Lekker belangrijk

Dit was een tijdje een slogan van de jeugd. Er klonk een mate van onverschilligheid in door met een milde spot voor degene die een serieus punt probeerde te maken. Daarmee was het ook een kleine aanval. ‘Jeetje, sukkeltje; maak jij je daar nu echt zo druk over?’

Toch moest ik er vanmorgen glimlachend aan denken toen ik wakker werd en dacht aan alles wat ik vandaag moet doen. Ik liet het zwaar op me drukken. Gisteravond belde ik een ex-collega op die al een jaar werkeloos thuis zit. Het grappige doet zich dan voor dat je een beetje jaloers bent op elkaars situatie. Op dit moment lijkt het me heerlijk om (even!) werkeloos te zijn terwijl hij er wat voor over zou hebben om een drukke baan te hebben.

Hoe dan ook, vanmorgen dus weer die stress. Tijdens m’n stille tijd keek ik er eens naar. Allerlei zogenaamd brandende kwesties riepen zo hard ze konden om aandacht. Alles werd keurig bij elkaar gehouden door een portie bezorgdheid en als toefje op de kluwen zorgen ook nog wat schuldgevoel over iets wat ik denk niet zo handig gedaan te hebben. Lekker begin van de dag zo. Lekker belangrijk allemaal. Maar het helpt niet als ik mezelf wat belachelijk maak door te suggereren dat ik er boven moet staan. Ik irriteer me ook licht als ik dat advies krijg van iemand die gepensioneerd, werkeloos of arbeidsongeschikt is. Makkelijk praten denk ik dan. Natuurlijk ook weer projectie, ik weet het. Ik moet mezelf serieus nemen omdat het ego serieus genomen wil worden. Als ik dat niet doe dan wordt het ego bedreigd in zijn voortbestaan. Maar dat wil ik natuurlijk niet onderkennen. Het is de kern van mijn slachtofferschap dat het me overkomt. Logisch dat ik het niet leuk vind als een ander me daarop wijst, los van de werksituatie van die ander.

Wel een fijne Werkboekles vandaag. WB 300: De wereld duurt maar een ogenblik. Niet bedoeld als fatalistische verzuchting. Niet: ach, nog een paar jaar en dan ben ik met pensioen. Of, een beetje cynisch; ach, voordat je het weet lig je toch in je kist. Nee, de Werkboekles is bedoeld als aansporing om naar een andere Stem te luisteren. Een stem die vraagt om onze blik niet gefixeerd te houden op de dagelijkse beslommeringen. Om stil te worden en ons zware gevoel aan Hem te presenteren. En nadat ik het gevoel van vandaag gevoeld heb bied ik het Hem aan. ‘Liefde lost mij op tot Liefde’, laat ik zachtjes klinken. En in deze overgave komt er weer wat licht naar binnen. Wat vrede. En dit is voor mij lekker belangrijk.

WB300: We zoeken vandaag Uw heilige wereld. Want wij, Uw liefhebbende Zonen, zijn even de weg kwijt. Maar we hebben naar Uw Stem geluisterd en precies geleerd wat we moeten doen om de Hemel en onze ware Identiteit te hervinden. En we zeggen vandaag dank dat de wereld maar een ogenblik duurt. We willen voorbij dat nietig ogenblik naar de eeuwigheid toe gaan.

Zwoegend op weg

De weg van de Cursus voelt soms als een steile kronkelweg omhoog. De weg is zwaar en overwoekerd met de taaie takken van onze negatieve gevoelens. Het is een donker pad vol glibberige stenen. We houden ons vast aan het voorgespiegelde vredige einddoel. De vrede van God, geluk. We weten niet wanneer we de top zullen bereiken maar de kracht van het ego is zo groot dat het wel eens heel lang zou kunnen duren. Het ego smult van deze voorstelling. Het heeft deze wereld geprojecteerd waar dit soort gezwoeg om iets te bereiken de normale gang van zaken is. ‘In heet zweet des aanschijns’, of zoiets.

