Samen

Wat ik zo heerlijk vind aan Een Cursus in Wonderen is die focus op elkaar. Op onze broeders en zusters. In het helpen en vergeven van elkaar ligt DE sleutel tot verlossing van onszelf en van elkaar. We kunnen de hemel van Gods vrede niet betreden zonder onze broeders en zusters mee te nemen. Als we er ook maar één afwijzen dan ontzeggen we onszelf daarmee direct de ervaring van vrede. Het doet er hierbij niet toe of we deze persoon echt persoonlijk kennen of dat we ons een beeld gevormd hebben vanuit geschiedenisboekjes of van televisie.

Als we deze boodschap horen zijn we geneigd om direct te wijzen op de verschrikkelijke daden die de andere persoon toch gedaan heeft. Het ego keert dan de vraag verontwaardigd om en slaat ons met de meest heftige voorbeelden om de oren: onze slechte ouders, verkrachters, pedofielen en het eindigt steevast met Hitler. Hoe kunnen we van hen houden? En natuurlijk hoeven we hun gedrag niet goed te keuren en mogen we er ons in de illusie gedragsmatige tegen verzetten. Maar als we die anderen uitsluiten van de Liefde die wij en zij zijn, dan raken we ook zelf het zicht op die Liefde kwijt. Geen uitzondering mogelijk. Samen of niet.

Wat al deze mensen nodig hebben is wat wij ook nodig hebben. Iemand die ons toont dat onze kwaadaardige gedachten en daden geen gevolgen hebben op de Liefde. Leraren die ons laten zien dat ze onvoorwaardelijk van ons houden omdat zij en wij Liefde zijn. En natuurlijk schieten ons dan direct de namen van Jezus en andere geliefde Cursus leraren te binnen. En het is prima om hen dankbaar te zijn als we ze maar niet op een voetstuk plaatsen. Want ieder van ons heeft als functie om zo’n leraar en verlosser te zijn. Dat betekent niet dat we allemaal op een podium moeten klimmen. Daar hebben we begenadigde sprekers als Koos en Diederick voor. Maar in ons eigen leven, en iets anders hebben we niet, kunnen we oefenen met iedereen die we tegenkomen en dus zelfs met mensen aan wie we denken. Wat een machtige sleutel is ons gegeven in vergeving. Geef dat geschenk aan iedereen en ontdek dat je het hiermee ook aan jezelf geeft. Gun jezelf de Liefde die binnenstroomt als je je oordeel over jezelf en anderen naar deze Liefde, naar God, brengt.

WB 315: Alle geschenken die mijn broeders geven, horen mij toe.
WB 316: Alle geschenken die ik mijn broeders geef, zijn de mijne.

Vakantiegevoel

Hebben jullie die reclame van TUI gezien; ontdek wat TUI met je doet? Een soort halve zombie is aan vakantie toe. Op de zonovergoten vakantiebestemming duikt hij uiteindelijk het water in en komt als blije knappe man weer naar boven. Ging het maar zo makkelijk.

Eerlijk gezegd is dit toch het effect dat ik stiekem ook van de Cursus verwacht. Eerst maak ik me zorgen, heb het te druk en word ik gekweld door kwaaltjes. Vervolgens doe ik de Cursus en leef ik nog lang en gelukkig. Is dit fout? Mogen we dit niet nastreven? Jawel hoor. Dat leven in ‘het zweet des aanschijns’ is een doembeeld gebaseerd op ingebeeld slachtofferschap dat ons ego-godje bedacht heeft. Onnodig. Maar ons ego houdt van uitersten. Als we niet hoeven te lijden dan moet het liefst allemaal rozengeur en maneschijn zijn. Het TUI-effect. Is deze wens dan fout? Nee hoor, ook niet. Als ik dan moet zweten, dan maar lekker in de zon op Fuerteventura. Maar het is niet waar de Cursus over gaat.

