaardiging op. De uitnodiging is om dit telkens te gebruiken als ingang om bij stil te staan, over te geven aan Hem (echte vergeving) en Hem uit te nodigen door je heen te stromen en te handelen.
Veel wijsheid en liefde!
Moet je eens opletten hoe vaak je ontevreden bent over een situatie, over hoe je je voelt of over je gedachten. De situatie is, kortgezegd, niet zoals je wilt. Je voelt je wat somber en je bent liever opgewekt. Je maakt je zorgen en dat vreet aan je. Of er is een wat vaag en algemeen gevoel van onbehagen waar je graag vanaf wilt. Hiermee volledig in lijn is het geloof dat het nu nog niet oké is met je, maar dat het in de toekomst hopelijk wat beter met je zal gaan. Je dient eerst nog wat te oefenen, wat lessen te leren of te groeien en daarna zal je je beter voelen.
Na drie of vier uurtjes slapen word ik wakker en ga ik even naar het toilet. Terug in bed kan ik de slaap niet direct vatten. Hoewel er momenteel weinig gebeurt in m’n leven waar ik me druk over hoef te maken is het toch onrustig in m’n gedachten. De onrust irriteert me. Ik voel me nog lang niet uitgerust en vind het raar en stom dat ik wakker lig om niks. Het vergt dan even het besef om de link te leggen naar de Cursus. Ik voel me slachtoffer, zoveel is duidelijk, maar eigenlijk weet ik nauwelijks wie of wat de dader dan zou moeten zijn. Gisteravond had ik de les voor vandaag ook vast gelezen (32): Ik heb de wereld die ik zie bedacht. In de vrijwel volledig duistere slaapkamer zie ik vaag de contouren van de kast. Mmm, zelf bedacht. Het dekbed, zelf bedacht. Het hoofdkussen, zelf bedacht. De krullenkop van m’n vrouw naast me, zelf bedacht. Ik verbaas me weer over het bevreemdend aspect dat deze oefening met zich meebrengt. Bij mij bestaat de neiging om bij lessen die ik al een aantal keer heb gedaan me te beperken tot het vluchtig aandacht geven aan de achterliggende metafysica. Zo van: “Oh ja, dat is ook zo. Alles is slechts projectie”. Het valt me nu weer op dat het daadwerkelijk doen van de les van een andere orde is. Het doet me denken aan het eten van voedsel. Je kunt naar je bord kijken en er een beetje in roeren met je bestek, zeg maar je verstand, maar als je het niet in je mond steek, erop kauwt en het doorslikt biedt het voedsel je in feite helemaal niks.
Pas na langere tijd onvrede en zoeken ontdekken we dat we onbewust geloven dat we er nu nog niet zijn maar dat we door bepaalde dingen nu te doen er in de toekomst wel zullen komen. Is dit niet wat ons drijft de werkboeklessen jaar in jaar uit te blijven herhalen? Meestal horen we van een spiritueel leraar dat ons zoeken ons er juist van weerhoud om te vinden waar we zo naar smachten. Dan veranderen we onze strategie en gaan zo hard mogelijk proberen om niet langer te proberen. Hiermee bereikt de wanhoop en de frustratie pas echt een dieptepunt. Vanuit deze diepe wanhoop kan ontwaken plaatsvinden. We hoeven dit echter niet om te keren. Deze diepe wanhoop is geen voorwaarde voor ontwaken. Ontwaken is niet aan onze theorietjes gebonden en heeft geen wanhoop nodig om zichtbaar te worden.
Als we ergens last van hebben dan willen we daarvan af. Het lijkt of we wat dit betreft allemaal onze eigen thema’s hebben. Met sommigen ervan hebben we allemaal te maken, denk aan lichamelijke pijn. Andere lijken specifiek voor jouw persoontje. Twee van die ogenschijnlijk wat specifiekere thema’s voor mij zijn slapeloosheid en spreekangst. Vermoedelijk komt jouw eigen achillespees direct in je gedachten. Zodra we een kans ruiken om van een dergelijk vervelend hoofdthema af te komen grijpen we deze met beide handen aan. De manier waarop we hierbij te werk gaan is steevast hetzelfde: definieer het probleem- vind een goede aanpak – bepaal of het probleem is opgelost. Als het gelukt is ben ik blij als het mislukt is ben ik teleurgesteld en moet ik wat anders proberen. Zolang ik in deze werkwijze geloof en deze toepas is mijn ego tevreden. Er zullen me zelfs soms wat succesjes gegund zijn als de omstandigheden niet al te extreem zijn. Ik zal een keer na een paar uur slapeloos woelen toch tevreden in slaap vallen na het toepassen van een methode en ik zal een keer een plezierige flow ervaren na een geslaagde toespraak en een luid applaus.
Vandaag krijgt het ego het weer zwaar te verduren met les 24: Ik zie niet wat mijn hoogste belang is. 1. In geen enkele situatie die zich aandient weet je welke uitkomst jou gelukkig zou maken.
Gisterochtend sprak ik een oudere dame die de neiging heeft om urenlang monologen te voeren over haar nare jeugdherinneringen. Het moet gezegd worden dat het inderdaad niet gering is wat ze allemaal voor haar kiezen heeft gekregen maar, een beetje onbeleefd gezegd, op een gegeven moment weet ik het wel. Het telkens herkauwen van alle traumatische gebeurtenissen lijkt haar geen goed te doen want telkens raakt ze overspoeld door boosheid en verdriet over al het onrecht dat haar is aangedaan.
Bij een normale cursus of opleiding is het begin vaak redelijk simpel en makkelijk te begrijpen en werk je toe naar de complexere thema’s die later aan de orde komen. Hoewel er een boven-intelligente opbouw in onze Cursus in Wonderen zit kun je niet echt spreken van een rustige start. Als je wat langer met de Cursus bezig bent loop je de echter kans dat je een beetje afgestompt raakt voor de heftigheid van de boodschap van de eerste lessen. De les van gisteren vind ik wat dit betreft een heerlijk voorbeeld: Ik ben vastbesloten te zien (W20). Zonder dat we het zelf in de smiezen hebben interpreteert ons ego dit onbewust als “ik ben vastbesloten om, bij wat ik nu al zie, nog wat andere, meer spectaculaire dingen, waar te nemen”. Gelukkig worden we in dezelfde werkboek les direct gecorrigeerd in de zin: 2Het idee van vandaag houdt tevens stilzwijgend de erkenning in dat jij nu niet ziet. Er staat dus niet dat we nu wat weinig zien. Er staat dat we niet zien. We haken hiermee dus aan bij les 9: Ik zie niets zoals het nu is. 