Wat is het dan een verademing om dan bijvoorbeeld WB les 299 te lezen: Eeuwige heiligheid woont in mij. Er staat dus niet dat we heiligheid gaan bereiken als we maar flink ons best doen. Nee, het is de kern van ons wezen. We zijn liefde. En nu wordt het opletten geblazen. Want het ego neemt ons voor we het weten als een volleerd judoka in de heupzwaai. Zelfingenomen maakt het pas op de plaats. Het tovert een schijnheilige glimlach op onze lippen. We voelen ons verheven boven de mensen die nog zo hun best aan het doen zijn. Die arme zwoegers. Als spiritueel ego klimmen we op een stoel en genieten we van alle aandacht.

Maar hoe moeten we dan wél omgaan met de wetenschap dat we liefde zijn? In ons oude Bijbeltje stond het zo mooi. We moeten eerst onze zonden belijden en dan zal God ze vergeven. Natuurlijk is hier het woord ‘zonden’ onnodig moreel geladen. De Cursus zou het anders formuleren. We moeten eerst heel oplettend zijn. Oog krijgen voor wat we geloven. Voor ons geloof in daders en slachtoffers. In mijn ervaring ga je dan steeds meer zien. Het is voor mij niet een snel halleluja-verhaal. En dit is geen veroordeling van mensen voor wie dat wél geldt hoor. Maar ik merk dat die ene boze bui en die kleine bezorgdheid een topje van een ijsberg van illusies vormen. Ik zie hoe wijd verbreid de illusie van schuld en zonde is doorgedrongen in mijn denkgeest. En als ik dan bijna moedeloos word, dan is WB 299 een zegen. Want het biedt me hulp. Goddelijke hulp. Ik mag weten dat het Gods Wil is dat ik Hem leer kennen. Dat de uitkomst vast staat. Ondanks alle duistere wolken mag ik weten dat Hij er altijd voor me is. En als ik Hem dan een klein beetje vertrouwen kan geven dan is Hij altijd trouw en vindt vergeving plaats. Wat een zegen.

WB 299: ‘Vader, mijn heiligheid is niet van mij. Het is niet aan mij om haar door zonde te laten vernietigen. Het is niet aan mij om haar onder aanvallen te laten lijden. Illusies kunnen haar versluieren, maar ze kunnen haar stralende gloed niet doven, noch temperen haar licht. Ze blijft eeuwig volmaakt en onaangetast. In haar zijn alle dingen geheeld, want ze blijven zoals U ze geschapen hebt. En ik kan mijn heiligheid kennen. Want ik werd door Heiligheid Zelf geschapen, en ik kan mijn Bron kennen omdat het Uw Wil is dat U wordt gekend.’

Pensioen

Met regelmaat krijg ik brieven van mijn pensioenverzekeraars. De strekking is steevast hetzelfde. Het zijn moeilijke tijden en ik krijg in de toekomst minder dan ik had gedacht. Ik baal hiervan. Mijn pensioenopbouw is toch al geen successtory. Mijn jarenlange deelname aan een pensioensysteem gebaseerd op aandelen flopte hopeloos. Nu bouw ik ook nog eens minder op dan gedacht en als klap op de vuurpijl mag ik doorwerken tot mijn 67ste. Getverderrie.

U hoort het al. Het ego leeft zich heerlijk uit. Want laten we het maar eens bezien in het licht van de Cursus. Ik denk dat mijn geluk afhangt van geld en van de mogelijkheid eerder te kunnen stoppen met werk. Ik geloof dat vrijheid bestaat uit niet meer hoeven op te draven voor een werkgever. Dan slachtofferschap. Als loonslaaf denk ik dat ik nu gevangen zit. En als slachtoffer van de afnemende welvaart krijg ik mijn ingebeelde vrijheid pas erg ver in de toekomst.

