Het is nuttig om eens stil te staan bij wat we proberen te bereiken door het bestuderen van de Cursus. Daar kun je een intellectuele boom over opzetten maar het is interessanter om aan het begin te beginnen. We doen namelijk, zonder dat we het in de smiezen hebben, al een paar aannames voor we uit de startblokken komen. In algemene termen laat het zich als volgt omschrijven: ik voel me nu nog niet helemaal oké en ik meen dat de Cursus hier verbetering in kan aanbrengen. Klopt dit voor jou ook? Check het even bij jezelf. Er is dus de huidige situatie waar je niet tevreden mee bent en je stelt je voor dat hier verbetering in kan optreden. Zojuist merkte ik bijvoorbeeld op dat ik me niet zo comfortabel voelde; ik zat niet lekker, had koude handen en voelde me een beetje warrig en wat mat. Ik pakte de Cursus erbij en ongemerkt bestond mijn verborgen agenda eruit om een golfje vrede of zo te gaan ervaren. Natuurlijk is daar niks mis mee. Als je je verveelt kun je een muziekje opzetten en als je het koud hebt is het handig om de verwarming wat op te schroeven.
Het wordt wat minder handig als er een chronische situatie ontstaat waarin je ontevreden bent en als spirituele zoeker op weg gaat naar geluk. Een mate van eerlijkheid bij jezelf is hierbij nuttig. Soms belijden we met de mond dat we weten dat we alles moeten accepteren om gelukkig te zijn en gaan we vervolgens een leven lang ons best doen om dat te bereiken. Gedurende dat hele traject zitten we onszelf te veroordelen dat we die pijn, depressie en die nare collega nog steeds niet accepteren.
Terug naar zo’n klein gevoel van ontevredenheid. Je voelt je niet bijzonder goed of slecht, je zet eens een bakje koffie en eet er een koekje bij. Dit lijkt in geen verhouding te staan met ons ideaal beeld van verlichting. In de spiegel zien we een wat moe hoofd en niet de serene en energetische uitstraling van spirituele leraar X van YouTube. Kennelijk zijn we niet ontwaakt of verlicht anders zouden we ons wel beter voelen en nergens meer last van hebben. Jeff Foster legt het zo leuk uit aan de hand van de golven en de oceaan. Wij zijn zonder het te weten reeds heel, oneindig en alomvattend. We menen echter dat we beperkt zijn door onze verschijning (als golfje) in het huidige moment. Op dit moment voelen we ons even een kleine, oppervlakkige rimpeling in het wateroppervlak. Dat willen we niet. We willen ons groot en meeslepend voelen als zo’n grote golf bij zo’n zonovergoten eiland waarop gesurft kan worden. Wat zijn we nu als klein miezerig golfje nu helemaal waard?
Er is een perspectiefwijziging nodig. Zolang we ons identificeren met het golfje, met dat wat aan gevoelens verschijnt in bewustzijn, hebben we de neiging om ons te vergelijken met een denkbeeldige vroegere of toekomstige situatie of met een andere golf. We willen extase voelen, liefde en vrede en niet een lullig mat gevoel met een beetje buikpijn erbij. Toch is dat wat zich nu voortdoet. Een kleine rimpeling van onvrede en een pijntje. De uitnodiging is om even te gaan zitten op een bankje langs het water. Je hoeft niet met een ECIW-vliegtuig naar Hawaï om daar in de zon naar de branding te gaan kijken. Gewoon hier in het park, bewolkte lucht en een beetje motregen. Zie je onvrede maar gewoon opkomen. Het is een griefje dat zich al aangediend heeft. Het is er al en dus wil het er zijn. Je mag ook gewoon je oordeel ertegen gewaarworden. Hé, ik zie dat ik een beetje baal dat het regent, dat ik me wat moe voel en een pijntje heb. Maar dan doe je vooral iets niet. Je gaat je grief niet koesteren, zoals de Cursus het zo mooi noemt. Je kunt gewoon zien dat narrigheid en onvrede oprijzen en dat ze je proberen te verleiden om de huidige situatie te veroordelen waarbij je je ontevreden en afgescheiden voelt.
Zodra je in gevecht gaat bevestig je slechts je geloof in afscheiding. Je kunt die neiging onderkennen. Ik noem het wel eens dat je weigert om uit de startblokken te schieten, je blijft stil zitten op t=0 en kijkt slechts naar wat zich voortdoet, inclusief je onvrede en je doe-neiging. Je vraagt de Heilige Geest te kijken maar het helpt om te beseffen dat dit niets anders is dan een perspectief verandering. Je kijkt vanuit het Geheel, vanuit de oceaan en dat blijkt de remedie om enig besef te krijgen dat je eigenlijk dat Geheel bént en niet die kleine vechter. Dát is vergeving, dat is het wonder. Helemaal niks speciaals waarvoor je nog jaren moet vechten en studeren. Gewoon het stilstaan bij wat zich voortdoet en niet weglopen of vechten. Als je die neiging wel hebt en ziet dan is dat oké. Zie gewoon het illusie-vormend mechanisme in werking. Als je even kunt kijken door de ogen van het Geheel; prima. Als je toch uit de startblokken schiet en aan de slag gaat; ook prima. Je kunt niet schuldig zijn of worden, alleen steeds beter leren kijken. En wellicht neem je het golfje niet zo heel serieus meer en wandel je naar huis om toch achter je laptop een reisje te boeken naar een zonovergoten eiland. Ook niks mis mee.

