We hebben de wereld bedacht om ellende te ervaren, ons af te laten leiden en blijvend geluk te zoeken waar het niet te vinden is.
Goedemorgen, overigens.
Waarom zijn we dan verbaasd, verdrietig en gefrustreerd wanneer we horen van oorlogen, aanslagen, het overlijden van beroemdheden en het weerbericht voor de komende dagen? Dit is precies wat ons ego wil zien om vervolgens te proberen er het beste van te maken. We steken onze kop in het zand en proberen er maar een gezellig Pasen van te maken. We menen dat de ellende écht is en dat vrede op aarde écht mogelijk is. In Cursus-terminologie; we koesteren onze grieven, we aanbidden de afgoden van de wereld met als doel ons ik-gevoel, ons zelfbeeld te verheffen.
Is het dan alleen maar droefenis en ellende? God zij dank niet. Direct met het (denkbeeldige) ontstaan van de illusie en ons geloof hierin werd de roep van de Heilige Geest hoorbaar. We zijn niet als wezen achter gelaten in onze droomwereld. De herinnering aan de Liefde die onze oorsprong is is in onze denkgeest geplaatst. We leggen alleen een sluier van vergetelheid over deze Liefde door geloof te hechten aan wat onze ogen zien en onze hersenen denken. Deze organen werden echter ook bedacht om de zogenaamde echtheid van onze sluier, ons lichaam en de wereld die we menen te zien, te bevestigen. Het zijn valse getuigen.
En dan die werkboekles van vandaag (84). Spirituele vitaminen:
Laat ik me mijn Schepper herinneren als ik hiernaar kijk.
Mijn Schepper heeft dit niet geschapen zoals ik het zie.
Laat ik dit niet gebruiken als een aanval op liefde.
Kijk gewoon naar wat je meent te zien, te ervaren en naar wat je denkt, voelt en gelooft. Zo is het niet. Liefde koestert geen grieven, houdt de wereld niet voor waar. Liefde schiep mij als zichzelf. De Heer werd nooit gekruisigd, Hij leeft. Goddank.
Gezegend Pasen allemaal.
Als we denken aan ‘oordelen’ dan denken we hierbij gewoonlijk aan het veroordelen van andere mensen hoewel ‘oordelen’ veel verder gaat en ons leven doordrenkt. Niettemin vormt een negatief oordeel over een medemens een prima startpunt om een beetje feeling te krijgen hoe wijd verbreid onze neiging tot oordelen is en hoe we hiermee onze vrede de nek omdraaien.
Snel nadat ik wakker word komen er wat zorgelijke gedachten naar boven die ik direct uiterst serieus neem. De inhoud hiervan doet er nu niet zoveel toe, maar het voelt direct zwaar en vervelend. De periode van ontkenning en vechten duurt steeds korter, Goddank. Langzaam maar zeker leer ik dat het beter is om direct te erkennen wat je denkt en wat je ervaart. ‘Oké dan, ik denk nu aan .. en voel me … en ik wil dit niet. Ik vecht hiertegen en wil er vanaf komen’. Ik stel me voor dat er van die kettingen met daaraan zware metalen ballen om mijn nek hangen die ik los wil rukken.
Ik wil van alles en nog wat. ‘Ik wil dat er licht is’, stelt de werkboekles van vandaag. Sure, ik wil me lekker licht voelen. Dit is althans de interpretatie van het ego. Een verkoudheid dient zich aan. Vervelend. Ik wil dat ik hier geen last van heb. En mijn lijst met wensen is lang, heel lang. Sommige dingen wil ik graag en andere juist niet.
Het valt me op hoe direct na het wakker worden de aandacht gevangen wordt door de dagelijkse rompslomp. Lichamelijke ongemakken vragen en krijgen even de aandacht. De komende dag werpt zijn schaduw vooruit. Het bewustzijn wordt vernauwd. De aandacht zwemt een fuik in. Een soort tv-scherm in mijn hoofd floept aan en overheerst alles met flitsende en schreeuwende kleuren. Ik lig er in mijn bedje gefascineerd en letterlijk geboeid naar te kijken. Het voelt als een sleur. Onvrij.
De Cursus heeft veel te melden over ‘ziekte’. Als wij over ziekte praten dan gaan we gewoonlijk uit van een lichamelijke aandoening. Daar valt veel over te schrijven maar ik breng het nu even terug naar mijn eigen houding tegenover lichamelijk ongemak. Misschien herkennen jullie het wel. Als ik bijvoorbeeld last heb van hoofdpijn dan meen ik dat ik als goede student moet zeggen dat ik gefopt wordt. De gedachtegang hierbij is als volgt:
In ons dagelijkse denkbeeldige leven hangt de snelheid waarmee we iets leren af van ons talent en van onze inspanning. Denk bijvoorbeeld maar eens aan het leren van een sport als tennis. Balgevoel helpt en flink en vaak trainen ook. Het helpt zeker als we ook illusoire tijd besteden aan het bestuderen van de Cursus. Flink lezen in het blauwe boek, de werkboeklessen doen en bijeenkomsten bezoeken. Toch wil ik nog wel eens verzuchten dat het me allemaal niet snel genoeg gaat. Wat dat ‘het’ dan precies is wat niet snel genoeg gaat weet ik dan niet precies. En waar ‘het’ precies naar toe zou moeten gaan evenmin.
Het helpt om een beetje begrip te krijgen van de metafysica van de Cursus. Het kan je behoeden voor de vele trucjes die het ego met je probeert uit te halen. Zo leer je bijvoorbeeld dat je er voor kiest om je slachtoffer te voelen en waarom onze wereld zo doordrenkt is met het thema schuld. Je ziet wat je probeert de bereiken met je vele haat- en liefdesrelaties. Ga zo maar even door. Misschien doorzie je met deze kennis steeds sneller patronen binnen de illusie. Dat is mooi en er is niks mis mee. Maar toch. Toch kun je nog steeds het grootste deel van de dag in strijd zijn. In strijd met anderen, met de wereld en met jezelf. Je vecht als het ware nog steeds voor vrede. Anders gezegd; je doet je uiterste best om verlicht te worden. En dat is zo vermoeiend, weer ik uit eigen ervaring. Hoe kan dat toch? Waarom heb je het redelijk op een rijtje maar ervaar je niet de wonderstaat?