Simon als slachtoffer van de grote boze buitenwereld. Dus vergevingswerk te doen. Ik maak contact met gevoelens van bezorgdheid en herken ze als angst. Ik zie mijn aanvalsgedachten die ik projecteer op ‘het systeem’ en breng deze naar de Liefde. Samen met mijn gevoelens van slachtofferschap. Heer hier ben ik. Zie mijn gedachten en bezorgdheid door Uw ogen. Laat Uw Liefde binnenstromen. Laat vergeving mijn projecties en ingebeelde angsten wegstralen. Leer me dat mijn geluk in U is, in Liefde en in eenheid. En gelukkig is Liefde de enige zekerheid die we hebben. Dankbaar.

WB297:
Vergeving is het enige geschenk dat ik geef, want het is het enige geschenk dat ik verlang. En al wat ik geef, geef ik aan mijzelf. Dit is de eenvoudige formule voor verlossing. En ik, die verlost wil worden, wil me die eigen maken, zodat dit de manier wordt waarop ik in een wereld leef die verlossing nodig heeft, en die verlost zal worden wanneer ik de Verzoening voor mezelf aanvaard.

Innerlijke weerstand

Moet je eens meekijken wat er gebeurt. Ter illustratie ‘mijn’ thema, doorslaap problemen. Maar vul hier gerust je eigen vorm van slachtofferschap in. Ik word dus vroeg wakker en de self-fulfilling prophecy begint. ‘Oei, oei; als ik nu toch maar weer in slaap kan komen!’ Dus niet. Het rusteloze woelen begint. Ik zie dat ik dit op deze manier mezelf aandoe en vind dat knap stom. Zelfverwijt. Het gevoel van machteloosheid groeit en slaat me in de boeien. Daar lig ik weer. Klaarwakker. En ik kan er niks aan doen. Zielig. Maar wat een prachtige gelegenheid om te oefenen.
Ik zie de neiging om er wat Cursus-teksten tegen aan te gooien om er zo snel mogelijk af te zijn en weer door te slapen, maar houd me nog even in. Want onder het dekbed ligt een levensgroot thema verborgen, stevig met de ogen dicht. Dat thema heet: slachtoffer. Ik voel de innerlijke weerstand tegen het zorgvuldig onderzoeken van dit gevoel. Het slachtoffer in me wil vooral klagen. ‘Wat een pech, wat doet de wereld mij toch aan, het overkomt me allemaal en ik kan er niks aan doen etc etc”. Ik moet mezelf echt dwingen om heel precies te kijken. Kijken en voelen. Natuurlijk weet ik verstandelijk al lang hoe de vork Cursus-technisch gezien in de steel steekt. Maar op één of andere manier weet ik dat ik eerst helemaal in de huid van het slachtoffer moet kruipen. De totale machteloosheid door en door ervaren. Totaal doordrongen worden van mijn bijgeloof: ik ben het zielige, machteloze slachtoffer van een wereld waar ik totaal geen invloed op heb. En nu zie ik mijn grote geloof in een ‘ik’ en in een boze buitenwereld. Ik wil het niet toegeven maar ik moet eerst bekennen hoezeer ik toch geloof in deze illusies. In deze projecties die ik zelf in het leven heb geroepen. Ook hier is eerlijkheid vereist. Niet te snel een niet-doorleefde Cursus-wijsheid er op plakken. Nee, het bijgeloof diep erkennen.
De illusie heeft alle aandacht gekregen waar deze om vroeg. En vanuit de machteloosheid vertrouw ik nu een Stem die me zegt: Liefde lost mij op tot Liefde. En heel rustig laat ik zo af en toe dit zinnetje weerklinken. En ik vertrouw Hem. En houd van Hem. Zo innig. Zo dankbaar. En Hij ís trouw. En in zijn trouw schenkt Hij mij Zijn diepe vrede. Teder.

WB295: Christus vraagt of Hij vandaag mijn ogen mag gebruiken om zo de wereld te verlossen. Hij vraagt dit geschenk, opdat Hij mij innerlijke vrede kan schenken, en alle panische angst en alle pijn wegnemen kan.