Stel dat je te maken hebt met iets wat je niet aanstaat. Vanuit de droom geredeneerd kan dat iets buiten je zijn of iets binnen jezelf. Voorbeelden van iets buiten je zijn nare personen of iets ergs dat je op de tv ziet. Voorbeelden van zaken binnen je kunnen nare gevoelens, gedachten of pijn zijn. Probeer vervolgens goed te kijken hoe je reageert op deze negatieve situatie buiten- of binnen jezelf. Zie en erken dat het simpelweg neerkomt op het volgende: wat ik nu ervaar is niet oké en ik wil ervan af.
Op de middelbare school had ik een goede vriend die bij me in de straat woonde. Laat ik hem even Jan noemen. Jan had een wat vreemde lichaamshouding, was slecht in gym, had een grote bos met krullen en was geen doorsnee jongen. Erg creatief maar helaas een beetje het pispaaltje van de klas. Andere jongens deden hem gekscherend na, lachten hem uit of namen hem in de maling. Het humeur van Jan bleek echter onverwoestbaar en hij legde simpelweg alle spot naast zich neer. Toen al maakt zijn opgeruimdheid indruk op mij. Jan komt bij mij vaak in gedachten als ik me afvraag of ik niet raar ben overgekomen of als deze twijfel is overgegaan in schaamte. Ik merk dat ik dan in eerste instantie de neiging heb om een negatieve conclusie over mezelf te trekken. Zo van: hé, hoe kan ik nou zo stom zijn, hoe kon ik dat toch doen of zeggen. Dit gaat gepaard met negatieve gevoelens die soms vluchtig zijn maar ook lang kunnen blijven hangen.
Enkele decennia geleden was ik nogal geïnteresseerd in eindtijdprofetieën. Ik speurde in de Bijbelboeken en las Nostradamus om erachter te komen hoe de wereld aan haar bloedige eind zou komen. Wie zou er ten strijde trekken tegen wie? Hoe lang zou het allemaal gaan duren? Hoeveel mensen zouden omkomen? Hoe zouden mijn dierbaren en ikzelf er vanaf komen?don Ik las over de opname: gelovigen die vlak voor de grootste ellende weggenomen zouden worden van het aardoppervlak. De meeste voorspellingen waren het er wel over eens dat de ellende zou beginnen in het Midden Oosten.


Afgelopen woensdag ging ik aan het einde van de dag de afvalbak terughalen van de straat. De bewoners van het huizenblok zetten deze bakken aan het einde van de poort op een stukje stoep. Deze keer kon ik de bak niet terugvinden en ik speurde om me heen. Vijftig meter verder op zag ik een stel bakken aan de doorgaande weg staan en ik liep die kant op. Ik passeerde hierbij een oudere buurvrouw, de bewoonster van het hoekhuis, die zonder bak in zichzelf mopperend op de terugweg was. “Ik kan mijn bak ook niet vinden”, zei ik in het voorbijgaan, maar ze liep me voorbij zonder opkijken. Ik trof mijn bak inderdaad wel aan langs de weg en liep terug naar de poort. Daar vond een gesprek plaats tussen dezelfde buurvrouw en een buurman uit een ander huis. De buurvrouw was duidelijk heel nijdig. “Ik zet alle bakken aan de weg”, sprak ze “waarom zetten de bewoners die bakken toch altijd aan het einde van de poort? Als ze deze gewoon een stukje verder zetten dan hoef ik er niet de hele dag tegen aan te kijken!”. Ik was gestopt en hoorde hoe de buurman meeging in haar irritatie. Ik snapte het niet. Al jaren zet iedereen de bak aan het einde van de poort. De buurvrouw kan de bakken onmogelijk zien omdat ze om haar tuin een heg heeft van 3 meter hoog. Ze moet echt naar een bovengelegen verdieping klimmen om vandaaruit de bakken te kunnen zien. En als het al een probleem voor haar was; waarom dan geen vriendelijk briefje bij iedereen in de bus? Ik weet zeker dat de buurtbewoners zonder morren de bak iets verder zouden zetten, zelfs als ze het probleem net zo min als ik zouden begrijpen. De buurvrouw keek hoopvol naar me, op zoek naar bijval. Even overwoog ik bovenstaande gedachten uit te spreken maar ik wist op voorhand dat dit nergens toe zou leiden. Buurvrouw was boos en voelde zich een slachtoffer van de weinig sociale andere bewoners van de buurt. Elk woord dat ik kon bedenken zou olie op het vuur zijn dus ik wenste haar en de buurman een fijne dag verder en bracht mijn bak terug naar huis.