De Cursus laat zien dat de sleur bestaat uit identificatie met ons ingebeelde slachtofferschap. Dit is vermoeiend en put ons uit. Door deze identificatie is er weinig ruimte voor vernieuwing en verfrissing. Dan kun je met het lichaam in een vliegtuig stappen maar de sleur gaat in feite gezellig met je mee op vakantie. Kunnen we hier zelf iets aan doen? Niet echt. Zelf produceer je gewoon steeds meer van hetzelfde. Toch geven we onze identificatie hiermee niet graag op. Want wat gebeurt er dan? Als we NU onze slachtofferrol loslaten? Dan is er pas ruimte voor iets totaal nieuws. Zelfs midden in de drukte en de problemen. Lossen deze dan vanzelf allemaal op? Soms wel, soms niet. Zo gaat dat kennelijk. Maar midden in de stress van je dagelijks leven, gewoon hier in het regenachtige Nederland, ervaar je het Vakantiegevoel. Een hemelse Vakantie met warm Goddelijk zonlicht. Ontdek wat de Cursus met je doet!

WB 314: Ik zoek een toekomst die van het verleden verschilt.

Wat nemen we voor waar aan?

Wij verstaan in ons dagelijks leven onder ‘magie’ één of andere duistere truc waardoor er in de zichtbare dingen onbegrijpelijke dingen gebeuren. De Cursus gebruikt het woord op een iets andere manier. Magie is het geloof dat een verbetering in onze uiterlijke omstandigheden de oplossing vormt voor een probleem. Zo denk ik dat slapeloosheid het probleem is en dat weer lekker in slaapvallen de oplossing vormt. Kijk maar eens in je eigen leven. Waar heb je last van? Doen andere mensen niet wat jij wilt? De magische oplossing is dat ze hun gedrag aanpassen en als dat niet goedschiks kan dan maar kwaadschiks. Is je lichaam ziek? De magische oplossing is genezing van het lichaam. Is dit fout, moeten we ons hier schuldig over voelen? NEE!

Zo, laat dat even duidelijk zijn. Maar bieden deze oplossingen die we binnen de illusie nastreven werkelijk soelaas? Ook niet. Ons spirituele ego heeft een ‘fantastische’ oplossing. We besluiten niet meer in te grijpen in de buitenwereld. We zeuren niet over de slapeloosheid en over die anderen en dragen ons leed en ziekte dapper en in stilte. Zo maken we van onszelf martelaren. Kiezen op elkaar en niet zeuren. Ons ego vindt dit ook een prima optie. En ondertussen menen we nog steeds dat we een onschuldig slachtoffer zijn dat vreselijk lijdt. En daarin zit hem de crux. We nemen ons denkbeeldige lijden voor waar. We geloven dat we een slapeloos of misdeeld slachtoffer zijn. Het speelt zich allemaal af in de denkgeest waarbij we verslaafd zijn aan het geloof in slachtofferschap. Moet je eens kijken wat een weerstand het oproept om dat onder ogen te zien. Moet ik me dan hier schuldig over voelen? Ook niet natuurlijk. Maar je hoeft het niet langer voor waar te nemen.

In waarheid ben je niet verbonden aan je slachtofferrol. Je kunt iets anders voor waar nemen. Zijn Liefde is waar. Dat jij Zijn liefde bent is waar. Dat jij niet een slachtoffer bent is waar. Dat je niet een lichaam bent is waar. Geef je over aan Zijn waarheid en Liefde. Niet om iets magisch te laten veranderen in de buitenwereld om zo van je rot gevoel af te komen. Nee, om te ontdekken dat je geen afgescheiden persoontje met een rotgevoel bent. Je bent zoveel meer, Zoon van God. Je bent vrij en je bent verlost.

WB 313: Laat een nieuwe waarneming nu tot mij komen.

Warme douche

Ik ben de manier waarop ik tegen dingen aankijk heel gewoon gaan vinden. Vandaag en morgen worden twee drukke dagen. Ik moet presentaties geven op m’n werk. Na zoveel jaren toch nog dat gevoel van spanning. ‘Ik hoop maar dat ze het wat vinden’. Later in de week moet ik om 8:30h in Amersfoort zijn. Ik moet materialen meenemen die nodig zijn voor een symposium waar 30 mensen naar toe komen. ‘Als ik maar niet vast kom te zitten in een file’. Bezorgdheid, stress.

Als ik rustig ga zitten en naar de gevoelens van spanning toega merk ik dat ik deze gevoelens heel vanzelfsprekend vind. Het is toch logisch om wat stress te ervaren in deze omstandigheden? Toch maar verder kijken. De angst wordt duidelijker zichtbaar. Angst om te falen, om door anderen negatief beoordeeld te worden. Dankzij de vele werkboeklessen gaat het nu Goddank wat sneller. De oerangst wordt nu iets makkelijker zichtbaar. De illusie dat ik me van de Liefde, van God, heb afgescheiden en dat Hij wel boos zal zijn. De onderliggende schuld en de het bange heen en weer geslingerd worden tussen hoop op waardering en de angst voor afkeuring.