Werken met het Tekstboek

Het is aardig om je weer eens af te vragen waarom je eigenlijk met de Cursus bezig bent. Iedereen zal het op zijn eigen manier uitdrukken maar waarschijnlijk komt ‘om gelukkig te zijn en vrede te ervaren’ voor de meeste van ons dicht in de buurt. Niks mis mee. Omgekeerd vormt dan iedere gelegenheid waarin we ons niet gelukkig voelen een mogelijkheid om te oefenen en te leren. Gisteren noemde ik als voorbeeldje het ongewild niet kunnen slapen. Maar de cursus nodigt ons uit om te generaliseren. Vul elk gevoel of sensatie maar in waar we van af willen. Pijn, verdriet, angst, schuldgevoel, boosheid, irritatie, stress, gekwetstheid enzovoort.

De ervaringen die we hierin opdoen laten zich ook generaliseren. Want herken je deze algemene uitspraak: ‘Dit overkomt me en hoe ik ook mijn best doe, ik kom er maar niet vanaf’? Herkenbaar? Een beetje ‘the story of our lives’, zou ik haast zeggen. De hardnekkigheid waarmee de ellende aan ons vast lijkt te kleven. We hebben het idee dat we vast zitten, dat we geen vorderingen maken hoe goed we onze Werkboeklessen ook doen.
Ten eerste is het dan een troost dat de Cursus zegt dat wij onze vorderingen niet zelf kunnen inschatten. Als we denken dat we erg gevorderd zijn omdat het ons toevallig voor de wind gaat bestaat de kans dat we weinig leren. Omgekeerd kunnen we tijdens onze worstelingen denken dat we geen vooruitgang boeken en toch veel leren. Een troostrijke gedachte.
En ten tweede motiveert de ogenschijnlijke hardnekkigheid van negatieve ervaringen mij om het Tekstboek heel serieus te nemen. We vinden het vaak lastig en zijn in onze doe-cultuur eerder geneigd om te oefenen met Werkboeklessen. Tijdens dat oefenen lopen we tegen die schijnbare hardnekkigheid aan van de negatieve gevoelens. Maar het is vooral het Tekstboek waaruit we kunnen leren waarom het zo lastig is om ‘succes te boeken’.

In het Tekstboek lezen we over ons slachtofferschap. Waar komt het vandaan? Waarom is het zo hardnekkig? Tijdens de Werkboeklessen merk je dat die nare gevoelens hardnekkig zijn. Tijdens het bestuderen van het Tekstboek leer je hoe dit komt. En dit is niet een feitje wat grappig is om te weten. Nee, het is een waarheid die behulpzaam is. Die je de ogen kan openen tijdens het doen van Werkboeklessen en tijdens het worstelen met negatieve ervaringen. Jezus heeft niet voor niks de honderden bladzijden van het Tekstboek gedicteerd. In mijn beleving is het een absolute noodzaak om ook werk te maken van het Tekstboek. Het bestuderen hiervan is onderdeel van de training.

Ik hoop dat deze overdenking voor jullie allemaal een enorme open deur is. De cliché van de maand. In dat geval: sorry. Dan was dit stukje vooral voor mezelf bedoeld 😉.

Affirmaties; goed of fout?

Alleen de toonzetting van deze vraag zou je al alert moeten maken. Wie is het die grossiert in dit soort zwart-wit oordelen? Herken je hem? Niet de Heilige Geest, dat is zeker. De vraag kwam naar voren in een gedachtenwisseling over omgaan met wat wij omschrijven als negatieve gevoelens. Moet je die aangaan of niet? Mag je hier affirmaties inzetten bijvoorbeeld in de vorm van het herhalen van de Werkboekles?

Affirmaties zijn natuurlijk goed noch slecht. Of ze helpen om te leren hangt af van de vraag waartoe je ze gebruikt. Stel je bent heel bang. De angst is zo echt voor je dat je deze niet in de ogen wilt kijken. Je wilt het niet aangaan en je schreeuwt de affirmaties om de angst weg te duwen. Fout? Nee hoor, als je overweldigd dreigt te worden door iets waarvan je denkt dat het echt heel eng is dan is het begrijpelijk. Daar kun je gewoon liefdevol naar kijken. Het is echter in mijn ogen wel een liefdevol vragen van uitstel. Want je gelooft nog steeds dat de angst echt is. Het komt overeen met het nemen van een pijnstiller als je pijn hebt. Is dit slecht? Nee, wel een vorm van magie maar de Cursus is hier mild over. Als de angst te groot is om er doorheen te gaan en te ontdekken wat de angst bedekt, waar je echt bang voor bent dan is dat voorlopig oké.

Maar als je wilt kan het anders. Je voelt weer de angst. Maar je gaat niet te snel affirmaties schreeuwen. Deze keer ga je wat verder naar de angst toe. Je wilt ervan leren. Leren dat hij niet van buiten komt maar van binnen. Het is paradoxaal. Om er van af te komen moet je er naar toe gaan. En als je heel eerlijk bent en een beetje dapper dan hoor je inderdaad heel hard geschreeuw. Maar niet van de Heilige Geest. Maar van het ego. En je staat vlak voor zijn schreeuwende gelaat. Je ruikt de geur van angst van zijn adem. Je ziet zijn blinde paniek en voelt je lichaam reageren. Adrenaline, hartslag. Maar je doet geen stap maar besluit wel eens op te letten of je een zachtere Stem kunt horen. Het redelijke alternatief. En dan herhaal je eens een keer zachtjes de Werkboekles. Je kiest ernaar om naar het andere geluid te luisteren. Niet om zo snel mogelijk weg te rennen. Nee, om te ervaren dat je geen angst maar Liefde bent. Dat er niks gebeurd is en niks gebeurt. Geen verdringing maar vertrouwen. En Hij is trouw en spreekt altijd. Daar ben ik dankbaar voor.

WB 293: Vader, laat Uw heilige wereld vandaag niet aan mijn blik ontsnappen. En laat evenmin mijn oren doof zijn voor alle dankliederen die de wereld zingt onder de klanken van de angst. Er is een werkelijke wereld die door het heden wordt behoed voor alle vroegere vergissingen. En ik wil vandaag alleen deze wereld voor mijn ogen zien.

Hoe gaat dit aflopen?

Hoe vaak stellen we ons niet deze vraag? Hoe loopt het af met de ellende in de wereld? Hoe zal het verder gaan met mijn zieke partner of kind? Direct hieraan vastgekoppeld zit de twijfel of we het wel goed doen. Hoe kan ik ervoor zorgen dat het goed afloopt? Moet ik wel of niet verder gaan met deze relatie? Doe ik er goed aan om bij hem in te trekken? Wat haal ik mezelf op de hals? Moet ik die nieuwe baan wel aannemen? Je weet wel wat je hebt maar niet wat je krijgt. Deze lijst met twijfel en onzekerheid is eindeloos lang. Het aantal voorbeelden is legio.

En met ‘legio’ (vele) worden ook onze afgoden aangeduid. Situaties in de denkbeeldige buitenwereld waarvan we denken afhankelijk te zijn voor ons geluk. Die ons in onze perceptie kunnen maken of breken. Dit is bijgeloof. Vat dit niet verkeerd op. Bovenstaande vragen moeten gewoon serieus genomen worden in ons dagelijks leven, hoe denkbeeldig dit ook mag zijn. Het is niet goed of fout om hier je voorkeuren te volgen en zaken goed te overdenken en te doorvoelen. Maar het is een enorme geruststelling om te mogen leren dat ons geluk er niet vanaf hangt. En deze uitspraak roept veel vragen op. Verontwaardiging zelfs, als je diepe ellende meemaakt of ziet. Maar het is niet makkelijk bedoeld. Geen toverformule. Geen ontkenning van ‘de modder’ waar ik gisteren over schreef.