De les van vandaag is als een warme douche die het vuil van geloof in zonde wegspoelt. WB 313: Laat een nieuwe waarneming nu tot mij komen. Eerst dat NU. Wat een zegen om de ingebeelde toekomst te laten oplossen in de Liefde van nu. En dan de overgave aan de nieuwe waarneming. Aan Hem en zijn visie. Het lijkt een zware opgave voor dit licht om ‘mijn zware problemen’ weg te stralen. Maar Hij laat me zien dat er niets anders is dan mijn geloof in ideeën en angsten. Geen zware opgaven buiten mij. Alleen mijn hardnekkig vast willen houden aan angstgedachten in de denkgeest. Pas dan kan ik weer opgelucht ademen. En met gesloten ogen geniet ik van het warme water onder de douche van zijn Liefde.

Wat een zegen!

Alle Werkboeklessen zijn prachtig en buitengewoon krachtig. Maar soms loop je tegen een les aan die jou op dat moment op je zogenaamde pad erg aanspreekt. Dit is voor mij zo’n les (WB 313): Laat nu een nieuwe waarneming tot mij komen. Ook in het Engels zo mooi: ‘Now let a new perception come to me’. Een zin die zwanger is van blijde hoop en verwachting. Je verwacht het van Hem, van de Liefde.

Stel dat je kijkt naar iemand waar je een vooroordeel over hebt. En over wie hebben we dat nu eigenlijk niet? Je ziet dat dit oordeel, wat we zo graag al roddelend met andere delen, dient om ons ego een extra boost te geven. Nu doen we dat eens niet. Nu kijken we naar die denkbeeldige ander of denken aan hem of haar, we zien ons schrijnende oordeel en geven dan Hem alle ruimte terwijl we zachtjes zeggen: ‘Laat nu een nieuwe waarneming tot mij komen’.

Tjonge, broeders en zusters. We hebben zo’ machtige vriend in Hem, in de Liefde. Want als we ons zo verwachtingsvol openstellen terwijl we ons oordeel aan Hem geven dan antwoordt Hij ALTIJD. Hij is zo trouw. We hoeven alleen maar opzij te stappen. Wat is dit toch een wonder.

WB 313: Laten we elkaar vandaag met de ogen van Christus bezien. Hoe prachtig zijn we! Hoe heilig en hoe liefdevol! Kom, broeder, verbind je vandaag met mij. We verlossen de wereld wanneer wij ons hebben verbonden. Want in onze visie wordt zij even heilig als het licht in ons.

Kijk opnieuw

Ik blijf me verbazen over de hardnekkigheid waarbij ik blijf geloven dat mij van alles overkomt waar ik niet om gevraagd heb. De gierende drukte op het werk waarvan ik soms letterlijk hartkloppingen krijg. Die irritante manager en de verkeersdrukte waar ik in vastloop op weg naar een drukke afspraak. Het stomme is dat als ik heel even pas op de plaats maak, ik al heel snel weet dat ik er voor kies om me al deze denkbeeldige kwesties aan te trekken. Maar iets in me weerhoudt me om die pas op de plaats te maken. Om even rustig te gaan zitten en te kijken. Er is een verborgen wens om stress te ervaren. Ik merkt de weerstand om dit toe te geven. Veel liever kruip ik in de slachtofferrol en wentel ik me in de ellende die me zogenaamd overkomt, zelfs als ik ervan overtuigd denk te zijn dat ik hier af wil komen.

Het vergt een soort eerlijkheid om dit mechanisme onder ogen te zien. Om opnieuw te kijken. Ik wil haast niet geloven dat ik hierin echt een keuze heb terwijl ik natuurlijk met de mond beleid dat ik heel graag de Cursus wél wil toepassen. Kennelijk kan ik mezelf niet aan m’n haren, figuurlijk gesproken in mijn geval, uit het moeras trekken. Het helpt niet om die onwil te ontkennen. Wel om deze te erkennen, om ‘mijn zonden te belijden’ zogezegd.

Maar dan is Hij ook trouw om mijn vergissing te corrigeren. Ik hoef de deur van twijfel maar op een piepklein kiertje te zetten en de ontspannende zachte vrede van Zijn Liefde treedt teder binnen. Waartoe houd ik dit angstvallig buiten de deur door te geloven in mijn slachtofferschap? Waarom ben ik zo bang voor Zijn Liefde?