De Cursus biedt hoop. Een zekerheid die niet van deze wereld is. Die niet van ons afhangt. Ze wijst er namelijk op dat de goede afloop er nu al is. Recht voor onze neus. Het is al volbracht omdat er niets te volbrengen viel. We zijn nooit weggeweest uit de Liefde die we zijn. We hebben er ons geprobeerd uit weg te denken. En daar zijn we goed in. We bedenken legio manieren om ons in de problemen te denken. Zo maken we het leven zo ingewikkeld mogelijk. Om de vrede en het geluk te wikkelen in donkere doeken van pijn, angst en bezorgdheid. MaarJezus zegt ons in de Cursus: ‘ Een gelukkige afloop staat voor alles vast’. Zelfs als in onze ogen alles fout lijkt te gaan. Wat willen we zien? Wat willen we geloven en welke stem vertrouwen we? De angstige stem van ons ego of de Stem van Liefde? De Cursus belooft ons geluk. Niet later, maar nu. Niet als denkbeeld. Nee, we mogen onze zorgen en angsten bij Hem brengen en nu vergeving en vrede ervaren. Want Gods Wil geschiedt. Nu.

WB 292: We danken U, Vader, dat U er borg voor staat dat alles uiteindelijk slechts een gelukkige afloop kent. Help ons die niet te hinderen en aldus het goede eindresultaat uit te stellen dat U ons hebt beloofd voor elk probleem dat wij kunnen zien, voor elke beproeving die we denken nog steeds het hoofd te moeten bieden.

Met je poten in de modder

De metafysica van de Cursus laat er geen twijfel over bestaan. Onze ellende is ingebeeld. Een truc van het ego, geworteld in schuldgevoel en angst. Slachtofferschap om ons afgescheiden te voelen van de Liefde. En dan kijk je naar het journaal. Bomaanslag, neergestort vliegtuig en neergestoken mensen in Israel. Laat ik voor mezelf spreken. Ik moet oppassen. Oppassen dat ik de Cursus niet gebruik als een stevige borrel. Om mezelf te benevelen met mooie passages over vrede en geluk. Ken Wapnick zegt het zo treffend: “Therefore, before you can truly see holiness around you, you first must realize how angry, despairing and upset you are by what goes on in the world’.

Dus als ik beelden zie van een vader die het lichaampje van zijn geknakte dochtertje draagt dan mag ik huilen. Dan mag ik zijn verdriet voelen. Ik mag, nee moet, meevoelen met vluchtelingen. Met nabestaanden. En zo ‘buiten’, zo ‘binnen’. Transformatie is in mijn ervaring onmogelijk zonder eerst de gevoelens aan te gaan. Ze in al hun nepheid totaal echt te laten zijn. Totaal. Met je poten in de modder. Dan pas heb je iets aan te bieden op het altaar en weet je dat je het zelf niet kunt. Je geeft het op en richt je ogen op Hem. Dan pas kan het verscheurde lichaam brood des levens worden. Dan pas verandert bloed in wijn. Echte vergeving, een echt wonder.

WB291: De visie van Christus kijkt vandaag met mijn ogen. Zijn blik laat me zien dat alles vergeven en in vrede is, en biedt deze zelfde visie aan de wereld aan. En ik neem deze visie aan in haar naam, zowel voor mezelf als voor de wereld. Wat een lieflijkheid zien we vandaag! Wat een heiligheid zien we om ons heen! En het is ons gegeven in te zien dat het een heiligheid is waarin wij delen: het is de Heiligheid van God Zelf.

Niet alleen

Als je worstelt tegen de pijn en vecht tegen slapeloosheid en verdriet. Als de berg shit gewoon even te groot is en de machteloosheid je aanvliegt. Als die woorden van de Cursus zo ver weg lijken. Als je er gewoon niet bij meer bij kan. Als de cijfers op je wekkerradio het enige lichtpuntje in je leven lijken te zijn. Weet dan; je bent niet alleen.

Hij hing daar aan het kruis. Doorboord met spijkers en doornen. ‘Ach, Hij kan toch niet lijden’, lachten de wijsneuzen aan de voet van het kruis. ‘Houd vol’, riep nog een grapjas. ‘Je bent niet dat lichaam’, probeerde een ander. Maar Jezus riep de woorden die hij van ons niet meer zeggen mag. ‘Mijn God, mijn God; waarom hebt U me verlaten’. En daarmee raakt Hij me dieper dan elke Cursus-leraar. Hij raakt me tot in het hart van mijn mens-zijn. Hoe denkbeeldig dat ook mag zijn volgens alle schriftgeleerden. Want dankzij Zijn doodskreet mag ik weten; ik ben niet alleen.

En ik slaak dezelfde doodskreet van smart en pijn. En na de stilte, waarin de zon weg lijkt te zijn en het duister ondoordringbaar lijkt, kan ik nog maar heel zacht fluisteren. In Uw handen beveel ik mijn geest.

Onze illusie

Ik geloof de gedachte dat ik me heb los gedacht uit de Liefde. Dat het me echt gelukt is. Ik heb de Liefde verscheurd, gekruisigd om los te zijn. Ik te zijn. Ik geloof dat verscheuren van Liefde genaamd God mogelijk is. Ik ben schuldig aan iets heel ergs en Hij zal dit niet over zijn kant laten gaan. Hij wil me terugpakken en wegvagen. ‘Sterven’ noem ik dat en ik ben hier bang voor. Bang om te verdwijnen, bang voor de dood. Gek word ik van deze altijd aanwezige dreiging. Deze dreiging van God, van de Liefde waar ik me meen uit te hebben weggedacht. Toen ik vergat te lachen om dat kleine dwaze idee. ‘Houd van me God!’, schreeuw ik nu uit. ‘Houd van me en laat me leven!’

De dreiging voelt te groot en ik ren naar buiten. Weg van deze God. Weg van de Liefde. Maar er is geen buiten. Weglopen van de eenheid is niet mogelijk. Dat kan ik alleen maar bedenken en dan geloven. Dus denk ik een wereld. Een wereld met kleine goden, genaamd mensen die me ook kunnen doden en ook kunnen beminnen. Net als God. Ik denk echt dat ze er zijn. Dat ze er zijn los van mij. En om het zo echt mogelijk te laten lijken bedenk ik mijn lichaam met zintuigen. Ogen om me te laten geloven dat er iets buiten me te zien is. En oren, neus, smaak en tastzin om me laten geloven dat er dingen buiten zijn om te horen, ruiken, proeven en voelen. Ik heb ze bedacht als getuigen en geloof grif wat ze me daarna vertellen. Ik geloof dat ik iets kan doen en dat me iets aangedaan kan worden. Dat ik kan aanvallen zoals ik God denk te hebben aangevallen. Dat ik slachtoffer kan zijn van mensen zoals ik denk dat God mij wil slachtofferen in Zijn vermeende boosheid. Dat ik zó echt ben dat ik kan sterven.

Maar als God nu eens niet boosaardig is? Als Liefde niet wil dat ik sterf maar dat ik leef? Als alle pijn en dreiging, elke nietige gedachte en elk gevoel onschuldig zijn? Als ik mijn geloof erin naar de Liefde mag brengen en het aanbieden met open handen? Kijk Liefde, dit geloof ik allemaal. Kijk met me mee en laat me niet bang zijn als ik het allemaal aan U geef. Laat me niet bang zijn voor de ontspanning, voor de vrede, voor U. Ik kan U vertrouwen. Laat me zo alles vergeven; geven aan U waardoor het wordt wat het al is. Niets. Het verdwijnt in Uw licht. Ik voel Uw weldadige warmte en Liefde en laat me daarin vol vertrouwen verdwijnen.

WB290:
Tenzij ik kijk naar wat er niet is, is mijn geluk in het nu al wat ik zie. Ogen die beginnen open te gaan, zien ten langen leste. En ik wil graag dat nog deze dag de visie van Christus tot mij komt. Wat ik waarneem zonder Gods eigen Correctie van het zicht dat ik heb gemaakt, is angstaanjagend en pijnlijk om aan te zien. Maar ik wil niet toestaan dat mijn denkgeest nog een ogenblik langer wordt misleid door het geloof dat de droom die ik gemaakt heb werkelijk is. Dit is de dag waarop ik mijn geluk in het nu zoek en naar niets anders kijk dan waarnaar ik zoek.