WB312: Ik heb geen ander doel voor vandaag dan te kijken naar een bevrijde wereld, bevrijd van alle oordelen die ik heb geveld. Vader, dit is Uw Wil voor mij vandaag, en daarom is het vanzelfsprekend ook mijn doel.

Schuldig

Moet je voor de grap eens een avondje tv kijken en opletten hoe vaak ‘schuld’ de hoofdrol speelt. Wegmisbruikers worden aan de kant gezet, een pedofiel wordt in de val gelokt, een politiek bestuurder is in de fout gegaan en ga zo maar door. Kennelijk vinden we het leuk om te kijken naar denkbeeldige schuld buiten ons. Ik wil natuurlijk niet zeggen dat we binnen de illusie alles moeten toejuichen. Nee, het gaat me om de kick die we krijgen als een ander de klos is. Subtieler, althans zo lijkt het, proberen we ook in ons dagelijks leven een ander te manipuleren door deze een schuldgevoel aan te praten. ‘Wat ben je vaak weg de laatste tijd, ben ik een beetje een sluitpost geworden?’ Als je het lastig vind om je neiging tot beschuldigen te ontdekken dan kun je ook de andere kant van dezelfde medaille in het vizier nemen. Hoe vaak voel je jezelf slachtoffer? Of denk je dat iemand je iets aandoet, dat je de klos bent, dat de ander de schuldige is? Voilà, waarschijnlijk is deze makkelijker te zien. We vinden dat oordelen fijn. Die ander is de schuldige dader en ik het onschuldige slachtoffer.

De Cursus legt uit hoe dit nu allemaal zo gekomen is. Het gaat terug op ons geloof in de afscheiding en het bijbehorende schuldgevoel. Tegelijk met ons idee dat we ons los gedacht menen te hebben van God wordt bij ons het schuldgevoel geboren. We denken God iets te hebben aangedaan en maken vervolgens van Hem een naarling die ons wil straffen, die bloed wil zien desnoods van zijn eigen zoon. Onder deze dreiging willen we niet langer in de denkgeest blijven en projecteren we een buitenwereld waar we in weg kunnen dromen. Hierin strooien we de schuld vrolijk in het rond. Als ik het aan jou geef dan ben ik er tenminste vanaf. Projectie noemt de Cursus dat. Moeten we ons nu diep gaan zitten schamen? Het ego zou dit fantastisch vinden maar van God hoeft het niet. Hij weet dat er niks aan de hand is. We mogen Zijn Licht onze ingebeelde schuld weg laten schijnen. En laten we de schuld die we op denkbeeldige anderen projecteren dan maar gelijk meenemen want dat is slechts meer van hetzelfde. Laat dat Oordeel maar aan Hem over. Hij kijkt wat anders dan wij en ziet alleen Liefde en schuldeloosheid in Zijn Zoon. Goddank.

WB311 Vader, we wachten vandaag met een open denkgeest om Uw Oordeel te horen over de Zoon die U liefhebt. We kennen hem niet, en we kunnen niet oordelen. En dus laten we Uw Liefde beslissen wat hij, die U als Uw Zoon geschapen hebt, moet zijn.

Sprakeloos

Wat een heerlijke les vandaag. Bevrijding van angst. Verlossing van het geloof in onze duistere gedachten. Het voelt nu beter om te zwijgen. Luister gewoon nog een keer naar die laatste zin:

WB310: Er is vandaag in ons geen ruimte voor angst, want we hebben liefde in ons hart verwelkomd.

Hoezo bang?

WB309: Ik zal vandaag niet bang zijn om naar binnen te kijken.

Mijn eerste reactie? Ach, aardig dat je zo bezorgd bent lieve Cursus maar het valt wel mee hoor, met die angst om naar binnen te kijken. Ik ben wel wat gewend. Angstje hier, boosheidje daar. Niks nieuws onder de zon. Kunnen we hebben. Zo, wat gaan we vandaag eens doen?

Stop. Nog maar eens kijken. De Cursus spreekt niet lichtvaardig over angst. Angst kan alleen bestaan als je gelooft dat er iets is dat bedreigd kan worden door iets van buiten. Het is wat dat betreft een mooi signaal. Als ik bang ben om door jou aangevallen of beledigd te worden, als ik bang ben om ziek te worden dan moet ik eerst geloven dat ik als afgescheiden ikje besta. Dat iets me kan raken. Angst toont me dat ik het ‘kleine dwaze idee’ van ‘ik besta’ serieus ben gaan nemen.

Waarom zijn we dat gaan doen? Waarom zijn we gaan geloven dat we een afgescheiden ikje zijn? Omdat het idee van één zijn met God, met liefde ons nog veel enger lijkt. Dáár worden we pas echt bang van. Zeg maar Bang met een hoofdletter B. Bang dat God boos op ons is. Dat Hij ons de zonde die we ons inbeelden, de zonde van afgescheidenheid, echt zal aanrekenen. Dus roept het ego: ‘geloof mij! Vlucht maar weg van God, in je lichaam. In de wereld. Hier kun je wel bang zijn, maar het is slechts bang met een kleine b. Veel veiliger!

Niet dus. Want in deze wereld biedt het ego ons slechts de liefde van de speciale relatie. En dat is liefde met een kleine l. Vol van angst dat deze ons weer afgenomen zal worden. De Heilige Geest roept ons terug. Naar de Liefde met een hoofdletter L. Dus kijk naar binnen. En zie via je angst met de kleine a je Angst met de grote A. Voor Hem. Voor de Liefde die je bent. En laat je dan door Hem omarmen. In vol vertrouwen. Er is niets om Bang voor te zijn. Integendeel.

WB 309: De stap die ik vandaag zet, Vader, is mijn onbetwistbare bevrijding van ijdele dromen over zonde. Uw altaar blijft sereen en onbezoedeld. Het is het heilige altaar voor mijn Zelf, en daar vind ik mijn ware Identiteit.

Vrije val

Als je zo eens rustig gaat zitten dan komen de beelden uit het verleden naar boven. Je ziet jezelf in relatie met je ouders. Je herinnert je belangrijke gebeurtenissen waarbij jou leuke en minder leuke dingen overkwamen. Anders gezegd; al je herinneringen zijn gebaseerd op je geloof in een afgescheiden ikje (zonde=het geloof in afscheiding) die te maken had met situaties die je overkwamen of dingen die je meent anderen te hebben aangedaan. Dat geloof in het ikje in de wereld dat vindt NU plaats. Wij hebben de neiging om onszelf te zien als een rol tapijt die gedeeltelijk is afgerold. Achter ons menen we dit afgerolde tapijt te zien liggen. Nu denken we de rol te zijn die zich in de toekomst nog verder zal gaan uitrollen. Maar dat wat we denken dat er achter ons aansleept bestaat niet. Het is een beeld van zonde en schuld dat zich in dat mysterieuze en ondeelbare NU aan ons lijkt voor te doen.

In datzelfde NU verschijnen de beelden van een wereld die ons iets gaat aandoen. Verwachting die vaak leidt tot angst. We zien weer die denkbeeldig afgescheiden ‘ik’ die van alles zal gaan meemaken. Daar geloven we in. Daar geloven we NU in, want iets anders is er niet.

Zowel het verleden als de toekomst zijn ingebeeld. Het zijn illusies die onlosmakelijk verbonden zijn aan ons geloof in zonde, schuld en angst. Met behulp van de Heilige Geest mogen we dat geloof opgeven. Dit heet vergeving. En dat vinden we eng. Want wie ben je zonder beelden uit het verleden of de ingebeelde toekomst? Wat gebeurt er als het tapijt onder onze voeten vandaan wordt getrokken. We denken in een duistere afgrond te vallen. Een griezelige vrije val. Maar we vallen juist in Liefde. Recht in Zijn armen.

WB308:
Ik heb me van de tijd een zodanige voorstelling gemaakt dat ik mijn doel verijdel. Als ik verkies voorbij de tijd tijdloosheid te bereiken, moet ik mijn beeld over waar de tijd toe dient, veranderen. Het kan niet het doel van de tijd zijn om verleden en toekomst te bewaren als één geheel. het enige interval waarin ik van de tijd kan worden verlost, is nu. Want in dit ogenblik is vergeving gekomen om me te bevrijden. De geboorte van Christus is nu, zonder verleden of toekomst. Hij is gekomen om Zijn directe zegen aan de wereld te geven en die tot tijdloosheid en liefde terug te brengen. En liefde is eeuwig aanwezig, hier en nu.